Raadsbesluit 2023-040D BP Westerpark Zuid Toelichting
Tekst van het document
X Gemeente X Amsterdam x
BEHOORT BIJ BEaurr VAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM , NR. le/a.'4: 2. VAN DE RAADSGRIFFIER,
Bestemmingsplan Westerpark Zuid
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Westerpark Zuid
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.E1804BPSTD-VG01
Datum print
20 April 2023
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 Hoofdstuk 5 5.1
5 Inleiding
7
Aanleiding Crisis- en herstelwet Doel bestemmingsplan Ligging plangebied en plangrens Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer
7 8 8 9 11 20
Het plangebied
21
Ruimtelijk-functionele aspecten Winkels en winkelstraten Horeca Bedrijven Wonen Dienstverlening Maatschappelijke voorzieningen Sport
21 21 22 22 22 23 23 25
Beperking vergunningvrij bouwen en verharden in achtererfgebied
27
Algemeen Juridische achtergrond Individuele belangen Groenpercentage plangebied Groenpercentage op publiek terrein Cultuurhistorisch belang van binnentuinen Belang van groen in de 21ste eeuw Volksgezondheid Overlast door hemelwater Ecologie en biodiversiteit Relevante factoren per bouwblok Belangenafweging Conclusie
27 27 28 30 32 33 37 40 44 45 48 50 51
Milieu- en omgevingsaspecten
55
Archeologie en cultuurhistorie Natuurbescherming Milieueffectrapportage Milieuzonering bedrijven Luchtkwaliteit Geluidhinder Watertoets Externe veiligheid Bodemkwaliteit
55 64 65 65 66 68 69 78 78
Beleidskader
79
Rijksbeleid
79 Gemeente Amsterdam
blz. 4
5.2 5.3 5.4 5.5
Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Stadsdeelbeleid
83 85 88 104
Toelichting op de werking van het bestemmingsplan
109
Inleiding Algemene beschrijving planvisie Westerpark Zuid Toelichting op de planregels
109 109 110
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
137
Hoofdstuk 8
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
139
Voortraject Inspraak en participatie Vooroverleg Zienswijzen Ambtshalve wijzigingen
139 139 142 144 145
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 5
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 7
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het nu geldende bestemmingsplan Westerpark Zuid is vastgesteld op 18 november 2008 (onherroepelijk sinds 08-03-2010). Tot 1 juli 2018 was het conform de Wet ruimtelijke ordening verplicht om bestemmingsplannen ouder dan 10 jaar te actualiseren. Hoewel deze verplichting niet langer bestaat als de plannen digitaal raadpleegbaar zijn, heeft het bestuur van stadsdeel West besloten om het bestemmingsplan Westerpark Zuid wel te actualiseren. Tegelijkertijd worden ook de bestemmingsplannen Kop van Jut en GWL-terrein geactualiseerd. Deze plannen zijn vastgesteld in 2013 en 2014. Op een aantal onderwerpen (zoals hotels en kleinschalige bedrijfsruimten) is sinds de vaststelling van de geldende bestemmingsplannen nieuw beleid vastgesteld dat in dit bestemmingsplan moet worden meegenomen. Daarnaast is sinds de vaststelling van de voorheen geldende bestemmingsplannen een aantal projecten gerealiseerd en een aantal omgevingsvergunningen (in afwijking van het) bestemmingsplan verleend. De gerealiseerde projecten worden overeenkomstig de vergunde situatie in dit bestemmingsplan opgenomen. Hetzelfde geldt voor de verleende omgevingsvergunningen. Tenslotte zijn er een aantal locaties waar nog geen bestemmingsplan van kracht is. Dit zijn zogenaamde 'witte vlekken' waar geen bouw- en gebruiksbepalingen van toepassing zijn. Deze vlekken zijn opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan is gelet op het voorgaande voornamelijk gericht op beheer en maakt geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk. Wel wordt geanticipeerd op ontwikkelingen die als gevolg hebben dat afgeweken moet worden van de bestaande feitelijke en planologische situatie en waarvoor nog geen vastgesteld beleid is. Denk hierbij aan klimaatadaptatie, duurzaamheid, de gevolgen van onderkeldering en op-, uit en aanbouwen.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.2
Crisis- en herstelwet
De Crisis- en herstelwet heeft als doel de ontwikkeling en realisering van ruimtelijke projecten te versnellen, om zo bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis. Daarvoor zijn tijdelijke wijzigingen in de ruimtelijke procedures (bijvoorbeeld het bestemmingsplan) van toepassing verklaard op verschillende soorten projecten. Zo zijn bijvoorbeeld de behandelingstermijnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verkort en is het 'belanghebbende begrip' aangepast. De projecten waarvoor dit geldt, zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet. Het voorliggende bestemmingsplan Westerpark Zuid bevat geen ontwikkelingen of projecten als bedoeld in bijlage I en is ook niet opgenomen als project als bedoeld in bijlage II van de Crisis- en herstelwet. Het voorliggende bestemmingsplan valt daarmee niet onder de werking van de Crisis- en herstelwet.
1.3
Doel bestemmingsplan
Met dit bestemmingsplan streeft het stadsdeel de volgende doelen na: 1. het komen tot uniformiteit in regels en wijze van bestemmen; 2. het verkrijgen van een actuele ruimtelijk-juridische vertaling van de bestaande bebouwing en het gebruik; 3. het komen tot digitaal raadpleegbare en uitwisselbare bestemmingsplannen.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 9
1.4
Ligging plangebied en plangrens
Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld voor de plangebieden Westerpark Zuid, het GWL-terrein en de Kop van Jut (Marcantilaan) De grenzen zijn bepaald op basis van de volgende uitgangspunten: 1. het bestemmingsplan Westerpark Zuid (2008) wordt vervangen, met uitzondering van een deel van het Fredrik Hendrikplantsoen. Dat deel valt onder het bestemmingsplan Singelgrachtgarage Marnix, dat recentelijk is vastgesteld (2018) 2. het bestemmingsplan GWL terrein (2013) wordt volledig vervangen 3. het bestemmingsplan Kop van Jut (2014) wordt volledig vervangen 4. langs de Haarlemmerweg zijn een paar kleine "restgebieden" waar nog geen actueel bestemmingsplan geldt. Deze gebieden worden in dit bestemmingsplan meegenomen. De begrenzing van het bestemmingsplan is daarmee als volgt: a. b. c. d.
in het noorden: Haarlemmerweg in het oosten: Singelgracht, Nassaukade in het zuiden: Hugo de Grootgracht in het westen: Wateringweg, Waterpoortweg, Van Bossepad, Oostelijke Marktkanaal, Jan van Galenstraat, Westelijk Marktkanaal
Gemeente Amsterdam
blz. 10
Het plangebied bestaat uit enkele goed van elkaar te onderscheiden buurten, zowel geografisch als ook stedenbouwkundig en demografisch. Het is grofweg in te delen in twee deelgebieden: de Staatsliedenbuurt en de Frederik Hendrikbuurt. De grens tussen deze gebieden wordt gevormd door de Kostverlorenvaart. De Singelgrachtgarage is buiten het plangebied gehouden, omdat voor dat project recentelijk een eigen bestemmingsplan is vastgesteld
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 11
1.5
Geldende bestemmingsplannen
In de volgende paragrafen worden de planregels van onderstaande bestemmingsplannen toegelicht. Deze planregels komen te vervallen als het nieuwe bestemmingsplan Westerpark Zuid in werking treedt. De artikelgewijze toelichting op de planregels van het nieuwe bestemmingsplan komen aan de orde in Hoofdstuk 6 Toelichting op de werking van het bestemmingsplan. Dit hoofdstuk is bedoeld om een vergelijking te maken tussen het oude en het nieuwe planologische regime. In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn momenteel de volgende bestemmingsplannen van kracht: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
bestemmingsplan Westerpark Zuid (2008) bestemmingsplan GWL terrein (2013) bestemmingsplan Kop van Jut (2014) parpaplubestemmingsplan Stadsdeel West, Amsterdam deel 1 (2012) paraplubestemmingsplan Verbod massagesalons (2013) paraplubestemmingplan Kiosken (2017) Drijvende bouwwerken (2019)
1.5.1
Bestemmingsplan Westerpark Zuid (2008)
Het voormalig bestemmingsplan Westerpark Zuid is op 18 november 2008 vastgesteld door de stadsdeelraad van Westerpark (no. 2008/5758) en sinds 8 maart 2010 onherroepelijk. Beschrijving bestemmingen: Bedrijf Enkele gebouwen aan de Gillis van Ledenberchstraat zijn bestemd als “Bedrijf”, waar bedrijven zijn toegestaan behorend tot categorie A of B van de Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging. In voorliggend bestemmingsplan komt deze bestemming niet als zodanig terug. De locatie is bestemd als Gemengd-5. De functies die zijn toegestaan, zijn wel gelijk gebleven ten opzichte van de oude regeling. Gemengd 1t/m 9 Het geldende bestemmingsplan kent 9 verschillende gemengde bestemmingen. Binnen de bestemming Gemengd zijn verschillende functies toegestaan. Doordat niet overal precies dezelfde functies op alle plekken gewenst zijn, is gebruik gemaakt van een nummering. Gemengd – 1 Het winkelconcentratiegebied (Van Limburg Stirumstraat, Tweede Nassaustraat, Tweede Hugo de Grootstraat) is bestemd als “Gemengd - 1”. Toegestaan zijn winkels en consumentverzorgende dienstverlening (banken, reisbureaus, kappers) op de begane grond. Daarboven mag in alle lagen uitsluitend worden gewoond. Consumentverzorgende dienstverlening versterkt de winkelfunctie en is daarom gewenst in het winkelgebied.
