Raadsbesluit 2022-177B Nota van wijzigingen BP Buikslo
Tekst van het document
Nota van wijzigingen Ten behoeve van vaststelling Bestemmingsplan ‘Buiksloterham 8e herziening’
Colofon Opdrachtgever Opdrachtnemer Datum
Grond en ontwikkeling Ruimte en duurzaamheid 17 maart 2022
1
Inhoud Algemeen ..............................................................................................................................3 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze ............................................................................4 Regels ............................................................................................................................................4 Verbeelding ...................................................................................................................................4 Ambtshalve wijzigingen .........................................................................................................6 Verbeelding ...................................................................................................................................6
2
Algemeen Deze 8e herziening heeft betrekking op kavel 19 in Buiksloterham. Het wordt globaal begrensd door de Papaverweg aan de noordzijde, de Boterbloemstraat aan de oostzijde, de Johan van Hasseltkade aan de zuidzijde en aan kavel 18 aan de westzijde. Deze herziening past voor kavel 19 het geldend bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009 aan zodat daar, conform het Herinvestingsbesluit Buiksloterham (hierna: HIB) zoals de raad in november 2020 heeft vastgesteld, woningen met commerciële ruimten in de plint en een school kan worden ontwikkeld. De herziening verhoogt de floorspace-index en wijzigt een aantal bouwregels waarmee meer woningen kunnen worden gebouwd. De functies die het geldende bestemmingsplan Buiksloterham mogelijk maakt zijn ongewijzigd gebleven, met uitzondering van het schrappen van horeca V, waardoor een hotel niet meer mogelijk is op deze kavel. Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan 'Buiksloterham 8e herziening’ met de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage gelegen. De kennisgeving van de ter inzage legging is gepubliceerd in het gemeenteblad op 24 november 2021 (onder nummer 420404) en op de website van de gemeente Amsterdam.
Het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken, heeft met ingang van 25 november 2021 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen op het Stadsloket Centrum en het Stadsloket Noord en was tevens digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de periode van terinzagelegging kon eenieder een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij de gemeenteraad van Amsterdam. Er is één zienswijze ontvangen. Deze zienswijze is beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Buiksloterham 8e herziening’ en leidt tot enkele aanpassingen in de toelichting van het bestemmingsplan. Er zijn ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan. Deze wijzigingen (behalve wijzigingen in de toelichting) zijn in deze nota van wijzigingen bestemmingsplan ‘Buiksloterham 8e herziening’ opgenomen. Deze nota maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. De verbeelding en de regels van het ontwerpbestemmingsplan vormen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is dat niet. Wijzigingen in de toelichting leiden daarom niet tot een gewijzigde vaststelling in juridische zin. De aanpassing in de toelichting naar aanleiding van de zienswijze is daarom niet in deze nota van wijzigingen opgenomen.
3
Ambtshalve wijzigingen Verbeelding a) Op de verbeelding ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van Gemengd – stedelijke plint’ wordt de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-2’ toegevoegd. Op deze locatie wordt het maatvoeringsvlak ‘maximum bouwhoogte: 20m’ verwijderd. Motivering: Voor de bebouwing langs de Johan van Hasseltkade geldt in principe maximaal 20 m hoog; dit om een goede bezonning van het achterliggende gebied mogelijk te maken. Met de toevoeging van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-2’ wordt het mogelijk om op deze locatie maatwerk te kunnen leveren door onder omstandigheden een maximum bouwhoogte van 25 toe te staan. In de regels is aan deze bouwaanduiding de maximum bouwhoogte van 20 meter voorgeschreven waarvan dan onder voorwaarden van kan worden afgeweken tot een maximum bouwhoogte van 25 meter. Op die manier kan enig maatwerk worden gegeven voor de inrichting van blok 19C. In de afwijkingsregel is opgenomen dat afgeweken tot een bouwhoogte van 25 meter voor maximaal 50% van de gevelbreedte voorzover dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is. Een bouwhoogte van 25 m kan worden toegestaan indien de bezonning van het achterliggende gebied en bebouwing daar niet noemenswaardig door wordt beïnvloed én indien dit leidt tot een evenwichtiger stedenbouwkundige massa-opbouw van het totale plan (Kavel 19A, B en C tezamen).
