CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2022-216F BP Jan Evertsenstraat-West -Tennispark - Bijlagen bij toelichting

RAAD 9 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark, en het besluit tot wijziging van de WelstandsnotaVN2022-02242130.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BEHOORT BIJ BESLUIT VAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM ,NR. 21 6 /1\-/Li VAN DE RAADSGRIFFIER,

Gemeente X Amsterdam

x

Bestemmingsplan Jan Evertsenstraat-West, Deelgebied Tennispark

Vastgesteld

mr. J.S.Y Houtman

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.F1901BPGST-VG01

Datum print

6 Oktober 2022

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Bijlagen

5

Bijlage 1

Toelichting in PDF

7

Bijlage 2

Rapport LIB

121

Bijlage 3

m.e.r.-beoordeling Jan Evertsenstraat-West

141

Bijlage 4

Lichthinderonderzoek

277

Bijlage 5

Onderzoek luchtkwaliteit

317

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid

441

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek schoolpleingeluid

541

Bijlage 8

Trillinghinderonderzoek

607

Bijlage 9

Verkeersonderzoek

637

Bijlage 10

Waterparagraaf

673

Bijlage 11

Archeologisch bureauonderzoek

701

Bijlage 12

Cultuurhistorische verkenning

731

Bijlage 13

Natuurwaardenonderzoek

751

Bijlage 14

Vleermuizeninventarisatie

809

Bijlage 15

Onderzoek stikstofdepositie - rapport

817

Bijlage 16

Onderzoek stikstofdepositie - bijlage 1: Aerius verschilberekening

831

Bijlage 17

Hoogbouw Effect Rapportage

839

Bijlage 18

Windhinderonderzoek

867

Bijlage 19

Bezonningsstudie

903

Bijlage 20

Magneetveldonderzoek

913

Bijlage 21

Onderzoek stemgeluid vanaf horecaterras

939

Bijlage 22

Nota van beantwoording zienswijzen

949

Bijlage 23

Nota van wijzigingen

965

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 5

Bijlagen

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 7

Bijlage 1

Toelichting in PDF

Gemeente Amsterdam

Bestemmingsplan Jan Evertsenstraat-West, Deelgebied Tennispark

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.F1901BPGST-VG01

Datum print

6 Juli 2022

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging van het plangebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

7 7 8 9 11

Het ruimtelijk kader

13

Historie Beschrijving huidige situatie Ontwikkelingen

13 16 20

Beleidskader

35

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

35 42 44 44

Milieuaspecten

53

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Milieueffectrapportage Milieuzonering bedrijven Lichthinder Luchtkwaliteit Geluidhinder Trillingen Externe veiligheid Bodemkwaliteit Magneetvelden

53 54 57 58 60 65 66 69 71

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

73

Mobiliteit Water Archeologie en cultuurhistorie Natuurbescherming Hoogbouwaspecten

73 78 88 92 96

Juridische toelichting

101

Algemeen De planregels

101 101

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

107

Hoofdstuk 8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

109

Participatie Vooroverleg Zienswijzen

109 109 109

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2

8.1 8.2 8.3

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op 6 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders de projectnota "Jan Evertsenstraat-West" vastgesteld. Het projectgebied Jan Evertsenstraat-West ligt tussen het Mercatorplein en de Sloterplas en is zo’n 1,4 kilometer lang. De ambitie is om het projectgebied om te vormen tot een vitaal en levendig, stedelijk woon-werkmilieu, waarmee tevens een goede verbinding (stadsstraat) ontstaat dus Nieuw-West en de binnenstad. Het plan is om onder meer circa 3.200 woningen te bouwen. Er zijn vijf deelgebieden: 1. Tennispark Sloterplas. Hier bevinden zich momenteel 12 buitenbanen, een hal met 3 binnenbanen, een clubhuis en een kantine; 2. Busgarage van het GVB met een werkplaats, wasserette en stalling voor circa 100 stadsbussen; 3. OLVG-West met het ziekenhuis met een ambulancepost en een groot parkeerterrein op maaiveld; 4. Mercatorpark met Reade (centrum voor revalidatiegeneeskunde en reumatologie), de voormalige LTS Patrimonium (broedplaats en restaurant/ club De School), gemeentewerf, buurthuis, zwembad met ligweide en speeltuin; 5. Herprofilering Jan Evertsenstraat, tussen het Mercatorplein en de Sloterplas, met een watergang en een trambaan.

De vijf deelgebieden Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridisch kader voor de ontwikkeling van het eerste deelgebied: het Tennispark. De ontwikkeling omvat: woningbouw (maximaal 565 zelfstandige woonruimtes), tennis- en padelbanen (verdeeld over twee lagen), horeca, een integraal kindcentrum, twee nieuwe bruggen en een fietspad aan de spoorzijde. Het vorige ontwerpbestemmingsplan heeft van 19 december 2019 tot en met 29 januari 2020 ter inzage gelegen. Het bouwplan is inmiddels op een aantal punten gewijzigd. Om kennis te kunnen nemen van deze wijzigingen, is het bestemmingsplan opnieuw ter inzage gelegd.

1.2

Doel bestemmingsplan

Het doel van dit bestemmingsplan is om een planologisch-juridisch kader te scheppen voor de ontwikkeling van het Tennispark zoals beoogd in de projectnota "Jan Evertsenstraat-West".

Gemeente Amsterdam

blz. 8

1.3

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in stadsdeel Nieuw-West, voor het grootste gedeelte in de wijk Slotermeer-Zuidwest en voor een klein deel in Slotervaart-Noord. De locatie bevindt zich op het uiterste westelijke punt van de Jan Evertsenstraat.

Ligging van het plangebied

Ligging in

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 9

Amsterdam Het plangebied wordt begrensd door: de burgemeester Cramergracht aan de westzijde; de Jan Evertsenstraat aan de zuidzijde; de ringspoorbaan aan de oostzijde; de woningen aan de August Vermeylenstraat aan de noordzijde. Het plangebied is ongewijzigd ten opzichte van het vorige ontwerpbestemmingsplan.

1.4

Geldende bestemmingsplannen Op het grootste gedeelte van de planlocatie gold het bestemmingsplan "Slotermeer", vastgesteld op 10 juni 2008 en onherroepelijk geworden op 27 mei 2009.

In het bestemmingsplan "Slotermeer" is aan het grootste gedeelte van het plangebied de bestemming "Ontspanning en Vermaak" toegekend. Daarnaast zijn de bestemmingen "Groen 1", "Groen 2",

Gemeente Amsterdam

blz. 10

"Verkeer 2", "Verkeer 4" en "Water" van toepassing. Ten slotte is in het plangebied een onderstation van Prorail aanwezig waaraan de bestemming "Verkeer 5" is toegekend. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het bovengenoemde bestemmingsplan. Zowel woningen als een integraal kindcentrum zijn binnen de huidige bestemmingen niet toegestaan. Binnen de bestemming "Ontspanning en Vermaak" zijn wel sportvoorzieningen toegestaan, maar niet in de gestapelde vorm die thans is beoogd. Ten slotte zijn de twee voorziene extra bruggen niet toegestaan binnen de bestemmingen "Water" en "Groen 1". In het zuidelijk deel van het plangebied gold tevens het bestemmingsplan "Lucas Andreas e.o.", vastgesteld op 29 mei 2013.