De aanwezige horeca is op adresniveau vastgelegd: uitbreiding van horeca is in principe alleen gewenst in de horecaconcentratiegebieden. Het is daarnaast mogelijk om een leegkomend horeca-pand te gebruiken voor winkels, dienstverlening of gemengde doeleinden (kantoren, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen). Om de winkelfunctie te beschermen zijn andere niet-woonfuncties zoals bedrijven, kantoren of maatschappelijke doeleinden apart op de plankaart aangegeven. In het plangebied zijn 3 supermarkten gevestigd. Hun huidige oppervlakten zijn vastgelegd. Met een
Gemeente Amsterdam
blz. 12
vrijstelling kan een aantal supermarkten worden vergroot tot maximaal 1.000 m². Deze regeling is overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Gemengd – 2 Het horecaconcentratiegebied (Van Limburg Stirumplein e.o.) is bestemd als “Gemengd - 2”. Horeca categorieën 1, 3 en 4 zijn toegestaan op de begane grond van alle panden. Wonen is toegestaan op de bovengelegen bouwlagen. Andere niet-woonfuncties zijn alleen toegestaan op de plekken die op de plankaart nader zijn aangeduid, ter bescherming van de horeca. Gemengd – 3 Het Van Limburg Stirumplein en een deel van het Hugo de Grootplein zijn deels bestemd als “Gemengd 3”, voor zover deze gebieden behoren tot zowel het horecaconcentratiegebied als winkelconcentratiegebied. Horeca, detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening is op de begane grond in alle panden toegestaan. Daarboven mag worden gewoond. Gemengd – 4 De Groen van Prinstererstraat kent in de huidige situatie al een grote mate van niet woonfuncties op de begane grond. Op grond van de bestemming “Gemengd - 4” zijn niet woonfuncties als kantoren, bedrijven, consumentverzorgende dienstverlening of maatschappelijke voorzieningen met uitzondering van geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen in de eerste bouwlaag overal toegestaan. De bestaande winkels en horeca zijn op de plankaart aangeduid.
Wonen mag alleen in de tweede en hoger gelegen bouwlagen, tenzij dat ten tijden van het ter visie leggen van het ontwerp bestemmingsplan rechtmatig op de begane grond is gerealiseerd. Gemengd – 5 Het gebouw aan de Kostverlorenvaart (hoek Van Hallstraat) en een pand aan de Kostverlorenstraat zijn bestemd als Gemengd – 5. Toegestaan zijn kantoren in alle lagen. Op de begane grond zijn daarnaast dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en bedrijven toegestaan. In het gebouw aan de Kostverlorenvaart (Donker Curtiusstraat 21) wordt ook gewoond, dit is op de plankaart aangeduid. Gebouwen zijn alleen toegestaan binnen de bouwvlakken. Buiten de bouwvlakken zijn ondermeer tuinen, erven, parkeerplaatsen en verkeersareaal toegestaan. Gemengd – 6 Het pand achter Jacob Catskade 45 is bestemd als Gemengd – 6. Toegestaan zijn kantoren, bedrijven, tuinen en erven. Gebouwen mogen alleen in het bouwvlak worden gebouwd. Parkeren is niet toegestaan, dat mag alleen in de aangrenzende hoofdbebouwing van nummer 45. Ook de ateliers aan het Buyspad zijn bestemd als Gemengd – 6. Gemengd – 7 Het pand aan de Haarlemmerweg 201-201a is bestemd als Gemengd – 7. Toegestaan zijn kantoren en bedrijven in de eerste bouwlaag. Het wonen is toegestaan op de bovengelegen bouwlagen plus over maximaal 40% van de begane grond.
Gelet op de wens om de bedrijfsfunctie aan de zijde van de Haarlemmerweg onder te brengen is bepaald dat het wonen alleen mag worden gerealiseerd aan de achterzijde, waar een bouwhoogte van 3 en van 5 meter geldt. Gemengd – 8 Het bedrijfsverzamelgebouw aan de Rombout Hogerbeetsstraat 109-109a is bestemd als Gemengd – 8. Toegestaan zijn bedrijven, kantoren en maatschappelijke voorzieningen in alle bouwlagen. Buiten de bouwvlakken zijn tevens tuinen en erven toegestaan. Gemengd – 9 Het gebouw achter Van Beuningenplein 103 is bestemd als Gemengd – 9, ten behoeve van woningen,
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 13
bedrijven en een fietsenstalling. De bouwhoogte bedraagt maximaal 4 meter. Groen Deze bestemming is opgenomen voor (grote) groenzones. Aan de Visseringstraat zijn in het groen tuinen behorende bij woonboten gerealiseerd. Omdat de grond geen eigendom is van de woonbootbewoners maar van het stadsdeel, heeft de zone een openbare bestemming en geen tuinbestemming. Het nutsgebouw op de zuidpunt van de Buyskade is aangeduid als nutsvoorziening. Maatschappelijk 1 en 2 Alle gebouwen met een onderwijsfunctie alsmede enkele oude schoolgebouwen die nu een andere maatschappelijke functie hebben, zijn bestemd als Maatschappelijk - 1. Toegestaan zijn alle vormen van maatschappelijke voorzieningen, inclusief onderwijs. De gebouwen zijn door middel van een bouwvlak aangeduid. Als er geen sprake is van een onderwijsfunctie, zijn de gebouwen bestemd als Maatschappelijk - 2. Binnen deze bestemming zijn ook geen andere geluidgevoelige voorzieningen toegestaan. Tuin 1 t/m 4 Tuin – 1 De tuinen achter de woningen zijn bestemd als Tuin - 1. Een aantal bouwwerken mag op grond van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningsplichtige bouwwerken zonder bouwvergunning worden gebouwd en kan daarom niet in het bestemmingsplan worden geregeld. In het artikel is bepaald welke niet-vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan en tot welke hoogte.