De met deze toevoeging aan de verbeelding samenhangde wordt ook voorgesteld om de regels aan te passen. Deze aanpassing is in deze Nota van wijzigingen opgenomen onder de kop Ambtshalve wijziging, Regels en dan onder f). De toelichting van het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van deze toevoeging aangevuld.
b) Op de verbeelding wordt toegevoegd de maatvoeringsvlak ‘maximum percentage woning: 70%’ Motivering In het ontwerp bestemmingsplan was in artikel 3, aanhef en onder g. opgenomen dat het percentage wonen niet meer mag bedragen dan 70%. In het moederplan bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009 is dat percentage op de verbeelding aangegeven. Met deze technische aanpassing wordt aangesloten bij de regelsystematiek van het moederplan. 4
Ambtshalve wijzigingen Regels a) Aan artikel 1 (begrippen) wordt toegevoegd, onder aanpassing van de vervolgnummering van het artikel: “bestemmingsplan Buiksloterham 8e herziening Het bestemmingsplan Buiksloterham 8e herziening met identificatienummer NL.IMRO.0363.N2105BPGST-vg01 van de gemeente Amsterdam.” Motivering In de 8e herziening zijn enkele bepalingen opgenomen die specifiek betrekking hebben op het plangebied van voorliggende herziening. Het gaat hierbij de regeling behorende bij de specifieke bouwaanduidingen - 1 en – 2 op de verbeelding en de parkeerregeling (opgenomen onder artikel 3 onder h en i van het ontwerp bestemmingsplan Buiksloterham 8e herziening). In de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp is in de regels toegevoegd dat deze regelingen alleen gelden voor het plangebied van de 8e herziening. Daarmee wordt het moederplan aangepast en is het ook noodzakelijk om in de begrippen het begrip ‘bestemmingsplan Buiksloterham 8e herziening’ toe te voegen. b) Aan hoofdstuk 2 Bestemmingsregels worden de volgende artikelen toegevoegd, onder aanpassing van de vervolgnummering: “Artikel 3 Bedrijf Niet van toepassing in deze partiële herziening” En “Artikel 5 Groen Niet van toepassing in deze partiele herziening” ;
“Artikel 6 Verkeer – 1 Niet van toepassing in deze partiele herziening”;
“Artikel 7 Verkeer - 2 Niet van toepassing in deze partiele herziening”;
“Artikel 8 Water - 1 5
Niet van toepassing in deze partiele herziening”;
“Artikel 9 Water - 2 Niet van toepassing in deze partiële herziening.”;
“Artikel 10 Water - 3 Niet van toepassing in deze partiële herziening.”;
“Artikel 11 Waarde - Archeologie Niet van toepassing in deze partiële herziening.”
Motivering Uit de partiële herziening dient duidelijk te zijn aangegeven in hoeverre het moederplan wordt gewijzigd. Met de toevoeging van deze artikelen wordt aangeven dat met voorliggende herziening niet de desbetreffende bestemmingen uit het moederplan Buiksloterham worden aangepast.
c) Artikel 3 aanhef luidende: ‘Artikel 4 van het bestemmingsplan Buiksloterham en van de eerste, tweede, derde en vierde partiële herziening bestemmingsplan Buiksloterham zijn van toepassing, met dien verstande dat:’ Wordt aangepast in: ‘Artikel 4 van het bestemmingsplan Buiksloterham is van toepassing, met dien verstande dat:’ Motivering: Deze regel is aangepast zodat evident is dat in beginsel artikel 4 van het bestemmingsplan Buiksloterham van toepassing is waarop dan de aanpassingen van voorliggende 8e partiele herziening betrekking hebben. De partiele herzieningen zijn van toepassing, alleen niet gesteld kan worden, zoals wel uit de redactie blijkt, dat bij elke herziening de aanpassing op artikel 4 van het bestemmingsplan Buiksloterham ook is vastgelegd in artikel 4 van de desbetreffende
6
herziening. Om deze onduidelijkheid weg te nemen wordt voorgesteld om de verwijzing naar de eerdere herzieningen te verwijderen. d) Aan artikel 3 aanhef en onder b. luidende: ‘afwijking van artikel 4.2 onder c, geldt voor de gronden op de verbeelding aangeduid met 'stedelijke plint' voor de eerste bouwlaag een minimum bouwhoogte van 4,00 meter.’ wordt gewijzigd in: ‘In afwijking van artikel 4.2 onder c, geldt voor de gronden op de verbeelding aangeduid met 'stedelijke plint' voor de eerste bouwlaag een minimum bouwhoogte van 4,00 meter.’ Motivering: In het ontwerp bestemmingsplan ontbrak het woord ‘In’ bij aanvang van het artikellid. Voorgesteld wordt om met deze toevoeging de omissie te corrigeren. e) Artikel 3 aanhef en onder e.
