Raadsbesluit 2021-336A Verslag MLD vergadering 10 juli 2019 over AEB
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
DEFINITIEF VERSLAG Besloten vergadering van de Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Duurzaamheid. Vergaderdatum Woensdag 10 juli 2019 van 09.00 uur tot 12.00 uur in de raadzaal
Vergadering
Verslag vastgesteld op: 12.09.2019, openbaar gemaakt op 22.12.2021
Voorzitter: de heer Vroege Portefeuillehouders: wethouders Van Doorninck en Kock Commissiegriffier: mevrouw Ter Braak Verslaglegging: de heer Van der Kroon (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Bakker (SP), de heer Beving (PvdO), de heer Biemond (PvdA,) de heer Boomsma (CDA), de heer Boutkan (PvdA), de heer Ceder (CU), de heer Van Dantzig (D66), de heer De Graaf (BIJ1), de heer Hammelburg (D66), de heer Kreuger (FvD), de heer Van Lammeren (PvdD), mevrouw Nadif (GL), mevrouw Poot (VVD), mevrouw Roosma (GL), mevrouw Simons (BIJ1), mevrouw Van Soest (PvdO), mevrouw Timman (D66), de heer Torn (VVD), Overige aanwezigen: de heer Willems, mevrouw Van Klooster, mevrouw Al, de heer Wijhoven, de heer Tieben, de heer Husken, de heer Oostdijk, De heer Geurts, de heer Tazelaar, de heer Voogd, de heer Rienks, de heer Breedijk, de heer van Wpoerkom, de heer Van de Coervering.
1. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet alle aanwezigen welkom. Hij stelt vast dat de commissie akkoord gaat met deze besloten behandeling. 2. Mededelingen De heer VAN LAMMEREN maakt bezwaar tegen deze vergadering, omdat deze op de eerste plaats onreglementair is vastgesteld. Mocht men toch besluiten deze vergadering door te laten gaan, dan wil hij weten hoe omgegaan wordt met de spreektijd. Hij wil een ordevoorstel doen om deze vergadering niet te laten plaatsvinden. Het gaat hierbij om een heel groot belang en de commissieleden hebben zich niet voor kunnen bereiden. Het nu volgende ordedebat eindigt met een stemming over het ordevoorstel. Besloten wordt om de vergadering toch door te laten gaan.
3. Bespreking besloten onderwerp (AEB)
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
De heer BOOMSMA vraagt de wethouder een korte toelichting te geven op hetgeen nu voorligt. Wethouder KOCK gaat in op het financiële deel en wethouder Van Doorninck zal een toelichting geven op wat de vitale diensten wordt genoemd. Hij stelt nadrukkelijk meer dan begrip te hebben voor het ongemak van de raad. Het is niet te doen om deze materie in een half uur tot zich te nemen. Ook het college worstelde met dit probleem. Hij hoopt echter dat de commissie wil aannemen dat het college probeert deze situatie zo goed mogelijk het hoofd te bieden. Bovendien wil het college de raad, ondanks alle beperkingen, zo goed mogelijk faciliteren. Het voorliggende voorstel wordt bij voorkeur zo snel mogelijk behandeld, omdat dat de gesprekken met banken en het AEB vergemakkelijkt. Maar de behandeling ervan kan desgewenst ook morgenavond na de raadsvergadering verder plaatsvinden. Ook is het mogelijk om vanochtend nog dit voorstel verder in beslotenheid te behandelen als een soort technische sessie. De heer VAN LAMMEREN wijst erop dat de stukken gedateerd zijn op 4 juli 2019 en er volgens de tekst sprake is van surseance van betaling binnen 2 dagen. Dat betekent dat die surseance nu zou zijn ingegaan. Is dat zo? Volgens wethouder KOCK is dat niet het geval, tenzij de RvC verzuimd heeft de gemeente daarover te informeren.
De heer VAN LAMMEREN meent dan nu reeds te kunnen concluderen dat de in het stuk gehanteerde data niet juist zijn. Hoe zit het dan met die spoedeisendheid? Wethouder KOCK wijst erop dat het stuk van 4 juli een verzoek betreft om liquiditeitssteun van het AEB. De gesprekken die het college voert met de banken en het AEB lopen door tot op dit moment. De RvC heeft aangegeven dat liquiditeitssteun op korte termijn noodzakelijk is om surseance te voorkomen. De heer VAN LAMMEREN gelooft dat wel, maar er staat ‘binnen 1 of 2 daten’! Dat is dus niet gehaald. Er mag dan sprake zijn van spoedeisendheid, maar dat klopt niet overeenkomstig de stukken. Waarom heeft hij bovendien de stukken gisteren niet gekregen? Wethouder KOCK wijst erop reeds nadrukkelijk te hebben gezegd begrip te hebben voor de raad, die onmogelijk dit stuk nu door heeft kunnen nemen. Het college heeft het stuk gisterenavond naar de raad gestuurd. Hoe die verspreiding uitgevoerd wordt, daar gaat het college niet over. Wat die datum betreft: er is geen surseance aangevraagd. Vanwege alle haast is het mogelijk dat er een verkeerde datum in het stuk is terechtgekomen. Hij zal dat doen verifiëren. Hij zal nu kort de financiële kant van deze zaak toelichten. Vorige week is in deze commissie gesproken over een liquiditeitsverzoek (van 150 miljoen euro) van het AEB.
Het AEB gaf aan 9 tot 12 maanden nodig te hebben om het bedrijf weer op de rails te krijgen. Er lag een liquiditeitsverzoek van een lager bedrag om ‘de zomer mee door te komen’). Er is steeds gesproken met het
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
AEB, de RvC en de banken om te onderhandelen over een goede vorm en manier van deze liquiditeitssteun. Het AEB heeft daarbij aangegeven dat zij aanlopen tegen het probleem van de bestuursaansprakelijkheid. Op grond van die zorg heeft het AEB om een langere liquiditeitssteun gevraagd, zodat verplichtingen voor een langere periode aangegaan kunnen worden. Daarvan heeft het college gezegd dat op dit moment niet aan de raad te willen voorleggen, omdat er daarvoor te veel sprake is van onzekerheid. Wel is het college bereid een liquiditeitssteun te geven voor een periode tot 1 september. Daar is 35 miljoen euro voor nodig, waarvoor het college tracht 12,5 miljoen euro van de banken te krijgen. Dat verzoek ligt nu voor bij de raad. De onderhandelingen over deze steun zijn nog steeds gaande met de AEB en de banken. Het zou zo kunnen zijn dat de aandeelhouder, de financier en de onderneming het daar niet over eens worden. In dat geval is het zeer waarschijnlijk dat de RvC van het AEB het faillissement van het bedrijf zal aanvragen. De RvC en het bestuur hebben aangegeven dat die aanvraag binnen enkele dagen zou kunnen plaatsvinden. Het college is tot die liquiditeitssteun bereid onder allerlei condities. Het college is niet bereid tot een ongeclausuleerde liquiditeitssteun voor een periode na 1 september.
