Raadsbesluit 2023-023B Bekendmaking Wijzigingsverordening Bestuurlijke Boete Overlast
Tekst van het document
Toelichting Algemene toelichting De afvalstoffenverordening heeft betrekking op die bepalingen die worden gesteld voor het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen. Op grond van artikel 10.23 Wm zijn gemeenten verplicht een afvalstoffenverordening vast te stellen in het belang van de bescherming van het milieu. Artikel 10.24 Wm schrijft de verplichte inhoud van de afvalstoffenverordening voor. Artikel 10.25 Wm somt een aantal onderwerpen op die facultatief in de afvalstoffenverordening kunnen worden opgenomen. Overige wetgeving Met betrekking tot de inzameling van afvalstoffen zijn - voor de gemeente en derden - ook andere wetten en verordeningen van belang, zoals de Wet milieubeheer (milieuvergunning), de bouwverordening (bouwvergunning) en de APV (plaatsen voorwerpen op of aan de openbare weg). Mandatering In de verordening wordt in de artikelen 2 lid 2, 2 lid 3, 3 lid in, 3 lid 2, 3 lid 3, 4 lid 2, 4 lid 3 4 lid 4, 4 lid 5, 5 lid 2, 6 lid 2, io lid 3, io lid 4, io lid 5,
lid 1, 12, 13 lid 1, 13 lid 4, 13 lid 5, 13a lid 1, 14 lid 2 en
14 lid 3 het college onder andere de mogelijkheid gegeven nadere regels te stellen, ontheffingen te verstrekken en beperkingen op te leggen. In het bevoegdhedenregister van de verordening op lokaal bestuur worden de meeste van deze bevoegdheden gemandateerd aan het dagelijks bestuur van ieder stadsdeel. In de verordening wordt in verschillende artikelen het college de mogelijkheid gegeven nadere regels te stellen, inzamelmiddelen en -voorzieningen aan te wijzen, ontheffingen te verstrekken en beperkingen op te leggen. In de afgelopen periode is gewerkt aan een gewijzigde verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022. Op 1ljanuari 2022 is het college akkoord gegaan met de geactualiseerde taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur. De bevoegdheden voor de stadsdelen zijn iets uitgebreid om zo mogelijk te maken dat zij alle relevante regelgeving in de Afvalstoffenverordening (ASV) nader kunnen uitwerken in het uitvoeringsbesluit UB. Het aanwijzen van de inzameldienst blijft voorbehouden aan het college. En er is geen enkele bevoegdheid meer gedelegeerd, alleen gemandateerd. Nieuwe bevoegdheden zijn: Vaststellen van de inzamelfrequentie; Aanwijzen van categorieen huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld of die zonder inzamelmiddel worden ingezameld; Aanwijzen van categorieen bedrijfsafvalstoffen die door de inzameldienst worden ingezameld.
Naast de bevoegdheden is de takenlijst geactualiseerd. Het Dagelijks Bestuur blijft verantwoordelijk voor het inzamelen van afval als ook voor het stellen van regels aan bewoners en ondernemers voor het aanbieden van afval (uitvoeringsbesluit). Belangrijk punt hierbij is dat dit gebeurt binnen de stedelijke kaders, in dit geval het uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen. Tegelijkertijd zijn er afspraken gemaakt over de samenwerking tussen de DB's en het college op het gebied van afvalinzameling. Er komen gebiedsuitwerkingen waarin, binnen de financiele kaders en op basis van de analyse van kenpunten uit het gebied, een pakket aan activiteiten staan. Het DB stelt deze gebiedsuitwerking vast. Van belang hierbij is dat verdeling van schaarste een collectieve bestuurlijke opgave is; van alle stadsdelen en het college.
10
Het dagelijks bestuur van ieder stadsdeel is hiermee in staat, binnen de beleidskaders die van toepassing zijn, zorg te dragen voor een goede aansluiting op de lokale situaties. In de toelichting van de afvalstoffenverordening wordt bovenstaande verduidelijkende tekst opgenomen. Opbouw van de afvalstoffenverordening Paragraaf i
Algemene bepalingen
Paragraaf 2
Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (regels over inzameldienst, andere inzamelaars en de inzamelstructuur)
Paragraaf 3
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen (regels voor de burger over de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen)
Paragraaf 4
Inzameling van bed rijfsafvalstoffen
Paragraaf 5
Zwerfafval
Paragraaf 6
Overige onderwerpen die de afvalstoffenverordening aangaan
Paragraaf 7
Slotbepalingen (strafbaarstelling, toezicht en overgangstermijn)
Artikelsgewijze toelichting PARAGRAAF 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel i.