luidende: ‘Aan artikel 4.2 wordt toegevoegd: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-1' geldt een hoogbouwaccent van maximaal 40 meter met een maximale brutovloeroppervlak per bouwlaag van 600 m2.’ Wordt gewijzigd in: ‘Aan artikel 4.2 wordt onder y toegevoegd: “ ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-1' op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buiksloterham 8e herziening’ geldt een hoogbouwaccent van maximaal 40 meter met een maximale brutovloeroppervlak per bouwlaag van 600 m2.” Motivering: Toegevoegd aan de bepaling is onder welk lid van artikel 4.2 van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham de regel wordt toegevoegd. Daarnaast is aan de regel toegevoegd de verduidelijking dat deze specifieke aanduiding-1 alleen geldt in het plangebied van de 8e herziening. f)
Artikel 3 aanhef en onder f, luidende ‘Aan artikel 4.2 wordt toegevoegd: Gebouwen ten behoeve van een school en daarbij behorende voorzieningen mogen
7
maximaal 10 meter uit de perceelsgrens grenzend aan de Johan van Hasseltkade gebouwd worden.’ Wordt aangepast alsvolgt: ‘Aan artikel 4.2 wordt onder aa. toegevoegd: Gebouwen ten behoeve van een school en daarbij behorende voorzieningen mogen maximaal 10 meter uit de bestemmingsgrens van het bestemmingsplan ‘Buiksloterham 8e herziening’ grenzend aan de Johan van Hasseltkade gebouwd worden.’ Motivering Toegevoegd aan de bepaling is onder welk lid van artikel 4.2 van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham de regel wordt toegevoegd. Daarnaast is gebleken dat de term ‘perceelsgrens’ tot onduidelijk kan leiden aangezien voor de term ‘perceel’ een specifieke definitie is opgenomen in de regels van het moederplan, het bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009. In voorliggende herziening wordt de grens bedoeld tussen kavel 19 en de Johan van Hasseltkade, waar ook de plangrens van voorliggende herziening loopt. Daarom wordt voorgesteld om in dit artikel te verwijzen naar desbetreffende bestemmingsgrens. g) Aan artikel 3 wordt na e. toegevoegd lid f., : ‘ Aan artikel 4.2 onder z. wordt toegevoegd: “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-2’ op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buiksloterham 8e herziening’ geldt een maximum bouwhoogte van 20 meter.” en lid g. “Aan artikel 4.4 wordt onder l. toegevoegd:
“Het bevoegd gezag is bevoegd om een omgevingsvergunningsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 onder z. voor een bouwhoogte van maximaal 25m met een grondoppervlakte van maximaal 50% van het grondoppervlak van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-2’ voorzover dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is “ onder aanpassing van de belettering van de opvolgende leden. Motivering De toevoeging van dit artikelleden hangen samen met de toevoeging op de verbeelding van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-2’. Deze toevoeging en de daarmee samenhangende regelsystematiek is beschreven in deze Nota van wijzigingen onder de kop ‘Ambtshalve wijzigingen, verbeelding’, en dan onder a), waarvoor we hier kortheidshalve verwijzen naar de inhoud daarvan.
8
Het nieuwe artikellid f. schrijft voor dat ter plaatse van deze aanduiding een maximum bouwhoogte geldt van 20 meter. In het nieuwe lid g. is de aan dit artikel samenhangende afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor bouwhoogten tot maximaal 25 meter voorzover dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is. h) Artikel 3 aanhef en onder g. luidende: ‘In plaats van het bepaalde in artikel 4.4 onder f geldt dat het percentage wonen niet meer mag bedragen dan 70%.’ wordt geschrapt. Motivering: De bedoeling van deze regel is om het maximum percentage woningbouw aan te geven op de kavel. De systematiek van het bestemmingsplan Buiksloterham is om dit percentage met een maatvoeringsaanduiding aan te geven op de verbeelding. Om die reden wordt voorgesteld om aan de verbeelding een aanduiding toe te voegen met het percentage woningbouw van 70%. Voornoemde regel als opgenomen in artikel 3 aanhef en onder g van voorliggend bestemmingsplan kan dan worden geschrapt. i)
De aanhef van artikel 3, aanhef en onder h. luidende “In afwijking van het bepaalde in artikel 4.5 onder m t/m p geldt:” Wordt gewijzigd in: “Aan artikel 4.5. wordt onder ll. toegevoegd: “In afwijking van het bepaalde onder m en p geldt voor de gronden zoals aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buiksloterham 8e herziening' dat:” Motivering Deze aanhef is de aanhef van de parkeerbepalingen. In diverse voorafgaande herzieningen van het bestemmingslan Buiksloterham zijn al specifieke parkeerbepalingen opgenomen. Om geen overlap met deze al bestaande parkeerbepalingen te krijgen is het specifieke artikellid ll. (in hoofdletters bij het hier gebruikte lettertype is het ‘LL.’) aangegeven, waaronder de bepaling wordt toegevoegd. Daarnaast is aan de bepaling toegevoegd dat deze regeling alleen betrekking heeft op het plangebied van voorlliggende herziening.