Deel plangebied "Lucas Andreas e.o."

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 11

Aan de gronden die bij het plangebied horen, zijn de bestemmingen "Groen" en "Water" toegekend. Tevens is de gebiedsaanduiding "Geluidszone - industrie - Westpoort" opgenomen. Binnen genoemde bestemmingen is de nieuwe brug toegestaan. Ter plaatse van het plangebied gold ook het paraplubestemmingsplan "Drijvende bouwwerken", vastgesteld op 18 september 2019 (onherroepelijk). Dit bestemmingsplan heeft betrekking op woonboten en daaraan gerelateerde gewijzigde wetgeving en jurisprudentie. Het is daarom niet van belang voor voorliggend bestemmingsplan, aangezien woonboten niet worden toegestaan. Ten slotte is het paraplubestemmingsplan "Grondwaterneutrale kelders", vastgesteld op 7 oktober 2021 van toepassing. De regels van dit bestemmingsplan zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan en vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Zie hierover ook 6.2.

1.5

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 8 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft het ruimtelijk kader van het plangebied, waarbij wordt ingegaan op de historie, de huidige situatie en op de ontwikkelingen die zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van Rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en hoofdstuk 5 behandelt de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. Een toelichting op de juridische systematiek, een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 2

Het ruimtelijk kader

Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de historische ontwikkeling van het plangebied. Daarnaast bevat het hoofdstuk een beschrijving van de huidige situatie en van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

2.1

Historie

Het plangebied Jan Evertsenstraat- West is het resultaat van een geschiedenis waarin twee ontwikkelingen zeer bepalend zijn geweest: 1. de ontginning van het landschap en de ontwikkeling tot veenweidelandschap: een proces dat in de 12e eeuw is begonnen en dat daarna tot een tamelijk stabiele situatie heeft geleid, die vele eeuwen heeft geduurd. 2. De ontwikkeling van de na-oorlogse stad vanaf 1950. Op deze periode gaan we hier uitgebreider in. Eind jaren '30 reikte de stad al tot de Orteliuskade (uitbreidingsplan Amsterdam-West). Het was de tijd dat het Algemene Uitbreidingsplan (AUP) al vastgesteld was, maar er nog werd gewerkt aan de (huidige) vooroorlogse stad. De Orteliuskade werd de grens tussen de klassieke stad met gesloten bouwblokken en de moderne uiteengelegde stad. Het Algemeen Uitbreidingsplan als kader Tennispark Sloterplas ligt aan de noordzijde van de Jan Evertsenstraat, vlak voor de rotonde die als venster op de Sloterplas is ontworpen en de toegangspoort vormt voor Tuinstad Slotermeer in het noorden en Slotervaart in het zuiden. De Jan Evertsenstraat zelf is een belangrijke oostwest verbindingsweg die de oude stad met de nieuwe uitbreidingen van na de oorlog verbindt.

De bebouwing en inrichting van de openbare ruimte van de Jan Evertsenstraat is gebaseerd op het stedenbouwkundig plan voor het Overtoomseveld, een uitwerking van het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1935. Omdat deze tuinstad in het centrum van de Westelijke tuinsteden kwam te liggen werd een deel van het gebied bestemd voor grootschalige instellingen als een remise voor het GVB, een zwembad, een ziekenhuis en enkele scholen. Als kader voor de invulling van de velden ontwierp de afdeling Stadsontwikkeling een orthogonaal raster van hoofdverkeerswegen. De grotere instellingen kwamen ten noorden van de Jan Evertsenstraat te liggen. Wederopbouwgebied van nationaal belang: Westelijke Tuinsteden en Beschermd Stadsgezicht Noordoever Sloterplas Een deel van de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam Nieuw-West is verankerd in het Rijksbeleid. Het Tennispark valt grotendeels binnen de door het ministerie aangeduide Wederopbouwgebied van Nationaal belang Westelijke Tuinsteden. Het plangebied Tennispark grenst aan het gemeentelijk vastgesteld Beschermd Stadsgezicht Noordoever Sloterplas waartoe een zeer beperkt deel van het plangebied, met groen, water en een sluisje aan de zuidwest kant langs de Jan Evertsenstraat, behoort. Voor het gebied 'Sloterplas en zijn oevers' is een cultuurhistorische verkenning opgesteld als basis voor de aanwijzing tot een gemeentelijk beschermd stadsgezicht.

Het plangebied Tennispark valt buiten het betreffende gebied. Zie met betrekking tot het bovenstaande ook 5.3. Jaren '30: AUP

Gemeente Amsterdam

blz. 14

Het AUP volgde de moderne stedenbouwkundige ideeën van die tijd, waarin gebruik werd gemaakt van gedetailleerd sociaalwetenschappelijk onderzoek en bevolkingsgroeiprognoses om de vier hoofdfuncties wonen, werken, recreatie en verkeer in relatie tot elkaar in de ruimte te ordenen. De stad kreeg hierin een vingervormig bebouwd gebied, van het midden tot de rand, waartussen de groene zones waren gepland. De stedenbouwkundige structuur van de Westelijke Tuinsteden is het resultaat van het samenspel tussen de infrastructuur, de bebouwing en het water- en groenstructuur: de Sloterplas en het Sloterpark vormen de groene kern van het nieuwe stadsdeel, terwijl het Rembrandtpark en de Westlandgracht, op de overgang van oud naar nieuw, de stedenbouwkundige ontwikkeling van de wijken binnen de ringspoorbaan afronden. Rembrandtpark was noord-zuid gepland en kreeg een vrij grote omvang, omdat in aangrenzende vooroorlogse wijken weinig parkgroen aanwezig was. Amsterdam-West was niet alleen slecht bedeeld met parken en openbaar groen, maar ook aan bijvoorbeeld sportterreinen ontbrak het. Dat betekende dat er ook in de Ringzone-West ruimte werd gemaakt voor sport en groen. Het Sportpark Jan van Galenstraat (waar nu de wijk Laan van Spartaan ligt) is hier een voorbeeld van.

In het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935 vormt het Tennispark onderdeel van een groenstrook langs de ringspoorlijn die bedoeld was voor recreatie (volks- en schoolwerktuinen). In de uitwerking werd de ruimte voor groen en ontspanning gerespecteerd aangezien sport als onderdeel van de groenstructuur werd beschouwd. Jaren '50: wederopbouw Na de oorlog werd het AUP op delen herzien en uitgevoerd. Een belangrijke ontwikkeling die invloed heeft gehad op het gebied is de opkomst van de welvaartsstaat die op de oorlog volgde. Dit leidde niet alleen tot een veel snellere realisatie van het AUP dan gepland, maar ook tot de komst van tal van voorzieningen, zoals ziekenhuizen, kantoren en onderwijsvoorzieningen waarvoor in de oude stad geen plaats was. Bij de Jan Evertsenstraat kwamen als gevolg daarvan het Lucas Ziekenhuis (nu OLVG-West), de Roomskatholieke LTS Dominicus Savio (nu Vliegbasis de Huygens), de 2e Christelijke LTS Patrimonium (nu De School, LTS, Ambachtshuis), het ABN-kantoor (en later o.a. GAK en Getronics; nu Hotelschool en Leonardo hotel) en de busgarage van het GVB. Al deze voorzieningen werden goed ontsloten voor misschien wel het belangrijkste symbool van het na-oorlogs Nederland: de auto.