Begripsomschrijvingen
Definities uit de Wet milieubeheer (Wm) In dit artikel zijn alleen die begripsomschrijvingen opgenomen die specifiek zijn voor deze verordening. Relevante begrippen die al in artikel ti van de Wet milieubeheer (hierna te noemen Wm) zijn omschreven, worden, voor zover bij de omschrijving in de wet wordt aangesloten, niet in dit artikel herhaald. Daarbij gaat het om de volgende begrippen. Afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot de categorieen die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheersplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid. Huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen. Bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Gevaarlijke afvalstoffen: Bij nninisteriele regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
11
Afvalbeheersplan: Het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.3 Wm (Nb. LAP 2002-2012) Afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in artikel 10.23 Wm Beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen. Nuttige toepassing: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II B bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen. Verwijdering: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn nr. zoo6/1.2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen. Grof huishoudelijk afval: Het begrip huishoudelijke afvalstoffen omvat ook grof huishoudelijk afval. Onder grof huisafval worden verstaan "huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te zwaar zijn om op dezelfde wijze als de andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te worden aangeboden". Straatafval, zwerfafval en illegale dumping: de Wet milieubeheer voorziet niet in een definitie van het begrip zwerfafval. Dit heeft te maken met het feit dat het begrip in de praktijk weinig problemen oplevert, terwijI een juridisch sluitende definitie moeilijk te geven is.
In het Landelijk Afvalbeheersplan (LAP) is wel een definitie opgenomen: "Zwerfafval is afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen. Dit afval bestaat voornamelijk uit verpakkingsmateriaal van consumpties (blikjes, flesjes, wikkels, patatbakjes), sigarettenpeuken, kauwgomresten en allerhande gebruiksgoederen als kranten, folders en tissues." Het verschil tussen straatafval en zwerfafval is dat straatafval, dat niet in een prullenmand wordt achtergelaten, maar in de openbare ruimte terecht komt, zwerfafval wordt. Onder zwerfafval wordt ook niet verstaan illegale dumping van afval. In tegenstelling tot bij zwerfafval, gaat het bij illegale dumping niet om een of enkele restanten van consumptie, maar om grotere hoeveelheden afval (bijvoorbeeld met een volume van ten minste en plastic tas). Bovendien gaat het niet om afval dat uit nalatigheid of gemakzucht wordt achtergelaten of weggegooid. De ontdoener kiest er namelijk zeer bewust voor om het afval niet via de daarvoor geeigende manier of te voeren, maar om het onbeheerd achter te laten in de openbare ruimte. Het kan zowel huishoudelijk als bedrijfsafval zijn. Veel voorkomend illegaal gedumpt afval is huisvuil, tuinafval, fietswrakken, accu's, meubilair en autobanden.
Ook het bijplaatsen van afval bij inzamelvoorzieningen valt onder illegale dumping. Gebruiker van een perceel: deze begripsomschrijving is opgenomen om te kunnen bepalen dat alleen diegenen die in de gemeente betalen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, gebruik mogen maken van de inzamelstructuur (zie de toelichting bij artikel 8) en de aangewezen inzameldienst.
12
PARAGRAAF 2 INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN Artikel 2
Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars
Eerste lid: De aanwijzing van de inzameldienst Een gemeente is op basis van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm verplicht bij of krachtens de verordening een inzameldienst aan te wijzen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. In de verordening is ervoor gekozen de inzameldienst bij verordening aan te wijzen. Tweede lid: De aanwijzing van andere inzamelaars De brede grondslag van de afvalstoffenverordening ten aanzien van huishoudelijk afval is vastgelegd in artikel 10.24, tweede lid, Wm. Op basis hiervan kunnen regels worden gesteld voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Zoals de Memorie van Toelichting bij de Wm stelt, gaat het hierbij vooral om de inzameling van bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst. Tweede lid: Detaillisten/reparatiebedrijven De aanwijzing op grond van het tweede lid van dit artikel kan ook worden gebruikt om detaillisten die bijvoorbeeld batterijen van particulieren inzamelen, op hun verzoek aan te merken als inzamelpunt. In het kader van de aanwijzing als inzamelpunt kunnen nadere afspraken worden gemaakt met de inzamelende persoon of instantie over bijvoorbeeld de wijze van inzameling, opslag en de afgifte aan de gemeente, monitoring, etc.
