CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2021-285C Bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt - Toelichting

RAAD 1 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt VN2021-02801728.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De locatie van de verhoogd aangelegde bloementuin is zo gekozen dat als schakelpunt van de verschillende onderdelen fungeert en de meest kleurrijke plek van het park is. Vanwege de verdiepte ligging van het park ten opzicht van de omgeving, zijn er diverse hoogteverschillen die benut zijn om de ruimtelijke beleving aantrekkelijker te maken. De beplanting is niet nader geduid, maar duidelijk is wel dat het architectonisch is opgevat, in rijen en blokken van (geschoren haag)struiken, bomen en bloemen in een vierkant grid. Dit zorgt ook voor relatief abrupte overgangen in de ruimtelijke beleving van het park; de bomenrijen vormen het enige doorlopende element. verbindende Een dergelijke strakke opzet vergt nauwgezet onderhoud. Het ontwerp wordt toegeschreven aan E. Mos, hoofd afdeling Beplantingen van de gemeente Amsterdam. Jakoba Mulder, stedenbouwkundige, lange tijd rechterhand van Van Eesteren en medeontwerper van het Amsterdams Bos, was inmiddels hoofd van SO en zal ook een belangrijke rol gespeeld hebben. Van de vormgeving in lijnen en vlakken wordt wel gezegd dat die geïnspireerd is op het werk van Mondriaan, overs wiens werk in die tijd veel tentoonstellingen gehouden werden. Maar de geometrische aanleg van groen is in het algemeen in de na-oorlogse jaren een bekend motief dat ook bij andere ontwerpers duidelijk zichtbaar is.

En het sluit naadloos aan op de minimalistische, heldere en strak belijnde opzet van de naoorlogse stedebouw en architectuur, waarbij gevarieerd werd met enkele eenvoudige motieven. Als voorbeelden van deze landschapsarchitectuur valt de denk aan het werk van Mien Ruys, Hans Warnau en Wim Boer. Van laatstgenoemde werd in 1959 het Gijsbrecht van

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 35

Aemstelpark opgeleverd en dat was Mos en Mulder uiteraard bekend.

Uitvoering 1961 en renovatie 1996 Op het ontwerp moest echter flink bezuinigd worden omdat het niet paste binnen het beschikbaar gestelde budget. Het uitgevoerde ontwerp gaat daarom uit van de meest noodzakelijke functies en beplantingen, en is daarmee schraler dan beoogd. De aanleg van het park was voorzien in een aantal fases; eerst de hoofdlijnen van bomen en gazons. Daarna de toevoeging van voorzieningen waarbij

Gemeente Amsterdam

blz. 36

zoveel mogelijk rekening werd gehouden met de behoeften van de buurtbewoners: een speelvijver, zandbak en speeltoestellen voor de allerkleinsten; een hoger gelegen terras met theetuin en rosarium voor volwassenen; speel- en ligweides met boomgroepen voor de nodige lommer; en een rododendronannex azaleatuin in een rustige oosthoek. Daarbij zijn de omringende groenstroken tussen ringgracht, Admiralen- en Erasmusgracht ook voorzien van wandelpaden in een groene setting. Rijkere en onderhoudsgevoelige beplanting werd grotendeels geschrapte, evenals sierbestrating en kunstwerken. Bovendien werd de boomaanplant ingedeeld in exemplaren die moesten blijven en exemplaren die alleen voor de eerste fase nodig waren om alvast voor een zeker gevuld beeld te zorgen, de zogenaamde wijkers. Maar de wijkers werden niet weggehaald. Als gevolg daarvan, en het feit dat de bodem snel inklonk met wateroverlast tot gevolg, ontwikkelde het park zich uiteindelijk niet tot het beoogde en zo begeerde buurtpark. In 1996 werd daarom in opdracht van stadsdeel Bos en Lommer een renovatieplan opgesteld door Urban van Aar, bureau voor water en landschapsarchitectuur, en dat in nauwe samenwerking met stadsdeelwerken en de overleggroep renovatie Erasmuspark tot stand kwam.

Het ontwerp uit 1957 vormde daarbij het uitgangspunt, waarbij de beplanting is verbeterd en enkele niet-uitgevoerde onderdelen alsnog zijn gerealiseerd. Ook de entrees kregen de nodige aandacht. Op een aantal punten zijn de accenten ook iets anders gelegd of zijn er nieuwe toevoegingen. Bijvoorbeeld met meer aandacht voor ecologische waarden in de vorm van wildere bossages aan de noordwestzijde, de lange pergola's aan de oostzijde en de toevoeging van een bescheiden gebouwtje met toiletten en eenvoudige horecavoorziening bij de kinderspeelplaats. Op dit moment is het Erasmuspark een succesvol buurtpark dat dankzij de vrije gebruiksruimte ongedwongen aanvoelt en gelegenheid biedt tot veel soorten gebruik.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 37

2.5

Functionele beschrijving van het plangebied

2.5.1

Functionele opzet

De Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is een grootstedelijk gemengde woon-werkbuurt, waarbij de (winkel)voorzieningen zich vooral concentreren langs enkele (doorgaande) stadsstraten, zoals de Bos en Lommerweg. De woonbuurten bestaan voornamelijk uit gestapelde woningen, In de Robert Scottbuurt west betreft het veelal middelhoogbouwblokken in een strokenverkaveling. Voor het oostelijk deel van de Robert Scottbuurt (aan weerszijden van de Hoofdweg gaat het om gesloten bouwblokken. Aan de zijde van de Jan van Galenstraat en op hoeken van het bouwblok zijn op de begane grond stedelijke functies gevestigd. Het kan hierbij gaan om een buurtwinkel, kantoor, medische voorziening (tandarts, fysio), horeca, dienstverlenend bedrijf (zoals een kapper) of bedrijf. In de buurten zijn op verschillende locaties geclusterde bedrijfsruimtes aanwezig, zoals in de Reinaert de Vosstraat, de Robert Scottstraat en in de hoekpanden in de Mariken van Nikegenstraat. Verder zijn verspreid door de buurt diverse gebouwen met een maatschappelijke functie, zoals scholen, buurtcentra, kerken en woonzorgcentra voor ouderen. Dit deel van Amsterdam West kenmerkt zich door een vrij sterke mate van functiemenging waarbij voornamelijk bedrijven en maatschappelijke voorzieningen zijn gerealiseerd op de begane grond, met daarboven woningen. 2.5.2

Verkeer

Het plangebied is gelegen in de nabijheid van de Ringweg A10 en daardoor goed bereikbaar met de auto vanuit de regio. De gebiedsontsluiting van het plangebied vindt plaats via de radialen Jan van Galenstraat en Bos en Lommerweg. De Hoofdweg vormt de belangrijke schakel tussen deze radialen. Binnen het plangebied is het grootste deel van de wegen gecategoriseerd als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/h. Er wordt voornamelijk geparkeerd op maaiveld. Het plangebied is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Het gebied wordt doorkruist door een aantal tram- en buslijnen. 2.5.3

Water en groen

De Erasmusgracht en Admiralengracht vormen de waterstructuur in het gebied. De groenstructuur wordt vooral gevormd door het Erasmuspark en het Wachtersliedplantsoen. Ook de tuinen en plantsoenen hebben een belangrijke groenfunctie in het gebied.

Gemeente Amsterdam

blz. 38

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 39

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 14 juni 2011 heeft het kabinet het ontwerp van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) aan de Tweede Kamer gestuurd met daarbij een ontwerp Algemene maatregel van bestuur (Amvb) Ruimte (het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening: Barro). De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en treden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid.

Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. De Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is een binnenstedelijke locatie waarbij de in het Barro aangegeven Rijksbelangen niet in het geding zijn.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050

Op 19 november 2018 heeft Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie wordt voor het stedelijk gebied uitgegaan van zoveel mogelijk binnenstedelijk realiseren en concentreren van wonen en werken. Om de groei van het verkeer in de metropool in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV, fietsnetwerk en auto, waarbij de grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd. Versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem. Bedrijvigheid in de metropool kan zich blijven ontwikkelen binnen de beschikbare milieuruimte, waarbij op een beperkt aantal plekken nieuwe woningbouw te maken kan krijgen met een grotere mate van

Gemeente Amsterdam

blz. 40

geluidhinder, binnen de wettelijke grenzen. De Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is in de omgevingsvisie aangewezen als "stedelijk gebied". Het bestemmingsplan gaat uit van behoud van de bestaande bebouwing en stedelijke voorzieningen. Dit past binnen de kaders van de omgevingsvisie. 3.2.2

Provinciale Ruimtelijke Verordening

In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de PRV regelmatig aangepast. De laatste wijziging van de PRV is op 14 januari 2019 door Provinciale Staten vastgesteld. In deze wijziging zijn onder andere de artikelen met betrekking tot Kleinschalige ontwikkeling, Natuurnetwerk Nederland en Strandzonering aangepast. De gewijzigde PRV is op 1 februari 2019 in werking getreden. De PRV is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels voor de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen of projectbesluiten. Voorwaarde is wel dat hierin duidelijk het provinciaal belang naar voren moet komen. Het uitgangspunt daarbij is dat de bevoegdheden ter doorwerking van het ruimtelijk beleid zoveel mogelijk proactief worden ingezet en het provinciale beleid daarbij zoveel mogelijk eenduidig wordt geregeld. De Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is conform de Provinciale Ruimtelijke Verordening onderdeel van het "bestaand bebouwd gebied". Het behouden van woningen en bijbehorende stedelijke voorzieningen zoals winkels en culturele voorzieningen past binnen de kaders van de provinciale ruimtelijke verordening.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Plabeka Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht.

In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. Er vindt regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit van werklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 41

leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. Ter uitvoering van de doelstelling van het Plabeka is een uitvoeringsstrategie vastgesteld, zie onderstaande tekst. Uitvoeringsstrategie 2010-2040 Het regionale werklocatiebeleid is vastgelegd in de Uitvoeringstrategie Plabeka 2010-2040 'Snoeien om te kunnen bloeien'. Dit document is door de betrokken bestuurders uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op 23 juni 2011 vastgesteld. Ondanks de ingrepen, zoals afgesproken in de eerste Uitvoeringsstrategie 2007-2030, bleek uit de monitor dat er op de kantorenmarkt in de MRA nog steeds geen evenwichtige balans tussen vraag en aanbod gerealiseerd was. De leegstand bleef onverminderd hoog en de vraag naar kantoorruimte bleef achter bij de prognoses. Ook de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen bleek lager dan voorzien. Hierdoor is besloten de Uitvoeringsstrategie de actualiseren. In de Uitvoeringsstrategie 2010-2040 zijn opnieuw afspraken gemaakt om in het planaanbod van kantoren en bedrijventerreinen te schrappen en worden verouderde bedrijventerreinen geherstructureerd en bestaande kantoren herontwikkeld tot duurzame kantoorconcepten of voor andere functies.

Het resultaat van deze Uitvoeringsstrategie is dat in de MRA in totaal voor 1,9 miljoen m² planaanbod kantoren en 514 hectare planaanbod bedrijventerreinen worden geschrapt of uitgefaseerd tot na 2040. In de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt zijn geen kantorenlocaties waarvoor groei of krimp wordt voorgesteld. De uitvoeringsstrategie ziet niet op de individuele kantoortjes die her en der in de buurten in de plint van woningen zijn gerealiseerd. Zie in dat verband ook paragraaf 3.4.7. 3.3.2

Stadsregio Amsterdam

De Stadsregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van zestien gemeenten. De stadsregio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld. Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016 – 2020 De regioraad van de Stadsregio Amsterdam heeft op 15 maart 2016 het Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016 – 2020 vastgesteld. De vernieuwing is een actualisatie van het eerdere beleid uit 2011 en is op 1 april 2016 in werking getreden. Er wordt opgeroepen tot meer regionale afstemming van de winkelstructuur, zodat de fijnmazigheid van die structuur behouden blijft en iedereen op aanvaardbare afstand zijn boodschappen kan blijven doen. Centrale doelstelling in het regionale detailhandelsbeleid is het vasthouden aan het op aanvaardbare afstand hebben van winkels in dagelijkse artikelen (levensmiddelen en persoonlijke verzorging). Daarnaast staat behoud en versterking van kansrijke winkelgebieden centraal.

Gemeente Amsterdam

blz. 42

Afbeelding: uitsnede kaart bestaande winkelstructuur uit het Regionaal Detailhandelsbeleid De Bos en Lommerweg is onderdeel van de bestaande winkelstructuur, één en ander conform de kaart in het regionale detailhandelsbeleid, zie onderstaande afbeelding. Rechtsonder in de afbeelding is de Jan van Galenstraat ook aangeduid, het gaat hier om de zuidzijde van de Jan van Galenstraat, buiten de grenzen van dit bestemmingsplan, Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van het behouden van winkels en winkelondersteunende stedelijke functies in de Bos en Lommerweg. Dit past binnen de kaders van het regionale beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Amsterdam 2040

Algemeen In de Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch sterk en Duurzaam' (17 februari 2011) is het ruimtelijk beleid van de gemeente verwoord. De centrale ambitie van de Structuurvisie is dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Intensivering van het grondgebruik in de stad biedt aan tal van mensen woon- en werkruimte. Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte en in recreatief gebruik van water en groen en efficiënter omgaan met energie en vervoer, zodat buiten de stad minder landschap hoeft te worden aangetast. Het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt voorziet in het behouden van de bestaande binnenstedelijke bebouwing, hoofdwegen en waterstructuur. Er worden geen grootschalige herontwikkelingen voorzien.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 43

Stadsstraten Stadsstraten en -pleinen zijn in het algemeen de ruimere, drukkere straten en pleinen in of tussen buurten. Het zijn de stedelijke openbare ontmoetings- en uitwisselingsruimtes bij uitstek. Het zijn visitekaartjes van de stad. Ze hebben nagenoeg altijd een belangrijke winkel- of horecafunctie. Meestal hebben ze een belangrijke verkeersgeleidende functie. De verbetering en ontwikkeling van stadsstraten en -pleinen speelt een belangrijke rol bij de uitrol van het centrummilieu. Via stadsstraten en -pleinen kan de behoefte aan centrumstedelijke milieus gekanaliseerd worden aangeboden: hierin moet de mix aanwezig zijn of aangeboden worden en moeten de rustige woonmilieus van de noodzakelijke stedelijkheid 'om de hoek' worden voorzien. De ruimtelijke opgave hierbij richt zich met name op stadsstraten en -pleinen ‘in ontwikkeling’. Deze stadsstraten hebben doorgaans een erkende verbindingsfunctie maar zijn als uitwisselingsmilieu vooralsnog onvoldoende ontwikkeld, wat opmerkelijk is gezien hun hiertoe gunstige ligging in de stad. Dat kan liggen aan het ontbreken van kwalitatief hoogwaardige voorzieningen of een kwaliteitsarme woningvoorraad in de belendende gebieden. Voorbeelden van stadsstraten binnen de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt zijn de Jan van Galenstraat en de Bos en Lommerweg.