In de binnenterreinen zijn in een aantal gevallen bergingen en andere gebouwen rechtmatig gebouwd. Tuin – 2 Voor winkels gelegen in het winkelconcentratiegebied is het wenselijk om uitbreidingsmogelijkheden te bieden. Daarom biedt het bestemmingsplan de mogelijkheid om deze tuinen vol te bouwen over maximaal één bouwlaag (alleen de begane grond). Op de uitbouw is een dakterras toegestaan. De uitbouwen mogen alleen worden gebruikt conform het toegestane gebruik van de direct aangrenzende hoofdbebouwing. Tuin – 3 In een aantal gevallen is bij nieuwbouwprojecten een ondergrondse parkeergarage gerealiseerd, waarboven tuinen zijn aangelegd. Deze tuinen zijn bestemd als Tuin – 3. Tuin – 4 In een aantal gevallen is bij nieuwbouwprojecten een bovengrondse parkeergarage gerealiseerd, waarboven tuinen zijn aangelegd. Deze tuinen zijn bestemd als Tuin – 4. De bouwhoogte van bouwwerken moet daarbij worden gemeten vanaf het dak van de parkeergarage, in plaats van vanaf het maaiveld (gebruikelijke peil). Verkeer 1 t/m 5 Verkeer – 1 De straten in het plangebied zijn bestemd als Verkeer – 1. Naast rijwegen zijn ook fiets- en voetpaden, bermen (gezamenlijke noemer "verkeersareaal") en in- en uitritten van parkeergarages toegestaan. Aan de Van Hallstraat is een benzinepomp (zonder LPG) gevestigd. Verkeer – 2 Deze bestemming is vergelijkbaar met Verkeer – 1.
Bij Verkeer – 2 zijn tevens trambanen met bijbehorende voorzieningen toegestaan.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Verkeer – 3 De parkeergarage aan het Van Beuningenplein is bestemd als Verkeer – 3. Toegestaan is een ondergrondse parkeergarage met enkele bovengrondse paviljoens. Verkeer – 4 Op een aantal plaatsen is (Meander, Buyskade) een parkeergarage onder de autovrije openbare ruimte gebouwd. Verkeer – 5 Ondermeer de Van der Palmkade en een deel van de Jacob Catskade zijn ingericht als een autovrij gebied met groenvoorzieningen, kades en wandelpaden langs het water. Voor deze autovrije zones is de bestemming Verkeer – 5 opgenomen. Water 1, 2 en 3 Water – 1 Conform de Waterkaart van het stadsdeel zijn plekken aangewezen waar woonboten zijn toegestaan. Het water waar geen woonboten zijn toegestaan, zijn bestemd als Water – 1. De jachthaven aan de Nassaukade is apart op de plankaart aangeduid. Het aantal ligplaatsen is vastgelegd op het huidige aantal van 120. Water – 2 Het water waar woonboten zijn toegestaan is bestemd als Water – 2. De maatvoering van woonboten is in het woonbotenbeleid vastgelegd. De toets aan deze maatvoering vindt plaats in het kader van de ligplaatsvergunning. Daarom zijn in het bestemmingsplan geen bepalingen ten aanzien van de maatvoering van woonboten opgenomen. Water – 3 Op een aantal plekken in de Singelgracht zijn of worden ligplaatsen voor passagiersvaartuigen gerealiseerd.
Ter hoogte van de Nassaukade 106 worden naast ligplaatsen ook steigers en één berging (15 m²) toegestaan. Wonen 1 t/m 5 Wonen - 1 De meeste woningen in Westerpark Zuid zijn bestemd als Wonen – 1. Woningen zijn in alle bouwlagen toegestaan, met uitzondering van de plekken waar niet-woonfuncties zijn toegestaan. Achterliggende gedachte is dat zo kleinschalige bedrijfsruimten worden beschermd. Omzetten naar wonen is hier niet wenselijk. Dakterrassen zijn alleen toegestaan op daken die plat zijn afgedekt. Aan de zijde die grenst aan de openbare ruimte moet het dakterras 2 meter terugliggen, aan de zijde die grenst aan privé buitenruimten 1 meter. Op aanbouwen (van één of meerdere bouwlagen) zijn dakterrassen tot aan de dakrand toegestaan. Wonen – 2 Op een aantal plekken zijn woningen gebouwd met ondergrondse parkeervoorzieningen. Deze gebouwen zijn bestemd als Wonen – 2. Wonen – 3 Op een aantal plaatsen zijn woningen gebouw met dwarskappen, kappen die haaks op de straat zijn georiënteerd. In de voorschriften is kaporiëntatie opgenomen, omdat het stedenbouwkundig wenselijk is bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 15
om deze kapvormen te behouden. Dakuitbouwen zijn alleen toegestaan op het zijdakvlak dat niet grenst aan lager gelegen openbare ruimte. In het zijdakvlak zijn wel dakkapellen toegestaan. Wonen – 4 Op een aantal plekken zijn woningen gebouwd met bovengrondse parkeervoorzieningen. Deze gebouwen zijn bestemd als Wonen – 4. Wonen – 5 Aan de Hugo de Grootgracht zijn twee woonzorgcentra gelegen. Deze zijn bestemd als Wonen – 5. Omdat hier sprake is van een woonzorgcentrum, zijn daarnaast diverse voorzieningen toegestaan, zoals recreatieruimten, een winkeltje, restaurant, verzorgingsruimten enz. Waarde Archeologie 1 en 2 De gronden in het plangebied met een archeologische verwachtingswaarde zijn voorzien van een dubbelbestemmmings Waarde - archeologie 1 of 2. Bij Waarde - Archeologie 1 geldt dat bij een bouwvergunning waarbij over 100 m² of meer of dieper dan 1 meter grondroerende werkzaamheden plaatsvinden, in principe een inventariserend veldonderzoek (IVO) moet worden overlegd, tenzij uit aanvullend onderzoek blijkt dat de archeologische verwachting op de betreffende plek laag is. Daarnaast moet voor werkzaamheden (waar geen bouwvergunning voor nodig is) over 100 m² of meer in combinatie met werken op meer dan 1 meter diepte (onder peil) een aanlegvergunning worden aangevraagd (tenzij uit aanvullend archeologisch onderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is).
Voor normaal onderhoud hoeft dat niet. Bij Waarde - Archeologie 2 gelden bovengenoemde voorwaarden pas bij grondroerende werkzaamheden vanaf 500 m² in combinatie met werken dieper dan 1 meter onder peil. 1.5.2
Bestemmingsplan GWL terrein (2013)
Het bestemmingsplan GWL-terrein is vastgesteld op 28 januari 2013. De Raad van State heeft vervolgens uitspraak gedaan op 2 juli 2014. Het plangebied van het bestemmingsplan “GWL Terrein” geldt voor het terrein in de noordwesthoek van het plangebied en wordt begrensd door: de Haarlemmerweg aan de noordkant; de Waterkeringweg en de Waterpoortweg aan de westkant; de Van Hogendorpstraat aan de zuidkant; de Van Hallstraat aan de oostkant. Het bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Bedrijf – nutsvoorzieningen De watertoren heeft een nutsfunctie en is daarom bestemd als “Bedrijf – nutsvoorziening”. De bestaande bouwhoogte is daarbij vastgelegd. Gemengd - 1 Het voormalige pompgebouw is in gebruik als kantoor, sportschool en horeca. De bestemming is “Gemengd-1”. Conform het voorheen geldende bestemmingsplan is de horeca beperkt tot één vestiging van 750 m². In overeenstemming met het beleid om globaal te bestemmen zijn de gebruiksmogelijkheden voor dit gebouw niet beperkt tot de huidige functies, maar zijn consumentverzorgende en publieksgerichte zakelijke dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen,
Gemeente Amsterdam
blz. 16
kantoren (uitsluitend de bestaande) en bedrijven toegestaan. Gemengd - 2 Het voormalig Magazijngebouw (Watertorenplein 2) is bestemd als “Gemengd-2”. In de huidige situatie zijn er woningen en bedrijfsruimten gerealiseerd. Het bestemmingsplan gaat uit van behoud van deze gemengde functies. Gemengd - 3 In drie gebouwen langs de Van Hallstraat zijn in de huidige situatie niet-woonfuncties op de begane grond gevestigd met woningen op de verdieping. Aan de Van Hallstraat 10 zijn de maatschappelijke voorzieningen (kinderopvangvoorziening met bijbehorende kantoorruimten) conform de vergunde situatie toegestaan op alle verdiepingen met een totaal bruto vloeroppervlak van circa 550 m2. Deze panden zijn bestemd als “Gemengd-3”. Het Voormalig Entreegebouw Waterkelders is in gebruik als beheergebouw. Deze maatschappelijke functie is op alle bouwlagen gerealiseerd. In het bestemmingsplan is dit toegestaan. Groen De groene en autovrije openbare ruimte is bestemd als “Groen”. Gebouwen zijn daarbij in beperkte mate toegestaan, uitsluitend ten dienste van de bestemming. Horeca Het kleinste hotel van Amsterdam is gerealiseerd aan het Watertorenplein. Naast hotel zijn ook horeca categorie 3 (café) en 4 (restaurant) toegestaan. Ook een klein kantoor of bedrijfje zijn ruimtelijk inpasbaar en dus toegestaan. Tuin De privétuinen zijn bestemd als “Tuin”.
