Raadsbesluit 2021-255E BP IJburg 2e fase - Strandeiland Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Dat impliceert dat afspraken nodig zijn die de huidige structuur in stand houden of verder versterken: vasthouden aan het op aanvaardbare afstand hebben van winkels in dagelijkse artikelen; vasthouden aan terughoudendheid ten aanzien van nieuwe (perifere) locaties waar (grootschalige) detailhandel is toegestaan; vasthouden aan terughoudendheid ten aanzien van brancheverruiming op bestaande perifere locaties; vasthouden aan het weren van foodretail of de verkoop van dagelijkse artikelen op bedrijventerreinen en perifere winkellocaties; versterking van bestaande winkelgebieden staat centraal; weidewinkels zijn niet toegestaan. Om deze ambitie te realiseren, zet de Stadsregio in op een aantal speerpunten: terughoudendheid in het toevoegen van nieuwe meters; meer ruimte voor kwaliteit; maatwerk op de perifere locaties; pro-actief acquisitiebeleid. Relevantie voor het plangebied Het voorliggende bestemmingsplan maakt 8.000 m² BVO detailhandel mogelijk. In paragraaf 3.4.5 wordt
Gemeente Amsterdam
blz. 78
nader op dit aspect ingegaan.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch sterk en Duurzaam'
Met de Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch sterk en Duurzaam' (17 februari 2011) legt Amsterdam zichzelf, inclusief de stadsdelen, regels op waar ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Amsterdam heeft zichzelf onder meer voor de opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot (geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect voor de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van Amsterdam is hierbij een belangrijke voorwaarde. De centrale ambitie van de Structuurvisie is dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Intensivering van het grondgebruik in de stad biedt aan tal van mensen woon- en werkruimte. Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte en in recreatief gebruik van water en groen en efficiënter omgaan met energie en vervoer, zodat buiten de stad minder landschap hoeft te worden aangetast.
De ambitie is om 70.000 woningen en bijbehorende voorzieningen toe te voegen tot 2040, een intensiever gebruik van de haven en huidige bedrijventerreinen te realiseren en ruimte te maken voor waterberging. De structuurvisie (2011) vormt de basis van alle ruimtelijke plannen die de komende jaren tot ontwikkeling komen. Vandaar dat juridisch planologische plannen (waaronder bestemmingsplannen) en stedenbouwkundige plannen (plannen in het kader van het Plaberum) van stad en stadsdelen aan de Structuurvisie zullen worden getoetst. De structuurvisie bestaat uit een visie, een hoofdstuk 'uitvoering' en een hoofdstuk 'instrumentarium'. De Structuurvisie is op onderdelen nader uitgewerkt bijvoorbeeld voor detailhandelsbeleid, ecologische visie, hoogbouw, mobiliteitsaanpak en de lokale richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit. Visie In het eerste deel van de Structuurvisie, de visie, worden ruimtelijke ontwikkelingen beschreven: sterke groeiprocessen vanuit de kracht van het hart van de metropool Amsterdam. De visie geeft aan welke ontwikkelingen gewenst zijn en worden gestimuleerd. De visie beschrijft de grote ruimtelijke bewegingen in de stad en de visie op verkeer en vervoer, groen en water en energie.
Als grote bewegingen worden de 'uitrol centrumgebied', 'verweving metropolitane landschap en stad', herontdekking van het waterfront; het IJ centraal en de 'internationalisering van de zuidflank' genoemd. Voor verkeer en vervoer geldt dat bij het faciliteren van de behoefte aan mobiliteit de voorkeur ligt bij de vervoersvormen die relatief weinig hinder en ruimtebeslag met zich meebrengen: de fiets en het openbaar vervoer. Voor binnenstedelijke verdichting wordt aangegeven dat deze alleen kan slagen als er hoogwaardige woon- en werkmilieus worden gemaakt waarbij voor dat milieu het groen op alle niveaus (water, parken, bomen etc) een essentieel onderdeel is. De visie spreekt uit dat Amsterdam in 2040 het kloppend hart wil zijn van een duurzame metropoolregio. Een creatieve, diverse stad, economisch en sociaal sterk en met een gezond leefmilieu. Naast een klimaatambitie worden verschillende transitiepaden benoemd (gebouwde omgeving, schoon vervoer, haven en industrie, duurzame energie). Uitvoering Nadat de ontwikkelingsrichting van de stad is verwoord, wordt in het hoofdstuk 'uitvoering' de vraag bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 79
gesteld hoe, waar en wanneer de opgaven die uit de Structuurvisie volgen, te realiseren zijn. Daartoe wordt de Structuurvisie vertaald in 'plannen' of 'projecten'. Voor deze plannen wordt een globale raming gemaakt van het te realiseren programma en er wordt een indicatie gegeven van de financiële opgaven die ermee gemoeid zijn. Tot slot wordt bepaald in welke tijdsvolgorde deze plannen aan de orde kunnen zijn. Hiermee wordt ook duidelijk in welke delen van de stad welk deel van de realisatie van de Structuurvisie ter hand wordt genomen. Voor de functie wonen wordt verwezen naar de gemeentelijke Woonagenda (zie paragraaf 3.4.4). Daarnaast gaat de structuurvisie in op bedrijvigheid, detailhandel en locatiebeleid. Voor de functie detailhandel gelden procesafspraken. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.4.5. In de Kantorenstrategie (2017) is het kantorenbeleid 'Het juiste kantoor op de juiste plek' verder uitgewerkt. Uit de strategie blijkt dat er steeds meer behoefte is aan kantoren op gemengde en goed verbonden locaties, ook al op korte termijn (tot 2020). In paragraaf 3.4.7 wordt hier nader op ingegaan. Ten aanzien van hoogbouw geldt dat Amsterdam streeft naar een economisch sterke en duurzaam ingerichte stad. Daarbij vormt het intensieve gebruik van de bestaande stad en tegelijk het open houden van het landschap één van de doelen.
Verdichting is een belangrijke opgave, voor de hele stad en voor bepaalde gebieden in het bijzonder. Hoogbouw is daarin niet het enige, maar wel een geschikt middel. Het is bovendien een krachtig instrument. Afhankelijk van de positionering van hoogbouw kan deze bijdrage aan de kwaliteit van de stad als metropool. De structuurvisie bevat een kaart 'hoogbouw in Amsterdam'. Op deze kaart is zichtbaar gemaakt waar hoogbouw wordt gestimuleerd; in de (paarse) zones langs de ringweg A10/ringlijn, met name rond OV-knooppunten, en in twee ovale zoekgebieden langs het IJ. De zones en zoekgebieden zijn indicatief. In het bijzonder wordt ingezet op verdichting in gebieden en zones binnen de zuidflank, op locaties langs het waterfront en langs de ringweg. Rond het Beschermd Stadsgezicht van de binnenstad is, in verband met de bijzondere status van het werelderfgoed van de 17e- eeuwse grachtengordel een zone van 2 kilometer aangegeven. Ook voor andere gebieden geldt dat terughoudendheid met hoogbouw op zijn plaats is. Het opstellen van een Hoogbouweffectrapportage (HER) wordt te allen tijde aanbevolen als instrument om de effecten van een hoogbouwplan in beeld te brengen, af te wegen en waar mogelijk negatieve effecten weg te nemen. In situaties waarin terughoudendheid met hoogbouw wordt beoogd is een HER verplicht gesteld (zie ook Hoofdstuk 12 van de toelichting van het bestemmingsplan).