Conform de Structuurvisie wordt voor de stadsstraten Jan van Galenstraat en Bos en Lommerweg voorzien in een "kwaliteitsimpuls". Op de afbeelding uit de Structuurvisie is dit weergegeven.

Dit is in het bestemmingsplan vertaald door op de betreffende straten winkels en winkelstraat-ondersteunende economische functies toe te staan. De winkelondersteunende functies moeten een publieksfunctie hebben. Zo wordt consumentverzorgende dienstverlening (kapper, nagelstudio, etc) toegestaan. Zakelijke dienstverlening is alleen toegestaan als dit een publieksgericht karakter heeft, dus met een baliefunctie, zoals een bankfiliaal of makelaarskantoor. Hoofdgroenstructuur Het Erasmuspark en het Wachterliedplantsoen zijn onderdeel van de hoofdgroenstructuur van Amsterdam, type "stadspark". De sportvelden aan de Joos Banckersweg is onderdeel van de hoofdgroenstructuur, type "sportpark".

Gemeente Amsterdam

blz. 44

De beleidsuitgangspunten voor het stadspark zijn als volgt:

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 45

Uitgangspunt voor het nieuwe bestemmingsplan is dat de geldende planologische rechten worden overgenomen en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Stadspark - Erasmuspark Een stadspark wordt gekenmerkt door een groene park- tot tuinachtige omgeving in een stedelijke context. Stadsparken kennen een hoge bezoekers- en gebruiksintensiteit. De voorzieningen moeten erop gericht zijn zoveel mogelijk mensen te bedienen zonder dat het groene karakter verloren gaat. Bebouwing in stadsparken is onder voorwaarden toegestaan, zo mag er geen sprake zijn van dominante bebouwing. Het gebied moet zorgvuldig worden beheerd volgens een goedgekeurd beheerplan. Evenementen zijn toegestaan voor zover deze aansluiten bij de mogelijkheden, het karakter, de omvang en de opzet van het park. Inpasbare voorzieningen zijn informatieborden, kleinschalige horecavoorzieningen, kleine sport- en spelvoorzieningen zoals een kinderspeelplaats, speelweide, verhard basketbalveld, etc. Parkeervoorzieningen zijn niet toegestaan. Voor wat betreft de verharding geldt een maximum percentage van 5% van de oppervlakte van het park.

Gemeente Amsterdam

blz. 46

Afbeelding: Erasmuspark In het voorliggende bestemmingsplan zijn de beleidsuitgangspunten uit de Structuurvisie vertaald door het Erasmuspark te bestemmen als "Groen". Toegestaan zijn groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, kunstobjecten, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Terrassen behorend bij de direct aangrenzende horeca in het Erasmuspark is alleen toegestaan tot de omvang die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan conform een verleende vergunning is gerealiseerd. Parkeervoorzieningen of andere vormen van verkeersareaal worden niet toegestaan. Het "eikenbosje" wordt overeenkomstig het locatieprofiel al enkele jaren gebruikt als locatie voor kleinschalige evenementen. Hiervoor is de open ronde plek in het park van een stevige ondergrond voorzien en zijn bevestigingsvoorzieningen in de grond gemaakt voor een demontabele terrasoverkapping (tentdoek). De podiumdelen, het tentdoek en de podiumdelen worden na elke voorstelling opgeslagen in een zeecontainer die vlak bij de open ronde plek staat. De geplaatste zeecontainer is nodig om de podiumdelen en het tentzeil te kunnen opslaan zodat voorkomen wordt dat dit (overdekte) deel van het park een hangplek wordt. Een locatie nabij de speelvloer is nodig omdat de materialen nogal zwaar zijn.

Het is voor het functioneren van het eikenbosje als kleinschalige evenementenlocatie van belang dat de zeecontainer kan blijven staan. Daar wordt in dit bestemmingsplan dan ook van uit gegaan. Daarbij zijn de bestaande afmetingen (circa 20 m2, hoogte 3 meter) in de planregels vastgelegd. Omdat de zeecontainer conform het eerder afgegeven TAC advies al is "ingepakt" met groen is de container gelet op het voorgaande ruimtelijk inpasbaar.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 47

Afbeelding: bevestigingspunt voor demontabele terrasoverkapping.

Afbeelding: de zeecontainer voor opslag van evenementen-materialen. De gemeente is eigenaar van de gronden en verzorgt zelf de programmering om te kunnen sturen op het soort evenementen en de inpasbaarheid daarvan in de Hoofdgroenstructuur. In de periode 2007-2015 is op meerdere momenten door de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) geadviseerd over een horecapaviljoen, een tweede horecapaviljoen en een tijdelijk podium met container voor opslag. Het horecapaviljoen (Terrasmus) is inmiddels gerealiseerd. Dit paviljoen wordt in voorliggend bestemmingsplan conserverend opgenomen. Voor het tweede horecapaviljoen in de noordoosthoek van het park heeft de TAC in 2015 negatief geadviseerd. In voorliggend bestemmingsplan wordt er om die reden niet uitgegaan van een tweede horecapaviljoen in het park. Voor het tijdelijke podium met bijbehorende container in het "eikenbosje" is in 2015 een positief advies afgegeven door de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC). Daarbij is uitgegaan van een demontabele overkapping met enkele ankerpunten en een stalen zeecontainer voor opslag. De tijdelijke opslag met de zeecontainer is als inpasbaar in de Hoofdgroenstructuur beoordeeld. Ondanks de tijdelijkheid is aandacht gevraagd voor een groene inpassing van de zeecontainer. De zeecontainer is conform het TAC advies "ingepakt" met beplanting.

In de loop der jaren zal met het groter worden van de planten de container nog verder uit het zicht verdwijnen

Gemeente Amsterdam

blz. 48

Stadspark - Wachterliedplantsoen Het Wachterliedplantsoen en de groenstrook naast de Theophillusstraat (tot aan de Bos en Lommerweg) zijn onderdeel van de hoofdgroenstructuur en aangeduid als "stadspark"

Afbeelding: het Wachterliedplantsoen Uitgangspunt in dit bestemmingsplan is het vastleggen van de bestaande groenstructuur door toepassing van de bestemming "Groen". In het groen zijn alleen de bestaande functies (groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, etc) toegestaan die conform de beleidsuitgangspunten voor het "stadspark" mogen worden gerealiseeerd. Het bestemmingsplan staat geen nieuwe gebouwen of parkeervoorzieningen toe. De planregels zijn daarmee in overeenstemming met de beleidsuitgangspunten voor het stadspark die in de Structuurvisie. Sportpark Joos Banckersweg De sporthal en de sportvelden aan de Joos Banckersweg zijn onderdeel van de Hoofdgroenstructuur, type "sportpark". Het sportpark aan de Joos Banckersweg is aangeduid als “stedelijk sportpark”. Stedelijke sportparken zijn de (vaak kleinschalige) in de wijken geïntegreerde sportparken, waaronder tennisparken. Centraal staat het in stand houden van een kleinschalig fijnmazig sportaanbod. De velden en vrijetijdsaanbod (binnen en buiten) worden ingericht voor optimaal sportief gebruik . Bij voorkeur dienen gebouwde voorzieningen zoveel mogelijk geclusterd in aangrenzende bouwblokken te worden gevestigd. In het geldende bestemmingsplan "Admiralengracht" zijn deze voorzieningen al bestemd als "sport" waarbij de bestaande bebouwing is vastgelegd.

