Raadsbesluit 2021-285A Bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt - Regels
Tekst van het document
BEHOORT BIJ BESLUIT VAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM VAN 2-12J NR. 13.5OF RAAOSGRIFFIFR,
x
Gemeente Amsterdam
Bestemmingsplan Erasmuspark- En Robert Scottbuurt
On herroepel ijk
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.E1803BPSTD-VG02
Datum print
11 Oktober 2021
Planstatus
onherroepelijk
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Hoofdstuk 3 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Hoofdstuk 4
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 14
Bestemmingsregels
15
Bedrijf Cultuur en ontspanning Gemengd - 1 Gemengd - 2 Gemengd - 3 Groen Horeca Maatschappelijk - 1 Maatschappelijk - 2 Sport Tuin Verkeer - 1 Verkeer - 2 Verkeer - 3 Water Wonen Waarde - archeologie Waarde - hoofdgroenstructuur Waterstaat - waterkering
15 16 18 22 26 31 33 34 37 39 41 43 46 48 49 50 54 56 57
Algemene regels
58
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
58 59 60 62 63
Overgangs- en slotregels
64
Artikel 27 Overgangsrecht Artikel 28 Slotregel
64 65
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan
Het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt met identificatienummer NL.IMRO.0363.E1803BPSTD-VG02 van de gemeente Amsterdam. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aanduidingsvlak
Een aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding. 1.6
archeologisch rapport
Een rapportage waarin de archeologische waarden van een terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate wordt vastgelegd, en naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.7
archeologische waarde
Waarde van terreinen wegens daar aanwezige of naar verwachting aanwezige vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. 1.8
automatenhal
Een voor het publiek toegankelijke ruimte waar meer dan twee spelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen zijn opgesteld. 1.9
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10
bebouwingspercentage
Een met een maatvoeringsaanduiding of in de regels aangegeven percentage dat het gedeelte van bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat mag worden bebouwd.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 7
1.11
bedrijf
een onderneming, daaronder mede begrepen broedplaatsen, waar goederen worden vervaardigd, bewerkt, geïnstalleerd of verhandeld, waarbij ondergeschikte detailhandel, ondergeschikte horeca en kantoor als bedrijfsondersteunend onderdeel is toegestaan, met dien verstande dat alleen bedrijven conform artikel 24.3 Toegelaten bedrijven zijn toegestaan. 1.12
bedrijfsvaartuig
Een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zeeschip, binnenschip of dienstvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor de uitoefening van een reëel bedrijf of beroep dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten. 1.13
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.14
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15
bouwblok
Een aaneengesloten, dan wel als geheel te beschouwen, reeks van gebouwen. 1.16
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.17
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.18
bouwhoogte
De hoogte van de bebouwing vanaf het peil. 1.19
bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, een bijzondere bouwlaag niet inbegrepen. 1.20
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.21
bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.22
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.23
bijzondere bouwlaag
Kelder, souterrain, kap en soortgelijke bouwwerken 1.24
consumentverzorgende dienstverlening
Persoonlijke verzorging van consumenten, waaronder kapperszaken, schoonheidsinstituten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven. 1.25
culturele voorzieningen
Musea, (muziek)theaters, dansscholen, expositieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen, met inbegrip van bijbehorende ondergeschikte horeca. 1.26
dakterras
Een buitenruimte op een plat dak met bijbehorende afrastering en vloerconstructie ten dienste van de bewoners van de erop aansluitende woning(en). 1.27
daktoegang
Een bouwwerk dat op een gebouw wordt geplaatst dat als doel heeft om toegang tot het dak te verschaffen. 1.28
dakuitbouw
Een uitbouw aan de achterzijde van een bovenste bouwlaag of kap van de hoofdbebouwing. 1.29
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van zaken aan in hoofdzaak personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van ondergeschikte horeca. 1.30
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 9
1.31
geldwisselkantoor
Een voor publiek toegankelijke ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het gelegenheid bieden tot het bedrijfsmatig wisselen van geld of waardepapieren. 1.32
geluidgevoelige bestemming
Wonen en andere geluidsgevoelige functies, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet Geluidhinder. 1.33
goothoogte
De hoogte vanaf het peil tot de snijlijn tussen het verticaal gevelvlak en het al dan niet hellend dakvlak. 1.34
groenvoorzieningen
Ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, groen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren. 1.35
hoofdgebouw
Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.36
horeca van categorie 1
Fastfood (waaronder begrepen automatiek, snackbar, loketverkoop, fastfoodrestaurant en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.37
horeca van categorie 2