Belang van de bescherming van het milieu De gemeenteraad stelt op grond van artikel 10.23, eerste lid, Wm in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast. De voorschriften of beperkingen die krachtens de afvalstoffenverordening aan de inzameling kunnen worden verbonden, beogen dus het belang van het milieu te beschermen. De memorie van toelichting zegt over artikel 10.23, eerste lid, Wm nog het volgende: "De gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels worden vastgesteld in het belang van het milieu. Dat is ruimer dan de doelmatige verwijdering van afvalstoffen. Ook regels die beogen de milieuaspecten van handelingen met afvalstoffen te beperken, zijn daardoor mogelijk. Men denke aan een verbod om ter voorkoming van (geluids-) overlast afvalstoffen in te zamelen voor zeven uur 's ochtends." Artikel 3
Afzonderlijke inzameling
Eerste lid: Landelijk afvalbeheersplan Artikel 10.14 Wm bepaalt dat bestuursorganen, bij de uitoefening van hun bevoegdheid met betrekking tot afvalstoffen, rekening dienen te houden met het geldende afvalbeheersplan. Hieruit volgt dat bij het vaststellen of wijzigen van de afvalstoffenverordening rekening dient te worden gehouden met het LAP. In de opsomming in het eerste lid van dit artikel is daarom aangesloten bij het Landelijk afvalbeheersplan (LAP). Eerste lid: Aanvulling lijst met andere categorieen De lijst genoemd in artikel 3 kan naar behoefte met andere categorieen worden uitgebreid. De grondslag hiervoor is te vinden in artikel 10.21, derde lid, Wm, waarin gesteld wordt dat de raad
13
kan besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld ijzer of autobanden. Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid Het vastleggen van een omschrijving van de verschillende categorieen huishoudelijke afvalstoffen is van belang om te kunnen ingrijpen bij vervuiling van de fracties vanwege verkeerd aanbiedgedrag. Een te zeer vervuilde fractie kan leiden tot kostentoerekening voor de verwijdering door de be- of verwerker aan de gemeente, en in het uiterste geval tot weigering van de ingezamelde fractie. Artikel 4
Inzamelmiddelen en -voorzieningen
Eerste lid, onder c: Inzamelvoorziening op wijkniveau Bij inzamelvoorzieningen op wijkniveau kan in de eerste plaats worden gedacht aan glasbakken, textielbakken, en dergelijke. Dit zijn permanent aanwezige voorzieningen. De voorzieningen op wijkniveau kunnen ook mobiel of niet permanent aanwezig zijn. Voorbeelden van dergelijke mobiele voorzieningen zijn "afvaleilanden" die gedurende een bepaalde periode in de wijk aanwezig zijn. Het gebruik van de wijkvoorzieningen is niet beperkt tot de gebruikers van een bepaalde groep percelen. Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid Het college kan bij uitvoeringsbesluit voor iedere gebruiker van een perceel per categorie huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of -voorziening wordt ingezameld. Specifieke aanwijzing van de groep gebruikers van percelen die hun afvalstoffen via een bepaalde inzamelvoorziening mogen (of moeten) aanbieden, kan van belang zijn om tegen te gaan dat ook inwoners uit andere delen van de gemeente gebruik maken van de inzamelvoorziening, met als gevolg bijvoorbeeld een (vroegtijdig) overvolle container. Artikel 5
Frequentie van inzamelen
Wekelijkse inzamelfrequentie Artikel 10.21, eerste lid, Wm bepaalt dat de gemeente, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, er voor zorg draagt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. De wekelijkse inzamelplicht bij elk perceel geldt uitdrukkelijk niet voor grove huishoudelijke afvalstoffen (zie ook artikel 10.21, eerste lid, Wm). Wel geldt voor deze categorie huishoudelijke afvalstoffen op grond van artikel 10.22, eerste lid, onder a en b, Wm een zorgplicht. Artikel 6
Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing
De inzameling Gemeenten zijn belast met de zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om te bepalen dat het verboden is aan andere dan de door het college aangewezen inzameldienst en instanties om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.