Ook is bepaald dat op eigen terrein maximaal 10 parkeerplaatsen zijn toegestaan. Voor de sportvoorzieningen worden geen ontwikkelingen voorzien. Daarom is in het voorliggende bestemmingsplan de planregeling uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 49

Afbeelding: tennisvelden op het sportpark aan de Joos Banckersweg TAC advies Het bestemmingsplan is gelet op de ligging in de hoofdgroenstructuur voorgelegd aan de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC). Het bestemmingsplan is naar aanleiding van het advies van de TAC op een aantal onderdelen aangepast. Zie voor een uitgebreide reactie paragraaf 16.3 Overleg ex artikel 3.1.1. Bro en ambtelijk overleg. 3.4.2

Koers 2025

Op 14 september 2016 is de "Koers 2025" vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. De gemeente wil de druk op de woningmarkt verlichten en maakt daarom tot 2025 de bouw mogelijk van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen. De huidige voorraad aan woningbouwplannen is onvoldoende om hierin te voorzien. Nieuwe woningen worden gerealiseerd in nieuwbouwprojecten, maar ook door transformatie van leegstaand en leegkomend vastgoed. De plannen bieden ook ruimte aan voorzieningen en bedrijven. Op welke plekken dit kan gebeuren staat in Koers 2025, een integrale en stadsbrede inventarisatie van woningbouwlocaties. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt zijn geen nieuwe woningbouwlocaties aangewezen en het voorliggende bestemmingsplan gaat dan ook niet uit van het realiseren daarvan. Het Mercatorpark, net buiten de grenzen van dit bestemmingsplan is wel aangewezen als woningbouwlocatie. 3.4.3

Overnachtingsbeleid

Op 14 juli 2016 is de "herziening van het Amsterdamse deel van de Regionale hotelstrategie 2016 2022: van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid" vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Het accent wordt in het nieuwe beleid verschoven van een hotelbeleid naar een integraal (regionaal) overnachtingsbeleid dat zich richt op kwaliteit, spreiding en een gelijkwaardig ondernemersveld. Met vernieuwende en concrete instrumenten wordt bijgedragen aan het behoud van de balans tussen wonen, Gemeente Amsterdam

blz. 50

werken en recreëren in de stad. Vraag en aanbod van alle overnachtingsvormen in de Amsterdamse regio worden hierbij als één geheel gezien, waarbij er in ieder geval tot 2022 in heel de stad alleen ruimte wordt geboden aan nieuwe innovatieve en kwalitatieve hotelinitiatieven. Voor de overige overnachtingsvormen wordt het aanbod verder gereguleerd teneinde een legaal, geregistreerd en kwalitatief aanbod te borgen. Het overnachtingsbeleid zorgt voor een rem op de groei van het aantal hotels in Amsterdam, verdere spreiding van hotels over de regio, een stijging van de kwaliteit van al het huidige overnachtingsaanbod, een beter inzicht in de markt, een gelijk speelveld tussen de verschillende accommodatievormen en doet een aanzet tot het stimuleren van nieuwe toeristische trekkers in de metropoolregio Amsterdam. Om dit te bereiken geldt voor de gehele stad `Nee tenzij´. Medewerking aan nieuwe hotelinitiatieven wordt in Amsterdam in de basis niet gegeven. Alleen als hotelinitiatieven écht iets toevoegen aan de omgeving en de markt wordt een uitzondering gemaakt. Het beleid is in voorliggend bestemmingsplan vertaald door uitsluitend de bestaande hotels in het plangebied op te nemen in het bestemmingsplan en geen nieuwe toe te staan. In dit bestemmingsplan gaat het uitsluitend om een vergund hotel aan de Marieken van Nimwegenstraat 11. Shortstay in bestaande bouw wordt beëindigd.

Bestaande vergunningen lopen af (laatste in 2024) en er worden geen nieuwe vergunningen verstrekt. In dit bestemmingsplan wordt conform deze maatregelen geen shortstay toegestaan, waardoor de shortstay vestigingen onder het overgangsrecht vallen en binnen de planperiode (10 jaar) van dit bestemmingsplan worden beëindigd. 3.4.4

Detailhandelsbeleid 2018-2022

Op 21 december 2017 is het detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Met het nieuwe beleid wordt ingesteld op het veranderende consumentengedrag, waardoor er minder behoefte is aan winkels, en tegelijkertijd groei van inwoners en bezoeks aan de orde is. Het detailhandelsbeleid kent twee algemene doelstellingen: 1. boodschappen dichtbij voor bewoners: met dit beleid wil Amsterdam in de eerste plaats dat bewoners op redelijke afstand van de woning (750 meter loopafstand) dagelijkse boodschappen kunnen doen; 2. meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad. Amsterdam heeft als ambitie om meerdere aantrekkelijke winkelgebieden te hebben, voor de niet-dagelijkse goederen. Net als in het voorgaande beleid is het uitgangspunt dat het winkelaanbod in Amsterdam geclusterd wordt in winkelgebieden en dat nieuwe losse winkelvestigingen in beginsel zijn uitgesloten. Clustering van winkels heeft voordelen voor ondernemers en consumenten. In winkelconcentraties kunnen ondernemers profiteren van elkaars bezoekersstromen en kunnen de voor de winkels benodigde voorzieningen (parkeren, laden/lossen) zo efficiënt mogelijk worden gerealiseerd. In het beleid is een overzicht opgenomen met winkelgebieden in Amsterdam. Voor de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt gaat het om de Bos en Lommerweg.

De grenzen tussen winkels, horeca, consumentendienstverlening en distributie vervagen steeds meer. In de huidige regelgeving zijn mengformules zonder exploitatievergunning mogelijk onder de volgende voorwaarden: het horecadeel bevat maximaal 20% van het netto vloeroppervlak van de winkel met een maximum van 20 m². De horeca-activiteit wordt door dezelfde ondernemer geëxploiteerd; De horeca-activiteit wordt alleen uitgeoefend gedurende de tijden dat de winkel geopend is; er wordt geen alcohol geschonken (hiervoor is een drankvergunning nodig); er wordt geen terras geëxploiteerd (hiervoor is een terrasvergunning nodig).

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 51

In overeenstemming met het beleid is ondergeschikte horeca toegestaan in de winkels met de bovenstaande criteria als basis. 3.4.5

Nota Parkeernormen Auto (2017)

Op 7 juni 2017 is de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. In de nota zijn voor nieuwe ontwikkelingen parkeernormen opgenomen. Daarbij is Amsterdam opgedeeld in A, B en C gebieden, waarbij een A-locatie goed per openbaar vervoer bereikbaar is en een C gebied vooral goed met de auto bereikbaar is. De Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is op grond van het beleid een B-locatie. Voor nieuwe vrije sector woningen geldt daarbij een parkeernorm van 0,1 tot 1 parkeerplaats per woning op eigen terrein, afhankelijk van de grootte van de woning. Voor sociale huurwoningen geldt geen minimum norm, alleen een maximale parkeernorm van 1 parkeerplaats per woningen. Voor nieuwe kantoren geldt een maximale parkeernorm van 1 parkeerplaats per 125 m2 bvo.

