CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres verzoek instellen van een Burgerkamer

RAAD 14 september 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van Sociaal & Groen inzake verzoek tot het instellen van een Burgerkamer VN2022-0269674.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Sociaal & Groen idealen.visie.samen

secretariaat Ibisstraat 12

3815 TL Amersfoort

website https://nieuwsociaalengroen.nl/

e-mail nieuwsociaalengroen@gmail.com

bank NL56 TRIO 0320 4209 73

Aan de gemeenteraad van Amsterdam

kenmerk datum 6 augustus 2022 per e-mail verzonden aan: - Secreatariaatgs@amsterdam.nl - j.houtman@amsterdam.nl

betreft: – verzoek voor (onderzoek naar) het instellen van een Burgerkamer; – verzoek om besluit (raad-standpunt); – verzoek om overleg; zeer geachte raad, In onze samenleving staat democratische en bestuurlijke vernieuwing op de maatschappelijke agenda. Ook op die van de wetgever. Gemiddeld neemt rond de vijftig procent van uw gemeenteburgers nog de moeite om gebruik te maken van hun actieve kiesrecht. Geschikte wethouders en raadslieden vinden is een serieus probleem geworden (Aardema, “de vallende wethouder”). Het verloop is exorbitant. Onze democratie moet vernieuwen (“verkiezingen in een democratie: het moet niet gekker worden”/Boekscout). Het denk- en discussieplatform van Sociaal & Groen (WHD) heeft er lang en goed over nagedacht. In haar programma onder ‘democratische hervormingen’ is een voorstel “Burgerkamers” opgenomen, als antwoord op de behoefte van burgers en bestuur om aan meer democratisering en betrokkenheid met het openbaar bestuur te voldoen. Het voorstel biedt u een allesomvattend, eigentijds en innovatief model hoe u onder andere kunt voldoen aan de komende wettelijke verplichting (Wet versterking participatie op decentraal niveau) en het uitdaagrecht.

Ik zend u hierbij de link naar een populaire versie van het voorstel zoals dat is opgenomen op de website van Sociaal & Groen: https://nieuwsociaalengroen.nl/burgerkamers/ Waarom burgerparticipatie? Veranderde verhouding tussen overheid en samenleving De rol die de gemeente inneemt in de samenleving is de afgelopen jaren aan het veranderen. We hebben te maken met horizontalisering: de wens naar minder hiërarchie. Inwoners zijn kritischer en willen ervaringen, meningen en ideeën delen. Alles wat een organisatie doet is mede door de vergaande digitalisering snel zichtbaar en informatie is voor een groter publiek beschikbaar. Bovendien maken digitale ontwikkelingen het makkelijker voor inwoners om zelf het initiatief te nemen of zichzelf te organiseren. Zij verwachten hierbij een overheid die meedoet en niet meer alleen vertelt hoe het moet. Dit vraagt om een overheid die samenwerkt, faciliteert en sommige zaken steeds meer loslaat of deelt. Daarom is het belangrijk dat we onze overheden de juiste handvatten bieden om een participatieproces zorgvuldig vorm te geven.

Bij het Rathenau Instituut, dat zich al ruim 30 jaar met onderzoek en debat over de impact van wetenschap, innovatie en technologie op de samenleving bezighoudt, is, op verzoek van het Europees Parlement, onderzoek gedaan naar de condities en impact dat (digitale) burgerparticipatie op de politiek heeft (Korthagen et al, 2017). In literatuuronderzoek zijn 400 publicaties meegenomen over (digitaliserings-)processen in de Pagina 1 van 3

democratie, haar effecten en de gedocumenteerde lessen over succes en falen. Een belangrijke conclusie uit de literatuur is dat initiatieven weliswaar vaak een maatschappelijke waarde hebben – bijvoorbeeld een gevoel van gemeenschap onder deelnemers – maar dat een concrete bijdrage aan beleid of politiek vaak mist. Dat kan leiden tot onvrede bij deelnemers, betrokken politici en beleidsmakers. In het onderzoek hebben zij 22 lokale, nationale en Europese initiatieven voor digitale participatieprocessen geanalyseerd en vergeleken. Op die manier meenden de onderzoekers condities te identificeren die zorgen dat de inbreng van burgers substantieel bijdraagt aan politiek of beleid, om zo onvrede – en daarmee vergroting van de kloof tussen burger en politiek – te voorkomen. De Burgerkamer is het enige model waarbij dat ‘gevaar’ onmogelijk is. De gemeenteraad is een in politieke partijen verdeeld gremium. De Burgerkamer daarentegen is apolitiek, een logische aanvulling. De gemeenteraad vertegenwoordigt in theorie de bevolking, maar door de opsplitsing in politieke partijen en de afkeer van de gevestigde orde vertegenwoordigt de raad niet meer dan ca. 2% van de bevolking. We kunnen dus stellen dat de burger – 98 % – zich kennelijk niet wenst te laten vertegenwoordigen door een politieke partij.

