CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2021-324G BP Amstelkwartier derde fase West Bijlagen bij Toelichting

RAAD 22 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Amstelkwartier derde fase West VN2021-03031240.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland, Hoofdgroenstructuur Amsterdam, Ecologische structuur Amsterdam Het aspect "gebiedsbescherming" is eerder onderdeel van de natuurtoets die in 2017 door Adviesbureau E.C.O. Logisch is uitgevoerd voor het aan het plangebied aangrenzende gebied van de brug voor doortrekking van de Amstelstroomlaan over de Duivendrechtsevaart. De resultaten van de beoordeling voor dat aangrenzende gebied zijn weergegeven in de rapportage "Natuurtoets Brug Duivendrechtsevaart Amsterdam, d.d. 30-11-2017" dat een bijlage is bij het bestemmingsplan Amstelkwartier tweede fase Weststrook Zuid e.o (vastgesteld d.d. 14-02-2019). Onder andere aan de hand van die rapportage is, met in achtneming van de ligging van voorliggend plangebied, het volgende op te maken voor het aspect "gebiedsbescherming" voor voorliggend plangebied:

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 83

Binnen het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Het plangebied ligt niet binnen de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam (HGS). Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich de dichtstbijzijnde zone van de Hoofdgroenstructuur genaamd 'Volkstuinenpark Amstelglorie'. Het plangebied bevindt zich eveneens niet binnen de Ecologische structuur van Amsterdam. Aan de noorden westzijde van het plangebied liggen langs de Amstel de dichtstbijzijnde zones van de Ecologische structuur. Dit betreft zones aan de Ouderkerkerdijk en de Jan Vroegopsingel. Er is een secundaire verbinding nabij het plangebied aanwezig. De geplande werkzaamheden zullen geen invloed hebben op deze secundaire verbinding. Natura 2000-gebieden De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen op ruim 5,5 kilometer van het plangebied. Aan de noordoostzijde betreft dit het Markermeer & IJmeer en aan de zuidzijde betreft dit Botshol op circa 7,9 kilometer. Het dichtstbijzijnde gedeelte van het NNN ligt op circa 4,3 kilometer van het projectgebied. In verkennende beoordelingen (ook wel 'voortoets' genoemd) van de vraag of een plan mogelijk negatieve effecten kan veroorzaken wordt doorgaans onderscheid gemaakt in een 19-tal verschillende storingsfactoren. Dit is afhankelijk van Natura 2000-gebied en activiteit.

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verstoring door geluid, optische verstoring, etc.. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het plangebied om dergelijke effecten op voorhand uit te sluiten, met uitzondering van mogelijk effect van stikstofdepositie. Dit laatste is te bepalen middels een AERIUS-berekening. In april 2020 is door het bureau IDDS een AERIUS-berekening uitgevoerd. De rapportage is een bijlage bij dit bestemmingsplan (Stikstofonderzoek Amstelkwartier, 3e fase West, Amsterdam; IDDS; 0042611/BMO/rap1; d.d. 9 april 2020). Uit de rapportage is op te maken dat de depositie in Natura 2000 gebieden 0,00 mol/ha/jr en dat geen effecten zijn op beschermde natuurgebieden. Conclusie: Het aspect gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor het uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Algehele conclusie Het aspect 'natuur' is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.4

Schiphol - luchthavenindelingsbesluit

5.4.1

Kader

Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (hierna: LIB) is in november 2002 in werking getreden en aangepast in 2014. Het is een besluit op basis van de Luchtvaartwet. Het LIB regelt voor welk gebied rondom de luchthaven beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Voor bepaalde gebieden rondom Schiphol is een 'beperkingengebied' aangewezen. Binnen dat gebied gelden beperkingen ten aanzien van maximale bouwhoogten, vogelaantrekkende functies en toegestane functies. Het LIB geeft regels voor het gebruik en de bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. Primaire doelen zijn: Voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers.

Gemeente Amsterdam

blz. 84

5.4.2

Situatie plangebied

Het plangebied is gelegen binnen het beperkingengebied ten aanzien van maximale bouwhoogten. Op grond van het LIB geldt hier een maximum bouw toetshoogte van 138 tot 146 meter en radar toetshoogte van 57 tot 59 meter, gemeten vanaf het peil van Schiphol (-4,0 meter NAP). Het bestemmingsplan ziet toe op nieuwbouw van maximaal 30 meter ten opzichte van omliggend maaiveld. De maaiveldhoogte bedraagt hier circa NAP + 0,6 m. 5.4.3

Conclusie

Het bestemmingsplan maakt geen bouwhoogtes mogelijk die de maximum hoogtes vanuit het LIB overschrijden. Het Luchthavenindelingsbesluit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 85

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat kaart en regels ten alle tijden in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken.

Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks burgers bindende werking. Van de verschillende bestemmingen wordt kort toegelicht van de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn.

6.2

Planvorm

Dit bestemmingsplan Het bestemmingsplan is ontwikkelgericht. Dit wil zeggen dat de huidige gebruiks- en bouwregels in dit deel van de gemeente worden vervangen door nieuwe bestemmingsplanregels om de nieuwbouw, nieuwe functies en de aanleg van voorzieningen voor een nieuw woon- en werkgebied mogelijk te maken. Voorafgaand aan het opstellen van het voorliggend bestemmingsplan zijn de stedenbouwkundige kaders bepaald waarbinnen de toekomstige ontwikkelingen in de vraag zich in ieder geval moeten afspelen. Dit betreft de nieuwe stedenbouwkundige hoofdstructuur die gebaseerd is op een verzameling van bestaande gebiedseigen kwaliteiten die op verschillende manieren in de ruimtelijke opbouw van het gebied een plek gaan krijgen. Deze kaders zijn vastgesteld in het stedenbouwkundig plan Amstelkwartier 3e fase (door de raad vastgesteld op 20 maart 2020). De kaders voor de stedenbouwkundige structuur, gebiedsindeling, functies, aantallen, maximale bouwhoogten, ontsluiting,

Gemeente Amsterdam

blz. 86

etc, zoals bepaald in het stedenbouwkundig plan, zijn voor zover ruimtelijk relevant, vertaald naar een in hoofdopzet globale verbeelding, met nadere detaillering voor het borgen van bepaalde ruimtelijk gerelateerde belangen. Aan de verbeelding zijn regels gekoppeld die de in het stedenbouwkundig plan gestelde kaders vastleggen en waarmee wordt gezorgd voor een goede middenweg tussen flexibiliteit voor gebruikers, gemeente en ontwikkelaar(s) enerzijds en voldoende rechtszekerheid voor omwonenden en andere belanghebbenden anderzijds. Planvorm en sturing De afgelopen jaren is de tendens voor gebiedsontwikkeling in Nederland meer en meer verschoven van aanbodgericht ontwikkelen naar vraaggericht ontwikkelen. Deze verandering in wijze van ontwikkelen vraagt om een planvorm met kaders waarbinnen veranderingen in marktvraag, gedurende de planhorizon van een bestemmingsplan (10 jaar) kunnen worden gefaciliteerd. Als bestemmingsplanopzet voor de herontwikkeling van het plangebied is daarom gekozen voor een relatief globaal eindplan zonder uitwerkingsverplichting. Dit om een geleidelijk verlopende gebiedsontwikkeling op gang te brengen.

Met het vaststellen van een relatief globaal eindplan wordt op voorhand het eindbeeld (welke functies zijn toegestaan in welke gebieden, wat is het maximum programma, waar komt de hoofdontsluiting, welke elementen dienen te worden behouden, etc.) alleen in grote lijnen vastgelegd en zal het uiteindelijke resultaat (exacte situering en grootte van een woning op een kavel, de exacte hoogte in meters, de exacte ligging van een weg, voet- of fietspad, etc.) mede bepaald gaan worden door het verloop van de marktvraag in de tijd. Sturing op het eindbeeld vindt daarbij niet alleen plaats via de regels van het bestemmingsplan, maar ook via het sturen bij uitgifte/tendering. Op basis van het stedenbouwkundig plan worden voor de bouwblokken zogeheten bouwenveloppen opgesteld. Deze worden via openbare tenders op de markt van ontwikkelaars en beleggers aangeboden. In die bouwenveloppen worden meer gedetailleerde bouwregels uitgewerkt. Bij het opstellen van deze bouwregels wordt onder meer aandacht besteed aan de uitstraling van de bouwblokken, maar ook de integrale uitwerking van duurzaamheidsaspecten zoals bijvoorbeeld zonnepanelen. De bouwenveloppen zijn van de voorwaarden voor gunning in aanbesteding.

Voorbeelden van gebouwontwerp gerelateerde aspecten waarop via de bouwenveloppen in meer detail wordt gestuurd dan via de regels van voorliggend globaal bestemmingsplan zijn: hoogte van de plint; hoogte vanaf waar balkons zijn toegestaan; diepte van balkons aan voorzijde en achterzijde; afstand tussen voorgevelrooilijn en inpandige parkeervoorzieningen; situering garagedeuren- of hekken ten opzichte van de voorgevelrooilijn situering voorgevels / inspringenen op bouwlagen / terugligging van bepaalde delen van bouwlagen ten opzichte van de voorgevel rooilijn; snedes / openingen tussen gebouwen / delen van gebouwen; voorwaarden bij het realiseren van halfverdiepte en geheel verdiepte parkeervoorzieningen / eisen aan ondergronds bouwen. Volledigheidshalve: ondergronds bouwen is voor andere functies dan parkeervoorzieningen is niet toegestaan. Dit volgt uit het toegestane gebruik dat per bouwlaag is geregeld. Ontwikkeling versus beheer Omdat de realisatie van het totale gebied meerdere jaren in beslag kan nemen en gebouwontwerpen in de fase van het opstellen van het bestemmingsplan nog niet zijn afgerond of zijn gemaakt, is het in beginsel wenselijk om, ter voorkoming van onnodige starheid, enige globaliteit in de bestemmingsregels op te nemen. In voorliggend bestemmingsplan is dit doorgevoerd met het intekenen van ruime bouwvlakken op de verbeelding.

