CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-002E BP Centrumeiland blok 3 en 16 - bijl toelichting

RAAD 25 januari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Centrumeiland blok 3 en 16VN2022-03323828.470 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1.3

Trede 3: ontsluiting

Omdat de locatie gelegen is binnen bestaand stedelijk gebied en daarmee voldoet aan trede 2, zijn er op grond van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking geen nadere eisen gesteld omtrent ontsluiting.

Hoof dstuk 1

9

2.

BESCHRIJVING INITIATIEF

2.1

Context

Centrumeiland is, samen met Middeneiland, Strandeiland en Buiteneiland, onderdeel van de planontwikkeling voor IJburg II. Op dit moment geldt voor dit totale gebied het in mei 2009 vastgestelde globale bestemmingsplan ‘IJburg Tweede Fase’. Centrumeiland heeft daarin een gemengde uit te werken bestemming (‘Gemengd 1 – uit te werken’). Hierbinnen is een woningbouwprogramma van maximaal 1.500 woningen en een nietwoningprogramma van maximaal 150.000 m² aan kantoren, bedrijven, winkels, horeca en maatschappelijke voorzieningen opgenomen. Tabel 2.1: Totaal bouw program m a vigerend bestem m ingsplan ‘IJburg Tw eede Fase ’ (2009)

2.2

Ontwikkeling Centrumeiland

Ten behoeve van de planvorming voor het Centrumeiland is in maart 2015 de Startvisie Centrumeiland opgesteld, gevolgd door het (concept) Stedenbouwkundig plan Centrumeiland in november 2015 en de vaststelling van het Investeringsbesluit Centrumeiland in juni 2016 (met Stedenbouwkundig plan van mei 2016). Voor Centrumeiland is het de bedoeling dat in 2017 de eerste zelfbouwkavels worden uitgegeven en dat het eiland tot aan 2025 stapsgewijs zal worden ontwikkeld.

10

Hoof dstuk 2

Figuur 2.2: Locatie Centrum eiland (bron: Stedenbouw kundig plan Centrum eiland, m ei 2016)

2.2.1 Programma bestemmingsplan ‘IJburg Tweede Fase’ Voorliggende Ladderonderbouwing heeft betrekking op het woningprogramma en op het niet-woningprogramma, met uitzondering van de bioscoop en parkeervoorzieningen, binnen de bestemming ‘Gemengd 1 – uit te werken’ van het vigerende bestemmingsplan ‘IJburg Tweede Fase’. Wat binnen deze bestemming in het huidige bestemmingsplan aan functies mogelijk gemaakt wordt is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 2.3: Bouw programma Centrumeiland vigerend bestem m ingsplan ‘IJburg Tw eede Fase ’ (2009)

Hoof dstuk 2

11

2.2.2 Programma Ladderonderbouwing Centrumeiland Voor de voorliggende Ladderonderbouwing is niet het programma uit het vigerende bestemmingsplan ‘IJburg Tweede Fase’ het uitgangspunt. Zowel voor het woningprogramma als niet-woningprogramma zijn de plannen afgelopen jaren verder uitgewerkt en vastgelegd in het Stedenbouwkundig plan Centrumeiland (mei 2016). V oor de nietwoonfuncties is het programma daarin naar beneden bijgesteld. Uitgangspunt woningprogramma Het Stedenbouwkundig plan Centrumeiland gaat uit van de ontwikkeling van minimaal 1.100 woningen en maximaal 1.500 woningen. De woningen worden gebouwd in een stedelijk woonmilieu. Dit betekent bouwhoogtes van overwegend vier tot zes lagen en een compacte openbare ruimte. De stedelijke uitstraling wordt versterkt door variatie in kavels en woontypologieën en een mix aan functies. Voorliggende Ladderonderbouwing gaat, net als het vigerende bestemmingsplan, uit van maximaal 1.500 woningen. Dit aantal dient als vertrekpunt voor de Laddertoets en geeft flexibiliteit wanneer door veranderingen in de woningmarkt het aantal woningen eventueel naar beneden moet worden bijgesteld. Dit geldt ook voor de zelfbouwkavels. Indien deze niet volledig afgezet kunnen worden, kunnen de woningen ook projectmatig als koopwoningen worden afgezet. In de exploitatie van Centrumeiland is daar ruimte voor.

