Raadsadres verzoek inhoudelijke behandeling van agendapunten 13 en 15 over erfpacht
Tekst van het document
9 maart 2021 Geachte leden van de Amsterdamse Gemeenteraad, Op de vergadering van uw gemeenteraad van morgen, 10 maart 021, staat 'kennisname' geagendeerd door u, de gemeenteraad van Amsterdam, van 'besluiten', genomen door het College van Burgemeester en Wethouders inzake erfpacht. Het gaat om de agendapunten 13 en 15. Bij agendapunt 13: Kennisnemen van het beleid Grondwaardenbepaling voor bestaande erfpachtrechten en de buurtstraatquotes 2021 Bij agendapunt 15: Kennisnemen van het collegebesluit van 24 november 2020 inzake wijziging van de Overstapregeling naar eeuwige Erfpacht en Onder de ingekomen stukken voor uw raadsvergadering van morgen staat onder TKNnummer 34 een raadsadres van mij geagendeerd inzake 'herziening van het erfpachtstelsel. Daarin uit ik mijn bezwaar tegen de overname door het College van B&W van bevoegdheden tot regelgeving en bestuur over erfpacht, die bij u, de gemeenteraad thuishoren. Die overname acht ik onrechtmatig. Het College van B en W stelt zich kennelijk op het standpunt, dat regelgeving en bestuur inzake erfpacht aan het College zijn voorbehouden, omdat het sluiten van erfpachtcontracten en het uitgeven van grond in elk individueel geval een privaatrechtelijke rechtshandeling is, die valt onder het dagelijks bestuur van de gemeente.
Het College acht zich slechts gehouden tot informatieverschaffing aan u, de raad, op grond van de informatieplicht uit artikel 169 Gemeentewet. In de stukken onder TKN nummer-34 gaat het om mijn raadsadres dd 05 februari 2021 met nadere motivering dd 17 februari 2021 en mijn raadsadres dd 03 maart 2021, aangevuld op 04 maart 2021 met nadere documenten. Daarin betoog ik , dat de gemeenteraad onverkort bevoegd en verantwoordelijk is voor regeling en bestuur inzake erfpacht en deze bevoegdheid niet aan het College van B en W mag overdragen, delegeren, Dat is in strijd met onze constitutionele verhoudingen, druist in tegen de Grondwet en vele regels in de Gemeentewet. Ik verzoek u daarom om morgen de in agendapunt 13 en 15 aan u, de raad, ter kennisneming door het College van B en W voorgelegde stukken, niet slechts ter kennisname aan te nemen, maar inhoudelijk te behandelen en tot voorwerp te maken van uw eigen besluitvormdende bevoegdheid bij verordening.
In het bijzonder verzoek ik u aan het College van B&W de vraag voor te leggen: Op welke formeelwettelijke bevoegdheidstoedeling baseert het College van Burgemeester en Wethouders in hun besluit dd 9 mei 2017 de eigen bevoegdheidsclaim tot het "Vaststellen van het aanvullend erfpachtbeleid voor bestaande erfpachtrechten"? In dit besluit is een voordracht vervat aan u, de gemeenteraad van Amsterdam, waarop u, de gemeenteraad op 28 juni 2017 besloot, de volgende bepaling op te nemen, 'beslispunt 7":
"7. In te stemmen met bijgaande raadsvoordracht, waarmee de gemeenteraad bovengenoemde beslispunten 1 tot en met 6 ter instemming worden voorgelegd, met dien verstande dat de raad niet wordt gevraagd beslispunten 4, 5 en 6 van dit collegebesluit vast te stellen, maar wordt gevraagd in te stemmen met deze collegebesluiten." Met deze bepaling pleegde het College van B&W van Amsterdam een staatsgreep, een coup, door de gemeenteraad van Amsterdam te laten 'instemmen' met ontneming aan de gemeenteraad van de aan de raad door de Gemeentewet toegekende bevoegdheid tot vaststelling van algemeen verbindende voorschriften (a.v.v.'s) en Algemene Bepalingen inzake erfpacht (hetzij a.v.v.'s, hetzij beleidsregels, hetzij als algemene voorwaarden) en de wijziging of intrekking daarvan, zoals deze bevoegdheden nog waren vervat in de beslispunten 4, 5 en 6, in het bijzonder aldaar genoemd onder beslispunt 6.2 (met sub-"beslispunten"): 6.2. Het voorstel aan de gemeenteraad in te trekken per 1 januari 2018: 6.2.1. Het besluit van de gemeenteraad “Vervroegde wijziging in de erfpacht”, zoals vastgesteld op 4 februari 1998, Gemeenteblad nr. 20; 6.2.2. Het besluit van de gemeenteraad van 18 augustus 1966, nr. 407 B, zoals gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 28 november 1990, punt IV, inzake de conversie van tijdelijke erfpachtrechten naar voortdurende; 6.2.3.