Gebouwen dienen binnen bouwvlakken te worden gerealiseerd en er zijn maxima en minima toegekend aan de toegestane bouwhoogte in deze bouwvlakken. Nadat een gebouw eenmaal is gerealiseerd is de aanleiding als motivatie voor de globaliteit niet meer aan de orde en ligt bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 87

het in de rede om de dan gerealiseerd bebouwde situatie, net als elders in bestaand stedelijk gebied, meer conserverend te bestemmen. Daartoe is in de bouwregels een bepaling opgenomen die er op toeziet dat als een gebouw op grond van voorliggend bestemmingsplan eenmaal is gerealiseerd, de goot- en bouwhoogte en oppervlakte van het desbetreffende gebouw op het bouwperceel niet mag worden vergroot.

6.3

De bestemmingen

Waar de overige paragrafen van deze plantoelichting de achtergronden van het bestemmingsplan belichten, geeft deze paragraaf een toelichting op de planregeling, te weten de planregels en de verbeelding. Uitgelegd wordt wat de bedoeling en strekking is van de verschillende onderdelen van de regels en de verbeelding. Daartoe worden in deze paragraaf de regels per artikel toegelicht. Aangezien alle onderdelen van de (digitale) verbeelding verbonden zijn met één of meer regels, wordt daarbij ook de verbeelding toegelicht. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: inleidende regels; met daarin definities en de wijze van meten en berekenen. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels; die het hart van ieder bestemmingsplan vormen. Ze zijn opgebouwd uit een bestemmingsomschrijving, waarin een omschrijving wordt gegeven van de aan de grond toegekende functies. De hoofdfuncties worden als eerste genoemd. Verder kunnen in de bestemmingsomschrijving ook impliciet bij de bestemming behorende functies worden genoemd ("met de daarbij behorende"), bijvoorbeeld erf, paden, toegangswegen etc. Per bestemming worden bouwregels gegeven, waarin voor alle bouwwerk en de van toepassing zijnde bouwbepalingen worden geregeld. Waar nodig worden specifieke gebruiksregels gegeven. Daarin kunnen aanvullingen of afwijkingen van de algemene gebruiksregels worden gegeven.

Hoofdstuk 3: algemene regels; deze hebben betrekking op in beginsel alle voorafgaande regels. Hierbij gaat het onder meer om de anti-dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene bouwregels algemene afwijkingsbevoegdheid. Hoofdstuk 4: overgang- en slotregels. De regels in hoofdstuk 1 en de algemene regels in hoofdstuk 3 gelden voor het bestemmingsplan als geheel. Zij werken door in de diverse bestemmingen. Hoofdstuk 1 bevat een tweetal artikelen. In artikel 1 wordt een aantal in de regels en/of op de verbeelding voorkomende begrippen ter wille van de duidelijkheid en rechtszekerheid voorzien van een definitie. Artikel 2 geeft een uitleg van de wijze waarop de begrenzing van de verschillende bestemmingen, de bouwhoogte van bouwwerken en de oppervlakte van bouwwerken wordt gemeten. Hieronder volgt per opgenomen artikel een toelichting. Daar waar het betreffende artikel vanwege de erin opgenomen regeling dit vraagt zal uitgebreid worden ingegaan op die regeling. Voor de overige artikelen wordt volstaan met een meer beperkte uitleg. Artikel 1 Begrippen Artikel 1 geeft, in alfabetische volgorde, een omschrijving van een aantal begrippen dat in de regels wordt gebruikt. Hiermee wordt formeel vastgelegd wat wel en niet onder het betreffende begrip moet worden verstaan.

Dit artikel is dus primair bedoeld om begrippen duidelijk te begrenzen en niet om de gedachten achter de gebruikte termen uit te leggen. Daarvoor is juist deze toelichting bedoeld. In deze toelichting worden gehanteerde begrippen waar nodig uitgelegd. De gehanteerde omschrijving van de begrippen komt overeen met de wijze waarop deze in andere actuele Amsterdamse (grootstedelijke) bestemmingsplannen wordt omschreven.

