Raadsbesluit 2022-009E BP Zuidas Kop Zuidas 2018 1e herziening - toelichting
Tekst van het document
Artikel 4 Gemengd - 2 Met dit artikel wordt verduidelijkt dat gebouwen uitsluitend mogen worden gerealiseerd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak of, bij het ontbreken van een bouwvlak, binnen het bestemmingsvlak. Deze wijziging is het gevolg van het feit dat op grond van het bestemmingsplan 'Zuidas Kop Zuidas 2018' niet ieder bestemmingsvlak ook een bouwvlak heeft. Om te verduidelijken waar de bebouwing opgericht mag worden, is deze wijziging opgenomen. Artikel 5 Gemengd - 3 Met dit artikel wordt verduidelijkt dat gebouwen uitsluitend mogen worden gerealiseerd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak of, bij het ontbreken van een bouwvlak, binnen het bestemmingsvlak.
bestemmingsplan_Zuidas Kop Zuidas 2018, 1e herziening (vastgesteld)
blz. 27
Deze wijziging is het gevolg van het feit dat op grond van het bestemmingsplan 'Zuidas Kop Zuidas 2018' niet ieder bestemmingsvlak ook een bouwvlak heeft. Om te verduidelijken waar de bebouwing opgericht mag worden, is deze wijziging opgenomen. Artikel 6 Gemengd - 5 Met dit artikel wordt verduidelijkt dat gebouwen uitsluitend mogen worden gerealiseerd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak of, bij het ontbreken van een bouwvlak, binnen het bestemmingsvlak. Deze wijziging is het gevolg van het feit dat op grond van het bestemmingsplan 'Zuidas Kop Zuidas 2018' niet ieder bestemmingsvlak ook een bouwvlak heeft. Om te verduidelijken waar de bebouwing opgericht mag worden, is deze wijziging opgenomen. Ook worden ongebouwde terrassen binnen deze bestemming toegestaan. Dat was altijd al de beoogd, maar formeel niet goed vertaald in de regels. Voor deze terrassen wordt dan ook een regel toegevoegd waaruit volgt dat terrassen kunnen worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang'. De aanduiding bevindt zich aan de zuidzijde van het bestemmingsvlak op Kavel F. Artikel 7 Verkeer - 2 Dit artikel maakt het mogelijk om terrassen die ingevolge artikel 12, lid 12.3, onder c, van het bestemmingsplan 'Zuidas Kop Zuidas 2018' uitsluitend zijn toegestaan grenzend aan horeca I, III, IV en V te laten onderbreken door voet- en fietspaden.
Deze regel zorgt ervoor dat terrassen van horeca in Kavel F ook aan de overzijde van de Zuidelijke Wandelweg kunnen worden geëxploiteerd. Ook wordt een maximale diepte voorgeschreven van drie meter voor de terrassen zodat op het plein ruimte overblijft als verblijfsgebied. De drie meter wordt gerekend direct grenzend aan de horeca. Voet- en fietspaden worden bij de diepte van de drie meter niet meegerekend. Artikel 8 Wonen - 2 Met dit artikel wordt de functie 'detailhandel' toegevoegd aan de lijst van toegestane functies binnen de bestemming 'Wonen – 2'. Ook wordt een grotere maximum vestigingsgrootte voor maatschappelijke dienstverlening mogelijk gemaakt voor de vestiging van één buurtgezondheidscentrum. Hoofdstuk 3 Algemene regels De algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Zuidas Kop Zuidas 2018', worden gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Bro is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen. Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling vormt evenals de overgangsbepaling een van de "standaardregels" die het Bro als verplicht op te nemen bepaling in een bestemmingsplan voorschrijft en komt dus geheel overeen met de tekst uit het Bro. Het moet verhinderen dat bouwpercelen, die slechts voor een bepaald deel mogen worden bebouwd, later alsnog kunnen worden volgebouwd.