De visie op hoogbouw is nader uitgewerkt in de Hoogbouwvisie.
Gemeente Amsterdam
blz. 80
Uitsnede kaart Hoogbouw in Amsterdam (bron: Structuurvisie Amsterdam 2040) Voor wat betreft groen geldt dat een Hoofdgroenstructuur (HGS) is aangeduid. De ecologische hoofdstructuur loopt aan de westkant en de oostkant van Amsterdam. Aan de westzijde verbindt de groene As Amstelland en Spaarnwoude met elkaar. Aan de oostzijde doet de Natuurboog hetzelfde met de Vechtstreek en Waterland. Om goed te functioneren moeten barrières in de ecologische structuur, zoals kruisingen met wegen, spoorlijnen en kanalen, met faunapassages en vistrappen worden overwonnen. Op de kaart in de structuurvisie zijn de belangrijkste op te heffen barrières (knelpunten) in beeld gebracht. In de Hoofdgroenstructuur zijn die gebieden opgenomen waar de functie groen en groene recreatie voorop staan. Ingrepen in de Hoofdgroenstructuur worden beoordeeld op inpasbaarheid. De Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) heeft hierin een rol. De Hoofdgroenstructuur omvat uiteenlopende typen groen, met elk hun eigen gebruik, belevingswaarde, cultuurhistorische betekenis, natuurwaarde etc. De groengebieden in de Hoofdgroenstructuur zijn hiertoe verdeeld in groentypen (curiosa, corridor, stadspark etc). Strandeiland is geen onderdeel van de aangewezen ecologische hoofdstructuur. Voor wat betreft verkeer en vervoer zijn hoofdnetten aangewezen.
Hoofdnetten zijn onderdeel van een gestructureerd wegennet, waarbij de hoofdnetten de weggebruikers routes aanbiedt die stadsdeeloverstijgend zijn. De structuurvisie beschrijft de belangrijkste uitgangspunten voor de auto (o.a. het garanderen van de bereikbaarheid van de stad(sdelen), bereikbaar houden van de belangrijkste bestemmingen, concentreren van het doorgaande autoverkeer op daarvoor meest geschikte wegen), het OV (bereikbaar houden van belangrijkste bestemmingen, behoud van het voorzieningenniveau, na 2020 zo goed mogelijk benutten van in aanleg en in studie zijnde OV-lijnen en knooppunten, en voor na 2030 maken van reserveringen die toekomstige ontwikkelingen faciliteren) en de fiets (stimuleren dagelijks fietsgebruik, garanderen van bereikbaarheid van stad(sdelen) en stedelijke bestemmingen, ruimte reserveren voor bredere paden en meer comfort). In de Structuurvisie Amsterdam 2040 staat opgenomen dat de voorkeur ligt bij de fiets en het openbaar vervoer, maar dat ook rekening moet worden gehouden
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 81
met de verwachte groei van de automobiliteit. Daarom wordt gestreefd naar een optimum van de 'modal split', de optimale verdeling van OV-, auto- en fietsgebruik. De gemeente ziet hier een maatregelenpakket dat gebruik van het OV en de fiets stimuleert: fiets- en OV waar mogelijk, auto waar noodzakelijk. Om het OV-gebruik te stimuleren staat in de structuurvisie ook de ambitie om een snel, frequent en comfortabel openbaar vervoernetwerk van trein, bus, tram en metro (verder) te ontwikkelen. Nadere uitwerking van de ambitie voor verkeer en vervoer heeft inmiddels plaatsgevonden in het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg – Integrale aanpak van de bereikbaarheid 2018-2038. Hierin staat beschreven op welke wijze de economische vitaliteit van Amsterdam op duurzame wijze versterkt kan worden door de bereikbaarheid in en van de stad en de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte te vergroten. Relevantie voor het plangebied Amsterdam is de kernstad van de metropoolregio en richt zich daarom onder meer op het verder ontwikkelen van het hoogstedelijk centrummilieu binnen de metropool. Om de ambitie voor Amsterdam waar te maken en richting te geven aan de ruimtelijke visie voor de stad is in de Structuurvisie een aantal pijlers geformuleerd. Een daarvan is de intensivering van het grondgebruik. Intensivering van het grondgebruik biedt tal van mensen woon- en werkruimte.
Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte en waterberging en er hoeft minder landschap te worden aangetast. Het betekent ook de woningvoorraad laten groeien en bijbehorende voorzieningen realiseren. De locatie maakt onderdeel uit van de beweging 'de herontdekking van het waterfront'.
