Raadsbesluit 2021-262C Bijlage 2 Groen-sportopgave (RD, juni 2020)
Tekst van het document
GROEN&SPORT OPGAVE
NDSM OOST
ONDERZOEK 29.06.2020
1
2
INHOUD
1. norm overzicht
4
2. groennorm 2.1. groen in noord 2.2. kwantitatieve opgave 2.3. twee opties 2.4. varianten 2.5. ambities
6
3. sport norm 3.1. sport in noord 3.2. kwantitatieve opgave 3.3. implementatie opties 3.4. sportpark modellen 3.5. ambities
24
4. sport en groen opgave
38
5. conclusie scope
40
3
1. NORM OVERZICHT Normen in transformatiegebieden
Eén van de randvoorwaarden voor een leefbare, complete stad is een divers en hoogwaardig voorzieningenniveau. Voor het realiseren van voldoende ruimte voor maatschappelijke voorzieningen op en rond nieuwe woningbouwlocaties heeft het College van B&W op 30 januari 2018 de Referentienorm Maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen vastgesteld. De referentienormen verplichten projectgebieden om vanaf het principebesluit ruimte te reserveren voor maatschappelijke voorzieningen, en zo te verankeren als integraal onderdeel in de ruimtelijke planvorming. Voor projecten betekend dit dat er in lopende plan-ontwikkelingen enorme ruimtelijke claims bij zijn gekomen. Niet alleen moet er ruimte voor veldsport en sport in de openbare ruimte gecreëerd worden, ook moet er in veel gevallen additioneel nog groen bij gemaakt worden. Uiteraard is er binnen projecten vaak wel groen opgenomen dat zou volstaan bij de ontwikkeling, maar dit werd eerder niet gekwantificeerd.
NDSM west
Het is bij gebiedsontwikkeling op de NDSM-werf van groot belang dat er naast ruimte voor wonen en werken ook ruimte is voor, sport, spel, ontspanning, recreatie en groen. Alleen op deze wijze ontstaat er ook echt duurzame, leefbare woonwerkgebieden. Zeker nu de opgave voor de NDSM-werf verder intensiveert is ruimte voor groen en sport cruciaal voor het slagen van deze wijk. Ten tijde van het Investeringsbesluit uit 2013 (IB 2013) waren er nog geen stedelijke normen voor groen en sport. In de Actualisatie van het Investeringsbesluit 2020 is groen aan het plan toegevoegd. Het Investeringsbesluit omvat 9.686 m2 landschapsarchitectuur, in de actualisatie 19.086 m2 (bijna een verdubbeling). Dit oppervlak blijft echter lager dan wat de groenorm voorschrijft. Het was ook niet mogelijk om de benodigde hoeveelheid sport volgens de sportnorm te realiseren. Om een functionele, gezonde en levendige nieuwe ontwikkeling te kunnen bieden, wordt elders op de NDSM-werf gezocht naar een oplossing voor het implementeren van de normen, in NDSMwerf Oost.
4
Kwantitatieve opgave
Woonmilieu Centrum stedelijk
gebruiksgroen
eco systeemgroen
8m2/wo
8m2/wo
veldoppervlak georganiseerde buitensporten
2m2/wo
+
sport in de openbare ruimte 1m2/wo
0,1m2/1m2 bwo Woonmilieu Gemengd stedelijk
16m2/wo
6m2/wo +
5m2/wo
1m2/wo
9m2/wo
1m2/wo
0,1m2/1m2 bwo Woonmilieu Groen blauw
24m2/wo
4m2/wo + 0,1m2/1m2 bwo
NETTO MIN 60%
NETTO MIN 75%
MAX 40% paden spel sport or
MAX 25% op dak
5
NETTO Kwalitatieve opgave
2.GROENNORM De groennorm is opgebouwd uit 3 onderdelen: een norm voor gebruiksgroen, een afstandstnorm en een norm voor ecosysteemgroen.