Nachtzaak (dancing, discotheek, sociëteit, zaalaccomodatie, nachtcafé en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.38
horeca van categorie 3
Café (café, bar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.39
horeca van categorie 4
Restaurant (restaurant, koffie-, en theehuis, espressobar, lunchroom, juicebar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.40
horeca van categorie 5
Hotel (waaronder begrepen hotel, motel, jeugdherberg en naar de aard daarmee te vergelijken functies) inclusief bijbehorende bar, bijbehorend restaurant en het bieden van vergaderaccommodatie.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.41
internetcafé
Een voor publiek toegankelijke gelegenheid waar de hoofdactiviteit wordt gevormd door het bedrijfsmatig gelegenheid bieden tot het gebruik maken van het internet. 1.42
kantoor
Gebouw of deel van een gebouw waarin kantoorwerkzaamheden zoals administratie, bestuur, vergaderingen of andere bureauwerkzaamheden plaatsvinden. 1.43
kap
een bijzondere bouwlaag die geheel of gedeeltelijk door een dakconstructie is omgeven welke uit tenminste twee hellende vlakken bestaat, die elkaar al dan niet snijden. 1.44
kelder
Een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,5 meter boven het gemiddeld aangrenzend straatpeil is gelegen. 1.45
kinderopvangvoorziening
Een voorziening voor opvang van kinderen van 0 tot 12 jaar in bedrijfsmatig georganiseerd verband, waaronder in elk geval begrepen kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang. 1.46
maatschappelijke dienstverlening
Overheids-, sociale, culturele-, medische, onderwijs-, sport- (niet zijnde sportschool / fitness) , religieuze en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, waaronder mede begrepen kinderopvangvoorzieningen, met inbegrip van bijbehorende ondergeschikte horeca. 1.47
maatvoeringsvlak
Een geometrisch bepaald vlak waarbinnen maatvoeringsaanduidingen gelden. 1.48
nutsvoorziening
Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, gemalen, telefooncellen en zendmasten, ondergrondse afvalsystemen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. 1.49
ondergeschikte detailhandel
Niet-zelfstandige detailhandel, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie, tot een maximum van 20% van het vloeroppervlakte van de hoofdfunctie tot maximaal 100 m².
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 11
1.50
ondergeschikte horeca
niet-zelfstandige horeca, uitsluitend zijnde horeca van categorie 3 of horeca van categorie 4 die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, met dien verstande dat in geval van ondergeschikte horeca in detailhandel, maximaal 20% van de verkoop vloeroppervlakte van de winkel tot maximaal 20 m² voor ondergeschikte horeca gebruikt mag worden. 1.51
openbare ruimte
Rijwegen, voet- en fietspaden, pleinen, groenvoorzieningen en water, met in begrip van bij deze voorzieningen behorende nutsvoorzieningen, bermen, taluds, waterlopen en waterbouwkundige kunstwerken, ondergrondse afvalsystemen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. 1.52
overbouwing / onderdoorgang
Een op de verbeelding aangegeven gebied waar, binnen de bestemming een doorgang mogelijk moet zijn waarboven bebouwing mag worden opgericht. 1.53
passagiersvaartuig
een bedrijfsvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot: 1. vervoer van personen, of 2. om beschikbaar te worden gesteld aan een of meer personen ten behoeve van varende recreatie. 1.54
peil
Onder het peil wordt verstaan: a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang, tenzij anders is bepaald; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw, tenzij anders is bepaald; c. indien op het water wordt gebouwd het waterpeil. 1.55
pleziervaartuig
Een schip, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie. 1.56
praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis
Consumentverzorgende of zakelijke dienstverlening, webwinkel of bedrijf uitsluitend zijnde categorie A uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten - Functiemenging waarbij: a. in overwegende mate de woonfunctie behouden blijft; b. deze een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die geen onevenredige afbreuk doet aan de woonfunctie. 1.57
prostitutie
Het aanbieden of verrichten van seksuele diensten tegen een materiële vergoeding.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
1.58
prostitutiebedrijf
Een bedrijf waar prostitutie wordt bedreven. 1.59
publieksgerichte zakelijke dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek in overwegende mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals banken, makelaarskantoren, reisbureaus, wasserettes, stomerijen en uitzendbureaus. 1.60
scootsafe
Constructie voor de stalling van een scootmobiel of een daarmee te vergelijken hulpmiddel voor invaliden en mindervaliden. 1.61
seksinrichting
Een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin tegen betaling handelingen en/of voorstellingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder worden mede begrepen een seksbioscoop, -theater, -automatenhal en -winkel en naar de aard daarmee te vergelijken inrichtingen. 1.62
souterrain
Een bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddeld aangrenzend peil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,50 tot 1,50 meter boven het peil is gelegen. 1.63
sportschool / fitness
Een vorm van consumentverzorgende dienstverlening die vooral is ingericht met toestellen en andere voorzieningen om de lichamelijke conditie op peil te houden of te verbeteren. 1.64