Gemeente Amsterdam
blz. 82
Uitsneden kaarten 'Herontdekking van het waterfront: Het IJ centraal' (bron: Structuurvisie Amsterdam 2040) Strandeiland aan het waterfront Het plan voor Strandeiland volgt de principes van de Structuurvisie wat betreft het gebruikmaken van het blauwe hart dat nieuwe dragende en verbindende kwaliteit aan de metropoolregio toevoegt. Als onderdeel van IJburg is Strandeiland 'te gast' in het IJmeer en wordt Strandeiland als een groenblauwe woon- en werklocatie in het IJmeer gerealiseerd. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is in lijn met de structuurvisie en de beoogde uitwerking daarvan. Bij het stedenbouwkundig plan is reeds aangetoond dat het eiland voldoet aan de visie die is opgenomen in de structuurvisie. Het SP kan ook wel gezien worden als een verdiepingsslag van de structuurvisie. Het bestemmingsplan is de juridische vertaling van het SP en is daarmee ook in lijn met de structuurvisie. 3.4.2
Koers 2025 'Ruimte voor de stad'
De ambitie is om tot 2025 de bouw van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen van Amsterdam mogelijk te maken. Op welke plekken dit kan gebeuren met ruimte voor opkomende bedrijvigheid en voorzieningen staat beschreven in Koers 2025 en in Ruimte voor de Economie van Morgen. De Amsterdamse ontwikkelstrategie richt zich vooral op het realiseren van voldoende woningen in kwalitatief hoogwaardige, gemengde stedelijke milieus. Koers 2025 biedt een overzicht aan het totaal te ontwikkelen locaties voor gebiedsontwikkeling. De mogelijke te ontwikkelen locaties worden als 'de strategische Ruimte' aangeduid. Dit zijn de locaties waarover in dit document afwegingen gemaakt moeten worden. Per ontwikkelgebied wordt daarbij ingegaan op de grote opgave, lopende projecten en versnelde locaties. Vervolgens worden bouwstenen voor nieuwe gebiedsontwikkeling behandeld. Per bouwsteen is waar mogelijk op basis van eerdere planverkenningen en referenties een inschatting gemaakt van het aantal te realiseren woningen per locatie. Relevantie voor het plangebied Sinds de jaren ‘80 kent Amsterdam een structurele toename van bevolking en arbeidsplaatsen. Toch groeide in de jaren ‘80 en ‘90 de regio nog altijd sneller. Sinds de eeuwwisseling heeft Amsterdam
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 83
echter een steeds groter aandeel in de ontwikkeling van de MRA als geheel. Met jaarlijks ongeveer 11.000 extra inwoners neemt Amsterdam op dit moment twee derde van de bevolkingstoename in de MRA voor haar rekening. De economische groei in de MRA concentreert zich de laatste jaren in het internationaal georiënteerde economisch kerngebied Amsterdam –Schiphol. De druk op de stedelijke ruimte wordt versterkt door de groeiende aantrekkelijkheid van het gebied binnen de ring A10 als gebied om te wonen, te werken, te studeren of als bezoeker of bewoner van de regio de vrije tijd door te brengen. De mate waarin Amsterdam de komende decennia groeit hangt sterk af van het aantal woningen dat in de stad gerealiseerd wordt. De geprognotiseerde woningbehoefte in de MRA voor de periode 2015-2020 (opgesteld door de provincie Noord-Holland, 2015) wijst in de richting van toevoeging van gemiddeld 11.000 woningen per jaar. Grofweg 50% daarvan zal gevonden moeten worden binnen de stadsgrenzen van Amsterdam, de rest verspreid over de regio, met een accent op de zuidelijke deelregio. Strandeiland behoort samen met Middeneiland en Buiteneiland tot 'Bouwsteen 7 IJburg 2'. Voor deze bouwsteen zijn totaal circa 8.000 woningen geraamd. Het milieutype is vastgelegd op 'Groenblauwe woonbuurten'. Met de vaststelling van het Stedenbouwkundig Plan voor Strandeiland is hieraan invulling gegeven.
Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt een groenblauw woonmilieu met circa 8.000 woningen mogelijk. Het programma voor Strandeiland is daarmee in lijn met de Koers 2025. 3.4.3
Ruimte voor de Economie van Morgen
Met de Koers 2025 heeft het College van Burgemeester en Wethouders ingezet op de bouw van minimaal 50.000 woningen voor de komende tien jaar. Maar dat betekent niet dat Amsterdam de komende jaren alleen maar woningen zal bouwen. Een complete stad heeft veel meer nodig zoals scholen, cultuur, bruggen, maatschappelijke instellingen, sportfaciliteiten, openbaar vervoer en parken. Met Ruimte voor de Economie van Morgen biedt het College economische bouwstenen voor nieuwe gebiedsontwikkeling. Met deze bouwstenen als opgaven voor ruimtelijk projecten wordt het vestigingsklimaat van Amsterdam versterkt, en bieden de nieuwe delen van Amsterdam ook kansen voor nieuw en divers ondernemerschap waardoor iedereen kan profiteren van economische groei in de stad. Voor deze periode agendeert Ruimte voor de Economie van Morgen drie ruimtelijk-economische opgaven: 1.
Sluit aan bij de vestigingsbehoefte van de stedelijke kenniseconomie;
Om de groei van de stedelijke economie te faciliteren zijn gemengde woonwerkmilieus met zelfstandige kantoorruimte en voorzieningen belangrijk. Door deze gemengde milieus te ontwikkelen sluit Amsterdam aan bij hedendaagse vestigingstrends en het toenemende belang van nabijheid in de moderne diensteneconomie. Voor de menging met kantoren worden vier typen woon-werkmilieus onderscheiden: internationaal topmilieu, multimodale knooppunten, innovatiedistricten en creatieve wijken. Deze vormen de basis voor een nieuwe geactualiseerde kantorenstrategie die niet uitgaat van monofunctionele kantoorparken, maar streeft naar gemengde milieus waar vraag naar is. 2. Ontwikkel Amsterdam als inclusieve stad van en voor iedereen, en maak ruimte voor economische diversiteit; Koers 2025 heeft in totaal 230 hectare bedrijventerrein aangewezen voor nieuwe stedelijke groei. Daarvan is een groot deel in de Structuurvisie 2040 aangewezen als bedrijventerrein voor ‘stadsverzorgende’ bedrijven. Het inzetten van deze bedrijventerreinen voor stedelijke groei vraagt om
Gemeente Amsterdam
blz. 84
een nieuwe visie voor ruimte voor bedrijven in de stad. Ruimte voor de Economie van Morgen gaat in lijn met Koers 2025 uit van deze transformatie van bedrijventerreinen, en ontwikkelt, in het belang van sociaal-economische diversiteit, een ruimtelijke strategie voor het behoud van bedrijven in stad en regio. Deze bedrijvenstrategie bestaat uit de volgende elementen: Integratie van bedrijven die passen in woon-werkmilieu in nieuwe productieve wijken en stadsstraten; Duidelijke keuzes maken voor invulling laatste kavels bedrijventerrein; Reserveren van ruimte voor verplaatsende bedrijven om stedelijke groei mogelijk te maken; Behouden van bedrijvigheid in de metropoolregio; Coördinatie tussen projecten, gronduitgifte en metropoolregio is noodzakelijk om verplaatsende bedrijven plek te bieden, om te bouwen voor eindgebruikers en om ondernemerschap te behouden voor stad en regio. 3. Houd rekening met economische dynamiek en verandering. Vier nieuwe stedelijke woon-werkmilieus – internationaal topmilieu, innovatiedistricten, creatieve wijken en productieve wijken – zijn gebaseerd op economische scenario's die door de metropoolregio en de Amsterdam Economic Board zijn ontwikkeld.
Door bij gebiedsontwikkeling woon-werkmilieus adaptief te bouwen is ruimtelijke aanpassing en bijsturing mogelijk, en blijft de economie van Amsterdam weerbaar, divers en flexibel bij economische voor- en tegenspoed, en bij veranderingen die voortkomen uit geopolitieke en technologische ontwikkelingen. Relevantie voor het plangebied Strandeiland krijgt een groenblauw woonmilieu en wordt een dynamische en toekomstbestendige wijk in samenhang met de benodigde maatschappelijke voorzieningen en commerciële functies. De Pampuslaan vormt de hoofdroute die de verschillende eilanden met elkaar verbindt, zowel te voet, met de fiets, met het OV (tram- en bushalte is hier aanwezig) als met de auto. Dagelijkse voorzieningen worden langs de Pampuslaan en zijn daardoor voor alle bewoners van Strandeiland goed bereikbaar. Dit sluit aan bij de hedendaagse vestigingstrends. Strandeiland betreft geen aangewezen locaties voor wat betreft de transformatie van een bestaande gebied naar-, of ontwikkeling tot een bedrijventerrein. Wel biedt Strandeiland plaats voor passende bedrijvigheid, zoals bedrijven in de 'maakindustrie'. De bedrijven krijgen een plek op de Makerskade.