Voor de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt worden geen nieuwe ontwikkelingen voorzien in de vorm van bijvoorbeeld nieuwe woningen. In de algemene gebruiksregels is bepaald dat in geval van een omgevingsvergunning voor het bouwen moet worden getoetst aan de parkeernormen uit de dan geldende parkeernota. 3.4.6

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (2018)

De gemeenteraad heeft op 14 maart 2018 de "Nota Parkeernormen Fiets en Scooter" vastgesteld. De nota ’Parkeernormen Fiets en Scooter’ is het beleidskader op basis waarvan de gemeente bij ruimtelijke (her-)ontwikkelingen eisen stelt aan de parkeervoorzieningen bij niet-woonfuncties. Deze eisen zijn vertaald in bindende beleidsregels voor fietsen. Voor scooters zijn de normen voor parkeervoorzieningen niet bindende richtlijnen.

Gemeente Amsterdam

blz. 52

Fietsparkeren bij niet-woonfuncties Uitgangspunt voor zowel fiets- als scooterparkeren is dat dit op eigen terrein wordt geregeld, al dan niet inpandig. De beleidsregels gelden alleen voor fietsparkeren bij niet-woonfuncties, zoals kantoren, horeca en bedrijven. Deze normen worden via een regel vastgelegd in bestemmingsplannen. Amsterdam is opgedeeld in meerdere zones. Voor elke zone gelden verschillende parkeernormen. De Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is ingedeeld in "zone 1".

De normen voor verschillende niet woon-functies verschillen per zone en zijn gebaseerd op de CROW kencijfers voor fietsparkeren, opgehoogd met 20% om rekening te houden met de groei van het fietsverkeer. Op basis hiervan wordt de fietsparkeereis bepaald. Bij nieuwbouw moeten de fietsparkeervoorzieningen worden gerealiseerd op eigen terrein, al dan niet inpandig. Bij transformatie, herontwikkeling of functiewijziging krijgen bestaande panden een nieuwe invulling. Daarbij kan de behoefte voor parkeervoorzieningen veranderen. Ook bij deze projecten komen de parkeervoorzieningen in principe op eigen terrein, al dan niet inpandig. De fietsparkeereis wordt bepaald aan de hand van de zone waar het project in ligt, de normen en de oppervlakten van de te realiseren functies. Er mag rekening worden gehouden met dubbelgebruik van fietsparkeerplaatsen, maar dit moet dan met een parkeerbalans worden onderbouwd. In het beleid zijn de voorwaarden opgenomen waaronder er mag worden afgeweken van de gemeentelijke parkeernorm. Daarbij is bepalend of er sprake is van nieuwbouw, van een functie die relatief veel "kortparkeren" kent en wat de impact is op de openbare ruimte. De voorwaarden zijn beschreven in paragraaf 2.5 van het beleid. Fietsparkeren bij woningen: nieuwbouw Het Bouwbesluit 2012 schrijft een (fietsen)berging voor bij nieuwbouw van woningen.

De (fietsen) berging moet voldoen aan de volgende eisen: De (fietsen)berging moet bescherming bieden tegen weer en wind; bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 53

de (fietsen)berging mag niet gemeenschappelijk zijn en moet afsluitbaar zijn; De (fietsen)berging heeft een oppervlakte van minimaal 5 m². De (fietsen)berging moet rechtstreeks vanaf de openbare weg bereikbaar zijn via het aansluitende terrein of via een gemeenschappelijke verkeersruimte. Deze individuele (fietsen)berging is niet verplicht als de gebruiksoppervlakte van de woning niet groter is dan 50 m². In dat geval volstaat een gemeenschappelijke bergruimte voor fietsen, met een vloeroppervlakte van minimaal 1,5 m² per wooneenheid. Omdat het fietsparkeren bij woningen in het Bouwbesluit 2012 geregeld is, kan de gemeente geen afwijkende of extra normen opleggen. Maar het Bouwbesluit 2012 biedt wel ruimte voor gelijkwaardige oplossingen. De gemeente Amsterdam heeft in de Bouwbrief 2015-130 gekozen voor een gezamenlijke fietsenstalling als gelijkwaardig alternatief voor de voorgeschreven individuele fietsenberging. Dit heeft de voorkeur van de gemeente omdat verwacht wordt dat bewoners hun fiets er eerder parkeren dan in een individuele berging. Bovendien kan het voor ontwikkelende partijen aantrekkelijker (goedkoper) zijn om een gemeenschappelijke fietsenstalling te realiseren. Fietsparkeren bij woningen: transformatie Bij transformatie van een bestaand gebouw van een niet-woonfunctie naar een woonfunctie stelt het Bouwbesluit geen eisen aan de aanwezigheid van bergingen.

Er wordt uitgegaan van een "rechtens verkregen niveau" of "niveau bestaande bouw", dat betekent dat de initiatiefnemer minimaal moet voldoen aan de regels die golden bij de realisatie van het bouwwerk. De gemeente gaat er vanuit dat de initiatiefnemers hun verantwoordelijkheid nemen en voldoende parkeergelegenheid voor fietsen realiseren, ook al is dat op basis van het Bouwbesluit niet of in mindere mate vereist. Fietsparkeerplekken voor bezoekers van woningen In de gemeentelijke planvorming wordt bij nieuwe projecten uitgegaan van het realiseren van minimaal 0,5 fietsparkeerplaats per woning. Dit realiseert de gemeente in de openbare ruimte of de ontwikkelaar in een voor bezoekers toegankelijke stalling. Scooterparkeren Om bij nieuwbouw en herontwikkeling voldoende parkeerruimte voor scooters te realiseren zijn ook voor de scooter parkeernormen opgesteld. De normen voor scooters zijn in tegenstelling tot die van fietsparkeren niet bindend. Deze normen worden meegegeven aan initiatiefnemers als advies in de vorm van richtlijnen. De scooterparkeernorm voor woningen bedraagt 0,13 plek per woning. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt in verschillende delen van de stad, deze norm geldt zowel voor zone 1, 2 als 3. Vertaling in dit bestemmingsplan De fietsparkeernormen gelden bij niet-woonfuncties in geval van herontwikkeling, nieuwe ontwikkeling of bestemmingswijziging.

Dit is in het plangebied van de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt niet aan de orde, althans er worden in het kader van dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen gefaciliteerd. In de algemene gebruiksregels is bepaald dat in geval van een omgevingsvergunning voor het bouwen moet worden getoetst aan de fietsparkeernormen uit de dan geldende parkeernota. 3.4.7

Kantoorbeleid

Kantorenstrategie 2017

Gemeente Amsterdam

blz. 54

In de Kantorenstrategie is Bos en Lommer, waar de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt onder kunnen worden geschaard, aangewezen als "woonwijk" waarvoor wordt voorgesteld om geen nieuwe grote kantoorontwikkelingen mogelijk te maken. In het bestemmingsplan wordt dit uitgangspunt overgenomen door geen nieuwe kantoren mogelijk te maken. 3.4.8

Amsterdams Ondernemings Programma (AOP)

Het Amsterdams Ondernemers Programma (AOP) ‘Ruimte voor ondernemers!’ 2015-2018 is op 17 december 2015 vastgesteld door de gemeenteraad. Met het nieuwe programma geeft Amsterdam ondernemers de ruimte. Met de doelen en acties uit het Amsterdams Ondernemers Programma verbetert de dienstverlening, verminderen regels en biedt het college ruimte voor initiatieven en experimenten. Met dit programma zorgt de gemeente ervoor dat de randvoorwaarden om te ondernemen zo goed mogelijk zijn. Het programma kent een eigen dynamiek en wordt constant aangevuld met initiatiefvoorstellen, amendementen en moties van de gemeenteraad. In het programma is aangegeven dat onder andere het detailhandelsbeleid ‘Amsterdam Winkelstad’ voor de hele stad geldt en is gericht op de periode 2011-2015. Om te kunnen terugvallen op een algemeen kader voor de hele stad, blijft het detailhandelsbeleid ‘Amsterdam Winkelstad’ van kracht tot de vaststelling van detailhandelsbeleid voor een nieuw tijdvak. Buiten de winkelgebieden is vraag en aanbod van winkel- en bedrijfsruimten niet altijd in evenwicht. Bij langdurige leegstand kan omzetting naar een andere functie een optie zijn. Tegelijkertijd is het op peil houden van de voorraad (kleinschalige) bedrijfsruimten ook een aandachtspunt voor de (wijk)economie en de leefbaarheid. Dit vraagt dus om een zorgvuldige afweging.