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
De als Bijlage 1 opgenomen lijst, behorende bij deze regels, waarin vormen van gebruik anders dan wonen, zijn aangegeven, ingedeeld in categorieën van toenemende hinder. 1.65
supermarkt
Een vorm van detailhandel waar overwegend levensmiddelen worden verkocht waarbij de winkel een bruto vloeroppervlakte heeft van minimaal 500 m2. 1.66
telefoneerinrichting of belhuis
Een voor publiek toegankelijk ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden en ontvangen van faxen.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 13
1.67
terras
Een buiten de besloten ruimte liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden ten dienste van het horecabedrijf en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. 1.68
verkeersareaal
Gronden die als verkeersruimte worden gebruikt, bestaande uit rijwegen, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden en bermen. 1.69
waterbouwkundige kunstwerken
Kunstwerken, verband houdend met het gebruiksmogelijkheden van het water, zoals steigers, remmingswerken, afmeervoorzieningen, kades en bruggen. 1.70
waterhuishoudkundige voorzieningen
Werken, waaronder begrepen kunstwerken, verband houdend met de waterhuishouding, zoals dammen, dijken, sluizen en beschoeiingen. 1.71
webwinkel
Het verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en er geen sprake is van voor publiek toegankelijke winkelruimte of showroom. 1.72
woonboot
Een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, bedoeld voor de huisvesting van één huishouden inclusief ruimten ten behoeve van praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
de bouwhoogte van een antenne-installatie
Tussen de voet van de antennedrager en het hoogste punt van de antenne-installatie; als de antennedrager aan de gevel van een gebouw wordt bevestigd, wordt gemeten tussen het punt waarop de antenne met antennedrager het dakvlak kruist en het hoogste punt van de antennedrager. 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5
de bruto vloeroppervlakte van een gebouw
De bebouwde oppervlakte van de afzonderlijke bouwlagen bij elkaar opgeteld, inclusief de bijzondere bouwlagen.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 15
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nutsvoorzieningen; met bijbehorende: b. c. d. e. f. g. h. i.
tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verblijfsgebied; afvalinzamelingssystemen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bergingen en andere nevenruimten.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte. 3.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Artikel 4 4.1
Cultuur en ontspanning
Bestemmingsonschrijving
De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning, zoals indoor speelvoorzieningen met bijbehorende ondergeschikte horeca; b. culturele voorzieningen; met bijbehorende c. d. e. f. g.
bergingen en andere nevenruimten; tuinen en erven; groenvoorzieningen; nutsvoorziening; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 4.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 4.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; c. ter plaatse van de aanduiding "onderdoorgang" mogen de gronden niet worden bebouwd tot een hoogte die benodigd is voor de vrije doorgang voor het verkeer, behoudens de voor de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies. 4.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. b. De onbebouwde gronden mogen slechts worden ingericht en gebruikt als tuin en ten behoeve van de op grond van lid 4.1 toegestane functies. 4.3
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
4.3.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 17
welstandskaarten en voor zover op tussenwaarderingskaart C (waardering verkaveling) aangeduid als "5 punten" of "4 punten", geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. 4.3.2
Uitzondering vergunningvereiste
Het in lid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. die alleen inpandig worden uitgevoerd en niet van invloed zijn op het gevelbeeld; e. worden uitgevoerd in het kader van regulier onderhoud. 4.3.3
Criteria voor vergunningverlening
De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende of kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Artikel 5 5.1
Gemengd - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, niet zijnde een supermarkt, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag; b. consumentverzorgende dienstverlening in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag; c. publieksgerichte zakelijke dienstverlening in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag; d. woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in de tweede en hoger gelegen bouwlagen, waarbij toegangen tot woningen tevens in de eerste bouwlaag zijn toegestaan; alsmede voor: e. een supermarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "supermarkt"; f. horeca van categorie 3 en horeca van categorie 4 in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 3"; g. horeca van categorie 4 in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 4"; h. maatschappelijke dienstverlening niet zijnde geluidgevoelige bestemmingen in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "maatschappelijk"; met bijbehorende; i. tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; j. groenvoorzieningen; k. speelvoorzieningen; l. parkeervoorzieningen; m. verblijfsgebied; n. nutsvoorzieningen; o.