Om de autobereikbaarheid van het gebied en heel Amsterdam-West te verbeteren zette Amsterdam in de jaren '50 in de onderhandelingen met Rijkswaterstaat in op een Ringweg binnen de bebouwde kom. Een weg die Rijkswaterstaat liever buiten de stad zag komen. Amsterdam sleepte naar de maatstaven van die tijd een goed onderhandelingsresultaat binnen: op de plek van de in het AUP geplande Parkway Einsteinweg kwam de A10-West. Sloterplas Het Sloterpark en -plas vormen het groenblauwe hart van de Westelijke Tuinsteden, waarmee de ontwerpers van het AUP het belang van groen als integraal onderdeel van de naoorlogse stedenbouw wilden benadrukken. De rotonde met de bruggen ten oosten en zuiden daarvan is samen met de als een 'parkway' vormgegeven Noordzijde deel van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Noordoever ontworpen. De vormgeving van de Noordoever wordt beschouwd als een hoogtepunt in de naoorlogse stedenbouw van Amsterdam. In de enscenering van de verschillende typen openbare ruimte die in de Noordoever tot een geheel zijn samengebracht, zijn de stedenbouwkundige principes van het Nieuwe Bouwen zoals Van Eesteren en zijn medewerkers die hanteerden, goed zichtbaar. De vormgeving van het terrein van Tennispark Sloterplas gaat een lange ontwerpgeschiedenis vooraf.

Het terrein van Tennispark Sloterplas was in het AUP voor 'ontspanning' bedoeld, met name als onderdeel van een brede groenstrook met volks- en schoolwerktuinen langs de ringspoorlijn, vanaf de Haarlemmerweg tot bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 15

aan de Nieuwe Meer. Recreatievoorzieningen zoals onder anderen parken en plantsoenen, volks- en schoolwerktuinen en sportterreinen vormden samen in het plan de groenstructuur van de stad. Na de oorlog werd het AUP op delen herzien en uitgevoerd en werd groen daadwerkelijk gebruikt als gelijkwaardig stedenbouwkundig element. Op de bouwkavel van Tennispark Sloterplas kwamen in plaats van de geplande volks- en schoolwerktuinen woningen aan de zijde van de Jan van Galenstraat en een tennispark aan de zijde van de Jan Evertsenstraat, gescheiden van de ringspoorbaan door een doorlopende groenstrook. In deze uitwerking werd bovendien de ruimte voor groen en ontspanning deels gerespecteerd aangezien sport als onderdeel van de groenstructuur werd beschouwd. In het "Voorlopig Schetsplan" voor Slotermeer (1937) verschijnt voor het eerst de rotonde op de kaart. Ook aan de beplanting is dan al meer aandacht besteed. Pas in het Uitbreidingsplan van 1939 wordt de hele Sloterplas in het plan voor Slotermeer weergegeven en zijn meer details uitgewerkt. Er is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen een stedelijk karakter voor de noordelijke- en zuidelijke kop van de plas en de meer landschappelijk karakteristiek van de oost- en westzijde. Dit principe komt in de latere plannen terug.

De noordelijke oever werd gezien als de plaats waar de meeste bezoekers uit de binnenstad het Sloterpark zouden bereiken. De Noordoever zou daarom ingericht moeten worden om grote aantallen bezoekers uit alle delen van de stad op te vangen. In dit gedeelte zijn ook de meest gebruiksintensieve voorzieningen (strandbad, paviljoen, jachthaven) opgenomen. Het stedelijk karakter van de Noordoever wordt op een hoger schaalniveau sterk geaccentueerd door de drie hoge galerijflats van P. Zanstra uit 1965 die over het water gezien een stedelijke wand vormen. Hiervoor maakt het bureau van Zanstra diverse compositiestudies, waarschijnlijk omdat de ontwerpers op zoek waren naar een bouwmassa die aan de ene kant opgewassen was tegen de schaal van de Sloterplas, maar toch voldoende open was en vrij in de ruimte stond, hetgeen een belangrijk ideaal was van het Nieuwe Bouwen. Deze studies waren al voorbereid op de opeenvolgende ontwerpen voor Slotermeer. De hoogbouwflats, als lamellen ten opzichte van elkaar geplaatst, vormen vanuit bepaalde perspectieven een gesloten wand en openen zich weer bij het passeren. Ze fungeren als tegenhanger van het ensemble Torenwijck aan de "landelijke" westzijde van de plas. Het gebied rondom de Sloterplas is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aangewezen als Wederopbouwgebied van nationaal belang.

De noordoever van de Sloterplas met de drie hoge galerijflats is aangewezen als gemeentelijk Beschermd stadsgezicht, waartoe een zeer beperkt deel van het plangebied behoort. In de eerste helft van de jaren '90 is het Waterzuiveringsterrein gelegen ten zuiden van de Jan Evertsenstraat getransformeerd naar een woonwijk Oostoever. Naast laagbouwwoningen is een solitaire toren toegevoegd aan de kant van de Sloterplas. Begin 21e eeuw Rond de eeuwwisseling kwam een ontwikkeling op gang die een nieuwe kans voor het gebied betekende: de groei van het centrummilieu met hoge dichtheden en een sterke menging van functies, en de krimpende kantorenmarkt. Leegstaande kantoren werden gevuld met studentenwoningen en hotels, oude scholen veranderden in broedplaatsen. Dit allemaal als gevolg van een steeds sterker wordende druk vanuit de binnenstad. Deze ontwikkeling werd met de Structuurvisie 2040 officieel beleid: de uitrol van het centrummilieu en de ontwikkeling van een centrummilieu in de Ringzone-West. Zo heeft al aan de overkant van de Jan van Galenstraat de herontwikkeling van Laan van Spartaan plaats gevonden, van sportpark naar een woonwijk. De uitrol van het centrummilieu vormde de opmaat voor het project Jan Evertsenstraat-West; een project dat tot doel heeft om het gebied te verdichten, te verbinden met de omgeving en te verlevendigen.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Hiermee wordt een nieuwe ontwikkeling aan het gebied toegevoegd.

2.2

Beschrijving huidige situatie

Ligging van het projectgebied Het Tennispark is onderdeel van het projectgebied Jan Evertsenstraat-West. Het projectgebied Jan Evertsenstraat-West ligt op de overgang van de Baarsjes en de Sloterplas en vormt een verbinding tussen een stad met gesloten bouwblokken en wijken met een open verkaveling. Het Tennispark, onderdeel van projectgebied Jan Evertsenstraat-West ligt vlakbij de Sloterplas tussen de Burgemeester Röellstraat (in het verlengde van de Jan van Galenstraat), de Jan Evertsenstraat-West, de Burgemeester Cramergracht en de Ringspoorbaan met metro en trein. Ten zuiden van de Jan Evertsenstraat-West ligt de wijk Slotervaart-deelgebied Oostoever, met woningen die zicht hebben op de Sloterplas. Aan de westzijde van het Tennispark ligt Slotermeer. Het deelgebied Busgarage, welke ook onderdeel is van het projectgebied Jan Evertsenstraat-West, met o.a. het Student hotel en de GVB-remise wordt door de spoordijk gescheiden van het plangebied Tennispark. Zowel de toekomstige bebouwing, de inrichting van het Tennispark en de groenaanleg kunnen niet los gezien worden van de vormgeving van de infrastructuur en de groenstructuur van Nieuw-West als geheel. Huidige bebouwing en gebruik Ten noorden van het Tennispark ligt een plein, met twee woonblokken rondom. Dit is de August Vermeylenstraat.