In sommige wijken van grote steden is slechts 20% op komen dagen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen; een alarmerende situatie die u aangaat. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat onderschatting daarvan een gevaar inhoudt voor de democratie. Terecht of niet, het wantrouwen jegens de overheid neemt alarmerende vormen aan. Aan dat gegeven blijken de laatste decennia gevaren te kleven voor een samenleving. De burger zal een maatschappelijke ‘uitlaatklep’ moeten hebben, de noden en voorstellen zullen gehoord moeten worden. Anno 21ste eeuw is een politiek gremium zoals we dat ongeveer 180 jaar geleden vorm hebben gegeven, niet meer voldoende, zijnde verre van een vertegenwoordigende afspiegeling. Overigens staan wij in die opvatting zeker niet alleen. Vele onderzoeken onderstrepen deze analyse maar ook de participatie-behoefte en ook wetenschappelijke bureaus van politieke partijen. Niet alleen burgers verlangen naar meer democratie. De aanvankelijke actiegroep Code Oranje is hier een goed voorbeeld van. Dit was een groep van enkele honderden burgemeesters, wethouders, ondernemers, raadsleden, wetenschappers en actieve burgers die zich zorgen maken over de staat van de huidige politieke democratie. Hun pleidooi is om burgers meer invloed en zeggenschap te geven en meer kennis en kunde uit de samenleving te betrekken bij politiek en bestuur.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zit op hetzelfde spoor. Zij stelden in 2016 een ontwikkelagenda Lokale Democratie 2017-2022 op, waarin een van de pijlers meer inspraak, zeggenschap en ruimte voor eigen initiatieven van burgers is. De VNG wil daarbij uitgaan van democratie op maat waarbij differentiatie tussen gemeentes nodig zijn om tot oplossingen te komen. Zij pleiten daarom voor meer experimenteerruimte. Het Burgerkamer-voorstel van Sociaal & Groen voldoet daaraan. Inwoners nemen steeds vaker zelf het initiatief in hun leefomgeving. Als deze trend zich voortzet is de verwachting dat de komende jaren –als onderdeel van participatie- er steeds meer sprake zal zijn van initiatieven uit de samenleving of initiatieven voor het overnemen van gemeentelijke taken: het uitdaagrecht. Het is verstandig vooraf gemeentelijk beleid daarop in te richten. De tot op heden bedachte modellen (inspraak, beraad, voorlichting, wijkraden en raadpleging) bijvoorbeeld voldoen niet (meer) aan de maatschappelijke wens van nu. Uit de gesprekken die wij met (grote) gemeenten voeren blijkt dat iedere gemeente zelf vorm en inhoud probeert te geven aan burgerparticipatie, met een grote verscheidenheid aan vormen als gevolg.

Naast een enorme verspilling van tijd levert deze inefficiënte ook nog meer frustratie bij de burger en ambtenaren op, omdat geen model (volledig) beantwoordt aan de verwachtingen en behoefte. Daarom denken wij dat een eensluidend allesomvattend innovatief en eigentijds model de voorkeur geniet. Ons initiatief Enige tijd geleden hebben wij alle colleges van alle grote gemeenten (> 100.000) aangeschreven en verzocht een Burgerkamer in te stellen of met ons een oriënterend gesprek aan te gaan. De veelzijdigheid in reacties heeft ons verbaasd. De meeste gemeenten reageerden enthousiast. Een enkele gemeente probeert zich aan de verplichting te onttrekken en verwijst ons naar de bestuursrechter (zie bijlage). Een weinig coöperatieve weg die we noodgedwongen opvolgen. Helaas moeten burgerrechten soms worden afgedwongen. Inmiddels hebben we een aantal gesprekken met grote gemeenten gevoerd. Daarbij is ons een paar zaken opgevallen. Op een hoge uitzondering na is iedere gemeente bezig met burgerparticipatie. Er is geen coördinatie, iedere gemeente probeert eigen modellen en vormen te bedenken. Pagina 2 van 3

