Raadsbesluit 2022-176D Bestemmingsplan Gatwickstraat 1
Tekst van het document
Gemeente X Amsterdam
x
Bestemmingsplan Gatwickstraat 1
Vastgesteld
BEHOORT BIJ BESLU1T VAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM VAN y H SZOt)"bv14.)1,1,NR. I L DE RAADSGRIFFIER,I
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Gatwickstraat 1
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.B2101BPGST-VG01
Datum print
27 Juni 2022
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave TOELICHTING Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4
7 Inleiding
9
Algemeen Doel van dit bestemmingsplan Bevoegdheden Leeswijzer
9 10 10 10
Plankader
11
Beschrijving en ligging van het plangebied Geschiedenis van het plangebied Voorgaand planologisch kader Crisis- en herstelwet
11 14 15 17
Beleidskader
19
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
19 20 21 23
Het ruimtelijk kader
35
Sloterdijk-Centrum, de stand van zaken Ruimtelijke randvoorwaarden Randvoorwaarden hoogbouwaccenten Programmatische randvoorwaarden Principekeuzen
35 35 38 42 47
Milieueffectrapportage
49
Regelgeving MER Haven-Stad Conclusie
49 50 53
Verkeer en parkeren
55
Algemeen Bereikbaarheid Parkeren Conclusie
55 55 62 65
Geluid
67
Algemeen Beoordeling en regeling in bestemmingsplan Conclusie
67 67 67
Luchtkwaliteit
69
Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie
69 69 71 73
Gemeente Amsterdam
blz. 4
Hoofdstuk 9
Externe veiligheid
75
9.1 9.2 9.3 9.4
Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie
75 75 78 89
Milieuhinder bedrijvigheid
91
Hoofdstuk 10
10.1 Algemeen 10.2 VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering en toegestane milieucategorieën binnen het plangebied 10.3 Richtafstanden en milieucategorie: bedrijven buiten het plangebied Hoofdstuk 11
91 91 92
Geur
95
Geur Onderzoek Conclusie
95 95 95
Hoofdstuk 12
Trillingen door spoor
97
12.1 12.2 12.3 12.4
Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie
97 97 97 97
Bodem
99
Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie
99 99 100 103
Water
105
14.1 14.2 14.3 14.4
Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie
105 105 109 112
Hoofdstuk 15
Natuur en landschap
113
15.1 15.2 15.3 15.4
Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie
113 113 114 118
Hoofdstuk 16
Luchthavenindelingsbesluit
119
16.1 16.2
Regelgeving Uitwerking in bestemmingsplan
119 119
Hoogbouweffecten
123
Algemeen Onderzoeken Conclusie
123 123 129
Cultuurhistorie en archeologie
131
11.1 11.2 11.3
Hoofdstuk 13 13.1 13.2 13.3 13.4 Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 17 17.1 17.2 17.3 Hoofdstuk 18
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 5
18.1 18.2 18.3 18.4
Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie
131 131 132 133
Duurzaamheid
135
Algemeen Regelgeving en beleid Duurzaamheid en klimaatadaptatie in Sloterdijk-Centrum Duurzaamheid en klimaatadaptatie Gatwickstraat 1
135 135 136 139
Juridische planbeschrijving
141
Algemeen Planvorm Verbeelding Regels Artikelgewijze toelichting
141 141 141 141 142
Hoofdstuk 21
Economische uitvoerbaarheid
147
Hoofdstuk 22
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
149
Artikel 3.1.1. Bro-overleg en maatschappelijk overleg Inspraak en consultatie Behandeling van zienswijzen
149 149 149
Hoofdstuk 19 19.1 19.2 19.3 19.4 Hoofdstuk 20 20.1 20.2 20.3 20.4 20.5
22.1 22.2 22.3
Bijlagen bij toelichting
151
Bijlage 1
Visie Sloterdijk-Centrum 2040
153
Bijlage 2
MER Haven Stad (hoofdrapport) oktober 2017
229
Bijlage 3
MER Haven-stad (bijlagen bij het MER) oktober 2017
441
Bijlage 4
Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum 2022
1435
Bijlage 5
Onderzoek externe veiligheid
1485
Bijlage 6
Advies Brandweer
1705
Bijlage 7
Watervisie Sloterdijk-Centrum
1715
Bijlage 8
Quickscan Gatwickstraat 1
1769
Bijlage 9
Stikstofdepositieberekening rapportage
1807
Bijlage 10
Gebruikersfase stikstofdepositieberekening
1819
Bijlage 11
Referentiesituatie stikstofdepositieberekening
1839
Bijlage 12
Referentiesituatie vs. gebruikersfase stikstofdepositieberekening
1857
Bijlage 13
Windklimaatonderzoek
1879
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Bijlage 14
Bezonningsstudie
1901
Bijlage 15
Participatie omgeving
1959
REGELS Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Hoofdstuk 4
1967 Inleidende regels
1968
Begrippen Wijze van meten
1968 1976
Bestemmingsregels
1977
Gemengd Waarde - Archeologie
1977 1981
Algemene regels
1983
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
1983 1984 1985 1986 1988 1989 1990
Overgangs- en slotregels
1991
Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel
1991 1992
Bijlagen bij regels
1993
Bijlage 1
1994
Staat van Inrichtingen
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 7
TOELICHTING
Gemeente Amsterdam
blz. 8
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 9
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Algemeen
Eind 2017 is de Ontwikkelstrategie Haven-Stad vastgesteld. Deze ontwikkelstrategie vormt de basis voor een grootschalige ontwikkeling van het gebied van Sloterdijk tot aan de Spaarndammerbuurt waar wonen, bedrijven en voorzieningen in een hoge dichtheid worden gecombineerd. In 2017 is eveneens het milieueffectrapport Haven-Stad vastgesteld (MER Haven-Stad). In het gebied Haven-Stad zullen straks meer dan 150.000 mensen wonen. Sloterdijk-Centrum is onderdeel van de eerste fase van de gehele ontwikkeling van Haven-Stad. Sloterdijk-Centrum vormt daarmee de aanzet tot de ontwikkeling van Haven-Stad naar een gemengd gebied. Sloterdijk-Centrum wordt een groen en duurzaam woon-werkgebied met rustpunten en fiets- en wandelroutes. Ondanks dat er veel woningen worden toegevoegd zal de functie werken een belangrijke rol blijven spelen. De meeste kantoren bevinden zich straks rondom het station, aangevuld met stedelijke voorzieningen, zoals dienstverlening, horeca en winkels voor de dagelijkse boodschappen. Woningen worden met name ontwikkeld aan de zuidkant van het station, waar in de nieuwe buurten ruimte is voor veel verschillende doelgroepen. Uiteindelijk moet Sloterdijk-Centrum door het mengen van functies als wonen, werken en recreëren zijn omgevormd tot een levendig, aantrekkelijk en toekomstbestendig onderdeel van de stad.