Van het totaal aantal woningen is 20% sociale huur en wordt 10% uitgegeven met tenders aan ontwikkelaars. Het gaat hier om beeldbepalende blokken met hogere bebouwing (meer dan 6 lagen). De overige 70% van het programma bestaat uit zelfbouwkavels, zowel individueel als voor bouwgroepen. Centrumeiland is ook gekozen voor een experiment met coöperatieve zelfbouw. Bij succes van dit experiment kan het percentage sociale huurwoningen hoger worden dan 20% (circa 25%). De individuele kavels hebben een omvang van 150 tot 500 m² bvo en de collectieve bouwkavels een omvang van 500 tot 5.000 m² bvo. Er is nog een grote mate van flexibiliteit in het exacte aantal en grootte van uit te geven kavels en de exacte structuur van de bouwblokken. Dit als gevolg van de gekozen ontwikkelingsvorm van zelfbouw.

12

Hoof dstuk 2

Figuur 2.4: Kaveltypologie, bouwblokken en tranches (bron: Gemeente Amsterdam)

Uitgangspunt niet-woningprogramma Maximaal kan uiteindelijk een totaal van 18.750 m² bvo aan voorzieningen gerealiseerd worden op Centrumeiland. Het programma omvat maximaal 9.000 m² maatschappelijk (55%) en 7.300 m² commercieel (45%); samen 16.300 m² bvo. Ook is 5% van het uitgeefbare terrein (footprint blok 16: circa 2.450 m² bvo) beschikbaar voor onvoorziene invullingen. Tabel 2.5: Maxim um niet-woningprogramma Centrumeiland in m ² bvo (bron: Gem eente Am sterdam , bew erking BRO) Tranches I Detailhandel

II 300

Horeca

III

IV

Totaal

V

Maximaal beschikbare oppervlak per functie

2.000

2.000

3.050

13.900

750

750

1.000

3.450

Kantoren

750

750

1.250

8.610

Bedrijven

2.000

2.000

2.000

10.260

Onderw ijs Maatschappelijk

5.000

2.000

2.000

750

1.500

750

1.500

2.450

2.450

2.450

1.050

12.000

2.750

9.000

2.600

18.750

56.840

2.555

12.685

9.715

4.685

2.450

32.090

Onvoorzien Totaal Maximaal beschikbare oppervlak per tranche

Hoof dstuk 2

150

6.000

6.000

3.000

14.620

13

Het bouwprogramma is opgedeeld in tranches (zie figuur 2.4). In tabel 2.5 is het maximum programma per functie per tranche aangegeven in m² bvo. In verband met de gewenste flexibiliteit van het programma is ook aangegeven hoeveel vloeroppervlak in totaal beschikbaar is per tranche en per functie voor het huisvesten van het maximum programma. Het programma aan niet-woonfuncties is ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan ‘IJburg Tweede Fase’ naar beneden bijgesteld. Het eiland wordt qua voorzieningen niet het centrum van IJburg. Deze rol is meer weggelegd voor het Middeneiland. Toch moet Centrumeiland ook ruimte bieden aan centrumvoorzieningen. Er moet in eerste instantie plaats zijn voor eigen buurtvoorzieningen en in de toekomst mogelijk ook commerciële en cultureel-maatschappelijke voorzieningen, aanvullend op het programma op de andere eilanden van IJburg II. Het uitgangspunt is een stapsgewijze ontwikkeling in meerdere fasen, mede gerelateerd aan het grote aandeel zelfbouwwoningen binnen het woningbouwprogramma. Het streven is om de buurtvoorzieningen zo snel mogelijk te realiseren, al dan niet in tijdelijke panden. De volgende buurtvoorzieningen zijn gepland: een school, één of twee kinderdagverblijven, een medisch centrum, buurtwinkels en lokale horeca. Ook is er beperkt ruimte beschikbaar voor kantoren en bedrijven.

Deze functies zijn allemaal voorzien in de plint, met uitzondering van de school, die ook deels op verdieping gerealiseerd zal worden. De voorzieningen zijn voornamelijk gepland aan de Pampuslaan, Muiderlaan en rondom het centrale (grootste) plein in het plan (Tranche 2 en 4). Voor eventueel andere grootschalige maatschappelijke voorzieningen (stedelijk of IJburgbreed) is langs de Pampuslaan een aantal kavels gereserveerd. Aan de hoofdweg, aan de buitenranden van het bebouwd gebied en aan de meeste publieke openbare ruimtes worden hoge plinten voorgeschreven voor de toekomstige voorzieningen.

14

Hoof dstuk 2

3.

WONINGEN

3.1

Programma

Voorliggende Ladderonderbouwing gaat uit het van het maximale woonprogramma van 1.500 woningen in een stedelijk woonmilieu. Dit aantal bestaat uit: 70% zelfbouw voor individuen, maar hoofdzakelijk bestemd voor bouwgroepen; 20% sociale huur; 10% tenders aan ontwikkelaars; Een experiment met coöperatieve zelfbouw, incl. zorgwoningen. Bij succes van het experiment kan het percentage sociale huurwoningen hoger worden dan 20% (circa 25%).