“De Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht en wijziging Verordening op de stadsdelen”, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 januari 2001 (Gemeenteblad 2001, nr. 914); 6.2.4. Het artikel V van het Moderniseringsbesluit “Algehele herziening van de erfpacht” (gemeenteraad d.d. 28 november 1990, Gemeenteblad nr. 942) en in te trekken de wijziging hiervan bij het besluit ‘Vaststelling Algemene bepalingen voor voortdurende erfpacht 2000 Amsterdam en aanpassing van het Moderniseringsbesluit 1990’, art. IV sub b. en sub c. (gemeenteraad d.d. 15 november 2000, Gemeenteblad nr. 689). Ik verzoek u, de gemeenteraad van Amsterdam, om deze staatsgreep, deze coup, ongedaan te maken en uw bevoegdheden en verantwoordelijkheid als gemeenteraad tot regelgeving en bestuur te hernemen, weer onverkort zelf uit te gaan oefenen, waaronder vervat de vaststelling van de algemene regeling van erfpachtvoorwaarden in Algemene Bepalingen en de vaststelling van het grondprijsbeleid, welk recht u, de gemeenteraad, zich heeft voorbehouden in uw Verordening Gronduitgifte met gebruikmaking van Erfpacht dd 28 juni 2017. Aanvullingen:
In aanvulling op mijn email van zojuist volgen hier enkele citaten uit het besluit van het College van B en W dd 24 november 2020, dat het College u morgen, 10 maart 2021 in uw raadsvergadering voorlegt, enkel 'ter instemming', waarbij het College stelt zich slechts gehouden te achten tot het geven van informatie en afleggen van algemene verantwoording aan u, de gemeenteraad, krachtens: Artikel 169 lid 1 jo. lid 3 Gemeentewet: “1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. …enzovoorts 3. Zij geven de raad mondeling en schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het vertrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.” Ten onrechte stellen B&W, dat uw raad op 22 juni 2016 slechts zou hebben 'ingestemd' met invoering van eeuwigdurende erfpacht. U stelde deze vast. Met het vaststellen van de Algemene Bepalingen voor Eeuwigdurende Erfpacht, stelde u dit stelsel zelf via algemene regelgeving in. Het gaat hier om meer dan beleidsregels, namelijk om algemeen verbindende voorschriften. Ook al krijgen uw Algemene Bepalingen, algemene regels, uiteindelijk in individuele erfpachtcontracten hun specifieke werking als onderdeel van dat contract, ontberen zij slechts in die situatie de status van recht in de zin van artikel 99 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie.
Zo moet het arrest van de Hoge Raad van 10 januari 1992 Scheffers (BU) - erfpachtvoorwaarden Utrecht, worden gelezen, waarnaar de regering in haar Memorie van Toelichting op invoering van de Algemene Wet Bestuursrecht en in haar Nader Rapport van de regering daarop verwijzen (Parlementaire Geschiedenis op het AWB). Beleidsregels zijn wel vormen van recht in de zin van artikel 99 RO, zo stelde de Hoge Raad al in de vorige eeuw vast. De HR toetst deze op rechtmatigheid. Al sluit uw raad niet zelf contracten, is dat laatste een bevoegdheid van B&W als onderdeel van dagelijks bestuur, kunt u als gemeenteraad wel degelijk het besluit nemen om een koopovereenkomst of een lening aan te gaan, om een stuk grond uit te gaan geven en B&W dit te laten uitvoeren of daarentegen om tot onteigening van grond of erfpacht over te gaan in het algemeen belang. Een zodanig concreet bestuursbesluit van u, de gemeenteraad, schept een rechtsplicht en roept een concrete materiële bevoegdheid in het leven voor het College van B&W en/of de betrokken wethouder. Al is het College van B&W formeel bevoegd tot dagelijks bestuur krachtens artikel160 Gemeentewet, krijgt deze formele bevoegdheid telkens concrete materiële invulling, als u, de raad, zodanig bestuurlijk besluit neemt. Daarmee heeft uw besluit dit rechtsgevolg .