Daarnaast zal men in Sloterdijk-Centrum kunnen wonen en winkelen, naar school gaan of naar een congres. Men kan er lekker eten in een restaurant, naar het theater gaan of sporten. Een dergelijk onderdeel van de stad zal ook op bewoners uit de wijde omgeving aantrekkingskracht uitoefenen. Onderhavig bestemmingsplan ziet op het perceel Gatwickstraat 1 in de buurt 'Stationsbuurt-Noord'. Het plangebied ligt ten noorden van station Amsterdam Sloterdijk waar in de Visie Sloterdijk-Centrum 2040 een programma van 100% niet-wonen is voorzien. Het perceel bevindt zich binnen een straal van circa 300 meter van het station (eerste linie) waar prioriteit gegeven wordt aan kantoorontwikkelingen. De opgave in Stationsbuurt-Noord bestaat, naast het verdichten, vooral uit het activeren van de plinten, zodat de gebouwen zich openen naar het omliggende gebied. Aan de Gatwickstraat 1 bevindt zich momenteel een kantoorgebouw met een brutovloeroppervlakte van circa 16.243 m2. Rijksvastgoedbedrijf heeft de locatie aangekocht en wenst deze binnen de kaders van de Visie Sloterdijk-Centrum 2040 hoogwaardig te herontwikkelen ten behoeve van een nieuw Rijkskantoor. Hiertoe zal het bestaande kantoorgebouw worden gestript tot casco, waarna het bestaande gebouw wordt opgenomen in de nieuwe bebouwingsstructuur.
De aankoop past in het beleid van het Rijksvastgoedbedrijf om meer gebouwen in eigendom te hebben en minder te huren en om de gebouwen te verduurzamen. Daarnaast wenst Rijksvastgoedbedrijf zijn portefeuille te verplaatsen naar strategische locaties. Op deze wijze wordt economische en maatschappelijke meerwaarde gerealiseerd.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
In de beoogde nieuwe situatie zal de totale maximum brutovloeroppervlakte 40.000 m2 bedragen. Om de gewenste levendige plint te bewerkstelligen wordt op de eerste bouwlaag minimaal 1.000 m2 bvo en maximaal 2.500 m2 bvo aan overige functies gerealiseerd, zoals commerciële functies, functies ten behoeve van dienstverlening en overige voorzieningen. Maximaal 38.500 m2 bvo wordt benut ten behoeve van de kantoorfunctie. Het geldende bestemmingsplan 'Sloterdijk' maakt op de locatie Gatwickstraat 1 reeds de kantoorfunctie met diverse overige functies mogelijk. De gewenste verdichting met de bijbehorende brutovloeroppervlakte van 40.000 m2 past niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hier wel in en zal na vaststelling het toetsingskader zijn voor de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.
1.2
Doel van dit bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Gatwickstraat 1. Het plan maakt een kantoorgebouw met commerciële functies, dienstverlening en overige voorzieningen in de plint mogelijk, waarbij tevens een publieke binnentuin wordt gerealiseerd. Op basis van dit bestemmingsplan kan, nadat deze in werking is getreden, direct een omgevingsvergunning worden verleend.
1.3
Bevoegdheden
Het plangebied van het bestemmingsplan Gatwickstraat 1 is gelegen binnen de grenzen van het stadsdeel Nieuw-West. Sloterdijk-Centrum is aangewezen als grootstedelijk project. Hierbij is besloten dat de bevoegdheden op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, bij de centrale stad liggen. De bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen in het (groot)stedelijk gebied Sloterdijk-Centrum blijft dus onveranderd bij de gemeenteraad.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan Gatwickstraat 1 bestaat uit de verbeelding en planregels met de daarbij behorende toelichting. Op de verbeelding zijn de beoogde bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de planregels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van onderzoeken) en de onderbouwing bij de bestemmingsplanregeling en is niet juridisch bindend. In de hoofdstukken 2 en 3 van deze toelichting worden respectievelijk het plankader en het algemeen beleidskader weergegeven. In hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het ruimtelijke en stedenbouwkundige kader. In de hoofdstukken 5 tot en met 19 worden de achtergronden bij de bestemmingsplanregeling beschreven. In hoofdstuk 20 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 21 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 22 tot slot op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. In dat laatste hoofdstuk zal een beschrijving worden gegeven van de uitkomsten van het overleg met de artikel 3.1.1 Bro-instanties. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 11
Hoofdstuk 2 2.1
Plankader
Beschrijving en ligging van het plangebied
Ligging in de stad Het plangebied van het bestemmingsplan Gatwickstraat 1 is onderdeel van Stationsbuurt-Noord. Het plangebied wordt begrensd door de Basisweg aan de noordzijde, de La Guardiaweg aan de westzijde en de Gatwickstraat aan de zuidzijde. De oostgrens wordt gevormd door het kavel Gatwickstraat 9 t/m 39 waarop een kantoorgebouw aanwezig is.
Figuur 2.1: het bestemmingsplangebied is onderdeel van het voormalig gebied Teleport Sloterdijk-Centrum Het plangebied Gatwickstraat 1 is onderdeel van Sloterdijk Centrum. Het totale ontwikkelplan Sloterdijk-Centrum bestaat uit acht deelgebieden. Deze acht buurten krijgen ieder een ruimtelijke eenheid met een sterke eigen identiteit, waarin de bestaande kwaliteiten worden versterkt en nieuwe
Gemeente Amsterdam
blz. 12
kwaliteiten worden toegevoegd. Binnen de buurten ontstaan verschillen met betrekking tot dichtheid, bouwhoogte, bebouwingstype, functiemix, groentypen, buitenruimte en architectuur. Zoals in het voorgaande aangegeven is het plangebied van het bestemmingsplan Gatwickstraat 1 onderdeel van Stationsbuurt-Noord. Zie paragraaf 3.4.4 voor een uitgebreidere uiteenzetting van de visie op Sloterdijk-Centrum.
Figuur 2.2: de acht buurten van Sloterdijk-Centrum Plangrens bestemmingsplan Het plangebied betreft het perceel Gatwickstraat 1. Het perceel Gatwickstraat 1 waarop de herontwikkeling mogelijk wordt gemaakt is kadastraal bekend als gemeente Sloten Noord-Holland, sectie K, nummer 3931 met een totale oppervlakte van circa 8.295 m2. In onderstaande figuur is de begrenzing van het plangebied globaal weergegeven.
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 13
Figuur 2.3: Het plangebied van het bestemmingsplan Gatwickstraat 1 Huidige situatie Op dit moment bevindt zich aan de Gatwickstraat 1 een kantoorgebouw met een brutovloeroppervlakte van circa 16.243 m2. De laatste gebruiker van het pand was Achmea. In de feitelijke situatie wordt een groot deel van het perceel gebruikt om (op maaiveld) in de parkeerbehoefte te voorzien. De entree van het perceel bevindt zich aan de zijde van de Gatwickstraat. Het perceel Gatwickstraat 1 geldt, op grond van de Visie Sloterdijk-Centrum 2040, als markeringskavel. Deze kavels dienen als markering van het gebied Sloterdijk-Centrum en kennen afwijkende bouwhoogtes of een stedenbouwkundige verbijzondering. Ze bevinden zich op hoeken van het gedefinieerde centrumgebied in aanrij-routes. Ze geven van grotere afstand een signaalfunctie voor snel rijdend verkeer. Zoals eerder aangegeven is het plangebied onderdeel van de Stationsbuurt-Noord. Dit gebied bestaat uit een aantal grote gebouwencomplexen, voornamelijk ten behoeve van kantoren. Deze zijn vaak naar binnen gericht met semi-openbare pleinruimtes. De opgave bestaat hier, naast het verdichten, vooral uit het activeren van de plinten, zodat de gebouwen zich openen naar het omliggende gebied. Hierdoor ontstaat er ook meer reuring na kantoortijd. Daarnaast geldt het vergroenen van het gebied als een belangrijke opgave.