Gemeente Amsterdam

blz. 88

Specifiek e regels aanvullend of afwijkend op algemene begripsbepalingen Om het stedenbouwkundig plan te kunnen vertalen naar juridische regels is het noodakelijk om voor een enkele bepaling een specifieke uitleg te geven in de regels zelf. In het desbetreffende begrip in artikel 1 staat dan de zinsnede 'tenzij in de regels anders is bepaald'. Dit geldt bijvoorbeeld voor het begrip 'peil' in samenhang met het begrip 'eerste bouwlaag'. De zinsnede 'tenzij in de regels' in de omschrijving van deze begrippen is bijvoorbeeld van toepassing op de regels in de bestemming Gemengd - 1 die zijn toebedeeld aan blok 9 van het stedenbouwkundig plan. Blok 9 ligt met één zijde aan een oplopend maaiveld, namelijk het talud van de toe/afrit van de brug over de Duivendrechtsvaart waardoor het peil van dat blok varieert. Ter verduidelijking van wat dan bijvoorbeeld als eerste bouwlaag moet worden aangemerkt, is dat voor blok 9 in de regels van de bestemming Gemengd - 1 uitgeschreven met verwijzing naar aanduidingen op de verbeelding. In dit geval betreft het de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' en 'specifieke bouwaanduiding - 2'. Die aanduidingen hebben met dezelde achterliggende gedachte ook betekenis in de bouwregels van Gemengd -1 voor zover de minimale en maximale bouwhoogte van blok 9 betreft.

Met de 'specifieke bouwaanduiding - 2' is op de verbeelding de locatie aangegeven ten opzichte van waar de bouwhoogte wordt bepaald voor gebouwen van blok 9 die binnen het op de verbeelding aangegeven aanduidingsvlak liggen met de aanduiding 'specifieke bouwaanduidig - 1'. Artikel 2 Wijze van meten Met dit artikel wordt aangegeven op welke wijze moet worden beoordeeld in hoeverre een initiatief past binnen de minima en maxima die in de overige regels worden aangegeven. Artikel 3 t/m artikel 6: Gemengd-1 t/m Gemengd - 4 Hoofdopzet In het plan is onderscheid in een 4-tal gemengde bestemmingen, die zich enerzijds onderscheiden in ruimtelijk opzicht, onder meer de ligging, en anderzijds in het gebruik dat is toegestaan volgens de bestemmingsomschrijving: Gemengd - 1: blok 9 en blok 10 van het stedenbouwkundig plan. Blokken / bouwvelden met een zijde aan de Amstelstroomlaan en met grote verscheidenheid in functiemenging. Gemengd - 2: blok 13 en 14 van het stedenbouwkundig plan. Blokken / bouwvelden met grote verscheidenheid in functiemenging. Gemengd - 3: blok 12 van het stedenbouwkundig plan. Blok / bouwveld waar de functiemenging school en wonen betreft. Gemengd - 4: 'special blok 11' van het stedenbouwkundig plan. Hier is functiemenging in ruime mate toegestaan in die zin dat niet-woonfuncties ook op andere bouwlagen zijn toegestaan dan alleen op de begane grond.

In beginsel is binnen alle gemengde bestemmingen het gebruik van de gebouwen voor woonruimte en maatschappelijke dienstverlening toegestaan. Bepaalde vormen van dit gebruik is op bepaalde locaties evenwel uitgesloten om redenen van externe veiligheid en luchtkwaliteit. Dit wordt hierna nog nader toegelicht. Daarnaast zijn algemene functies toegestaan die de bestemmingen ondersteunen, zoals parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen (elektriciteit, telecommunicatie, water en voorzieningen voor warmtelevering zoals aardgas, stadsverwarming of warmte/koude systemen). Overig gebruik dat volgens de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemmingen Gemengd -1, Gemengd - 2, Gemengd -3 en Gemengd - 4 is toegestaan verschilt per bestemming. Op de verbeelding zijn de maximaal toegestane bouwhoogten weergegeven. Dit geldt ook voor de bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 89

minimale bouwhoogte langs de Amstelstroomlaan. Op de verbeelding zijn ruime bouwvlakken weergegeven waarbinnen gebouwen zijn toegestaan. Deze vlakken mogen echter niet overal volledig bebouwd worden. In de regels is in elke bestemming bepaald dat horizontale gebouwdiepte van een gebouw in een bouwvlak niet meer mag zijn dan 17,5 meter. Op de verbeelding is met aanduidingen aangegeven als er in afwijking van die regel iets anders geldt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de locaties waar bepaalde delen van een bouwvlak voor bepaalde bouwlagen geheel bebouwd mogen worden (zie ook paragraaf 2.2.2 onder 'Rooilijnen - horizontale gebouwdiepten'). Dit betreft onder meer: specifieke bouwaanduiding - 3: beoogde supermarktlocatie in blok 10 van het stedenbouwkundig plan. specifieke bouwaanduiding - 4: beoogde schoollocatie in blok 13 van het stedenbouwkundig plan. specifieke bouwaanduiding - 5: beoogde supermarktlocatie in blok 14 van het stedenbouwkundig plan. specifieke bouwaanduiding - 6: beoogde schoollocatie in blok 12 van het stedenbouwkundig plan. pecifieke bouwaanduiding - 7: verplichting tot nader akoestisch onderzoek in verband met de Amstelstroomlaan. Samenhang tussen regels / verwijzing naar algemene regels De omvang van het toegestane gebruik is geregeld in de algemene gebruiksregels.