In eerste instantie is deze plek bedoeld voor bedrijven die tijdens de bouw van Strandeiland nodig zijn Dank aan de vestiging van bedrijven zoals, schilders, loodgieters, ambachtelijke voedselproducenten maar ook bedrijven die materialen aanleveren en tijdelijk opslaan. Verder vormt de Makerskade de plek voor nutsvoorzieningen, zoals een onderstation, een waterzuiveringsgebouw en een gemeentewerf. Dit sluit aan bij de opgave 'inclusieve stad van en voor iedereen en ruimte voor ecologische diversiteit'. Ten slotte voorziet Strandeiland niet in monofunctionele kantorenparken maar in maximaal 10.000 m² kantoren voornamelijk rondom de Havenkom en de Makerskade, waarvan maximaal 1.000 m² per kantoor. De vestiging daarvan wordt specifiek toegewezen. Samen met flexwerklocaties zijn deze functies aan de westkant van het eiland gesitueerd in de buurt van horeca, winkels, bedrijven, culturele instellingen en het strand. Conclusie Het programma voor Strandeiland draagt bij aan de ruimtelijk-economische opgaven die in het kader van Ruimte voor de Economie van Morgen voor Amsterdam zijn gedefinieerd.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 85
3.4.4
Woonagenda 2025
De Woonagenda 2025 (2017) is een kaderstellend en richtinggevend document voor het woonbeleid van Amsterdam tot 2025. De Woonagenda heeft als uitgangspunten voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025. Uit de prognose van de woningbehoefte en de woningvoorraad blijkt dat in 2025 het grootste tekort zit in de gereguleerde huurvoorraad: een voorraad van 39% terwijl 49% van de huishoudens behoefte heeft aan deze woningen. De voorraad middeldure huur groeit volgens de prognose naar 9%, waardoor de voorraad meer in de buurt komt van de behoefte (11%). Ook in het dure deel van de koopsector wordt in een tekort voorzien. Anders dan de huishoudens die een voorkeur hebben voor de goedkope huur en middeldure huur, kunnen huishoudens die duur willen kopen uitwijken naar middensegment koop of goedkope koop. In deze delen van de woningvoorraad wordt de voorraad groter dan de behoefte. Dit geldt ook voor de voorraad dure huurwoningen (4% behoefte ten opzichte van 14% voorraad). Voor het uitgangspunt ‘voldoende woningen’ is de ambitie om de woningvoorraad en de woningbehoefte in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. De constateringen uit de prognose zijn hierbij leidend. Een van de acties die hierbij horen betreft het stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering met 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop.
Per plangebied bepalen wordt bepaald welk programma wordt gerealiseerd. Daarnaast is het streven om een significant deel van het middensegment in de nieuwbouw groter te maken dan 70 m². De acties voor ‘betaalbare woningen’ zijn gericht op de herziening van de woonruimteverdeling, het gerichter verhuren van middeldure huurwoningen aan middeninkomens en passend wonen in de huursector. Het derde uitgangspunt van de Woonagenda is ‘goede woningen’. Woningkwaliteit, duurzaamheid en bewonersondersteuning staan hierbij centraal. In 2025 hebben woningen minder achterstallig onderhoud en zijn gezonder, veiliger en comfortabeler om in te wonen. Relevantie voor het plangebied Het stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering is 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. Om voor Strandeiland passende woningen, de ruimtelijke kwaliteit én de duurzaamheidsmaatregelen te kunnen realiseren, is gekozen voor een programmering van 40% sociale huurwoningen, 25% middensegment huur- en koopwoningen en 35% vrije sector huur- en koopwoningen. Dit is reeds in het Stedenbouwkundig plan op deze wijze vastgesteld. Voor Strandeiland is een mix van gestapelde en grondgebonden woningen voor verschillende doelgroepen met een accent op gezinnen voorzien. Deze laatste doelgroep kiest meestal voor een grotere woning met bij voorkeur een tuin of een buiten.
Met de voorgestelde woningbouwprogrammering (40-25-35) voorziet dit plan in de doelstelling om gezinnen die bewust kiezen voor de stad een plek te bieden en het bevordert de doorstroming in de bestaande voorraad.
Gemeente Amsterdam
blz. 86
3.4.5
Detailhandelsbeleid 2018-2022 'Sterke winkelgebieden in een groeiende stad'
Amsterdam heeft de afgelopen jaren ingezet op het gezond houden van winkelgebieden en het beperken van de winkelleegstand. Met succes: de detailhandel functioneert redelijk tot uitstekend. Omzetten stijgen, het aantal banen groeit, relatief weinig winkels staan leeg en de winkelhuren ontwikkelen zich op de meeste plekken in de stad gunstig. Ondanks deze positieve ontwikkelingen, zijn er ook aandachtspunten voor winkels. Door veranderd consumentengedrag is er minder vraag naar winkels. Tegelijkertijd groeit het aantal inwoners en bezoekers en is er mogelijk meer behoefte aan winkels. Leegstand ligt nog op de loer in een aantal winkelgebieden. Ook de diversiteit van het winkelaanbod staat in sommige winkelstraten onder druk doordat het vooral gericht is op bezoekers. Dit detailhandelsbeleid kan gebruikt worden voor het beoordelen van en/of het aanvragen van (omgevings)vergunningen voor (ver)bouw van winkelpanden. Ook geldt het als richtinggevend beleidskader voor het ontwerpen en actualiseren van bestemmingsplannen. Voor ontwikkelaars biedt het beleid duidelijkheid over waar de stad mogelijkheden ziet. Bij het uitwerken van plannen voor woningbouw wordt dit beleid gebruikt voor een zorgvuldige afweging of er meer winkels nodig zijn in de nieuwe woongebieden die in kaart zijn gebracht in Koers 2025 'Ruimte voor de stad'.