14
Tweede lid In dit kader is de brede omschrijving die in artikel i is gegeven van het begrip inzamelen van belang. Ook het innemen van huishoudelijke afvalstoffen in de winkel valt hieronder. Derde lid Het derde lid is nodig omdat het inzamelverbod behoudens aanwijzing niet mag gelden voor personen of instanties die bij AMvB of ministeriele regeling in het kader van producentenverantwoordelijkheid een inzamelplicht hebben gekregen. PARAGRAAF 3 TER INZAMELING AANBIEDEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN Artikel 7
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen
Burgers mogen hun afvalstoffen alleen aanbieden aan de krachtens in het eerste lid van artikel 2 aangewezen inzameldienst, andere inzamelaars die zijn aangewezen krachtens het tweede lid van artikel 2 en personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij AMvB of ministeriele regeling een inzamelplicht hebben (zie de toelichting bij artikel 2 en artikel 6). In dit geval mag de burger zijn huishoudelijke afvalstoffen, zoals elektrische en elektronische apparatuur, ook aan deze personen of instanties aanbieden. Artikel 8
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen
Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente afvalstoffenheffing betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen aanbieden. Achtergrond van dit artikel is de toename in het illegaal aanbieden van afvalstoffen door inwoners van andere gemeenten (afvaltoerisme) of door bedrijven van binnen en buiten de eigen gemeente, die op deze manier de kosten van de verwijdering van hun afvalstoffen willen ontlopen. Artikel 9
Afzonderlijk ter inzameling aanbieden
Afstemming met artikel 3: Afzonderlijke inzameling In artikel 3 is een opsomming opgenomen van de categorieen huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld. Artikel g houdt een verbod in voor de burger. Artikel 10
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Wettelijke plicht brengdepots Op grond van artikel 3.0.27 Wm is een gemeente in een aantal gevallen verplicht om op tenminste een daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente (of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt) een brengdepot te realiseren. Het gaat om de gevallen waarin de raad op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder a, b en c, Wm afwijkt van artikel 10.21 Wm: inzameling nabij elk perceel, inzameling met een bij verordening aangegeven regelmaat en uitsluiting van inzameling op een deel van het grondgebied van de gemeente. Eerste lid Het eerste lid betreft het verbod om huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de inzamelvoorziening.
15
Bij inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel kan worden gedacht aan vaste inzamelmiddelen, zoals minicontainers, afvalemmers, kratjes, kca-boxen en dergelijke, maar ook aan huisvuilzakken of plasticfolie waarin asbesthoudend afval moet worden verpakt. Tweede lid Het tweede lid betreft het verbod om categorieen huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de aangewezen inzamelvoorziening. Vijfde lid De mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen aanbieden zonder inzamelmiddel of voorziening (bij het perceel of op een ander inzamelniveau) is vooral van belang voor grof huishoudelijk afval of grof tuinafval. Bij uitvoeringsbesluit kan bepaald worden dat deze bijvoorbeeld gebundeld dienen te worden aangeboden. Ook kan worden gedacht aan de inzameling van oud papier en karton, gebundeld of in kartonnen dozen. Uitvoeringsbesluiten Artikel 1.0 biedt de basis tot het stellen van diverse regels die relevant zijn voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Deze regels kunnen bijv. betrekking hebben op: •
Maximale gewicht
•
Maximaal aantal aan te bieden inzamelmiddelen
•
Voorwaarden voor gebruik van inzamelmiddelen
•
Eisen aan inzamelmiddel
•
Regels voor het gebruik van inzamelvoorzieningen op wijkniveau
•
Regels ten aanzien van het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij het brengdepot op lokaal of regionaal niveau
Artikel ii
Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste lid Bij het vaststellen van de dagen en tijden kan in het besluit van het college een onderscheid worden gemaakt naar de verschillende niveaus van inzameling en de daarbij gehanteerde inzamelmiddelen en -voorzieningen. Artikel 12
Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Dit artikel biedt de grondslag voor een door het college vast te stellen calamiteitenregeling. Een dergelijke (eventueel tijdelijke) regeling zou bijvoorbeeld nodig kunnen zijn in geval van stakingen, etc. Ook kan worden gedacht aan een regeling voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij wegopbrekingen/ verkeersobstakels. PARAGRAAF 4 INZAMELING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN Artikel 13
Inzameling en het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen
De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen bijvoorbeeld ook bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van bedrijfsafvalstoffen) inzamelen. Gedacht kan worden aan afval uit de kantoren/winkels/dienstensector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval). De gemeente heeft met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen geen zorgplicht en kan niet bepalen wie er binnen de gemeente al dan niet mogen inzamelen zoals dat bij huishoudelijke afvalstoffen het geval is.
Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen mogen, voor zover artikel 1.3 daartoe de mogelijkheid biedt, hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.
Artikel 1.3a
Inzameling door inzameldienst of door andere inzamelaar
De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan gevonden worden in artikel 10.23 Wet milieubeheer. De memorie van toelichting zegt hierover: "Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieuregels worden gesteld". De Wet milieubeheer geeft de gemeente derhalve uitdrukkelijk de bevoegdheid om regels te stellen over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in het belang van de bescherming van het milieu. Dit artikel is de uitwerking hiervan. Het college kan regels stellen over bijvoorbeeld de dagen, tijden, wijzen en plaatsen waarop de afvalstoffen worden aangeboden. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard gelden deze regels voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen inzamelen.
PARAGRAAF 5 ZWERFAFVAL Artikel 14
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging
Dit artikel heeft een primair een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan.
Artikel 15
Achterlaten van straatafval
Straatafval In artikel i van deze verordening wordt een definitie gegeven van straatafval. Bij het begrip straatafval gaat het in feite om afval "dat onderweg ontstaat", buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor je de burger (in dit geval ook toeristen) de mogelijkheid wilt bieden om zich ter plekke ervan te ontdoen (voor zover van zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzannelstructuur te worden verwijderd. In de definitie van straatafval wordt uitdrukkelijk gesproken over "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 3 "Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen (regels voor de burger over de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen)".
Artikel i6 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereedstaande afvalstoffen Eerste lid: Morgensterren Het eerste lid heeft betrekking op wat wel de "morgenster"-problematiek wordt genoemd. Het beoogt paal en perk te stellen aan het doorzoeken en verwijderen van ter inzameling aangeboden afvalstoffen voordat de medewerkers van de inzameldienst ter plaatse zijn. Vaak immers heeft dit
17
doorzoeken tot gevolg dat het huisvuil over de hele straat verspreid ligt en de inzameldienst zijn werk niet meer kan verrichten. Het aldus ontstane zwerfafval veroorzaakt een zware belasting van de gemeentelijke veegdienst. Tweede lid: Voorkomen van zwerfafval In artikel 10.25, onder a, Wm wordt de basis gelegd voor het opnemen van het tweede lid. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover zegt: "De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld." Met het tweede lid wordt beoogd om zwerfafval bij ter inzameling gereedstaande afvalstoffen te voorkomen. Derde lid: Toezichthouders zijn wel bevoegd gereedstaande afvalstoffen te doorzoeken. Artikel 17
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn bijvoorbeeld een winkel, hal of kraam. Het afval dat hierbij kan vrijkomen zijn bijvoorbeeld papier, etensresten, verpakkingsmateriaal of ander afval. Wet milieubeheer Opgemerkt wordt dat een inrichting zoals bedoeld in dit artikel, vergunning plichtig kan zijn op grond van de Wet milieubeheer, dan wel meldingsplicht op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, ook wel het Activiteitenbesluit genoemd. Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit op ajanuari 2008 is het voormalig Besluit Horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer komen te vervallen. De verplichting zoals opgenomen onder c van deze bepaling kan in deze gevallen als voorschrift aan een dergelijke milieuvergunning worden verbonden, dan wel rechtstreeks voortvloeien uit het Activiteitenbesluit. In de nabijheid van de inrichting Artikel 213 van het Activiteitenbesluit bepaalt het volgende: "Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van 25 meter van de inrichting." Hieruit volgt dat het criterium "in de nabijheid van de inrichting" kan worden uitgelegd als binnen een straal van 25 meter van de inrichting. Artikel 18
Ongeadresseerd reclamewerk en huis-aan-huisbladen
Niet alleen reclamebiljetten worden aan het publiek uitgereikt. Ook ander promotiemateriaal wordt vaak uitgereikt. Gedacht kan worden aan de zogenaamde samplings, monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie een product in een kleine hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit artikel kan degene die dergelijk promotiemateriaal uitreikt, worden verplicht het promotiemateriaal, de verpakking of de inhoud daarvan op te ruimen of te laten opruimen. Artikel 19
Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden
Het eerste lid beoogt het ontstaan van zwerfafval bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te voorkomen. De opname van het tweede lid heeft vooral betekenis in verband met het op kosten van de overtreder laten reinigen van de weg (bestuursdwang).