Qua bebouwing zijn alleen de bouwwerken toegestaan die op grond van het Besluit omgevingsrecht zonder omgevingsvergunning zijn toegestaan. Verkeer en Verkeer-verblijfsgebied De straten waar autoverkeer is toegestaan zijn bestemd als “Verkeer”. Openbare (plein)ruimte waar geen autoverkeer is toegestaan is bestemd als “Verkeer-verblijfsgebied”. Gebouwen zijn alleen toegestaan ten dienste van de bestemming. In de beide verkeersbestemmingen zijn daarnaast kiosken ten behoeve van detailhandel en horeca toegestaan. Hiervoor gelden wel voorwaarden ten aanzien van de inpasbaarheid van de gebouwen, onder andere op het gebied van stedenbouw en verkeersveiligheid. Scootsafes (om scootmobiels in te stallen) zijn in dit bestemmingsplan onder bepaalde voorwaarden als recht toegestaan binnen de bestemmingen “Verkeer-verblijfsgebied” en “Verkeer”. Plaatsing binnen andere bestemmingen zoals “Groen” zijn in principe niet gewenst. Water De watergang is bestemd als “Water”. Uitgangspunt is behoud van deze watergang en het niet toestaan van ligplaatsen voor diverse vaartuigen of woonboten. Wonen De panden waar wordt gewoond zijn bestemd als “Wonen”. Op de daken van de gebouwen zijn dakterrassen met bijbehorende toegangen (dakopbouwen of dakluiken) toegestaan. Er gelden wel voorwaarden ten aanzien van de ligging en de omvang.
Waarde – archeologie Het noordelijk deel van het plangebied is voorzien van de dubbelbestemming “Waarde – archeologie”. Aanleiding hiervoor zijn de bevindingen van het archeologisch bureau onderzoek van Bureau
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 17
Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam. Voor grondroerende werkzaamheden die een groter oppervlakte beslaan dan 500 m² of dieper dan 2,50 meter is aanvullend archeologisch onderzoek nodig, omdat de kans dan groot is dat archeologisch waardevolle resten worden aangetroffen. 1.5.3
Bestemmingsplan Kop van Jut (2014)
Het bestemmingsplan Kop van Jut is geldend voor het zuidwestelijk deel van het plangebied, begrensd door: de Jan van Galenstraat aan de noordkant; de Westelijke Marktkanaal aan de westkant; de Kostverlorenvaart aan de oostkant. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 4 maart 2014 en kent de volgende bestemmingen: Groen Groene en autovrije openbare ruimte is bestemd als “groen”. Gebouwen zijn daarbij in beperkte mate toegestaan, uitsluitend ten dienste van de bestemming. Nutsgebouwen zijn weliswaar op grond van het Besluit omgevingsrecht vergunningvrij (tot 15 m²), maar het bestemmingsplan staat grotere nutsgebouwen toe (tot 25 m²) dan de vergunningsvrije gebouwen. Maatschappelijk Het Marcanti College is bestemd als “Maatschappelijk”. Hier zijn ook geluidgevoelige voorzieningen toegestaan. Tuin - 1 en Tuin - 2 De privétuinen zijn bestemd als “Tuin - 1 en 2”. Qua bebouwing zijn alleen de bouwwerken toegestaan die op grond van het Besluit omgevingsrecht zonder omgevingsvergunning zijn toegestaan. In de bestemming "Tuin - 1" zijn ter plaatse van de functieaanduiding "gemengd" ook buitenruimten ten behoeve van op aangrenzende gronden toegestane functies toegestaan. In de bestemming "Tuin - 2" zijn ook in- en uitritten ten behoeve van een ondergrondse parkeervoorziening met inbegrip van bijbehorende voorzieningen en wegen toegestaan.
Verkeer en Verkeer - Verblijfsgebied De straten waar autoverkeer is toegestaan zijn bestemd als "Verkeer". Openbare ruimte waar geen autoverkeer is toegestaan is bestemd als "Verkeer-verblijfsgebied". Gebouwen zijn alleen toegestaan ten dienste van de bestemming. In de beide verkeersbestemmingen zijn daarnaast (overeenkomst het onherroepelijke paraplubestemmingsplan) kiosken ten behoeve van detailhandel en horeca toegestaan. Hiervoor gelden wel voorwaarden ten aanzien van de inpasbaarheid van de gebouwen, onder andere op het gebied van stedenbouw en verkeersveiligheid. Scootsafes (om scootmobiels in te stallen) zijn in dit bestemmingsplan onder bepaalde voorwaarden als recht toegestaan binnen de bestemmingen "Verkeer-verblijfsgebied" en "Verkeer". Plaatsing binnen andere bestemmingen zoals "Groen" zijn in principe niet gewenst. Voor specifieke gevallen kan het echter toch inpasbaar zijn, in die gevallen kan gebruik worden gemaakt van de algemene afwijkingsregels. Buitenruimten ten behoeve van op aangrenzende gronden zijn mogelijk gemaakt met behulp van een aanduiding. Op en onder gronden met de aanduiding "parkeergarage" zijn gebouwde parkeervoorzieningen, bergingen, in- en uitritten en bijbehorende voorzieningen toegestaan. De maximale bouwhoogte bedraagt hier 1,5 meter. Water
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Het Westelijke Marktkanaal en de Kostverlorenvaart zijn bestemd als "Water". In het bestemmingsplan is geregeld dat binnen de waterbestemmingen zowel waterhuishoudkundige voorzieningen (zoals dammen, dijken, etc.) als waterbouwkundige kunstwerken (zoals bruggen, remmingswerken, steigers, kades, etc.) zijn toegestaan. Daarnaast zijn hier ook infrastructurele voorzieningen en kunstobjecten toegestaan. Ter plaats van de functieaanduiding "woonschepenligplaats" zijn tevens ligplaatsen voor woonboten toegestaan. Wonen Met uitzondering van het Marcanti College zijn alle gebouwen in het plangebied bestemd voor "Wonen". Hier zijn woningen inclusief ruimten ten behoeve van praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis/ bedrijf aan huis toegestaan. Daar waar dat nader is aangeduid, zijn ook andere functies, zoals maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, bedrijven en kantoren in de eerste en op sommige locaties ook in de tweede bouwlaag toegestaan. In de 'piramides' is naast genoemde functies ook horeca van categorie 4 toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage" zijn tevens gebouwde parkeervoorzieningen met bijbehorende voorzieningen toegestaan.