De Algemene Bepalingen inzake erfpacht zijn bovendien meer dan algemene voorwaarden. Zij vormen algemene regels, die de gemeentelijke overheid verordonneert, uitvaardigt en bekendmaakt, waaraan de gemeente Amsterdam vervolgens ook gehouden is te voldoen. Zij scheppen rechten en plichten voor burgers, want in de Algemene Bepalingen worden verplichtingen en rechten van erfpachters eenzijdig door u, de gemeentelijke overheid vastgesteld, dwingend bepaald. De AB zijn daarom meer dan beleidsregels, werken als algemeen verbindende voorschriften, ook financieel: eenzijdige grondwaardenprijsbepaling Zo verbiedt uw raad opzegging door de erfpachter bij eeuwigdurende erfpacht. Het College van B&W stelt de constitutionele verhoudingen zo onjuist voor, aldus verwoord door de directie Grond en ontwikkeling in haar voordracht aan u: "Op 22 juni 2016 heeft de gemeenteraad ingestemd met de invoering van eeuwigdurende erfpacht voor nieuwe uitgiften (Gemeenteblad afd. 1, nr. 664) door middel van de vaststelling van de Algemene Bepalingen (AB2016) en het bijbehorende uitgiftebeleid en grondprijsbeleid voor nieuwe gronduitgiften in eeuwigdurende erfpacht. Op 28 juni 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het collegebesluit tot vaststelling van de Overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht (Gemeenteblad2017, nr. 141355).
Tegelijkertijd heeft de gemeenteraad ingestemd met het collegebesluit tot vaststelling van het beleid Grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten 2017 (Gemeenteblad 2017, nr. 140578, laatstelijk geactualiseerd door het college op 19 december 2019, Gemeenteblad 2019, nr. 310328) en het collegebesluit tot vaststelling van het aanvullend beleid voor bestaande erfpachtrechten (Gemeenteblad 2017, nr.143786). Naar aanleiding daarvan en mede naar aanleiding van de op 28 juni 2017 door de gemeenteraad aangenomen moties, heeft het college de Overstapregeling, het beleid grondwaardebepaling en het aanvullend beleid op 19 december 2017 definitief vastgesteld." U, de gemeenteraad, bent als enige bevoegd dit bij verordening vast te stellen.
Vervolgens heeft het College van B&W 'ingestemd' met mandatering van de directeur Grond & Ontwikkeling tot vaststelling van al het 'uitvoeringsbeleid': "Op 3 september 2019 heeft het college ingestemd met het besluit tot aanpassingen in de Overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht mede in verband met de veranderende overstapvoorwaarden per 1 januari 2020, onder meer inhoudende mandatering van de directeur Grond & Ontwikkeling om, in afstemming met de wethouder Grondzaken, een “Uitvoeringsbeleid overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht” vast te stellen en na de vaststelling in de toekomst zo nodig te wijzigen, een en ander binnen de door het college vastgestelde kaders. Het
Uitvoeringsbeleid is vervolgens op 11 november 2019 door de directeur Grond & Ontwikkeling vastgesteld." Wie heeft deze mandatering toen vastgesteld, daartoe besloten? U, de raad? Mandatering kan een bestuursorgaan alleen zelf doen, de gemandateerde blijft onder verantwoordelijkheid van en namens het bestuursorgaan handelen en besluiten. De directeur Grond en Ontwikkeling doet dit namens het College. Wie bepaalt, hoe ver 'uitvoering' gaat in 'uitvoeringsbeleid'? Wie toetst hier, of het om beleidsregels gaat of om als intern beleid en beleidsregels vermomde algemeen verbindende voorschriften? Houdt u, de raad, de vinger aan de pols? Denkt u aan de "Uitvoeringsovereenkomst Schengen', dat in tegenstelling tot het Schengenverdrag (dat voornamelijk algemene beginselen verwoordde), de werkelijk inhoudelijke verdragsverplichtingen bevat. Onze Tweede Kamer wees destijds het Franse parlement op dit onderscheid , waarna het Franse parlement van de Franse regering alsnog volwaardige behandeling en noodzaak tot parlementaire goedkeuring van de Uitvoeringsovereenkomst Schengen eiste. Ik verzoek u om hierover vragen aan het College van B&W voor te leggen, maar vooral méér te doen dan het stellen van vragen: herneem uw bevoegdheden en verantwoordelijkheid tot regelgeving en bestuur als hoofd van de gemeente. Geachte gemeenteraadsleden.