De bestaande woningbouw bestaat uit een strook met drielaags grondgebonden woningen aan de westzijde (aan de gracht), en een flatgebouw met verbrede plint met winkels en kinderdagverblijven (resp. 2e en 3e orde, ordekaart AUP). Deze bebouwing is onderdeel van de monumentale vormgeving van de Burgemeester Röellstraat. De twee woningbouwblokken van 8 en 3 lagen hoog vormen een ensemble met de woningbouwblokken aan de overzijde van de Burgemeester Röellstraat en markeren gezamenlijk een monumentale toegangspoort tot Nieuw-West.

Woningen aan de August Vermeylenstraat Sinds begin jaren '60 is er een tennispark in dit plangebied. Voordat het tennispark werd aangelegd, was de grond braakliggend. In de jaren '70 is aan de noordkant van het tennispark een tennishal bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 17

gebouwd. In de daaropvolgende jaren is de (hoofd)opzet van het tennispark nauwelijks meer veranderd. Het tennispark bevat 12 buitenbanen, een tennishal met 3 binnenbanen, een kantoor, kantine en wat opslagruimten.

Toegang tennispark Het plein tussen de woningen ligt hoger dan het tennispark. De woningen aan de gracht hebben als gevolg daarvan twee lagen aan het plein- en drie aan de grachtzijde. De woningtoegangen - en die van de garages liggen aan het plein. De flat keert zich met de achterzijde naar het plein omdat het ontsloten wordt vanaf de Burgemeester Röellstraat via een portiekontsluiting. De plint heeft daardoor een nogal gesloten gevel naar het plein en wordt plaatselijk hooguit wat meer geopend bij de buitenruimte van de kinderopvang. De toegangen voor de plintfuncties liggen net als bij de woningen aan de Burgemeester Röellstraat. Langs de spoorbaan ligt onderaan het spoortalud een onderstation van ProRail. Het plan blijft buiten de contour van een mogelijke NS-spooruitbreiding. Een mogelijk nieuw treinstation aan de Jan Evertsenstraat en een mogelijke nieuwe toegang van het bestaande metrostation buiten het plangebied aan de Jan Evertsenstraat vormen geen onderdeel van het plan. Vooralsnog is het niet aannemelijk dat binnen de termijn van het bestemmingsplan deze railprojecten worden uitgevoerd. Openbare ruimte Het tennispark neemt het grootste deel van het plangebied in beslag. Twee openbare routes doorkruisen het plangebied in noord-zuid richting. Het tennispark is via de route langs de burgemeester Cramergracht ontsloten.

Deze route langs de gracht is via een brug met de Jan Evertsenstraat voor langzaam verkeer verbonden en loopt door tot op het plein met de bestaande woningen. Aan de noordzijde bij de bestaande woningen ligt ook de auto-ontsluiting. De pleinruimte aan de August Vermeylenstraat is toegankelijk voor al het verkeer vanaf de Burgemeester Röellstraat en is ingericht met speelvoorzieningen, groen, ondergrondse vuilcontainers en circa 69 parkeerplaatsen voor auto's. Een brede voetgangersbrug vanaf de Jan Evertsenstraat biedt een wandelroute onder aan het spoortalud tot aan de August Vermeylenstraat en Burgemeester Röellstraat. Deze route wordt ook veel gebruikt door fietsers in noord-zuid richting (en omgekeerd). De metrotoegang bevindt zich onder het

Gemeente Amsterdam

blz. 18

spoorviaduct aan de Burgemeester Röellstraat. Met de inpassing van de hekken en poortjes de laatste jaren (invoering chipkaart) is de ruimte voor voetgangers onder druk komen te staan. De druk op de openbaar ruimte neemt toe door het veelvoud aan fietsklemmen/geparkeerde fietsen aan weerskanten van opgangen van het station.

Voetgangersroute langs de Burgemeester Cramergracht met beeldbepalende bomen Het gebied is onderdeel van de typische groenstructuur langs de ringspoorbaan in Amsterdam west. Lanen met grote volgroeide bomen die hoog boven het spoor uitsteken domineren het beeld daarin en dat is ook hier het geval. De groenstrook langs het spoor aan de oostkant van het gebied is onderdeel van een ecologisch netwerk. Langs de spoordijk en de Burgemeester Cramergracht staan beeldbepalende bomen. Het gehele bruggen- en kadecomplex, inclusief de twee voetgangersbruggen, in het plangebied over de afwateringstocht langs de Jan Evertsenstraat zijn van de hand van architect Slebos. De westelijke brug is gewaardeerd met orde 1. Dit betekent dat deze brug is aangemerkt als monument met een cultuurhistorische waarde. Uitgangspunt bij orde 1 panden/objecten is behoud/restauratie. De gemeente werkt aan de plannen voor de toekomstige herinrichting van de Burgemeester Röellstraat. In de concept Nota van uitgangspunten transformatie Burgemeester Röellstraat is een herkenbaar groen profiel voorgesteld voor de hele Burgemeester Röellstraat met 4-dubbele bomenrijen, meer ruimte voor voetgangers en fietsers tussen gevels en rijweg, hagen langs de trambaan die in het gras ligt en bloemrijke bermen rond de rijweg.

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 19

Uitsnede Maatregelenkaart fiets en voetganger mobiliteitsplan Nieuw-West Om meer ruimte voor de fietser te maken wordt in de mobiliteitsstudie Nieuw-West ingezet op het versterken van doorgaande routes. Het hoofdnet fiets en plusnet fiets vormen samen een netwerk van fietsverbindingen die bestemmingen in de stad optimaal verbinden. Op een aantal plekken in de stad ontbreken schakels in dit netwerk. Voor Nieuw-West is dit onder andere een goede noord-zuid verbinding in de Ringspoorzone. Deze beoogde (snel)fietsroute is gepositioneerd ten westen van de spoordijk.

Gemeente Amsterdam

blz. 20

Het mobilteitsplan is op 29-06-2021 vastgesteld door het college van B&W en is 1 december voorgelegd aan de gemeenteraad. Over de financiering van het (snel)fietsroute worden nog nadere afspraken gemaakt.