Sociaal & Groen probeert (omliggende) gemeenten samen te laten werken en te laten leren van elkanders ervaringen en wensen. De wethouders/ambtenaren reageren zeer positief. De door ons bijgeleverde documentatie was onvoldoende voor de overzichtelijkheid van het totale voorstel. Na een gesprek met ons werden de bestuurders/ambtenaren enthousiast. Het Burgerkamer-plan van Sociaal & Groen lost immers een aantal 'problemen' op en biedt tevens perspectief voor het achterliggende maatschappelijke probleem. Groot voordeel is bovendien dat het een totaal-concept is: het vervangt alle andere vormen van inspraak, beraad (energietransitie), voorlichting en raadpleging. Maar het voldoet ook aan (de geest van) wettelijke eisen, zoals bijvoorbeeld de participatieverplichting in de Omgevingswet (art. 16,55 lid 7). De Burgerkamer biedt niet alleen voordelen voor de burger, maar zeker, misschien wel meer, voor de gemeente. Dat dringt nu bij de gemeenten waarmee we gesprekken voeren door. Minder inmenging, minder rompslomp, minder 'discussies' met de burgers, minder inzet van het ambtenarenapparaat, minder procedures en dus minder kosten. Maar bovenal creëert het voorstel meer burgerlijke betrokkenheid. Het is onze overtuiging dat een goed participatiemodel bijdraagt tot hernieuwd electoraal draagvlak.

Uw college is het enige college dat nergens op reageert en behoort daarmee tot de enige uitzondering van de ruim 30 waarmee we in gesprek zijn, dus ook onze handreiking niet heeft aangenomen. Los van het feit dat uw college mogelijk in de veronderstelling leeft dat uw gemeente al vormen van burgerparticipatie kent, - die veronderstelling gaat mank -, is dit geen acceptabele wijze van communiceren met burgers die een beroep doen om gehoord te worden. Wij zijn ook burgers. Geen enkele aangetroffen vorm is overigens vergelijkbaar met de Burgerkamer. Door de opstelling van uw college mist uw gemeente een kans. De correspondentie op een rij: 15 juli 2021verzoek aan college 22 maart 2022 rappel 29 april 2022 bezwaarschrift (fictieve weigering) 5 juli 2022 in gebreke stelling (dwangsom) 5 juli 2022 3e verzoek om in contact te komen Zoals gesteld heeft uw college nergens op gereageerd. Nu gemeenten de waarde en voordelen van de Burgerkamer boven alle andere vormen beginnen te ontdekken ontstaat er behoefte aan intergemeentelijk overleg met (omringende) andere gemeenten. Sociaal & Groen probeert ambtelijke werkgroepen te vormen (waarin elkanders ervaring wordt uitgewisseld en implementatie door gedachtenuitwisseling aan kwaliteit toeneemt) waaraan uw gemeente niet deelneemt.

Helaas voor uw gemeente en uw burgers heeft uw college – ook niet na een herhaald aanbod - geen afspraak met ons gemaakt. Dat staat uw college natuurlijk vrij, maar opmerkelijk is het wel. Als uw college burgerparticipatie en initiatieven serieus neemt kan oriëntatie naar de beste vorm van burgerparticipatie niet genegeerd worden. Uw gemeente dreigt achterop te raken. Daarom schakelen wij nu u in. Wij nodigen u uit met ons in gesprek te komen. Tenslotte vertegenwoordigt u het hoogste gezag (en dat blijft overigens zo in ons voorstel). Wij bieden u aan de voordelen van de Burgerkamer toe te lichten (oriënterend gesprek) en de opgedane ervaringen met u te delen. Dat is veel meer dan hier kort beschreven. Wij vernemen graag van u.

