CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2022-042G Nota beantwoording zienswijzen bp Hoogte Kadijk

RAAD 16 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B VN2021-03547130.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

42

Gemeente Amsterdam

Pagina 43 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2.4 Adressant 6 De zienswijze van , is ontvangen op 17 augustus 2021. 2.4.a. Als hoofdhuurder van het naastgelegen pand op meldt adressant, mede namens de onderhuurders, dat de geplande bebouwing op de Koning Williamwerf betreurd wordt. “Hiermee gaat een unieke doorkijk over een historisch stuk Amsterdam verloren. Mede vanwege de locatie en het uitzicht zijn wij in 2015 naar deze locatie verhuisd en zijn we een huurverplichting aangegaan tot oktober 2025.” Beantwoording 2.4.a. De gehuurde bedrijfsruimte van adressant bevindt zich in een stedelijke omgeving waarbij een woon- werksituatie met een vrij uitzicht niet kan worden gegarandeerd. Verder bestaat er volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen blijvend recht op vrij uitzicht (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5649). Aanvullend wordt hier nog verwezen naar de beantwoording onder 2.2.b. onder het kopje “Het verdwijnen van de bestaande historische zichtlijn”.

2.4.b Daarnaast maakt adressant zich zorgen over de (geluids-)overlast tijdens het bouwproces. Dit geldt in het bijzonder voor de triagepost (het call center) van Huisartsenposten Amsterdam, die hier gehuisvest is. Huisartsenposten Amsterdam levert spoedeisende medische huisartsenzorg aan inwoners van Amsterdam en passanten. Op de triagepost komen alle telefonische zorgvragen binnen en worden daar beantwoord door onze triagisten en huisartsen. Dit gebeurt elk werkdag van 17.00 in de middag tot 08.00 uur de volgende ochtend en in het weekend 24 uur per dag. Graag vernemen adressanten van de gemeente / de projectleider hoe deze overlast tot een minimum beperkt kan worden. Beantwoording 2.4.b Het tegengaan van overlast tijdens bouwwerkzaamheden is niet iets dat geregeld kan worden in een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is daarvoor niet het juiste instrument. Het betreft een uitvoeringsaspect. Mocht deze bestemmingsplanprocedure leiden tot een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen op deze locatie dan is het de taak van de vergunninghouder en de bouwer om de overlast zoveel als mogelijk te beperken. De initiatiefnemers hebben tijdens de behandeling van het plan bij de stadsdeelcommissie, aan de aanwezige vertegenwoordiger van de Huisartsenposten, medegedeeld open te staan voor overleg en te zijner tijd de eventuele (bouw)overlast zoveel mogelijk te beperken.

Aanvullend wordt hier nog verwezen naar de beantwoording onder 2.3.o., laatste twee alinea’s. Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

43

Gemeente Amsterdam

Pagina 44 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2.5.

Adressanten 7, 8, 9 en 10

De zienswijze is ingediend door 

De zienswijze is ontvangen op 18 augustus 2021. 2.5.a. Maximale planologische invulling van het plan Adressanten stellen dat de planregels een veel uitgebreider scala aan gebruiksfuncties mogelijk maken. Op grond van artikel 3.1 van het Ontwerpbestemmingsplan wordt immers ook toegestaan het gebruik als kantoor (met en zonder baliefunctie), voorzieningen met inbegrip van horeca, kinderopvang, galeries, consumentverzorgende dienstverlening, bedrijven en detailhandel. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van deze functies is echter volgens adressanten niet aannemelijk gemaakt, laat staan onderzocht. In de plantoelichting noch in de onderzoeken is rekening gehouden met dit gebruik. Het Ontwerpbestemmingsplan is daarom op dat punt in strijd met een goede ruimtelijke ordening en artikel 3.1 Wro. Beantwoording 2.5.a. Het algemene beleid voor de functies in de binnenstad is gericht op het behouden, en waar mogelijk versterken van de functiemenging. Om die reden is in bestemmingsplannen voor de binnenstad het gebruik van gebouwen zo flexibel mogelijk gemaakt door aan (vrijwel) alle bebouwing de bestemming "Gemengd (GD)" te geven. In de gebouwen met deze bestemming zijn in principe alle soorten gebruik toegestaan.

Anders dan adressanten stellen, behoeft niet altijd zonder meer van de theoretische maximale planologische mogelijkheden te worden uitgegaan, maar dat ook voor een representatieve invulling daarvan mag worden gekozen. Het gaat dan niet om een theoretisch absoluut worst-case scenario, maar van een realistische worst-case invulling van de maximale planologische mogelijkheden. In het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan “Hoogte Kadijk 145B” is gekozen voor het algemene beleid van gemengde functies in de binnenstad. In de Toelichting op het plan is onder paragraaf 6.1 tot en met 6.12 een motivering gegeven voor de toepassing van de functie ‘Gemengd’. Na de terinzagelegging is echter gebleken dat een deel van de mogelijk gemaakte functies de komende jaren niet gerealiseerd zal worden mede omdat voor de woongebouwen in de ondertekende afsprakenbrief tussen de initiatiefnemer en de gemeente een uitpondtermijn van 25 jaar is opgenomen. Daarnaast is de locatie zodanig specifiek op zichzelf (wonen / jachthaven /

44

Gemeente Amsterdam

Pagina 45 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

werkplaats) dat de invulling van de andere functies niet binnen een bepaald aantal jaren te verwachten is. De zienswijze van de adressanten heeft er mede toe geleid dat de bestemming ‘Gemengd’ thans is aangepast naar een voor de locatie meer specifieke bestemming: ‘Gemengd 145B’. De bestemming ‘Gemengd 145B’ is gereduceerd tot de functies wonen, bedrijven, bijbehorende erven en inpandige fietsenstallingen en niet-openbare parkeervoorzieningen. Zowel de theoretische maximale planologische mogelijkheden alsook de representatieve invulling daarvan zijn thans onderzocht en beoordeeld. Er zijn na de terinzagelegging aanvullende onderzoeken gedaan aangaande het geluid, parkeren, almede een actualisatie van ecologie en stikstof en water. Ook uit deze aanvullende en geactualiseerde onderzoeken blijkt dat de nieuwe functies niet een onevenredige druk op het woon- en leefklimaat opleveren en passen bij het gemengde karakter van wonen en werken op het Kadijkseiland.

2.5.b. Gevolgen jachthaven onduidelijk Adressanten stellen dat het onduidelijk is of de huidige nieuwbouwplannen tevens op de aanleg van de jachthaven zelf zien. In de toelichting wordt uitsluitend gesproken over de werkplaats (p. 42), maar het Ontwerpbestemmingsplan maakt het gebruik als jachthavens en steiger nu al wel mogelijk met de bestemming “Water” en de aanduiding “jachthaven”. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van deze functie en bebouwing op deze plek is met het Ontwerpbestemmingsplan echter niet aannemelijk gemaakt. Dit gebruik is ook niet meegenomen in de verschillende ruimtelijke onderzoeken (stikstof, parkeren, water). Derhalve is het Ontwerpbestemmingsplan ook op dit punt in strijd met een goede ruimtelijke ordening en artikel 3.1 Wro. Beantwoording 2.5.b. Het water rondom Hoogte Kadijk 145B valt tot aan de inwerkingtreding van het vast te stellen bestemmingsplan binnen het geldende bestemmingsplan “Water” en is daarin voornamelijk bestemd als 'Water'. Het vast te stellen bestemmeningsplan behoudt de bestemming ‘Water’ maar er wordt wel een functieaanduiding opgenomen voor de jachthaven en een nieuwe functieaanduiding voor de werkvoorraad (water-werkvoorraad) langs de lange zijde van de locatie waar de dubbelbestemming “Waterstaat – waterbergingsgebied” van toepassing is.