Het plangebied ligt op loopafstand van station Amsterdam Sloterdijk. Dit station vormt onder meer het kruispunt tussen de spoorlijn Amsterdam-Haarlem en de spoorlijn Amsterdam-Schiphol. De Basisweg ten noorden van het plangebied vormt de hoofdontsluiting van Haven-Stad. Deze ontsluitingsweg zal op
Gemeente Amsterdam
blz. 14
termijn, in tegenstelling tot overige wegen binnen het gebied Sloterdijk-Centrum, niet worden afgewaardeerd naar een 30 km/u-zone. Ten zuiden van het plangebied ligt sinds 2018 het amusementscomplex The Ven met een multifunctioneel programma, bestaande uit leisure, horeca en congresfaciliteiten. Dit vormt een aanjager voor de ontwikkeling van de Stationsbuurt-Noord en de Centrale Stationsbuurt. In deze buurten kan het kantorenprogramma worden aangevuld met voorzieningen als horeca, ontspanning en vermaak en leisure.
Figuur 2.4: Sloterdijk-Centrum bezien vanaf de zuidwestzijde
2.2
Geschiedenis van het plangebied
Sloterdijk-Centrum ligt voor een groot gedeelte in de voormalige Achter Sloterdijker Polder en voor een kleiner deel in het voormalige IJ, na 1875 de Groote IJpolder. De Achter Sloterdijker Polder behoorde in het verleden tot de ambachtsheerlijkheid Sloten. De eerste ontginning van de polders in dit gebied vond in de tiende/elfde eeuw na de jaartelling plaats. De Achter Sloterdijker polder (ook wel Vennerpolder geheten) lag tussen de Spaarndammerdijk en de Haarlemmertrekvaart en is in 1645 aangelegd. Ten noordoosten van de Spaarndammerdijk was de Overbraker Buitenpolder gelegen. Dit was een stuk buitendijks land beschermd door een zomerdijk en een pad, de Ringweg. De polders hadden een agrarische bestemming. In 1848 werden Sloten, Sloterdijk, Osdorp en de Vrije Geer zelfstandige gemeentes. Hier kwam een einde aan met de annexatie door Amsterdam in 1921. Op dat moment was het nog hoofdzakelijk een landelijk gebied. Aan het landelijke karakter van het plangebied kwam pas in de tweede helft van de 20ste eeuw een eind. In 1955 werd begonnen met de afbraak van een gedeelte van het oude dorp Sloterdijk (bestaande uit ongeveer 56 huizen) voor de bouw van treinstation Sloterdijk en de aanleg van de aansluitingsweg naar de Coentunnel. Met de bouw van het station verdween het bebouwde dorpsgezicht van Sloterdijk. bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 15
Figuur 2.5: Sloop van het dorp Sloterdijk in 1955 Het gebied ten westen van het resterende deel van het dorp Sloterdijk werd in de jaren tachtig van de twintigste eeuw gezien als een belangrijk nieuw nevencentrum van Amsterdam. In 1983 werd het nieuwe treinstation Amsterdam Sloterdijk aangelegd ten oosten van de ringweg. Rond de spoorlijnen konden groeiende en nieuwe bedrijven worden opgevangen. In 1986 kreeg Sloterdijk een station in drie niveaus toen ook de nieuwe Schiphollijn werd geopend. Om te voorkomen dat verschillende typen bedrijven versnipperd over de stad terecht zouden komen, werd een thematische indeling per gebied vastgelegd. Voor het gebied rondom het station zag men goede kansen voor de toen opkomende en veelbelovende telematicasector, wat de naam 'Teleport' verklaart. In 1997 kwam de metro-ringlijn 50 naar Sloterdijk. In 2003 is het Hemboogstation, een directe verbindingsboog tussen de Zaanlijn en de Westtak van de Ringspoorbaan Amsterdam, geopend. Door deze boog kunnen treinen uit Noordelijk Noord-Holland rechtstreeks naar Schiphol rijden, zodat reizigers niet meer hoeven over te stappen op station Amsterdam Sloterdijk.
2.3
Voorgaand planologisch kader
Bestemmingsplan 'Sloterdijk' In het plangebied is op dit moment het bestemmingsplan 'Sloterdijk' (vastgesteld op 3 juli 2013 door de gemeenteraad) van kracht.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Het realiseren van maximaal 38.500 m2 bvo ten behoeve van de kantoorfunctie en het realiseren van minimaal 1.000 m2 bvo en maximaal 2.500 m2 aan overige functies, is niet in strijd met de minimale en maximale oppervlaktes zoals die binnen het bestemmingsplan 'Sloterdijk' zijn bepaald voor het gehele plangebied Sloterdijk (artikel 19, algemene gebruiksregels). Ook zijn de beoogde functies reeds mogelijk op grond van de geldende bestemming 'Gemengd - 3'. De gewenste verdichting met de bijbehorende brutovloeroppervlakte van 40.000 m2 is specifiek op de kavel Gatwickstraat 1 voor wat betreft de bouwmogelijkheden niet mogelijk binnen het bestemmingsplan 'Sloterdijk'. Om deze reden is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan zal het bestemmingsplan 'Sloterdijk' voor het perceel Gatwickstraat 1 vervangen. Provinciaal Inpassingsplan 'Aanpassing geluidszones Westpoort en Hoogtij' (PIP) De geluidszone van het industrieterrein Westpoort is met het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) "Aanpassing geluidszones Westpoort en Hoogtij" in 2015 vastgelegd. Het PIP is een zogenaamd facetbesluit of facetherziening waarbij slechts het facet geluidszones-industrie wordt geregeld en in verband met de voorgestelde dezonering een nieuwe grens van het industrieterrein wordt vastgelegd.
Paraplubestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders' Het beleid ten aanzien van grondwaterneutrale kelders is in 2021 vastgelegd door middel van het paraplubestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders' (vastgesteld op 7 oktober 2021). De basis hiervoor wordt gevormd door het Afwegingskader Grondwaterneutrale kelders Amsterdam waarmee wordt getracht ongewenste ruimtelijke effecten en daarmee schade als gevolg van aanleg van kelders te voorkomen. Voorbereidingsbesluit Darkstores/flitsbezorgers De gemeenteraad van Amsterdam heeft op 26 januari 2022 het voorbereidingsbesluit darkstores met flitsbezorging genomen. Besloten is dat een paraplubestemmingsplan wordt voorbereid voor een gebied dat bestaat uit het gehele grondgebied van Amsterdam. Met het voorbereidingsbesluit wordt bepaald dat het voor het gehele grondgebied van Amsterdam verboden is om het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen naar: vormen van bedrijfsvoering die blijkens hun reclame-uiting, presentatie, assortiment of bedrijfsvoering zijn te kwalificeren als zogenoemde flitsbezorgdiensten vanuit darkstores. Waarbij darkstores en flitsbezorgdiensten bijzondere vormen van bedrijfsvoering zijn die niet zijn gericht op het klassieke winkelen, in de zin dat mensen ter plaatse komen om producten te vergelijken en uit te kiezen, en worden als volgt gedefinieerd: i. ii.