Gebruiksgroen
De norm voor gebruiksgroen zorgt voor stedelijk attractief groen waarin men kan verblijven en recreëren. De oppervlakte dient minimaal een 0,5 ha te zijn en aaneengesloten. Gebruik gaat over de ruimte die de mens nodig heeft om te verblijven, ontmoeten, sporten, spelen en bewegen, etc. Het gaat om plekken en verbindingen met bijbehorende voorzieningen, en aanleidingen voor spelen, sporten, verblijven etc.. De stad wordt bewoond en gebruikt door jong en oud en door verschillende bevolkingsgroepen met elk hun eigen specifieke wensen. De oppervlakte dient voor 60% te bestaan uit levend groen. De resterende oppervlakte is bedoeld voor paden, water en andere voorzieningen als sport en spel. Het gebruiksgroen kent ook een afstandsnorm. Zowel buurtgroen als stadsparken dienen te voet binnen circa 10 minuten te bereiken te zijn. Voor buurtgroen is een afstandsnorm gesteld van 250 meter. Stadsparken kennen een afstandsnorm van 750 meter.
Eco systeemgroen
De norm voor ecosysteemgroen heeft als belangrijkste doel de buurt klimaatadaptief te maken, maar draagt ook bij aan de beleving en gezondheid van de Amsterdammer. Het groen draagt bij aan het programma rainproof en het natuurinclusief maken van de buurt. Ook het gebruiksgroen draagt bij aan deze doelen. Eco-groen is er om biodiversiteit en klimaatdoelen een plek te geven in de stad. Het moet zorgen voor het koelen van de stad, bergen van water en voor het verbeteren van de gezondheid, luchtkwaliteit door CO2 opname en biodiversiteit. Biodiversiteit gaat over het aantal levensvormen (dier en plant) en de verscheidenheid ervan in een bepaald gebied. Voor veel dieren en planten stijgt de noodzaak zich binnen het stedelijk klimaat te handhaven. Het streven is een goed leefklimaat te maken voor een divers aanbod aan plant- en diersoorten. Van deze norm mag maximaal 25% op de kavel of het dak worden gerealiseerd.
6
groennorm oppervlak
Woonmilieu Centrum stedelijk
gebruiksgroen
eco systeemgroen
8m2/wo
8m2/wo + 0,1m2/1m2 bwo
Woonmilieu Gemengd stedelijk
16m2/wo
6m2/wo + 0,1m2/1m2 bwo
Woonmilieu Groen blauw
24m2/wo
4m2/wo + 0,1m2/1m2 bwo
NETTO MIN 60%
NETTO MIN 75%
MAX 40% paden spel sport or
MAX 25% op dak
ruimte voor ...
wpi onderwijs
jeugd
kunst en cultuur
groen, spelen en sporten in de openbare ruimte zorg
basisvoorzieningen
sport
Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen
9 januari 2018 definitieve versie 02
7
2.1 GROEN IN NOORD Openbaar en toegankelijk groen nodig
Noord is een groen stadsdeel met ongeveer 110 m2 groen per huishouden. Ondanks de grote nieuwe ontwikkelingen blijft het gemiddelde groen per woning de komende jaren nog steeds boven het Amsterdamse gemiddelde. NDSM-werf West realiseert al meer groen dan in het investeringsbesluit van 2013 was besloten: in de actualisatie in 2019 is het groen oppervlak 2 keer zoveel.
bruiksgroen
andsnormen tot woning
afstaand norm
buurtgroen
250m
stadspark
750m
gelijke impact van het Dokpark als gebruiksgroen
?