Beoogde Noord-zuid(snel)fietsroute in ringspoorzone

2.3

Ontwikkelingen

Projectnota Jan Evertsenstraat-West 2018 De projectnota Jan Evertsenstraat-West welke op 6 maart 2018 is vastgesteld door het college van B&W dient als startpunt van de verdere uitwerking van deelgebied Tennispark. Uitgangspunten vastgelegd voor het gebied zijn om het om te vormen tot een levendig, stedelijk woon- en werkgebied. Deze projectnota is het startpunt van de verdere uitwerking van de gebiedstransformatie Tennispark Sloterplas. Doelstellingen en uitgangspunten van deelproject Tennispark vanuit projectnota Doel van het deelproject Tennispark is om een gemengd-stedelijk milieu in het westelijke deel van project Jan Evertsenstraat-West te ontwikkelen. Door het gebied te verdichten, te verbinden met zijn omgeving en te verlevendigen wordt invulling gegeven aan deze doelstelling. De ligging van het Tennispark, ten westen van de spoordijk en aangrenzend aan de Westelijke Tuinsteden, biedt een bijzonder aanknopingspunt voor gebiedsontwikkeling van het deelgebied Tennispark. De ambitie is om een aan de Tuinstedelijke opzet verwante stedelijke structuur te realiseren. Specifiek in dit gebied gebeurt dat in een hoge dichtheid met een rustig autovrij en zo groen mogelijk karakter in het binnengebied. Daarnaast komt er levendigheid aan de Jan Evertsenstraat en wordt zoveel mogelijk samenhang gezocht met de bestaande woningen en het gebied ten westen van het Tennispark.

Zo fungeert dit deelgebied als een overgangszone tussen de Tuinsteden en het meer

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 21

stedelijk milieu binnen de ring van Amsterdam. In de projectnota zijn voor het Tennispark ca 400 woningen opgenomen met gemiddeld 85m2 gebruiksvloeroppervlak. Naast woningbouw moet het plan ook ruimte bieden aan ondergrondse parkeerplekken voor de woningen en een integraal kindcentrum. Dit is een basisschool met 17 groepen, een kinderopvang, buitenschoolse opvang en een gymzaal. Ook is in de projectnota opgenomen dat vervangende tennisbanen in de omgeving gerealiseerd moeten worden. De huidige erfpachters hebben in het kader van zelfrealisatie een plan ingediend waarin zowel woningbouw en een integraal kindcentrum, als een nieuw modern tenniscomplex op de huidige locatie mogelijk worden gemaakt, waarmee de opgave voor vervangende tennisbanen in de nabije omgeving komt te vervallen. Het huidige tennispark ligt aan het spoortalud van trein en metro. Het metrostation Jan van Galenstraat ligt aan de noordoostzijde van het plangebied. De planontwikkeling dient rekening te houden met een eventuele spoorverdubbeling en eventueel een NS-station en/of een extra metro-toegang aan de Jan Evertsenstraat.

Mogelijke uitwerking deelgebied Tennispark uit de Projectnota Jan Evertsenstraat-West 2018. Bron: gemeente Amsterdam

Plan Gebiedstransformatie Tennispark Sloterplas Beoogde ruimtelijke structuur In 2018 heeft initiatiefnemer/erfpachter een plan ingediend bij de gemeente. Op basis op dit plan is er een initiatievenovereenkomst gesloten tussen de erfpachter en de gemeente. In deze periode is er een schetsontwerp en een voorlopig ontwerp van het bouwplan gemaakt door de initiatiefnemer en getoetst door de gemeente. In mei 2021 heeft de erfpachter de ontwikkelaar gevolmachtigd om namens hen afspraken te maken met de gemeente. In juni 2021 is een afsprakenbrief overeengekomen tussen de ontwikkelaar en de gemeente. Hierin zijn afspraken gemaakt over het vervolgproces van de gebiedstransformatie.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

Het basisidee van het plan dat is voorgesteld door Initiatiefnemer/erfpachter is meervoudig ruimtegebruik zodat er voldoende ruimte overblijft voor groen en ontsluitingen. Het plan bestaat uit twee noord-zuid lopende bebouwingszones: het tenniscomplex met een blok woningen ernaast langs de spoordijk en een strook woningen opgeknipt in drie bouwvolumes langs de Burgemeester Cramergracht. Een toren aan de Jan Evertsenstraat vormt een derde element van het plan. Aan de kant van bestaande woningen aan de August Vermeylenstraat is een integraal kindcentrum voorzien. Dit gehele complex met een hoog-stedelijke verdichting wijkt enerzijds af van compositorische en landschappelijke karakteristieken van het naastgelegen wederopbouwgebied maar voegt zich anderzijds in het groenblauwe structuur van het AUP. Belangrijke aanwezige groen- en waterstructuren zijn in het plan opgenomen en blijven verbonden met het groenblauwe raamwerk van Nieuw-West. De combinatie van woonbebouwing met het tenniscomplex doet recht aan de oorspronkelijke doelstelling van het AUP om sportvoorzieningen ruimte te bieden in de spoorzone. Tegelijkertijd zorgt het plan voor efficiënt ruimtegebruik in het kader van de verstedelijkingsopgave en het behoud van de tennisfunctie in de buurt.

Stedenbou wkundig concept. Bron: Arons en Gelauff architecten

Het plangebied Tennispark levert met het beoogde programma een hoge bebouwingsdichtheid. De dichtheid contrasteert met de open bebouwingsstructuur die kenmerkend is voor de Westelijke Tuinsteden. De toren markeert de overgang van de Jan Evertsenstraat naar de Westelijke Tuinsteden en de Sloterplas. Op de grote schaal van de Sloterplas presenteert het plan zich als een gebouwencomplex. Daarmee complementeert het de stedelijke ruimte rondom de Noordoever van de Sloterplas en neemt voldoende afstand van de drie galerijflats van Zanstra aan de Sloterplas. In de hoogbouw effectrapportage zijn de zichtlijnen op de nieuwbouw onderzocht vanuit de Sloterplas en de omliggende woonwijken, zie hierover uitgebreid 5.5.2. Bebouwing De bestaande (woon)bebouwing bestaat uit drie tot acht lagen respectievelijk aan de Burgemeester bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 23

Cramergracht, August Vermeylenstraat en de Burgemeester Röellstraat. De nieuwe bebouwing is het hoogst (70meter) aan de Jan Evertsenstraat en verloopt in hoogte trapsgewijs naar de 15 meter hoogte van het integraal kindcentrum in de richting van de bestaande woningen. De hoge bebouwing biedt goed zicht over de Sloterplas en markeert de locatie aan de Jan Evertsenstraat. De tennishal met buiten tennisbanen op het dak wordt ca 3,9 meter verdiept aangelegd en 6,5 meter vanaf peilhoogte en ligt onder aan het talud van de spoordijk. De woningen worden in twee stroken parallel aan het spoor met wisselende hoogte geplaatst. De strook woningen aan de spoorkant is tevens de geluidwering tegen het geluid van het spoor maar ook van het geluid van de tennisvelden en loopt af in bouwhoogte vanaf de toren met de bouwhoogtes van 41, 38 en 35 meter. Aan de spoorkant krijgt dit blok een dove galerijgevel voor de ontsluiting van de woningen en de buitenbanen op het dak van het tenniscomplex. Een drielaagse parkeergarage voor auto's en fietsen is ingepast tussen het woonblok langs het spoor en het tenniscomplex. Een toren van maximaal 70 meter vormt de beëindiging aan de Jan Evertsenstraat. De vooruitgeschoven positie en de plaatsing op kolommen maakt de toren los van beide andere stroken.

De toren past in de reeks van hoogbouwaccenten die zich langs de Jan Evertsenstraat bevinden en is vanuit de stad gezien het beginpunt van het Venster op de Sloterplas.