flitsbezorgdiensten zijn bezorgdiensten van online bestelde consumentenproducten, met de bedoeling deze binnen zeer korte termijn te bezorgen, bij de besteller; darkstores zijn overwegend opslagruimtes met consumentenartikelen, veelal dagelijkse goederen, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie, niet of slechts in zeer beperkte mate toegankelijk voor winkelend publiek;
Het voorbereidingsbesluit is met ingang van 27 januari 2022 in werking getreden en geldt voor een periode van één jaar. Wijzigingen ten opzichte van voorgaand regime Dit nieuwe bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische vertaling van de Visie Sloterdijk-Centrum 2040. Ten opzichte van het bestemmingsplan 'Sloterdijk' bevat het voorliggende bestemmingsplan onder bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 17
meer de volgende wijzigingen: Als gevolg van de maximale floorspace index van 2,3 bedraagt de maximum brutovloeroppervlakte binnen het geldende bestemmingsplan 'Sloterdijk' ruim 19.000 m2. In dit nieuwe bestemmingsplan wordt een brutovloeroppervlakte van 40.000 m2 toegestaan waarmee de gewenste verdichting kan worden gerealiseerd. Zoals in het bovenstaande aangegeven wordt met het realiseren van maximaal 38.500 m2 aan kantoorfunctie het maximale kantoorprogramma dat in het gebied Sloterdijk is toegestaan op grond van het bestemmingsplan 'Sloterdijk', niet overschreden. De maximale bouwhoogte wordt voor het grootste deel van het plangebied verlaagd naar maximaal 40, 26 en 5 meter. Omdat het perceel Gatwickstraat 1 een markeringskavel is, wordt aan de noordoostzijde van het perceel een hoogteaccent tot maximaal 60 meter toegestaan. Dit is gelijk aan de maximale bouwhoogte zoals die op dit moment binnen het bestemmingsplan 'Sloterdijk' voor het hele perceel geldt. Het huidige bestemmingsplan voorziet in een gemengde bestemming, waarbij verschillende functies zijn toegestaan. Het nieuwe bestemmingsplan geeft meer sturing door hoofdzakelijk te voorzien in een kantoorfunctie. In de plint zijn commerciële functies, dienstverlening en overige voorzieningen mogelijk.
Het bebouwingspercentage van het bouwvlak wordt verkleind van maximaal 100% naar maximaal 75%, exclusief gebouwde parkeervoorzieningen. Hiermee ontstaat ruimte voor een centrale publieke binnentuin.
2.4
Crisis- en herstelwet
Haven-Stad kent een stevige milieubelasting. Er is sprake van een hoge geluidsbelasting (industrielawaai en verkeerslawaai) en geurbelasting. Verder is externe veiligheid een belangrijke factor. Met al deze componenten moet bij de ontwikkeling van het gebied, met name wat betreft wonen en onderwijsvoorzieningen, rekening worden gehouden. De transformatie van Haven-Stad, waarvan Sloterdijk-Centrum een van de eerste te transformeren gebieden is, is daardoor niet zonder meer mogelijk met het bestaande juridisch-planologische instrumentarium. De aanmelding als ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2 van de Crisis- en herstelwet biedt daar mogelijkheden toe. In dit bestemmingsplan is afwijking van de milieunormen (en dus het toepassen van ontwikkelingsgebied) niet aan de orde. Ook zijn grote delen van Amsterdam aangemeld voor het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (paragraaf 2.4.1). 2.4.1
Bestemmingsplan verbrede reikwijdte
Op grond van artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (BuChw) mag vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet een zogenoemd 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' worden vastgesteld. Grote delen van Amsterdam zijn aangemeld, waaronder Haven-Stad (artikel 7c, lid 17, aanhef en onder ss.). Dit betekent dat het bestemmingsplan regels mag bevatten over de fysieke leefomgeving en deze regels niet beperkt zijn tot een 'goede ruimtelijke ordening'. Ook mogen bestemmingsplannen worden vastgesteld met een looptijd van 20 jaar. Voor het bestemmingsplan verbrede reikwijdte 'Gatwickstraat 1' maakt de gemeente Amsterdam gebruik van de volgende onderdelen uit de Chw tot en met de 17e tranche: regels voor de gehele fysieke leefomgeving; planperiode van 20 jaar; open normen/beleidsregels; faseren onderzoeken; vormvrij bestemmingsplan (afwijken RO-standaarden).
Gemeente Amsterdam
blz. 18
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 19
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De NOVI helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
Het voorliggende bestemmingsplan is in lijn met de ambities en doelstellingen zoals die volgen uit de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De nationale belangen worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) juridisch geborgd. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Deze onderwerpen zijn niet aan de orde in het voorliggende bestemmingsplan. De uitbreiding van de ruimtelijke ordeningsregels Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Deze uitbreiding betreft rijksregels ten aanzien van de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Deze uitbreiding van het Barro heeft voor wat betreft het voorliggende plan geen consequenties. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met het Barro. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren,
Gemeente Amsterdam
blz. 20
detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Wat tot het bestaand stedelijk gebied moet worden gerekend, volgt uit artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In alle gevallen geldt dat de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling onderbouwd moet worden. Daarbij wordt in het derde lid van voornoemd artikel de mogelijkheid geboden de toets aan de ladder door te schuiven naar het moment dat een uitwerkings- of wijzigingsplan wordt vastgesteld. In de motivering van het bestemmingsplan wordt de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het licht geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en wordt de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik onderbouwd. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn daarbij bepalend voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving.
