Raadsadres van een burger inzake samenhang vergunningverlening WABO, HVV en BAG, beantwoording door VTH faalt
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad van Amsterdam Stadhuis per site-mail 30-1-2024
Betreft: Samenhang vergunningverlening WABO, HVV en BAG, beantwoording door VTH faalt
Geachte Raad, Bewoners en SDC-leden zijn al jaren in de weer om de vergunningverlening van de dienst Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving VTH op orde te krijgen maar het gaat nog steeds mis. Onder meer op 17-7-2023 heb ik hierover een raadsadres ingediend, na een half jaar nadenken volgde alsnog beantwoording door VTH, met instemming van de portefeuillehouder van West. Ook al neemt VTH zijn antwoorden dd. 14-7-2023 op de schriftelijke vragen van SDC-West van mei 2023 nu deels terug, de antwoorden dd. 18-1-2024 roepen vragen op of kloppen niet, bijvoorbeeld de uitleg door VTH van het wettelijke “ verbouwen “ laat zich vooralsnog aanzien als onrechtmatig. Hierop gaat paragraaf 1 t/m 4 onderstaand nader in. VTH heeft zijn bijgaande antwoorden niet via B&W / Wethouder RO laten lopen, volgens VTH zou uw Raad dat hebben gevraagd. Echter, daar ziet het niet naar uit, vooralsnog ga ik ervan uit dat alsnog de Wethouder RO als stedelijk portefeuillehouder het raadsadres dd. 17-7-2023 moet beantwoorden. Dit te meer nu de Wethouder in verschillende TKN-brieven op de RO-agenda dd. 7-2-2024 aangeeft dat er volgens hem met de VTH niks aan de hand zou zijn. In de commissie RO van 7-2-2024 behandelt u bij agendapunt 9 een raadsadres over falen van de VTH dd. 7-1-2024, reeds toen met een pleidooi om de VTH fundamenteel te bespreken in Q-2; de antwoorden van VTH dd.
18-1-2024 en de raadsbrieven TKN 2, 8 en 9 op de RO-agenda van 7-2-2024 geven reden te meer tot fundamentele bespreking. Graag geef ik u in overweging om B&W te vragen om zijn antwoord op het raadsadres dd. 7-1-2024 en zijn antwoord op het bij deze ingediende raadsadres dd. 30-1-2024 in concept aan u voor te leggen bij de nadere commissie-behandeling, zo mogelijk in Q-2.
Nadere toelichting geef ik desgewenst graag.
Met vriendelijke groet, XXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXX
bijlagen: 14-7-2023 antwoorden VTH op schriftelijke vragen SDC-West 23-5-2023 18-1-2024 antwoorden VTH op raadsadres 17-7-2023, weerwoord 1 t/m 4 onderstaand
Weerwoord op antwoorden VTH 18-1-2024 de nummering 1 t/m 4 correspondeert met de nummers in de kantlijn van de bijgaande antwoorden dd. 18-1-2024
1. Geen verzoek van de Raad aan portefeuillehouder West Volgens VTH zou de Raad de portefeuillehouder van West hebben gevraagd om het raadsadres dd. 17-7-2023 te beantwoorden, VTH lichtte toe de beantwoording te baseren op overleg met de Raadsgriffie. Echter, de griffie bevestigde het VTH-betoog niet. Hoe dit ook zij, het raadsadres dd. 17-7-2023 betreft het falen van de VTH stads-breed , de portefeuillehouder van West gaat evident alleen over VTH-West, hij kan het adres sowieso niet beantwoorden. Op de simpele ja / nee vraag of VTH zijn antwoord dd. 18-1-2024 heeft afgestemd met de stads-breed voor het VTH-proces verantwoordelijke wethouders RO en Openbare Ruimte & Groen en/of met de 7 andere stadsdeel-DB’s heeft VTH geen antwoord willen geven. Kortom, het zoveelste voorbeeld van onduidelijke of afwezige organisatie van de ambtelijke en bestuurlijke taken, bevoegdheden en aanspreekbaarheid op VTH-gebied; hoogste tijd dat B&W zijn plicht tot deugdelijke organisatie, transparantie en aanspreekbaarheid naleeft en de ambtelijke en bestuurlijke organisatie kenbaar maakt en dat B&W / Wethouder RO het raadsadres dd. 17-7-2023 alsnog beantwoordt, zoals de Raad bij binnenkomst van het adres op 19-7-2023 heeft gevraagd.
2. Uitleg van het wettelijke verbouwen en nalaten van handhaving laat zich aanzien als onrechtmatig Naast de vergunningplicht voor verbouwen in de zin van de Wabo / Omgevingswet kent de Huisvestingswet in artikel 21 lid 1-d, inmiddels vernummerd lid 1-e, een geheel eigen vergunningplicht voor “ verbouwen “ https://wetten.overheid.nl/BWBR0035303/2024-01-01/0#Hoofdstuk4_Paragraaf1_Artikel21 Daardoor zijn voor opknippen van een woning in 2 of meer appartementjes altijd tenminste twee vergunningen nodig, Wabo / Omgevingswet én Huisvestingswet / Huisvestingsverordening HVV, met in het bijzonder de verboden en de onvergunbaarheid van HVV artikel 3.3.10 lid 1 t/m 4. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR706038/1
Echter, in zijn antwoorden 7, 11 en 12 aan SDC-West dd. 14-7-2023 en op bladzijde 2, 3 en 4 van in zijn antwoorden dd. 18-1-2024 wil VTH in het belang van de huisjesmelkers doen voorkomen alsof de bouw reeds mag starten zodra de Wabo- / Omgevings-vergunning is verleend, óók als de tevens vereiste HVV-vergunning er niet is. Om zijn betoog overeind te houden redeneert VTH dat het verbouwen van Huisvestingswet artikel 21 lid 1-e uitsluitend betrekking zou hebben op gebruiken en niet mede betrekking zou hebben op het verbouwen als zodanig, terwijl de vergunningplicht van de Huisvestingswet en de HVV in de eerste plaats dáárover gaat: de woningvoorraad mag zonder HVV-vergunning niet worden gewijzigd, dat is de clou van de Huisvestingswet en de HVV nu juist. Daarbij weerspreekt VTH allerlei argumenten die ik niet eens heb aangevoerd. VTH voert een uitspraak van de Raad van State aan maar die gaat over de vraag of de Wabo-vergunning mocht worden verleend; dit is een andere discussie, hierover gaat het raadsadres dd. 17-7-2023 helemaal niet: het raadsadres gaat uitsluitend over de vele gevallen waarin de Wabo- / Omgevings-vergunning rechtmatig wordt verleend maar de tevens vereiste HVV-vergunning er niet is, over die vraag zegt de aangevoerde RvS-uitspraak simpelweg niks.