De afweging gebeurt nu op verschillende manieren in de stad. Het streven is om een helder en transparant afwegingskader te hanteren in de hele stad voor een selectief behoud van bedrijfsruimten. Dat wil zeggen behoud van bedrijfsruimten op (strategische), zichtbare locaties, zoals hoekpanden, pleinen en aaneengesloten bedrijfslinten. Het afwegingskader dat in het voormalig stadsdeel West is ontwikkeld, wordt hiervoor geactualiseerd en stedelijk aangeboden. Zie in dat kader paragraaf 3.5.2 Behoud kleinschalige bedrijvigheid. 3.4.9

Integraal Onderwijshuisvestingsplan 2016-2020 Primair Onderwijs

In juli 2015 is het Integraal Huisvestingsplan 2016-2020 Primair onderwijs vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. De komende jaren groeit het inwonertal van Amsterdam, voornamelijk als gevolg van het toenemend aantal geboorten. Daarmee stijgt ook het aantal leerlingen in het primair onderwijs (po). De komende tien jaar verwacht de gemeente een toename van bijna 9 procent. Dat betekent dat er in de periode van dit Integraal Huisvestingsplan (2016-2020) bijna 4.000 leerlingen bij komen. De gemeente Amsterdam investeert de komende jaren fors in goede, flexibele, innovatieve en duurzame schoolgebouwen om de groei van het aantal leerlingen op te vangen. Met de invulling van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) wil het college ervoor zorgen dat ieder kind naar de school van zijn voorkeur kan. Het schoolaanbod moet goed aansluiten op de vraag van ouders en kinderen. De onderwijshuisvesting mag daarbij geen belemmering zijn. Daarom stimuleert het college scholen om uit te breiden en schept ze extra onderwijsplekken. Met het creëren van extra onderwijsplekken wil dit college in samenwerking met de Amsterdamse schoolbesturen en nieuwe initiatiefnemers ook invulling geven aan ambities als de alles-in-1-school, integrale peutervoorzieningen, meer aanbod van internationaal onderwijs in de stad, meer en uitdagendere ruimte voor beweging zowel in de gymzaal als op het schoolplein.

En dit in schoolgebouwen die gezond zijn en bijdragen aan een goed leermilieu. Met de maatregelen die in het IHP PO 2016-2020 worden getroffen kunnen in totaal 3.631 extra bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 55

leerlingen worden opgevangen. Dat is voldoende om het totale knelpunt in onderwijscapaciteit het hoofd te bieden. Het IHP PO resulteert in 12 uitbreidingen middels medegebruik bij andere scholen of in een dependance/strategische voorraad, 18 uitbreidingen op de eigen locatie of middels inpandige uitbreiding en 7 extra nieuwbouwscholen in woningbouwontwikkelgebieden tot de periode 2020. Van de scholen binnen de grenzen van dit bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is de Tijl Uilenspiegelschool genoemd waarin in 2015 een uitbreiding is gerealiseerd.

Afbeelding: Tijl Uilenspiegelschool Al Wafa heeft uitbreidingsplannen. Hiervoor is een huisvestingsaanvraag ingediend en gehonoreerd. Zoals het er nu naar uitziet, wordt de uitbreiding niet gerealiseerd aan de Buskenblaserstraat 65. Het is de bedoeling om Al Wafa in 2020 een andere en grotere hoofdlocatie aan te bieden in Nieuw West. Totdat deze locatie gereed is, zal de Harry Koningsbergerstraat worden gebruikt voor tijdelijke huisvesting geplaatst. Als de nieuwe hoofdlocatie gereed is, verhuizen de leerlingen uit de tijdelijke huisvesting daarheen en wordt de tijdelijke huisvesting opgeheven. Voor de andere basisscholen wordt geen uitbreiding of nieuwbouw voorzien. 3.4.10 Evenementenbeleid Evenementenbeleid gemeente Amsterdam Op 14 juli 2016 heeft de gemeenteraad van Amsterdam kennis genomen van de notitie ‘Uitgangspunten voor een nieuw evenementenbeleid’. Daarin is de centrale doelstelling van evenementen geherformuleerd: “Evenementen leggen een duurzame verbinding met de stad en haar bewoners, ondernemers en instellingen, dragen bij aan de leefbaarheid en houden zo goed mogelijk rekening met de woonomgeving. Evenementen bevorderen de aantrekkelijkheid en positieve beleving van de stad bij bewoners en bezoekers en positioneren de stad als leefbare, creatieve, innovatieve en dynamische hoofdstad.” Uitgangspunten in het nieuwe beleid zijn: 1.

In Amsterdam zijn evenementen openbaar en vrij toegankelijk. Slechts bij uitzondering kunnen in de Gemeente Amsterdam

blz. 56

openbare ruimte besloten evenementen plaatsvinden. 2. Voor parken, pleinen en grachten worden locatieprofielen opgesteld, die kaders stellen voor het gebruik van de locatie ten behoeve van evenementen. 3. In parken mogen in beginsel per jaar maximaal drie grote, geluidsbelastende evenementen plaatsvinden. 4. Alle evenementen die gebruik maken van versterkt geluid moeten te allen tijde een geluidsplan opstellen, gericht op het voorkomen van overmatige geluidshinder voor de omgeving. 5. De op- en afbouwperiode is zo kort mogelijk, maar behoudens uitzonderlijke gevallen beperkt tot twee dagen op- en twee dagen afbouw. 6. Aanvragen voor evenementen worden in samenhang met alle andere overlast gevende activiteiten in de omgeving beoordeeld. 7. Voor evenementen in parken met een recreatief gebruik mag in beginsel maximaal een kwart van het park worden afgeschermd ten behoeve van het evenement. 8. Evenementen in parken kunnen alleen plaatsvinden indien de organisator alle nodige maatregelen treft ter bescherming van voorzienbare schade aan flora en fauna. De voorzitters van de bestuurscommissies worden vanuit hun positie “ogen en oren van de stad” en gebiedsgericht werken gevraagd de locatieprofielen te herzien of alsnog op te stellen op basis van de geformuleerde uitgangspunten en hierbij alle belanghebbenden te betrekken.