In mijn email vanmiddag schreef ik u het volgende citaat uit de voordracht door het College van B&W (namens deze de directie Grond en Ontwikkeling) op agendapunt 15 van uw raadsvergadering morgen, 10 maart 2021, waarin staat, dat het College van B&W zou hem 'ingestemd' met het besluit dd 03 september 2019 tot aanpassingen in de Overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht mede in verband met de veranderende overstapvoorwaarden per 1 januari 2020. Wiens besluit is dit dan? "Op 3 september 2019 heeft het college ingestemd met het besluit tot aanpassingen in de Overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht mede in verband met de veranderende overstapvoorwaarden per 1 januari 2020, onder meer inhoudende mandatering van de directeur Grond & Ontwikkeling om, in afstemming met de wethouder Grondzaken, een “Uitvoeringsbeleid overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht” vast te stellen en na de vaststelling in de toekomst zo nodig te wijzigen, een en ander binnen de door het college vastgestelde kaders. Het Uitvoeringsbeleid is vervolgens op 11 november 2019 door de directeur Grond & Ontwikkeling vastgesteld." Dit besluit dd 03-09-2019 is gepubliceerd in het Gemeenteblad dd 17-09-2019, nr. 227390 en blijkt door het College van B&W zelf genomen.
Waarom schrijft het College van B&W in zijn voordracht aan u dan, dat het college heeft 'ingestemd'? Dat suggereert, dat het besluit door een ander bestuursorgaan is genomen. Dat blijkt onjuist.
Ook schrijft het college in de voordracht, dat in dat besluit van het College van B&W dd 03 september 2019 een mandatering aan de Directeur Grond en Ontwikkeling is vervat, tot het vaststellen van 'Uitvoeringsbeleid overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht' Dat staat niet in dit besluit dd 03-09-2019 (zie bijlage). Mandatering kan een bestuursorgaan alleen zelf doen, de gemandateerde handelt onder verantwoordelijkheid van en namens het bestuursorgaan (Hoofdstuk 10, AWB). Leggen B&W voorgenomen uitvoeringsbeleid van de Directeur Grond en Ontwikkeling (evenals andere RVE-s op andere terreinen) aan u de raad eerst ter goedkeuring voor? Heeft dit misverstand omtrent 'instemmen' en 'vaststellen' te maken met de wijze, waarop het College van B en W in haar besluit "Vaststellen van het aanvullend erfpachtbeleid voor bestaande erfpachtrechten" dd 09 mei 2017, gepubliceerd in het Gemeenteblad 2017, nr.
143286, dd 16-08-2017, onder 'overige besluiten van algemene strekking', handelde bij de 'beslispunten' 6 en 7 aldaar, waarbij het College van B&W onder beslispunt 6 een groot aantal besluiten vaststelde, waaronder sub 6.2 de intrekking van een aantal door de gemeenteraad (!) voordien genomen besluiten en door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen, waarna het College in 'beslispunt 7' aan de gemeenteraad verzocht om deze wijziging en intrekking van eerdere besluiten van uw raad (!) niet 'vast te stellen', maar hiermee 'in te stemmen'? Dit B&W-besluit voeg ik ook als bijlage bij. Zo eigende het College van B&W zich als bestuursorgaan de bevoegdheid toe om besluiten van de gemeenteraad in te trekken. Dat is wat ik een staatsgreep noem, een coup. een binnen onze constitutionele verhoudingen onmogelijke rechtsfiguur, het college, dat raadsbesluiten intrekt, de raad dus controleert en overheerst, in strijd met de Grondwet (artikel 125, hoofdschap van de gemeente) en alle overige artikelen in de Gemeentewet. Het gaat om veel meer dan uitvoeringshandelingen in het kader van dagelijks bestuur.
Het opstellen van algemene regels inzake erfpacht is een verordenende bevoegdheid van de raad en een regelgevende bevoegdheid, ook door het geven van beleidsregels en instructies aan het College van B&W, welke externe werking hebben, omdat burgers op gelijke toepassing van deze beleidsregels in gelijke gevallen aanspraak hebben. Dat gaat vooraf en staat boven de uiteindelijke concrete uitgifte van een stuk grond in erfpacht en opstelling van het individuele erfpachtcontract daartoe, als dagelijks bestuur. Ik hoop, dat u dit probleem op uw raadsvergadering 10 maart 2021 en 11 maart 2021 tot onderwerp maakt van inhoudelijk debat en het College van B&W tot de orde roept. Met vriendelijke groet, xxxxxxx