Mocht het komen tot een faillissement, dan wil het college de gevraagde financiële middelen gebruiken voor een boedelkrediet om op die manier de zaak af te wikkelen. Het is duidelijk dat de 30% capaciteit van het AEB gewoon door moet draaien. Daar zijn middelen voor nodig. Daarom zullen dan die financiële middelen worden aangewend. Wethouder VAN DOORNINCK herinnert aan hetgeen zij reeds meegedeeld heeft over de vitale functies en de publieke belangen. Het AEB draait op 30% door. Op die manier kan de afvalverwerking van de regio Amsterdam doorgaan in samenwerking met de afvalbranche in Nederland. Daar zijn reeds afspraken over gemaakt. Door de vereniging van afvalbedrijven heeft zij bevestigd gekregen dat zij zich zullen inspannen om een oplossing te vinden om stort in Nederland te voorkomen. Dus waar het gaat om afvalverbranding wordt de import van afval voor het AEB gestopt, zodat het eigen afval verwerkt kan worden, zij het middels die 30%, zij het in andere installaties elders in Nederland. Daar is dus voldoende zekerheid. Die 30% is, zoals reeds medegedeeld, voldoende voor de warmtelevering tot september. Na september is die 30% wegens de wintermaanden te weinig. Er wordt nu hard gewerkt aan het bekijken wat er allemaal nodig is om die winterperiode te kunnen overbruggen.
Het AEB heeft plannen om ketels in- en uit te schakelen en op den duur weer zelf volledig in bedrijf te komen. Daar kan echter niet op gerekend worden. Dat betekent dat het AEB moet zorgen voor thermische ketels die kunnen zorgen voor 100 megawatt. Dat zou genoeg warmte leveren, zelfs als het AEB zou uitvallen. Dat is de opdracht die er ligt en waaraan nu gewerkt wordt. Om ervoor te zorgen dat het plan voor na september goed op de rit komt, hebben het AEB en WPW een projectorganisatie op warmte opgezet, waarbij de gemeente aan tafel schuift, zodat de gemeente precies weet wat daar gebeurt. Bovendien worden die plannen voortdurend gevalideerd om zeker te weten dat het ook klopt wat de gemeente in de overleg te horen krijgt. Het slib is, zoals bekend, al jaren een groot probleem in Nederland. Het bestuur van het waterschap heeft het AEB een brief gestuurd over de problemen. Op dit moment heeft collega Dijksma contact daarover met het ministerie. De oplossing lijkt te bestaan in het tijdelijk opslaan van het slib tot er een oplossing van het probleem
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
gevonden is. De tijdelijke maatregelen op het gebied van warmte en op het gebied van afval brengen natuurlijk ook weer kosten met zich mee. De heer TORN wil in verband met de noodvoorziening qua warmte voor de winter weten, als het AEB failliet mocht gaan, wie er dan verantwoordelijk zou zijn voor de warmteleveranties aan de Amsterdammers. Is het niet aan Nuon om die dure noodvoorziening aan te leggen? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat in het kader van de verzelfstandiging de gemeente verklaard heeft in te staan voor het nakomen door AEB van de warmteleveringsverplichting jegens WPW. De exacte omvang, zowel financieel als juridisch, van deze garantie is op dit moment onderwerp van onderzoek. Dit is ook in belangrijke mate afhankelijk van de wijze waarop de weggevallen warmtecapaciteit kan worden opgevangen. Gelet op het belang van de Amsterdammers, die afhankelijk zijn van stadswarmte, zal de gemeente zich vol inzetten op de continuïteit, zodat de stadswarmte geborgd is. Het nu volgende ordedebat leidt er tenslotte toe dat besloten wordt om deze vergadering, na een korte schorsing, voort te zetten en daartoe de commissievergadering van AZ te cancelen, die op dit moment zou plaatsvinden. Morgenochtend is er een technische sessie gevolgd door besluitvorming in de raadsvergadering op donderdagavond.
De voorzitter sluit dit deel van de vergadering en legt de commissieleden de geheimhoudingsplicht op met het uitspreken van de volgende tekst. Hierbij leg ik u ingevolge artikel 25 lid 2 en artikel 86 lid 2 van de Gemeentewet alsmede artikel 15 van de Verordening op de raadscommissies, de verplichting tot geheimhouding op met betrekking tot het onderwerp van het besloten deel, alsmede de tijdens deze vergadering gevoerde discussie. - Alles wat hier behandeld/besproken is, is geheim. - Dat betekent dat er niet met derden over gesproken mag worden. - Het schenden van een opgelegde geheimhoudingsplicht levert een overtreding op van artikel 272 Wetboek van Strafrecht, waarop gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie staat. - Het presidium heeft recentelijk besloten dat van (het vermoeden van) iedere schending van geheimhouding aangifte bij de rijksrecherche gedaan zal worden.
SCHORSING Mevrouw Roosma en de heren Van Dantzig, Hammelburg, Bakker en Biemand verlaten de vergadering. De VOORZITTER heropent de besloten vergadering om 10.00 uur. Zover de heer VAN LAMMEREN nu het stuk heeft begrepen, is het zo dat Amsterdam een aandeel heeft in een bedrijf dat liquiditeitsproblemen heeft. Hij wil weten om hoeveel huishoudens het gaat die mogelijk getroffen worden. Volgens hem is het bedrijf technisch failliet. Daarom is zijn inschatting dat de gemeente het geld dat 4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
zij in het bedrijf stopt sowieso kwijt is. Hij pleit voor een overbruggingskrediet tot en met september. Hij vindt het verstandig dat het college niet ingaat op het verzoek om 150 miljoen euro beschikbaar te stellen. Mocht de gemeente er helemaal geen geld in wil stoppen om tot september te overleven, hoeveel huishoudens dreigen dan vanaf september geen warmte meer te krijgen? Wie is verantwoordelijk voor de leveringsverplichting? Als Amsterdam hier voor een deel geld in heeft zitten, wat is dan het risico dat Amsterdam dat geld kwijt is? Naar zijn mening gaat het hier om een business crisis. Het bedrijf is reddeloos verloren, want anders hadden er niet op stel en sprong dit soort noodmaatregelen genomen moeten worden. Daarom is zijn mening “Laat het maar klappen, tenzij …” Hij wil veel meer informatie over wat dat zou betekenen. Wie komen er in de kou te staan? Wat zijn alternatieve maatregelen? Hij heeft niet helemaal kunnen doorgronden wat de draagwijdte is van hetgeen over mogelijke staatssteun wordt gezegd. Dus ook daarover wil hij meer tekst en uitleg. Hij wil dus het scenario ‘faillissement’ verder laten uitdiepen door het college. Mevrouw POOT is ook van mening dat de cruciale vraag hier is wie er verantwoordelijk is voor de warmteleverantie. Is dat Vattenfall of is dat de gemeente? Wie heeft hierin de eindverantwoordelijkheid.
Zij krijgt dat antwoord graag zwart op wit. De wethouder gaf aan dat er twee functies zijn die overeind gehouden moeten worden: de warmteleverantie en de wethouder had het over Napelse toestanden, maar die toestanden gaan niet voorkomen, want het AEB is niet verantwoordelijk voor het ophalen van het afval, maar alleen voor het verbranden van afval. Dus het gaat om één cruciaal operationeel probleem, namelijk warmte. Zij ziet de wethouder hier bevestigend knikken. Ten derde stelt zij vast dat het bedrijf nu of straks failliet gaat. Ook dat moet helder komen vast te staan. Dan moet er natuurlijk iets gedaan worden omtrent de warmteleveranties. Het stuk lezende wordt het haar duidelijk dat de kans nihil is dat het in september zodanig op orde is dat er een levensvatbaar bedrijf staat. Dus als men nu akkoord gaat in de veronderstelling dat er in september wel iets levensvatbaars staat, dan wil zij nu weten hoeveel geld men denkt dat er dan nog extra in het bedrijf gestoken moet worden vanuit de gemeente. Mocht men ervan uitgaan dat het bedrijf nu of straks failliet gaat, dan wil zij een scenario van gecontroleerd failliet laten gaan met duidelijkheid over wat dat voor schade voor de gemeente en voor de bewoners oplevert. Zij vindt het voorts ‘opvallend’ dat beide wethouders niet wisten dat deze problemen spelen.