Boten die tot de voornoemde werkvoorraad behoren mogen slechts kortstondig afmeren tot een maximum van twee dagen. De begrenzing van deze aanduidingen is gelijk aan de aanduiding 'werkvoorraad' in het geldende bestemmingsplan 'Water'. Een omgevingsvergunning, voor de activiteit “bouwen” voor de daadwerkelijke realisatie van de jachthaven zal in een later stadium worden aangevraagd. Het vast te stellen bestemmingsplan dient dan mede als toetsingskader voor deze aanvraag. Adressanten kunnen niet worden gevolgd in hun stelling dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de functie jachthaven en bebouwing op deze plek niet aannemelijk is gemaakt. Volgens het vigerend bestemmingsplan “Water” mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkvoorraad' de gronden worden gebruikt voor het afmeren van boten ten behoeve van de werkvoorraad dan wel bedrijfsvoorraad, alsmede voor het innemen van één ligplaats voor een varend bedrijfsvaartuig en één ligplaats voor een niet-varend bedrijfsvaartuig ten behoeve van het

45

Gemeente Amsterdam

Pagina 46 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

ter plaatse van de aanduiding op de wal gevestigde bedrijf. Daarnaast is de voor de Kadijken historisch gezien kenmerkende watergebonden bedrijvigheid juist een belangrijk uitgangspunt voor de beoogde herontwikkeling. Behoud van de werffunctie en bijbehorende ruimtelijke karakteristiek is daarom van belang maar dan zonder overlastgevend gebruik. Dat wordt bereikt door ter plaatse van het water van de voormalige scheepswerf een jachthaven met maximaal 30 plaatsen voor elektrische sloepen en boten aan te leggen. De ligplaatsen zullen worden verhuurd aan booteigenaren en niet aan passanten. Er vindt dus geen verhuur van sloepen en boten plaats. De jachthaven met bijbehorende functies is te beschouwen als een hedendaagse vorm van watergebonden bedrijvigheid maar dan zonder overlast voor omwonenden. Mede naar aanleiding van de zienswijze van de adressant zijn enkele onderzoeken en de toelichting van het bestemmingsplan geactualiseerd. Uit de geactualiseerde onderzoeken en toelichting, waarbij de gevolgen voor de nieuwbouw en de bestaande bebouwing en de leefomgeving zijn beoordeeld, blijkt dat de realisatie van een jachthaven ruimtelijk aanvaardbaar is.

2.5.c. Orde 3/beschermd stadsgezicht en stedenbouw Adressanten stellen dat in paragraaf 1.6 van de plantoelichting de gemeente gemakshalve is vergeten te vermelden dat het uitgangspunt van orde 3 panden behoud is (zie hiervoor ook artikel 27.3 onder b van het Bestemmingsplan). Adressanten menen verder dat in het plan de aanwezige stedenbouwkundige waarden niet worden gerespecteerd. Stedenbouwkundige waarden gaan namelijk niet over een bouwplot, maar over de stedenbouwkundige configuratie van meerdere gebouwen/bouwplots in samenhang bezien. De conclusie van de gemeente dat bebouwing op het terrein van de scheepswerf de aanzienlijke aanwezige stedenbouwkundige waarden dient te respecteren is bovendien een te beperkte interpretatie van het begrip stedenbouwkundige waarden. Daarbij zouden immers tevens de waarden van de stedelijke configuratie van gebouwen en bebouwing zoals de Entrepotdoksluis (brug 80), Oosterkerk, Museumwerf Kromhout en pakhuis Vriesseveem moeten worden betrokken, die gezamenlijk samen iets vertellen over het bijzondere havenverleden van deze plek. Met de voorgestelde nieuwe bebouwing verdwijnt de samenhang tussen deze gebouwen en daarmee wordt het verhaal onleesbaar/onnavolgbaar. Beantwoording 2.5.c. Primair uitgangspunt van orde-3 panden is inderdaad behoud, zoals ook in paragraaf 1.6 van de Toelichting van het bestemmingsplan is vermeld.

Er is echter een groot kwaliteitsverschil tussen orde-3 panden onderling. Op basis van een kwaliteitstoets wordt bepaald of sprake is van panden met cultuurhistorische, bouwhistorische, architectuurhistorische en/of stedenbouwkundige waarden. Wanneer dat het geval is, is behoud uitgangspunt. Het kwaliteitsniveau van deze genoemde waarden is bepalend of sprake kan zijn van sloop/nieuwbouw.

46

Gemeente Amsterdam

Pagina 47 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Ook voor dit perceel en de daar op gelegen bebouwing is een Kwaliteitstoets uitgevoerd, die als bijlage 1 bij de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan ‘Hoogte Kadijk 145B’ is gevoegd. Uit deze kwaliteitstoets blijkt dat de stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde van het hele terrein hoog is, maar dat de architectonische en bouwhistorische waarde van de afzonderlijke gebouwen laag is. De conclusie van de kwaliteitstoets luidt als volgt: ‘Sloop van de opstallen is op zich te rechtvaardigen, maar het verdient aanbeveling bij nieuwbouw de stedenbouwkundige waarden van het terrein te behouden, daar de opstallen niet als incidentele objecten gezien dienen te worden, maar als ensemble onderdelen van het grotere geheel, de scheepswerf. Bebouwing op het terrein van de scheepswerf dient de aanzienlijke aanwezige stedenbouwkundige waarden te respecteren.’ Door de stedenbouwkundige opzet van het nieuwbouwplan worden zoals in de plantoelichting is betoogd de stedenbouwkundige waarden van het terrein gerespecteerd, waarmee de aanbevelingen uit de kwaliteitstoets worden opgevolgd en sloop van de opstallen te rechtvaardigen is. Uiteraard worden deze stedenbouwkundige waarden in een bredere context bekeken dan enkel het te bebouwen perceel. Het hele werkeiland van de Kadijken tegenover de oostelijke haveneilanden is ‘het grotere geheel’ waar het plan zich toe verhoudt.

Juist door met de nieuwe bebouwing aan te sluiten op de cultuurhistorische ontwikkeling van de Kadijken en hier een nieuwe laag aan toe te voegen, wordt ook recht gedaan aan de stedenbouwkundige waarden van de omgeving. In het als bijlage 4 bij de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan ‘Hoogte Kadijk 145B’ gevoegde document ‘Onderzoek cultuurhistorische ontwikkeling’ wordt de historie van het plangebied en de structuur daarvan nader geanalyseerd. Hierbij worden een aantal aspecten benoemd, zoals een structuur van kleinschaliger bebouwing aan de dijk en grootschaliger bebouwing aan de kade, eenduidige volumes aan de waterzijde en een bebouwingsrichting loodrecht op de hoofdassen van kade en dijk. Deze analyse vormt de basis van het stedenbouwkundig plan voor de locatie, waarin de belangrijkste aspecten uit de analyse worden opgepakt. Doordat met het nieuwe bouwplan aangesloten wordt op de bestaande structuur van bebouwing, kunstwerken en open ruimte in de omgeving wordt de samenhang tussen de bebouwing aan de Kadijken gewaarborgd en in tact gehouden.