j)
De aanhef van artikel 3 onder i. luidende: “Aan artikel 4.6 wordt toegevoegd: c. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3, lid h, onder 1. of onder 2, van het bestemmingsplan Buiksloterham 8e herziening voor het toestaan dat in minder of meer parkeergelegenheid wordt voorzien, mits: ” Wordt alsvolgt gewijzigd:
9
“Aan artikel 4.6 wordt onder d. toegevoegd: “d. Het bevoegd gezag is bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.5 onder ll voor het toestaan dat in minder of meer parkeergelegenheid wordt voorzien, mits: “ Motivering Dit artikel is de afwijkingsbevoegdheid behorende bij de parkeerbepaling als opgenomen onder h.) van deze nota van wijzigingen, hierboven. In de voorgestelde aanpassing wordt het specifieke artikellid van het bestemmingsplan Buiksloterham toegevoegd om overlapping met andere regelingen uit eerdere herzieningen te voorkomen. Verder is met voorgestelde aanpassing de afwijkingsbevoegdheid gekoppeld aan het artikellid in het met deze herziening aangepaste bestemmingsplan Buiksloterham. k) Aan de regels worden de volgende bepalingen inzake de grondwaterneutrale kelders toegevoegd. -
Aan artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd, onder aanpassing van vernummering van de opvolgende artikelleden: ‘1.6 Beleidsregels “Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam” beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 september 2021, waarin de criteria zijn opgenomen waar aanvragen omgevingsvergunning voor kelders aan worden getoetst. 1.14 Geohydrologisch rapport het resultaat van een geohydrologisch onderzoek neergelegd in een rapport met daarin de eigenschappen en kenmerken van het grondwatersysteem op een bepaalde locatie. In het geohydrologisch rapport worden in ieder geval in beeld gebracht:
de bodemopbouw; de doorlatendheid (k-waarde) van de bodem; de grondwaterfluctuatie; de grondwaterstroming; de gevolgen voor het grondwatersysteem door de voorgenomen activiteit; de mitigerende maatregelen om grondwaterneutraal te kunnen bouwen.
1.15 Grondwaterneutraal bouwen het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks 10
veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast.
1.16 Kelder ondergronds (deel van een) gebouw, ongeacht de benaming hiervoor in het moederplan, zoals bijv. bijzondere bouwlaag, souterrain, parkeerkelder, e.d., uitgezonderd funderingsconstructies, voor zover de onderkant van de vloer van de betreffende bouwlaag dieper is gelegen dan 0,5 meter onder het peil.
1.17 (Paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders Het paraplubestemmingsplan ‘Grondwaterneutrale kelders’ met identificatienummer NL.IMRO.0363.GA2102PBPGST-VG01 van de gemeente Amsterdam, vastgesteld op 7 oktober 2021.” -
aan artikel 2 Wijze van meten wordt toegevoegd: ’Aan artikel 2 Wijze van meten van het bestemmingsplan Buiksloterham wordt toegevoegd: ’2.6 De bouwdiepte van een bouwwerk vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk. 2.7 Bruto vloeroppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren.’
-
na artikel 3 Gemengd aanhef en onder d, wordt toegevoegd, onder aanpassing van de belettering van de opvolgende leden: ‘ e.