NIET OPENBAAR TOEGANKELIJK GROEN
r=750m
8
Er wordt echter nog steeds maar 25% van het door de norm aanbevolen hoeveelheid groen gerealiseerd. Bovendien kan NDSM-werf West niet leunen op een stadspark in de buurt. Op de schaal van noord is groen (vooral toegankelijk en bruikbaar groen) namelijk niet gelijkmatig verdeeld: de grote parken bevinden zich allemaal in het oostelijke deel. De uitdaging voor NDSM-werf Oost is: • een hoogwaardig, goed bruikbaar groengebied te maken voor de nieuwe bewoners van NDSM west • uitgroeien tot een groene openbare plek die van belang is op zowel de schaal van de stad als voor de bewoners van het westelijk deel van amsterdam noord
Ecologie en biodiversiteit
Een ecosysteem is een samenhangende structuur die bestaat uit twee delen die nauw met elkaar samenhangen: het eerste zijn de levende organismen (biologische gemeenschap of biocoenose) en het tweede de fysieke omgeving (abiotische component) waarin ze leven. De biodiversiteit en dus de afname van de ecologische systemen neemt af. In Nederland daalde de msa (mean species abundance) met 50% msa naar 5% in 100 jaar. Amsterdam is een uitzondering, aangezien de biodiversiteit de afgelopen 5 jaar niet meer daalt. Maar de nieuwe ontwikkelingen in Amsterdam noord zetten het systeem onder druk. En ook al voldoen de meeste projecten in Noord nu nagenoeg geheel of bijna geheel aan de gebruiksgroen-normen, dat geldt niet voor het te realiseren, kwalitatief hoogwaardige ecosysteemgroen. Dit is echter wel noodzakelijk om een klimaatadaptieve en veerkrachtige stad te kunnen worden. De uitdaging voor NDSM oost is: eco systeem groen • de robuustheid van het ecologische systeem vergroten • op zichzelf een sterke biotoop worden
9
2.2 KWANTITATIEVE OPGAVE GROEN MET EEN STERKE ECOLOGISCHE FUNCTIE
GROEN MINIMAAL: 34.700M2 GROEN MAXIMAAL: 74.500M2
NDSM oost groen 51.348m2 24.148m2 min groen oppervlak
minimaal maximaal
10
34.711m2 74.482m2
bruto
2.3 TWEE OPTIES Aangezien op de NDSM-werf West niet volledig aan de groennorm wordt voldaan, zal op NDSM-werf Oost vergroend worden. Voor de berekening van de groennorm voor NDSM-werf West worden twee opties in overweging genomen. • optie 1: op basis van het programma dat is gerealiseerd op NDSM-werf West en het nog te realiseren programma dat mogelijk is op basis van de herziening van het bestemmingsplan • optie 2: op basis van het programma waar in de actualisatie van wordt uitgegaan en dat in de herziening van het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt vanaf dat de groennorm is ingesteld. Voor NDSM-wer Oost is de berekening gebaseerd op het huidige programma De norm wordt toegepast om een bereikoppervlak (min-max) in te stellen als basis voor het onderzoek van de vergroning op NDSMwerf Oost
OPTIE 1: WEST MAXIMAAL
wonen: 4826 niet wonen: 109.820m2 bvo
gebruiksgroen
eco systeemgroen
38.608m2
38.608m2
0m2
10.982m2
38.608m2
49.590m2
OPTIE 2: WEST MINIMAAL
wonen: 2018 niet wonen: 50.686m2 bvo
gebruiksgroen
eco systeemgroen
16.144m2
16.144m2
0m2
5.069m2
16.144m2
21.213m2
MAXIMAAL
MINIMAAL
tot groen: 88.198m2
tot groen: 37.357m2
11
2.4 VARIANTEN Maximale variant
Volledige realisatie van het benodigde groen voor NDSM-werf West. De ruimtevraag op NDSM-werf Oost gaat uit van optie 1 (west maximaal) verminderd met het groen dat al in het plan is opgenomen: • • •
groen: 74.500m2 40% gebruiksgroen 60% eco systeemgroen
GEBRUIKSGROEN MAX 40%
30.100m2
MIN 60%
ECO SYSTEEMGROEN MAX 25%
MIN 75% 44.400m2
12
12.000m2 water paden sport or spel 18.100m2 groen oppervlak
11.100m2
op dak
33.300m2 groen oppervlak
NDSM west
NDSM oost
gebruiksgroen
gebruiksgroen
in plan opgenomen: 8.524m2/ 38.608m2
30.084m2
eco systeem
eco systeem
in plan opgenomen: 10.562m2/ 49.590m2
44.398m2
13
Minimaal variant Realisatie van het benodigde groen voor NDSM-werf West op basis van optie 2 (west minimaal). Hieruit volgt de volgende ruimtevraag op NDSM-werf Oost: • • •
groen: 34.600 m2 36% gebruiksgroen 64% eco systeemgroen
GEBRUIKSGROEN MAX 40%
MIN 60%
12.500m2
ECO SYSTEEMGROEN MAX 25%
22.100m2
14
MIN 75%
5.000m2 water paden sport or spel 7.500m2
groen oppervlak
5.500m2
op dak
16.600m2 groen oppervlak
NDSM west
NDSM oost
gebruiksgroen
gebruiksgroen
42% in plan opgenomen:
3.580m2/ 16.144m2
12.564m2
eco systeem
eco systeem
42% in plan opgenomen:
4.436m2/ 21.213m2
22.147m2
15
Verschillende opgaven vergroening
Bij zowel het gebruiksgroen als het ecosysteem groen gaat het om het oppervlakte groen. De norm is bedoeld voor nieuwe buurten waar alle kansen moeten kunnen benut voor het realiseren van voldoende hoogwaardig en intensief te gebruiken buurtgroen. De differentiatie, zoals beschreven in de norm, hangt samen met de mogelijkheden hoe groen kan worden gerealiseerd binnen de nieuwe ontwikkelingen. Het gebied NDSM-werf Oost biedt meer mogelijkheden dan een nieuwe buurt. Daarom is het onderscheid tussen ecologisch en bruikbaar groen meer een indicatie van doelen dan een strikte verhouding in oppervlakten. Onderdeel van het groen zijn voorzieningen, het percentage voorzieningen binnen het te realiseren groen is: • maximaal 16% voor paden, water en andere voorzieningen als sport en spel Daarnaast geldt: • maximaal 15% van het groen mag op het dak worden gerealiseerd • min 69% moet bestaan uit levend groen Het groen oppervlak moet in het algemeen een sterke ecologische functie hebben.