Nadat een eerste bouwwerk is gerealiseerd, moet deze bepaling voorkomen dat het overgebleven open terrein opnieuw als het totale bouwperceel kan worden beschouwd. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Met deze bepaling worden de artikelen uit het bestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders' overgenomen. Dit artikel waarborgt dat binnen de genoemde aanduiding kelders grondwaterneutraal
Gemeente Amsterdam
blz. 28
worden gerealiseerd. Omdat het bestemmingsplan 'Zuidas Kop Zuidas 2018' nog geen artikel bevat voor algemene aanduidingsregels is een nieuw artikel toegevoegd voor de algemene bouwregels met nummer 19a. Artikel 11 Algemene bouwregels Met deze bepaling wordt een fout in de nummering van artikel 19 van de planregels hersteld. In de algemene bouwregels is het laatste onderdeel van artikel 19 abusievelijk als onderdeel 3 van sub a van dat artikel opgenomen. Dit onderdeel sluit niet aan op de opsomming van sub a van dit artikel maar dient te worden aangemerkt als sub b. Omdat artikel 19a algemene aanduidingsregels is toegevoegd aan het bestemmingsplan is dit artikel tevens vernummerd naar artikel 19b. Artikel 12 Algemene gebruiksregels Dit artikel voorziet mede in het toevoegen van een parkeernorm voor de functie 'detailhandel' en 'culturele voorzieningen'. De norm is gelijk aan die voor consumentverzorgende, zakelijke en maatschappelijke dienstverlening, horeca I, III, IV en V. Deze parkeernorm schrijft voor dat er maximaal 1 parkeerplaats per 100 m² bvo kan worden gerealiseerd. Omdat in artikel 20, lid 20.4, onder a, onder 2, van de planregels parkeren ten behoeve van andere dan de in dat lid genoemde functies wordt uitgesloten, wordt dit artikel ook aangepast zodat 'detailhandel' en 'culturele voorzieningen' hier ook onder komen te vallen.
Het artikel voegt tevens de woorden 'en maximaal' toe bij de parkeernorm voor bezoekersparkeren en maakt deze parkeernorm daarmee absoluut. Verder wordt het derde lid verletterd van onderdeel a, naar onderdeel b. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels De overgangs- en slotregels zijn evenals de anti-dubbeltelregeling een verplicht onderdeel in het bestemmingsplan. Deze regels zijn overeenkomstig het bepaalde in het Bro opgenomen. Artikel 13 Overgangsrecht In dit artikel zijn overgangsregels opgenomen, die evenals de anti-dubbeltelregel behoren tot de standaardregels uit het Bro. Artikel 14 Slotregel De slotregel ten slotte geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer alsmede de datum van vaststelling door de Gemeenteraad.
bestemmingsplan_Zuidas Kop Zuidas 2018, 1e herziening (vastgesteld)
blz. 29
Hoofdstuk 6
6.1
Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Ruimtelijke ontwikkelingen gaan in de regel gepaard met gemeentelijke investeringen in gemeenschappelijk te gebruiken voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, waarvan de gemeente de kosten kan en mag verhalen op de ontwikkelaar(s). Alhoewel al lange tijd gemeentelijke instrumenten bestaan voor kostenverhaal, bleken deze telkens tekort te schieten, waardoor gemeenten uiteindelijk bleven zitten met gemaakte kosten die niet meer te verhalen waren. Een nieuw instrument, de Grondexploitatiewet (hierna: Grex), dient om het risico van grondexploitatie voor gemeenten te verkleinen. De Grex is als aparte wet tot stand gekomen, maar uiteindelijk ingepast in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is daarmee sinds 1 juli 2008 van kracht. In de Grex wordt de verdeling van kosten en opbrengsten bij de ontwikkeling van een bouwlocatie geregeld, voor het geval dat de gemeente niet de ontwikkelende partij is. In de fase van de bouwplantoetsing zal de aanvraag omgevingsvergunning ook moeten worden getoetst aan een op grond van de Grex opgesteld exploitatieplan, tenminste: als het noodzakelijk was een exploitatieplan op te stellen. In artikel 6.12, eerste lid, van de Wro is geregeld, dat bij elk voorgenomen bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), een exploitatieplan verplicht is. Ter illustratie: dat geldt al bij de bouw van één woning.