Aan artikel 4.2 van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham wordt toegevoegd: ‘x. Voor het bouwen van kelders gelden de volgende regels: a. het is verboden onder bestaande en nieuwe gebouwen kelders te bouwen, dan wel bestaande kelders te vergroten; b. uitsluitend bestaande kelders zijn toegestaan welke legaal aanwezig waren ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan, alsmede kelders waarvoor voorafgaand aan het moment waarop dit plan in ontwerp ter inzage is gelegd een omgevingsvergunning is verleend waar nog uitvoering 11
aan gegeven kan worden dan wel een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend en deze omgevingsvergunning niet geweigerd kan worden.’ -
na artikel 3 Gemengd aanhef en onder g, wordt toegevoegd, onder aanpassing van de belettering van de opvolgende leden: ‘ h. Aan artikel 4.4 van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham wordt toegevoegd: ‘ h. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd om overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning te verlenen om in afwijking van het bepaalde in 4.2 onder x, een kelder te bouwen of te vergroten mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Om te bepalen of een kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd geldt: voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van maximaal 300 m2 en een maximale bouwdiepte van 4 meter dat burgemeester en wethouders de aanvraag toetsen aan de beleidsregels "Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam"; 2. voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van meer dan 300 m2 of een bouwdiepte van meer dan 4 meter dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan niet strijdig is met het belang van grondwaterneutrale kelders. i. Burgemeester en wethouders kunnen op basis van de toetsing aan de beleidsregels voor grondwaterneutrale kelders of de uitkomsten uit het geohydrologisch onderzoek aan de omgevingsvergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van het belang van grondwaterneutrale kelders; j.
Als vast staat dat een bouwplan grondwaterneutraal kan worden gebouwd, houdt het college bij de afweging om gebruik te maken van de bevoegdheid in sub h. tevens rekening met overige belangen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. k. Indien de beleidsregels worden gewijzigd of herzien, moet bij de toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning rekening worden gehouden met deze wijziging dan wel herziening. ’ 1.
Motivering: Op meerdere plekken in Amsterdam leidt het aanleggen van kelders tot problemen met het grondwaterpeil. Amsterdam heeft daarom regels opgesteld voor het aanleggen van een kelder. De raad heeft het (paraplu)bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders op 7 oktober 2021 vastgesteld en is in januari 2021 in werking getreden. 12
De bepalingen uit het paraplu bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders worden overgenomen in voorliggende herziening. De regeling komt er kort samengevat op neer in de bouwregels een verbodsbepaling opgenomen om onder bestaande en nieuwe gebouwen kelders (in de ruime zin van dit bestemmingsplan) te bouwen of te vergroten. Hierbij is van belang om onderscheid te maken in 2 categorieën: Categorie 1 betreft bouwplannen voor kelders tot en met 300 m2 en maximaal 4 meter bouwdiepte en categorie 2 betreft kelders die groter zijn dan 300 m2 of dieper dan 4 meter. Voor de eerste categorie geldt dat het college op basis van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan afwijken van het bouwverbod voor kelders, mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Om te bepalen of het bouwplan grondwaterneutraal kan worden gebouwd, moet het bouwplan voldoen aan de 'Beleidsregels Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam', Voor de tweede categorie geldt dat niet wordt voorzien in inhoudelijke beleidsregels. Om vast te kunnen stellen of een kelder kan worden gebouwd, zal uit een geohydrologisch onderzoek moeten blijken dat het bouwplan grondwaterneutraal kan worden gebouwd en niet strijdig is met de doelstelling die is verwoord in de aanduidingsomschrijving, om van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid gebruik te kunnen maken. l)
In artikel 3 Gemengd worden de volgende schakelbepalingen toegevoegd: “De overige bestemmingsregels zijn ongewijzigd.
Aan de verbeelding wordt toegevoegd de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-1’. Aan de verbeelding wordt toegevoegd de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-2’. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – stedelijke plint’ (sgd-spl) wijzigt zoals aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buiksloterham 8e herziening. De maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte’ wijzigt zoals aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buiksloterham 8e herziening'. De maatvoeringsaanduiding 'maximum floorspace index' (fsi) wijzigt zoals aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buiksloterham 8e herziening'. De maatvoeringsaanduiding 'maximum percentage woningbouw (%)' wijzigt zoals aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buiksloterham 8e herziening'.
13
De aanduiding (figuur) 'gevellijn' wijzigt zoals aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buiksloterham 8e herziening'. “ Motivering Door het toevoegen van deze bepalingen wordt in de regels aangegeven welke aanpassingen op de verbeelding van de 8e herziening gelden ten opzichte van de verbeelding van het moederplan Buiksloterham uit 2009.
14