Stedenbouwkundig plan. Bron: Arons en Gelauff architecten De strook woningen aan de westkant, aan de gracht, bestaat uit drie bouwvolumes met een tussenruimte van 25 meter breed zodat ook de oostelijke bebouwingstrook een ruimtelijke verbinding krijgt met de omgeving en de overkant van de Burgemeester Cramergracht. De hoogte van de bouwblokken loopt af vanaf de Jan Evertsenstraat naar de noordkant van het plangebied en bedraagt respectievelijk 38, 32 en 29 meter. De plint van deze gebouwen onderscheidt zich van de hoger gelegen lagen van het gebouw, de gevels aan de waterkant en aan de binnenstraat maken een sprong van 1,5 meter naar buiten na de eerste twee bouwlagen zodat er op het maaiveld meer open ruimte ontstaat. Deze woningen staan met de voet op de 12 meter brede kade aan de Burgemeester Cramergracht die op het bestaande -0,9 meter NAP-niveau van de kade ligt. Verhoogde plantvakken markeren de overgang van de publieke route naar de privé buitenruimtes van de begane grond woningen. Het maaiveld tussen de twee stroken woonbebouwing wordt opgehoogd tot +0,80 meter NAP. Hier komt een

Gemeente Amsterdam

blz. 24

informele groene binnenstraat met ontsluitingen van de woningen aan weerszijden. Het integraal kindcentrum komt aan de noordzijde van het plangebied, op het huidige plein tussen de bestaande woningen en de spoordijk en in het verlengde van de tennishal. Tussen bestaande drielaagse woningen en de nieuwbouw langs de gracht is ca. 25 meter langs de gracht vrijgehouden. Hiermee wordt het integraal kindcentrum zichtbaar vanuit de omgeving en de overkant van de Burgemeester Cramergracht. Een nieuwe brug over de Burgemeester Cramergracht voor fietsers en voetgangers maakt het integraal kindcentrum beter bereikbaar. Het 15 meter hoge integraal kindcentrum met een speelplein wordt door haar positie tegen de spoordijk een schakel tussen bestaand en nieuw. De haakvormige bestaande bebouwingstructuur van de Westelijke Tuinsteden komt terug in de eveneens haakvormige maar meer compacte nieuwe bebouwing van het integraal kindcentrum. Hiermee wordt aangesloten op de reeks geometrische openbare ruimtes die refereren aan de taal van het AUP.

Programma In totaal kunnen in het plan maximaal 565 zelfstandige woonruimtes worden gerealiseerd met: 30% sociale huurwoningen, af te nemen door een corporatie van Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, 40% middeldure huurwoningen en 30% vrije sectorwoningen; of 40% particuliere sociale huur (bij geen geschikte corporatie), 40% middeldure huurwoningen en 20% vrije sectorwoningen. De beoogde ontwikkeling voldoet hiermee aan het gemeentelijke woonbeleid. Het sociale huurprogramma is tot stand gekomen in overleg met Stadgenoot. Het programma is opgesteld mede met het oog op de vernieuwingsopgave van Stadgenoot in de omgeving. Het gemiddelde oppervlakte van de woningen is ruim 50 m2 gbo. De helft van de woningen is geschikt voor eenpersoonshuishoudens en is <40 m2. De andere helft varieert tussen de 60 m2 en 120 m2. Vastgelegd is dat er minimaal 50% 2 of meerkamerwoningen wordt gerealiseerd. Voor het middensegment is vastgelegd dat de woningen gemiddeld tenminste 57 m2 gbo moeten zijn, waarvan minimaal 50% 3 - of meerkamerwoningen. De ontwikkelaar is een inspanningsverplichting aangegaan om deze woningen te vergroten naar minimaal 60 m2 gbo gemiddeld. In het VO heeft dat geleid tot een gemiddelde woonoppervlakte van ruim m2, waar de omvang varieert tussen ongeveer 40 m2 tot 80 m2. Voor het programma in de vrije sector zijn geen nadere afspraken gemaakt.

Mocht Stadgenoot onverhoopt afhaken en er geen andere corporatie het programma willen afnemen, dan zal de ontwikkelaar conform beleid moeten bouwen volgens het 40/40/20 principe. In plaats van het huidige tennispark wordt een compact modern tenniscomplex gerealiseerd bestaande uit twee inpandige tennisbanen, vier inpandige padelbanen en acht buiten tennisbanen op het dak van het tenniscomplex. Het tenniscomplex krijgt horeca op de tweede verdieping van de toren met een buitenterras grenzend aan de buitenbanen. Een inpandige parkeergarage biedt ruimte aan ca. 150 auto's, inclusief deelmobiliteit, en ca. 2260 (brom)- fietsen. Toekomstige bewoners en bezoekers van het tenniscomplex zullen gebruik maken van deze parkeergarage. Aan de kant van de Jan Evertsenstraat wordt mogelijk een horecagelegenheid toegevoegd in de plint van de toren om aan deze kant van het plangebied meer levendigheid te creëren in de aanloop naar de Sloterplas en als onderdeel van de stadsstraat. In de afgelopen 10 jaar zijn aan de noordoever van de Sloterplas, in Laan van Spartaan, aan de

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 25

oostoever van de Sloterplas en in Overtoomse Veld Noord woningen ontwikkeld. Er is echter niet meer onderwijscapaciteit bijgekomen, wat nu al leidt tot knelpunten op bestaande scholen. Op termijn gaan er behalve op de locatie Tennispark ook mogelijk op de plaats van de busgarage en in de omgeving van het OLVG woningen gerealiseerd worden. De behoefte aan een extra basisschool zal hierdoor nog verder groeien. Het is daarom noodzakelijk om op de locatie Tennispark als onderdeel van de ontwikkeling van woningbouw, een nieuw integraal kindcentrum te realiseren. Dit is ook opgenomen in de initiatievenovereenkomst en afsprakenbrief tussen gemeente en erfpachter/ontwikkelaar. Zie hierover ook 3.1.3. Het integraal kindcentrum valt buiten de zelfrealisatie door de erfpachters en wordt door het schoolbestuur ontwikkeld en gerealiseerd. Hiervoor worden separaat afspraken gemaakt met het schoolbestuur en afdeling Maatschappelijke Voorzieningen. Het integraal kindcentrum zal naast de basisschool met een gymzaal ruimte bieden aan een kinderdagverblijf en een buitenschoolse opvang.

Kaart programma, exclusief fiets- brommerparkeerplekken. Bron: Arons en Gelauff architecten Openbare ruimte De gemeente is verantwoordelijk voor het ontwerp van de openbare ruimte. In de aankomende periode vindt afstemming plaats tussen de gemeente en de ontwikkelaar over de realisatie van de openbare ruimte. Uitgangspunten verkeer Om het nieuwbouwcomplex te ontsluiten voor het autoverkeer wordt een nieuwe brug aangelegd vanaf de Jan Evertsenstraat. Via deze brug kan de ingang van de parkeergarage en de gezamenlijke fietsenstalling worden bereikt. Deze brug zorgt voor de verbinding vanaf de Jan Evertsenstraat met een stedelijk voorplein waar een aantal bijzondere functies gelegen zijn: de entree van het complex met een lobby die wonen, mobiliteit, parkeren en tennis met elkaar verbindt en een horecagelegenheid. De bestaande monumentale brug aan de westkant van de Jan Evertsenstraat wordt als logisch onderdeel opgenomen in het plan. De nieuwe brug voor de auto ontsluiting zal qua vormgeving moeten aansluiten op de bestaande bruggen. De bestaande voetgangersbrug aan de spoorkant wordt vervangen door een