afvalinzamelingssystemen; p. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; q. bergingen en andere nevenruimten. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 5.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%; b. maximum goot- en bouwhoogte: 1. de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; 2. in afwijking van het bepaalde onder b1 mogen de onbebouwde gronden volledig worden bebouwd bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 19
met bijbehorende bouwwerken met een maximale bouwhoogte van 4 meter, op voorwaarde dat het dak wordt ingericht als groen dak; c. ter plaatse van de aanduiding "onderdoorgang" mogen de gronden niet worden bebouwd tot een hoogte die benodigd is voor de vrije doorgang voor het verkeer, behoudens de voor de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies; d. voor de bouw van een nieuwe kelder of souterrain gelden de volgende regels: 1. voor gronden die zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel Artikel 25 van deze regels; 2. voor gronden die niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" geldt dat een kelder of souterrain alleen mag worden gebouwd onder hoofdgebouwen, op voorwaarde dat: onder of langs de kelder of het souterrain een grondwatermaatregel wordt genomen met een doorlaatvermogen (kD-waarde) van minimaal 15 m²/dag; de grondwatermaatregel ervoor zorgt dat de bovenste (freatische) bodemlaag aan de vooren achterzijde met elkaar in contact staat; de footprint van de kelder of het souterrain maximaal 300 m2 bedraagt; de diepte van kelder of het souterrain ten opzichte van het maaiveld aan de straatzijde maximaal 4 meter bedraagt. e.
het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 5.2.3
Dakuitbouwen
De maximum bouwhoogte als bedoeld onder 5.2.2 onder b mag worden overschreden door een uitbouw van de bovenste bouwlaag, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een dakuitbouw is niet toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. een dakuitbouw is niet toegestaan ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1", met uitzondering van de dakuitbouwen die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; c. een dakuitbouw mag uitsluitend direct aangrenzend worden gerealiseerd, uitsluitend aan de achtergevel (de van de openbare ruimte afgekeerde zijde) van het hoofdgebouw; d. de afstand tot de achtergevel of dakrand minimaal gelijk is aan de hoogte van de uitbouw. e. de dakuitbouw mag uitsluitend worden gebruikt als deel van een woning; f. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter, tenzij het direct bestaande aangrenzende deel (kap of dakopbouw) van het hoofdgebouw lager is, dan geldt de bouwhoogte van het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw als maximum; g. in geval het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw een kap is, mag de dakuitbouw uitsluitend worden gebouwd indien deze wordt gerealiseerd op minimaal 0,5 meter onder de bestaande maximale nokhoogte van het hoofdgebouw; h.
op de nieuw gerealiseerde dakuitbouw is een dakterras toegestaan, met inachtneming van het bepaalde onder 5.2.4. 5.2.4
Dakterrassen
Het dak van de gebouwen mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; Gemeente Amsterdam
blz. 20
b. dakterrassen niet zijn toegestaan ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1", met uitzondering van de dakterrassen die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; c. dakterrassen en toegangsopbouwen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; d. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; f. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; g. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer. 5.2.5
Daktoegangsvoorzieningen
Op gebouwen zijn daktoegangen toegestaan, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. deze alleen zijn toegestaan indien een dakterras is toegestaan; b. toegangsopbouwen niet zijn toegestaan op orde 1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten; c. toegangsopbouwen niet zijn toegestaan ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1", met uitzondering van de toegangsopbouwen die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; d. een toegangsopbouw alleen is toegestaan als het dakvlak waar het dakterras mogelijk is niet bereikbaar is vanuit de bestaande hoofdbebouwing; e. de toegangsopbouw een oppervlak heeft van maximaal 6 m2 (inclusief overstekken e.d.); f. de hoogte van de toegangsopbouw niet meer is dan 2,8 meter gemeten vanaf de bestaande dakhoogte; g. de afstand van de toegangsopbouw tot de dakrand minimaal de hoogte van de toegangsopbouw bedraagt; h. dakluiken zijn toegestaan tot een maximale hoogte van 0,50 meter, gemeten vanaf het dak. 5.2.6
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegde gezag is bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 5.2.5 onder b teneinde toegangsopbouwen toe te staan op orde-2 panden mits dit niet leidt tot onevenredige visuele aantasting van het pand en mits wordt voldaan aan de overige voorwaarden zoals genoemd in lid 5.2.5. 5.4
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 5.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels. 5.4.1
Vestigingsgrootte
a. Voor de in lid 5.1 genoemde functies gelden de volgende maximale bruto vloeroppervlaktes (bvo) per vestiging: 1. detailhandel: maximaal 350 m2 bvo; 2. supermarkt: maximaal 1.000 m2 bvo; 3. consumentverzorgende dienstverlening: maximaal 350 m2 bvo;
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 21
publieksgerichte zakelijke dienstverlening: maximaal 350 m2 bvo; maatschappelijke dienstverlening niet zijnde kinderopvangvoorziening: maximaal 350 m2 bvo; horeca van categorie 3: maximaal 250 m2 bvo; horeca van categorie 4: maximaal 250 m2 bvo; overige functies als bedoeld in lid 5.1: het oppervlakte dat rechtmatig aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; b. in afwijking van het bepaalde onder a is een groter bruto vloeroppervlakte per vestiging toegestaan indien dit rechtmatig is gerealiseerd op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 4. 5. 6. 7. 8.