Zij vindt dat er na het reces in de openbaarheid met deze wethouders ook gesproken moet worden over hoe dit heeft kunnen gebeuren en waarom de wethouders dit nu pas wisten. De heer TORN wil weten of die 12,5 miljoen euro die door de banken geleverd zouden moeten worden geheel voor risico van de banken komt of dat ook daar nog weer een gemeentelijke garantie op zit. De heer KREUGER krijgt graag nadere uitleg over de scenario’s die vermeld staan op bladzijde 4.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
De heer CEDER gaat ervanuit dat er later in het jaar nog gesproken gaat worden over hoe dit heeft kunnen gebeuren. Voor nu wil hij weten of de 35 miljoen euro die de gemeente nu eventueel beschikbaar stelt als staatssteun kan worden gekwalificeerd. Als hij leest dat het AEB binnen 1 of 2 dagen nadere duidelijkheid nodig heeft over die 12,5 miljoen euro, hoe lang duurt het dan voor de Europese commissie om toestemming te geven voor deze mogelijke staatssteun. Komt dat dan niet te laat? Klopt het voorts dat als de banken nu al moeite hebben om met 12,5 miljoen euro over de brug te komen, dat er dan in feite al sprake is van een technisch faillissement en dat er dan nu reeds gesproken moet worden over hoe men het AEB failliet kan laten gaan. Hij krijgt graag wat perspectief. Mocht het tijdens het zomerreces toch misgaan, wat betekent dat dan voor de extra kosten voor de gemeente met betrekking tot het op de been houden van de vitale keten. Komen er dan extra kosten bij afgezien van een afwaardering van een kwart miljard euro. Mevrouw NADIF leest dat de financiële steun gemeld moet worden bij de Europese commissie en dat het niet onwaarschijnlijk wordt geacht dat die steun wordt goedgekeurd.
Hoe moet zij die inschatting zien en wat zijn de gevolgen als die steun toch niet wordt goedgekeurd door de Europese commissie? Verder wil zij weten wat de gevolgen zijn voor de slibverwerking. Het AEB meldt in de brief van 4 juli een lijstje met onzekerheden. Zij krijgt graag nog wat meer duidelijkheid over die onzekerheden. Verder stelt zij vast dat de raadsvergadering pas drie weken na 1 september bijeenkomt. Hoe zit het met die tussenperiode, want ook dan zullen er liquide middelen nodig zijn. Zij heeft begrepen dat een taskforce geformeerd is om het maandelijks over deze problemen te hebben. Hoe wordt de raad hierover geïnformeerd en over het verloop gedurende de komende twee maanden? Zij is benieuwd naar de financiële gevolgen niet alleen voor het AEB, maar ook voor de gemeente: de drie scenario’s. Wat zijn verder de gevolgen voor het personeel? De heer BOOMSMA vindt het de vraag wat er op korte termijn gedaan moet worden, maar ook hoe dit zo heeft kunnen komen. In hoeverre heeft het college hierin voldoende proactief opgetreden? Hij krijgt het idee dat er erg achter de feiten wordt aangelopen. Hoe kan het zijn dat de financiële problemen in het bestek van een paar dagen plotseling boven tafel zijn gekomen? Door deze puinzooi vraagt hij zich af of er wel voldoende kennis aanwezig is om bij het AEB de zaken op orde te kunnen stellen.
De hamvraag is of het geld dat nu gevraagd wordt weggegooid geld zal blijken te zijn, omdat het bedrijf waarschijnlijk alsnog failliet gaat. Hij hoopt voldoende informatie te krijgen op deze afwegingen morgen nog te kunnen maken. Wat betreft de scenario’s, lijkt het hem interessant om te bekijken of er verkocht moet worden, want als men het op een faillissement laat aankomen, dan is de inboedel nog veel minder waard. Moet dit scenario niet verder uitgezocht worden, want dat zou kunnen betekenen dat men in zee gaat met een bedrijf dat beter op de competitieve internationale afvalmarkt is toegesneden. De heer BEVING meent dat dit chaotische verhaal dat nu voorligt een maand of 6 à 7 ook al in deze commissie aan de orde geweest. Toen is daar helaas verder niets mee gedaan. Daarom valt het hem op dat de wethouders helemaal van niets wisten.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
Hij vraagt zich af in hoeverre de capaciteit van de hulpcentrales het warmteprobleem op korte termijn kunnen oplossen. Tot hoe lang zouden die hulpcentrales dat vol kunnen houden? Verder wil hij meer duidelijkheid over de afspraken met Vattenfall. In hoeverre is het AEB/de gemeente Amsterdam daaraan gebonden? De centrale is stapje voor stapje gesloten. Het nu openhouden behelst daardoor een groot technisch risico. De brandweer zou kunnen constateren dat de situatie bij het AEB niet langer veilig is, dan zou het geld allemaal voor niets zijn geïnvesteerd. Hij denkt dat, gelet op de toestand van de centrale, het niet ondenkbaar is dat het AEB het bedrijf op slot moet doen en de stekker er gewoon uitgetrokken wordt. De raad zal daar geen enkele invloed op uit kunnen oefenen. Verder wijst hij erop dat er afval geïmporteerd wordt om de verbrandingscapaciteit enigszins op gang te houden. Wat betekent het voor de import van dat Engelse afval? Verder wijst hij op de rol van de commissarissen van de AEB. Het lijkt hem interessant om dat in de openbaarheid te gaan bespreken in het najaar. De heer BOUTKAN zegt niet helemaal verrast te zijn door de problemen bij het afvalenergiebedrijf, omdat de problemen daarvan de afgelopen jaren reeds meerdere keren op tafel hebben gelegen. Hij is nu wel verrast door de financiële reikwijdte en de ernst van de crisissituatie.
Vorige week werd er in de brief van het college nog gesproken over een mogelijke buitengebruikstelling van 0 tot 6 maanden. Dat leest hij nu in de voordracht niet terug. Hoe zit het met dat scenario? Verder heeft een vraag over de reikwijdte van de vrijwaring van de bestuurders. Gaat het daarbij dan om de toekomstige situatie of heeft het ook te maken met dingen die in het verleden spelen. Voorts vraagt hij zich af of het onderhandelingsteam, dat namens Amsterdam met de banken gaat spreken, geleid gaat worden door KPMG. Graag een toelichting. Natuurlijk is het een goede zaak dat in de toekomst gekeken gaat worden naar hoe dat allemaal zo heeft kunnen komen en dat er een opdracht geformuleerd gaat worden hoe dat het best onderzocht kan worden. De heer DE GRAAF meldt dat zijn fractie zich afvraagt hoe het zo heeft kunnen komen, wat er nu gaat gebeuren, de veiligheidssituatie en worden er nu ‘tussen de regels door’ niet reeds politieke keuzes gemaakt voor de toekomst? De heer BOUTKAN hoort graag van de heer De Graaf wat deze bedoelt met ‘politieke keuzes’. De heer DE GRAAF zal de vier genoemde thema’s langslopen en op die manier antwoord geven aan de heer Boutkan. Het proces: waarom is er niet voor gekozen om de stukken reeds gisteravond aan de raadsleden beschikbaar te stellen.