Daarvoor wordt in de specifieke gebruiksregels van de te onderscheiden bestemmingen Gemengd-1, Gemengd-2, Gemengd-3 en Gemengd-4 verwezen naar de algemene gebruiksregels in artikel 14. De minimale en maximale parkeernormering is met een dynamische beleidsverwijzing geregeld in de algemene bouwregels. Dit omdat de parkeernormering wordt gehanteerd bij omgevingsvergunningsprocedures voor de activiteit 'bouwen'. Daarvoor wordt in de specifieke gebruiksregels van de te onderscheiden bestemmingen verwezen naar de algemene bouwregels in artikel 13. Specifiek e gebruiksbepalingen in de bestemmingen Gemengd - 1 t/m Gemengd - 4: In de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen Gemengd 1 t/m Gemengd - 4 is aangeven welk gebruik is toegestaan, maar bijvoorbeeld niet in welke mate, op welke bouwlaag en waar. Dat is geregeld in de specifieke gebruiksregels van de desbetreffende bestemmingen. Dit, al dan niet met verwijzing naar aanduidingen op de verbeelding of met verwijzing naar de algemene regels in hoofdstuk 3 van de regels (parkeren, programma). Aanduidingen zijn gebruikt om aan te geven waar bepaalde functies wel of juist niet zijn toegestaan, bijvoorbeeld om redenen van externe veiligheid of luchtkwaliteit.

Zo is met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 3' het deel van de gronden aangeduid van de bestemming Gemengd - 3 dat binnen 80 meter van een gasleiding ligt en waar om die reden geen maatschappelijke dienstverlening of woonfuncties zijn toegestaan die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen (zie ook paragraaf 4.5 en paragraaf 4.4.2 onder 'Omgevingssituatie - aan te houden afstanden'). Volledigheidshalve: voor de bestemmingen Gemengd - 1 en Gemengd - 4 is dat voor de desbetreffende vormen van maatschappelijke dienstverlening en woonruimte geregeld in de specifieke gebruiksregels zonder verwijzing naar een aanduiding op de verbeelding omdat de gronden met de bestemming Gemengd - 1 en Gemengd - 4 geheel binnen de 80 meter zone van de gasleiding liggen. Andere aanduidingen op de verbeelding zijn opgenomen vanuit de opzet van het stedenbouwkundig plan over waar welk gebruik waar is beoogd. Dit betreft aanduidingen waar in de regels is bepaald of een bepaald gebruik expliciet wel of juist niet is toegestaan op bepaalde bouwlagen, op bepaalde delen van gronden met een bepaalde bestemming. Volledigheidshalve: als een bepaling voor alle gronden van de desbetreffende bestemming geldt is doorgaans geen aanduiding op de verbeelding nodig, maar staat het enkel in de regels.

Dit geldt bijvoorbeeld voor bepaald gebruik van 'special blok 11' die de bestemming Gemengd - 4 heeft gekregen.

Gemeente Amsterdam

blz. 90

Op de verbeelding staan onder meer de volgende functie / gebruik / specifiek gebruik gerelateerde aanduidingen waar in de specifieke gebruiksregels van de desbetreffende bestemmingen dus betekenis aan is gegeven: bedrijf (b): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 het gebruik 'bedrijf' en het gebruik 'broedplaats' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. detailhandel (dh) met daarbij de aanduidingen 'specifieke vorm van gemengd - 1' (svg-1) en 'specifieke vorm van gemengd - 2' (svg-2): deze aanduidingen zijn gebruikt indien op gronden met de desbeffende bestemming Gemengd-1, Gemengd-2 en Gemengd-4 het gebruik 'detailhandel' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. Hierin is een nadere detaillering aangebracht met de aanduiding 'specifiek vorm van gemengd - 1'. Op die locatie is alleen laden en lossen toegestaan ten dienste van de gebruiksfunctie detailhandel. Het winkelgedeelte van de detailhandel is daar dus niet toegestaan. Met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2' is aangegeven waar geen supermarkt is toegestaan. Uitzondering op die gronden zijn toegangen tot een achterliggende supermarkt. Die zijn daar wel toegestaan.