38%
62%
ECO SYSTEEMGROEN GEBRUIKSGROEN
max 16%
paden sport or spel
max 15%
op dak
min 69%
groen oppervlak
GROEN MET EEN STERKE ECOLOGISCHE FUNCTIE
16
2.5 AMBITIES
Kwalitatieve opgave voor het groen: • schakel in bestaande (ruimtelijke en ecologische) netwerken uitbreiden en versterken • ecologisch en klimaatadaptief • natuurinclusief aangelegd een beheerd • programmeerbaar en flexibel • gevarieerd voor iedereen • circulair en innovatief • actief en interactief In ieder geval moet de rol van het groen onderzocht worden in relatie tot: • het behoud en waar mogelijk beter tot haar recht laten komen van monumentale en cultuurhistorische waarden complex NDSM-werf, inclusief de betekenis van het water. • het behoud en waar mogelijk beter tot haar recht laten komen van de culturele werf (waaronder evenementen)
17
Bestaande netwerken uitbreiden en versterken
NDSM-werf Oost is gelegen aan 2 hoofdstructuren • de groene scheg van Zijkanaal I • het IJ De verbindingen zijn belangrijk voor flora en fauna zoals vogels, landzoogdieren, amfibieën en vissen en natuurlijk mensen. De ecologische verbindingen van het netwerk zijn (veilige) verbindingen naar en tussen de verschillende schalen. Breedte, gelaagdheid en diversiteit in soorten zijn belangrijk. Netwerken kunnen habitats worden als ze uit meer dan één lijn bestaan. Dat NDSM op het kruispunt ligt van de twee belangrijke netwerken (IJ en scheg) geeft het strategisch belang aan van de locatie voor zowel de openbare ruimte als de biodiversiteit. Het is daarom belangrijk dat de rol wordt onderzocht die NDSM-werf Oost met betrekking tot deze verbindingen op verschillende niveaus kan hebben: • •
openbare ruimtes langs het IJ recreatieve rol van de scheg
• •
groen blauw ecosysteem van de scheg het aantal habitats op het IJ
Het doel is de bestaande ecologische structuur uit te breiden en te voorkomen dat er nieuwe ecologische knelpunten ontstaan als gevolg van de verdichting in de stad.
18
Ecologisch en klimaatadaptief
19
Programmeerbaar, flexibel en divers
EVENT DIAGRAMS
20
Circulair en innovatief
21
Actief en interactief
22
23
2.SPORTNORM De norm voor te realiseren sportvoorzieningen is opgebouwd uit 2 onderdelen: een norm voor de georganiseerde buitensport en een norm voor sport in de openbare ruimte.