Met vriendelijke groet, Sociaal & Groen

Wim Lanfermeijer voorzitter

bijlagen pagina 3 van 3

________________________________________________________________________________________ Kamer van Koophandel 84752327

wettelijk kader burgerparticipatie

1. Wetsvoorstel participatieverordening In het licht van de veranderende rol van de overheid is eind 2019 een concept wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau gepubliceerd. Dit wetsvoorstel regelt dat de lokale overheid inwoners in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Het voorstel biedt ook kaders voor gemeenten wanneer zij de uitvoering van beleid uit handen willen geven aan inwoners: het zogenaamde ‘uitdaagrecht’ of ‘Right to challenge’. Dit is een specifieke vorm van participatie en biedt burgers de mogelijkheid om taken van de gemeente over te nemen als zij denken dat dit beter kan. Dit is feitelijk niet veel anders dan in de praktijk al gebeurt, maar dan voorzien van een nieuw wettelijk kader, dat gevolgen heeft voor een (lokale) overheid. 2. uitdaagrecht (‘Right to Challenge’) De Memorie van Toelichting wijziging Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de participatieverordening en het uitdaagrecht van inwoners en maatschappelijke partijen (Wet versterking participatie op decentraal niveau), p 1-2 is te raadplegen via: https://www.internetconsultatie.nl/participatieverordening In maart 2021 liet minister Ollongren weten het wetsvoorstel in voorbereiding te hebben. 3.

Artikel 150 van de Gemeentewet In dat artikel staat dat de gemeenteraad een inspraakverordening moet vaststellen. Hierin staat hoe de gemeente betrokkenheid van belanghebbenden bij de voorbereiding van beleid regelt. Maar vandaag de dag is inspraak niet meer de enige manier waarop gemeenten belanghebbenden betrekken bij het maken van beleid en de uiteindelijke besluitvorming. Zij spelen steeds vaker een rol in de agendering, totstandkoming, uitvoering en beoordeling van beleid. Formele inspraak is slechts een van de vele vormen om te participeren. Het Rijk vindt daarom dat de huidige inspraakverordening niet meer aansluit bij de praktijk. Daarom stelt zij voor artikel 150 van de Gemeentewet te wijzigen zodat in de verordening, naast de betrokkenheid bij de voorbereiding van gemeentelijke beleid, ook de betrokkenheid bij de uitvoering en evaluatie van beleid staat beschreven. Gemeenten moeten duidelijk maken hoe zij met participatie in de verschillende fasen van het beleidsproces omgaan. Ook stelt de minister voor het uitdaagrecht/Right to Challenge op te nemen als onderdeel van de voorgestelde participatieverordening. De gemeenteraad kan op dat moment kaders en voorwaarden vaststellen waaronder inwoners taken van de gemeente kunnen uitvoeren.

Nu zetten we alleen nog in op het informeren van inwoners over de mogelijkheden van Right to Challenge en het voorbereiden van medewerkers op deze vorm van participatie. Om uiteindelijk – op basis van opgedane ervaringen – te komen tot een procedure en criteria voor deze manier van participeren. Dit vraagt in detoekomst dus nog om een verdere uitwerking. Inmiddels is de verwachting dat de wet Versterking Participatie gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt en dan moet binnen een jaar een lokale participatie verordening worden vastgesteld. 4. Participatie onder de Omgevingswet Het belang van participatie komt ook naar voren in de positie die participatie krijgt in de Omgevingswet. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden. De wet legt deze verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer. De wetgever verwacht echter wel dat de gemeente participatie bij initiatieven in de fysieke leefomgeving stimuleert. Daarbij is het van belang dat de gemeente in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen initiatiefnemers handvatten biedt voor zorgvuldige participatieprocessen.

https://kennisopenbaarbestuur.nl/media/257588/kamerbrief-over-voortgang-versterking-en-vernieuwing-vande-lokale-democratie-2020.pdf ter kennisname c.c. – hoofdstuk 2 en 3 (deel) uit boek “Verkiezingen in een democratie; het moet niet gekker worden” (boekscout)

2. probleem 1: verloren vertrouwen Als er één continuüm is dat het politieke publieke debat beheerst, is het wel het verloren vertrouwen in politici en de politiek als beleid. Dit wantrouwen is slechts ten dele terecht.

