CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres tegen bp Hoogte Kadijk 145B ihb art. 3.3 lid 4 WABO verlening omgevingsvergunning aanhouden tot verstrijken beroepstermijn

RAAD 23 maart 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger tegen vaststelling van het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B, in het bijzonder art. 3.3 lid 4 WABO, verlening omgevingsvergunning aanhouden tot verstrijken beroepstermijn VN2022-0059381.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM STADHUIS, AMSTEL 1 1011 PN AMSTERDAM Amsterdam, 27 februari 2022

Raadsadres tegen vaststellen Bestemminqsplan Hooqte Kadijk 145B; i.h.b. verbod art. 3.3 lid 4 WABO: plicht omgevingsvergunning tot 6 weken nadien aan to houden; Geachte Gemeenteraad van Amsterdam, Op 08 januari 2022 besloot het College van Burgemeester en Wethouders, dat het de door projectontwikkelaars BLVG/Hubstudios en BSA, samen Hoogte Kadijk C.V., op 22 december 2017 via de ODNZKG aangevraagde omgevingsvergunning (OLOnr 3387303) direct verleent, nadat u, de gemeenteraad, Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B heeft vastgesteld. Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied behandelt deze aanvraag en beslist in mandaat namens het Amsterdamse College van B&W. Het College van B&W MAG de omgevingsvergunning echter NIET al direct verlenen, nadat het Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B is vastgesteld. B&W moet verlening minstens aanhouden tot het verstrijken van de beroepstermijn, zes weken nadien. Dit volgt uit onderstaande wetsartikelen, met name artikel 3.3 vierde lid WABO in samenhang met artikel 9.1 Erfgoedwet en artikel 36 Monumentenwet 1988. Allereerst citeer ik artikel 9.1 Erfgoedwet en artikel 36 Monumentenwet 1988, overgangsrecht, tot de Omgevingswet in werking treedt. Erfgoedwet; Hoofdstuk 9. Overgarmsrecht Artikel 9.1.

Omgevingswet 1 Tot het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 16 juni 2014 ingediende voorstel van wet houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) (Kamerstukken 33 962) tot wet is verheven en in werking is getreden: a. blijven de hoofdstukken Il, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing; b. is artikel 5 van de Monumentenwet 1988, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, van overeenkomstige toepassing voor een monument of archeologisch monument met ingang van de datum waarop het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument wordt toegezonden als bedoeld in artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

1

2 Bij de toepassing van het eerste lid blijven de volgende bepalingen, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing: a. bijlage 1 behorende by de Algernane wet bestuursrecht; b. artikel 1a, onderdeel 2, van de Wet op de economische delicten. Monumentenwet 1988 Hoofdstuk IV. Beschermde stads- en dorpspezichten Artikel 35 1 Gehoord de gemeenteraad, gedeputeerde staten en de Raad, kunnen Onze minister en Onze Minister van lnfrastructuur en Milieu stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd stads- of dorpsgezicht en kunnen zij zodanige aanwijzingen intrekken. 2 Onze minister zendt het voorstel tot aanwijzing of intrekking gelijktijdig aan de gemeenteraad, gedeputeerde staten en de Raad. De gemeenteraad brengt advies uit via gedeputeerde staten binnen 6 maanden, gedeputeerde staten binnen 9 maanden en de Raad binnen 12 maanden na verzending van het voorstel. 3 Onze minister en Onze Minister van lnfrastructuur en Milieu beslissen over aanwijzing of intrekking binnen zestien maanden na verzending van het voorstel. 4 De bekendmaking van een besluit tot aanwijzing of tot intrekking daarvan geschiedt door plaatsing in de Staatscourant. Van het besluit wordt mededeling gedaan in de daarvoor in aanmerking komende dag- of nieuwsbladen en aan de gemeenteraad, gedeputeerde staten en de Raad.

Artikel 36 1 De gemeenteraad ste/f ter bescherminq van een beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemminqsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 2 Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre oeldende bestemminosplannen als beschermend plan in de zin van het voricie lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, Onze minister gehoord, kan worden vastgesteld. 3 lndien een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste of tweede lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad, Onze minister gehoord, in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen.