Veldoppervlak georganiseerde buitensporten
Het doel van de sportnorm is bij te dragen aan de realisatie van een compleet en divers aanbod aan woonmilieus in de stad. Met de inpassing van buitensport wordt (anders) georganiseerde buitensport bedoeld. Sport die op georganiseerde wijze wordt beoefend. Het bekendste voorbeeld is de traditionele sportverening. Maar ook andere organisatievormen passen hierbinnen, zoals (commerciële) sportaanbieders en bijbehorende (meer urban) sportvormen als Padel of Footy. Door het benodigde sportterrein en de vaste maatvoering van de ondergronden zijn het voorzieningen die ruimte vragen en voor de afmetingen toereikende ruimte. Het veldoppervlak betreft de maat die daadwerkelijk nodig is voor de sport bij toepassing van intensief te bespelen ondergronden> Hierin is niet eegenomen de ruimte voor parkeren, ontsluiting, waterberging en recreatief randgroen.
sport in de openbare ruimte
Sport in de openbare ruimte is bij uitstek een buurtgebonden voorziening. De norm voor ongeorganiseerde sport in de openbare ruimte is afgeleid van de vroegere norm uit het voorzieningenmodel voor speelvelden (trapveldjes). Omgerekend naar vierkante meters per woning komt dit uit op 1 m2 per woning. Deze kwantitatieve norm is er vooral op gericht dat de gerealiseerde openbare ruimte (stenig en groen) ook geschikt is voor sportief gebruik, spelen en bewegen. Dit gaat dus niet over losse trapveldjes in de openbare ruimte. Ook dit is onverminderd nodig, maar het sporten en spelen in de openbare ruimte (tevens opgenomen in de sportnorm) is eerder een kwalitatieve uitdaging om dit in te passen in het bestaande raamwerk van verkeersruimte, plein, groen en park.
24
sportnorm oppervlak veldoppervlak georganiseerde buitensporten
sport in de openbare ruimte
Woonmilieu Centrum stedelijk*
2m2/wo
1m2/wo
Woonmilieu Gemengd stedelijk
5m2/wo
1m2/wo
Woonmilieu Groen blauw
9m2/wo
1m2/wo
NETTO
+ ca 20% bruto
kwaliteit van openbare ruimte (stenig en groen) voor sportief gebruik
ruimte voor ...
wpi onderwijs
jeugd
kunst en cultuur
groen, spelen en sporten in de openbare ruimte zorg
basisvoorzieningen
sport
Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen
9 januari 2018 definitieve versie 02
25
2.1.SPORT IN NOORD Tekort aan aanbod en nabijheid Buitensport
De sportopgave van NDSM moet worden bezien in de context van het snel groeiende gebied: • De noordwestelijke IJ-oever ondergaat een enorme verdichtingsopgave de komende 10 jaar, gepaard met een extra behoefte van 87.000m2 aan sportterrein (sportnorm), ruim de helft (!) van de gehele sportopgave van Noord. • Buitensport staat onder druk, geen enkel plangebied lost de hele sportnorm binnenplans op. NDSM West heeft geen ruimte voor buitensport opgenomen. • Enkel in het aangrenzende Buiksloterham is in de planvorming voor 20.000m2 sportterrein opgenomen, als integraal onderdeel van de stad. Dit biedt koppelkansen voor de sportprogrammering van NDSM. Banne Noorderkwartier
Twiske Zuid
X
X
6.330 m2
1.266 m2
0.000 m2 9.000 m2
1.800 m2
Elzenhagen Zuid BSMP/ stationsgebied
De Bongerd
0.000 m2 10.750 m2 0.000 m2 5.700 m2
1.140 m2
0.000 m2 7.230 m2
2.150 m2
3.615 m2
Klaprozenbuurt
Klaprozenweg
Haven-Stad
s douwes
? m2
NDSM werf
? 18.100 m2
Buiksloterham
Hamerkwartier 0.000 m2 10.200 m2
5.100 m2
20.000 m2 42.000 m2
8.400 m2
7.500 m2 13.000 m2
Overhoeks
T
X
Sixhaven X
16.000 m2 3.200 m2
26
Marine terrein
Bestaande sportparken •
•
Sporten om de hoek is van belang t.b.v. een sport- en beweegnetwerk door Noord heen, in Amsterdams sportbeleid bestaat daarom de regel binnen 1.500m2 een sportpark in de buurt te hebben. Voor kinderen is sport in de nabijheid essentieel, waar de verenigingssport de fundering legt voor een gezonde levensstijl. Sportpark Tuindorp Oostzaan is dichtbij gelegen, maar kent een hoge bespelingsdruk. Mogelijkheden voor verdere intensivering zijn beperkt.
De grote groei van de noordoostelijke IJ-oever en het ontbreken van buitensport in de nabijheid en onderstreept het belang voor buitensport in NDSM. Voor het plangebied, maar ook als bovenwijkse voorziening voor omliggende wijken.