Gemeente Amsterdam

blz. 26

voet- en fietsbrug. Aan de noordkant wordt de nu door het parkeren gedomineerde August Vermeylenstraat met een plantsoen omgevormd naar een hoogwaardig schoolplein dat ook voor de buurt bruikbaar is. De bestaande ontsluiting aan de Burgemeester Röellstraat zal worden aangepast voor de ontsluiting van bestaande woningen en het integraal kindcentrum. Het compactere plein wordt de noordentree van de nieuwe ontwikkeling en een belangrijke schakel naar de bestaande metrohalte aan de Jan van Galenstraat. De twee pleinen aan de noord- en de zuidkant worden verbonden door de binnenstraat tussen de woonblokken. Beide pleinen zijn voor een groot deel ontoegankelijk voor auto's zodat er ruimte voor verblijven en spelen ontstaat. Er is geen doorgaand autoverkeer door het plangebied mogelijk. Drie fiets- en voetgangersroutes in de noord-zuid richting ontsluiten het gebied voor het langzaam verkeer. Langs de spoordijk komt een nieuwe doorgaande snelfietsverbinding waar nu een wandelpad door het gebied loopt. Deze route wordt door een verbrede brug aangesloten op de Jan Evertsenstraat. De groenzone langs de Burgemeester Cramergracht zal ruimte bieden aan voetgangers. De binnenstraat met entrees van de woningen vormt een derde route voor voetgangers door het gebied.

Doordat al het fietsparkeren voor bewoners en bezoekers inpandig is opgelost, wordt het doorgaande fietsverkeer uit de binnenstraat en langs de Cramergracht geweerd. De nieuwe langzaam verkeersroute in de oostwest richting biedt met een extra brug over de Burgemeester Cramergracht een goede verbinding met de westelijke buurten en zorgt voor de bereikbaarheid van het metrostation. De verwachting is dat de toekomstige leerlingen van het integraal kindcentrum uit de omliggende buurten komen.

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 27

Beoogde aansluitingen van het plangebied voor autoverkeer. Bron: Arons en Gelauff architecten

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Beoogde aansluitingen van het plangebied voor fietsverkeer. Bron: Arons en Gelauff architecten

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 29

Beoogde aansluitingen van het plangebied voor voetgangers. Bron: Arons en Gelauff architecten Het laad en losverkeer voor het nieuwe plangebied zal worden ingepast in de parkeerstrook langs de Jan Evertsenstraat. Het laad-en losverkeer van het nieuwe schoolgebouw en bestaand/ te handhaven woningen zal plaatsvinden via de noordzijde van het plan en het plein August Vermeylenstraat. Er zijn een paar uitzonderingen waarbij het gemotoriseerde verkeer wordt toegestaan over de verhardingen van het plangebied: nood- en hulpdiensten, verhuiswagens, huisvuilophaalwagens. In het gebied zit een trafogebouw (zuidoosthoek van het plangebied) in beheer- en gebruik door ProRail die bereikbaar is en zal blijven via de nieuwe voet-/fietsbrug over de Jan Evertsenstraat. De onderhoudswagens van de tennisfunctie kunnen ten alle tijden gebruikmaken van de laad-en losplaatsen die ingepast worden langs de Jan Evertsenstraat. Overige laad- en losplaatsen worden nog onderzocht.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Beoogde routes nood en hulpdiensten, verhuiswagens en huisvuil. Beoogde laad en loszones en wensroute voor onderhoud tennisfunctie. Bron: Arons en Gelauff architecten Uitgangspunten groen en openbare ruimte Het bestaande groene talud langs de Burgemeester Cramergracht wordt gehandhaafd en aangevuld met nieuwe bomen. De Burgemeester Cramergracht blijft een belangrijke waterverbinding. Het bestaande groene profiel wordt hier behouden en versterkt. De Jan Evertsenstraat vormt een groenblauwe zone die de Burgemeester Cramergracht (en ook de Sloterplas) verbindt met het Rembrandtpark. Daarmee is het een belangrijke ecologische verbinding en routing voor fauna. De zuidzijde van de watergang, en grote delen van de noordzijde worden dan ook ingericht als een natuurlijke en informeel beplante zone waarbij de bruggen geen obstakel zullen vormen. De groene zone zal doorlopen onder de voet van de nieuwe ontsluitingsbrug. De derde groene verbinding op grote schaal is de zone langs het spoor; zowel het spoortalud als de zone langs de tennisbanen worden ingericht als natuurlijke en informeel beplante zone; waar mogelijk worden eerste orde bomen geplant. De tennishal biedt zicht op de langzaam-verkeersroute tussen de tennishal en de spoordijk. De route wordt daarmee sociaal veiliger, vooral ook 's avonds, door meer "ogen op de straat".

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 31

Schetsontwerp Openbare ruimte. Bron: MORE landschapsarchitectuur en stedenbouw Een hoge dichtheid van beplanting past bij een hoge bebouwingsdichtheid van de nieuwbouw. Uitgangspunt is om tot dicht aan de gevels veel verschillende beplantingsoorten te gebruiken met verschillende hoogtes en dichtheden. Doel is om een grote verscheidenheid van plantsoorten te gebruiken voor een zo groot mogelijke biodiversiteit, om hittestress tegen te gaan en zoveel mogelijk CO2 vast te leggen. De oppervlaktes aan verharding in het plangebied worden geminimaliseerd, om zoveel mogelijk regenwater op te kunnen vangen. Alle beplanting staat in volle grond zodat goede groeiplaatsen mogelijk zijn. De relatief kleine private buitenruimtes bij de woningen gelegen aan de Burgemeester Cramergracht en de woningen aan de binnenstraat worden afgescheiden van de publieke ruimte door de opgetilde beplantingsvakken. De autovrije openbare ruimte rondom de woningen krijgt een zo groen mogelijk karakter door opgetilde plantvakken (met zitplekken) die dicht beplant zijn met smal opgaande bomen en onderbegroeiing. In het plangebied wordt de Amsterdamse standaard voor de openbare ruimte (Puccini methode) toegepast. Eventuele afwijkingen in de toegepaste materialen worden met de Puccini commissie afgestemd. In 5.4.2 wordt ingegaan op de nieuwe, bestaande en te kappen bomen.