Echter, er gelden wel uitzonderingen op de noodzaak een exploitatieplan op te stellen, zoals geregeld in artikel 6.12, tweede lid, van de Wro. De belangrijkste uitzondering is dat een exploitatieplan niet noodzakelijk is, als het kostenverhaal van de grondexploitatie 'reeds anderszins is verzekerd'. Ingevolge artikel 6.12 van de Wro besluit het bevoegd gezag of wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan. In dit geval wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan, omdat de gemeente Amsterdam volledig eigenaar is van de gronden waarop het bestemmingsplan van toepassing is. Het kostenverhaal, zoals bedoeld in de Wro, is verzekerd via het erfpachtstelsel. In het plangebied wordt dus voldaan aan de vereiste van 'reeds anderszins verzekerd' zijn. Het toepassen van het erfpachtstelsel ten behoeve van kostenverhaal past goed binnen de Wro omdat die wet het uitgangspunt van het privaatrechtelijke spoor vooropstelt. Erfpacht is immers een privaatrechtelijk instrument waarbij de gemeente als eigenaar bepaalt tegen welke vergoeding haar gronden in gebruik mogen worden genomen door derden. Naar zijn aard biedt dit systeem de gemeente de mogelijkheid om kosten die de gemeente maakt ten behoeve van de grondexploitatie van gronden te verhalen op derden die gebruik maken van die gronden. Opgemerkt zij nog dat de gemeente telkens eigenaar is en blijft van die gronden.
Kostenverhaal met behulp van erfpacht past daarom binnen het wettelijk voorziene systeem voor het verhaal van de kosten van de grondexploitatie. De gemeente ontvangt immers een vergoeding voor het gebruik van de gronden. Uit deze vergoeding kunnen de kosten van de grondexploitatie worden bekostigd. Het is daarom niet noodzakelijk een exploitatieplan vast te stellen. In het kader van de herziening van het bestemmingsplan 'Zuidas Kop Zuidas 2018' is het rapport 'Quickscan planschade met betrekking tot de partiële herziening van het bestemmingsplan Zuidas Kop Zuidas 2018 (indirecte planschade)' opgesteld. Hierin is bezien of de wijzigingen die deze herziening met zich meebrengt mogelijk tot planschade leiden. Uit het rapport blijkt dat de herziening geen
Gemeente Amsterdam
blz. 30
planschaderisico met zich brengt.
6.2
Artikel 3.1.1. Bro - overleg en maatschappelijk overleg
Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Gedeputeerde Staten onderscheidenlijk de minister kunnen bepalen dat onder bepaalde omstandigheden of in bepaalde gevallen geen overleg is vereist. De provincie Noord-Holland heeft bij brief van 19 oktober 2010 (2010-48396) aangegeven in welke gevallen een vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro met de provincie niet vereist is. Gelet op de bestemmingen die middels het bestemmingsplan aan de gronden worden gegeven, wordt volstaan met op te merken dat het project behoort tot deze gevallen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 22 december 2011 (kenmerk IENM/BSK-2011/168837) aangegeven dat ze uitsluitend bestemmingsplannen die nationale belangen raken voor vooroverleg wil ontvangen. Gelet op de bestemmingen die middels het bestemmingsplan aan de gronden worden gegeven, wordt volstaan met op te merken dat het project geen nationaal belang raakt.
In het kader van het bestuurlijk overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan verzonden aan: Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, p/a Waternet Ministerie van Defensie voor Noord-Holland Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Rijkswaterstaat Noord-Holland (IenW/Rijkswaterstaat N-H) Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Provincie Noord-Holland Daarnaast zijn de stukken in het kader van het maatschappelijk overleg tevens verzonden aan: Dagelijks Bestuur van de bestuurscommissie van Stadsdeel Zuid Brandweer Amsterdam-Amstelland Vervoerregio Amsterdam Projectorganisatie Zuidasdok NV Nederlandse Gasunie Er zijn in het kader van het 3.1.1 overleg en het maatschappelijk overleg geen reacties ontvangen op het voorontwerpbestemmingsplan. Het Dagelijks Bestuur heeft op 15 december 2020 een positief advies over de herziening van het bestemmingsplan afgegeven met daarbij de opmerking in de verdere procedure voldoende aandacht te besteden aan de communicatie. Verder is met betrekking tot de planvorming op meerdere momenten de gelegenheid geboden aan eenieder tot het geven van een reactie op de planvoornemens. In paragraaf 6.3 wordt hier nader op ingegaan.