Kortom, VTH probeert recht te praten wat krom is, VTH kan zijn betoog dd. 14-7-2023 en 18-1-2024 dat het verbouwen al zou mogen starten terwijl de tevens vereiste HVV-vergunning er niet is én zijn weigering om handhavend op te treden bij verbouwen zonder de tevens vereiste HVV-vergunning in rede niet staande houden, het betoog laat zich aanzien als onrechtmatig. Het ziet er naar uit dat VTH zijn antwoord 7, 11 en 12 dd. 14-7-2023 aan SDC-West en zijn antwoorden 2 dd. 18-1-2024 moet herzien en tevens alsnog het verzoek dd. 17-7-2023 honoreren om in de desbetreffende Wabo- / Omgevings-vergunningen op bladzijde 1 de vergunninghouder te waarschuwen dat de verbouw niet mag starten zonder de tevens vereiste vergunning van Huisvestingswet artikel 21 lid 1-e en Huisvestingsverordening artikel 3.3.10 lid 1 t/m 4.
3. Uitleg van de plicht tot huisnummerbesluit laat zich aanzien als onjuist In zijn antwoorden 3 dd. 18-1-2024 komt VTH met een nieuw betoog, ter correctie van zijn antwoord 11 en 12 aan SDC-West dd. 14-7-2023. Volgens VTH heeft bij nader inzien niet de dienst Basisinformatie / Data de plicht tot huisnummerbesluit zonder HVV-vergunning aan VTH opgelegd maar zou die plicht wettelijk zijn geregeld, VTH zou verplicht zijn om een huisnummer toe te kennen binnen 4 dagen na Wabo- / Omgevingsvergunning, óók als de tevens vereiste vergunning Huisvestingswet / HVV er niet is. Dit nieuwe betoog gaat lijnrecht in tegen de geruststelling die het Kadaster desgevraagd heeft gegeven: " Er is in de Wet bag geen verplichting opgenomen tot het nemen van een huisnummerbesluit binnen een bepaalde termijn na WABO-vergunning. "
Dit zegt het Kadaster in april 2023, daarna heeft de Omgevingswet ingaande 1-1-2024 veel veranderingen gebracht maar voor zo ver ik als niet-jurist overzie niet op dit punt en is ook de wet- & regelgeving van de BAG sinds april 2023 niet veranderd. Over het nieuwe betoog van VTH ben ik met het Kadaster in gesprek; als al zou blijken dat het nieuwe VTH-betoog klopt en het Kadaster dus abuis zou zijn, zit er evident een weeffout in de BAG-regels waarop VTH zich nu in zijn antwoorden 3 dd. 18-1-2024 bij nader inzien beroept.
4. Uitleg van de plicht tot overnemen van foute aanvraag-gegevens laat zich aanzien als onjuist Nu al jaren gaat het in de openbare bekendmakingen, in de vergunningen en in de vergunningenzoeksystemen van de gemeente-site mis door foute terminologie en misleidende of ontbrekende informatie. Volgens VTH zou de gemeente wettelijk zijn verplicht om foute aanvragen en foute begrippen in zijn bekendmakingen en zijn vergunningen over te nemen, zelfs als deze misleidend zijn, zoals misleidende locaties in bekendmakingen van kap-aanvragen en -vergunningen. In zijn antwoord 8-a dd. 14-7-2023 aan SDC-West en antwoorden 4 dd. 18-1-2024 betoogt VTH dat de gemeente verplicht zou zijn om zich te houden aan de aanvraag zoals die is ingediend. Met een dergelijk betoog kwam VTH voorjaar 2023 ook al richting Raad van State, de Rechtbank zou volgens VTH zijn boekje te buiten zijn gegaan door de vergunning in kwestie niet te beoordelen zoals de aanvraag is ingediend. Echter, in zijn beantwoording dd. 18-1-2024 en ook bij navraag daarna heeft VTH de eenvoudig te beantwoorden vraag waar die wettelijke plicht dan wel staat tot nu toe onbeantwoord gelaten. Bovendien, VTH heeft het over een plicht die in de Wabo zou staan maar het raadsadres dd.
17-7-2023 is helemaal niet beperkt tot de Wabo-aanvragen, -vergunningen en -bekendmakingen, het raadsadres gaat over alle aanvragen, vergunningen en bekendmakingen, onder welke wet dan ook. Kortom, VTH kan zijn betoog dat VTH in de bekendmakingen en de vergunningen de terminologie moet te hanteren die de vergunning-aanvrager hanteert in rede niet staande houden en moet zijn antwoord 8-a aan DB-West dd. 14-7-2023 en zijn antwoord 4 dd. 18-1-2024 intrekken en herzien.