Het gaat daarbij niet alleen om de kwantitatieve behoefte, maar ook om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling. De toename van programma en bouwmogelijkheden die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat de behoefte aan de toevoeging van het programma onderbouwd dient te worden. Sloterdijk-Centrum kenmerkt zich als een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en/of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De nieuwe stedelijke ontwikkeling vindt dus plaats binnen bestaand stedelijk gebied. In paragraaf 3.4 wordt ingegaan op de behoefte in relatie tot de functies die het bestemmingsplan mogelijk maakt.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH 2050
De Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland is gebaseerd op de Wet op de ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer, de Waterwet, de Planwet Verkeer en Vervoer en de Wet natuurbescherming. Het heeft dus de status van respectievelijk een provinciale structuurvisie, een provinciaal milieubeleidsplan, een regionale watervisie, een provinciaal verkeers- en vervoersplan en een provinciale natuurvisie. De huidige Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Milieubeleidsplan 2015-2018, de Watervisie 2021 en de Agenda Groen worden ingetrokken en gaan op in de Omgevingsvisie NH2050 met onderliggende programma's. In de Omgevingsvisie wordt de ambitie geschetst een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vast te houden. Daarvoor moet een goede balans gezocht worden tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De ambities die worden nagestreefd, zijn:
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 21
1. Een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel: a. een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b. het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c. het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. 2. Ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel: a. een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; b. vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; c. dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; d. het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. 3. Noord-Holland als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie. Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie NH 2050. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Vanaf 17 november 2020 geldt de Omgevingsverordening NH2020. Deze verordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie en detailhandel. In de Omgevingsverordening zijn geen regels opgenomen die aan voorliggend bestemmingsplan in de weg staan. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de Ontwerp Omgevingsverordening NH2022 inmiddels ter inzage heeft gelegen en per 1 juli 2022 in werking zal treden. Voorliggend bestemmingsplan is ook niet in strijd met deze wijziging.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Vervoerregio Amsterdam
De Stadsregio Amsterdam, een bestuurlijk samenwerkingsverband tussen verschillende gemeenten in de regio, is opgehouden te bestaan. Dit samenwerkingsverband is verder gegaan als Vervoerregio Amsterdam: een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten en dat sinds 1 januari 2017 is opgericht. De Vervoerregio Amsterdam werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld, waarvan in dit kader vooral het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) relevant is (zie paragraaf 3.3.3.1). 3.3.2
Metropoolregio Amsterdam
De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en gemeenteraden van de aangesloten gemeenten en provincies.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 3.3.3
Kantoorbeleid
3.3.3.1 Plabeka Op 23 juni 2017 heeft het Platform Economie de Uitvoeringsstrategie 3.0 vastgesteld: 'Ruimte voor werken in de MRA van morgen: 2017-2030'. Hoofddoel van de Uitvoeringsstrategie is voldoende en kwalitatief passend aanbod van werklocaties in de Metropoolregio Amsterdam, om bij te dragen aan het versterken van de (inter)nationale concurrentiepositie en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat. In deze Uitvoeringsstrategie zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over Een adaptieve strategie: de nieuwe uitvoeringsstrategie is minder kwantitatief dichtgetimmerd. Als het gevolg van de crisis wordt er meer rekening gehouden met onvoorspelbaarheid en onzekerheid. De afspraken moeten dus wendbaar en flexibel zijn. De marktvraag en kwaliteit van het vestigingsklimaat zijn leidend in de strategie. Programmering: de planvoorraden van zowel bedrijventerreinen als kantoren moeten worden bewaakt om overaanbod te beperken en te voorkomen. Voor Amsterdam wordt versneld bijgeschakeld als (inter)nationale kansen daarom vragen. Voor alle deelregio's wordt in aanvulling op de kantorenvraag naar formele locaties extra ruimte geboden voor kantoorontwikkeling in informele milieus. Herbestemmen: Zowel voor kantoren als voor bedrijventerreinen zijn de transformatieambities hoog. Als gevolg daarvan wordt een uitplaatsingsvraag verwacht, met name vanuit Amsterdam.
Herstructurering: de herstructurering van bedrijventerreinen blijkt een belangrijk aandachtspunt. Het meest recente jaarlijkse verslag van de ontwikkelingen op de kantoren- en bedrijventerreinenmarkt in de MRA is de Monitor Plabeka 2017-2018. Daaruit blijkt dat de economie van de MRA in 2017 voor het vijfde jaar op rij een groei vertoonde. Bijna 60% van de banen in de MRA is gesitueerd op gemengde werkmilieus als woonwijken, centrumgebieden en creatieve wijken. Vooral binnen de creatieve wijken groeit de werkgelegenheid sterk. Kantoorruimte concentreert zich in centrumgebieden en woonwijken. De kantorenleegstand in gemengde milieus is in de afgelopen twee jaar gedaald tot 11%. Vooral in centra en creatieve wijken is de leegstand laag. In 2017 was bovendien meer transformatie zichtbaar dan ooit (0,5 miljoen m2, 4% van de totale voorraad). Wonen is de voornaamste nieuwe functie (minstens de helft van de getransformeerde ruimtes). Tot 2030 beschikt de MRA over 0,9 miljoen m2 hard planaanbod op kantoorlocaties, waarvan bijna de helft op internationale vestigingslocaties als Zuidas. De vraag concentreert zich met name op aantrekkelijke, multimodaal bereikbare plekken met een hoog voorzieningenniveau. In Amsterdam is de voorraad in dit segment krap. Ook de markt voor bestaande bedrijfsruimte lijkt in de gemeente Amsterdam krapper dan elders in de MRA.
Het transactievolume van bedrijfsruimte ligt er relatief hoog en de leegstand van industrieel vastgoed en kantoorruimten op bedrijventerreinen is laag.
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 23
Het bestemmingsplan Gatwickstraat 1 maakt maximaal 38.500 m2 bvo aan kantoren mogelijk. Het geldende bestemmingsplan 'Sloterdijk' voorziet in de mogelijkheid tot ruim 19.000 m2 aan kantoren. De locatie Gatwickstraat 1 betreft een aantrekkelijke, multimodaal bereikbare plek. Hier concentreert zich de vraag naar kantooroppervlakte. Onderhavig initiatief komt tegemoet aan de krappe kantoorvoorraad in dit segment in Amsterdam. Het initiatief draagt bij aan het creëren van voldoende ruimte voor kantoren op de juiste locaties. Daarmee is het initiatief passend binnen de Uitvoeringsstrategie 3.0. 3.3.4
Mobiliteitsbeleid
3.3.4.1 Regionaal Verkeer en Vervoerplan Het Regionaal Verkeer en Vervoerplan (RVVP) is in december 2004 vastgesteld door de Regioraad en opgesteld in samenwerking met de zestien gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam. De gezamenlijke ambitie is een gezonde en gedifferentieerde economie met internationale concurrentiekracht, het bieden van een goed sociaal klimaat voor inwoners en het zorgen voor een duurzame leefomgeving. De mobiliteitsgroei is hierbij een gegeven. Deze groei moet wel worden opgevangen om voldoende recht te doen aan de geformuleerde ambities maar mag niet leiden tot onbereikbaarheid en aantasting van de leefbaarheid. Beleid is noodzakelijk om niet alleen de bereikbaarheidsproblemen op te lossen maar ook om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Het RVVP gaat uit van een samenhangende aanpak van de bereikbaarheidsproblemen. Er wordt ingezet op het benutten van de sterke kanten van het bestaande aanbod van openbaar vervoer (OV) en wegcapaciteit, maar het kan niet zonder uitbreiding van deze capaciteit en verdere beïnvloeding van de vraag naar mobiliteit. Goed samenspel tussen ruimtelijke ontwikkelingen en verkeer en vervoer is noodzakelijk. Jaarlijks wordt voor het RVVP een uitvoeringsprogramma opgesteld en iedere twee jaar wordt het beleidskader geëvalueerd. Met de uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd is in het bestemmingsplan rekening gehouden.