Het Detailhandelsbeleid 2018-2022 focust daarom 2 doelen: De mogelijkheid om lang leegstaande winkels of winkelgebieden zonder toekomstperspectief om te zetten naar andere commerciële functies, zoals een werkruimte voor zzp'ers, een lunchroom of een sportschool. De mogelijkheid dagelijkse boodschappen in de buurt te kunnen doen en keuze hebben uit verschillende aantrekkelijke winkelgebieden verspreid over de stad. Daarbij is er beperkt ruimte voor nieuwe winkels in sterke winkelgebieden en in gebieden waar genoeg woningen worden bijgebouwd. Deze doelstellingen vormen de basis voor de ruimtelijke ambities van Amsterdam voor winkels de dagelijkse en niet-dagelijkse inkopen. Om die ambities waar te maken in de verschillende delen van de stad, is Amsterdam verdeeld in drie zones. Dit zijn de kernzone de centrumzome en de stadszone. Strandeiland maakt geen onderdeel uit van deze drie gebieden en wordt aangewezen als een woningbouwplan in voorbereiding/uitvoering. Naast gebiedsgericht beleid gelden er algemene beleidsregels voor alle winkelgebieden. Hieronder volgt een opsomming van algemene beleidsregels die voor Strandeiland relevant zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Geen losstaande winkels, maar een clustering van het winkelaanbod in winkelgebieden; Selectieve groei van het aantal winkel(meters) ter voorkoming van winkelleegstand; Versterken van winkelgebieden met potentie; Winkels in dagelijkse artikelen worden in stadsstraten geclusterd rondom de supermarkt(en); Ruimte voor horeca en mengformules in winkelgebieden; Afhaalpunten en online winkels: regelgeving per type internetwinkel; Markten en staanplaatsen zijn versterkend aan het winkelaanbod;
Verder geldt dat nieuwe plannen voor detailhandel aan de Regionale Adviescommissie Detailhandel (Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid, hierna ADZ) dienen te worden voorgelegd. Deze commissie brengt verplicht advies uit aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland over gemeentelijke (ruimtelijke) plannen met een detailhandelscomponent groter dan 1500 m² winkelvloeroppervlak met uitzondering van plannen in bestaande winkelcentra groter dan 25.000 m² waarbij de ondergrens 3000 m² winkelvloeroppervlak is. Relevantie voor het plangebied In het SP is voor Strandeiland uitgegaan van 10.000 m² aan detailhandel en horeca. Dit is ter advisering bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 87
aan de ADZ voorgelegd. De ADZ heeft de gemeente Amsterdam verzocht het haalbare programma voor detailhandel en horeca nader te onderzoeken. DTNP heeft hiervoor onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 2 deze toelichting. De belangrijkste resultaten uit dit onderzoek worden hieronder samengevat: De kwalitatieve en kwantitatieve analyse resulteren in een haalbaar programma detailhandel voor Strandeiland van naar verwachting circa 8.000 m² bvo. Overall beschouwd wordt een sterk en compleet boodschappenaanbod met een detailhandelsprogramma van circa 6.000 m² bvo dagelijks (met 2 moderne en als basis) en 2.000 m² bvo niet-dagelijks aanbod een realistisch programma in deze stedelijke context geacht. Naast detailhandel zullen ook verschillende ambachtelijke en andere publieksgerichte dienstverlenende bedrijven en consumentvezorgende dienstverlening deel uitmaken van het wijkgerichte programma. De geschatte ruimte voor commerciële dienstverlening op Strandeiland is, aansluitend bij het toekomstige draagvlak in de wijk, circa 1.000 m² bvo. Voor detailhandel is clustering belangrijk. Bekend is dat individuele vestigingen profiteren van de loopstromen van nabijgelegen detailhandel. Daarnaast is het gemakkelijker voor consumenten als diverse winkels bij elkaar staan.
Ook is clustering efficiënter en duurzamer omdat er minder laad- en losplekken voor bevoorrading nodig zijn, net als minder fietsparkeerplekken. Onder detailhandel valt ook ‘consumentverzorgende dienstverlening’, zoals kappers, nagelstudio’s of stomerijen. Omdat deze functies een meer eigen publieksstroom hebben vanwege de specifieke behoefte die ze vervullen, zijn ze niet afhankelijk van de bezoekersstromen van andere functies en kunnen deze zich meer verspreid over het eiland vestigen. Voor Strandeiland wordt een zo compleet mogelijk voorzieningenaanbod gerealiseerd. Het detailhandelsprogramma in het centrumgebied dient wijkverzorgend te zijn. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt circa 8.000 m² bvo aan detailhandel mogelijk. Hiermee wordt een haalbaar programma detailhandel voor Strandeiland gecreëerd. De haalbare bruto vloeropperlakte voor detailhandel is vertaald naar de regels van dit plan. Het beoogde programma voor Strandeiland is afgestemd met ADZ en (d.d. 1 april 2020) akkoord bevonden. Het bestemmingsplan bepaalt welke functies zijn toegestaan in bepaalde panden/gebieden. Detailhandel is mogelijk ter plaatse van de gemengde bestemmingen (Gemengd 1, 2 en 3) toegestaan waarmee de detailhandel wordt geclusterd ter plaatse van de Havenkom en de Makerskade. Verder is een algemene gebruiksregeling in artikel 31.7 opgenomen.
Deze bepaalt dat detailhandel enkel ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' en enkel op de begane grond is toegestaan met een maximaal oppervlak van 500 m² (m.u.v. supermarkten). Detailhandel in volumineuze goederen is niet toegestaan. Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de gekozen regeling voor detailhandel in lijn is met het gemeentelijke detailhandelsbeleid 2018-2022. 3.4.6
Horecanota stadsdeel Oost 2012
Amsterdam wil een vriendelijke, gastvrije stad zijn. Een stad met een dynamisch uitgaansleven dat zich goed verhoudt tot wonen, werken en leven in de stad. Ondernemers worden gestimuleerd een stapje extra te zetten en verantwoordelijkheid te nemen voor wat zich afspeelt in de openbare ruimte. Het horeca- en terrassenbeleid van Amsterdam is opgenomen in beleidsplannen per stadsdeel. Voor Strandeiland is de horecanota stadsdeel Oost (2012) van toepassing. De ambitie voor dit stadsdeel luidt als volgt: Prettig wonen staat voorop
Gemeente Amsterdam
blz. 88
Bij de ontwikkeling van het horecabeleid staat prettig wonen en het versterken van de levendigheid voorop. Oost wil dat bewoners met plezier in het stadsdeel wonen. Kwalitatief goede horeca is daar onderdeel van. Leefbaarheid is een randvoorwaarde. Horeca moet passen bij een buurt en de bewoners. Want iedere buurt in Oost heeft een eigen karakter. De in het water aangelegde stadswijk IJburg, is een bijvoorbeeld een wijk met veel jonge gezinnen. De diversiteit van het stadsdeel komt ook terug in het horeca- aanbod. Dat wordt de laatste jaren, door de komst van spannende horecaconcepten, steeds aantrekkelijker voor de eigen bewoners én mensen van buiten Oost. Ook komen er steeds meer festivals naar het stadsdeel. De komende jaren zet het stadsdeel in op kwalitatief hoogwaardige horeca en diversiteit in het aanbod. Het stadsdeel biedt ruimte om in te kunnen spelen op trends en ontwikkelingen in de horecabranche, en houdt daarbij nadrukkelijk oog voor het woon en leefklimaat. In het horecabeleid is daarom ook aandacht voor maatschappelijk verantwoord horecabeleid en handhaving. Stadsdeel in opkomst Oost is ook een stadsdeel in opkomst. Door de realisatie van nieuwe woonbuurten waaronder Zeeburgereiland en Strandeiland zal dit vele nieuwe bewoners naar Oost brengen, die (willen) gebruik gaan maken van de diverse voorzieningen.