2.1 het systeem maakt verkopers van politici, met bijbehorende eigenschappen Vertrouwen vloeit voort uit integriteit, politici die hun woord houden, en daar gaat het inderdaad in de huidige politieke praktijk (veel) te vaak fout. In de eerste plaats ligt de oorzaak daarvan logischerwijs opgesloten in het systeem, dat gebaseerd is op stemmenwerving, en het volledig ontbreken van een competentietoetsing. Politici worden getriggerd ‘mooie dingen voor de mensen’ te (moeten) ‘verkopen’ om de kiezer voor zich te winnen en in dat proces verwatert de balans tussen belofte en haalbaarheid. Mark Rutte is berucht geworden vanwege zijn drie niet ingeloste beloftes (duizend-euro, niet morrelen aan de hypotheekrenteaftrek en geen geld meer naar de Grieken), maar heeft daar later wel publiek zijn verontschuldigingen voor aangeboden1. Maar alhoewel beloften vóór verkiezingen die erna niet waargemaakt worden regelmatig voorkomen, is het bepaald niet zo dat meer serieus te nemen integriteitsschendingen algemeen voorkomen; het zijn eerder incidenten, al is er wel een aanzienlijke toename waarneembaar, vooral bij de VVD. Toch is het juist dat met regelmaat de kiezer wordt bedonderd; de Amerikaanse regering legitimeerde een militaire aanval op Irak met een systematische leugencampagne waarmee ze een meerderheid van de bevolking wist te misleiden.

Ons parlement werd bewust misleid of informatie onthouden in diverse aangelegenheden, waarvan de Toeslagenaffaire een berucht voorbeeld is. Een tweede oorzaak is de morele inflatie van politici. Het gevolg is dat de affaires zich opstapelen. De leugen van VVD-minister Halbe Zijlstra van Buitenlandse Zaken die het volk voorliegt over een vermeende bijeenkomst met Poetin, is een uitermate ernstige misleidingszaak met een verdere vertrouwensbreuk met de bevolking tot gevolg2. De Engelse rechts-populistische Ukip-leider Nigel Farage heeft de bevolking voorgelogen met het verhaal dat het land bij een Brexit 350 miljoen pond per week bespaart, en dat dan besteed kan worden aan gezondheidszorg (National Health Service). De waarheid is heel anders: een half jaar na uittreding heeft de Brexit het land maar liefst 200 miljard pond (234 miljard euro) gekost. Uit berekeningen van Bloomberg Economics blijkt dat eind 2020 Brexit al bijna net zoveel gekost heeft als het Verenigd Koninkrijk in 47 jaar netto heeft afgedragen aan de Europese Unie3. In Nederland probeert de rechtse nationaal-populist Baudet met dezelfde misleiding en leugens Nederland uit de EU te praten.

Verder zijn er nog uiteenlopende zaken als de bonnetjesaffaire, de afhandeling van de schade door gaswinning in Groningen, een frauderende VVD-voorzitter en volksvertegenwoordigers PVV’er Dion Graus en FvD’er Theo Hiddema die een vals woonadres opgeven teneinde maximale onkosten te incasseren. De bevolking bewust beduvelen komt dus aantoonbaar voor, maar niet op massaal generieke schaal, al is de VVD wel op weg een impertinent onbetrouwbare partij te worden, als je kijkt naar de inmiddels lange lijst van VVD’ers die met justitie in aanraking zijn gekomen. De PVV is een goede tweede, maar VVD en PVV zijn niet representatief voor de andere politieke partijen. Het uitspreken van wantrouwen in alle politici is daarom een wat simpele, gegeneraliseerde afdoening van de ontevreden burger, die veel te snel en te makkelijk iedere politicus over één kam scheert. Een derde, meer in het nieuws verschijnende oorzaak ligt in het feit dat de burger de politiek niet vertrouwt omdat – zoals we constant lezen - politici niet zouden luisteren naar de kiezer. Ik durf de stelling wel aan dat daar niet veel van klopt. Uit persoonlijke ervaring weet ik dat eigentijdse politici nog nooit zoveel met de ‘gewone burger’ hebben gecommuniceerd als in de huidige tijd. Politici spreken bijna dagelijks op allerlei bijeenkomsten met burgers.