SC H
E RM DE
GE
N
BE
ST AT US
E
GOLFBAAN WATERLAND
S.V. KADOELEN
SPORTPARK OOSTZANERWERF
BUIKSLOTERBANNE
SPORTPARK MELKWEG S.V. DE METEOOR
SPORTPARK ELZENHAGEN
?
Haven-Stad
27
TEN ELZE
2.2.KWANTITATIEVE OPGAVE (SUPER)COMPACT SPORTPARK SPORT MINIMAAL: 4.000M2
netto
SPORT MAXIMAAL: 9.600M2
NDSM oost buitensport
minimaal maximaal
28
4000m2 9500m2
2.3.IMPLEMENTATIE OPTIES Optie 1 (all in)
Breng de totale sportopgave (volgens de sportnorm) voor NDSMwerf West onder in NDSM-werf Oost. Voor NDSM-werf Oost wordt rekening gehouden met een compact stadssportpark van 9.652m2 voordelen • Realisatie van sport om de hoek, dicht bij de nieuwe bewoners van NDSM, maar ook voor de huidige bewoners net ten noorden van het plangebied • Ruimte voor buitensport, bouwen aan een complete stad met sport als integraal onderdeel. • Doet recht aan de sportnorm NDSM én de bovenplanse opgave aan de noordwestelijke IJ-oever, waar tekort aan sport dreigt. • Meer programmeringsmogelijkheden voor sport • Koppelkans met stedelijk sportpark Buiksloterham, versterking van sport- en beweegnetwerk aan de IJ-oevers en verder Noord in.
NDSM west
NDSM oost
buitensport
buitensport
9.652m2
0m2
29
Optie2 (in de nabijheid)
De niet-gerealiseerde m2 sportfaciliteiten in NDSM-werf Oost worden buiten het plangebied ontwikkeld. Voordeel • intensiever/beter benutten van het bestaande areaal Nadelen • Geen ruimte voor buitensport, bouwen aan een incomplete stad. • Doet geen recht aan de sportnorm NDSM én de bovenplanse opgave aan de noordwestelijke IJ-oever, waar al tekort voor sport dreigt. • Sporters zullen door het stadsdeel moeten reizen naar elders om te sporten. Dit is vooral voor de allerjongsten onwenselijk. • legt extra druk op de bovenplanse opgave voor sport in Noord ook met oog op toekomstige ontwikkelingen • beschikbaarheid van ‘vrije’ ruimte voor sport elders • intensivering bestaand sportpark heeft consequenties voor huidige gebruikers
9652m2
NDSM west
NDSM oost
buitensport
buitensport
0m2
0m2
30
Optie 3 (deels op NDSM-werf Oost deels erbuiten) Voor NDSM oost wordt rekening gehouden met een compact stedelijk sportpark.
De resterende vierkante meters in NDSM Oost worden buiten het plangebied gerealiseerd, door intensivering van een bestaand sportpark of door realisatie van een nieuwe sportplek. voor- en nadelen De mogelijkheid de voordelen van opties 1 en 2 te combineren en daarmee de nadelen van optie 2 op te lossen of te verzachten.
%m2
NDSM west
NDSM oost
buitensport
buitensport
%m2
0m2
31
2.4 SPORTPARK MODELLEN Verkenning Veldsporten Modellenboek, 2020
In de stedelijke verkenning veldsporten (2020, R&D en S&B) is aan de hand van een viertal modellen aan sportparken, oplopend in grootte van extra-small (XS) tot large (L) geïllustreerd dat er niet één ideaal sportpark-model bestaat, maar afhankelijk van de plek, de functie en sportbehoefte en de gebiedscontext. Daarmee wordt tevens het beeld bestreden dat een sportpark een stadsvreemd object is, dat een zeer groot ruimtebeslag vraagt, en geen onderdeel kan vormen van de stad. Met een (super)compacte sportpark blijkt ook in hoogstedelijke gebieden inpassing van sportruimte mogelijk. De modellen bevaten kleinschalige georganiseerde buitensportvoorzieningen, die aansluiten bij de gebruikers uit deze buurten, zoals velden voor padel en footy. Exploitatie kan gebeuren door een commerciële partij, of als sattelietlocatie voor een vereniging. Daarnaast kan deze ruimte als ontmoetingsplek voor de buurt functioneren, met een plek om te spelen en bewegen. De optionele combinatie met een school of andere maatschappelijke voorziening zorgt voor handige combinatievoordelen (dubbelgebruik sportvelden en faciliteiten).