Het stadsdeel zet de komende jaren in op een groei in het aanbod dat gelijk opgaat met de groei van het stadsdeel. Relevantie voor het plangebied Horeca is op Strandeiland zowel in de Havenkom, bij het strand als ook elders in de wijk gepland. De horeca aan de strandboulevard zal een wijkoverstijgende functie hebben. Uit de kwantitatieve, wijkgerichte analyse komt een basisprogramma horeca voor Strandeiland van circa 4.500 m² bvo groot. Dit betreft het programma dat logisch past bij de bevolkingsomvang- en samenstelling van het gebied. Daaropvolgend is een kwalitatieve analyse uitgevoerd. In deze kwalitatieve analyse zijn enkele succesvolle (internationale) horecagelegenheden genoemd, om de potentieel kansrijke locatie te benadrukken. Hoewel een boulevard in potentie voor wijkoverstijgende concepten perspectiefrijk is, is de mate van succes sterk afhankelijk van de kwaliteit van de ondernemers en de gezamenlijke aantrekkingskracht van het horecacluster. Op grond van de kwantitatieve berekening, hedendaagse trends, veranderend consumentengedrag, toenemende rol van horeca en de toekomstige locatie en haar context kom het indicatief totale haalbare horecaprogramma op 5.500 tot 8.500 m² bvo. De haalbare omvang hangt sterk af van de te realiseren kwaliteit en aantrekkingskracht van de strandboulevard.
Om nieuwe horeca op deze nieuwe locatie kansrijk van de grond te laten komen wordt in het onderzoeksrapport geadviseerd de onderkant van de ingeschatte omvang van het horecaprogramma als uitgangspunt voor het bestemmingsplan te hanteren. Voor het voorliggende bestemmingsplan is echter rekening gehouden met 8.000 m² bvo horecamogelijkheden. Met strenge(re) voorwaarden kan worden gewaarborgd dat geen m² bvo horeca wordt gerealiseerd daar waar geen behoefte aan is. Ook wordt een maximum aantal m² bvo per horecacategorie per vestiging vastgelegd. Voor horecacategorie 1 (fastfood) geldt een maximum van 150 m² bvo per vestiging. Voor horecacategorie 3 (café) 200 m² bvo en voor categorie 4 (restaurant/lunchroom/koffiezaak) 250 m² bvo per vestiging. Om een goede spreiding van horeca over het hele eiland te faciliteren, zijn de horecamogelijkheden op Strandeiland verdeeld over drie gebieden. 70% van de horecagelegenheden komen aan de Strandboulevard, aan weerszijden van de Pampuslaan ter hoogte van de entree tot het eiland en in de Havenkom te liggen. De overige 30 % (2.400 m²) kan op andere plekken op Strandeiland komen. Deze 30% is opgedeeld in twee gebieden van 15% waardoor spreiding van het aantal horecazaken geborgd is. In artikel 31.6 zijn algemene gebruiksregels voor horeca opgenomen. Ter plaatse van de bestemmingen bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 89
'Maatschappelijk', 'Sport 1 en 2' is enkel additionele horeca toegestaan. Ter plaatse van de bestemming 'Groen' is enkel horeca in de categorie III en IV toegestaan. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt circa 8.000 m² bvo aan horeca mogelijk. Hiermee wordt een haalbaar horecaprogramma voor Strandeiland gecreëerd. De haalbare bruto vloeropperlakte voor horeca is vertaald naar de regels van dit plan. Het beoogde programma voor Strandeiland is afgestemd met ADZ en (d.d. 1 april 2020) akkoord bevonden. Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de gekozen regeling voor horeca in lijn is met het gemeentelijke horeca- en terrassenbeleid van het stadsdeel Oost. 3.4.7
Kantorenstrategie 2017 en Kantorenplan 2019 - 2026
Op 29 november 2017 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de Kantorenstrategie 2017 vastgesteld. Dit beleid is een actualisatie van de kantorenstrategie uit 2011. De inzet in 2011 was: terugdringen van de kantorenleegstand door beperking van de nieuwbouw, meer transformeren en herontwikkelen van leegstaande kantoren. De strategie was erop gericht om samen met de regio te komen tot een blijvend gezonde en toekomstbestendige kantorenmarkt. Die inzet is succesvol gebleken: de leegstand daalde van 18% naar 12,8% per 1 januari 2017. Er is veel getransformeerd, waardoor o.a. vele nieuwe woningen en hotelkamers zijn gerealiseerd, en verouderde kantoorruimte is herontwikkeld. In de kantorenstrategie 2017 is aangegeven dat er steeds meer behoefte is aan kantoren op gemengde en goed verbonden locaties, ook al op korte termijn (tot 2020). Voor de korte termijn is er voldoende planvoorraad om in de uitbreidingsvraag (inclusief Brexit) te voorzien maar die voorraad ligt niet altijd op de juiste locaties. De behoefte aan kantoren betreft dus vooral een kwalitatieve vraag. Ook is er veel behoefte aan kantoorruimte voor kleine ICT, communicatie en zakelijke dienstverlening bedrijven en ruimte voor innovatieve kantoorconcepten op meer informele plekken in de stad. Er is nog steeds behoefte aan transformatie en leegstandsaanpak op monofunctionele kantoorlocaties.
Transformatie leidt tot gemiddeld 1.250 nieuwe woningen per jaar. De volgende voorstellen zijn opgenomen in de Kantorenstrategie 2017: 1. De huidige planvoorraad van 970.000 m² flexibel inzetten waar op korte termijn (tot en met 2020) nieuwe kantoren zijn gewenst, te weten Zuidas, Arenapoort, Amstelstation, Lelylaan, Houthaven, Marineterrein, Oostenburg en Noordelijke IJoever; 2. Amsterdam gaat door met de transformatie van de monofunctionele kantoorlocaties Amstel III, Riekerpolder en Sloterdijk naar aantrekkelijke, gemengde woon- werkgebieden in de stad. Sloterdijk Centrum en I zijn onderdeel van de gebiedsontwikkeling van Haven Stad; 3. Amsterdam verkent waar vanaf 2020 nieuwe, gemengde gebiedsontwikkeling mogelijk is als gevolg van de dalende leegstandscijfers. Na 2020 wordt ingezet op nieuwe planvoorraad voor gebieden als Schinkelkwartier, Schipholkerncorridor (samen met de regio, buurgemeenten en provincie), uitbreiding van de Zuidas aan de westkant onder en boven de A10, Arenapoort, Sloterdijk, noordelijke IJ-oever/ Hamerkwartier, kansen verdichting Overamstel/ A2/ Joan Muijskenweg en A9/ Gaasperdam. Het gaat niet om monofunctionele kantoorontwikkelingen maar om gemengde woon-werkgebieden (uitzondering: Overamstel). Samen met de regio, de buurgemeenten, stadsdeel Oost en Zuidoost wordt het gebied rond station Duivendrecht verkend; 4.