De Taskforce is een samenwerkingsverband tussen overheden en bedrijfsleven, met als doel de bereikbaarheid van Zuidas te verbeteren. In dat verband wordt de Taskforce gevraagd mee te denken over voorgenomen ontwikkelingen en werkzaamheden die van invloed zijn op de bereikbaarheid van de Zuidas. De Taskforce Bereikbaarheid heeft zich op 12 december 2017 positief uitgesproken over het bestemmingsplan_Zuidas Kop Zuidas 2018, 1e herziening (vastgesteld)
blz. 31
bestemmingsplan 'Zuidas Kop Zuidas 2018' en kan zich vinden in de uitkomsten van het verkeersonderzoek 2017 die ten grondslag liggen aan het genoemde bestemmingsplan. Op het gebied van bereikbaarheid treden er als gevolg van deze herziening geen wijzigingen op. De herziening hoeft daarom niet met de Taskforce te worden besproken.
6.3
Participatie
Zoals in paragraaf 4.2 is aangegeven is er ten behoeve van de Zuidas-Flanken een m.e.r.-procedure doorlopen. Op grond van artikel 7.13 van de Wet milieubeheer (zoals deze gold voor 1 juli 2010) is op 28 april 2010 kennisgegeven van de startnotitie m.e.r. ten behoeve van de Zuidas Amsterdam - Flanken. De startnotitie heeft met ingang van 29 april 2010 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Eenieder is de mogelijkheid geboden zienswijzen naar voren te brengen. In de Nota van Beantwoording zienswijzen en adviezen Startnotitie MER Zuidas - Flanken is aangegeven op welke wijze de zienswijzen zijn betrokken in het Milieueffectrapport (MER), dan wel worden betrokken bij de verdere ruimtelijke planvorming. De Nota van Beantwoording maakt onderdeel uit van het Besluit Reikwijdte en detailniveau MER Zuidas Amsterdam - Flanken. Inmiddels is deze procedure afgerond. Op grond van artikel 1.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen tot het voorbereiden van onder andere een bestemmingsplan vooraf kennis worden gegeven. Die plicht geldt alleen indien bij de voorbereiding van dat bestemmingsplan geen MER wordt opgesteld. Hoewel een MER is opgesteld, is er desondanks voor gekozen op grond van artikel 1.3.1 van de Bro kennis te geven van de voorbereiding van het bestemmingsplan. Aangezien er al in het kader van de startnotitie m.e.r.
de mogelijkheid is geboden zienswijzen naar voren te brengen en eenieder bovendien in de gelegenheid is gesteld tot het geven van een reactie op het uitvoeringsbesluit, is ervan afgezien die mogelijkheid nogmaals in het kader van dit bestemmingsplan te bieden. Daarbij komt ook dat het voorliggende plan een herziening is van een bestaand bestemmingsplan. Er wordt met deze herziening geen volledig nieuw juridisch planologisch kader gecreëerd. De herziening ziet voornamelijk op technische wijzigingen welken zich veelal niet lenen voor discussie. Dat bij de totstandkoming van deze herziening is geen actief participatietraject voor omwonenden heeft plaatsgevonden, betekent niet dat zij niet geïnformeerd dienen te worden over de ontwikkelingen. Voor de bewoners van het gebied Kop Zuidas en de Veluwebuurt is op 24 november 2020 een digitale informatiebijeenkomst geweest. Deze informatieavond stond met name in het teken van de komst van de woonzorgvoorziening. Tijdens deze bijeenkomst is door de verschillende betrokken partijen een toelichting gegeven over de invulling van deze voorziening. Bewoners kregen hier de gelegenheid om vragen te stellen over de woonzorgvoorziening. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is een digitaal spreekuur georganiseerd waar bewoners hun vragen over de inhoud van deze herziening konden stellen.
Gemeente Amsterdam