Wat ‘hoe heeft dit zo kunnen komen’ betreft, wijst hij op punt 14 in de voordracht, waar gesteld wordt dat er een onderzoeksopdracht komt naar de ontstane veiligheidssituatie en financiële situatie en dat de raad de gelegenheid wordt geboden tot het uiten van wensen en bedenkingen. Is de gelegenheid daartoe gelegen in de raadsvergadering die morgen (11 juli) zal plaatsvinden? Of zal dat op een ander moment plaatsvinden? Verder wil ook hij weten wat de gevolgen zijn voor de warmtelevering en de slibverwerking, maar ook wat de gevolgen zijn voor de afvalverbranding op de korte termijn in Amsterdam. Hij sluit zich aan bij de vraag van de heer Boutkan over KPMG.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
Verder wordt hij graag nader geïnformeerd over de veiligheidsrisico’s van de tijdelijke opslag van afval. Verder wil hij weten wanneer er een uitgebreidere beoordeling van de veiligheidssituatie volgt dan die waarvan nu sprake is in de voordracht. Dan de politieke keuzes. Door nu drie scenario’s te gaan onderzoeken over mogelijke vervolgstappen wordt al ietwat vooruitgelopen op wat die vervolgstappen mogelijkerwijs zouden zijn. Hij begrijpt dat, maar als er dan toch al voorgesorteerd wordt, ziet hij graag een vierde scenario meegenomen, namelijk het maken van een gemeentelijke dienst van een deel van het AEB, al dan niet na een gecontroleerd faillissement in de vorm van een doorstart. Mevrouw TIMMAN wil weten of als het AEB stante pede dicht moet, er in de omgeving voldoende capaciteit is om dan alle taken over te nemen. De heer VAN LAMMEREN wil nog weten welk bedrag op de balans staat en of dat meegenomen wordt in het weerstandsvermogen. SCHORSING De VOORZITTER heropent de vergadering om 10.40 en geeft het woord aan de heer Kock, wethouder Deelnemingen en Financiën. Wethouder KOCK begint met de vragen van de heer Boomsma, waarin een paar misverstanden zitten, die hij zal trachten uit de weg te helpen. Van daaruit zal hij ingaan op de drie uit te werken scenario’s. Er was een liquiditeitsverzoek gedaan door het AEB van 150 miljoen euro.
Daarvan heeft het college gezegd daaraan niet te willen voldoen, omdat dat verzoek uitgaat van een steun die ongeclausuleerd is en doorloopt tot na 1 september. Hij meent te mogen concluderen dat ook de raad oordeelt dat het verstandig is geweest om dat verzoek af te wijzen. Daarvoor in de plaats is het liquiditeitsaanbod gedaan van 35 miljoen euro tot 1 september, waarvan 12,5 miljoen euro van de banken zou moeten komen. De heer KREUGER hoort de wethouder zeggen dat die scenario’s nog uitgewerkt moeten worden, maar dan vraagt hij zich af wat men nu hier aan het doen is. Er moet hier morgen over gestemd worden! Hij probeert juist nu die informatie binnen te halen. Wethouder KOCK vindt het terecht dat de raad tracht te begrijpen waar het college om vraagt. Hij hoopt aan de vraag van de heer Kreuger te kunnen voldoen. De drie scenario’s (bladzijde 4 van de voordracht) zijn: continuering in de huidige vorm. Dat zou kunnen, maar niet nu. Dus volgens het college gaat dat scenario het niet worden. Het tweede en derde scenario hangen samen. Daarbij gaat het om de situatie dat de raad de steun op korte termijn van 35 miljoen euro niet honoreert of dat pas na 1 september wil honoreren. Op dat moment zal het bedrijf ook failliet gaan.
Die 35 miljoen euro wordt gevraagd om het bedrijf gedurende de zomer financieel overeind te houden, maar ook om ervoor te zorgen dat die 30% capaciteit door kan blijven draaien. Bovendien gaat het daarbij om het doen van noodzakelijke reparaties en het begin maken van het herstelplan.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
Aan het eind van de zomer ligt er, als het goed is, een herstel- en herstructureringsplan. Op basis daarvan kan de raad dan besluiten om er meer geld in te steken en het bedrijf overeind te houden óf te besluiten dat niet te doen. Dan wordt er overgegaan tot een gecontroleerd faillissement. Het is ook nog mogelijk dat in de onderhandelingen, die het college op dit moment voert met de RvC en de RvB, het niet lukt om geaccepteerd te krijgen onder welke voorwaarden het bedrijf de komende twee maanden overeind gehouden zou kunnen worden. In dat geval zal het AEB op korte termijn surseance aanvragen en is die 35 miljoen euro nodig voor zoiets als een boedelkrediet. Waarom is dat toch in het belang van de gemeente, want dat geld is ze dan toch wel kwijt? Dat geld is nodig om de ketel door te laten draaien en die publieke diensten te laten draaien op 30%. De heer VAN LAMMEREN wil weten of het wel 35 miljoen euro is, want hij ziet in beslispunt 15 dat er nog 3 miljoen euro bij moet. Als die 35 miljoen euro besteed wordt om het bedrijf overeind te houden, dan is het de vraag wie dan verantwoordelijk is voor die warmte. Verder begrijpt hij dat die 12,5 miljoen euro nog helemaal niet is toegezegd door de banken.
Kan het dan zijn dat de gemeente voor die gehele 35 miljoen euro aansprakelijk wordt? Wat is het financieel exposure dat het college op dit moment aan de raad voorlegt voor het scenario ‘het bedrijf de komende drie maanden overeind houden’? Kan de raad een overzicht krijgen van waaraan die 35 miljoen euro uitgegeven wordt? Mevrouw NADIF is het ook niet duidelijk waaraan die 35 miljoen euro uitgegeven wordt. Dan komt het herstructureringsplan. Wat gebeurt er financieel na die twee maanden? Wethouder KOCK de exposure waar het college de raad nu om vraagt is 38 miljoen euro. Die bestaat uit 35 miljoen euro liquiditeitssteun, waarbij het de inzet van het college is om daarvan 12,5 miljoen euro van de banken te krijgen. Het is de vraag of dat lukt. Die kans is niet nul, omdat ook de banken er een belang bij hebben om het bedrijf in de lucht te houden. Hij is niet in staat om van die drie miljoen duidelijk te maken waar dat concreet voor nodig is. Op hoofdlijnen kan wel duidelijk gemaakt worden waar die 35 miljoen aan besteed gaan worden. Dat gaat ook gebeuren, al weet hij nu nog niet in welke vorm of op welk moment. Het zal in ieder geval een rudimentair overzicht zijn, want dat is precies voor een deel ook het probleem waar het college mee worstelt, omdat de informatievoorziening vanuit het bedrijf al enige tijd niet is zoals hij dat zou wensen.