Politici tweeten en retweeten en hebben een persoonlijk bereikbaar Facebookaccount. Deze directe communicatiemogelijkheid bestond tot voor kort helemaal niet. De boze kiezer bedoelt met ‘niet luisteren’ wat anders, namelijk: ‘ze doen niet wat ik wil’, hetgeen overigens zowel waar als niet waar is. ‘Waar’, omdat ‘ ‘s lands common sense’ tegen bijvoorbeeld exorbitante verrijking en de monopoliepositie van de

1

Niels Rigter – De Telegraaf ‘Rutte zegt sorry’ (27-08-2016) Natalie Righton – de Volkskrant ‘Zijlstra loog over gesprek met Poetin’ (12-02-2018) 3 Bloomberg Economics ‘$170 billion and counting the cost of Brexit’ (10-01-2020) 2

farmaceutische industrie is, tegen de ongezonde invloed van het grootkapitaal, onredelijke boeteheffingen en nog een hele waslijst meer, maar we het tegenovergestelde in de praktijk zien gebeuren. ‘Onwaar’ omdat paradoxaal genoeg dat beleid het gevolg is van de keuze van diezelfde boze en ontevreden kiezer. Daar waar de kiezer denkt dat de overheid bijvoorbeeld nooit zou kiezen voor een volstrekt onnodig kostenverslindend zorgsysteem en afbouw van collectieve voorzieningen, voert de gekozen rechtse meerderheid een overduidelijke neoliberale agenda uit, waardoor bijvoorbeeld de farmaceutische industrie absurde bedragen kan vragen door monopolistische en beschermende regelgeving. De kiezer ziet de relatie tussen ideologie en politiek niet, mede omdat de verdiepende zuilen zijn weggevallen. De verzuiling immers zorgde voor politieke vorming en maatschappelijk-politiek bewustzijn. De kiezer, niets menselijks vreemd, geeft vervolgens de politiek de schuld van allerlei maatschappelijke misstanden, omdat het hem ontbreekt aan introspectie omtrent stem- en emotiegedrag. Vervolgens worden de politici niet vertrouwd, terwijl bij een volgende verkiezing dezelfde kiezer wel weer in grote lijnen dezelfde partij blijkt te kiezen. Als voor de kiezer het causale verband tussen stem en beleid buiten gezichtsveld ligt, is er nauwelijks nog sprake van een optimaal functionerende democratie.

De democratie is immers veel meer dan één keer per vier jaar een kruisje zetten bij een persoon of partij. Een vierde oorzaak van de vertrouwensbreuk vloeit voort uit de kwaliteit van de volksvertegenwoordigers. Als we de debatten in de Tweede Kamer volgen, blijkt ‘afspiegeling van het volk’ ook een negatieve kant te hebben: iedere politieke onbenul kan gekozen worden en dat gebeurt dan ook, met name op momenten van politieke consternatie of sociale/maatschappelijke onrust. Veel debatten, met name die waar Geert Wilders (PVV) aan deelneemt, zijn dieptepunten in onze parlementaire beschaving geworden, waarbij beeldvorming voor de huiskamers prioriteit heeft, dus emotie, en waarbij het de gemiddelde kiezer ontbreekt aan kennis die vaak benodigd is om politieke besluiten te kunnen doorgronden en toneel of tactiek te kunnen herkennen. Ik ben dan ook van mening dat weliswaar de politiek zelf een belangrijk aandeel heeft in het gegroeide wantrouwen dat de laatste decennia is ontstaan jegens de politiek, maar dat verreweg het grootste deel van dit wantrouwen besloten ligt in het systeem en het gebrek aan politiek inzicht van de kiezer zelf. Als we het vertrouwen willen herstellen, moet het systeem zo worden veranderd, dat werving van stemmen meer gericht is op inhoud, ideologie en visie, en moeten er tevens eisen gesteld worden aan de kiezer én de gekozene.

Tevens moet er grondig gekeken worden naar de wijze waarop informatie beschikbaar is, ook in het onderwijs.

2.2 systeemcrisis Ik deel de opvatting van Maarten van Rossem4, die stelt dat “kiezers te laks zijn om zich goed te informeren en politici liegen er graag op los. Daarom zijn democratieën ondemocratisch en zullen ze dat ook altijd blijven. En toch moeten we ze koesteren”. Dat neemt niet weg dat we kunnen – moeten – verfijnen. Dat massale wantrouwen, al dan niet terecht, heeft uiteraard een enorme negatieve impact op onze samenleving. Omdat kiezers vrijwel altijd ontevreden zijn over de politici die aan de macht zijn, zorgen ze regelmatig voor maatschappelijke spanningen en een wisseling van beleid, hetgeen consistentie in beleid in de weg staat. Ook veroorzaakt het extremisme, zoals het nationaal-populisme, een verklaarbare maar gevaarlijke reactie in een systeemcrisis. In Amerika, waar de systeemcrisis tot een verlammende polarisatie heeft geleid en een ronduit gevaarlijke en dus schadelijke vorm heeft aangenomen, is het afschaffen van al hetgeen de voorgaande president heeft bewerkstelligd, (hoofd-)beleid van de opvolgende president. Dat heeft met het land dienen niets meer van doen, maar wel met persoonlijke frustratie en infantiliteit. Dit heeft zijn weerslag in het vertrouwen van de kiezer in de politiek in de VS.