5.5
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
5.5.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover op tussenwaarderingskaart C (waardering verkaveling) aangeduid als "5 punten" of "4 punten", geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. 5.5.2
Uitzondering vergunningvereiste
Het in lid 5.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. bij regulier onderhoud aan de gevel, zoals het vervangen van rotte kozijnen of deuren, het vervangen van voegwerk en (houten) onderdelen; e. bij wijzigingen aan de voorgevel of bouwdelen die aan de voorgevel bevestigd zijn (zoals balkons) die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen; f. bij inpandige sloopwerkzaamheden die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen. 5.5.3
Criteria voor vergunningverlening
De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende of kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Artikel 6 6.1
Gemengd - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, niet zijnde een supermarkt, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; b. consumentverzorgende dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; c. publieksgerichte zakelijke dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; d. maatschappelijke dienstverlening, niet zijnde geluidgevoelige bestemmingen, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; e. geluidgevoelige bestemmingen uitsluitend waar deze ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd. f. kantoren in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; g. kantoren met daaraan ondergeschikte bewoning in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend waar dit gebruik rechtmatig is aangevangen ten tijde van het voorheen geldende bestemmingsplan; waar dit krachtens een verleende omgevingsvergunning is gerealiseerd; h. bedrijf in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, met uitzondering van garagebedrijven; i. woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in de tweede en hoger gelegen bouwlagen, waarbij toegangen tot woningen tevens in de eerste bouwlaag zijn toegestaan; alsmede: j.
horeca van categorie 1 en horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 1"; k. horeca van categorie 3 en horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 3"; l. woningen al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "wonen"; met bijbehorende: m. tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; n. groenvoorzieningen; o. speelvoorzieningen; p. parkeervoorzieningen; q. verblijfsgebied; r. nutsvoorzieningen; s. afvalinzamelingssystemen; t. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; u. bergingen en andere nevenruimten. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 6.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 6.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 23
a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; c. voor de bouw van een nieuwe kelder of souterrain gelden de volgende regels: 1. voor gronden die zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel Artikel 25 van deze regels; 2. voor gronden die niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" geldt dat een kelder of souterrain alleen mag worden gebouwd onder hoofdgebouwen, op voorwaarde dat: onder of langs de kelder of het souterrain een grondwatermaatregel wordt genomen met een doorlaatvermogen (kD-waarde) van minimaal 15 m²/dag; de grondwatermaatregel ervoor zorgt dat de bovenste (freatische) bodemlaag aan de vooren achterzijde met elkaar in contact staat; de footprint van de kelder of het souterrain maximaal 300 m2 bedraagt; de diepte van kelder of het souterrain ten opzichte van het maaiveld aan de straatzijde maximaal 4 meter bedraagt. d.