Waarde - Archeologie Voor een klein deel van het plangebied geldt dat op grond van het historische gebruik van het gebied er een lage kans is dat er archeologisch waardevolle elementen worden aangetroffen als er grondroerende werkzaamheden plaatsvinden. Er is ter plaatse daarom een dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" opgenomen. Bij grondroerende werkzaamheden van 10.000 m² of meer is nader onderzoek nodig. De dubbelbestemming regelt dat, ter bescherming van eventuele archeologisch waardevolle elementen, er in een aantal gevallen nader archeologisch onderzoek gedaan moet worden. Dit betreft een inventariserend veldonderzoek, waarbij ondermeer proefsleuven worden gegraven. In de dubbelbestemming zijn niet alleen bepalingen opgenomen voor bouwwerkzaamheden, maar ook voor werkzaamheden niet zijnde bouwen. Hiervoor moet in een aantal gevallen een omgevingsvergunning voor het aanleggen (voorheen aanlegvergunning) worden aangevraagd. 1.5.4
Paraplubestemmingsplan Stadsdeel West, Amsterdam deel 1 (2012)
Het paraplubestemmingsplan is vastgesteld door de stadsdeelraad op 5 juni 2012 (besluit nummer 2012/3121). Met het paraplubestemmingsplan zijn op hoofdlijnen de volgende wijzigingen aangebracht aan het bestemmingsplan Westerpark Zuid. Kinderopvangvoorzieningen Kinderopvangvoorzieningen zijn een gewenste functie in een woongebied, maar een overmaat of een concentratie ervan kan leiden tot (geluid)overlast bij omwonenden. In het parapluplan wordt geregeld dat per bouwblok maximaal één kinderopvangvoorziening wordt toegestaan. Bestaande situaties waarbij er 2 of meer kinderopvangvoorzieningen zijn gerealiseerd worden gerespecteerd. Kinderopvangvoorzieningen zijn algemeen toelaatbaar op locaties met een maatschappelijke bestemming. In andere bestemmingen waar maatschappelijke voorzieningen mogelijk zijn, is het maximum oppervlakte per vestiging beperkt tot 250 m2. De met het paraplubestemmingsplan geïntroduceerde regeling is nog steeds wenselijk en daarom overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
Dakterrassen en toegangsopbouwen In het geldende bestemmingsplan Westerpark Zuid was het toegestaan om de maximale bouwhoogte van hoofdgebouwen en aan- en uitbouwen met maximaal 1,20 meter te overschrijden ten behoeve van dakterrasafscheidingen en met 0,50 meter ten behoeve van daktoegangsconstructies, op voorwaarde dat het dakterras en de dakterrasafscheidingen minimaal 2 meter van de voor- en achtergevel zouden worden gebouwd.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 19
Met de parapluherziening is de regeling op onderdelen aangepast: Dakterrassen en toegangsopbouwen zijn onder voorwaarden bij recht toegestaan. Voor toegangsgebouwen op orde-2 panden moet een afwijkingsprocedure worden doorlopen. Bij orde-1 panden zijn dakterrassen en toegangsopbouwen niet toegestaan. Op de ordekaarten van de gemeente Amsterdam is aangegeven tot welke orde elk gebouw behoort, zie http://maps.amsterdam.nl/ordekaart/. De criteria waarbij dakterrassen en toegangsopbouwen worden toegestaan zijn: 1. dakterrassen en toegangsopbouwen zijn alleen toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; 2. het dakterras staat op minimaal 2,0 meter afstand van de dakrand van het platte dak dat grenst aan lager gelegen openbare ruimte en op minimaal 1,0 afstand van de dakrand van het platte dak dat grenst aan lager gelegen privé buitenruimten of gemeenschappelijke binnentuinen, met dien verstande dat deze bepaling niet geldt voor aanbouwen; 3. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot bovenkant terrasvloer bedraagt maximaal 50 centimeter; 4. hekwerken maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer; 5. hoogte van de toegangsopbouw niet meer dan 2,8 meter gemeten vanaf de bestaande dakhoogte; 6. de afstand van de toegangsopbouw tot de dakrand bedraagt minimaal de hoogte van de toegangsopbouw; 7. toegangsopbouw maximaal oppervlak van 6 m2 (inclusief overstekken e.d.); 8.
Bij orde-2 panden zijn dakterrassen onder bovengenoemde voorwaarden toegestaan. 9. Bij orde-2 panden worden toegangsopbouwen uitsluitend toegestaan met toepassing van een afwijking Wabo 2.12 lid 1 sub a onder 1. Deze binnenplanse afwijkingsregel wordt in dit bestemmingsplan ingebouwd. De toegangsopbouw op een orde-2 pand mag niet leiden tot onevenredige visuele aantasting van het pand. Per geval zal stedenbouwkundig advies worden gevraagd. 1.5.5
Paraplubestemmingsplan Verbod massagesalons (2013)
Het Paraplubestemmingsplan verbod massagesalons is door de toenmalige stadsdeelraad van stadsdeel West op 25 juni 2013 is vastgesteld. Het bestemmingsplan Westerpark Zuid (2008) is als volgt gewijzigd:
Daarmee is het gebruik van gebouwen en gronden als massagesalon aangemerkt als verboden gebruik, om zo de nieuwvestiging van dubieuze massagesalons te voorkomen en bestaande salons aan te kunnen schrijven en te controleren op illegale praktijken. Fysiotherapeuten die zich als zodanig willen vestigen worden door het verbod op massagesalons niet geraakt. In het plangebied zijn geen massagesalons zoals bedoeld in dit paraplubestemmingsplan aanwezig.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
1.5.6
Paraplubestemmingsplan Kiosken (2017)
Het paraplubestemmingsplan Kiosken is op 15 februari 2017 vastgesteld en inmiddels onherroepelijk. Kern van het paraplubestemmingsplan is dat alleen de bestaande kiosken positief worden bestemd en dat nieuwe kiosken niet als recht in bestemmingsplannen worden opgenomen. Hiervoor zal een afwijkingsprocedure moeten worden doorlopen. In het voorliggende bestemmingsplan is dit vertaald door ten aanzien van kiosken te bepalen dat uitsluitend de bestaande kiosken zijn toegestaan. Hiervoor is de maatvoering aangehouden die al in het eerdere paraplubestemmingsplan (zie paragraaf 1.5.4 Paraplubestemmingsplan Stadsdeel West, Amsterdam deel 1 (2012) van deze toelichting) was bepaald: maximum oppervlakte 15 m2 per kiosk, maximale bouwhoogte 3 meter. De kiosken mogen uitsluitend worden gebruikt voor de functies die conform het paraplubestemmingsplan zijn toegestaan: detailhandel en horeca van categorie 4. 1.5.7
Drijvende bouwwerken
Op 18 september 2019 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan Drijvende bouwwerken vastgesteld. Het bestemmingsplan is inmiddels in werking getreden. Het doel van dit paraplubestemmingsplan is het bieden van een actueel juridisch toetsingskader voor aanvragen omgevingsvergunning voor drijvende bouwwerken, alsmede het bieden van rechtszekerheid aan eigenaren van drijvende bouwwerken binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam. Daarmee komt een einde aan de gedoogregeling die sinds 2014 voor woonboten en later voor bedrijfsvaartuigen in Amsterdam heeft gegolden. Bij het laatste besluit tot vaststelling van het Gedoogkader is immers besloten om dit te laten gelden tot de inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten. Nu de wet op 1 januari 2018 in werking is getreden, is voorzien in een planologische regeling ten behoeve van drijvende bouwwerken.
1.6
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 8 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geeft aan welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 5 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en hoofdstuk Milieu- en omgevingsaspecten behandelt de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspect plaats. Een toelichting op het juridische systematiek, een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 6 Toelichting op de werking van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 21
Hoofdstuk 2
Het plangebied
In dit hoofdstuk is de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven aan de hand van de historische ontwikkeling, de huidige situatie en eventuele nieuwe ontwikkelingen. Aandacht is besteed aan functies zoals wonen, bedrijven, (commerciële) voorzieningen en monumenten en structuren zoals de bebouwingsstructuur, de weg-, water en groenstructuur van het plangebied.
2.1
Ruimtelijk-functionele aspecten
Het bestemmingsplangebied Westerpark Zuid bestaat uit verschillende deelgebieden die los van elkaar op eigen wijze functioneren. Het gebied grenst direct aan de binnenstad van Amsterdam en het groene Westerpark en kent een mix van wonen, werken en publieksaantrekkende functies. Het plangebied ligt ten zuiden van de Haarlemmerweg en wordt doorsneden door twee belangrijke oost-westassen waarlangs een hoge concentratie van functiemenging aanwezig is. Dit zijn de Tweede Hugo de Grootstraat en de Van Limburg Stirumstraat/Tweede Nassaustraat. Naast deze economische linten is ook in de woonbuurten sprake van een zekere mate van functiemenging en zijn op veel plekken in de plinten niet-woonfuncties toegestaan. De Kostverlorenvaart doorsnijdt het plangebied in de noord-zuid richting en scheidt de Frederik Hendrikbuurt van de Staatsliedenbuurt en Marcantieiland. Het gebied kent een historie van bedrijvigheid en industrie, die ook nu nog goed zichtbaar is. Langs de Gillis van Ledenberchstraat, waar in het verleden direct aantakking was op de Kostverlorenvaart is nog steeds een cluster van bedrijvigheid. In het bestemmingsplan is gekozen om de mix van wonen en niet-wonen systematisch te beschermen.