Bij alle grote gebiedsontwikkelingen zoals Sluisbuurt, CAN gebied, Centrumeiland en K-buurt wordt een gemengd woon-werkmilieu gecreëerd met ruimte voor voorzieningen waaronder kantoren. Die ruimte is flexibel zodat die eventueel tijdelijk kan worden gebruikt voor andere functies afhankelijk van de vraag. Een uitstekende bereikbaarheid en goede connectiviteit met de stad zijn daarbij voorwaarden.
Gemeente Amsterdam
blz. 90
Kantorenplan 2019 - 2026 Met de Kantorenstrategie 2017 is voldoende ruimte voor tenders en kantoorontwikkelingen op de juiste plekken in de stad mogelijk gemaakt. Echter de beschikbare gemeentelijke grond op OV-knooppunten is schaars. Als gevolg daarvan is de gemeente voor kantoorontwikkelingen in veel gevallen afhankelijk van marktpartijen met een grond- of erfpachtpositie, die mogelijkheden hebben voor transformatie, herontwikkeling en/of verdichting. De behoefte aan kantoorruimte blijft hoog en het einde van de vraag naar vooral duurzame en goed OV-bereikbare kantoren is nog niet in zicht. Dit vraagt extra regie op het realiseren van nieuwe kantoren. Het doel van het Kantorenplan 2019-2026 is een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woonwerkmilieus beschikbaar zijn voor de uitbreidingsvraag van 125.000 m2 kantoor per jaar. Voor dit doel gelden de volgende uitgangspunten: Meer en sneller kantoren ontwikkelen om te voldoen aan de marktvraag; Toekomstbestendige kantoren: flexibel, efficiënt, bereikbaar en klimaatneutraal; Transformatie van monofunctionele kantoorlocaties met behoud van werk; Realiseren van gemengde woon-werkmilieus.
Het Kantorenplan 2019-2026 sluit aan op de kantorenstrategie 2017, de Economie van Morgen (de ruimtelijk economische visie van Amsterdam, 2017) en de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (2019). Relevantie voor het plangebied Een groot kantorencluster is op Strandeiland vanwege de wat perifere ligging niet haalbaar noch gewenst. De werkfunctie op Strandeiland is vooral te vinden in flexwerklocaties met collectieve voorzieningen. Uit bijlage 1 behorende bij de Kantorenstrategie 2017 blijkt dat voor Strandeiland en Centrumeiland samen een maximum van 10.000 m² is gereserveerd voor kleinschalige kantoren (kleiner dan 1.000 m² bruto vloeroppervlak). Voor de vestiging van deze (flex)werklocaties zijn bereikbaarheid en levendigheid van belang. Om deze reden zijn de Havenkom en de Makerskade met horeca, winkels, bedrijven, culturele voorzieningen en het strand de meest geschikte vestigingsplekken voor kantoren. Conclusie Met de beoogde 10.000 m² (kleinschalige) kantoren voor Strandeiland wordt aan het actuele gemeentelijke kantoorbeleid invulling gegeven. Het maximale oppervlak aan kleinschalige kantoren op Strandeiland wordt door het stellen van nadere regels gewaarborgd. 3.4.8
Sportvisie 2025
Amsterdam is een alom erkende sportstad die uitnodigt tot (sportief) bewegen door een beweegvriendelijke en -stimulerende inrichting van de openbare ruimte, een duurzame en toegankelijke sportinfrastructuur en een rijk en divers aanbod van sport- en beweegactiviteiten voor alle Amsterdammers. De sportvisie staat op vier pijlers en is uitgewerkt in negen speerpunten. 1. Sportparticipatie Alle Amsterdamse kinderen genieten van sport en bewegen. Voor Amsterdammers met een achterstand of beperking biedt het brede scala aan sportaanbieders een passend sport- en beweegaanbod. In Amsterdamse wijken en buurten brengt sport plezier in het leven van alledag.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 91
2. Sportieve ruimte Amsterdam heeft een toegankelijk, aantrekkelijk en duurzaam aanbod van sportieve ruimte en (top) sportaccommodaties, die bijdragen aan de kwaliteit van de stad, wijken en buurten. 3. Sportaanbieders Amsterdam kent een rijk en divers palet aan vitale en maatschappelijk actieve sportaanbieders, die actief sporten en bewegen toegankelijk maken voor alle Amsterdammers. 4. Topsport Amsterdam is een nationaal en internationaal erkende (top)sportstad met structurele faciliteiten voor topsporters en toptalent en aansprekende evenementen die bijdragen aan de sportieve uitstraling en maatschappelijke en economische ontwikkeling van de stad. De 9 speerpunten zijn als volgt geformuleerd: 1. Amsterdam grijpt de groei van de stad aan om bestaande sportaccommodaties en faciliteiten te optimaliseren en breidt het sportareaal waar nodig uit. 2. Amsterdam borgt de basiskwaliteit van gemeentelijke sportaccommodaties en ontwikkelt actief gastheerschap op haar accommodaties. Investeringen op bestaande en nieuwe gemeentelijke sportaccommodaties zijn duurzaam. 3. Amsterdam realiseert een beweeg- en sportvriendelijke openbare ruimte. 4. Amsterdam ondersteunt en faciliteert sportaanbieders en begeleidt de match tussen Amsterdammers, aanbieders, ruimte en topsport. 5.
Amsterdam zorgt samen met haar partners voor een structureel sport- en beweegaanbod voor kinderen en Amsterdammers met een achterstand of beperking. 6. Amsterdam benut de kracht van sport in (achterstands)wijken voor plezier, maatschappelijke participatie, gezondheid en wijkontwikkeling. 7. Amsterdam investeert samen met haar partners structureel in de op- en uitbouw van een professioneel topsportklimaat waarin excelleren mogelijk is. 8. Amsterdam gebruikt de kracht van topsport als impuls in de sportstimulering, het betrekken van het Amsterdamse bedrijfsleven en voor de promotie van Amsterdam. 9. Amsterdam creëert een transparant speelveld door eenduidige subsidies en tarieven en de centrale verhuur van gemeentelijke accommodaties. Relevantie voor het plangebied In het stedenbouwkundig plan is aandacht aan Sport. Het aantal vierkante meters georganiseerde sport op IJburg 2 (waarbij 1.500 woningen op Centrumeiland en 500 woningen op Buiteneiland zijn meegerekend) komt uit op 84.000 vierkante meter georganiseerd buitensport (op IJburg 2), 8.000 m² sporten in de openbare ruimte van Strandeiland, 3.000 m² ten behoeve van een sporthal en 2.500 tot 3.500 m² ten hoeve van een zwembad. Hiermee wordt voldaan aan de Amsterdamse sportnorm.