In paragraaf 6.2 wordt verder ingegaan op het aspect bereikbaarheid. 3.3.4.2 Regionale OV-visie 2010-2030 van de Stadsregio Amsterdam De OV-Visie 2010-2030 is samen met gemeenten van de Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam), aangrenzende overheden, maatschappelijke organisaties (reizigersverenigingen) en vervoerbedrijven ontwikkeld en op 24 juni 2008 vastgesteld door de Regioraad. Het aanleggen van grootschalige infrastructuur vraagt een lange voorbereidingstijd. Daarom is een visie nodig voor de langere termijn. Op basis van de visie wordt ook een investeringsstrategie gemaakt. Met de visie kunnen juiste en toekomstbestendige keuzes worden gemaakt in de aanleg of aanpassingen van het OV-netwerk in de regio.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Amsterdam 2050 'Een menselijke metropool'
Algemeen De Omgevingsvisie van de gemeente Amsterdam is op 8 juli 2021 vastgesteld en dient als leidraad voor
Gemeente Amsterdam
blz. 24
ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Amsterdam is de kernstad van een snelgroeiende metropoolregio. Groei en transitieopgaven vragen in toenemende mate om samenwerking op regionale en landelijke schaal. Tegelijk is de kwaliteit van de directe leefomgeving juist belangrijker geworden. De opgestelde Omgevingsvisie moet handvatten bieden voor het opereren in het spanningsveld tussen grote en kleine schaal, tussen beleid voor de korte termijn en keuzes en grote investeringen voor de lange termijn, tussen de noodzaak ruimtelijk richting te geven en de wens tegelijk ruimte te bieden aan initiatieven uit de samenleving. Ruimtelijk-programmatisch kader De groei van Amsterdam wordt mogelijk gemaakt binnen de huidige stadsgrenzen. Aan de hand van vier buurttypen is de opgave tot verdichting ten behoeve van wonen en werken vorm gegeven. De projectlocatie aan de Gatwickstraat valt in deze systematiek binnen de kaders van een 'hoogstedelijk centrum'. De ontwikkeling van dit type buurt valt samen met naast wonen, het grootste aandeel werken en kennis. Dit wordt voornamelijk met grootschalige gebouwen vormgegeven. De buurten hebben een hoogstedelijke dichtheid, meestal op een klein oppervlak.
Figuur 3.1: Uitsnede stedelijke ontwikkeling Omgevingsvisie - projectlocatie omcirkeld Als onderdeel van de meerkernige ontwikkeling wordt op verschillende plekken in Amsterdam ingezet op versterking van de betekenis van de betreffende plek voor de hele stad. Deze plekken hebben de potentie om tot een stedelijke plek uit te groeien. Hierdoor komen ze ook als eerste in aanmerking als een locatie voor een grootstedelijke voorziening wordt gezocht. Om de plekken met stedelijke betekenis te categoriseren, zijn er zes verschillende plekken opgesteld. De projectlocatie aan de Gatwickstraat is in deze systematiek gekoppeld aan een combinatie van twee plekken, namelijk een 'stationskwartier' en een 'kenniskwartier'. De directe omgeving van de grotere stations (in dit geval Sloterdijk) worden buurten met een hoogstedelijke dichtheid en een gemengd voorzieningaanbod, ingericht als stationskwartier. In een kenniskwartier staan kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie centraal. Ze bieden ruimte aan kleinen grootschalige werkgebouwen. Alle kenniskwartieren zijn onderdeel van de stad en goed verbonden met de omgeving.
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 25
Figuur 3.2: Uitsnede plekken met stedelijke betekenis Omgevingsvisie - projectlocatie omcirkeld De ontwikkeling en uitgangspunten van voorliggend plangebied zijn passend binnen de Omgevingsvisie. De vestiging van het kantoorpand valt samen met de typeringen die de buurt heeft gekregen binnen de visie. Het initiatief draagt bij aan de verdere ontwikkeling van zowel het 'hoogstedelijk centrum' als het 'stations- en kenniskwartier' op locatie. 3.4.2
Transformatiestrategie Haven-Stad 'Sterke Stad - Slimme Haven'
In het verlengde van de Structuurvisie Amsterdam heeft de gemeenteraad op 4 juli 2013 de Transformatiestrategie Haven-Stad 'Sterke Stad - Slimme Haven' vastgesteld. Met de vaststelling van deze strategie is besloten om Haven-Stad geleidelijk te transformeren en de besluitvorming te faseren. Met het oog op omvang, diversiteit en kwaliteit is niet gekozen voor een vastomlijnd scenario. Langs de Noordelijke en de Zuidelijke IJ-oever en vanuit het westelijk deel van Amsterdam kan Haven-Stad stapsgewijs transformeren, te beginnen bij station Sloterdijk en het bedrijventerrein Sloterdijk I. In de Transformatiestrategie is inzicht gegeven in de programmatische en financieel-economische haalbaarheid en de mogelijkheid om de gevestigde bedrijven voor de regio te behouden. Zonder actieve verplaatsing van de havenbedrijven in de Coen- en Vlothaven kunnen tot 2040 circa 9.000 woningen gerealiseerd worden en kan het aantal arbeidsplaatsen toenemen tot 38.000. Wordt ook de Coen- en Vlothaven getransformeerd dan zal Haven-Stad in 2040 ruimte kunnen bieden aan 20.000 woningen en 44.000 arbeidsplaatsen. In 2025 neemt de gemeenteraad een besluit over het moment en de wijze van transformatie van de Coen- en Vlothaven.
Daarbij wordt rekening gehouden met de woningbehoefte en behoefte aan haventerrein op dat moment, intensivering van bestaande haventerreinen, milieuverantwoorde verplaatsing / uitbreiding van havenactiviteiten en financiële haalbaarheid.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
3.4.3
Ontwikkelstrategie Haven-Stad
In aanvulling op de Transformatiestrategie is een Ontwikkelstrategie opgesteld (vastgesteld op 21 december 2017). Tijdens het opstellen van de Ontwikkelstrategie is gebleken dat met een andere mengstrategie, in combinatie met hoogwaardig openbaar vervoer, meer woningen gerealiseerd kunnen worden dan in de Transformatiestrategie werd aangenomen. Daarbij is de behoefte aan woningen en plekken voor bedrijvigheid nog verder toegenomen sinds de Transformatiestrategie. Ook de duurzaamheidsdoelen zijn aangescherpt. De ontwikkelstrategie schetst dus verhoogde ambities voor Haven-Stad. De verwoorde visie in de Ontwikkelstrategie is toegespitst op functiemenging (hoogstedelijk en economisch vitaal), bereikbaarheid (focus op openbaar vervoer, fiets- en voetpaden), identiteit (water, stoer en stedelijk), duurzaamheid (slagkracht door schaalgrootte) en een gezonde leefomgeving.