Deze locatieprofielen worden als advies aan de burgemeester voorgelegd. De voorgestelde locatieprofielen worden op stedelijk niveau beoordeeld en in samenhang bekeken. Door locatieprofielen volgens eenzelfde opbouw, op basis van dezelfde criteria en in samenhang op te stellen, kan beter worden gestuurd op het voorkomen van overmatige belasting in bepaalde delen van de stad. Ook wordt zo voor bewoners en organisatoren duidelijker wat wel en wat niet kan. Locatieprofielen Op 14 februari 2018 is de beleidsregel “Geluid bij evenementen in Amsterdam”, de locatieprofielen voor evenementenlocaties en de richtlijn “Duurzaamheid Evenementen” in Amsterdam vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam (Gemeenteblad afd. 1, nr. 130). Het besluit is op 15 mei 2018 gepubliceerd in het gemeenteblad. Locatie profiel Erasmuspark Voor het Erasmuspark is een locatieprofiel vastgesteld. Op de onderstaande afbeelding is de begrenzing van het evenemententerrein weergegeven.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 57

Afbeelding: begrenzing deel van het park waar evenementen zijn toegestaan conform locatieprofiel Het Erasmuspark ligt aan de Jan van Galenstraat, tussen de Admiralengracht en de Mercatorstraat. Aan een aantal kanten van het park zijn er woningen. Er zijn wandelpaden, een voetbalveld en een speeltuin. In het park is er één horecavoorziening (Terrasmus). Het park bestaat grotendeels uit grasvelden en voor een klein deel uit asfalt voor de wandelpaden. Het Erasmuspark is een locatie waar het stadsdeel actief een culturele programmering bevordert, gericht op de buurt en op gezinnen. Evenementen zijn mogelijk in verschillende delen van het park, zoals het grote veld, op het podium Eikenbosje en bij Terrasmus. In alle gevallen neemt het evenemententerrein minder dan 25% van het totale park in. In de gebiedsagenda van Stadsdeel West staat dat het Erasmuspark zich verder kan ontwikkelen als culturele hotspot. In het park komen mensen om te sporten, in de speeltuin komen veel kinderen en op het gras zijn er in de zomer vaak barbecues. De evenementen in het Erasmuspark zijn openbaar en veelal gratis toegankelijk. De buurt is cultureel divers; er wonen mensen van alle leeftijden en met verschillende achtergronden. Het park wordt het gehele jaar door gebruikt. Meestal is het park vrij rustig, een paar keer per jaar levendig door activiteiten en bij mooi weer neemt het parkbezoek toe.

Laat in de avond wordt het park gesloten en vroeg in de ochtend weer geopend. In het Erasmuspark worden per jaar in totaal 14 evenementen toegestaan: a. middelgrote evenementen (<2.000 bezoekers): maximaal 6 per jaar, maximaal 3 dagen per evenement b. klein (<500 bezoekers): maximaal 8 per jaar, maximaal 2 dagen per evenement, waarvan één uitzondering (klein circus) van 5 dagen. Grote evenementen (>2.000 bezoekers) worden niet toegestaan. In het voorliggend bestemmingsplan is het Erasmuspark voorzien van een aanduiding "evenemententerrein" en zijn de in het locatieprofiel opgenomen maximale aantal evenementen per jaar vastgelegd.

Gemeente Amsterdam

blz. 58

3.4.11 Regeling doorvaartprofielen binnenwateren Amsterdam 2008 Op 11 april 2008 heeft het college van B&W van Amsterdam de Regeling doorvaartprofielen binnenwateren Amsterdam 2008 vastgesteld. In deze regeling zijn de wateren in Amsterdam ingedeeld in categoriën (A1, A2, B t/m E) en is per watergang bepaald wat de minimale doorvaartbreedte en diepte is en welke afmetingen schepen zijn toegestaan. In het plangebied is alleen de Erasmusgracht ingedeeld in een categorie (B). Hiervoor geldt een doorvaartprofielbreedte van 13 meter, zie onderstaande afbeelding.

Uitgangspunt voor het bestemmingsplan is behoud van de breedte van de bestaande watergang en het niet mogelijk maken van ligplaatsen voor passagiersvaartuigen of woonboten, anders dan de kleine pleziervaartuigen die nu al zijn afgemeerd. 3.4.12 Woonagenda 2025 Op 19 juli 2017 is de nieuwe Amsterdamse woonagenda vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. De woonagenda heeft drie speerpunten die gaan over het bieden van voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025. Variatie en differentiatie in de woningvoorraad, afgestemd op de locatie is een belangrijk uitgangspunt in deze woonagenda. Om de woningvoorraad beter te laten aansluit bij de woningbehoefte, is belangrijk dat deze woningen ook bewoond worden door huishoudens die hierop zijn aangewezen. De meest uit het oog springende actie uit de woonagenda 2025 is het nieuwe stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering bij nieuwbouw of transformatie: 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. Hiertoe heeft het college van B&W spelregels vastgesteld om de programmering 40-40-20 op een goede wijze toe te passen in projecten. Dit bestemmingsplan is conserverend van aard en hiermee wordt de bestaande woningvoorraad beschermd. bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 59

3.4.13 Agenda Groen, Uitvoeringsagenda mobiliteit en Agenda Duurzaamheid Deze beleidsnota's die alledrie in 2015 zijn vastgesteld verwoorden gezamenlijk het antwoord hoe vanuit de kwaliteit van de openbare ruimte en duurzaamheid de gemeente toekomstbestendig wil reageren op de groei van Amsterdam. De gemeente wil de stad aantrekkelijker maken door vergroening en tegelijk moet de stad bereikbaar blijven met een aantrekkelijke openbare ruimte op te verblijven, waarbij duurzaamheid hoog op de agenda staat. De drukte van de stad en verdichten van binnenstedelijk Amsterdam kan alleen wanneer er sprake is van voldoende en kwalitatief hoogwaardig groen. De kwaliteit van de openbare ruimte, inclusief openbaar groen heeft een positief effect op de woon- , vestigings- en leefklimaat. De focus is de verbindingen tussen de verschillende groengebieden te verbeteren en bestaande verharde locaties te vergroenen waar mogelijk. Dit is ook met het oog op duurzaamheid en rainproof belangrijke maatregelen om een toekomstbestendig stad te houden. Daarnaast wordt de focus gelegd op meer ruimte voor fiets, voetganger en openbaar vervoer en het beperken van de ruimte voor de auto waar mogelijk.

Dit betekent dat het belang van het creëren van goede verblijfsgebieden in de openbare ruimte, zoals langs stadsstraten en langs pleinen belangrijke maatregelen zijn die de gemeente aankomende jaren wilt toepassen om de kwaliteit van de verblijfsgebieden te optimaliseren. Ook wordt gezocht naar meer ruimte voor ondergrondse parkeergarages en fietsparkeren. In het bestemmingsplan wordt het vergroenen en het versterken van verbindingen in de openbare ruimte niet belemmerd. Daar waar reeds veel openbaar groen aanwezig is hebben de gronden de hoofdbestemming Groen gekregen. 3.4.14 Visie openbare ruimte De visie Openbare Ruimte is door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld op 8 juni 2017. In de nota zijn uitgangspunten geformuleerd voor het inrichten en verbeteren van de openbare ruimte in de stad. Voor de openbare ruimte zijn 5 ambities geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5.

De openbare ruimte is ingericht op huidig en toekomstig gebruik; De openbare ruimte ondersteunt de dynamiek van de stad; De openbare ruimte wordt duurzaam ingericht en beheerd; De openbare ruimte wordt overal op verzorgd niveau onderhouden en beheerd; Het inrichten en beheren van de openbare ruimte is een gezamenlijke opgave.