In deze paragraaf wordt een analyse gemaakt van de verschillende functies die in Westerpark-Zuid voorkomen, hoe deze zijn verspreid in het plangebied en welke ontwikkelingen er afgelopen tijd zijn geweest.
2.2
Winkels en winkelstraten
De twee belangrijkste onderscheidende winkelstructuren in Westerpark-Zuid liggen primair langs de hoofdassen/economische assen van het plangebied. Dit zijn de Tweede Hugo de Grootstraat en de Van Limburg Stirumstraat die uitloopt in de Tweede Nassaustraat. Het winkelaanbod is door de jaren heen constant aan verandering onderhevig geweest. De straten worden in de structuurvisie Amsterdam 2040 weergegeven als stadsstraten en zijn aaangewezen als straten die een 'kwaliteitsimpuls' verdienen. Naast winkels zijn er ook publieksaantrekkende functies gevestigd in de vorm van horeca, consumentverzorgende dienstverlening en publieksgerichte zakelijke dienstverlening. Het betreft typische functies die in het algemeen veel voorkomen in winkelstraten, zoals kappers, reisbureaus, uitzendbureaus, wasserettes, stomerijen, zonnestudio's, nagelsalons, etc. Ze zijn gewenst vanwege de ondersteunende en structuurversterkende rol die ze voor de winkelstraten vervullen. Door de grote wisseling van functies functioneert de winkelas Tweede Nassaustraat - Van Limburg Stirumstraat niet optimaal. De Hugo de Grootstraat daarentegen heeft de laatste jaren een flinke impuls gekregen. Hier zie je ook dat er clusters van horeca zijn ontstaan en er levendigheid optreedt. In dit bestemmingsplan wordt uitgegaan van bescherming en versterking van de winkelfunctie van bovengenoemde straten.
Daarnaast worden winkelondersteunende functies mogelijk gemaakt. De
Gemeente Amsterdam
blz. 22
regeling is vergelijkbaar met het vigerende bestemmingsplan en is conserverend van aard. Horeca is uitsluitend toegestaan op locaties waar reeds horeca legaal is gevestigd of vergund. Naast de primaire winkelstraten, die als zodanig zijn aangewezen in de structuurvisie Amsterdam 2040, zijn her en der door het hele gebied kleinschalige detailhandelsvestigingen gevestigd. Dit aantal is gering. Vaak zijn de winkels gevestigd in zijstraten die een aantakking hebben op de hoofdwinkelstraat. Ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de gemengde woonbuurten is uitgangspunt voor dit bestemmingsplan dat detailhandel alleen is toegestaan waar dat nu ook mogelijk is. Om de diversiteit van de winkels en winkelaanbod te stimuleren is in de regels voor de verschillende functies een maximum vestigingsgrootte opgenomen.
2.3
Horeca
Het vestigingsklimaat in Westerpark Zuid is de afgelopen jaren voor horecaondernemers erg aantrekkelijk geworden. Dit is in een stroomversnelling geraakt deels door het succes van Westerpark en het Westergasterrein en deels doordat met de komst van nieuwe bewoners een extra voedingsbodem ontstond voor nieuwe horeca. Ook is door de toename van het aantal toeristen de druk op de binnenstad toegenomen en dit heeft zijn weerslag op de direct aangrenzende gebieden zoals Westerpark-Zuid. De meeste horeca-accommodaties zijn gevestigd aan de economische assen. Dat zijn dus de Van Limburg Stirumstraat/ Tweede Nassaustraat en de Tweede Hugo de Grootstraat. Daarnaast zijn er verspreid over het hele gebied solitaire horecavestigingen te vinden. In woonbuurten is horeca dus ook aanwezig. Deze vestigingen bevinden zich dan vaak op de hoeken van woonblokken. Om het woon-/leefklimaat in de woonwijken te beschermen wordt restrictief omgegaan met het toevoegen van horeca. In dit bestemmingsplan is gekozen om de reeds vergunde horecavestigingen positief te bestemmen en geen nieuwe horeca mogelijk te maken.
2.4
Bedrijven
Het gebied Westpark-Zuid typeert zich door diverse bedrijvigheid verspreid over het plangebied. Opvallend is de clustering van bedrijven rondom het (voormalig) foodcenter. Op de stadsstraten zijn vrijwel geen bedrijven gevestigd. Door de jaren heen hebben veel oorspronkelijke bedrijven plaats gemaakt voor wonen. Dit bepaalt grotendeels het huidige karakter van Westerpark-Zuid. De zware vormen van bedrijvigheid, die zich slecht verhouden met woningbouw, zijn inmiddels uit het gebied vertrokken. Toch is er nog flink wat lichte bedrijvigheid in het plangebied aanwezig. Het gaat hier vaak om invulling in de plint, zoals garagebedrijven, autoverhuurbedrijven, opslagplekken voor bijvoorbeeld de ondernemers rondom de Kostverlorenvaart, fietsreparatiezaken, ambachtelijke bedrijvigheid en bedrijfsverzamelgebouwen. Het bestemmingsplan is op dit punt conserverend en zet in op behoud van deze bedrijvigheid in de plinten door gebruik te maken van een gemengde bestemming.
2.5
Wonen
Ondanks een redelijke mate van functiemenging wordt in Westerpark – Zuid toch vooral gewoond. De woongebieden, dat wil zeggen de woongebieden buiten de economische assen, hebben een geringe mate van functiemenging. Uitgangspunt is dat wonen wordt toegestaan op plekken waar wonen op basis van het bestemmingsplan
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 23
nu ook reeds mogelijk is. Binnen de woonbestemming worden aan huis gebonden beroepen (de zogenaamde vrije beroepen) en bedrijf aan huis toegestaan tot maximaal 40% van het oppervlak van de woning. Gezien de voor het plangebied typerende functiemenging met wonen zijn alleen bedrijven met een beperkte milieuhinder (categorie A en B) toegestaan.
2.6
Dienstverlening
Consumentverzorgende dienstverlening Consumentverzorgende dienstverlening wordt gedefinieerd als 'persoonlijke verzorging van consumenten, waaronder kapperszaken, schoonheidsinstituten, nagelstudio's, yoga, pilates en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven'. Dienstverlening met een belangrijke verzorgende functie voor bewoners. Dit soort ondernemingen zijn in kleine aantallen verspreid over het hele gebied aanwezig, maar meer geclusterd rondom de winkelstraten. De vestigingen zijn vaak kleinschalig van aard en voornamelijk gevestigd in de plint van een gebouw. De functie is mogelijk binnen vrijwel alle Gemengde bestemmingen (met uitzondering van Gemengd 5 en 6). Publieksgerichte zakelijke dienstverlening Er is een verschil tussen publieksgerichte zakelijke dienstverlening (reisbureaus, hypotheekkantoren en uitzendbureaus, meestal zaken met een baliefunctie) en niet-publieksgerichte zakelijke dienstverlening, oftewel kantoor (advocatenkantoor, adviesbureaus, administratiekantoren). Beiden zijn primair gevestigd langs winkelstraten of zijstraten van winkelstraten. De trend die afgelopen jaren in gang is gezet laat zien dat de dienstverlening steeds vaker samengaat in 1 gebouw, waarbij het pand verhuurd wordt aan meerdere gebruikers en nieuwe kantoorconcepten ontstaan, waar bijvoorbeeld startende (creatieve) ondernemers een flexplek kunnen huren.
Dit is in Westerpark-Zuid ook zichtbaar. Het bestemmingsplan houdt rekening met deze ontwikkeling door op locaties naast publieksgerichte zakelijke dienstverlening ook andere functies toe te staan.