Figuur 3.3: De gewenste programmatische invulling voor Sloterdijk-Centrum op grond van de Ontwikkelstrategie
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 27
Inclusief de Coen- en Vlothaven kunnen er in Haven-Stad tussen de 40.000 en 70.000 woningen en 45.000 tot 58.000 arbeidsplaatsen worden gerealiseerd. Daarbij wordt uitgegaan van floorspaceindex (fsi) 2, een gemiddelde woninggrootte van 80 m² brutovloeroppervlakte en gemiddeld 30 m² brutovloeroppervlak per arbeidsplaats. Het verhoogde woningaantal sluit aan bij de ambities verwoord in Koers 2025. Haven-Stad is in de moties inzake Koers 2025 specifiek genoemd als gebied waar het streven naar hogere dichtheden rondom hoogwaardige openbaar vervoervoorzieningen gerealiseerd kan worden. Wel moet voldoende ruimte beschikbaar zijn voor maatschappelijke voorzieningen als scholen, sport en recreatie. Vanwege de hogere dichtheden voor wonen en werken, moet een mobiliteitsshift plaatsvinden in Haven-Stad. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV-infrastructuur (bus, tram en metro) en fietsers en voetgangers krijgen prioriteit. Ook zal worden ingezet op Smart Mobility in het gebied. De rol van auto's neemt af. Investeringen in het autonetwerk blijven beperkt tot het voor de bedrijvigheid noodzakelijke niveau. Het voorliggende bestemmingsplan geeft uitvoering aan de ambities zoals verwoord in de Ontwikkelstrategie voor dit deel van Haven-Stad. 3.4.4
Visie Sloterdijk-Centrum 2040
De Visie Sloterdijk-Centrum 2040 (Bijlage 1) bevat de ruimtelijke en programmatische randvoorwaarden die in juridisch-planologische zin zijn vertaald naar voorliggend bestemmingsplan. Op 15 maart 2021 is de Visie samen met een investeringsbesluit door de gemeenteraad vastgesteld. Uit de Visie Sloterdijk-Centrum volgt de ambitie om van Sloterdijk-Centrum in 2040 een groen hoogstedelijk woon-werkgebied te maken. Daarbij wordt uitgegaan van een bereikbare, groene, duurzame, complete en verdichtende stad. De visie gaat uit van de verdichting in acht buurten, elk met eigen ruimtelijke kenmerken. Voor de gebouwen in de verschillende buurten van Sloterdijk-Centrum geldt dat de bouwhoogtes toenemen naarmate zij dichter bij het station staan. Wat betreft mobiliteit wil Sloterdijk inzetten op nieuwe vormen en gebruiken. Ook groen speelt een rol: er wordt waarde gehecht aan bestaande én nieuwe hoofdstructuren. In Sloterdijk-Centrum moet sprake zijn van een functiemix. Woningen voor stadsgezinnen bevinden zich in de groene omgeving: de Naritaweg en Haarlemmervaartbuurt. Voor starters en internationale werkers zijn er minder grote woningen met een uitstekende bereikbaarheid in de stationsbuurten. Ook de commerciële voorzieningen concentreren zich rondom het station, net als de kantoren.
Leegstaande kantoren zijn de afgelopen jaren voornamelijk getransformeerd naar hotelfunctie of herontwikkeld naar kantoorfunctie. De rest kan worden getransformeerd naar woonfunctie in combinatie met maatschappelijke/commerciële functies. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de ruimtelijke en programmatische randvoorwaarden zoals deze volgen uit de visie. 3.4.5
Kantoorbeleid
3.4.5.1 Kantorenplan 2019-2026 Het doel van het kantorenplan 2019-2026 (24 september 2019 vastgesteld door het college van B&W) is een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woon-werkmilieus beschikbaar zijn voor de uitbreidingsvraag van 125.000 m² kantoor per jaar.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
Met het kantorenplan 2019-2026 wordt aangesloten op de kantorenstrategie 2017, de Economie van Morgen (de ruimtelijke economische visie van Amsterdam, 2017) en de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (2019). Ook loopt het kantorenplan 2019-2026 vooruit op de nieuwe omgevingsvisie van gemeente Amsterdam die momenteel wordt ontwikkeld. In het kantorenplan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Meer en sneller kantoren ontwikkelen om te voldoen aan de marktvraag; Toekomstbestendige kantoren: flexibel, efficiënt, bereikbaar en klimaatneutraal; Transformatie van monofunctionele kantoorlocaties met behoud van werk; Realiseren van gemengde woon-werkmilieus. Sloterdijk-Centrum wordt in het kantorenplan 2019-2026 expliciet genoemd als gebied waar de transformatie, herontwikkeling en nieuwbouw van kantoren en wonen moet plaatsvinden, zodat het zich tot de gewenste woon-werkwijk kan ontwikkelen. Het uitgangspunt in Sloterdijk-Centrum is 50% wonen en 50% werken. Vanwege het lage aantal woningen in de directe omgeving van het station, zal voor die verhouding vooral moeten worden ingezet op het toevoegen van woningen en voorzieningen. Behalve tenders voor woningbouw, worden kantoorgebouwen herbestemd naar woningen en voorzieningen. Omdat het een multimodaal knooppunt is, is het tevens een goede locatie voor het toevoegen van kantoren, met name dicht bij het station.
Daarom zijn afspraken gemaakt over streefgetallen met betrekking tot de geplande onttrekkingen en opleveringen van kantoren. Voor Sloterdijk-Centrum is het streefgetal voor de periode 2019-2026 gesteld op 60.000 m² kantoor: 10.000 m² in de periode 2019-2022 en 50.000 m² in de periode 2023-2026. Het plangebied Gatwickstraat 1 ligt ten noorden van station Amsterdam Sloterdijk waar in de Visie Sloterdijk-Centrum 2040 een programma van 100% niet-wonen is voorzien. Het perceel bevindt zich binnen een straal van circa 300 meter van het station (eerste linie) waar prioriteit gegeven wordt aan kantoorontwikkelingen. Het realiseren van extra kantooroppervlakte op een locatie in de directe nabijheid van een multimodaal knooppunt, zoals voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, is in lijn met het kantorenbeleid. 3.4.6
Mobiliteitsbeleid
3.4.6.1 Nota parkeernormen auto 2017 Op 7 juni 2017 heeft de Gemeenteraad de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld (Gemeenteblad 2017, 229877). Het belangrijkste uitgangspunt van de Nota is dat bewoners en werknemers bij nieuwbouw geen parkeervergunning voor het parkeren op straat krijgen. Sloterdijk-Centrum wordt aangemerkt als A-locatie (op de plattegrond weergegeven in paars). A-locaties kenmerken zich door een zeer goede bereikbaarheid per openbaar vervoer. Gebieden die dicht bij een intercitystation zijn gelegen worden als A-locatie aangemerkt.