3.2

Afbakening regio

Om de actuele regionale behoefte te bepalen wordt eerst de woningmarktregio gedefinieerd. Deze is gebaseerd op het functioneren van de regionale woningmarkt en vastgesteld op basis van verhuisbewegingen / migratiestromen binnen de Stadsregio Amster1 dam (SRA) en binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA ) (zie figuur 3.1, 3.2 en 3.3). Op basis hiervan wordt in dit rapport voor de MRA de actuele regionale woningbehoefte in beeld gebracht. Dit is gedaan voor de periode tot 2030. Figuur 3.1: De Metropoolregio Amsterdam (MRA) met de Stadsregio Am sterdam (SRA) als onderdeel daarvan (bron: Metropoolregio Am sterdam )

1

De MRA bestaat uit de gemeenten Aalsmeer, Almere, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Beverw ijk, Blaricum, Bloemendaal, Diemen, Edam-Volendam, Gooise Meren, Haarlem, Haarlemmerliede-Spaarnw oude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Landsmeer, Laren, Lelystad, Oostzaan, Ouder Amstel, Purmerend, Uithoorn, Velsen, Waterland, Weesp, Wijdemeren, Wormerland, Zaanstad, Zandvoort

Hoof dstuk 3

15

Figuur 3.2: Verhuisbewegingen SRA (bron: Concept Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 t/m 2020)

Figuur 3.3: Verhuisbewegingen MRA (saldo) als onderdeel van de Noordvleugel Randstad (bron: Mon itor Woningproductie Noordvleugel 2016, bew erking BRO)

Schets woningmarktregio De MRA behoort tot de Europese top vijf van economisch sterke regio’s en is een populaire regio om te wonen. Rode draad van de samenwerking in MRA verband is het behouden en versterken van die internationale concurrentiepositie. Deze ambitie is alleen haalbaar in combinatie met een sterke en gezonde woningmarkt. De MRA kenmerkt zich door een grote afwisseling van kwalitatief hoogwaardige stedelijke en landelijke woonmilieus die onderling met elkaar verbonden zijn. Het is een netwerk waarvan Amsterdam het middelpunt vormt en dat met de 31 andere gemeenten een veelzijdige woonkwaliteit

16

Hoof dstuk 3

te bieden heeft. De MRA blijft groeien de komende jaren. De groei komt deels van binnenuit, uit natuurlijke aanwas en individualisering (minder mensen per huishouden/ hui shoudensverdunning). Een ander deel van de groei komt van buiten, door instroom vanuit andere delen van Nederland en vanuit het buitenland.

3.3

Actueel beleid

Deze paragraaf gaat in op het gemeentelijk en provinciaal woonbeleid dat kaderstellend is voor de woningbouwontwikkeling op Centrumeiland. Goed Wonen in Noord Holland - Provinciale Woonvisie 2010-2020 De Provinciale Woonvisie kent drie speerpunten van beleid: 1. Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning. 2. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners. 3. Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. Hiermee streeft de Provincie naar voldoende woningen in een aantrekkelijk woonmilieu en met een passende kwaliteit in het jaar 2020. Concreet betekent het dat NoordHollanders meer dan nu kunnen wonen in het soort woning op die specifieke locatie die zij voor ogen hebben. Wonen in de metropool - Woonvisie Amsterdam tot 2020 In 2008 is de Woonvisie Amsterdam tot 2020 vastgesteld. De visie richt zich op een attractieve en ongedeelde stad, waarin sociale segregatie en ruimtelijke tweedeling voorkomen moeten worden en waarin meer ruimte is voor woningen in het midden en dure segment. Dit uit zich in zeven thema’s die centraal staan: Emancipatiestad, Ongedeelde stad, Betaalbare stad, Vernieuwde stad, Topstad, Zorgzame stad en Duurzame stad.

De prioriteiten die daarbij horen zijn: Gebieden met hoge marktdruk blijven toegankelijk voor lage en middeninkomens ; Een groter aanbod in het middensegment; Stad voor kinderen; Specifiek bouwen voor specifieke groepen; Gebiedsgericht werken; Samenwerking. Koers 2025 - Ruimte voor de stad & Actieplan woningbouw 2014-2018 Amsterdam is populair en groeit elk jaar met gemiddeld circa 10.000 inwoners. Het College wil de groei van de stad faciliteren, maar ook de druk op de lokale en regionale wo-

Hoof dstuk 3

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12372147/1