CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres Subsidieveror. Joodse Erfpachttegoeden m.b.t. de stichtingen Yeshive en Leerhuis Ets Chaim

RAAD 10 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger van 9 februari 2021 inzake Subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden m.b.t. de stichtingen Yeshive en Leerhuis Ets Chaim.1.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

xxxxxxxxx

RAADSADRES Inzake: Subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden m.b.t. de stichtingen Yeshive en Leerhuis Ets Chaim 9 februari 2021

Geachte leden van de gemeenteraad Amsterdam, Op 10 december 2019 heeft de gemeenteraad de Verordening omtrent de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden vastgesteld. Het gaat hierbij over de verdeling van de gelden en de uit te keren bedragen. Deze subsidieverordening is van toepassing op het budget dat de gemeenteraad van Amsterdam op 14 juli 2016 beschikbaar heeft gesteld als collectieve tegemoetkoming aan de Joodse gemeenschap. Dit besluit is genomen naar aanleiding van het onderzoek van het NIOD waaruit bleek dat slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog (of hun nabestaanden) na WOII de erfpachtcanon alsnog dienden te voldoen en zelfs een boete moesten betalen voor het niet op tijd voldoen van de canon. Een bedrag van 10 miljoen euro is ter beschikking gesteld aan de Joodse gemeenschap, met als doel compensatie te bieden en versterking mogelijk te maken van de gedecimeerde Joodse gemeenschap. Tegen het besluit van 10 december 2019 heb ik op 8 november 2020 formeel bezwaar aangetekend. Mijn bezwaar is door de commissie niet ontvankelijk verklaard. Door middel van dit raadsadres hecht ik er aan te benadrukken dat in ieder geval drie onderdelen van mijn bezwaar op onvoldoende wijze door de bezwarencommissie bij haar beoordeling zijn meegenomen dan wel zijn toegelicht. Waarom alsnog deze extra aandacht voor juist deze drie punten?

De Erfpachttegoeden De zaak van de Erfpachttegoeden kwam aan het licht na een onderzoek van het NIOD waaruit bleek dat slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog of hun 1

nabestaanden na WOII de erfpachtcanon alsnog dienden te voldoen en zelfs een boete moesten betalen voor het niet op tijd voldoen van de canon. Dit terwijl een groot deel van deze slachtoffers vanuit de gemeente Amsterdam die nu werden aangeslagen waren gedeporteerd naar de concentratie- en vernietigingskampen en waarvan een groot deel daar was omgebracht. Om deze afschuwelijke situatie enigszins te ‘compenseren’ werd een bedrag van 10 miljoen euro ter beschikking gesteld aan de Joodse gemeenschap. Het is genoegzaam bekend dat aan het mogelijk maken van het deporteren en het ombrengen van de vooroorlogse Joodse gemeenschap de gemeente heeft meegewerkt. En deze medewerking geldt eveneens voor deze schaamteloze inning van erfpachtgelden direct na de Tweede Wereldoorlog. Het is dan ook terecht dat de gemeente het besluit heeft genomen van deze subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden. Maar bij een terecht besluit hoort ook een terechte afwikkeling. En daar schort het aan. 1. ‘Zeer kleine groep’. In de beschikking wordt de onderhavige synagogegemeenschap van het Leerhuis Ets Chajim waartoe ik behoor door de ‘leden van de beoordelingscommissie’ beschreven als ‘een ultraorthodox zeer kleine groep’. In mijn bezwaarschrift heb ik geschetst dat dit kwantitatief juist niet het geval is. Wij zijn niet ‘zeer klein’.

In ons gebruik van de faciliteiten bedienen wij onze eigen ledenkern en leden van overige synagogen die binnen hun gebedsruimten niet die benodigde religieuze faciliteiten hebben die onze synagoge en leerhuis wel bieden. Rabbinale en ambtelijke functionarissen evenals leden van bijvoorbeeld de Nederlandse Hoofdsynagoge Amsterdam (NIHS), van de stichting AMOS en het Portugees Israëlitisch kerkgenootschap (PIK), eveneens subsidieaanvragers in dit dossier, maken dagelijks gebruik van wat onze stichting te bieden heeft op het gebied van gebeds- en studiefaciliteiten. Iets wat zij binnen de muren van hun eigen gebedsruimten ontberen. Bij de beoordeling komt de vraag dus naar boven wat een ‘kleine religieuze gemeenschap’ is? Wordt dit kwantitatief of kwalitatief beoordeeld? De functie van een religieuze gemeenschap en haar draagkracht binnen een grotere gemeenschap is een kwestie van religie. Niet voor niets wordt de onderhavige aanvraag is deze procedure ook gerangschikt onder het domein ‘religie’. 2

Deze kwalitatieve beoordeling is juist iets waar een onafhankelijke overheid zich niet mee zou mogen bemoeien. En ook de adviescommissie is daar gezien haar samenstelling en kennis van de orthodox-joodse gemeenschap niet toe geëquipeerd. 2. ‘Ultra orthodox’ Door de leden van uw beoordelingscommissie worden de gebruikers en bezoekers van onze synagoge en van de leerhuis-activiteiten geclassificeerd als “ultraorthodox”. Dit is een term die de Nederlands Joodse gemeenschap volkomen vreemd is. Het is niet meer dan een predicaat dat seculiere Joden die zelf afscheid hebben genomen van de orthodoxe leefwijze van hun ouders of grootouders andere Joden die vasthouden aan hun religieuze verplichtingen en status opprikken. Binnen onze synagoge van de stichting Beis Midrash wordt de regelgeving gehanteerd die voor iedere Jood geldt, de zogenaamde godsdienstcodex Sjulchan Aruch. Zeg maar, het Joods kerkelijk recht en het Joods wetboek gebaseerd op de Thora. Dit is dezelfde regelgeving die geldt en ook als zodanig wordt gehanteerd binnen de muren van de overige synagogen binnen het verband van de hierboven genoemde Nederland-Israëlitische Hoofdsynagoge (NIHS) en de synagoge van het Portugees Israëlietisch Kerkgenootschap (PIK).

Voor het functioneren van de eredienst in onze synagoge hanteren wij als leidraad het Reglement van Ceremoniële Orde zoals dat formeel ook in bovengenoemde synagogen wordt gehandhaafd. Aan al deze regelgevingen en verordeningen is niets wat naar “ultra orthodox” riekt. Uw afweging ons toch te benoemen als zodanig is een classificatie waar de overheid zich vanuit het principe van scheiding van kerk en staat verre zou moeten houden. U baseert zich weliswaar op het advies van leden van de bovengenoemde commissie. Zoals ik reeds vermelde zijn dit diegenen binnen onze gemeenschap die zich een dergelijk oordeel niet kunnen aanmatigen. Zover bekend hebben zij nog nooit een stap binnen onze synagoge of leerhuis gezet en zij, zij mijns inziens, niet ter zake deskundig. 3. De samenstelling van de Commissie Joodse Erfpachttegoeden Als leden van de commissie zijn er ook enkelen die die zelf bestuurlijke dan wel adviserende functies uitoefenen binnen een van de te subsidiëren projecten 3

van de Joodse erfpachttegoeden. Dit schept voor een gemeente Amsterdam een meer dan onwenselijk situatie. Hoe ziet de gemeenteraad dat deze leden onafhankelijk kunnen functioneren zoals dat wenselijk zou zijn? Mede gezien het hanteren van de verdeelsleutel zoals dit gebeurt bij deze subsidieverordening ontstaat hier voor de gemeente een niet te accepteren situatie van schijn van een ongewenste belangenverstrengeling. Het moet voor een gemeente onwenselijk zijn gebruik te maken van adviseurs vanuit de Joodse gemeenschap die zelf bestuurlijke functies uitoefenen binnen een van de te subsidiëren projecten maar daarnaast advies moeten uitbrengen over de aanvraag van andere projecten waar zij zelf geen binding mee hebben. Naast dit bovenstaande rijst de vraag in hoeverre de adviseurs representatief zijn voor de Joodse gemeenschap. Het zal de leden van de gemeenteraad van Amsterdam bekend zijn dat de Nederlandse Spoorwegen na jaren van eenzame strijd hiervoor door de heer Salo Muller, Holocaust overlevende, onderduikkind en voormalig fysiotherapeut van AJAX, er in toestemde de Joodse gemeenschap te compenseren voor het vervoer van Joden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Binnen Joods-Nederland was er één persoon die de Nederlandse Spoorwegen negatief adviseerde over het toekennen van deze compensatie.

Salo Muller beschrijft dit in zijn boek “Het gevecht met de Nederlandse Spoorwegen” als ‘hoogverraad tegen de Joodse gemeenschap’. Deze persoon die dit advies heeft gegeven aan de NS heeft u als gemeente opgenomen in uw commissie om te adviseren over de Joodse erfpachtkwestie, een kwestie die grote gelijkenis vertoont met de rol van de Nederlandse Spoorwegen in de Tweede Wereldoorlog.

Geachte leden van de Gemeenteraad, zoals ik eerder in dit raadsadres stelde, bij een terecht besluit hoort ook een terechte afwikkeling. En daar schort het aan. Dat heb ik in de drie bovenstaande punten onder uw aandacht gebracht. De afgelopen dagen heb ik meerdere van uw fracties benaderd. Met enkele heb ik gesprekken mogen voeren. Ook andere vertegenwoordigers van mijn synagoge hebben enkelen van u benaderd. Zo bleek in een gesprek dat de fractie van de VVD niet ‘gelukkig’ is met het gebruik en de kwalificatie “ultra orthodox”. Desalniettemin blijkt dat de VVD fractie niet bereid is de commissie 4

te adviseren de beschikking aan te passen. En dat is dan onrechtmatig. De hoogte van de beschikking wordt immers mede bepaald door deze kwalificatie. De fractie van de PvdA is niet bereid mijn geuite bezwaren mee te nemen in een heroverweging. Dit “omdat de zaak al zo gevoelig ligt”. Navraag leverde mij op die gevoeligheid te maken heeft over een eerdere heftige confrontatie tussen de fractie van D66 en de toenmalige VVD-wethouder van der Burg. Daarbij ging het over de keuze tussen het collectief of het individueel uitkeren van de compensatie. Die confrontatie toen liet zien hoe ‘gevoelig’ dit dossier zou zijn. Geachte raadsleden, in deze kwestie van het onterecht aanslaan van reeds om het leven gebrachte burgers van onze stad telt maar één gevoeligheid. En dat zijn gevoelens van hen die onterecht erfpacht hebben moeten betalen en hun nabestaanden. Al het andere aan sentiment is niet relevant. Vraagstelling Door dit raadsadres verzoek ik u, leden van de gemeenteraad, dringend de subsidiebeschikking op grond van de in ieder geval de drie hierboven genoemde punten met betrekking tot de stichtingen Jeshive en de Stichting Leerhuis Ets Chaim te herzien.

De recente ontwikkelingen rond de Kinderopvangfraude, de falende afwikkeling van de Groningse gaswinning-schade en de nog steeds niet uitgekeerde toeslagen voor de zorgmedewerkers in deze Corona-tijd zijn slechts drie voorbeelden van falend landelijk afwikkelingsbeleid bij eerder toegezegde compensaties. Recentelijk bleek de noodzaak voor onze gemeente om tot een afwikkeling te komen met een van haar oud-medewerkers vanwege een zeer onverkwikkelijke zaak die in de pers werd geclassificeerd als ‘Institutioneel racisme’. Ook deze afschuwelijke affaire kon zich ontwikkeling onder het toeziend oog van uw college. In de toekomst zullen er meer afwikkelingen gaan komen. Laat ik mijzelf beperken tot één zaak, de historische betrokkenheid van de stad Amsterdam bij de slavernij. Een zaak die op dit moment in onderzoek is. Ook over de afwikkeling daarvan, wat dat ook moge zijn, zal de gemeenteraad zich ter zijner tijd moeten buigen. 5

Laat deze zaak van Joodse erfpachttegoeden dienen als een voorbeeld van hoe een zaak als deze op een behoorlijke en waardige manier kan worden afgesloten. Mijn Amsterdamse gemeenteraad zou zich zeker niet willen spiegelen aan dit falend landelijk beleid. Met betrekking tot de duistere bladzijde van de Erfpachtkwestie in Amsterdam heeft de gemeente in 2016 een achtbaar besluit genomen. Vijf jaar later is het zaak dit besluit om te zetten in een correcte afwikkeling die recht doet aan de historie van de Holocaust en alle delen van de huidige Amsterdams Joodse gemeenschap. Vandaar dit raadsadres. Hoogachtend, xxxxxxxxx

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9737367/2