dienstverlening (dv): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 en Gemengd - 2 het gebruik 'consumentverzorgende en zakelijke dienstverlening ' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. horeca (h): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 en Gemengd - 2 het gebruik 'horeca' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. Volledigheidshalve: het toegestane type horeca (café, restaurant) is voor die locaties geregeld in de regels. kantoor (k): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 het gebruik 'kantoor' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. wonen (w): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 en Gemengd - 2 géén woningen zijn toegestaan op in de regels bepaalde bouwlagen. sport (s): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 2 en Gemengd - 3 sportvoorzieningen. Dit betreft de beoogde schoollocaties waarvan de mogelijke gymzalen ook gebruikt mogen worden voor sport dat niet samenhangt met het schoolgebruik (sportverenigingen). Maatschappelijke dienstverlening Maatschappelijke dienstverlening betreft meerdere te onderscheiden functies.

In de begripsbepalingen is maatschappelijke dienstverlening als volgt gedefinieerd: Het verlenen van publieksgerichte diensten op het gebied van overheids-, educatieve voorzieningen, kinderopvang, welzijnsvoorzieningen, (para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen, waaronder niet wordt verstaan fitness en sportscholen. In paragraaf 2.3.4 van deze toelichting is het beoogde programma maatschappelijke dienstverlening aangegeven. In het te realiseren programma wordt onderscheid gemaakt in de volgende maatschappelijke dienstverlenende gebruiksfuncties: 'Alles-in-1 basisscholen' met gymzalen. Dit betreft combinaties van basisschool, kinderopvang, naschoolse opvang en gymzalen behorende bij de basisscholen. Dit alles valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven 'educatieve voorzieningen en kinderopvang'. De gymzalen mogen ook gebruikt worden door sportverenigingen. Dergelijk gebruik voldoet niet aan de begripsomschrijving van maatschappelijke doeleinden. Omdat dat gebruik wel beoogd is, hebben de locaties waar de basisscholen met gymzalen zijn beoogd op de verbeelding de aanduiding 'sport (s)' gekregen. In de regels is daarvoor bepaald dat ter plaatse van die aanduiding ook sportvoorzieningen zijn toegestaan.

Omdat de woningen aan de binnenzijde van bouwblokken bij de binnentuinen een geluidsluwe gevel bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 91

hebben is naar aanleiding van het advies van het TAVGA opgenomen dat in de bouwblokken geen buitenspeelterreinen zijn toegestaan. Dit om een te hoge geluidswaarde als gevolg van stemgeluid te voorkomen. De speelvoorzieningen worden aangelegd aan de buitenzijde in de bestemming Verkeer, waar dit stemgeluid ook zonder specifieke voorzieningen verwacht kan worden. Buurtkamer. Dit betreft multifunctionele ontmoetingsruimten wat valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven 'welzijnsvoorzieningen, (para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen'. Gezondheidscentrum. Dit valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven '(para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen'. Praktijkruimte jeugdhulpverlening. Dit betreft flexwerkplekken t.b.v. jeugdhulpverlening wat valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven '(para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen'. Gecombineerde behandel/woonlocatie jeugd voor het opvangen en begeleiding van jongeren.

Gecombineerde behandel/woonlocatie jeugd is, mits daadwerkelijk sprake is van een dagelijkse combinatie van aanwezigheid van behandelaren/begeleiders en jongeren die er wonen, aan te merken als 'Het verlenen van publieksgerichte diensten op het gebied van(para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen en voldoet daarmee in dat specifieke geval aan het begrip 'maatschappelijke dienstverlening' van het bestemmingsplan. Indien de jongeren op de locatie wonen zonder dat daar permante begeleiding aanwezig is, dan betreft het gebruik van de locatie niet 'maatschappelijk', maar 'wonen'. In dit laatste geval gaat het dus om het gebruik 'benutten van woonruimte' en dan valt het gebruik dus ook onder de m2 bvo die in de algemene gebruiksregels als maximum is toegestaan voor wat betreft 'het benutten van woonruimte'. Opvanglocatie voor 24-uursopvang voor o.a. dak- en thuislozen en mensen met persoonlijke problemen, inclusief gemeenschappelijke ruimte, kantoorruimte voor personeel en werkplekken voor ambulante en maatschappelijke hulpverleners. Dit valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven '(para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen'.