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 29
Figuur 3.4: de A-locaties zijn in het paars aangegeven De Nota maakt bovendien onderscheid tussen sloop/nieuwbouw, nieuwbouw en transformatie (herbestemmen). De parkeernormen zoals opgenomen in voorliggend bestemmingsplan zijn in overeenstemming met de Nota Parkeernormen Auto. In paragraaf 6.3.1 wordt verder op het beleid ten aanzien van autoparkeren voor het plangebied ingegaan. 3.4.6.2 Nota parkeernormen fiets en scooter 2018 Op 15 maart 2018 heeft de gemeenteraad de Nota parkeernormen fiets en scooter vastgesteld (Gemeenteblad, 2018, 183048). Bij nieuw te bouwen woningen is de verplichting om een (fietsen)berging te realiseren vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Voor niet-woonfuncties moet de realisatie van fietsparkeervoorzieningen worden vastgelegd middels bestemmingsplannen. De Nota dient ter onderbouwing van de normen die in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Uitgangspunt is dat fietsparkeren altijd op eigen terrein, al dan niet inpandig dient te gebeuren.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
Figuur 3.5: in het oranje zijn de gebieden met een gemiddeld fietsgebruik aangegeven. In het roze de gebieden met een laag fietsgebruik Het bestemmingsplangebied valt in het gebied met een gemiddeld fietsgebruik. Op basis van de kencijfers van het landelijke kennisinstituut CROW zijn fietsparkeernormen ontwikkeld voor niet-woonfuncties. Voor niet-woonfuncties wordt het bovendien verplicht om voldoende en goede fietsparkeervoorzieningen te realiseren op eigen terrein. De parkeernormen zoals opgenomen in voorliggend bestemmingsplan zijn in overeenstemming met de Nota parkeernormen fiets en scooter. In paragraaf 6.3.2 wordt verder op het beleid ten aanzien van fietsparkeren voor het plangebied ingegaan. 3.4.7
Duurzaamheids- en groenbeleid
3.4.7.1 Agenda Duurzaamheid In de Agenda Duurzaamheid (vastgesteld door de gemeenteraad op 11 maart 2015) zijn gebieden aangewezen waar de gemeente samenwerkt met ontwikkelaars, woningcorporaties en partijen als Alliander, AEB Amsterdam en Waternet om te investeren in duurzaamheid. De ambities van de Agenda Duurzaamheid hebben betrekking op duurzame energie, schone lucht, circulaire economie en een klimaatbestendige stad. Ook het verduurzamen van de gemeentegebouwen is een ambitie. Met betrekking tot duurzame energie heeft Amsterdam twee hoofddoelstellingen die in 2020 gerealiseerd moeten zijn: Per inwoner moet 20% meer duurzame energie opgewekt worden dan in 2013
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 31
en 20% minder energie verbruikt worden dan in 2013. Daartoe moet meer gebruik worden gemaakt zonne- duurzame warmte, moet de bestaande woningvoorraad verduurzamen, moet energieverbruik verlagen en moet energieneutrale nieuwbouw worden gestimuleerd. De lucht in Amsterdam moet schoner en gezonder, met zo min mogelijk stikstofdioxide, fijnstof en roet. De percentages stikstofdioxide en roet moeten in 2025 respectievelijk 35% en 30% lager zijn dan in 2015. Het college wil dit bereiken door: innovatie, onderzoek en circulaire bedrijvigheid te stimuleren. meer grondstoffen en materialen terug te winnen, met als subdoel: 65 procent van huishoudelijk afval scheiden in 2020. Het realiseren van een circulaire economie met nieuwe vormen van productie, distributie en consumptie is een lange termijndoel. Om die doelen te realiseren moet innovatie, onderzoek en circulaire bedrijvigheid worden gestimuleerd en moeten meer grondstoffen en materialen terug worden gewonnen. 3.4.7.2 Transitievisie warmte Amsterdam is bezig met een energietransitie. De ambitie van de gemeente Amsterdam is om een stad zonder aardgas te realiseren. Het Collegeakkoord 2018-2022 beoogt bovendien een versnelling van realisatie om in 2040 (i.p.v. 2050) een aardgasvrij Amsterdam te verkrijgen.
In lijn met deze ambitie is door het Rijk de wet VET (Voortgang Energietransitie) per 1 juli 2018 in werking getreden en moet alle nieuwbouw worden gebouwd zonder gas aansluiting. Voor de gemeente Amsterdam geldt als uitgangspunt dat alle warmtevoorzieningen open, betaalbaar en duurzaam moeten zijn. Het Collegeakkoord 2018-2022 beoogt bovendien een versnelling van realisatie om in 2040 (i.p.v. 2050) een aardgasvrij Amsterdam te verkrijgen. In lijn met deze ambitie is door het Rijk de wet VET (Voortgang Energietransitie) per 1 juli 2018 in werking getreden en moet alle nieuwbouw worden gebouwd zonder gas aansluiting2. Voor de gemeente Amsterdam geldt als uitgangspunt dat alle warmtevoorzieningen open, betaalbaar en duurzaam moeten zijn. 3.4.7.3 Agenda groen 2015-2018 Het plangebied van Gatwickstraat 1 is gelegen in de ringzone.
Gemeente Amsterdam
blz. 32
In de ringzone, waartoe ook Sloterdijk-Centrum behoort, is het van belang om ontwikkeling en verdichting hand in hand te laten gaan met investeringen in groen. Gerichte groeninvesteringen in deze zone betekenen een impuls voor de stedelijke ontwikkeling. Bovendien kan het voor een verbinding zorgen tussen de gebieden in het centrumgebied en buiten de ringzone. Het is essentieel dat ontwikkelingen integraal worden opgepakt, zodat naast het realiseren van woningen ook de kwaliteit en kwantiteit van groen en doelen op het gebied van klimaat, biodiversiteit en gezondheid vroegtijdig worden betrokken bij planvorming. De investeringen in het groen liggen buiten het plangebied, wel ligt de kavel aan een fietsroute naar groengebieden, zie paragraaf 6.2.4.
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 33
3.4.7.4 Actieplan Schone Lucht 2019 Het Actieplan Schone Lucht beschrijft op hoofdlijnen hoe de gemeente tot 2030 toewerkt naar schonere en gezondere lucht in de stad. In het Actieplan heeft het college de ambitie uitgesproken dat in 2030 overal in de gemeente alleen maar uitstootvrij verkeer rijdt. Daarom heeft de gemeente Amsterdam de volgende mijlpalen verwoord: 2020: Realisatie (diesel)milieuzone binnen ring A10 personenauto’s vanaf Euro4 en geografische uitbreiding milieuzones; 2022: ov-bussen en touringcars centrum zijn uitstootvrij (binnen s100 ten zuiden van het spoor) 2025: al het verkeer, waaronder ook taxi's, passagiersvaart, pleziervaart en GVB-veren, maar behalve personenauto's en motoren, is uitstootvrij binnen de ring A10 (voor brom- en snorfietsen geldt de hele bebouwde kom); 2030: al het verkeer binnen bebouwde kom is uitstootvrij. In hoofdstuk 19 wordt nader ingegaan op de duurzaamheidsregels die voor dit plangebied gelden.
Gemeente Amsterdam
blz. 34
bestemmingsplan_Gatwickstraat 1 (vastgesteld)
blz. 35
Hoofdstuk 4 4.1
Het ruimtelijk kader
Sloterdijk-Centrum, de stand van zaken
Er is een nieuwe visie op Sloterdijk-Centrum ontwikkeld. Deze visie is een ruimtelijk-programmatische uitwerking voor dit deelgebied van de Ontwikkelstrategie Haven-Stad. De visie bestaat uit verschillende onderdelen: een stedenbouwkundige opzet, beeldkwaliteit, een programmatische opzet, uitgangspunten voor groen en de openbare ruimte en omgevingsfactoren. In deze visie is aangegeven hoe de toekomst van Sloterdijk-Centrum eruit kan zien en hoe het zich verhoudt ten opzichte van de omliggende wijken (o.a. Nieuw-West), de werkgebieden en andere plandelen van Haven-Stad. Hieruit volgt een heldere hoofdstructuur voor de openbare ruimte en een verdeling van het programma over de verschillende buurten. De buurten zijn: Stationsbuurt-Zuid, Barajasplantsoen, Naritalaan-Oost, Naritalaan-West, Haarlemmervaartbuurt, Stationsbuurt-Oost, Centrale Stationsbuurt en Stationsbuurt-Noord. Voor de verschillende buurten zijn er randvoorwaarden voor de uitwerking op het gebied van programma, groen en ruimtelijke kwaliteit. Voorliggend bestemmingsplan is de juridisch-planologische vertaling van deze visie voor het perceel Gatwickstraat 1.