2.7
Maatschappelijke voorzieningen
Westerpak-Zuid kent verschillende vormen van maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening. De kleinschalige vestigingen zijn verspreid in het plangebied aanwezig. Voorbeelden zijn gezondheidszorg (huisarts), kinderdagverblijven of een apotheek. Grootschalige vestigingen, zoals scholen en religieuze voorzieningen, zijn ook in het plangebied aanwezig.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
In het plangebied aanwezige onderwijsinstellingen en kinderdagverblijven (bron: maps.amsterdam.nl/functiekaart) Zo zijn er diverse basisscholen, is er een middelbare school op het Frederik Hendrikplantsoen en zijn er religieuze voorzieningen in de Frederik Henderikstraat, de Wittenkade, Jacob Catskade en de Hugo de Grootkade. Verder zijn er een aantal locaties in Westerpark Zuid waar er sprake is van een speciale vorm van wonen/opvang voor (speciale) doelgroepen die zorgbehoevend zijn. Twee grote daarvan zijn Amsta de Poort (Hugo de Grootkade) en De Werf (Van Reigersbergenstraat). In het bestemmingsplan hebben de grootschalige maatschappelijke vestigingen de bestemming Maatschappelijk. De kleinschalige vestigingen worden mogelijk gemaakt binnen de bestemming Gemengd.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 25
2.8
Sport
De afgelopen jaren stijgt de vraag naar commerciële fitnesscentra met toestellen in Amsterdam en is er een toename van het aantal vestigingen. Een sportschool/fitness is een commerciële sportvoorziening die in dit bestemmingsplan niet valt onder de noemer "maatschappelijke voorzieningen". Sportscholen kunnen gelet op de verkeersaantrekkende werking en de bedrijfsvoering (veelal een workout met muziek) leiden tot overlast voor omwonenden en daarmee een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Om die reden is in dit bestemmingsplan als uitgangspunt gehanteerd dat alleen de bestaande legaal (conform vergunning) gerealiseerde sportscholen worden toegestaan. Nieuwe vestigingen kunnen alleen met een aparte procedure worden toegestaan, waarbij per geval kan worden afgewogen of de sportschool of fitness op de betreffende locatie ruimtelijke inpasbaar is. In het bestemmingsplan is daarom bepaald dat uitsluitend de bestaande rechtmatig gevestigde sportscholen zijn toegestaan. De bestaande sportscholen zijn op de planverbeelding aangeduid.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 27
Hoofdstuk 3 achtererfgebied 3.1
Beperking vergunningvrij bouwen en verharden in
Algemeen
Sinds 2014 mogen panden (woningen én niet-woonfuncties) maximaal 4 meter vergunningsvrij worden uitgebouwd. Het totale oppervlak aan bijgebouwen (aan- en uitbouwen en vrijstaande bergingen) per tuin mag niet meer dan 50% van het oppervlak van de tuin bedragen. Tot en met 2014 gold een maximum van 2,5 meter. Met deze verruiming kan het groene en open karakter van de binnentuinen onder druk komen te staan. Stadsdeel West zoekt naar mogelijkheden om de vergunningsvrije bouwmogelijkheden in te perken tot passend niveau. In het bestemmingsplan Westerpark Zuid is dit gedaan door vergunningsvrij bouwen niet meer toe te staan. Voor elke nieuwe bebouwing van het achtererf dient een vergunning te worden aangevraagd. Dit stelt het stadsdeel in staat om per situatie te bepalen welke bebouwing passend is en voorwaarden te stellen die negatieve gevolgen zoveel mogelijk beperken. Door het beperken van vergunningvrij bouwen in (binnen)tuinen wordt een positieve bijdrage geleverd aan een gezond woon- en leefklimaat. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd. Eerst wordt onderbouwd in hoeverre de binnentuinen in het plangebied zijn verhard en wordt het belang van het mogelijk maken van aan- en uitbouwen uitgezet. Daarna wordt het belang van het groen en open houden van de binnentuinen uiteengezet en onderbouwd. Vervolgens wordt toegelicht hoe dit wordt doorvertaald in het bestemmingsplan.
Aan het eind worden de in dit bestemmingsplan gehanteerde uitgangspunten samengevat.
3.2
Juridische achtergrond
Tot en met 2014 was in het Besluit omgevingsrecht bepaald dat aan een woning een vergunningsvrije aan- of uitbouw van één bouwlaag van maximaal 2,5 meter diep mag worden gebouwd. Bij besluit van 4 september 2014 werd het Besluit omgevingsrecht zodanig gewijzigd (Stb. 2014, 33) dat vergunningsvrij bouwen werd uitgebreid tot maximaal 4 meter. In de Nota van Toelichting bij de wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (Bor) in 2014 wordt in onderdeel M, onder 2 onder c gewezen op de mogelijkheid om via het bestemmingsplan, uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, het vergunningvrij bebouwen van percelen met een bijzondere stedenbouwkundige of landschappelijke betekenis in te perken. In de Nota van Toelichting staat hierover het volgende. De regeling in het bestemmingsplan is gelet op de omschrijving van het begrip "erf" uit artikel 1 van de bijlage relevant voor de vraag in hoeverre gronden bij een hoofdgebouw als erf kunnen worden aangemerkt en dus in hoeverre binnen het tot het erf behorende achtererfgebied zonder vergunning bijbehorende bouwwerken kunnen worden opgericht. Ook is het mogelijk om gronden "mede" te bestemmen voor andere functies.
Er geldt dan bijvoorbeeld voor het gehele perceel een bestemming woondoeleinden, maar door een zogenoemde dubbelbestemming te geven of door mede bepaalde waarden, functie- of gebiedsaanduidingen toe te kennen, kan tot uitdrukking worden gebracht dat percelen of perceelsgedeelten mede een ander planologisch doel dienen. Indien de bestemmingsregeling in zo'n geval gepaard gaat met belemmeringen om een perceel of delen van een perceel te gebruiken en feitelijk in te richten ten dienste van het hoofdgebouw, is er geen sprake van erf. Deze laatste mogelijkheid is expliciet in de jurisprudentie bevestigd. In de genoemde uitspraak van 10 juli 2013 betrof het een perceel waaraan in Gemeente Amsterdam
blz. 28
het geheel een woonbestemming was gegeven, maar waarbij aan een deel van het perceel tevens een specifiek e functieaanduiding was gegeven. Met de nadere aanduiding "landschapswaarden" werd bewerkstelligd dat er zodanige beperkingen waren gesteld aan de mogelijkheden voor het bebouwen, inrichten en gebruiken van die perceelsgedeelten, dat geen sprake was erf in de zin van artikel 1 van de bijlage. Een dergelijke oplossing is ook mogelijk in stedelijk gebied, waarbij naast een woonbestemming aan een perceel of gedeelte daarvan een dubbelbestemming of een specifieke aanvullende waarde wordt toegekend. Een dergelijke waarde kan bijvoorbeeld worden toegekend met het oog op de bescherming van een cultuurhistorisch waardevolle tuin. Met de toegekende aanduiding worden voorschriften opgenomen die gericht zijn op het behoud en de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden, die tot uiting komen in de tuinarchitectuur, de aanleg, onderliggende structuren en aanwezige tuinhuizen, bruggen en tuinsieraden. De beperkingen die hiermee worden gesteld aan de mogelijkheden voor het bebouwen, inrichten en gebruiken van die percelen of delen daarvan, leiden ertoe dat geen sprake is erf in de zin van artikel 1 van de bijlage. In dit bestemmingsplan wordt het vergunningsvrij bouwen beperkt met behulp van de laatst genoemde mogelijkheid.