Daar is al eerder in deze raad over gesproken. Richting mevrouw Nadif en de vraag ‘wat na die twee maanden?’ Die 38 miljoen euro is om die twee maanden door te komen. Dan is er na twee maanden een herstructureringsplan dat beoordeeld moet worden op de vraag of men daarmee verder wil. Dat laatste zal betekenen dat er dan nog meer geld bij moet. Ook kan het zijn dat geoordeeld wordt dat het herstructureringsplan het college onvoldoende comfort biedt om er mee verder te gaan. Dan volgt alsnog een gecontroleerd faillissement, waarbij het kan zijn dat er toch nog financiële steun bij zal moeten. De heer VAN LAMMEREN wil weten of die 35 miljoen euro wel voldoende is voor de komende twee maanden. Hoe zeker weet de wethouder dat? Hij snapt dat het hierbij om koffiedikkijken gaat. Hij wil echter voorkomen dat de commissie in juli
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
hierover weer moet vergaderen. Verder hoorde hij de wethouder zeggen dat de banken 215 miljoen euro geleend hebben aan het AEB. Zit daar enige garantie in vanuit de gemeente? Wethouder KOCK heeft geen 100% zekerheid over de vraag of die 35 miljoen euro voldoende is, zij het dat het net iets duidelijker ligt dan puur koffiedikkijken. Om te voorkomen dat men tijdens het zomerreces hiervoor terug zal moeten komen en om het enigszins gecontroleerd te laten verlopen, heeft het college ingeschat dat het AEB 25 miljoen euro nodig heeft met een marge van 10 miljoen euro. Hij heeft een redelijke make van vertrouwen dat dat bedrag voldoende is tot in de eerste raad van september besloten wordt hoe er verder gehandeld gaat worden. De vraag naar de leningen van de banken aan het AEB doet hem verwijzen naar het besluit van het vorige college om de schuldpositie van de stad terug te brengen. Dat betrof voor een groot deel de leningen aan het AEB. Die leningen zijn twee jaar geleden geherfinancierd en overgenomen door vier verschillende banken. Daar heeft de gemeente dus geen exposure meer. Hij kan echter niet in de toekomst kijken en duidelijk aangeven welke andere partij waarvoor aansprakelijk is. De gemeente heeft voor die leningen aan de banken in ieder geval geen garantie afgegeven.
Mevrouw NADIF benadrukt dat het haar gaat om de periode tussen 1 september en 18 september, want dan kan er pas een beslissing genomen worden in de raadsvergadering. Dus waarom is er niet voor 18 september gekozen als uiterste datum voor het voorleggen van een plan? Wethouder KOCK antwoordt dat dat gedaan is om het AEB in alle redelijkheid een kans te geven om met een herstelplan te kunnen komen en dat ook te kunnen valideren. Aan de andere kant wil het college wel enige vaart in het proces houden, want het gaat tenslotte om een verlies lijdend bedrijf. Iedere week dat het langer duurt kost het de gemeente geld. Daarom 1 september, de liquiditeit moet voldoende zijn om het bedrijf tot 18 september voort te laten draaien. De heer BOUTKAN wil weten of de verwachting van de wethouder is dat de liquiditeitsbehoefte van het bedrijf tot eind september 32 miljoen euro bedraagt. Dat geldt, aldus wethouder KOCK, tot medio september met alle onzekerheid van dien. Die onzekerheid worden ondervangen door 35 miljoen euro te vragen. Volgens het KPMG-rapport is het echter 32 miljoen euro. Als het gaat om de vraag wie controleert waar die 35 miljoen euro aan uitgegeven wordt en waarvan zeker is dat de gemeente dat geld niet terugkrijgt, wijst hij er allereest op dat dat geld bedoeld is om het bedrijf in de lucht te kunnen houden, zodat de vitale voorzieningen door kunnen draaien.
Die controle kan heel goed in de technische sessie besproken worden en is op dit moment nog onderdeel van de onderhandelingen met AEB. Mevrouw POOT wijst erop dat bij de vraag hoeveel geld het AEB werkelijk nodig heeft ook het feit speelt dat er de komende maanden nog inkomsten zijn. Daarom wil zij graag in het overzicht van uitgaven ook de AEB-inkomsten vermeld zien. Verder benadrukt zij dat het schier onmogelijk is om een burn rate van bijna 20 miljoen euro per maand te hebben. Daarom vermoedt zij dat er verplichtingen aange-
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
gaan zijn waar ook geld voor nodig is. Ook dat wil zij graag goed scherp hebben. De heer VAN LAMMEREN heeft nog wel een vraag over de governance van dat geld, waarover dus morgen gesproken gaat worden. Als die onderhandeling nog moet plaatsvinden over de governance van het uitgeven van dat geld, hoe verhoudt zich dat dan met de spoedeisendheid van die 2 dagen? De heer BOUTKAN wil weten of die liquiditeitsbehoefte omgezet wordt in een vordering. Wethouder KOCK bevestigt richting de heer Boutkan dat het gaat in de vorm van een vordering. Ook dat was/is onderdeel van de onderhandelingen met AEB. Wat dat materieel betekent, vindt hij moeilijk in te schatten, omdat de kans dat de gemeente dat geld terugkrijgt niet zo heel groot is. Dan de vraag van mevrouw Poot over de inkomsten. De inschatting die KPMG heeft gemaakt is dat 32 miljoen euro voldoende zal moeten zijn tot ongeveer medio september. Dat geld is niet alleen voor de burn rate. Er zit ook een bedrag in dat nodig is om een begin te maken met het herstel van de assets. Vooruitlopend op het herstelplan moeten er al uitgaven gedaan worden om te herstellen. Dat is verstandig, omdat zodoende de waarde van de assets zo veel mogelijk op peil wordt gehouden. Daar komt bij dat dat geld ook nodig is voor verplichtingen die het AEB zal moeten aangaan voor het omleiden van afval.
Dat geeft aan waarom het college zo inzet op een beperking tot 1 september, waaronder het niet akkoord gaan met een liquiditeitssteun van 150 miljoen euro, omdat op die datum beoordeeld moet kunnen worden of het nog om een viable bedrijf gaat. Het is niet de bedoeling dat het AEB verplichtingen aangaat anders dan verplichtingen die strikt noodzakelijk zijn om die twee maanden door te komen en om de waarde van de assets in stand te houden. Mevrouw POOT benadrukt dat dat de reden is waarom zij zo helder wil hebben hoe die governance in elkaar steekt en waar en wanneer welke uitgaven worden goedgekeurd. Daarom wil zij, voordat het besluit genomen gaat worden, heel scherp wil hebben hoe dat alles gecontroleerd gaat worden, door wie dat gebeurt en welke voorwaarden daarbij gesteld worden. Zij neemt aan dat de wethouder dat wil toezeggen. Verder wil zij graag weten wat de inkomsten zijn van het AEB. Wethouder KOCK zegt dit alles toe, met alle slagen om de arm en de beperkingen waar ook hij mee worstelt. In de technische sessie kan ingegaan worden op de wijze waarop er de vinger aan de pols gehouden wordt. Bij ‘investeringen’ moet de raad niet denken aan geld voor nieuwe business. Het gaat om investeringen, die eigenlijk ’no regret’ zijn, omdat ze nodig zijn om de waarde van het bedrijf te behouden. Verder is het zo dat de banken hier ook een rol in spelen.