het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 6.2.3
Dakuitbouwen
De maximum bouwhoogte als bedoeld 6.2.2 onder b mag worden overschreden door een uitbouw van de bovenste bouwlaag, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een dakuitbouw is niet toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. een dakuitbouw mag uitsluitend direct aangrenzend worden gerealiseerd, uitsluitend aan de achterzijde (de van de openbare ruimte afgekeerde zijde) van het hoofdgebouw; c. de afstand tot de achtergevel of dakrand minimaal gelijk is aan de hoogte van de uitbouw. d. de dakuitbouw mag uitsluitend worden gebruikt als deel van een woning; e. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter, tenzij het direct bestaande aangrenzende deel (kap of dakopbouw) van het hoofdgebouw lager is, dan geldt de bouwhoogte van het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw als maximum; f. in geval het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw een kap is, mag de dakuitbouw uitsluitend worden gebouwd indien deze wordt gerealiseerd op minimaal 0,5 meter onder de bestaande maximale nokhoogte van het hoofdgebouw; g. op de nieuw gerealiseerde dakuitbouw is een dakterras toegestaan, met inachtneming van het bepaalde onder 6.2.4. 6.2.4
Dakterrassen
Het dak van de gebouwen mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. dakterrassen en toegangsopbouwen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; c. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of Gemeente Amsterdam
blz. 24
gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; d. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; f. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer. 6.2.5
Daktoegangsvoorzieningen
Op gebouwen zijn daktoegangen toegestaan, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. deze alleen zijn toegestaan indien een dakterras is toegestaan; b. toegangsopbouwen niet zijn toegestaan op orde 1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten; c. een toegangsopbouw alleen is toegestaan als het dakvlak waar het dakterras mogelijk is niet bereikbaar is vanuit de bestaande hoofdbebouwing; d. de toegangsopbouw een oppervlak heeft van maximaal 6 m2 (inclusief overstekken e.d.); e. de hoogte van de toegangsopbouw niet meer is dan 2,8 meter gemeten vanaf de bestaande dakhoogte; f. de afstand van de toegangsopbouw tot de dakrand minimaal de hoogte van de toegangsopbouw bedraagt; g. dakluiken zijn toegestaan tot een maximale hoogte van 0,50 meter, gemeten vanaf het dak. 6.2.6
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegde gezag is bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 6.2.5 onder b teneinde toegangsopbouwen toe te staan op orde-2 panden mits dit niet leidt tot onevenredige visuele aantasting van het pand en mits wordt voldaan aan de overige voorwaarden zoals genoemd in lid 6.2.5. 6.4
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 6.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels. 6.4.1
Vestigingsgrootte
a. Voor de in lid 6.1 onder a tot en met h, j en k genoemde functies gelden de volgende maximale bruto vloeroppervlaktes (bvo) per vestiging: 1. detailhandel: maximaal 250 m2 bvo; 2. consumentverzorgende dienstverlening: maximaal 250 m2 bvo; 3. publieksgerichte zakelijke dienstverlening: maximaal 250 m2 bvo; 4. maatschappelijke dienstverlening niet zijnde kinderopvangvoorziening: maximaal 250 m2 bvo; 5. kinderopvangvoorziening: maximaal 250 m2 bvo; 6. horeca van categorie 1: maximaal 250 m2 bvo; 7. horeca van categorie 3: maximaal 250 m2 bvo; 8. bedrijf: maximaal 250 m2 bvo; 9. kantoor: maximaal 250 m2 bvo; 10. overige functies als bedoeld in lid 6.1: het oppervlakte dat rechtmatig aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 25
b. in afwijking van het bepaalde onder a is een groter bruto vloeroppervlakte per vestiging toegestaan indien dit rechtmatig is gerealiseerd op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan, gelet op het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, in afwijking van het bepaalde in lid 7.1 onder d. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verlenen ten behoeve van het realiseren van een kinderopvangvoorziening, op voorwaarde van: a. maximaal één kinderopvangvoorziening per bouwblok met een maximum bruto vloeroppervlak van 250 m2 per vestiging; b. In afwijking van het bepaalde onder a. zijn twee of meer kinderopvangvoorzieningen per bouwblok toegestaan indien deze rechtmatig aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; c. In afwijking van het bepaalde onder a. is een kinderopvangvoorziening niet toegestaan als zich in hetzelfde bouwblok reeds een school bevindt waarvan de speelplaats grenst aan de binnentuin. 6.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
6.6.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover op tussenwaarderingskaart C (waardering verkaveling) aangeduid als "5 punten" of "4 punten", geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. 6.6.2
Uitzondering vergunningvereiste
Het in lid 6.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. bij regulier onderhoud aan de gevel, zoals het vervangen van rotte kozijnen of deuren, het vervangen van voegwerk en (houten) onderdelen; e. bij wijzigingen aan de voorgevel of bouwdelen die aan de voorgevel bevestigd zijn (zoals balkons) die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen; f. bij inpandige sloopwerkzaamheden die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen. 6.6.3
Criteria voor vergunningverlening
De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
Artikel 7 7.1
Gemengd - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 3 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. consumentverzorgende dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; b. publieksgerichte zakelijke dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; c. maatschappelijke dienstverlening, niet zijnde geluidgevoelige bestemmingen, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; d. geluidgevoelige bestemmingen uitsluitend waar deze ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd. e. kantoren in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; f. kantoren met daaraan ondergeschikte bewoning in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend waar dit gebruik rechtmatig is aangevangen ten tijde van het voorheen geldende bestemmingsplan; krachtens een verleende omgevingsvergunning is gerealiseerd; g. bedrijf in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, met uitzondering van garagebedrijven; h. woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in de tweede en hoger gelegen bouwlagen, waarbij toegangen tot woningen tevens in de eerste bouwlaag zijn toegestaan; alsmede: i.