Vanuit door de praktijkervaring ingegeven wens om voor grotere ontwikkelgebieden in beginsel niet alles tot in detail voor de komende 10 jaar vast te leggen omdat veel nu nog niet bekend is en de ervaring leert dat maatschappelijke en economische omstandigheden gedurende een bestemmingsplanperiode van 10 jaar veranderen, is de insteek voor de juridische bestemmingsplanregels (voor eenieder bindend): 'zo globaal mogelijk, maar gedetailleerd waar nodig'. De gemeente is zelf eigenaar van de grond en tendert / besteedt aan via het privaatrecht met behulp van bouwenveloppen onder andere wat waar mag komen. Privaatrechtelijk stuurt de gemeente dus op het programma in de ontwikkelfase. Daarom ligt aan de opzet van wijze van bestemmen van de maatschappelijke voorzieningen de volgende overwegingen ten grondslag: Eerste insteek voor het toedelen van functies aan locaties is de inhoud van het stedenbouwkundig plan zoals dat is vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 11 maart 2020. Daarbij is de overweging om op zoveel mogelijk locaties maatschappelijke dienstverlening toe te staan omdat die een algemeen belang dienen die doorgaans niet door de markt (projectontwikkelaars en beleggers) worden gerealiseerd. Er is daarom gekozen om maatschappelijke dienstverlening in alle bestemmingen toe te staan. Hierbij zijn wel enkele nadere specificaties aangebracht in de regels: 1.

De locaties van de 2 basisscholen liggen vast, namelijk in blok 12 en 13 van het stedenbouwkundig plan. Behoudens het wonen op de verdiepingen en het gebruik van de gymzalen door sportverenigingen zijn daar geen andere niet-maatschappelijke functies toegestaan. 2. Het Amsterdamse Externe Veiligheidsbeleid ziet er op toe dat binnen 80 meter van de hoge druk aardgasleiding geen 'functies die specifiek bestemd zijn voor minder zelfredzamen' mogen Gemeente Amsterdam

blz. 92

komen. In de bestemmingsregels is daar rekening mee gehouden. 3. Het Amsterdamse beleid voor Luchtkwaliteit ziet er op toe dat binnen 300 meter van rijkswegen geen 'hindergevoelige functies' mogen komen. In de bestemmingsregels is daar rekening mee gehouden. Cultuur en ontspanning In het beoogde programma is ook ruimte opgenomen voor de realisatie en vestiging van culturele voorzieningen. Onder culturele voorzieningen wordt ingevolge begripsbepaling het volgende verstaan in dit bestemmingsplan: Musea, (muziek)theaters, expositieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. Het gebruik van gronden voor culturele voorzieningen is opgenomen in de bestemmingsomschrijving van de bestemming Gemengd - 4. Deze bestemming is toegekend aan blok 11 van het stedenbouwkundig plan. Detailhandel In het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met twee supermarkten en diverse voorzieningen. Bij deze functies kan een ondergeschikt afhaalpunt een meerwaarde hebben voor bewoners en bedrijven in het plangebied. Daarbij is wel van belang dat een dergelijk afhaalpunt een ondergeschikt karakter blijft houden ten opzichte van de hoofdfunctie. Vanwege de logistieke gevolgen en verkeersveiligheid in de (woon)straten is een functie die alleen of hoofdzakelijk als afhaalpunt functioneert niet wenselijk.

Een dergelijke bedrijfsmatige/logistieke functie is meer op zijn plaats op een bedrijventerrein. Ook de openbare ruimte wordt ingericht voor een woon/werkgebied, niet functies met een grote verkeersaantrekkende werking. Geluidluwe gevels In navolging van het Amsterdamse geluidbeleid is in de regels bepaald dat woningen waarvoor een hogere waarde is vastgesteld, voorzien dienen te worden van een geluidluwe gevel. Omdat bouwblokken gefaseerd gerealiseerd gaan worden is een flexibiliteitsbepaling opgenomen voor de tijdelijke fase waarin een deel van een blok is gerealiseerd, maar een ander geluidafschermend deel nog niet. Deze tijdelijke fase mag maximaal 18 maanden duren. Op het moment dat de flexibiliteitsbepaling wordt toegepast moet objectief duidelijk zijn dat de afschermende bebouwing gerealiseerd gaat worden en in welke vorm. Dat kan middels een privaatrechtelijke overeenkomst waarbij vaststaat wanneer de bebouwing wordt opgericht hetzij een ingediende aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van de afschermende bebouwing. Bij toepassing van de flexibiliteitsbepaling moet tevens een hogere waarde op de gevel worden vastgesteld. Verplichting tot nader geluidsonderzoek (specifieke bouwaanduiding - 7) Voor de bebouwing langs de Amstelstroomlaan geldt de verplichting voor nader akoestisch onderzoek. Dit is vastgelegd door middel van de specifieke bouwaanduiding - 7.