De vierkante meters voor georganiseerde buitensport zijn uitsluitend voor sportvelden en exclusief de benodigde ruimte voor paden, omliggend groen en overige voorzieningen. Op Strandeiland worden naast permanente functies ook diverse tijdelijke sportvoorzieningen mogelijk gemaakt. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 2.2.4. Het voorliggende plan is in lijn met het gemeentelijke sportbeleid. 3.4.9
Groenvisie 2050
Amsterdam groeit. De komende jaren worden er elk jaar zo'n 7.500 woningen bijgebouwd. Er wordt vooral gebouwd in bestaand stedelijk gebied. De gemeente Amsterdam wil dat de groei van de stad niet ten koste gaat van het groen dat de stad omringt. Het mag ook niet ten koste gaan van het groen in de stad.
Gemeente Amsterdam
blz. 92
Met de concept-Groenvisie schetst de gemeente een beeld als groene stad en hoe de gemeente de stad tussen nu en 2050 verder wil gaan vergroenen. De visie heeft tot eind juni 2020 als concept ter visie gelegen. Vaststelling is voorzien in voor het einde van 2020. De Groenvisie gaat kort samengevat in op 4 redenen waarom groen belangrijk is, namelijk: gezondheid, sociaal welzijn, klimaatadaptatie en natuur. Aan de hand van 4 principes komen deze thema's terug, namelijk: 1. 2. 3. 4.
De gemeente zorgt voor genoeg gevarieerd groen voor iedereen; Groen draagt bij aan zoveel mogelijk opgaven; De stad wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; Aan groen werken we samen.
Relevantie voor het plangebied Strandeiland wordt een groenblauwe woonbuurt met gemengde stedelijke woonmilieus met bijna 6 hectare aan groen voor onder meer sporten, spelen en ontmoeten. Aan de zuidzijde is een ruige natuurkant met zand en groen voorzien. Ook wordt in een 750 meter lang stadsstrand voorzien. De verschillende woonmilieus zijn voorzien van groene daken, pleinen en binnenterreinen. Voor Strandeiland wordt een groennorm van ca. 40 m2 openbaar groen per woning gehanteerd. Dat is een veel hogere norm dan de standaardnorm (28 m²) van Amsterdam. Verder worden in de regels eisen gesteld aan de rainproofopgave. Klimaatadaptief bouwen zal vooral bij uitgifte van de kavels worden opgenomen in de kavelregels/bouwenveloppen. Al met al kan worden gesteld dat met de beoogde invulling van Strandeiland volop invulling wordt gegeven aan het toekomstige groenbeleid van de gemeente Amsterdam. 3.4.10 Nota Parkeernormen In de Nota Parkeernormen Auto (vastgesteld op 8 juni 2017) zijn de nieuwe parkeernormen voor auto’s vastgesteld voor nieuwbouw en transformatieprojecten in de stad. De gemeente wil de stad bereikbaar en leefbaar houden met voldoende en aantrekkelijke openbare ruimte en meer ruimte voor de fietser en voetganger.
Met de verwachte groei van de stad (woningen, kantoren etc.) is het noodzakelijk dat Amsterdam grenzen stelt aan het aantal geparkeerde auto’s in de openbare ruimte. De nieuwe parkeernormering levert een bijdrage aan de regulering van het aantal geparkeerde auto’s op straat. Bewoners van nieuwbouw krijgen geen parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. De nieuwe bewoners moeten dus het wel of niet beschikbaar zijn van een parkeerplaats op eigen terrein, meenemen in hun keuze voor een woning. In de nota zijn een aantal belangrijke bestuurlijke keuzes gemaakt: 1. Het college kiest ervoor om bij nieuwbouw geen parkeervergunning aan huurders, kopers en werknemers te verlenen. Huurders, kopers en werknemers van de nieuwbouw krijgen geen parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. Hierdoor zijn er minder parkeerplaatsen op straat nodig. 2. Het college kiest voor parkeernormen die aansluiten bij het autobezit. Met parkeernormen die aansluiten bij het feitelijke autobezit zorgen wordt ervoor gezorgd dat er voldoende parkeerplaatsen bij nieuwbouw wordt gerealiseerd in die gebieden in de stad waar de grootste woningbouwopgave is. Hiermee wordt voorkomen dat er parkeerproblemen op straat ontstaan. 3.
Het college kiest ervoor om bij sociale- en middeldure huurwoningen geen minimumparkeernorm te stellen. Door geen minimumparkeernorm te stellen hebben woningcorporaties en andere ontwikkelaars van sociale en middeldure huurwoningen de keuze of zij parkeerplaatsen op eigen terrein maken of niet. Ook voor de nieuwbouw van sociale en middeldure huurwoningen geldt
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 93
uitsluiting van parkeervergunningen. 4. Het college kiest in beginsel voor een maximumparkeernorm van 1 parkeerplaats per woning. Door het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein per woning te maximeren houden wij de stad ook in de toekomst bereikbaar. In de Nota is een gebiedsindeling gegeven aangeduid als A, B en C gebieden.
Afbeelding ABC-locatiekaart parkeren (A = paars, B = grijs, C = oranje) Parkeernormen Alle nieuwbouwplannen en transformatieplannen worden getoetst aan de parkeernormen. De nota bevat een beschrijving onder welke omstandigheden de gemeente kan afwijken van de parkeernormen. Het gaat hierbij om het afwijken van de eis om een bepaald aantal parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen. Bij het beoordelen van de afwijkingsgronden heeft de gemeente een bepaalde beleidsvrijheid. Bij het vaststellen van parkeernormen voor voorzieningen vormen de actuele kencijfers van de CROW het uitgangspunt, gecombineerd met actuele Amsterdamse gegevens over de verkeersgeneratie van specifieke functies. Bij de toetsing aan de hand van de kencijfers wordt gebieds- en functiespecifiek gekeken of de parkeervraag op eigen terrein moet worden opgelost, of dat de parkeervraag op straat mogelijk is. Bij opvang van de parkeervraag op straat, wordt aanvullend beoordeeld of de werknemers van de betreffende voorziening in aanmerking komen voor een parkeervergunning of niet. Nota parkeren fiets en scooter Amsterdam verplicht nieuwe kantoren, horeca, onderwijsinstellingen en uitgaansgelegenheden om voldoende en goede parkeervoorzieningen voor de fiets op eigen terrein te realiseren.
Dat draagt bij de kwaliteit van de openbare ruimte, een rustiger straatbeeld en meer ruimte voor voetgangers, groen en verblijfsplekken. Welke norm er wordt toegepast, is mede afhankelijk van de locatie waar gebouwd
Gemeente Amsterdam