2.5.d. Unesco/HER Adressanten stellen kort samengevat dat het plan de authenticiteit en integriteit van het historische stedelijke landschap bedreigt. De zichtlijnen vanaf de Entrepotdoksluis (brug 80) tussen Oosterkerk, Museumwerf Kromhout en pakhuis Vriesseveem worden door de ontwikkeling onderbroken. Nu de locatie is gelegen binnen UNESCO-gebied, dient bovendien op grond van de Hoogbouwvisie van de gemeente Amsterdam (hierna: Hoogbouwvisie) een Hoogbouw Effect Rapportage (hierna: HER) te worden opgesteld, met tenminste een onderzoek naar de impact op het stedelijk landschap. Blijkens de Hoogbouwvisie (p. 34) is een dergelijke rapportage over landschappelijke effecten verplicht gesteld bij “middelhoogbouwinitiatieven vanaf 22,5 meter of 25% hoger dan hun directe omgeving in het UNESCO-gebied”. Adressanten menen dat het bouwplan binnen deze voorwaarden

47

Gemeente Amsterdam

Pagina 48 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

valt. Immers, als binnenplanse vrijstelling voor de ondergeschikte bouwdelen wordt meegerekend, wordt mogelijk hoger uitgekomen dan 22,5 meter, zeker gerekend gemeten vanaf de werf. Bovendien wordt de nieuwbouw op sommige plekken meer dan 25% hoger dan de directe omgeving. Een HER of een landschappelijke rapportage ontbreekt echter bij het Ontwerpbestemmingsplan. Gelet hierop zijn de ontwerpbesluiten in strijd met de Hoogbouwvisie, met de regels omtrent bescherming van UNESCO-gebied, met een goede ruimtelijke ordening en met artikel 3.1 Wro. Beantwoording 2.5.d. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.2.b., kopje “Structuurvisie, hoogbouwbeleid en UNESCO werelderfgoed” en kopje “Het verdwijnen van de bestaande historische zichtlijn”.

2.5.e. Bouwhoogte Adressanten stellen dat het onduidelijk is wat nu precies de maximale bouwhoogte van de ontwikkeling wordt. Onduidelijk is aldus adressanten waarom de hoogte vanaf het straatpeil wordt aangehouden en niet vanaf de hoofdtoegang van het werfgebouw. Gemeten vanaf daar zal de liftopbouw immers uitkomen op 22 meter, als deze een bouwhoogte heeft van 20,5 meter gemeten vanaf de straat. Bovendien begrijpen adressanten de opmerking niet dat installaties inpandig zullen worden gerealiseerd, nu daarvoor met de ontwerp omgevingsvergunning een binnenplanse afwijking wordt verleend voor het toestaan van installaties op daken die niet inpandig kunnen worden gerealiseerd. Worden deze installaties nu wel of niet inpandig gerealiseerd? En is de uitpandige realisering meegenomen in de ruimtelijke onderbouwing bij het Ontwerpbestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken naar de ruimtelijke gevolgen van het Ontwerpbestemmingsplan, zoals stedenbouw, beschermd stadsgezicht, UNECSCO-gebied, Hoogbouwvisie, of is daarbij gemakshalve uitgegaan van inpandige oplossing van deze installaties? Beantwoording 2.5.e.: Voordat we kunnen aangeven wat de maximale bouwhoogte is, wordt eerst een toelichting gegeven op de wijze van meten.

Wijze van meten Om de bouwhoogtes van de verschillende panden aan de Hoogte Kadijk vergelijkbaar te houden wordt in algemene zin gesproken over de bouwhoogte vanaf straatpeil. De bouwhoogte van een afzonderlijk bouwdeel dat niet direct aan de straat grenst wordt echter in de regel gemeten vanaf het peil van de hoofdtoegang. In het bestemmingsplan is voor de wijze van meten van de bouwhoogte (artikel 2 van de regels) uitgegaan van de standaard peilbepaling (artikel 1). De bouwhoogte van een bouwwerk op een

48

Gemeente Amsterdam

Pagina 49 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

perceel, waarvan de (hoofd)toegang direct aan de weg grenst, wordt zodoende gemeten vanaf de hoogte van het terrein ter hoogte van die (hoofd)toegang. Bij een bouwwerk op een perceel, waarvan de (hoofd)toegang niet direct aan de weg grenst, wordt de bouwhoogte gemeten vanaf het gemiddelde aangrenzende terrein ter hoogte van de (hoofd)toegang bij voltooiing van de bouw. Gelet op de wijze van meten en de peilbepaling in het bestemmingsplan en de situering van de nieuwbouw wordt de bouwhoogte bij het voorhuis gemeten vanaf het straatpeil. Aangezien de hoofdtoegang van het werfgebouw niet aan de Hoogte Kadijk grenst, wordt voor het werfgebouw uitgegaan van het peil ter plaatse van de hoofdtoegang. Door het hellend vlak van het maaiveld naar het water zal de hoofdtoegang van het werfgebouw aanzienlijk lager liggen dan het straatniveau. In de verbeelding en de planregels wordt daarom uitgegaan van de bouwhoogte vanaf het peil van de hoofdtoegang onder het werfgebouw. Maximale bouwhoogte Uit de zienswijze kan worden opgemaakt dat de regeling over plaatsen van bouwdelen op het dak, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, tot onduidelijkheid leidt. De regels zijn dan ook gewijzigd.

Onderscheiden worden nu ten eerste ondergeschikte bouwdelen die volgens de regel over de wijze van meten van de bouwhoogte niet meetellen bij het meten van de bouwhoogte, en ten tweede bouwdelen die op het dak mogen worden geplaatst en wel meetellen voor het bepalen van de bouwhoogte. De in artikel 3.2.3 en 3.2.6 genoemde bouwdelen conform de maten zoals daar bepaald, mogen aldus op het dak worden geplaatst. Een verbod op het plaatsen van installaties op het dak geldt –uitsluitend- ten aanzien van deze bouwdelen niet. Dat is bepaald in artikel 3.2.7. Dat in het bestemmingsplan afwijkingsbevoegdheden zijn opgenomen, is omdat er in de toekomst wellicht toch een noodzaak is om nog een bouwdeel op het dak te plaatsen. De afwijkingen worden niet nu ingezet om het bouwplan dat is ontwikkeld, mogelijk te maken. Dit bouwplan past geheel binnen de regels over hoogte als bepaald in artikel 3.2.3 tot en met 3.2.7. Het daar bepaalde is het uitgangspunt geweest voor de onderzoeken naar de ruimtelijke gevolgen. Daar kan nog aan worden toegevoegd dat het bestemmingsplan een bouwplan mogelijk maakt dat ter plaatse van de lift op het hoogste gebouw maximaal 22,00 meter hoog is. Daarmee blijft het onder de 22,5 meter, zodat geen effecten kunnen worden verwacht die tot het opstellen van een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) nopen.

Ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan zijn thans een drietal bouwaanduidingen op de verbeelding opgenomen. Het gaat om de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1', de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' en de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' . De eerste bouwaanduiding regelt dat het werfgebouw pas mag worden gebouwd vanaf een hoogte van 4,5 meter, met uitzondering van in totaal 50 m² aan ondersteuningconstructies en trappen- en lifthuizen. Ook regelt de aanduiding dat voor bepaalde onderdelen een hogere bouwhoogte is toegestaan, zoals een liftopbouw en zonnepanelen. De tweede bouwaanduiding is opgenomen ter plaatse van het voorhuis en regelt eveneens dat voor bepaalde onderdelen een hogere bouwhoogte is toegestaan. De derde bouwaanduiding heeft betrekking op de overbouwing van de kop van het werfgebouw boven het water ter plaatse van de

49

Gemeente Amsterdam

Pagina 50 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

hellingbaan. De specifieke bouwaanduidingen voor de voornoemde ondergeschikte bouwonderdelen zijn vastgelegd in planregel 3.2.6.