horeca van categorie 1 en horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 1"; j. horeca van categorie 3 en horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 3"; k. horeca van categorie 5 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 5"; l. een sportschool / fitness inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, het souterrain en de begane grond, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "sportschool"; m. detailhandel in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "detailhandel"; n. woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "wonen"; met bijbehorende: o. p. q. r. s. t. u. v. w.
tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verblijfsgebied; nutsvoorzieningen; afvalinzamelingssystemen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bergingen en andere nevenruimten.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 7.2 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 27
7.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; c. voor de bouw van een nieuwe kelder of souterrain gelden de volgende regels: 1. voor gronden die zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel Artikel 25 van deze regels; 2.
voor gronden die niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" geldt dat een kelder of souterrain alleen mag worden gebouwd onder hoofdgebouwen, op voorwaarde dat: onder of langs de kelder of het souterrain een grondwatermaatregel wordt genomen met een doorlaatvermogen (kD-waarde) van minimaal 15 m²/dag; de grondwatermaatregel ervoor zorgt dat de bovenste (freatische) bodemlaag aan de vooren achterzijde met elkaar in contact staat; de footprint van de kelder of het souterrain maximaal 300 m2 bedraagt; de diepte van kelder of het souterrain ten opzichte van het maaiveld aan de straatzijde maximaal 4 meter bedraagt. d. het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 7.2.3
Dakuitbouwen
De maximum bouwhoogte als bedoeld 7.2.2 onder b mag worden overschreden door een uitbouw van de bovenste bouwlaag, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een dakuitbouw is niet toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. een dakuitbouw is niet toegestaan ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1", met uitzondering van de dakuitbouwen die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; c. een dakuitbouw mag uitsluitend direct aangrenzend worden gerealiseerd, uitsluitend aan de achterzijde (de van de openbare ruimte afgekeerde zijde) van het hoofdgebouw; d. de afstand tot de achtergevel of dakrand minimaal gelijk is aan de hoogte van de uitbouw. e. de dakuitbouw mag uitsluitend worden gebruikt als deel van een woning; f. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter, tenzij het direct bestaande aangrenzende deel (kap of dakopbouw) van het hoofdgebouw lager is. Dan geldt de bouwhoogte van het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw als maximum; g. in geval het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw een kap is, mag de dakuitbouw uitsluitend worden gebouwd indien deze wordt gerealiseerd op minimaal 0,5 meter onder de bestaande maximale nokhoogte van het hoofdgebouw; h.
op de nieuw gerealiseerde dakuitbouw is een dakterras toegestaan, met inachtneming van het bepaalde onder 7.2.4.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
7.2.4
Dakterrassen
Het dak van de gebouwen mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. dakterrassen niet zijn toegestaan ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1", met uitzondering van de dakterrassen die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; c. dakterrassen en toegangsopbouwen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; d. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; f. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; g. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer. 7.2.5
Daktoegangsvoorzieningen
Op gebouwen zijn daktoegangen toegestaan, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. deze alleen zijn toegestaan indien een dakterras is toegestaan; b. toegangsopbouwen niet zijn toegestaan op orde 1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten; c. toegangsopbouwen niet zijn toegestaan ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1", met uitzondering van de toegangsopbouwen die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; d. een toegangsopbouw alleen is toegestaan als het dakvlak waar het dakterras mogelijk is niet bereikbaar is vanuit de bestaande hoofdbebouwing; e. de toegangsopbouw een oppervlak heeft van maximaal 6 m2 (inclusief overstekken e.d.); f. de hoogte van de toegangsopbouw niet meer is dan 2,8 meter gemeten vanaf de bestaande dakhoogte; g. de afstand van de toegangsopbouw tot de dakrand minimaal de hoogte van de toegangsopbouw bedraagt; h. dakluiken zijn toegestaan tot een maximale hoogte van 0,50 meter, gemeten vanaf het dak. 7.2.6
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. 7.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegde gezag is bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.2.5 onder b teneinde toegangsopbouwen toe te staan op orde-2 panden mits dit niet leidt tot onevenredige visuele aantasting van het pand en mits wordt voldaan aan de overige voorwaarden zoals genoemd in lid 7.2.5. 7.4