Bij de vraag waar wel en niet in geïnvesteerd mag worden, hebben de banken hetzelfde belang als de gemeente. Wat hij tracht te doen is de raad zo goed mogelijk te informeren en de informatiepositie van de raad zo sterk mogelijk te maken door aan te geven wat hij te horen krijgt van de RvC en de AEB-directie. In juni zijn de gesprekken gevoerd met het AEB. Toen is er een liquiditeitsverzoek gekomen. Op dat moment heeft de CFO van
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
AEB aangegeven dat, mocht aan de liquiditeitsverzoek niet voldaan worden, het bedrijf op de korte termijn in de liquiditeitsproblemen zou komen. Dat was een mondelinge mededeling van de CFO, gedaan in een overleg met banken op 7 en 8 juli. Desondanks is het bedrijf vooralsnog niet failliet gegaan. Dit onderstreept weer waarom het college zo uiterst voorzichtig is met het toezeggen van liquiditeitssteun, omdat men de informatie die het college krijgt zo wankel vindt. Mevrouw POOT hoorde de wethouder aangeven dat ook de banken betrokken zijn bij de investeringsbeslissingen betreffende die 35 miljoen euro. Zitten de banken inderdaad in de governance? Hebben de banken daardoor ook een stem in het besluit dat genomen moet gaan worden? Als er investeringsbeslissingen genomen gaan worden, dan is er toch geen liquiditeit nodig, maar een krediet? Wethouder KOCK wijst erop dat die 35 miljoen euro deels nodig zijn voor zaken als salarissen, anderdeels voor reparaties en investeringen om de boel te repareren. Dat geld daarvoor is nu nodig, omdat het verplichtingen betreft die aangegaan worden waar een dekking tegenover gesteld moet worden. Men kan zich voorstellen dat leveranciers in deze situatie vooruitbetaling vragen. Het idee is niet dat de banken nu in de governance gaan zitten en mee gaan beoordelen.
Zijn opmerking was dat de banken op dit punt hetzelfde belang hebben als de gemeente. Uitgaande van de veronderstelling dat het AEB failliet gaat, dan hebben de banken, aldus de heer TORN, een lening van 215 miljoen euro. De curator zal er dan voor zorgen dat de banken allereerst die 215 miljoen euro terugkrijgen en dan krijgt de gemeente niks, omdat zij een achtergestelde positie heeft. De gemeente krijgt volgens hem dan pas geld als de boedel meer zou bedragen dan 215 miljoen euro. Dus waarom zou de gemeente dan investeringen stoppen in de assets als je daarmee vooral de banken helpt? Wethouder KOCK bevestigt de voorstelling van zaken van de heer Torn. Dat de gemeente geld beschikbaar stelt om het bedrijf twee maanden boven water te houden, heeft te maken met de publieke functies: om die 30% capaciteit door te laten draaien. De heer KREUGER verzoekt om een nadere uitwerking van de drie scenario’s ten behoeve van de technische sessie, omdat hij van dit soort zaken helemaal geen verstand heeft. De VOORZITTER wijst erop dat onderdeel van de te volgen procedure is dat iedereen zijn eigen schriftelijke vragen indient. Wethouder KOCK zegt de scenario’s in de technische sessie te kunnen toelichten. Uitgewerkte scenario’s zijn niet mogelijk, omdat daar nu juist de komende twee maanden voor nodig is. De andere reden is de noodzaak om die 30% capaciteit te kunnen laten doordraaien.
Wat de vraag van de heer Van Lammeren met betrekking tot het weerstandsvermogen en de solvabiliteit betreft, daarbij geldt dat als het komt tot een af-
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
schrijving van het eigen vermogen van de gemeente, dat een begrotingswijziging vergt die voorgelegd zal worden bij de najaarsnota en verwerkt zal worden in de jaarrekening. Daarmee komt het ten laste van de algemene reserve, tenzij er elders in de gemeente een positief saldo is voor het gelijke bedrag. De heer VAN LAMMEREN begrijpt dat het dan gaat om een afschrijving van een kwart miljard plus 40 miljoen euro, want het is voor hem nog de vraag hoe die 38 miljoen euro gefinancierd wordt. Dan gaat het in totaal om 290 miljoen euro. Klopt dat? Wethouder KOCK heeft reeds gezegd dat die 38 miljoen euro liquiditeitssteun betreft. Dat geld komt niet terug en dat wordt verwerkt bij de najaarsnota. Met betrekking tot de vraag van de heer De Graaf betreffende de mogelijkheid voor de raad om wensen en bedenkingen te uiten met betrekking tot de veiligheid en een mogelijke vierde scenario, namelijk om het AEB na faillissement weer een gemeentelijke dienst te laten zijn en dat mee te nemen in het onderzoek dat deze zomer plaatsvindt. Het vierde scenario is altijd mogelijk. Tegen die tijd zou het college het op prijs stellen als hij de raad daarover een advies zou kunnen geven, want daar zitten nogal wat risico’s aan. Het is niet zo dat de faillissementsscenario’s leiden tot een doorstart in de vorm van een deelneming.
Dat kan ook een doorstart zijn in de vorm van de verkoop aan een externe private partij. Wethouder VAN DOORNINCK bevestigt allereerst dat het om 35.000 huishoudens gaat in Noord, Nieuw-West en Houthavens. Dan de vraag wie daar verantwoordelijk voor is. De financieel-juridische verantwoordelijkheid wordt op dit moment onderzocht. Waar het gaat om de Warmtewet, daar geldt dat WPW een leveringsplicht heeft. Over de garantie van de toevoer zijn ooit afspraken gemaakt. In het rapport van de Rekenkamer van begin dit jaar, maar ook in de bestuursopdrachten is eerder reeds geconstateerd dat daar onduidelijkheden zitten, die opgelost moesten worden. Het college is daarmee toen aan de slag gegaan. Dat onderzoek naar die onduidelijkheden loopt nog. Daarom kan zij op dit moment nog niet precies aangeven wat die garanties zijn en waartoe die leiden. Belangrijker op dit moment is echter de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de warmtelevering aan die 35.000 huishoudens. De heer TORN begrijpt dus dat Westpoort Warmte (WPW) verantwoordelijk is voor de levering. Over de garanties zijn onduidelijkheden die onderzocht worden. Wanneer is die duidelijkheid er wel? Als WPW verantwoordelijk is, gaat de levering dus door en de vraag wie dat dan moet betalen is kennelijk nog onduidelijk, hetgeen op een later moment verhelderd kan worden.
Wat is dan op dit moment het maatschappelijke probleem, want WPW moet gewoon door blijven leveren? Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop er vanuit te gaan dat met die 30% capaciteit die warmtelevering tot en met september gegarandeerd is. Voor de periode daarna worden er nu extra ketels bij gezet. Het juridische deel wordt op dit moment onderzocht. Wanneer dat onderzoek duidelijk is, weet zij op dit moment niet. Het financiële deel zit natuurlijk in het borgen van de publieke diensten en dat is een on-
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
derdeel van de komende twee maanden. De heer TORN wil weten wat de huidige situatie is van WPW. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat het het AEB is dat die noodketels plaatst. De heer TORN gaat uit van het scenario dat het AEB failliet gaat. Dan moet WPW die warmte leveren. Dat kan dan alleen als WPW die noodketels plaatst. Kan WPW dat betalen? Wethouder VAN DOORNINCK acht dat gegarandeerd voor de komende maanden met de steun die de gemeente nu levert. Het probleem hier is dat de heer Torn vraagt naar de uitwerking van een scenario, terwijl daar nu juist de komende twee maanden voor zijn bedoeld. De heer TORN benadrukt dat zijn vraag is of als WPW moet leveren en zij die noodketels moeten plaatsen, WPW die operatie dan ook kan betalen. Weet de wethouder dat en zo niet, wil de wethouder dat dan voor de technische sessie van morgen uitzoeken? Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan dat dat een van de zaken is die nu worden uitgezocht. Zij gaat haar uiterste best doen om daar morgen wel een antwoord op te hebben. Volgens de heer VAN LAMMEREN is er een vierde scenario, namelijk dat die 38 miljoen euro niet door de gemeente garant wordt gesteld, maar door WPW. Als WPW levering verplicht is, kan WPW dat dan betalen? Daar zou hij in ieder geval morgen een antwoord op willen hebben. Wethouder VAN DOORNINCK bevestigt dat WPW een warmteleveringsplicht heeft.
De garantie dat AEB kan leveren aan WPW is onderdeel van het onderzoek. WPW kan ook redeneren dat AEB niet levert en daarom gaat uitzoeken wie daar verantwoordelijk voor is. Dat is dus precies waar het in dat onderzoek van de gemeente om gaat. Mevrouw TIMMAN wil weten of de wethouder in de zomer de tijd gaat nemen voor dat onderzoek. Wethouder VAN DOORNINCK bevestigt dat dit de zaken zijn die in de zomer onderzocht gaan worden. Daar hoort ook de vraag van de heer Torn bij over wat er na september gebeurt als er sprake is van een faillissement. De scenario’s die nu gevolgd gaan worden zijn natuurlijk bepalend voor de vraag wat er na september gaat gebeuren. Uitgaande van de veronderstelling dat AEB vandaag failliet zou gaan, wil mevrouw TIMMAN weten of er dan in de regio voldoende capaciteit is om alle taken van het AEB over te nemen.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat reeds is aangegeven dat een faillissement van AEB niet betekent dat meteen alle werkzaamheden gestopt worden. Maar stel dat dat wel zo zou zijn, dan moet er 10 megawatt bijgeplaatst worden. Dat kan voorzien worden op het bufferstation van WPW. Dat is dus een directe maatregel die genomen kan worden. Dat is al in gang gezet, want er moet immers met noodscenario’s rekening gehouden worden. Dat geldt dus voor de zomermaanden. Het is een verantwoordelijkheid van WPW om dat op dat moment te doen. Dan de opmerking van mevrouw Poot dat afval geen probleem is. Dat is in zoverre geen probleem, dat het kan worden opgehaald en dat wat binnen die 30% niet verbrand kan worden naar andere afvalcentrales gaat. Er wordt wellicht wel opgeslagen, maar dat wordt zo min mogelijk gedaan. Het AEB – richting de heer De Graaf – heeft vorige week de bunkers leeggemaakt om ervoor te zorgen dat er voldoende capaciteit is als er opgeslagen moet worden. Dus in dat opzicht is afval niet een acuut probleem. Er is natuurlijk wel sprake van een verminderde capaciteit en dat brengt een afhankelijkheid van anderen met zich mee, hetgeen ook weer kosten met zich brengt. Volgens de heer VAN LAMMEREN werd er tot voor kort afval geïmporteerd vanuit Engeland.
Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan dat de import door AEB vanuit Engeland is stopgezet om ervoor te zorgen dat het Amsterdamse afval verbrand kan worden, inclusief dat van de regio. De branchevereniging van afvalverbranders is op dit moment ook aan het bekijken wat gedaan kan worden met import, aangezien de vraag vanuit het AEB om capaciteit over te nemen. Daar is nog geen besluit over genomen. In het ergste geval heeft de minister de mogelijkheid om te bepalen dat er niet meer geïmporteerd mag worden, zodat voorkomen wordt dat er in Nederland nog gestort wordt. Van die maatregel is vooralsnog geen sprake. Het is eerst aan de branche zelf. De heer Ceder vroeg naar de kosten voor het borgen van de publieke belangen. Wethouder Kock wees er al op dat dat in het bedrag voor de komende twee maanden zit. Mevrouw Nadif vroeg naar de slibverwerking. Dat onderwerp heeft de belangstelling van verschillende partijen en de gemeente is daar niet de eerste partij in. Het is Waternet dat dat slib kwijt moet en heeft het AEB daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld. De minister is daar ook van op de hoogte. De eerste oplossingen worden gezocht (zonder vooralsnog volledig gevonden te zijn) in het tijdelijk opslaan van het slib. Dit om te voorkomen dat er gespoeld wordt. De gemeente houdt dat nauw in de gaten, maar is niet de eerst verantwoordelijke in deze kwestie.
Mevrouw NADIF wil weten of de raad wel geïnformeerd wordt over die slibverwerking. Wethouder VAN DOORNINCK zegt toe dat mee te zullen nemen in de informatievoorziening richting de raad, maar benadrukt daarbij afhankelijk te zijn van de informatie die zij krijgt vanuit het AEB, het ministerie en Waternet. De elektriciteit die het AEB opwekt is in de totale netcapaciteit zo miniem, dat dat op zit moment geen gevolgen heeft. De heer Boutkan vroeg naar een eventueel scenario voor het buitengebruik-
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
stellen van nul tot zes maanden. Dat is inmiddels niet meer een plan waar het AEB aan werkt. De heer De Graaf wees op het punt van de veiligheid. Dat is inderdaad een van de cruciale zaken, want het AEB heeft immers gezegd dat zij de veiligheid niet langer kon garanderen als ze 100% zouden blijven draaien. De Omgevingsdienst Noodzeekanaal is degene die hierop controleert. Dat gaat onder het bevoegd gezag van de provincie. Die dienst rapporteert dus aan de provincie, maar de gemeente krijgt die informatie ook. De Omgevingsdienst heeft aangegeven de plannen alleen goed te keuren als die veiligheid geborgd kan worden. Die veiligheid wordt ook gecontroleerd door SZW betreffende de veiligheid van de werknemers en door de brandweer. Uiteindelijk is de branche verantwoordelijk, hetgeen ook geldt voor het voorkomen van broei. De heer TORN meent dat degenen die warmte afnemen een factuur krijgen van Nuon/Vattenfall. Hoe is die partij betrokken bij WPW? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat Nuon/Vattenfall 50% aandeelhouder is van WPW. AEB bezit die andere 50%. De heer TORN wil weten of Nuon/Vattenfall nu ook betrokken is in het zoeken naar een oplossing. Wethouder VAN DOORNINCK wees er reeds op dat er een projectorganisatie opgericht is vanwege WPW en AEB, waarbij de gemeente aanschuift. Nuon/Vattenfall is daar ook bij betrokken.
De heer TORN wil weten of Nuon/Vattenfall die 38 miljoen euro er dan in gaat stoppen. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat Nuon/Vattenfall een financiële relatie heeft met WPW en niet bij de warmtelevering die door het AEB gedaan zou moeten worden. De ketels die door WPW op het bufferterrein van WPW geplaatst gaan worden, worden mede door Nuon/Vattenfall betaald, omdat zij 50%aandeelhouder zijn. De heer VAN LAMMEREN begrijpt dat WPW verantwoordelijk is voor de warmtelevering. Daar zit 50% Nuon/Vattenfall in. AEB heeft de leveringsverplichting, maar als AEB failliet gaat, moet WPW leveren en dan zou Nuon/Vattenfall 50% van de rekening moeten oppakken. Dus waarom ligt dat scenario er niet waarbij AEB onderuit gaat en dat WPW moet betalen. Dan mag Nuon/Vattenfall gaan betalen in plaats van dat de gemeente Amsterdam voor die 38 miljoen euro moet zorgen en vervolgens 250 miljoen euro moet afschrijven. Wethouder VAN DOORNINCK meent dat de heer Van Lammeren nu iets te snel gaat. Zij heeft er namelijk reeds op gewezen dat die garantie, die de gemeente destijds aan AEB gegeven heeft, plaatsvond onder de conditie dat AEB aan WPW levert. In die garantie zit een afspraak met de gemeente, waarvan de Rekenkamer, maar ook het college, geconstateerd heeft dat daar een onduidelijkheid in zit. Er wordt op dit moment onderzocht hoe die onduidelijkheid uit de wereld geholpen kan
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
worden. Daarom kan zij de heer Van Lammeren niet toezeggen wat hij zojuist vroeg. De heer VAN LAMMEREN zegt de wethouder te begrijpen. Hij vindt het echter van essentieel belang om dat morgen goed helder te hebben. AEB heeft de leveringsverplichting en als AEB omvalt, dan vervallen alle contracten. De gemeente is alleen maar aandeelhouder, tenzij er in WPW afspraken zijn gemaakt met de gemeente betreffende de leveringsverplichting vanwege AEB. Dat zou hij morgen graag willen weten. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat toegezegd te hebben, maar zij heeft ook gezegd morgen niet te beschikken over alle conclusies van het onderzoek, want dat onderzoek loopt nog. Morgen, tijdens de technische sessie, heeft zij wat daarover tot nu toe op papier gezet is kunnen worden. Ze geeft dus morgen een zo volledig mogelijk beeld van hoe die verplichtingen liggen, met de disclaimer dat daar nog onderzoek naar gedaan wordt. De VOORZITTER stelt voor, gezien de tijd, wethouder Kock nog even het woord te geven en daarna nog een rondje te houden langs alle fracties. Wethouder KOCK zal ook laten uitzoeken, ten behoeve van de technische sessie van morgen, wat de financiële exposure is van de gemeente richting WPW. Ter aanvulling op het betoog van mevrouw Van Doorninck dat over warmte ging, waarbij de raad vraagt “waarom zouden we het dan doen”: Daar komt een antwoord op. Maar er is meer dan warmte.
Er is ook nog afval en andere zaken. Dat is een aparte redeneerlijn, die ertoe zou kunnen leiden dat dit alles twee maanden op de been gehouden moet worden. De heer DE GRAAF is blij met de bewering van de wethouder Kock dat de raad elk moment kan besluiten een gemeentelijke dienst te maken van het AEB. Nu gaan allerlei scenario’s onderzocht worden. Daarom lijkt het hem heel logisch om die optie ook mee te nemen in dat onderzoek. Mevrouw NADIF wil weten of in de uitwerking van de scenario’s ook de ambities van de gemeente worden meegenomen. Verder vraagt zij zich af wat er gebeurt met de aandelen van AEB en WPW als AEB failliet gaat. De heer BOUTKAN wijst nog op de bestuursaansprakelijkheid. Slaat de reikwijdte van de bestuursafspraken op de toekomstige situatie of gaat het daarbij ook om de situatie in het verleden? De heer BOOMSMA heeft nog de vraag in hoeverre de expertise en kennis aanwezig is om dit nu in goede banen te leiden. In hoeverre is het juist nodig om die te zoeken bij concurrenten. De heer VAN LAMMEREN zou het zeer waarderen als beide wethouders morgen bij de technische sessie aanwezig zijn. Mevrouw POOT hoorde wethouder Van Doorninck zeggen dat er al maatregelen getroffen worden om de ketels neer te zetten om de noodvoorziening te kunnen
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
leveren. Is dat nodig als die voorzieningen al getroffen worden? Wie betaalt die voorzieningen? Ook het scenario van het aangaan van die noodvoorzieningen wil zij graag zien om daar morgen op in te kunnen zetten bij de besluitvorming. Wethouder KOCK wijst erop dat de bestuursaansprakelijkheid ziet op dat wat nog komt. Dus niet op het verleden. Dat is een buitengewoon ingewikkeld juridisch vraagstuk. Mochten daar nog verdere vragen over zijn, dan kunnen die in de technische sessie gesteld worden. Ook de vragen met betrekking tot de aandelen kunnen in de technische sessie aan de orde komen, want hij heeft reeds toegezegd in te gaan op de exposure van de gemeente richting WPW. Er werd gevraagd naar de mogelijkheid van het weer onder de gemeente brengen van het AEB. Dat is een interessante gedachte, maar niet veel meer dan dat! Daarom stelt hij voor de schaarse tijd morgen in te zetten op andere scenario’s dan een puur theoretische. Het onderzoek gaat zorgvuldig en goed gebeuren. In de scope ervan zal men zich, naar zijn mening, zo veel mogelijk moeten richten op het managen van de huidige situatie. Er zal in de eerste raadsvergadering na de zomer een nota van wensen en bedenkingen aan de raad worden voorgelegd, zodat de raad ook dan formeel aan kan geven of men met die onderzoeksopzet uit de voeten kan. Dat kan dus later in de openbaarheid besproken worden.
Wethouder VAN DOORNINCK komt terug op de vraag van mevrouw Poot over de noodketels, die door WPW op eigen terrein worden neergezet. Dat gebeurt op kosten van WPW. Dat is voor de twee keer tien megawatt die nodig is om de zomer mee door te komen. Het scenario met betrekking tot de voorbereidingen voor noodketels die na september mogelijk nodig zijn, is onderdeel van de 35 miljoen euro. Het college is op dit moment bezig te proberen zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Daarbij wordt getracht zo veel mogelijk de taken en verantwoordelijkheden af te bakenen. De prioriteit ligt echter bij de zorg om die 35.000 huishoudens van warmte te kunnen blijven voorzien. De VOORZITTER constateert dat dit onderwerp nu voldoende is besproken. Morgen (11 juli) zal er tussen 09.00 en 11.00 uur in de ochtend in de bestuursvleugel een technische sessie worden gehouden. Input kan vandaag tot 18.00 uur per email bij de griffier worden aangeleverd. Hij stelt vast dat de commissie de zaak rijp vindt om in de raadsvergadering, die vanmiddag (10 juli) gaat starten, aan de orde te stellen (hetgeen zal gebeuren aan het eind van de raadsvergadering op donderdagavond (11 juli) met een lange behandeling). De voorzitter sluit de vergadering met het opleggen van de geheimhoudingsplicht, want de commissie is het eens met het geheimhouden van het zojuist besprokene.
Hierbij leg ik u ingevolge artikel 25 lid 2 en artikel 86 lid 2 van de Gemeentewet alsmede artikel 15 van de Verordening op de raadscommissies, de verplichting tot geheimhouding op met betrekking tot het onderwerp van het besloten deel, alsmede de tijdens deze vergadering gevoerde discussie. - Alles wat hier behandeld/besproken is, is geheim. - Dat betekent dat er niet met derden over gesproken mag worden.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit, Water, Duurzaamheid en Circulaire Economie
MLD
Definitief Raadscommissieverslag, 10 juli 2019
-
-
Het schenden van een opgelegde geheimhoudingsplicht levert een overtreding op van artikel 272 Wetboek van Strafrecht, waarop gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie staat. Het presidium heeft recentelijk besloten dat van (het vermoeden van) iedere schending van geheimhouding aangifte bij de rijksrecherche gedaan zal worden.
De vergadering wordt gesloten om 12.00 uur.
19