minimaal maat:
4.000 m2
32
eferen- De vier modellen e stad met referen- De vier modellen parken in de stad en van sportparken referen-vanDe vier modellen htingen n.
de stad ningen. rtparken modellen met referen- De vier modellen eorgangen van eerde sport in de stad t in georgagroter enheid aan sportparken gen. m een groter oor herinrichtingen van , zoalszoals ekken, portvoorzieningen. georgaunnen past kunnen en rengroter van sport in georgaen, zoalsom een3.1. oorgaans groter Supercompactsportpark sportpark (XS) (XS) 3.1. Supercompact Supercompact sportpark ele sportplekken, zoals mede bepakunnen bepaoudig ingepast ik door ver- kunnen or verfaciliteiten, 3.1. Supercompact sportpark (XS) teiten, ertruimte ruimtelijke de bepa-is mede bepa- 3.1. Supercompact sportpark (XS) mtelijke door orgehouden. hetvergebruik door verouden. met andere iliteiten, faciliteiten, grootte len medevan de ruimtelijke imtelijke ect rekening park-model houden. tte van gehouden. en bepaald model oplopend in grootte van dotte bestreden van ideaal sportpark-model epaald uimtebeslag e context een bepaald k-model treden 3.3. Stedelijk sportpark (M/L) ercompacte ens het beeld bestreden bepaald beslag sportruimte eer groot ruimtebeslag estreden Stedelijk sportpark Met een supercompacte 3.3. Stedelijk 3.3. sportpark (M/L) (M/L) mpacte tebeslag passing van sportruimte ruimte ompacte n het brede3.3. Stedelijk sportpark (M/L) Stedelijk sportpark rtruimte rzien in ver-
3.2.3.2. Compact sportpark (S) Compact sportpark (S)
Compact sportpark
3.2. Compact sportpark (S)
3.2. Compact sportpark (S)
3.4. Landschappelijk sportpark (L) 3.4. Landschappelijk sportpark (L) 3.4. Landschappelijk sportpark (L)
3.4. Landschappelijk sportpark (L)
Landschappelijk sportpark
nbieden van het brede één type is parken voorzien in verbrede tparken van tparken van één type is et brede in vering zijnsportparken van oende van n in verwoonomgeving zijn van type is
n entype vanis rken van ijn van zijn van npassing bovenplanse sport sport Inpassing bovenplanse H3
H4
H4
33
33
H5 H5
H6 H6
Innovatieve sport inpassingen
model voor de toekomst
Het zijn streven is primair sport in te passen op maaiveld, als onTer aanvulling op de vier ruimtelijke modellen er ook een aantal innovatieve van de openbare ruimte. sportinpassingen verkend, onderverdeeld derdeel in drie varianten. Waar de vier modellen direct toepasbaar zijn in amsterdam, betreffen dit geen gangbare vormen van sportinpassing. Het gaat om bijzondere vormen vaninpassing dubbelgebruik de dakvlak kan helpen voor Kansen voor op eenvan groot ruimte, toepasbaar wanneer de ruimte schaars is of een grootchalige barrière ruimtelijke inpassing of functionele aansluiting in het plangebied. dient te worden overbrugd. Deze varianten om grotere investeringen Het vragen functioneren van sport is leidend. en in veel gevallen een ingewikkelde ruimtelijke planning vanwege de stapeling van functies. Punten van aandacht: • Afscherming van de ruimte (fysieke en sociale veiligheid) Deze drie varianten komen momenteel in• Amsterdam nog en nietaantrekkelijkheid voor, maar de zal zich moeten bewijzen Zichtbaarheid oplopende druk op de beschikbare ruimte,• enEisen de grootschalige naarbespeelbare extra ten aanzien vraag van vrije, ruimte versus consportruimte, maken dat dergelijke innovatievestructieve sport inpassingen in diverse proeisen (bij sport op begane grond) jecten momenteel worden verkend. • Toegankelijkheid en bereikbaarheid • Beheer en onderhoud
