Raadsbesluit 2022-141B 03 Notitie Eindafrekening periode 2016-2022 RMA
Tekst van het document
Notitie eindafrekening RMA periode 2016-2022 Van
RMA
Aan
Overlegorgaan RMA
Betreft
Notitie eindafrekening periode 2016-2022 RMA
Datum
10 mei 2022
In de gemeenschappelijke regeling is geregeld dat de raden van de deelnemende gemeenten voor een periode van zes jaar hun jaarlijkse bijdrage aan de rekenkamer vaststellen.a De huidige afspraak loopt tot en met het kalenderjaar 2021. Na afloop van de zes jaren maakt de rekenkamer een voorstel voor een eindafrekening met de gemeenten. Hierbij besteedt zij aandacht aan de gewenste startreserve voor de nieuwe periode. Daarnaast vindt een verrekening plaats voor meer of minder geleverde onderzoeksinspanningen in verhouding tot de ontvangen financiële bijdragen. Ten minste twaalf maanden voor afloop van de zesjaarsperiode stellen de raden opnieuw de jaarlijkse bijdrage vast. Dit is niet gebeurd. Gelet op het vertrek van de bestuurder/ directeur van de rekenkamer per 1 maart 2022 en het aantreden van een nieuwe bestuurder/directeur, hebben de raden van Amsterdam en Zaanstad besloten de huidige bijdragen voor nog één jaar te verlengen en pas in 2022 de bijdragen voor de komende zes jaar vast te stellen.b In het Overlegorgaan RMA is besproken dat om die reden de periode van de zesjaarlijkse afrekening ook met een jaar wordt verlengd. De rekenkamer zal derhalve een voorstel voor afrekening doen op basis van de realisatiecijfers eind 2022.
Deze notitie geeft inzicht in de geleverde onderzoeksinspanningen van de rekenkamer voor de deelnemende gemeenten over de periode 2016 tot en met 2021. Vervolgens wordt inzichtelijk gemaakt welk voorstel de rekenkamer zou hebben gedaan als de afrekening zou zijn gebaseerd op de jaarrekeningcijfers 2021.
Geleverde onderzoeksinspanningen in periode 2016-2021 De volgende tabel laat de verdeling (in percentages) zien van de geleverde onderzoeksinspanningen in de periode 2016 tot en met 2021 voor Amsterdam, Weesp en Zaanstad. Dit is vervolgens afgezet tegen de norm.c
a Deze bijdrage wordt jaarlijks aangepast op basis van het indexcijfer voor lonen voor
overheidspersoneel. b Brief van het Presidium Amsterdam aan de gemeenteraadsleden van Amsterdam, Weesp en Zaanstad met als onderwerp Zesjarenbegroting Rekenkamer Metropool Amsterdam, 22 juni 2021. c De normpercentages zijn gebaseerd op de verhouding van de jaarlijkse ontvangen bijdragen van Amsterdam en Zaanstad in de periode 2016-2021 en de ontvangen bijdrage van Weesp sinds 2020.
1
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Tabel 1 – Verdeling geleverde onderzoeksinspanningen voor de periode 2016 tot en met 2021 (in procenten) 2016
2017
2018
2019
2020
2021
Norm in
Gerealiseerd
Afwijking
2016-2021
in 2016-2021
t.o.v. de norm
Amsterdam
92,6
91,5
95,2
90,8
87,5
90,3
90,5
91,3
+0,83
Weesp
-
-
-
-
1,2
1,3
0,3
0,4
+0,08
Zaanstad
7,4
8,5
4,8
9,2
11,4
8,4
9,2
8,3
-0,91
De tabel laat zien dat voor Amsterdam meer uren zijn besteed in verhouding tot de jaarlijkse bijdragen dan voor Zaanstad. In de periode 2016 tot en met 2021 heeft de RMA voor Amsterdam 0,83% meer onderzoekstijd besteed dan de norm en voor Zaanstad 0,91% minder. Voor Weesp is de bestede onderzoekstijd 0,08% meer dan het normpercentage.
Afrekening situatie ultimo 2021 De volgende tabel maakt inzichtelijk welk voorstel de rekenkamer zou hebben gedaan als de afrekening zou zijn gebaseerd op de jaarrekeningcijfers 2021.