Het toevoegen van de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' aan de gronden met bestemming 'Tuin' leidt ertoe dat er geen sprake is van erf in de zin van het Besluit omgevingsrecht. Dit betekent dat de bepalingen uit het Besluit omgevingsrecht die betrekking hebben op het vergunningsvrij bouwen niet van toepassing zijn. Het gevolg is dat er voor alle bouwwerken op gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' een vergunning nodig is. Dit stelt het stadsdeel in staat om per geval af te wegen hoe het bouwplan het woon- en leefklimaat beïnvloedt. Zo kunnen we bekijken of te verwachten negatieve effecten zijn te ondervangen met aanvullende voorwaarden. Bij een vergunningaanvraag zal de Uitvoeringsrichtlijn Kruimelgevallen Stadsdeel West worden betrokken. Er is inmiddels jurisprudentie waarin deze werkwijze in bestemmingsplannen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitdrukkelijk wordt toegelaten. Het is daarbij belangrijk dat de planregel voldoende acht slaat op de locatiespecifieke omstandigheden. Er hoeft niet per perceel gemotiveerd te worden waarom de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen worden beperkt. De Afdeling meent dat kan worden volstaan met een motivering voor een aantal percelen gezamenlijk als deze percelen zodanig ruimtelijk met elkaar samenhangen dat deze percelen in ruimtelijk opzicht een eenheid vormen.
De achtertuinen van percelen binnen een zogeheten bouwblok vormen bijvoorbeeld zo'n eenheid, dat wil zeggen dat de achtertuinen in een blok aan alle kanten worden omsloten door bebouwing. In dit bestemmingsplan wordt een afweging gemaakt tussen algemene belangen en individuele belangen. Er zijn verschillende algemene belangen die pleiten voor de regeling. Per bouwblok wordt aangegeven welk van deze belangen in het geding zijn.
3.3
Individuele belangen
In Stadsdeel West bestaat bij veel bewoners en ondernemers de wens om het woonoppervlak respectievelijk bedrijfsvloeroppervlak in de begane grond te vergroten door in de binnentuin uit te bouwen. Bewoners hebben baat bij een groter woonoppervlak, aangezien veel woningen slechts 50 tot 60 m2 groot zijn. Veel bewoners verhuizen daarom zodra ze kinderen krijgen. Als benedenwoningen kunnen worden uitgebouwd, wordt het aantrekkelijker voor gezinnen om in de buurt te blijven wonen. Dit draagt bij aan de Amsterdamse ambitie om gezinnen in de stad te houden en gemengde wijken te creëren. In bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 29
een wijk als deze, waar huishoudens zonder kinderen oververtegenwoordigd zijn, dragen gezinnen bij het aan het gemengde karakter van de wijk. Ondernemers kunnen door een vergroting van hun bedrijfsvloeroppervlak een hogere omzet behalen en zodoende (meer) rendabel hun onderneming exploiteren. Met een omvang tussen de 50 en 100 m2 zijn de meeste winkels en bedrijfsruimtes in dit plangebied relatief klein. Samenvoeging met een naastgelegen pand is vaak geen mogelijkheid. Daarom is het aantrekkelijk om het pand dat al in gebruik is, uit te bouwen. Aangenomen mag worden dat de druk op de binnentuinen door de heersende bouwdynamiek hoog zal blijven. De vraag naar ruimte in de gebieden rond het centrum van Amsterdam blijft immers onverminderd groot, zowel bij bewoners als bij ondernemers. Dat is ook te zien in de verkoopprijs van woningen per vierkante meter. Deze is in het plangebied gemiddeld hoger dan in andere delen van Amsterdam. De verwachting is dat als het aandeel bebouwing en verharding in de binnentuinen niet gereguleerd wordt, het aandeel groen verder zal dalen. Ter illustratie; uit het onderzoek Inventarisatie binnenterreinen Bellamybuurt (2016) blijkt dat het versteningspercentage van binnentuinen in de Bellamybuurt tussen 2005 en 2015 gemiddeld is opgelopen van 37% tot 56%. Op termijn kan zelfs een versteningspercentage van 75% worden bereikt.
De Bellamybuurt ligt niet in dit plangebied maar wel in stadsdeel West. Net als de Bellamybuurt is in het plangebied van dit bestemmingsplan de vierkante meter prijs zeer hoog.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
3.4
Groenpercentage plangebied
Uit de kaart 'Groen per buurt' van klimaateffectatlas.nl blijkt dat het percentage groen per buurt 10-30% is. In het plangebied is dus meer dan 70% van het oppervlak verhard. Daarmee is Westerpark Zuid in Nederland, maar ook binnen Amsterdam een uitzonderlijk dichtbebouwde omgeving.
Er is weinig ruimte voor openbaar groen. Openbaar groen is te vinden in het noorderlijk gelegen Westerpark, buiten het bestemmingsplangebied, en een aantal plantsoenen en pleintjes zoals het Frederik Hendrikplantsoen en zijn er smalle groenstroken te vinden langs de Kostverlorenvaart. Daarnaast is groen te vinden in de (particuliere) binnentuinen. Uit de kaart 'Groen binnen openbare ruimte' van klimaateffectatlas.nl blijkt dat het percentage groen in de openbare ruimte erg laag is. In grootste gedelen van het plangebied van het plangebied komt deze niet boven de 30% uit. Het percentage groen op privaat terrein is wat hoger volgens de kaart 'Groen binnen niet openbare ruimte'.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 31
In de data-analyse “Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener, een onderzoek naar het groenpercentage en het vergroeningspotentieel van de Nederlandse particulierentuin” van oktober 2019, is het groenpercentage van Nederlandse tuinen in kaart gebracht. Landelijk zijn particuliere tuinen gemiddeld met 36% bedekt met vegetatie. In Amsterdam zijn particuliere tuinen gemiddeld met 11% bedekt met vegetatie. Amsterdam behoort daarmee tot de minst groene gemeentes van Nederland.
Gemeente Amsterdam
blz. 32
3.5
Groenpercentage op publiek terrein
De gemeente spant zich in om de openbare ruimte zo in te richten dat een goed woon- en leefklimaat geborgd is en blijft. De stadsontwikkeling richt zich op verdichting en minder op het uitbreiden van de stad in het landelijk (open) gebied. Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. De stad zal rigoureus vergroenen met meer en betere natuur door de hele stad. Straten en pleinen worden groen ingericht, straatstenen zullen wijken voor bomen en beplanting. Het autoluw maken van de stad biedt daarvoor mede ruimte. Bouwen wordt natuurlijker door gevels en daken te vergroenen. Al het groen in straten, pleinen en parken, zal ingericht worden op ontmoeting, ontspanning en recreatie. Een ander belangrijk doel is tegengaan van hittestress en vergroten van het waterbergend vermogen van de stad. In binnentuinen is het belang van groen groot vanuit het klimaatbelang en de leefbaarheid. Er zijn enkele voor Amsterdamse begrippen uitzonderlijk krap bemeten binnentuinen te vinden aan weerszijden van de Rombout Hogerbeetsstraat en Van Houweningenstraat, en in de Staatsliedenbuurt. Grondwaterproblematiek speelt op deze plekken een belangrijke rol bij het wel of niet toestaan van uitbouwen.
Door een toenemend verhard oppervlak kan regenwater steeds minder goed inzijgen naar het grondwater. Anderzijds is het oppervlak onbebouwd privaat terrein zo beperkt dat afvoer van regenwater van daken naar het riool noodzakelijk is om wateroverlast na hoosbuien te voorkomen. De boom is het belangrijkste groenelement voor een zeer compacte dichtbevolkte binnenstedelijke situatie. De nieuwe leidraad voor maximering van boomgroeiplekken is vastgelegd in de Puccinimethode Groen (december 2021), en de hoofdbomenstructuur (2020). De nieuwe richtlijnen omvatten een zeer ruime ondergrondse groeiplaats, en voor hoofdstraten worden bomen gekozen rekening houdend met de grootte en soort. Het streven is om vanwege hittestressrisico's voor grotere boomsoorten te kiezen omdat deze meer schaduw opleveren. De bovenleiding van de tram is echter een beperkende factor. Daarnaast is een boom met hoge sierwaarde en een boom die bijdraagt aan de biodiversiteit ook waardevol. Enkele voorbeelden van vergroeningsprojecten in het plangebied: 2013 Het Frederik Hendrikplantsoen: Het Frederik Hendrikplantsoen werd in co-productie met de buurt ontworpen door Buro Sant en Co. Het nieuwe ontwerp gaat met respect om met de historische context van dit plantsoen uit 1886. Het plantsoen kent relatief veel monumentale bomen als belangrijkste groene beelddrager.