Op grote daken Op 3.33 grote daken
D3 gebied : ca. 6.200 m2
3.35 Op he
3.34 Boven grootschalige infrastructuur
12
Inpassing bovenplanse sport H1
H2
H3
34
H4
H
2.5.AMBITIES
• • • • • • • • • • • •
(semi) openbaar toegankelijk (publieke voorziening); Intensief te gebruiken sportterrein; Divers sportprogramma, geschikt voor 0-100 jaar; Sport om de hoek principe (sport daar waar je woningen realiseert) Functionele koppeling met het groene en culturele karakter van NDMS; Koppeling (maatchappelijke) voorzieningen (zoals het faciliteren van bewegingsonderwijs op de velden) Sportprogramma aanvullend op aanbod Buiksloterham Geschakeld aan sport- en recreatieroutes Parallelle groei sport met de groei van de stad Openheid en openbaar Dubbel gebruik en multifunctioneel Compacte inpassing met een intensief gebruik van de m2’s
35
Compact en flexibel • •
Compacte inpassing met een intensief gebruik van de m2’s Flexibele velden, bruikbaar voor verschillende sporten
Honkbal (9vs9) 530 m2/pp
400m atletiek
200m atletiek
100m atletiek
Voetbal (11vs11)
Footy (7vs7)
Footy (5vs5)
Hockey (11vs11)
Softbal (9vs9)
Slagkooi
Tennis (1vs1)
Tennis (2vs2)
Padel (2vs2)
Korfbal (8vs8)
Basketbal (5vs5)
Basketbal (3vs3)
488 m2/pp
324 m2/pp
228 m2/pp
156 m2/pp
50 m2/pp
244 m2/pp
182 m2/pp
110 m2/pp
78 m2/pp
46 m2/pp
122 m2/pp
99 m2/pp
60 m2/pp
50 m2/pp
38 m2/pp
Volleybal (6vs6) 30 m2/pp
36
Openbaar en aanpasbaar
• • • •
openheid en openbaar dubbel gebruik en multifunctioneel gebruik jaarrond crossovers: koppeling van sport met de andere ambities voor het gebied
37
4.SPORT EN GROEN OPGAVE De kwantitatieve opgave, uitgebreid van groen en sport is: • TOT Maximaal: 84.000m2 • TOT Minimaal: 38.700M2
NDSM oost groen
buitensport
51.348m2 24.148m2 min groen oppervlak
minimaal maximaal
34.700m2 74.500m2
38
minimaal maximaal
4.000m2 9.500m2
Beschikbaar oppervlakte Het beschikbare oppervlakte voor het kwalitatieve onderzoek om de groen- en sportnormen te implementeren is: • 91.000m2 circa
Uitgangspunten: • • • • • •
NDSM oost groen
Volledige oppervlakte NDSM oost51.348m2 Geen ontwikkeling Oost Schuine hellingen leeg 24.148m2 Alle huidige bebouwing handhaven (ca. 4000m2 tedelijk) min groen Incl. D3 (ca. 7200m2 ) oppervlak Geen tijdelijke verhuringen openbare ruimte (ca. 9.500m2)
minimaal maximaal
34.700m2 74.500m2
39
buitensport
minimaal maximaal
4.000m2 9.500m2
5.CONCLUSIE SCOPE
Oppervlakte beschikbaar: maximaal 91.500m2 Oppervlakte nodig voor sport en groen: Maximaal: 84.000m2 Minimaal: 38.700M2 Volgens deze tabel is het in theorie dus mogelijk zelfs de maximale variant groen en sport te realiseren binnen het beschikbare terrein. Ontwerpend onderzoek moet uitwijzen of het ook kwalitatief mogelijk is zoveel groen en sport te realiseren, namelijk als rekening gehouden wordt met de culturele en monumentale context van NDSM-werf Oost. Om de maximale varianten van groen en sport te realiseren, kunnen deze opties worden overwogen: • verfijnen bruto en netto groen (min netto 69%) • deel(groen) ecologisch systeem in het water • uitplaatsen deel veldsporten • combineren (deel)sport in OR met gebruiksgroen In ieder geval moet bij de inpassing van de ambities ten aanzien van sport rekening houdend met het karakter van de plek en de ruimteclaim het volgende in overweging te worden genomen: • dubblelgebruik sportvelden • de mogelijkheid de maximale variant alleen te realiseren in combinatie met de parkeergarage
40
41