2.5.f. Bezonning Bij het Ontwerpbestemmingsplan ontbreekt een onderzoek naar de gevolgen van de nieuwbouw voor de bezonning van de omliggende bebouwing. Ook in de plantoelichting ontbreekt een nadere toelichting op de gevolgen voor de bezonning. Adressanten vrezen voor een onevenredige afname van de bezonnningssituatie in en rondom de bebouwing van hun pand, zowel in de binnenruimtes als op het binnenterrein van de bebouwing. Voor een overzicht van de ligging van de verschillende bebouwing en de projectlocatie, verwijzen adressanten naar de impressie in Bijlage 2. Zo lang deze gevolgen niet inzichtelijk zijn gemaakt, kan niet worden geoordeeld dat de ruimtelijke gevolgen van het Ontwerpbestemmingsplan aanvaardbaar zijn. Bovendien zal deze afname van bezonning leiden tot planschade. Beantwoording 2.5.f. Allereerst moet worden opgemerkt dat er geen wettelijke eis bestaat voor de bezonning van kantoor- en bedrijfsgebouwen. In het kader van de belangenafweging is er wel degelijk een bezonningsstudie uitgevoerd die abusievelijk niet als bijlage bij de Toelichting is gevoegd noch nader in de Toelichting zelf is beschreven. In deze bezonningsstudie is de schaduwwerking van de toekomstige situatie inzichtelijk gemaakt in het voor- en najaar en vergeleken met de huidige planologische situatie.

Uit de bezonningsstudie blijkt dat bij Hoogte Kadijk 143C-145A en Hoogte Kadijk 143F in de ochtend van alle jaargetijden schaduw optreedt. Beide gebouwen zijn in gebruik als bedrijfsverzamelgebouwen. Wonen is niet aan de orde en ook niet toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan. Het aspect bezonning speelt een belangrijke rol bij het woongenot van bewoners maar is veel minder relevant bij niet-woonfuncties als een bedrijfsverzamelgebouw. Een vermindering van de bezonning in de ochtend heeft dan ook geen nadelige gevolgen voor de exploitatiemogelijkheden van de beide bedrijfsverzamelgebouwen. Daglichttoetreding kan wel van belang zijn voor de exploitatiemogelijkheden maar aangezien de nieuwbouw op voldoende afstand komt (voorhuis op minimaal 5 meter afstand en werfgebouw op minimaal 19 meter afstand) zullen er geen onevenredige gevolgen voor de daglichttoetreding van de beide bedrijfsverzamelgebouwen optreden. Tot slot moet worden opgemerkt dat de door adressanten bij de zienswijze geleverde schets enkel het meest negatieve scenario op 21 december toont. Op andere data zal er wel degelijk zonlicht op een groot deel van de zijgevel van het pand blijven vallen omdat de zon dan hoger staat dan op 21 december. De gevolgen van de met het plan voorziene bebouwing voor de bezonning van het kantoorgebouw zijn ruimtelijk aanvaardbaar.

Van betekenis is ook dat het gebied een stedelijke omgeving betreft.

50

Gemeente Amsterdam

Pagina 51 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2.5.g. Parkeren Adressanten stellen dat voor parkeren geldt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de maximale planologische invulling van het plan. Er wordt uitsluitend ingegaan op de parkeerbehoefte van de woningen en de jachthaven maar niet de overige met het Ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte functies (detailhandel, kantoor, bedrijven, werkplaats, horeca). Ook wat betreft fietsparkeren geldt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de maximale planologische invulling van het plan. Uitgangspunt is dat het op eigen terrein wordt opgelost. Voor bewoners en bezoekers zouden 140 fietsparkeerplekken in een gemeenschappelijke fietsenstalling komen en de woningen in het voorhuis zouden een eigen berging krijgen. Een rekensom dat deze 140 plekken voldoende zijn voor de woningen ontbreekt echter. Voor zover de gemeente zou willen afwijken van haar eigen (recente) beleid, zien cliënten daarvoor onvoldoende motivering. Bezoekers en personeel van de jachthaven zouden hun fiets kunnen parkeren op het terrein van de jachthaven. Onduidelijk is echter hoeveel plekken daarvoor benodigd zijn en waar deze plekken zijn voorzien. Bovendien is onduidelijk waar de gebruikers van de overige met het Ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte functies hun fiets kunnen parkeren (detailhandel, kantoor, bedrijven, werkplaats, horeca). Beantwoording 2.5.g.

Zoals reeds aangegeven in de beantwoording onder 2.5.a. is de bestemming ‘Gemengd 145B’, mede naar aanleiding van de zienswijze van de adressant, gereduceerd tot de functies wonen, bedrijven, bijbehorende erven en inpandige fietsenstallingen en niet-openbare parkeervoorzieningen. Voor de beantwoording van de zienswijze m.b.t. het aantal fietsparkeerplaatsen wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.2.d.

2.5.h. Verkeer Ook bij de gevolgen voor verkeer (p. 53) is aldus adressanten geen rekening gehouden met de maximale planologische invulling van het Ontwerpbestemmingsplan. Er wordt ten onrechte alleen uitgegaan van verkeersaantrekkende werking van de functie wonen en jachthaven gedurende de dag. Er is daarmee uitgegaan van een veel te laag aantal verkeersbewegingen ten gevolge van het plan. Beantwoording 2.5.h. Ook hier wordt allereerst verwezen naar de beantwoording onder 2.5.a. De verkeersaantrekkende werking van de (gereduceerde) bestemming is nader toegelicht in paragraaf 8.1.1 van de Toelichting. Adressanten kunnen niet worden gevolgd in de stelling dat

51

Gemeente Amsterdam

Pagina 52 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

enkel is uitgegaan van verkeersantrekkende werking gedurende de dag. Uit de Toelichting blijkt duidelijk dat is uitgegaan ‘per dag’ en ‘per etmaal’.

2.5.i. Stikstof Adressanten stellen dat uit het memo van Els&Linde d.d. 9 maart 2021 blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie (p. 65 plantoelichting). Echter, ook in dit onderzoek is aldus adressanten geen rekening gehouden met de maximale planologische invulling van het Ontwerpbestemmingsplan: woningen, jachthaven, detailhandel, horeca, kantoren, bedrijven, werkplaats. Bovendien is het aantal vierkante meters van de werkplaats nog opengelaten (p. 2 onderzoek). Daarnaast lijken de gevolgen en het materiaal voor de sloopfase ten onrechte niet in het onderzoek meegenomen. Als uitgangspunt is genomen de bouw van de woningen binnen een jaar, maar dat lijkt wat erg optimistisch, bovendien is de sloop daar niet in meegenomen en ook niet de bouw van de jachthaven en de overige met het Ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte functies. Tot slot ontbreekt de Aerius-calculator voor de bouwfase, alleen de gebruiksfase is bijgevoegd. Op basis van dit rapport kan daarom niet worden geconcludeerd dat de ontwikkeling geen toename in stikstofdepositie zal veroorzaken. Beantwoording 2.5.i. Maximale planologische invulling Ook hier allereerst een verwijzing naar de beantwoording onder 2.5.a. over de gereduceerde bestemming.

Ontbreken aantal vierkante meters werkplaats Adressanten merken terecht op dat het aantal vierkante meters van de werkplaats in het onderzoeksrapport is opengelaten. Deze omissie is hersteld in het geactualiseerde rapport van 9 november 2021. Sloopfase / bouwfase Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De wet voorziet in een vrijstelling van de vergunningplicht voor bouwactiviteiten. De vrijstelling geldt voor bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk. Hieronder vallen ook de vervoersbewegingen van het (bouw)verkeer dat met deze activiteiten samenhangt. Voor de gebruiksfase blijft de vergunningplicht onveranderd. Uit het geactualiseerde onderzoek van 9 november 2021 blijkt dat zowel bij de gebruiksfase als bij de bouwfase (opgemerkt wordt nogmaals dat op basis van recente wet- en regelgeving eigenlijk geen berekening van de stikstofdepositie nodig is voor de bouwfase) geen verhoging in de depositie is berekend. Hier is geen vergunning nodig van de Wet natuurbescherming.

52

Gemeente Amsterdam

Pagina 53 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Nu het rekeninstrument AERIUS Calculator, dat gebruikt wordt om de stikstofneerslag te berekenen voor toestemmingverlening, op 13 januari 2022 wordt geactualiseerd, zal nadien een nieuw geactualiseerd onderzoek worden verricht. 2.5.j.

Bodemverontreiniging Adressanten stellen dat in de ontwerp omgevingsvergunning is aangegeven dat er een redelijk vermoeden bestaat dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, reden waarom artikel 6.2c Wabo van toepassing is op grond waarvan de omgevingsvergunning niet eerder in werking treedt dan in de gevallen als omschreven in dat artikel. Dit wordt bevestigd door het bodemonderzoek (Grondslag, d.d. 27 mei 2016), waaruit volgt dat ter plaatse van het gehele perceel sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond) waardoor het perceel niet geschikt is voor woningbouw. Nu inzage in de saneringsplannen ontbreekt, is onzeker of het überhaupt mogelijk is de grond zodanig te saneren dat de beoogde ontwikkelplannen daarop gerealiseerd kunnen worden. Bovendien is het de vraag of de kosten van de sanering aanvaardbaar zijn. Gelet op het voorgaande is onzeker of de plannen uitvoerbaar zijn en kunnen de ontwerp omgevingsvergunning en het Ontwerpbestemmingsplan daarom niet worden vastgesteld. Beantwoording 2.5.j. De zienswijze is reeds beantwoord onder 2.3.m. Met de BUS-melding is de aanvaardbaarheid van de kosten en de uitvoerbaarheid van de sanering zeker gesteld. 2.5.k.

Geluid Adressanten stellen dat bij het aspect geluid uitsluitend is gekeken naar de geluidsgevolgen voor de te bouwen woningen ten gevolge van wegen, spoor en industrie (p. 56-57). Er is ten onrechte geen onderzoek gedaan naar de geluidsgevolgen van de met het Ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte functies (jachthaven, bedrijven, detailhandel, horeca) voor de omgeving (waaronder de panden van cliënten). De enkele stelling dat de werkzaamheden in de binnenwerkplaats geen overlast opleveren voor de omgeving, omdat er in de bestaande situatie ook nooit meldingen van overlast zijn binnengekomen bij de Omgevingsdienst (p. 38), is daarvoor onvoldoende. Wat betreft de jachthaven met serviceplaats (p. 60) wordt nog opmerkt dat de woningen hiervan geen hinder zullen ondervinden, maar ook hier is niet gekeken naar de hinder voor omliggende gebruikers anders dan bewoners van de nieuw te bouwen woningen. Beantwoording 2.5.k. Ook hier volgt allereerst de verwijzing naar de beantwoording onder 2.5.a. en de gereduceerde bestemming. Alhoewel er in het kader van de Wgh dus geen akoestisch onderzoek nodig is kan het in het kader van goede ruimtelijke ordening wenselijk zijn om na te gaan wat de akoestische gevolgen van nieuwe bedrijvigheid op de omgeving zullen zijn. Naar aanleiding van de zienswijze van meerdere 53

Gemeente Amsterdam

Pagina 54 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

adressanten heeft er op 16 september 2021 daarom een aanvullend akoestisch onderzoek plaatsgevonden. Doel van dit aanvullende onderzoek is om in het kader van de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening de geluidimmissie als gevolg van de jachthaven en bijbehorende werkplaats in en om het plangebied ter plaatse van de bestaande woningen, in kaart te brengen. De conclusie van het aanvullend akoestisch onderzoek is dat de geluidbelasting ten gevolge van de activiteiten binnen de nieuwe inrichting: -

binnen de normstelling van het Activiteitenbesluit past (zowel langtijdgemiddeld geluidniveau als piekgeluiden); binnen de normstelling van stap 2 (en 3) van de VNG-richtlijn past; er geen sprake is van indirecte geluidshinder.

Het aanvullend akoestisch onderzoek van 16 september 2021 wordt als bijlage aan de Toelichting op het bestemmingsplan gevoegd. 2.5.l. Ladder duurzame verstedelijking / behoefte Adressanten stellen dat in de plantoelichting in het kader van artikel 3.1.6 Bro de behoefte aan nieuwe woningen is onderbouwd. Ten aanzien van de jachthaven wordt opgemerkt dat de aard en omvang van de jachthaven in het plangebied met 30 ligplaatsen zodanig is dat deze buiten beschouwing kan worden gelaten bij de bepaling van de behoefte (p. 67). Adressanten begrijpen deze stelling niet. De ontwikkeling moet in zijn geheel worden beschouwd. Met de ontwikkeling worden woningen mogelijk gemaakt, maar ook een jachthaven, een werkplaats, bedrijven, kantoren, detailhandel, voorzieningen, horeca etc. De behoefte aan al de ontwikkelingen moet op grond van artikel 3.1.6 Bro inzichtelijk worden gemaakt, nu het een stedelijke ontwikkeling betreft. Nu deze behoefte niet inzichtelijk is gemaakt, is het Ontwerpbestemmingsplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening, artikel 3.1 Wro en artikel 3.1.6 Bro. Beantwoording 2.5.l. Ook hier volgt allereerst een verwijzing naar de beantwoording onder 2.5.a. en de reductie van de bestemming.

In de Toelichting op het plan (hoofdstuk 15) wordt gesteld dat de beoogde functies van woningen en een jachthaven in beginsel functies zijn die passend zijn in een stedelijk gebied als Amsterdam. Verder is gesteld dat de aard en omvang van de jachthaven in het plangebied met 30 ligplaatsen zodanig is dat deze in een gebied als Amsterdam buiten beschouwing kunnen worden gelaten bij het bepalen van de behoefte. Adressanten zijn het hier niet mee eens en zijn van mening dat ook voor de jachthaven een behoefte aangetoond moet worden. Alvorens te toetsen aan de Ladder dient te worden vastgesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit begrip is in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van dit begrip blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan een dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als 54

Gemeente Amsterdam

Pagina 55 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. Daarnaast kan op basis van op dit punt gevormde jurisprudentie worden geconcludeerd dat indien sprake is van een functiewijziging zonder toename van het ruimtebeslag, er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Er is hier primair sprake van een functiewijziging zonder toename van ruimtebeslag. De aanduidingen ‘jachthaven’ en ‘werkvoorraad’ neemt exact dezelfde ruimte in beslag als de huidige aanduiding ‘werkvoorraad’ ten behoeve van de scheepswerf Koning William. Daarnaast is, zoals reeds gesteld in de Toelichting, de aard en omvang van de jachthaven in het plangebied met maximaal 30 plaatsen zodanig dat deze in een gebied als Amsterdam buiten beschouwing kan worden gelaten bij het bepalen van de behoefte. 2.5.m. Ecologie Adressanten stellen dat de quick scan ecologie onvoldoende is om gevolgen voor beschermde soorten uit te sluiten. Er dient daadwerkelijk onderzoek plaats te vinden naar aanwezige soorten, zowel in de bestaande bebouwing, maar ook in, op en om het water. Beantwoording 2.5.m. Adressanten lichten niet toe waarom de quick scan ecologie opgevolgd moet worden door een daadwerkelijk onderzoek. Er is door het bureau Els & Linde B.V.

zowel een literatuur / bureau onderzoek verricht alsook een veldonderzoek en na de terinzagelegging van het bestemmingsplan is het onderzoek geactualiseerd en aangevuld onder meer met een onderzoek naar de gevolgen van de jachthaven. Om een goedoverwogen oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 29 maart 2021 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten zijn beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder is geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken. Uit de onderzoeken blijkt dat de aanwezigheid van vleermuizen en vogels is uitgesloten doordat de te slopen gebouwen in het plangebied voor deze soorten niet geschikt zijn of geen geschikte invliegopeningen bevatten. Ook beschermde planten en andere beschermde soorten zijn niet aangetroffen of te verwachten. De herontwikkeling heeft daarom geen gevolgen voor beschermde flora en fauna en voldoet aan de Wet natuurbescherming.

Ook heeft de herontwikkeling geen gevolgen voor herpetofauna en vissen. Wel dient er tijdens de diverse werkzaamheden rekening te worden gehouden met mogelijk aanwezige broedvogels (start buiten het broedseizoen) en mogelijke invliegopeningen van de gevel van het naastgelegen gebouw (openingen vrij houden en stootvoegen niet verlichten). Nu blijkt dat er geen beschermde soorten zijn aangetroffen en deze ook niet zullen worden aangetroffen, kan worden volstaan met de quickscan.

55

Gemeente Amsterdam

Pagina 56 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2.5.n.

Planschade Gelet op het bovenstaande is aldus adressanten aannemelijk dat de nieuwbouwplannen planschade zullen veroorzaken als bedoeld in artikel 6.1 Wro. Uit de plantoelichting blijkt niet hoe in deze schade zal worden voorzien. Zo lang dit onduidelijk is, is het Ontwerpbestemmingsplan financieel gezien niet uitvoerbaar. Bovendien betekent dit dat ten onrechte gebruik is gemaakt van de coördinatieprocedure. Artikel 5 van de gemeentelijke Coördinatieverordening bepaalt immers dat een gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking op grond van de verordening niet mogelijk is indien uit een schadeveroorzakend besluit blijkt dat schade kan worden veroorzaakt als bedoeld in artikel 6.1 van de Wro en de aanvrager niet bereid is deze schade voor zijn rekening te nemen.

Beantwoording 2.5.n. Voor de beoogde herontwikkeling is een risicoanalyse planschade uitgevoerd en op 14 mei 2020 is met de initiatiefnemers een planschadeovereenkomst getekend. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee vastgesteld.

2.5.o. Conclusie Op basis van het voorgaande concluderen adressanten dat vooralsnog geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 3.1 Wro. Voorts is sprake van strijd met artikel 3.1.6 Bro, de Nota parkeernormen Auto en Fiets, de Hoogbouwvisie, de Wabo, de regels uit het geldende Bestemmingsplan, het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Adressanten verzoeken het college en de raad de zienswijze gegrond te verklaren en het Ontwerp met bijbehorende besluiten aan te passen met inachtneming van deze zienswijze, dan wel af te zien van de vaststelling van de verschillende ontwerpen. Adressanten zijn graag bereid deze zienswijze nader toe lichten en mee te denken over een zorgvuldige inpassing van eventuele plannen, zo mogelijk in een daartoe door het College vast te stellen hoorzitting. Beantwoording 2.5.o. De conclusie vat de punten samen die hiervoor aan bod zijn gekomen. Geconcludeerd wordt dat er aan de hand hiervan geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat er sprake is van strijdigheid met verschillende beginselen van behoorlijk bestuurd. De beantwoording van de zienswijzen laat echter zien dat het plan niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening noch met de genoemde beginselen van behoorlijk bestuur. Dit wordt ook bevestigd door aanvullende en geactualiseerde onderzoeken.

Mede naar aanleiding van de zienswijze van de adressant is met de reductie van de bestemming “Gemengd” naar “Gemengd - 145B” invulling gegeven aan de daadwerkelijke realisatie van de functies.

56

Gemeente Amsterdam

Pagina 57 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Bij iedere raadscommissie is er de mogelijkheid in te spreken over punten die op de agenda staan. Adressanten zullen tijdig worden geïnformeerd over de behandeling van het plan door de raadscommissie RO. Zij kunnen dan gebruik maken van de mogelijkheid om in te spreken.

2.5.p. Zienswijze m.b.t. de Aanmeldnotitie m.e.r. Adressanten stellen vast dat er een vormvrije mer-beoordeling is uitgevoerd en een merbeoordelingsbesluit is genomen (p. 68-69 plantoelichting). Adressanten menen dat de merbeoordelingstoets ten onrechte niet is gedaan op basis van de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn. Er is onvoldoende rekening gehouden met de omvang van het project (maximale planologische invulling, niet alle mogelijk gemaakte gebruiksfuncties zijn meegenomen), het bestaande grondgebruik (ernstig geval van bodemverontreiniging) en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang (gevolgen project voor beschermd stadsgezicht en UNESCO-gebied, Hoogbouwvisie). Beantwoording 2.5.p. De zienswijze van de adressanten op het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B heeft er mede toe geleid dat de bestemming ‘Gemengd’ thans is aangepast naar een voor de locatie meer specifieke bestemming: ‘Gemengd 145B’. De bestemming ‘Gemengd 145B’ is gereduceerd tot de functies wonen, bedrijven, bijbehorende erven en inpandige fietsenstallingen en niet-openbare parkeervoorzieningen. Zowel de theoretische maximale planologische mogelijkheden alsook de representatieve invulling daarvan zijn thans onderzocht en beoordeeld.

Er zijn na de terinzagelegging aanvullende onderzoeken gedaan aangaande het geluid en parkeren almede een actualisatie van ecologie en stikstof en water. Ook uit deze aanvullende en geactualiseerde onderzoeken blijkt dat de nieuwe functies niet een onevenredige druk op het woon- en leefklimaat opleveren en passen bij het gemengde karakter van wonen en werken op het Kadijkseiland. Adressanten kunnen niet worden gevolgd in de stelling dat de mer-beoordelingstoets ten onrechte niet is gedaan op basis van de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn. Op pagina 6 en verder van de Aanmeldnotitie wordt juist aangegeven en verder uitgewerkt dat de toets is gedaan op basis van de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn: “De toets wordt gedaan op basis van dezelfde criteria die ook gelden bij een m.e.r.-beoordeling. Deze beoordeling is dus gekoppeld aan de richtlijnen in bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling.” De sanering van ernstig verontreinigd grond is onder meer besproken in paragraaf 4.6 van de Aanmeldnotitie. Om het perceel geschikt te maken voor woningbouw dienen sanerende maatregelen te worden genomen. Gekozen is voor het aanbrengen van een duurzame aaneengesloten afdeklaag voor bebouwing inclusief wonen zonder tuin. Het is daarom niet nodig om de grond dieper af te graven.

Voor het aanbrengen van een duurzame aaneengesloten afdeklaag is op 7 oktober 2021 door de initiatiefnemers bij ODNZKG een BUS-melding gedaan, categorie immobiel. BUS is een afkorting van Besluit uniforme saneringen. Op 25 oktober 2021 heeft ODNZKG de BUS-melding geaccordeerd. Deze stukken maken onderdeel uit van de gegevens behorende bij de te verlenen omgevingsvergunning voor het oprichten van bebouwing.

57

Gemeente Amsterdam

Pagina 58 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

De landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang (gevolgen project voor beschermd stadsgezicht en UNESCO-gebied) zijn uitvoerig besproken in de Aanmeldnotitie in onder meer hoofdstuk 3.2 en verder. De Hoogbouwvisie is onbesproken gelaten omdat in dit plan niet wordt voorzien in de realisatie van nieuwe hoogbouw (bebouwing hoger dan 22,5 meter). Ook de te verlenen omgevingsvergunning maakt geen nieuwe hoogbouw mogelijk.

Conclusie: De aard en de strekking van de bezwaren zoals deze zijn verwoord in de zienswijzen van de adressant vermeld onder 2.5.a. en 2.5.e., voor zover deze betrekking hebben op de gebruiksmogelijkheden van de bestemming Gemengd (2.5.a.) en de bouwhoogte (2.5.e.), hebben burgemeester en wethouders geleid naar een voorstel om het bestemmingsplan aan te passen en de regeling over de bouwhoogte c.a. juridisch te stroomlijnen. Burgemeester en wethouders stellen voor de bezwaren zoals verwoord onder 2.5.a voor zover het betreft de gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming Gemengd, gegrond te verklaren en de bestemming ‘Gemengd’ aan te passen naar een voor de locatie meer specifieke bestemming: ‘Gemengd - 145B’. De bestemming ‘Gemengd - 145B’ is gereduceerd tot de functies wonen, bedrijven, bijbehorende erven en inpandige fietsenstallingen en niet-openbare parkeervoorzieningen. Overige bezwaren leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

58

Gemeente Amsterdam

Pagina 59 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2.6

Adressanten 11 en 12

De zienswijze is ingediend door

, . De zienswijze is ontvangen op 9 augustus

2021. 2.6.a. Adressanten doen een dringend verzoek om niet akkoord te gaan met het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B om de volgende redenen: 1. Het plan bevat ronduit monsterlijke bebouwing. Het is adressanten een raadsel hoe adviescommissies op het gebied van de stedenbouw hieraan hun goedkeuring kunnen verlenen. 2. De Hoogte Kadijk is een zeer lange (600m) smalle straat , waarin het gebied van de twee scheepswerven de enige open ruimte met zicht op het water en de nautische bedrijvigheid is. 3. De Hoogte Kadijk is al erg dichtbevolkt en in het recente verleden ten prooi gevallen aan niet altijd gelukkige stadsvernieuwing. De Hoogte Kadijk is daarom echt geen stedenbouwkundig ensemble te noemen. 4. Op dit moment is de Hoogte Kadijk, evenals het Entrepotdok erg geliefd bij recreatieve wandelaars. 5. Bij de herbestemming van het terrein van de voormalige werf Koning William zou naar mening van adressanten gekozen moeten worden voor: i. het openhouden van de zichtlijnen vanaf de brug op het watergebied van de Nieuwe Vaart en de contouren van Wittenburg en Oostenburg ii. een vorm van bedrijvigheid die daarmee niet strijdig is, eventueel gecombineerd met een bescheiden woonfunctie. iii. een beloopbare, dus niet verticale, openbare groenvoorziening, gras bijvoorbeeld. 6.

Adressanten geven daarom de voorkeur aan een lage bebouwing (6m maximum) langs de straatzijde, vergelijkbaar met de werfhuisjes aan de Kromhoutwerf. 7. Op het terrein zou een soort Roeiverenigingsbouw met kantine kunnen komen. Dit met horeca maar niet per auto bereikbaar omdat, zo voegen adressanten toe, de Hoogte Kadijk een problematische verkeerscirculatie kent, waaraan in het verleden menige buurtvergadering is gewijd. 8. Tot slot vermelden adressanten dat een werkplaatsgebouwtje er al is en een bedrijfswoning wel ergens onder te brengen moet zijn.

Beantwoording 2.6.a.: 1. Bij de herontwikkeling van het plangebied is rekening gehouden met de ligging binnen het beschermd stadsgezicht en de bufferzone van het UNESCO gebied alsmede met de cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden als bedoeld in de kwaliteitstoets en de adviezen van MenA en CRK. In de Toelichting op het plan is hierover onder meer in paragrafen 5.5 en 4.4 uitvoerig verantwoording gegeven.

59

Gemeente Amsterdam

Pagina 60 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2. Door het werfgebouw op te tillen, wordt het vanaf het dijklichaam naar het water toe. aflopende terrein veel beter zichtbaar. Het aan de scheepswerfactiviteiten gerelateerde, aflopende achtererf blijft zo behouden en herkenbaar. Het historisch ruimtelijk symmetrische beeld van het sluizencomplex wordt hierdoor versterkt terwijl ook de afschuining ten gevolge van de aanleg van de Entrepotdoksluis behouden blijft. De ligging op de hoek van de Nieuwe Vaart en de Entrepotdoksluis, bij de - in haar huidige vorm uit 1903 daterende - brug 80, tegenover de historische scheepswerf 't Kromhout en met doorzichten naar de Nieuwe Vaart en de Wittenburgergracht wordt zodoende versterkt. De door adressanten gewaardeerde nautische bedrijvigheid wordt voortgezet in de vorm van een jachthaven met een werkplaats. 3. Het karakter van de Entrepotdoksluis en omgeving is een belangrijk uitgangspunt bij de beoogde herontwikkeling van het plangebied. Met name het open karakter van het steeds breder wordende water, vanaf de brug richting Nieuwe Vaart gezien, is van essentieel belang. Door Prast&Hooft is een studie verricht naar de cultuurhistorische ontwikkeling van het plangebied, de huidige bebouwing en het stedenbouwkundige ensemble (d.d. oktober 2019, zie bijlage 4 bij de Toelichting).

Op basis van de studie is voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied uitgegaan van een tweetal volumes: een voorhuis aan de zijde van de Hoogte Kadijk en een langwerpig werfgebouw achter het voorhuis. Deze beide volumes worden gerealiseerd binnen de huidige structuur van inhammen waarbij het grootste volume (het werfgebouw) aan de kade wordt gesitueerd en het kleinere volume aan de zijde van de Hoogte Kadijk. Beide volumes zijn loodrecht op de kade en de dijk. Voor de beide volumes is vervolgens een bouwplan opgesteld. 4. De opmerking van adressanten dat de Hoogte Kadijk, evenals het Entrepotdok erg geliefd is bij recreatieve wandelaars wordt ter kennisname aangenomen. 5. t/m 8 Adressanten stellen een aantal alternatieven voor. De raad dient bij de keuze van een bestemming een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. De aangedragen alternatieven leiden niet tot een andere afweging. Er kan geen voorkeur worden gegeven aan de alternatieven zoals adressanten hebben aangedragen boven het initiatief van de initiatiefnemers inhoudende onder meer het realiseren van woningen waaraan een zeer grote behoefte bestaat en het voortzetten van watergebonden activiteiten.

Er dient betekenis te worden toegekend aan de doelstelling van de initiatiefnemers. De door adressanten gewenste minimale bebouwing ten behoeve van wonen en het realiseren van een soort Roeiverenigingsbouw met kantine past niet binnen de doelstelling van de initiatiefnemers. M.b.t. het openhouden van zichtlijnen wordt verwezen naar de beantwoording van punt 2 van de zienswijze. De vergroening is nader toegelicht in de Toelichting onder 5.2.6. Een openbare groenvoorziening als gras beantwoordt eveneens niet aan de doelstelling van de initiatiefnemers. Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

60

Gemeente Amsterdam

Pagina 61 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

hebben op 10 augustus 2021 nog een tweede zienswijze ingediend. 2.6.b. Adressanten maken uit de partiele herziening van het bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad op dat de voorgenomen bouwplannen beschreven worden als bouwplannen van `hoogwaardige kwaliteit`. Het stadsgezicht ter plaatse zou ’niet in onevenredige mate aangetast’ worden. 1. Adressanten geven aan hierin alleen maar cynisme te kunnen constateren of tenminste extreem slechte smaak. De voorgestelde bebouwing ontneemt volgens adressanten, aan de Hoogte Kadijk het weidse uitzicht, het enig resterende, op de tegenovergelegen Oostelijke eilanden. Daarbij gaat het om de bakermat van de Amsterdamse scheepsbouw (en expansie). 2. Adressanten geven aan dat de bouwplannen vooral gericht lijken te zijn op het realiseren van zoveel mogelijk woningen. Naar mening van adressanten niet zozeer ‘hoogwaardig’ als wel onbescheiden hoog. Het geboden wooncomfort zou minimaal zijn: “extreem klein oppervlakte, geen balkonnetjes, alleen verticaal groen en bloembakken en alles (passend!) in corten-staal uitgevoerd. Het werfgebouw heeft het nog meest weg van een jeugdgevangenis”. 3. Adressanten verbaast het zeer dat een M.E.R. Beoordelingsbesluit niet nodig zou zijn.

De bouwplannen, zo geven ze aan, zullen door de toestroom van bewoners van meer dan 100 woningen, de geplande 24 parkeerplaatsen alleen al, van grote invloed zijn op Hoogte Kadijk en omgeving. Daarbij schrijven adressanten: “Ook de zware verontreiniging van het voormalig werfterrein vereist wel enige toelichting hoe daarmee zal worden omgegaan. Hei- activiteiten zullen een verstoring van de bodem geven, die ook in het water terecht zal komen. Het gaat om watergebied dat essentieel is voor de doorstroming.” 4. Ten aanzien van het voornemen om hogere geluidswaarden vast te laten stellen, zijn adressanten van mening dat dit voor een dergelijk grootschalig bouwplan niet wenselijk is. Adressanten lichten toe dat De Kromhoutwerf, gelegen in het gebied van het bestemmingsplan Kadijken-Oost, met bestemming bedrijfsterrein, veel geluid produceert en dat dit ook het geval was met de Koning William werf, waar hele dekschuiten werden gebouwd. Naar mening van adressanten zal ook de geplande jachthaven met inbouw van elektrische motoren moeten lassen en slijpen. Daar kunnen geen hogere geluidswaarden tegenop en zal zeker leiden tot klachten van bewoners. Dit te vermijden is juist de bedoeling van de Wet geluidshinder. 5.

Concluderend geven adressanten aan dat het voorgestelde ontwerp- bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B , niet uitvoerbaar is omdat zij een te groot beslag leggen op de omgeving en erfgoedwaarden vernielen. Als bewoners van een historisch schip in het Entrepotdok bepleiten adressanten daarnaast, dat een deel van het werfterrein bruikbaar zou moeten blijven voor het hellingen van grote stalen schepen omdat er al veel werven verdwenen zijn.

61

Gemeente Amsterdam

Pagina 62 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Beantwoording 2.6.b. 1. Voor de beantwoording van deze zienswijze over het uitzicht op de Oostelijke eilanden en scheepsbouw wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.6.a. onder 1. en 2. alsook onder 2.2.b onder het kopje “Het verdwijnen van de bestaande historische zichtlijn”. 2. De woningen in het werfgebouw worden gerealiseerd binnen het Hubstudios concept (www.hubstudios.nl). Dit particulier initiatief is al op diverse locaties in de stad gerealiseerd (Linnaeusstraat 35F, Rijtuigenhof 97, Marcantilaan 7) en is een concept van sociale woningbouw voor doelgroepen en goedkope vrije sector huurwoningen voor senioren. Om de juiste doelgroepen te kunnen blijven bedienen worden de sociale huurwoningen verhuurd op basis van campuscontracten. Het is de bedoeling dat de bewoners rouleren. Voor senioren ligt dat anders. Deze woningen worden beter uitgerust en zijn groter en daarom meer geschikt voor langere huur. Het project draagt bij aan het uitgangspunt om de woningvoorraad en woningbehoefte in de stad beter op elkaar te laten aansluiten. Met name aan woningen voor jongeren en ouderen bestaat een grote behoefte. 3. De zienswijze over de m.e.r. is reeds beantwoord onder 2.3.bb. en 2.5.o. 4. Adressanten achten, gezien de omvang van het bouwplan, het vaststellen van hogere geluidswaarden niet wenselijk.

De geplande jachthaven met inbouw van elektrische motoren moet lassen en slijpen. Daar kunnen aldus adressanten geen hogere geluidswaarden tegenop en zal zeker leiden tot klachten van bewoners. Het plangebied Hoogte Kadijk 145B ligt binnen de geluidzones van (combinaties van) wegen en een industrieterrein. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidszone - industrie' zijn alleen geluidgevoelige functies toegestaan indien wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde dan wel een hogere grenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder. Om geluidgevoelige functies, zoals de nieuwe woningen in het plangebied mogelijk te maken, is het vaststellen van hogere waarden noodzakelijk omdat volgens het akoestisch onderzoek niet wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Het vaststellen van hogere grenswaarden heeft uitsluitend betrekking op de aanvaardbaarheid van (bestaande) geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woningen. Het vaststellen van hogere grenswaarden heeft dus geen gevolgen voor bestaande woningen in de omgeving, zoals het woonschip van de adressanten. In een aanvullend akoestisch onderzoek van 16 september 2021 dat aan deze Nota wordt gehecht, is eveneens het akoestisch verblijfsklimaat bij geluidgevoelige bestemmingen in de directe omgeving van het plan beoordeeld.

Uit deze beoordeling blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de activiteiten binnen de nieuwe inrichting géén sprake is van directe / indirecte hinder conform de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de VNG richtlijn. Bovendien kan er, gezien de afstand tussen het plangebied en de ligplaats/verblijf van adressanten (circa 1oo meter), geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van het woon en leefklimaat.

62

Gemeente Amsterdam

Pagina 63 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

5. Tot slot concluderen adressanten dat het plan niet uitvoerbaar is omdat het een te groot beslag legt op de omgeving en erfgoedwaarden vernielt. Als bewoners van een historisch schip in het Entrepotdok bepleiten adressanten daarnaast, dat een deel van het werfterrein bruikbaar zou moeten blijven voor het hellingen van grote stalen schepen omdat er al veel werven verdwenen zijn. Allereerst moet hierop worden opgemerkt dat een werfterrein voor grote stalen schepen juist een groot beslag legt op de omgeving, het veroorzaakt overlast en is daarnaast zwaar vervuilend. De werf Koning William was tientallen jaren onderwerp van klachten uit de buurt en handhavingsprocedures bij verschillende (gemeentelijke en milieu-) instanties. De herontwikkeling is reeds hierom een grote verbetering. De wens van adressanten tot behoud van een werf voor grote stalen boten en hun bezorgdheid over de verdwijning van werven in Amsterdam, is denkbaar en invoelbaar, maar leidt niet tot een betere woon- en leefsituatie van omwonenden. Het naastgelegen Museum scheepswerf ’t Kromhout is overigens nog actief. Tot slot wordt opgemerkt dat met de herontwikkeling geen erfgoedwaarden worden vernield, wat adressanten hieronder ook willen verstaan. De bestaande bedrijfsbebouwing op Hoogte Kadijk 145b is niet aangewezen als rijksmonument of als gemeentelijk monument.

Op de ‘Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit’ zijn alle gebouwen in het plangebied wel aangeduid als ‘orde 3’. Voor de verdere beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.2.a.

2.6.c. Zienswijze m.b.t. de Aanmeldnotitie m.e.r. De zienswijze is ingediend op 10 augustus 2021. Adressanten verbaast het zeer dat een M.E.R. Beoordelingsbesluit niet nodig zou zijn. De bouwplannen, zo geven ze aan, zullen door de toestroom van bewoners van meer dan 100 woningen, de geplande 24 parkeerplaatsen alleen al, van grote invloed zijn op Hoogte Kadijk en omgeving. Daarbij schrijven adressanten: “Ook de zware verontreiniging van het voormalig werfterrein vereist wel enige toelichting hoe daarmee zal worden omgegaan. Hei- activiteiten zullen een verstoring van de bodem geven , die ook in het water terecht zal komen. Het gaat om watergebied dat essentieel is voor de doorstroming.” Beantwoording 2.6.c. Allereerst moet worden opgemerkt dat er niet “meer dan 100 woningen” worden gerealiseerd zoals door adressanten gesteld, maar 88 studenten-, starters- en seniorenwoningen, 4 appartementen en 1 bedrijfswoning. Daarnaast zal het aantal parkeerplaatsen ten behoeve van de jachthaven en de werkplaats worden beperkt tot 16. Door de initiatiefnemer is een aanmeldnotitie opgesteld (bijlage 12 bij de Toelichting). Het college van B&W heeft naar aanleiding van deze aanmeldnotitie besloten dat er geen MER nodig is voor de beoogde herontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11263280/1