Raadsbesluit 2022-184M Bijlage 13 Biz-Verordening BI-zone Staatslieden gebruikers 2023
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in:
Gemeenteblad
Uiterlijk bekendmaken op:
i oktober 2022
Niet eerder bekendmaken dan op:
n.v.t.
Consolideren op overheid.n1
Ja
Gevolgen voor de werking van een
n.v.t.
andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de
n.v.t.
leesbaarheid: Andere biizonderheden:
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de bedrijveninvesteringszone Staatslieden gebruikers 2023 (Verordening BI-Zone Staatslieden gebruikers 2023) De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 juli 2022; gelet op artikel 1, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; en gelet op de tussen de gemeente Amsterdam en de Biz-vereniging Staatslieden gesloten subsidieovereenkomst; gehoord de beraadslaging in de commissie SED; besluit de volgende verordening vast te stellen: Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Staatslieden gebruikers 2023. Hoofdstuk i Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a.
BI-zone: het aangewezen en gearceerde gebied op de van deze verordening deel uitmakende, en als bijlage ltoegevoegde, kaart.
b.
de Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones;
c.
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
d.
de uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Amsterdam en Biz-vereniging
e.
BIZ-plan: het plan van aanpak dat door de Biz-vereniging Staatslieden is opgesteld waarin
Staatslieden gesloten Uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 4 van de Wet. is aangegeven hoe de vereniging voornemens is de BIZ-subsidie te besteden. Artikel 2 Aanwijzing vereniging De Biz-vereniging Staatslieden (hierna: de vereniging) wordt aangewezen als vereniging als bedoeld in artikel 7 van de Wet.
Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen Artikel 3 Aard van de belasting Onder de naam 'BIZ-bijdrage' wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel 4 Belastbaar felt en belastingplicht 1.
De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van 5 jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en die als bestemming hebben, dan wel in gebruik zijn als (detail)handel, kantoor, horeca, cultuur-/gemeenschapsgebouw, sport/recreatie, medische dienstverlening of onderwijsinstelling.
2.
De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruiken.
3. a.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
b.
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
4.
Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 5 Belastingobject 1.
Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dient.
2.
Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
2
Artikel 6 Maatstaf van heffing De BIZ-bijdrage wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak. Artikel 7 Belastingtarief De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 300. Artikel 8 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede een maand later.
2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 10 Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZbijdrage. Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen Artikel 11 Algenneen Indien en voor zover in deze verordening daarvan niet is afgeweken, is de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 van toepassing. Artikel 12 Subsidievaststelling 1.
De subsidie wordt verstrekt aan de vereniging voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in het BIZ-plan.
2.
De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks to ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de daarmee samenhangende perceptiekosten, die zijn vastgesteld op 2,5%.
3.
In de Uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de wijze van bevoorschotting en de verrekening van meer- en minderopbrengsten van de ontvangen BIZ-bijdragen.
3
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 13 Inwerkingtreding en overgangsrecht 1.
Deze verordening treedt in werking op een nader door het college to bepalen datum nadat is gebleken van voldoende steun onder de bijdrageplichtigen als bedoeld in artikel 4 van de Wet.
2. Deze verordening eindigt op 31 december 2027 met dien verstande dat deze van kracht blijft voor belastbare feiten die zich voor de einddatum hebben voorgedaan. 3.
De datum van ingang van de heffing is ijanuari 2023.
Artikel 14 Deze verordening wordt aangehaald als Verordening BI-zone Staatslieden gebruikers 2023. Aldus vastgesteld in de raad
rgadering van 14 september 2022.
atsvervangend voorzitter an Wijnants
riffier outman
4
Kaart BI-zone Staatslieden gebruikers 2023
twuri
Toelichting Algemene toelichting De gemeenteraad stelt op verzoek van de ondernemers de bedrijveninvesteringszone (biz) in. In een biz betalen alle ondernemers (huurders en/of eigenaren) jaarlijks een bedrag. Dit bedrag wordt door de gemeentelijke belastingdienst geInd en, na aftrek van 2,5% heffingskosten, door de gemeente uitgekeerd aan de BIZ-vereniging. Dat gebeurt in de vorm van een subsidie. De BIZvereniging wordt speciaal opgericht om met dit subsidiegeld het BIZ-plan uit to voeren. De ondernemers bepalen in welk gebied zij een BIZ willen oprichten, welke activiteiten ze willen uitvoeren, wat dat kost en hoe de kosten moeten worden verdeeld over de deelnemers aan de BIZ. Omdat het innen van de "contributie" geregeld is als belastingheffing moet de gemeenteraad voor iedere BIZ afzonderlijk een belastingverordening vaststellen (de BIZ-verordening). Er zijn zes soorten verordeningen: op basis van vaste heffing of WOZ heffing voor een gebruikersbiz, een eigenaren-biz of een gebruikers-eigenaren-biz. Deze verordening is ten behoeve van een gebruikers-biz op basis van een vaste heffing.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 4.1: voorbeelden van objectsoorten zijn horeca, (detail)handel/winkel, cultuur/gemeenschapsgebouw, creche/peuterspeelzaaI, parkeergarage, sport/recreatie, kantoor Artikel 12.2: de 2,5% heffingskosten komen ten gunste van Belastingen: volgens de wet mogen perceptiekosten worden geheven, uitsluitend ter dekking van de kosten van het heffen van de bijdrage. Artikel 13.1: in het najaar vinden de draagvlakmetingen plaats. Hier kunnen de ondernemers zich uitspreken voor of tegen instelling van de biz. Als voldoende steun is verkregen voor instelling treedt de verordening in werking middels een B&W besluit. Als er onvoldoende steun is, wordt de verordening ingetrokken middels een raadsbesluit.
5