PARAGRAAF 6 OVERIGE ONDERWERPEN DIE DE VERORDENING AANGAAN Artikel 21
Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden
Definitie autowrak Het begrip autowrak wordt in artikel 1, onder b, Besluit beheer autowrakken (BBA) als volgt gedefinieerd: "voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1 lid i van de Wm". De Wet milieubeheer definieert het begrip afvalstof als: "alle stollen, preparaten of andere producten
waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet
ontdoen". Door deze definities wordt een autowrak altijd aangemerkt als afvalstof en valt hiermee dus onder de werking van deze bepaling. Conform de Nota van toelichting van het BBA is er sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op economisch rendabele wijze in rij-technisch voldoende staat is te brengen. Zich ontdoen van een autowrak door huishoudens Dit artikel is een uitwerking van artikel 6 BBA. Hierin is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA moeten gemeenten in hun afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan auto-demontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. PARAGRAAF 7 SLOTBEPALINGEN Artikel 22
Strafbepaling
Aanduiding strafbare feiten In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit worden aangeduid om strafrechtelijk te kunnen worden gehandhaafd. De strafbaarstelling van artikel 10.23 Wm over de gemeentelijke afvalstoffenverordening is geregeld in de Wet op de Economische Delicten (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de afvalstoffenverordening zich voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de strafbaarstelling geclausuleerd. Artikel 1a, aanhef, onder 3° Wed luidt: "Economische delicten zijn eveneens: overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: .... de Wet milieubeheer, 10.23 - voor zover aangeduid als strafbare feiten - en
" In de afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke
overtredingen (lees: de overtreding van welke artikelen) een strafbaar feit opleveren. Uitsluitend indien dat het geval is, vormt de overtreding een economisch delict in de zin van artikel 1a, onder 30 Wed. In dit kader is tevens van belang dat de afvalstoffenverordening tijdig wordt aangepast aan een eventuele wijziging van hogere wetgeving. Zo werd in een uitspraak van de rechtbank Zwolle (d.d. 14 december 2004, LJN:AR7488, 07.750227-03) overwogen, dat de APV ten tijde van het
19
bewezenverklaarde feit nog niet was aangepast aan de wijziging van de Wet milieubeheer, zodat het gedrag in strijd met de verordening niet uitdrukkelijk is aangeduid als strafbaar feit. De rechtbank bepaalde dat niet was voldaan aan het vereiste van de Wed en dat alleen sprake was van een economisch delict, indien de betreffende gedraging is aangeduid als strafbaar feit en besluit tot ontslag van alle rechtsvervolging. Gedragingen in strijd met de volgende artikelen van de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 kunnen worden aangeduid als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 30 Wed: Artikel 6
Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing
Artikel 7
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan Anderen
Artikel 8
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen
Artikel g
Afzonderlijk ter inzameling aanbieden
Artikel 10
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel 11
Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
Artikel 13
Inzameling en ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen
Artikel 14
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging
Artikel 15
Achterlaten van straatafval
Artikel 16
Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereedstaande afvalstoffen
Artikel 17
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Artikel 18
Ongeadresseerd reclamewerk en huis-aan-huisbladen
Artikel 1g
Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden
Artikel 21
Verbod opslag van afvalstoffen
Artikel 22
Afgifte auto- scooter-motor en brommerwrakken afkomstig uit een huishouden
Strafmaat In de Wet is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval van de afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie. Artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht stelt de hoogte van een boete van de vierde categorie vast op maximaal 16.750 euro (per ljanuari 2020). Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht geeft de officier van justitie de mogelijkheid om met een boete strafvervolging te voorkomen. Sinds inwerkintreding van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte in 2017 worden de overtredingen van de meeste artikelen in de afvalstoffenverordening gehandhaafd met een bestuurlijke boete. De boete voor het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval bedraagt loo euro (per ljanuari 2021). Artikel 24
Toezichthouders
Aanwijzing van de toezichthouder in de afvalstoffenverordening is noodzakelijk, indien een toezichthouder tevens opsporingsbevoegdheden dient te krijgen. Alleen voor de aanwijzing van toezichthouders is een bepaling opgenomen in de afvalstoffenverordening. Opsporingsambtenaren worden namelijk aangewezen op grond van de artikelen 141 en 142 Wetboek van Strafvordering.