2

Artikel 3.3 uit de Wet Alqernene Bepalinqen Onmevingsrecht (WABO) over beschermde stadsgezichten: 1. Indien de aanvraag betrekking he-eft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, houdt het bevoegd gezag, in afwijking van artikel 3.9, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, de beslissing aan, indien er geen grond is de vergunning te weigeren maar voor het gebied waarin de activiteit zal worden verricht voor de dag van ontvangst van de aanvraag: a. een voorbereidingsbesluit in werking is getreden; b. een bestemmingsplan in ontwerp ter inzaqe is gelegd; (..) 4 Indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, houdt het bevoegd gezag, in afwijking van artikel 3.9, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, de beslissinq tevens aan, indien er geen grond is de vergunning te weigeren en de aanvraag een activiteit betreft in een gebied waarvoor voor de datum van ontvangst van de aanvraag een besluit tot aanwiizinq als beschermd stads- of dorpsqezicht is bekendqemaakt en waarvoor noq geen ter bescherminq daarvan strekkend bestemmingsplan of beheersverordeninq geldt.

5 De aanhouding, bedoeld in het vierde lid, duurt totdat een ter voldoening aan artikel 36 van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet vast te stellen bestemmingsplan of beheersverordening in werkinq is qetreden. 6 Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het vierde lid, de verqunninq verlenen indien de activiteit niet in striid is met het in voorbereidinq ziinde ter bescherminq van het beschermde stads- of dorpsqezicht strekkende bestemmingsplan. Alvorens te besluiten hoort het bevoegd gezag Onze Minister van Onde►wijs, Cultuur en Wetenschap. Artikel 2.1 eerste lid WABO: luidt: 1 Het is verboden zonder omqevingsverqunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: a. het bouwen van een bouwwerk, b. het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, (...) h. het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsqezicht of Een redelijke wetsuitleg van het bepaalde in het vierde lid van artikel 3.3 WABO houdt in, dat wanneer er reeds een bestemmingsplan is, dat een rijksbeschermd stadsgezicht beschermt, zoals hier Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad, dat bepalingen ter bescherming daarvan heeft overgenomen uit het Bestemmingsplan 3

Industriegebied Kadijken-Oost (1986) en Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145 (1998), door de Minister van VROM en Staatssecretaris van OCW in hun besluit tot aanwijzing van de Binnenstad binnen de Singelgracht als rijksbeschermd stadsgezicht (1999) genoemd als bestemmingsplannen, die aan de verplichting uit artikel 36 Monumentenwet 1988 voldoen, het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor sloop en bouw in een rijksbeschermd stadsgezicht in elk geval moet worden aangehouden, totdat het nieuwe bestemmingsplan, dat beoogt die omgevingsvergunning mogelijk, vergunbaar, to maken, onherroepelijk in werking is getreden, MINSTENS de wettelijke beroepstermijn van zes weken is verstreken. Een bestemmingsplan treedt niet eerder in werking dan nadat de wettelijke beroepstermijn is verstreken. Wet ruimtehjke ordening (Wro): artikel 3.8 bestemmingsplan (...) 5. Het besluit tot vaststelling van het bestemminqsplan treedt in werkinq met ingang van de daq na die waarop de beroepstermijn afloopt, behoudens voor zover het zesde lid van toepassing is.

Stelt u, gemeenteraad, op 28-02-2022 Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B vast, dan moet de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State na ingesteld beroep dit bestemmingsplan eerst toetsen aan dit criterium, OF dit bestemmingsplan WERKELIJK dit uniek historisch landschap in de Amsterdamse Binnenstad als rijksbeschermd stadsgezicht afdoende beschermt. Ook al schreven de ambtenaren van B&W in hun ontwerp, dat het bestemmingsplan dit doet, open zichtlijnen borgt, ondanks twee gebouwen van 20 en 10 m. hoog, die hier alle doorzicht wegnemen. Omwonenden en andere belanghebbenden stellen binnen 6 weken na vaststelling van Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B zeker hiertegen beroep in bij de AB RvS. lemand kan gerust op papier zetten, dat water kookt bij 0 graden C. Dat kan ook in 0 atmosfeer, in vacuum gebeuren. Maar bij aardse luchtdruk van 1 atmosfeer is deze uitspraak ONWAAR. U kunt opschrijven, dat de zon schijnt bij nacht. Een slimmerik zal opmerken, dat de zon ALTIJD schijnt. Maar wij zien de zon toch enkel overdag aan de hemel staan. Evenzo is de stelling van ambtenaren Ruimte & Duurzaamheid namens het College van B&W, in Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B, dat dit bestemmingsplan het rijksbeschermd stadsgezicht voldoende beschermt, ONWAAR.

Geachte raadsleden, neemt u uw verantwoordelijkheid voor de Binnenstad als rijksbeschermd stadsgezicht: stel Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B NIET vast! Met vriendelijke groet,

emai'

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11252448/1