Groen Groen is cruciaal in de ontwikkeling van de (steeds meer) verdichtende stad en is nodig voor een economisch sterke en leefbare klimaatadaptieve stad. Het is noodzakelijk voor verblijven, rust, ontmoeting en beweging maar ook voor de biodiversiteit, natuur en een regen- en hittebestendige stad. De referentienorm maatschappelijke voorzieningen is bedoeld voor nieuwe buurten waar we alle kansen moeten benutten voor het realiseren van voldoende hoogwaardig en intensief te gebruiken buurtgroen. 'Tennispark' is een bestaande buurt waar woningen worden toegevoegd met veel hoogwaardig groen op een steenworp afstand van de Sloterplas. Voor de locatie tennispark is de inzet dan ook primair op het toevoegen van kwaliteit aan het al bestaande en te handhaven groen.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

De referentienorm gaat uit van twee typen groen: 'gebruiksgroen' 16 m2 per woning voor recreatie en verblijven, en 'ecosysteemgroen' 6 m2 per woning voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Beide soorten groen zijn in 'Tennispark' vertegenwoordigd. Strikt genomen voldoet het plan niet aan de referentienorm voor wat betreft groen. Wel wordt er uiteindelijk meer ópenbaar groen gerealiseerd omdat een groot deel van het huidige 'groen' zich op het niet openbare terrein van het Tennispark bevindt. Het spoortalud is onderdeel van de ecologische structuur van Amsterdam en wordt ook op deze manier gehandhaafd en ingezet voor begroeiing waar, naast vlinders, bijen en vogels, grondgebonden dieren, zoals de egel en de hermelijn, goed kunnen gedijen. Ook de watergang valt onder ecosysteemgroen met zijn ecologische oevers. Deze worden versterkt en uitgebreid. Daarnaast wordt de watergang waar mogelijk verbreed wat bijdraagt aan de rainproof doeleinden. Het verblijfsgroen in de openbare ruimte bestaat uit verschillende plantsoenen met hoogwaardige, bloeiende, beplanting en meerstammige struiken en bomen. Waar mogelijk wordt afgewaterd op de groenvakken wat bijdraagt aan de rainproof doelen voor de stad. Ook het schoolplein wordt hier onderdeel van.

Het gebruiksgroen én ecosysteemgroen strekt zich voorbij het plangebied uit in de westelijke richting naar het Sloterpark en langs de Jan Evertsenstraat richting het Rembrandtpark. Maatschappelijke voorzieningen Met de verdichting en transformatie van het huidige tennispark naar een woongebied met voorzieningen realiseren we een stukje Amsterdam dat de stad completer maakt. Met de doelgroepen die hier gaan wonen en gebruik van gaan maken wordt dit nieuwe stukje Amsterdam ook inclusiever. In de afgelopen 10 jaar zijn aan de noordoever van de Sloterplas, in Laan van Spartaan, aan de oostoever van de Sloterplas en in Overtoomse Veld Noord nieuwe woningen ontwikkeld. Er is echter niet meer onderwijscapaciteit bijgekomen, wat nu al leidt tot knelpunten op bestaande scholen in de omgeving. De behoefte aan een extra basisschool in dit gebied zal ook door woningbouw groei in Ringzone-West ook verder groeien. Het integraal kindcentrum is daarom mede op basis van deze capaciteitsvraag in de omgeving en op de toekomstige leerlingengroei/ groei van de stad opgenomen in deelgebied Tennispark. Andere maatschappelijke voorzieningen zijn in voldoende mate aanwezig in de directe omgeving van de locatie Tennispark, zodat de toekomstige bewoners daarvoor kunnen terugvallen op voorzieningen in de directe nabijheid.

Zo zijn binnen een straal van 500 meter meerdere eerstelijnszorg aanbieders aanwezig, waaronder gezondheidscentrum Nieuw-West aan de Jan Tooropstraat, maar ook logopedisten, tandartsen en voedingsspecialisten. De verwachting is dat de bestaande eerstelijnszorgvoorzieningen de groei van Tennispark kan opvangen. Het stadsdeel is voornemens een buurtkamer te realiseren in Overtoomseveld Noord rondom de nabij gelegen Knijtijzerpanden. Dat is goed voor de sociale cohesie tussen de oude en de nieuwe buurt. Andere belangrijk maatschappelijke voorzieningen in de directe omgeving die de groei van Tennispark opvangen zijn het Mundus College voor middelbaar onderwijs, meerdere zelfstandige kinderdagverblijven, de sportvelden van VVA Spartaan en het Sloterpark. Buitensport en spelen De stad wordt zo ingericht dat het de Amsterdammers uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten. Het groen in en rond de stad speelt hierin een belangrijke rol: het biedt Amsterdammers de mogelijkheid te sporten en bewegen in een natuurlijke, gezonde omgeving. De realisatie van spotvoorzieningen is onlosmakelijk verbonden met gebiedsontwikkeling, waarbij de referentienormen voor sport de basis vormen.

Voor wat betreft sporten in de openbare ruimte is de norm 1 m2 per woning, wat betreft spelen in de openbare ruimte is de norm 150 m2 op 300 woningen en wat betreft georganiseerde buitensport is bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 33

de norm 5 m2 per woning in gemengd stedelijk milieu. Sportvoorzieningen zijn vaak ruimte-extensief dat zij zich niet makkelijk laten inpassen in binnenstedelijke gebieden die bij uitstek geschikt zijn voor verdichting, zoals de locatie Tennispark. Daarvoor is de 1-2-3 benadering ontwikkeld. Er wordt eerst gekeken of er sportvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd in de gebiedsontwikkeling (stap 1), vervolgens naar het intensiveren van bestaande sportparken (stap 2) en wanneer stap en 1 en 2 onvoldoende ruimte bieden - het realiseren van nieuwe sportparken (stap 3).

Op de locatie tennispark wordt een compact modern tennis- en padelcomplex gerealiseerd bestaande uit twee inpandige tennisbanen, vier inpandige padelbanen en acht buiten tennisbanen. Het nieuwe complex is, mede omdat het jaarrond bespeelbaar is, een goede vervanging van het huidige complex. Dit tenniscomplex voorziet in een belangrijke sportfunctie voor een groter gebied. In spelen wordt binnen het gebied ruim voorzien op het openbare speelterrein van het integraal kindcentrum. In het plan worden de mogelijkheden voor sporten en spelen in de openbare ruimte uitgebreid. Daarvoor wordt ook gekeken naar de combinatiemogelijkheden met het gebruiksgroen en het autovrije binnenterrein. Dit komt terug in het ontwerp voor de openbare ruimte. Daarmee wordt invulling gegeven aan stap 1 van de benadering. Dit neemt niet weg dat er via stap 2 en 3 nog een bijdrage geleverd zal worden aan verdere doorontwikkeling van de sport in Nieuw-West. Deze benadering zal in 2022 in samenhang met de andere ontwikkelgebieden in Nieuw-West en aanpalende gedeelten van West worden opgesteld.

Gemeente Amsterdam

blz. 34

bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

blz. 35

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving en gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. De NOVI is een instrument van de Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve 1 paragraaf. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie. De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8.

Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. De eerste drie nationale belangen zijn van een ander, meer overkoepelend karakter, dan de overige. De nationale belangen staan in willekeurige volgorde.

De nationale belangen gelden daar waar nodig onverkort in de ondergrond. Er zijn vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Gemeente Amsterdam

blz. 36

2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier bovengenoemde NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Conclusie Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de nationale belangen uit de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, voorzien per 1 januari 2023, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).1 Het Barro beschrijft een aantal projecten en stelt per project regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Conclusie De onderwerpen die in het Barro staan zijn hier niet aan de orde. Het plan is dan ook in overeenstemming met het Barro. 3.1.3

Ladder Duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het deelgebied Tennispark ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Hieronder wordt beschreven waarom aan de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt behoefte bestaat. Demografische en economische ontwikkeling De behoeftevraag naar functies als wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen is in grote mate afhankelijk van de toekomstige demografische en economische ontwikkelingen in het gebied. Uit de Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2019 van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Bureau voor Statistiek blijkt het inwoneraantal van Amsterdam aanhoudend sterk te bestemmingsplan_Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12056293/1