20
X
Gemeente Amsterdam
x x
Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.n1 Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:
Gemeenteblad Zo snel mogelijk NVT Ja NVT NVT Geen
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte in verband met de vaststelling van de Afvalstoffenverordening 2023 De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 januari 2023, gelet op artikelen 149 en 15413 van de Gemeentewet, besluit:
Artikel I De Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte wordt als volgt gewijzigd: a.
Artikel 1 tweede lid wordt gewijzigd en luidt: Overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen van de Afvalstoffenverordening 2023 bepaalde kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 7, 8, 9 eerste lid, 10 eerste lid, 10 tweede lid, 10 zesde lid, 11 tweede lid, 12, 13 zesde lid, 13a tweede lid, 14 eerste lid, 15 eerste lid, 15 tweede lid, 1.6 eerste lid, 1.6 tweede lid, artikel 17, 18 tweede lid, 18 derde lid, 19 eerste lid, 20 eerste lid, 21.
b.
De Bijlage 1, het onderdeel Afvalstoffenverordening 2009 (ASV) wordt gewijzigd en luidt:
Afvalstoffenverordening 2023 (ASV)
art. 7
Verbod op het
Het is verboden
ASV
ter inzameling
huishoudelijke afvalstoffen
aanbieden van
ter inzameling aan to bieden
huishoudelijke
aan een ander dan de
afvalstoffen aan
inzameldienst, andere
anderen
inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijk heid bij algemene maatregel van bestuur of nninisteriele regeling een inzamelplicht hebben voor categorieen van huishoudelijke afvalstoffen
BSoo3
€ so
€ loo
€ soo
art. 8 ASV
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden
BSooi
€ 5o
€100
€ 500
BSooz
€ 5o
€ loo
€ 500
BSoo4
€ 5o
€ loo
€ 500
BSoo5
€ 50
€ 100
€ 500
BSoo6
€ 5o
€ loo
€ soo
BSoo7
€ So
€ loo
€ 500
door anderen dan gebruikers van percelen
art. g
Afzonderlijk ter
Het is verboden om
lid 1
inzameling
categorieen huishoudelijke
ASV
aanbieden
afvalstoffen zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden
art.1
Ter inzameling
Het is de gebruiker van een
o lid
aanbieden van
perceel, voor wie krachtens
1
huishoudelijke
artikel 4, tweede lid een
ASV
afvalstoffen
inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan met behulp van het betreffende inzamelmiddel of brengdepot of de betreffende inzamelvoorziening
art.
Ter inzameling
Het is verboden andere
10 lid
aanbieden van
categorieen huishoudelijke
2
huishoudelijke
afvalstoffen via een
ASV
afvalstoffen
inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid, is bestemd
art.
Ter inzameling
Het is verboden
10
aanbieden van
huishoudelijke afvalstoffen op
lid 6
huishoudelijke
andere wijze ter inzameling
ASV
afvalstoffen
aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald
art. 11 lid
Dagen en tijden
Het is verboden
voor ter
huishoudelijke afvalstoffen op
2
inzameling
andere dagen en tijden ter
2
ASV
aanbieden
inzameling aan te bieden dan
huishoudelijke
in het eerste lid is bepaald
afvalstoffen
art.