De wijze waarop de openbare ruimte wordt ingericht, zoals de plek van fiets- en voetpaden, plantvakken, bomen en de keuze voor het soort groen, de toe te passen materialen en de keuze voor bepaald straatmeubilair wordt niet in een bestemmingsplan geregeld maar in inrichtingsplannen voor de openbare ruimte. Een onderwerp dat het bestemmingsplan wel raakt is de mate waarin functies worden toegestaan in de openbare ruimte die het woon- en leefklimaat kunnen beïnvloeden. Zo stelt de gemeente stadsbrede kaders op voor het toestaan van ondermeer terrassen, buitenreclame, kiosken, en andere gebruikers van de openbare ruimte. Terrassen worden in dit bestemmingsplan alleen toegestaan conform verleende verguninngen. Voor nieuwe terrassen in de openbare ruimte is een aparte omgevingsvergunning nodig. Conform het vastgestelde paraplubestemmingsplan (zie Paraplubestemmingsplan Kiosken (2017)) worden alleen de bestaande kiosken toegestaan en is voor nieuwe kiosken een aparte omgevingsvergunning nodig. In het te actualiseren evenementenbeleid wordt gestuurd op spreiding van evenementen in de openbare Gemeente Amsterdam

blz. 60

ruimte. Een evenement moet bovendien passen bij de draagkracht van een locatie. Zie in dat kader het Evenementenbeleid. 3.4.15 Erfgoedagenda Amsterdam is permanent in verandering en ontwikkeling. Erfgoed is een bron van inspiratie en een drijvende kracht bij die ontwikkeling: monumentale gebouwen en archeologische vindplaatsen, maar ook tradities en verhalen bepalen de identiteit en de kwaliteit van de bestaande stad. Omgekeerd dankt erfgoed haar voortbestaan aan verandering en groei. Actuele ontwikkelingen in de economie en het verkeer, in het wonen, de culturele sector, het onderwijs en het sociale domein zijn bepalend voor de toekomst van zowel het materiële als het immateriële erfgoed. Nieuwkomers en zittende bewoners, jonge starters en gevestigde (internationale) bedrijven zoeken steeds opnieuw passende ruimte in de stad. En zorgen voor een vitale mix van wonen, werken en recreëren in de bijzondere buurten en monumentale gebouwcomplexen van Amsterdam. In de Erfgoedagenda worden de hoofdlijnen, aandachtspunten en acties voor de komende jaren uiteengezet. Rode draad is het optimaal inzetten van erfgoed bij de transformatie en groei van de stad. In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is een cultuurhistorische verkenning en een archeologisch bureau onderzoek uitgevoerd.

Op basis van beide rapporten is in het bestemmingsplan een beschermde regeling opgenomen voor het in het plangebied aanwezige erfgoed. Zie in dit verband 9 Cultuurhistorie en archeologie van deze plantoelichting.

3.5

Stadsdeelbeleid

3.5.1

Horecabeleid

Op 19 juli 2011 is de Horecanota vastgesteld. De nota beoogt het voor bewoners en bezoekers van West realiseren van een divers, aantrekkelijk en eigentijds horeca-aanbod, waarmee de leefbaarheid en attractiviteit van het wonen, werken en verblijven in West wordt versterkt. Uitgangspunt daarbij is dat horeca kansen biedt, maar dat er nadrukkelijk oog moet zijn voor het woon- en leefklimaat. Horecastructuur Het horecabeleid voor West gaat uit van een structuur voor de horeca, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen (bestaande) woongebieden, winkelstraten en horecaconcentratiegebieden. Deze gebieden verschillen in functie en karakter en daarmee in mogelijkheden voor horecaontwikkeling. Daarnaast zijn er gebieden die hiervan afwijken. Woongebieden: dit zijn gebieden met overwegend een woonfunctie waarin horeca in het algemeen beperkt aanwezig is. Om het woon- en leefklimaat in de woongebieden niet te (over)belasten, wordt uitbreiding ten aanzien van de huidige horecavestigingen in bestaande woonbuurten zeer beperkt toegestaan. De huidige horecavestigingen kunnen in de woonbuurten (ook na overname) gevestigd blijven. Winkelstraten: winkelstraten gaan uit van een mix aan voorzieningen, waaronder winkels en horeca. Uitgangspunt voor de winkelstraten is het beschermen van de winkelfunctie, horeca wordt daarom alleen op de bestaande locaties toegestaan.

Een forse uitbreiding van het aantal vestigingen is niet gewenst. In de horecanota is aangegeven dat in winkelstraten (in dit plangebied is dat de Bos en Lommerweg) extra horeca kan worden gerealiseerd op maximaal 15% van de gevelwand. Daarmee is nog onvoldoende duidelijk waar de horeca exact gerealiseerd zal worden. Omdat dit voor omwonenden wel van belang kan zijn, is er voor gekozen om het horecabeleid als volgt te vertalen: alleen de bestaande horecazaken zijn vastgelegd op de verbeelding. Als zich een concreet initiatief

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 61

aandient voor een nieuwe horecazaak op een adres dat nu nog geen horecafunctie heeft, moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In dat kader kan worden beoordeeld of de horeca op het betreffende adres ruimtelijk inpasbaar is en er nog kan worden voldaan aan het percentage van 15%. Binnen een winkel kan een beperkt gedeelte van de winkel worden gebruikt voor ondergeschikte horeca. Horecaconcentratiegebieden: horecaconcentratiegebieden zijn aangewezen gebieden (op grond van de APV, artikel 3.11 lid 2 en 3) waar een hogere dichtheid van horecavestigingen wenselijk en mogelijk is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om gebieden waar zich relatief weinig woningen bevinden, waar sprake is van een relatief grote afstand tussen horeca en overige functies, gebieden waar sprake is van inpandige horeca, altijd in combinatie van een goede bereikbaarheid. In de horecaconcentratiegebieden wordt het in beginsel overal toegestaan om op de begane grond een horecabedrijf te beginnen. Het voorliggende plangebied Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is geen onderdeel van een horecaconcentratiegebied. Horecacategorieën in bestemmingsplannen Om een gerichter horecabeleid te voeren worden in bestemmingsplannen 'horecacategorieën' gehanteerd.

Doel van deze categorie-indeling is om gericht horecabeleid mogelijk te maken, waarbij enerzijds het woon- en leefklimaat kan worden beschermd en anderzijds wenselijke uitbreiding van horeca mogelijk wordt gemaakt door uitsluiting van ongewenste horecacategorieën. De horeca-categorisering vindt zijn grondslag in ruimtelijk en sociaal relevante aspecten als ruimtelijke uitstraling, verkeersaantrekkende werking, invloed op directe (woon)omgeving, geluid- en stank overlast en sociale veiligheid. Een horecabedrijf met meer dan één activiteit valt onder de meest zware categorie. In het bestemmingsplan is de volgende horeca indeling aangehouden: horeca van categorie 1: Fastfood (cafetaria, snackbar, automatiek loketverkoop, shoarmazaak en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven) horeca van categorie 2: Nachtzaak (dancing/discotheek, zaalaccommodatie, nachtcafé, sociëteit, (dans)club en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven; horeca van categorie 3: Café (café, bar, cocktailclub en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven) horeca van categorie 4: Restaurant (restaurant, lunchroom, koffie-/theehuis, ijssalon, juicebar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven) horeca van categorie 5: Hotel (hotel, motel, jeugdherberg en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven, alsmede het bieden van vergaderaccommodatie) In de woongebieden bevinden zich momenteel veelal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10890401/1