Het vertrouwen in de politiek, zowel in het parlement als in de regering, vertoont ook in Nederland een beangstigend dalende lijn, zo laten de onderzoeken van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) over de afgelopen tien jaar zien5. Burgers vertrouwen de media en zelfs grote bedrijven meer dan de regering of parlementariërs, terwijl ze die laatsten zelf gekozen hebben.

Democratische waarden kunnen op verschillende niveaus van abstractie worden beoordeeld. Het meest fundamenteel is de onderschrijving van de democratie zelf. Steeds vaker wordt de vraag gesteld of burgers nog wel voldoende 4

Van Rossem, Maarten – maartenonline.nl ‘Waarom democratieën ondemocratisch zijn en dat altijd zullen blijven’ Sociaal en Cultureel Planbureau ‘...daling politiek vertrouwen’ (30-06-2021);

5

waarde hechten aan de democratie. Een voorbeeld is Harvard-politicoloog Yascha Mounk die stelt dat er sprake is van een democratische erosie (Mounk, 2017), of in de woorden van econoom Ewald Engelen (2017) ‘democratische ontgoocheling’. Mondiaal is in de afgelopen drie decennia het vertrouwen in politieke instellingen, zoals parlementen of rechtbanken, abrupt gedaald in de gevestigde democratieën van Noord-Amerika en West-Europa. Dat is de conclusie van een onderzoek over de democratische deconsolidatie in westerse landen, gepubliceerd in het Journal of Democracy. Eén grafiek werd uitvoerig opgepikt door social media. Die grafiek suggereerde dat jongere generaties het nauwelijks nog essentieel vinden om in een democratie te leven6. Van burgers geboren in 1980 vindt volgens dit onderzoek slechts ca. 44% van de ondervraagde Europeanen het essentieel om in een democratie te leven, tegenover ca. 32% van de ondervraagde VS-burgers. Bij burgers geboren in 1930 is dit ca. 74% respectievelijk ca. 52%. De literatuurstudie van de Universiteit van Amsterdam (UvA, ‘De ontwikkeling van democratische kernwaarden’, 2019) signaleert dat de stelling van Mounk onhoudbaar is gebleken (Munniksma et al., 2017; Norris, 2017; Van der Meer, 2017; Voeten, 2017). In de situatie waarin we zijn geraakt kan een democratie onmogelijk naar behoren functioneren.

Een democratie moet breed gedragen worden en verankerd zijn in een rotsvaste overtuiging van een overtuigende meerderheid van de deelnemers. Daarnaast is een democratie slechts uitvoerbaar door actieve participatie van de bevolking. Als die bevolking geen deel meer wil uitmaken van het systeem, zich ertegen afzet of het zelfs frustreert, is er slechts nog op papier sprake van een democratie. Dat dit het geval is blijkt verder uit het percentage leden van politieke partijen (gezakt naar 2,4%!7 8, het tegenstemmen (proteststemmen), het stemmen op extremen (PVV, FvD, JA21 en Code Oranje) en het laten afweten bij verkiezingen. De democratie wordt feitelijk niet langer meer gelegitimeerd door een democratisch mandaat.

6

Journal of Democracy. Roberto Stefan Foa and Yascha Mounk. Bron: ‘World Values Surveys, Waves 5 en 6‘ (2005-14). Geldige antwoorden: Verenigde Staten, 3.398; Europese Unie, 25.789. Bootstrap 95 procent (07-2016); 7 Cijfer waarschijnlijk te hoog omdat FvD weigert juiste ledenopgave te publiceren in verband met ledenverlies. Daarom stelde de Commissie toezicht financiën politieke partijen (Ctfpp) voor de FvD een bestuurlijke boete op te leggen (van 25.000 euro). Minister Kajsa Ollongren van BZK zag hiervan af, hoewel ze de conclusie van de Ctfpp deelde ‘dat de jaarverantwoordingen van Forum voor Democratie al jaren niet aan de gevraagde kwaliteitseisen voldoen’. 8 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen; 321.000 burgers zijn lid van een partij (begin 2021), oftewel 2,4 procent van het aantal kiesgerechtigden;