Het in
Als het college regels heeft
12
bijzondere
gesteld als bedoeld in artikel
gevallen ter
12, is het verboden
inzameling
huishoudelijke afvalstoffen op
ASV
art. 13 lid 6 ASV
aanbieden van
een andere wijze aan te
huishoudelijke
bieden dan bij die regels is
afvalstoffen
bepaald
inzameling en
Het is verboden
ter inzameling
bedrijfsafvalstoffen aan te
aanbieden van
bieden in strijd met de
bedrijfsafvalsto
daarvoor geldende regels
BSoo8
€ 50
€ loo
€ 500
BSolz
€ 5o
€ 100
€ 500
BSo3.3
€ so
€100
€ 500
BSo14
€ 210
€ 420
€ 2100
BSoi6
€75
€ 150
€ 750
ffen
art.13 a lid 2
ASV
Inzameling
Het is verboden
door een ander
bedrijfsafvalstoffen aan te
dan de
bieden in strijd met deze
aangewezen
regels
inzameldienst
art. 14 lid 1 ASV
Voorkomen diffuse milieuverontrei niging
Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achterte laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beInvloeding van het milieu
art. 15 lid 1 ASV
Achterlaten van straatafval
Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achterte laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins ge-plaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen
3
art. 15 lid
Achterlaten van straatafval
Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen
BSoi7
c 75
€ 150
€ 75o
Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden
BSoi8
c 75
€ 150
€ 750
Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen
Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te werpen of deze op andere wijze te behandelen waardoor er zwerfafval ontstaat
BSo19
c 75
€ 150
€ 75o
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruik van
De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:
BSoo9
c 75
€150
€ 75o
2
ASV
art. i6 lid 1 ASV
afvalstoffen
art. i6 lid 2
ASV
art. 17 ASV
eet- en drinkwaren
a. een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten b. zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd c. zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, en in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een
4
ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, circa 25 meter rondom de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd
art. i8 lid 2 ASV
Ongeadresseer d reclamedrukwe rk
Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen of laten bezorgen bij een woning, bedrijf of woonschip, indien de bewoner of gebruiker niet kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen daarvan
BSo25
c 75
€ 150
€ 750
art. 28 lid
Huis-aanhuisbladen
Het is verboden een huis-aanhuisblad te bezorgen bij een woning, bedrijf of woonschip indien de bewoner of gebruiker expliciet heeft kenbaar gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen daarvan
BSoii
€ 75
€ 150
€ 750
art. 19 lid 1 ASV
Zwerfafval bij vervoeren,
Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren dan wel werkzaamheden te verrichten zodanig dat de weg kan worden verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beinvloed
BSozo
c 75
€ 150
c 750
art. 2o lid
Verbod opslag van afvalstoffen
Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of
BSo22
€130
€ 26o
€ 13oo
3 ASV
1
ASV
laden en lossen of overige werkzaamhede n
opgeslagen te hebben
5
art. 21 ASV
Afgifte autowrakken afkomstig van een huishouden
Het is de eigenaar of kenteken-houder verboden
BSoio
€ 210
€ 420
zich to ontdoen van een auto, brommer-, motor- of scooterwrak, afkomstig van huishouden, anders dan door afgifte aan inrichting, genoemd in art 6 Besluit Beheer autowrakken
Artikel II Deze verordening treedt in werking na bekendmaking. Artikel III Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte bestuurlijke boetes Afvalstoffenverordening 2023. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van i6 maart 2023
De plaa Nienke ►a
sgriffier en Houtman
6
€ 2100
Toelichting In verband met een nieuwe vast te stellen Afvalstoffenverordening 2023 (ASV) is het noodzakelijk om ook de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte (Verordening Bboor) hierop aan te passen. Op grond van deze verordening kunnen een aantal overtredingen van de ASV worden gesanctioneerd met een bestuurlijke boete. De meeste artikelen in de nieuwe ASV worden anders genummerd (genoemd in artikel i tweede lid van de Verordening Bboor) en sommige teksten van de overtredingen van de ASV zijn aangepast. Ook zijn er nieuwe overtredingen toegevoegd, te weten een artikel over huis-aanhuisbladen en over afvalbakken in inrichtingen voor het verbruik van eet- en drinkwaren. Door middel van artikel I b van deze wijzigingsverordening wordt ook een nieuwe bijlage bij de Verordening Bboor vastgesteld. De eerste kolom vermeldt het artikel in de ASV 2023, de tweede kolom de titel van het artikel, de derde kolom de omschrijving van de overtreding, de vierde kolom de feitcode, de vijfde kolom het boetebedrag voor personen vanaf izjaar, de zesde kolom het boetebedrag voor personen vanaf zestien jaar, en de zevende kolom het boetebedrag voor rechtspersonen. Daarnaast worden de boetebedragen geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met het landelijk Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (Besluit).
In bijlage C bij dit Besluit wordt de hoogte van de boetebedragen bepaald die worden opgelegd bij overtreding van een groot aantal voorschriften in de ASV. De gemeente kan die bedragen niet zelf vaststellen. De bedragen in de verordening waren al enige tijd niet meer aangepast. Bij de boetebedragen van feitcodes BS01.4 (voorkomen diffuse verontreiniging), BSo21 (zichtbare afvalstoffen) en BSoio (afgifte autowrakken) wordt vooruitgelopen op het nieuwe geldende Besluit in 2023 waarin deze bedragen volgens het voornemen worden verhoogd met io euro. De inwerkingtreding van dit Besluit is uitgesteld tot 3. maart 2023. Het is daarom wenselijk om deze wijzigingsverordening niet eerder dan na deze datum in werking te laten treden.
7