De Amstelstrroomlaan is een 30 km/u weg, maar wel een weg met een hoge verkeersintensiteit. Om te voorkomen dat de geluidswaarden in de woningen langs de Amstelstroomlaan te hoog worden is een verplichting tot nader onderzoek opgenomen, zodat eventueel maatregelen voorgeschreven kunnen worden om de binnenwaarde te beschermen. Groene binnentuinen Aan de binnenzijde van de bouwblokken staan privacy en een 'groene binnenwereld' centraal. Dit niet alleen vanwege de ruimtelijke uitstraling en het daarmee samenhangende woon- en leefklimaat (relatief drukker aan de buitenzijde van de bouwblokken en relatief rustiger aan de binnenzijde van bouwblokken), maar onder meer ook vanwege bijkomende positief effect op aspecten als biodiversiteit, bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 93

waterberging, klimaat ('hittestress'). . Uitgangspunt voor het kunnen verkrijgen van een 'groene binnenwereld' is: zo min mogelijk bebouwing in de binnentuin. Daarvoor wordt in de regels voor de gesloten bouwblokken waar volgens het stedenbouwkundig plan geen supermarkt of school is toegestaan (blok 9 en blok 12a) bepaald dat op gronden die op grotere afstand van de voorgevel liggen dan 17,5 m geen vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan. Dit door die specifieke gronden niet als 'erf' aan te merken in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. de aanwezigheid van groene daken op binnenterreinen. Omdat volgens het stedenbouwkundig plan een deel van de bouwvelden geheel of gedeeltelijk bebouwd mogen worden is zonder het treffen van specifieke maatregelen niet overal sprake van een 'groene binnenwereld'. Dit betreft onder andere de locaties van de twee supermarkten (blok 10 en 14) en de locaties van de twee scholen (blok 12b en blok 13). In aansluiting op het uitgangspunt voor het kunnen verkrijgen van een 'groene binnenwereld' wordt daarom als voorwaarde / voorwaardelijke verplichting gesteld dat het dak van de supermarkten en op het dak van de met afwijking toegestane gebouwde parkeervoorzieningen op grotere afstand dan 17,5 m van de voorgevel moet worden ingericht en in stand moet worden gelaten als groen dak.

Dit is een dak met een dakbedekking waarop een plantaardige laag is aangebracht, dat wil zeggen een laag die hoofdzakelijk bestaat uit levende planten zoals onder andere grassen, struiken en bomen. Dit betreft de locaties die op de verbeelding zijn aangeduid met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' en specifieke bouwaanduiding - 5'. Woonruimte in de bestemmingen Gemengd - 1 t/m Gemengd - 4: (On)zelfstandige woonruimte, verkamering (kamerverhuur) en bed & breakfast Regelgeving / regulering op het gebied van wonen betreft verschillende instrumenten. Een van de instrumenten is een Amsterdamse vergunningstelsel voor 'kamersgewijze verhuur' en 'bed&breakfast' op basis van de gemeentelijke Huisvestingsverordening. Een ander instrument is het bestemmingsplan. Het navolgende is de toelichting op de gekozen wijze van bestemmen voor wat betreft het gebruik van woningen voor kamerverhuur en bed&breakfast in voorliggend bestemmingsplan. Dit op basis van de op het moment van voorliggend bestemmingsplan geldende regelgeving (momentopname): Met ingang van 1 januari 2020 geldt de Huisvestingsverordening 2020. Hierin zijn regels opgenomen over de samenstelling van de woonruimte voorraad. Onderscheid bestaat tussen zelfstandige woonruimte, onzelfstandige woonruimte en bedrijfsmatig gebruik van een deel van de woonruimte, bijvoorbeeld ten behoeve van bed & breakfast.

Sturen op de samenstelling van de woonruimte voorraad is primair van belang omdat het woningaanbod dient aan te sluiten op de vraag en behoefte van huishoudens van verschillende samenstellingen aan woonruimte. Tussen de wijze van bewoning en/of het gebruik van te onderscheiden typen woonruimte bestaan verschillen. Bewoning door een gezinshuishouden is bijvoorbeeld anders dan het gebruik van een woonruimte met een gemeenschappelijke ruimte, die voor het overige verkamerd wordt verhuurd aan een aantal eenpersoonshuishoudens. De verschillende typen bewoning hebben naar hun aard een meer of minder intense ruimtelijke uitstraling. Voor het gedeeltelijk gebruik van woonruimte ten behoeve van bed & breakfast geldt dat dit meer effect op de omgeving heeft dan bewoning zonder dit nevengebruik. Wanneer de rechthebbende een bestaande zelfstandige woonruimte verkamerd wil verhuren (ook wel omzetting genoemd), of in de woonruimte een bed & breakfast wil exploiteren, dan is op grond van de Huisvestingsverordening 2020 een omzettingsvergunning nodig voor verkamering respectievelijk onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast nodig.

Wanneer verlening van de gevraagde vergunning, die een wijziging in de woonruimtevoorraad teweeg brengt, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders leidt tot een aantasting van de leefbaarheid ter plaatse, bijvoorbeeld omdat de concentratie van verkamerde woningen ter plaatse te groot wordt geoordeeld, kan de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning om die reden worden geweigerd. Datzelfde kan Gemeente Amsterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10976602/1