Tabel 2 – Proeve van een voorstel van een afrekening van de zesjaarsperiode 2016-2021 (in €)
Amsterdam
1) Ontvangen gemeentelijke bijdragen 2016-2021
2) Geleverde onderzoeksinspanningen
3) Afrekening geleverde onderzoeksinspanningen
4) Afrekening surplus algemene reserve
5) (Per saldo) te verrekenen met de gemeenten
11.366.464
11.470.438
-103.974
122.180
18.207
Weesp
40.700
51.271
-10.571
437
-10.133
Zaanstad
1.151.900
1.037.366
114.544
12.382
126.927
12.559.074
12.559.074
0
135.000
135.000
Als de afrekening over de periode 2016-2021 zou hebben moeten plaatsvinden, zou de rekenkamer hebben voorgesteld om 135.000 euro met de gemeenten af te rekenen. De afrekening vindt plaats op basis van enerzijds de ontvangen bijdragen en anderzijds de geleverde onderzoeksinspanningen. Het bedrag van € 135.000 betreft het surplus algemene reserve eind 2021. Met dit voorstel komt de algemene reserve op 15% van de jaarlijkse bijdragen. Dit ligt aan de bovenkant van
2
NOTITIE PERSONEELS- EN LOONKOSTENONTWIKKELING RMA de bandbreedte voor de algemene reserve waarmee het Overlegorgaan heeft ingestemd. Voor een nieuwe beleidsperiode ziet de rekenkamer een algemene reserve van 15% als degelijke startreserve. De kolommen van de tabel 2 zijn als volgt toe te lichten. 1) Ontvangen gemeentelijke bijdragen Dit zijn de ontvangen bijdragen van de gemeenten voor de jaren 2016 tot en met 2021. In het geval de RMA extra budget heeft ontvangen voor het uitvoeren van een verzoekonderzoek, is deze opbrengst ook meegenomen. 2) Geleverde onderzoeksinspanningen De geleverde onderzoeksinspanningen zijn gebaseerd op het totaal van de directe onderzoeksuren die de RMA heeft besteed aan projecten van de desbetreffende gemeenten. De tijdsbesteding is gebaseerd op een systeem van tijdschrijving. Deze is jaarlijks in de jaarverslagen verantwoord. De geleverde onderzoeksinspanningen in euro’s zijn berekend door de procentuele geleverde onderzoeksinspanningen van Amsterdam, Weesp en Zaanstad (respectievelijk 91,3%, 0,4% en 8,3%) af te zetten tegen de ontvangen gemeentelijke bijdragen in de periode 2016-2021, te weten € 12.559.074. 3) Afrekening geleverde onderzoeksinspanningen De RMA streeft ernaar om over de periode van zes jaar haar onderzoekscapaciteit aan te wenden in verhouding tot de ontvangen gemeentelijke bijdragen.
In de praktijk blijkt echter dat soms meer en soms minder tijd is besteed aan een gemeente dan op basis van de ontvangen bijdragen mocht worden verwacht. Deze kolom laat zien hoe die meer en minder tijdsbesteding wordt verrekend. Voor Amsterdam, Weesp en Zaanstad is de tijdbesteding ten opzichte van de norm respectievelijk 0,83%, 0,08% en -0,91% (zie tabel 1). De bedragen in de kolom zijn bepaald door deze percentages af te zetten tegen de ontvangen gemeentelijke bijdragen in de periode 2016-2021. 4) Afrekening surplus algemene reserve Eind 2021 heeft de RMA een algemene reserve vóór bestemming van € 499.000. Hiervan wordt € 15.000 bestemd om de bestemmingsreserve symposium Waardevol bestuur met € 15.000 te verhogen. Gelet op een gewenste startreserve voor de algemene reserve voor de nieuwe periode van 15% van de jaarlijkse bijdragen is er nog een surplus beschikbaar van circa € 135.000 om uit te keren aan de gemeenten of in te zetten voor extra onderzoeksactiviteiten en/of investeringen in de komende jaren. De afrekening van het surplus is na rato van ontvangen gemeentelijke bijdragen in de periode 2016-2021. 5) (Per saldo) te verrekenen met de gemeenten De met de gemeenten te verrekenen bedragen zijn het saldo van de afrekening surplus algemene reserve (ad. 4) en de afrekening geleverde onderzoeksinspanningen (ad. 3).
Vanwege de fusie van de gemeenten Amsterdam en Weesp in maart 2022, wordt
3
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM voorgesteld om het nog door Weesp te betalen bedrag te verrekenen met het terug te betalen bedrag aan Amsterdam. Bij het afrekeningsvoorstel kunnen de volgende opmerkingen worden gemaakt. 1. In hoofdstuk 6 Overige gegevens van de jaarrekening van het Jaarverslag 2021 is het voorstel opgenomen om het surplus aan algemene reserve te storten in de bestemmingsreserve Zesjaarlijkse afrekening. 2. De afgelopen zes jaar heeft de RMA in verhouding tot de gemeentelijke bijdragen te weinig onderzoeksinspanningen geleverd voor Zaanstad. De RMA streeft ernaar om in 2022 extra onderzoeksinspanningen te leveren voor Zaanstad, zodat de eventuele terugbetaling meer in verhouding ligt met de ontvangen gemeentelijke bijdragen. 3. Eind 2022 zal, afhankelijk van het jaarresultaat 2022, meer of minder dan € 135.000 beschikbaar zijn om met de deelnemende gemeenten te verrekenen. Daarbij bestaat de optie om over te gaan tot een feitelijke terugstorting, de beschikbare surplus in te zetten voor extra onderzoeksactiviteiten in het lopende c.q. komende jaar. 4. In de komende jaren zullen investeringen noodzakelijk zijn in de huisvestering en ICT-infrastructuur van de RMA. Op termijn zullen hier middelen voor opzij moeten worden gezet.
4