3. probleem 2: de politieke leerschool bestaat niet meer 3.1 de politieke partij als scholingsinstituut Een ‘opgeleide’ volksvertegenwoordiger werd je ooit door het doorlopen van de ‘politieke school’. Een politiek geëngageerde burger werd lid van een politieke partij alwaar men het politieke ambacht leerde. Dat hield in: kennis nemen van maatschappelijke problemen, meebepalen van de partijkoers en bovenal leren luisteren, empathiseren en debatteren. De allerbelangrijkste scholingsfunctie die politieke partijen vervulden, was het besef bijbrengen dat er meer visies bestaan dan de eigen, meer wegen tot een oplossing leiden en dat problemen subjectief kunnen zijn. Politici in spe leerden relativeren en kwamen tot het gezonde inzicht dat hun eigen mening niet zaligmakend hoeft te zijn. Ook anderen – al dan niet partijgenoten - kunnen goede of soms zelfs betere argumenten aandragen. Naast het uitdragen van een maatschappijvisie beheersten politieke partijen bovenal een politiek socialisatieproces en was het voor de ‘gewone’ burger dé ontmoetingsplaats met bestuurders. Deze absoluut noodzakelijke verdieping (scholing) voor het maken van de juiste keuzes in complexe maatschappelijke vraagstukken is langzaam verdwenen.

Waar vroeger tot vaak in de late uren uitgebreid werd gediscussieerd in zalen, congressen en op thema-avonden, vaak in aanwezigheid van een deskundige, is er Facebook en Twitter gekomen, waar en masse frequent ongenuanceerde kreten de wereld in worden geslingerd. Anders dan voor het internettijdperk kan dat nu vrijblijvend en zonder dat iemand aan- of tegengesproken wordt. Een wezenlijk verschil met discussiebijeenkomsten is, dat nu via social media ook andere dan inhoudelijke of partijpolitieke intenties een prominentere rol spelen, zoals bijvoorbeeld jaloezie, roddel, wraak en de intentie om verwarring te stichten. Poetin bijvoorbeeld maakt op die wijze volop misbruik van het internet, heeft dat zelfs professioneel georganiseerd en daarmee geïnstitutionaliseerd, uitsluitend met als doel verwarring te stichten, en onrust en interne strijd aan te wakkeren binnen de EU. Van enige diepgang, afweging en kennisvergaring is via social media nauwelijks nog sprake. We zijn kortom in een kretendemocratie beland, waarbij waarheid, ervaring en/of deskundigheid geen noodzakelijke rol meer spelen om het politieke ambacht uit te oefenen. Dit niveau heeft zelfs het ambt van de Amerikaanse president bereikt. Politieke partijen vervulden tot voor kort in de ‘opleiding’ een maatschappelijk relevante voorziening. Immers, politici kwamen voort uit deze partijen.

Daaraan ging een ‘stage- en opleidingsperiode’ binnen de partij vooraf. Grotendeels is dat nog steeds het geval, maar die scholing is verwaarloosbaar geworden. Voorheen werd geleerd dat ieder standpunt een keerzijde heeft, geleerd te discussiëren en vooral te begrijpen. Vaak 'hardhandig' maar wel volgens de realistische harde politieke arena. Integriteit was, al dan niet door de omgeving afgedwongen, een aandachtsonderwerp. Het wegvallen van deze aandacht voor moreel en integer leiderschap heeft inmiddels zijn effecten getoond door een stijging van het aantal integriteitsschendingen. De ‘opleiding’ tot politicus binnen een politieke partij is als confronterend te beschouwen, analoog aan het ambt, maar ook relevant en dus functioneel. Zij die geschikt zijn kunnen afwegen, beschikken over empathische vermogens, weten inzicht te ontwikkelen, kunnen overtuigen, met de pers en fracties omgaan en weten waar hun partij voor staat. Maar bovenal: ze zijn bevlogen en inspireren. In zo’n systeem kwamen geschikten veelal vanzelf ‘boven drijven’. Politieke partijen vervulden daarmee een wezenlijke functie binnen ons politieke bestel, namelijk die van ervarings-, opleidings- en rekruteringsinstituut.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11769156/1