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 7.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 29
7.4.1
Vestigingsgroottes
a. Voor de in lid 7.1 a tot en met g genoemde functies gelden de volgende maximale bruto vloeroppervlaktes (bvo) per vestiging: 1. consumentverzorgende dienstverlening: maximaal 250 m2 bvo; 2. publieksgerichte zakelijke dienstverlening: maximaal 250 m2 bvo; 3. maatschappelijke dienstverlening niet zijnde kinderopvangvoorziening: maximaal 250 m2 bvo; 4. kinderopvangvoorziening: maximaal 250 m2 bvo; 5. horeca van categorie 1: maximaal 250 m2 bvo; 6. horeca van categorie 3: maximaal 250 m2 bvo; 7. bedrijf: maximaal 250 m2 bvo; 8. kantoor: maximaal 250 m2 bvo; 9. overige functies als bedoeld in lid 7.1: het oppervlakte dat rechtmatig aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; b. in afwijking van het bepaalde onder a is een groter bruto vloeroppervlakte per vestiging toegestaan indien dit rechtmatig is gerealiseerd op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 7.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan, gelet op het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, in afwijking van het bepaalde in lid 7.1 onder d. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verlenen ten behoeve van het realiseren van een kinderopvangvoorziening, op voorwaarde van: a. maximaal één kinderopvangvoorziening per bouwblok met een maximum bruto vloeroppervlak van 250 m2 per vestiging; b. In afwijking van het bepaalde onder a. zijn twee of meer kinderopvangvoorzieningen per bouwblok toegestaan indien deze rechtmatig aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; c. In afwijking van het bepaalde onder a. is een kinderopvangvoorziening niet toegestaan als zich in hetzelfde bouwblok reeds een school bevindt waarvan de speelplaats grenst aan de binnentuin. 7.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
7.6.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover op tussenwaarderingskaart C (waardering verkaveling) aangeduid als "5 punten" of "4 punten", geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. 7.6.2
Uitzondering vergunningvereiste
Het in lid 7.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. bij regulier onderhoud aan de gevel, zoals het vervangen van rotte kozijnen of deuren, het vervangen
Gemeente Amsterdam
blz. 30
van voegwerk en (houten) onderdelen; e. bij wijzigingen aan de voorgevel of bouwdelen die aan de voorgevel bevestigd zijn (zoals balkons) die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen; f. bij inpandige sloopwerkzaamheden die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen. 7.6.3
Criteria voor vergunningverlening
De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 31
Artikel 8 8.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
groenvoorzieningen; voet- en fietspaden; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; kunstobjecten; water; waterhuishoudkundige voorzieningen; waterbouwkundige kunstwerken; terrassen behorend bij de direct aangrenzende Horeca;
alsmede: j.
voor evenementen ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein" met bijbehorende voorzieningen voor de opslag van materialen behorend bij evenementen.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 8.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 8.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. een gebouw is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein" en mag uitsluitend dienen als opslagruimte voor materialen behorend bij het evenemententerrein; b. maximum aantal gebouwen: 1; c. maximum oppervlakte: 20 m2; d. maximum bouwhoogte: 3 meter. 8.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte plastieken en kunstobjecten: 6 meter; b. maximum bouwhoogte speelvoorzieningen: 8 meter; c. maximum bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 3 meter. 8.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 8.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. voor evenementen ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein" gelden de volgende bepalingen: 1. uitsluitend openbaar toegankelijke evenementen zijn toegestaan; 2. het maximum aantal grote evenementen, middelgrote evenementen en kleine evenementen bedraagt het aantal evenementen dat is toegestaan op basis van het geldende locatieprofiel voor het Erasmuspark zoals is vastgelegd in de "Locatieprofielen voor evenementenlocaties" Gemeente Amsterdam
blz. 32
(gepubliceerd in het gemeenteblad op 15 mei 2018, nr. 100530). Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode bij besluit (gelet op artikel 1:3, vierde lid, van de Awb) wordt gewijzigd, dan is de gewijzigde versie van toepassing. 3. voor alle evenementen geldt dat maximaal 25% van het oppervlakte waar de aanduiding “evenemententerrein” van toepassing is mag worden gebruikt voor het evenement. b. terrassen behorend bij de direct aangrenzende Horeca zijn toegestaan tot de omvang die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan krachtens een vergunning zijn gerealiseerd.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 33
Artikel 9 9.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca van categorie 4; b. maatschappelijke dienstverlening niet zijnde een geluidgevoelige bestemming met bijbehorende: c. bergingen en andere nevenruimten; d. terrassen. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen