Raadsadres stelselmatig onrechtmatige vergunningverlening kamergewijze exploitatie
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad van Amsterdam t.a.v. de Commissies AZ en WV Stadhuis per site-mail 2-12-2025
Betreft: stelselmatig onrechtmatige vergunningverlening voor kamergewijze exploitatie van woningen
Geachte Raad, Met de vergunningverlening in het kader van de Huisvestingsverordening HVV en de informatie daarover van B&W aan uw Raad gaat het niet goed: na meer dan 5 jaar bezwaar en procederen in verschillende zaken heeft de Rechtbank nu eindelijk uitspraak gedaan, om de kennelijk onrechtmatige vergunningverlening en verziekte her-overweging op bezwaar op orde te brengen graag het volgende herstel.
1. EU-wetgeving schrijft voor met de strekking dat vergunningen onder quotum voor welke activiteit dan ook niet mogen worden verleend voor onbepaalde tijd. Denk aan vergunningen voor bijvoorbeeld rondvaartboten, evenementen, bloemenstalletjes en haringkarren buiten de markt en kamergewijze en B&B-exploitatie van woningen. In de HVV heeft uw Raad dan ook al sinds 2020 voorgeschreven: “ In afwijking van het eerste lid, is een vergunning altijd tijdelijk wanneer het gaat om een vergunning waarvoor een quotum geldt. “ ( HVV, artikel 3.3.3 lid 2; markering ondergetekende ) https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR706038/4
2. Echter, hoe klip & klaar de EU-wetgeving en uw HVV artikel 3.3.3 lid 2 zelfs voor een niet-jurist als ik ook zijn, mede op aangeven van de diensten Wonen, Juridisch Bureau en Directie Juridische Zaken lichten de vergunningverleners van de dienst VTH sinds 2020 met dit tijdelijkheids-vereiste stelselmatig de hand; voor zover mij bekend niet bij de vergunningen voor B&B-exploitatie van woningen, alleen bij de vergunningen voor kamergewijze exploitatie van woningen.
3. Bewoners in NwWest, Noord en West wijzen hierop al sinds voorjaar 2020 maar de gemeente-juristen, waaronder de voormalige advocaat van enkele van de huisjesmelkers in kwestie, negeerden de bewoners-inbreng - hetgeen op zich al niet naar behoren is en VTH bleef vergunningen voor onbepaalde tijd verlenen.
4. Erger nog, niet in het gemeente-belang maar louter in het belang van de huisjesmelkers in kwestie heeft de directeur van het Juridisch Bureau voor zo ver bekend buiten B&W om bij de RvS hoger beroep ingesteld tegen de vernietiging van een door VTH in 2020 verleende vergunning voor legalisering van illegaal verbouwen en kamergewijs exploiteren van een woning. En zelfs nadat de Wethouder schielijk uit haar dwaling terugkeerde en het vereiste van de individuele huurcontracten bij nader inzien toch maar niet introk volhardde het Juridisch Bureau in zijn hoger beroep. De Marianentrog is 11 km diep, met dit hoger beroep louter in het belang van de huisjesmelkers in kwestie is de gemeente nog dieper gezonken.
5. Bezwaar en beroep van bewoners en het in eendrachtige samenwerking op elkaar afgestemde beroep en hoger beroep van de gemeente-juristen en de huisjesmelkers in verschillende zaken leidden al die jaren op dit punt niet tot uitsluitsel, de Rechtbank en de RvS in juni 2025 ( ECLI:NL:RVS:2025:2722 ) kwamen aan onder meer deze bezwaar- & beroepsgronden van tijdelijkheid van de vergunning en de plicht tot individuele huurcontracten steeds niet toe omdat ze reeds op andere gronden tot uitspraak kwamen.
6. Na meer dan 5 jaar bezwaar en procederen in tal van zaken heeft de Rechtbank op 30-10-2025 in de zaken 23/6247 en 23/6248 op verzoek van bewoners in rechtsoverweging 9.1 t/m 9.5 alsnog een principieel oordeel uitgesproken over het betoog van de gemeentejuristen en de huisjesmelkers en het weerwoord hierop van de bewoners overgenomen: vergunningverlening voor onbepaalde tijd is ook voor kamergewijze exploitatie van woningen niet toegestaan.
7. De nieuwe vergunning die na vernietiging van de eerdere in deze casus voorlag is wegens Awb artikel 869a niet opnieuw vernietigd maar dit doet evident niet af aan de aperte onrechtmatigheid van de vergunningverlening voor onbepaalde tijd. Hetzelfde geldt voor de plicht tot individuele huurcontracten waarmee VTH eveneens de hand licht, zij het op dit punt voor zo ver ik overzie niet stelselmatig.
8. Voor kamergewijze exploitatie van woningen zijn evident minder investeringen nodig dan voor B&B-exploitatie; anders dan de B&B-exploitanten hebben de huisjesmelkers in 2019 dan ook niet ingesproken tegen de toen voorgestelde vergunning-looptijd van 5 jaar. Bovendien lopen de huizenprijzen sneller op dan in 2020 bij het bepalen van de looptijd van de B&B-vergunningen op 8 jaar. Voor de vergunningen voor kamergewijze exploitatie ligt dus een looptijd van hooguit 5 jaar voor de hand.
9. In het kader van de programma’s Juridische Vernieuwing en Vertrouwen begint bij de overheid zou de Commissie Brenninkmeijer, respectievelijk de Commissie Zuurmond met inschakeling van externe juristen casussen gaan behandelen om lessen te trekken en herhaling te voorkomen. https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/11016532/1/raadsinformatiebrief_Juridische_Vernieuwing
Echter, tot op de dag van vandaag heeft B&W hieraan geen uitvoering gegeven. De gang van zaken 1 t/m 8 bovenstaand is reden te meer om uit eerdere en komende zaken lessen te trekken met inschakeling van externe juridische expertise.
Kortom, nu B&W in strijd met Gemeentewet artikel 169 lid 2 en artikel 180 lid 2 uw Raad kennelijk niet actief informeert over rechtsoverweging 9.1 t/m 9.5 van de uitspraak dd. 30-10-2025, en ook al zijn de EU-wetgeving en bovenstaand HVV artikel 3.3.3 lid 2 zelfs voor niet-juristen als ik klip & klaar, om nog meer onrechtmatige vergunningverlening en bezwaarafwijzing te voorkomen roep ik u op om: A. uit te spreken dat het Juridisch Bureau tegen zijn veroordeling in de zaken 21/3568 en 21/3577 geen hoger beroep had mogen instellen; B. alsnog externe juridische expertise in te schakelen om lessen te trekken uit onrechtmatig gemeentelijk doen & laten; C. voor kamergewijze exploitatie van woningen ingaande heden alleen vergunningen voor 5 jaar te verlenen en daarin niet de hand te lichten met de plicht tot individuele huurcontracten; D. HVV artikel 3.3.3 lid 2 te verduidelijken en te concretiseren door aan dit artikel of aan artikel 3.3.9 lid 1 of elders in de HVV uiterlijk 1-2-2026 de volgende bepaling toe te voegen of woorden van gelijke strekking: “ De vergunningen in de zin van artikel 3.1.1 lid 2-c worden verleend voor een periode van ten hoogste 5 jaar, ingaande op de dag van de vergunning. “ . Nadere toelichting geef ik desgewenst graag.
Met vriendelijke groet,