Raadsadres Schenkeveld Advocatien inzake onmenselijke situatie bewoonster Den Brielstraat.pdf
Tekst van het document
Alkmaar Hoorn
Paardenmarkt 1 ' Postbus 172 Van Dedemstraat 5
Amsterdam
Postbus 2300
Apollolaan 99
1800 AD Alkmaar
t (072) 514 46 66
www.schenkeveldadvocaten.nl
1620 EH Hoorn
t (0229) 21 28 15
www.schenkeveldadvocaten.nl
1077 AN Amsterdam ' t (020) 333 80 50
www.schenkeveldadvocaten.nl
AANTEKENEN Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Postbus 202 1000 AE Amsterdam
Alkmaar, 14 mei 2024
Inzake Dossier Uw ref.
Advocaat: mevrouw mr. S. Smit Rechtstreeks telnr.: +31 (0)72-514 46 14 e-mail: s.smit@schenkeveldadvocaten.n1
HB + VoVo (Raad van State) 00094896//SS/SSG Oproep raad voor onmenselijke situatie bewoonster Den Brielstraat XX
Geachte raadsleden, Op verzoek van mevrouw die woont in Amsterdam aan de Den Brielstraat XXX ( ) in Amsterdam, stuur ik u deze brief. 1. Inleiding Mevrouw
is in een vreselijke procedure beland tegen het college
van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam.' lnzet daarin is dat zij haar woning, waar zij sinds 1986 woont, wat het college betreft moet verlaten. Dit komt omdat volgens het college de bewoning van haar woning, in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Hiervoor is een last onder dwangsom opgelegd, en cliente heeft inmiddels € 20.000,- aan dwangsommen betaald aan de gemeente. Over de handhavingsbesluiten loopt nu een hoger beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het is nog niet bekend wanneer daarin de zitting plaatsvindt. 2. Feiten Mevrouw staat sinds 4 juni 1986 ingeschreven op het adres Den Brielstraat XX in Amsterdam. Het pand aan de Den Brielstraat XXX heeft zij op 6 augustus 1 Hierna: het college.
Schenkeveld Advocaten N.V. is ingeschreven in het handetsregister onder nummer 37141985. Zij is de enige opdrachtnemer van alle werkzaamheden. Op deze werkzaamheden en alte rechtsverhoudingen met derden zijn de algemene voorwaarden van Schenkevetd Advocaten N.V. van toepassing. Merin is een beperking van aansprakelijkheid opgenomen. De algemene voorwaarden zijn to raadplegen op www.schenkeveldadvocaten.nl en worden op eerste verzoek toegezonden.
netlaw -1t
Schenkevetd Advocaten N.V. is registered with the Trade Register under number 37141985. She is the exclusive contracting party in respect of all commercial work. This work and all legal relations with third parties shall be governed by the General Terms and Conditions of Schenkeveld Advocaten N.V. These General Terms and Conditions include a limitation of liability and may be consulted at www.schenkeveldadvocaten.nl and wilt be forwarded upon request.
Brief aan: Gemeente Amsterdam West
d.d.: 14 mei 2024
-2-
1980 in eigendom verkregen, samen met haar inmiddels overleden echtgenoot
3. Erfpacht conversie 2012 Op 26 november 2012 is door het college het besluit genomen op het verzoek van cliente tot splitsing en conversie (omzetting) van het recht van erfpacht. Het eerste voornemen handhaving is door het college gestuurd aan cliente op 16 februari 2021. Dit is ruim 34 (!) jaar nadat de inschrijving door cliente op het adres heeft plaatsgevonden. In de notariele akte van 9 januari 2014 (bijlage 1) staat het volgende: Conversie van erfpachtrecht 1 Algemene en bijzonder hepalingen Na de conversie worden de Algemene Bepalingen your voortdurende erfpacht 2000 (vastgesteld bij Raadsbesluit van 15 november 2000. nummer 689) van toepassing verklaard (hierna te noemen AB 2000). De gemeente heel! geconstateerd dat het huidige gebruik van het peweel niet in overeenstemming is met de toegestane bestemming van het erfpachtrecht Het perceel is name* in gebruik als kantoorruimte en een woning. De bestemming van het erfpachtrecht Itidt "stichting van een gebouw bevattende bedrijfsruimten met kantoor en kantine". Op grond van het geldende beeternmingspian kan het feitelijk gebruik worden gelegaliseerd. De gemeente Amsterdam vedeent daarvoor privaatrechtelijks toestemming onder de voorwaarde dat de canon voor het voortdurende erfpachtrecht wordt bepaald op basis van het feitelijke gebruik.
Derhalve s in deze aanbieding de volgende bestemming opgenomen: 7rentoorrunnte van maximal 420 m2 bruto vloeropperviak en een
i
mating ran maximal 210 m2 bruto vtoeroppervlak..
Naast de hierboven vermelde algemene bepalingen worden de volgende bijzondere bepalingen van toepassing: 1. het terrein is bestemd om te worden bebouwd met kantoorruimte van maximaal 420 m2 bruto vloeroppervlakte (hierna te noemen bvo) en een woning van maximal 210 m2 bvo, welke slechts als zodanig mag worden gebruikt: 2. op het terrein mag totaal maximaal 630 m2 bvo worden gebouwd: 3. de gestelde aanvangscanon kan worden verhoogd, indien de voornoemde be-stemming wijzigt, of ineer dan 420 m2 bvo kantoorruimte of me'er dan 210 m2 bvo woning word[ gebruikt en/of gerealiseerd; 4. het eerste tijdvak van vijftig jaar als bedoeld in artikel 2 sub k van de AB 2000 gaat in op 16 maart 2013 en eindigt op 15 maart 2063; 5. de aanvangcanon voor de voondurende erfpacht wordt vastgesteld op C 5.077,00 (jaarlijks geindexeerde canon) en is gebaseerd op een grondwaarde van C 232.885,00 en een canonpercentage van 2,18: 6. de halfjaarlijkse termijnen van de canon moeten worden voldaan voor of op 16 maan en 16 september van elk jaar.
Naast voormelds bijzondere bepalingen worden de bijzondere bepalingen zoaLs opgenomen in de akte van uitgifte in erfpacht van 21 november 1966, ingeschreven in het kadaster in register 4. deel 4278, nummer 63. van toepassing verklaard op het voortdurende erfpachtrecht, Bij strijdigheid prevaleren de bijzondere bepalingen die bij onderhavige conversie van toepassing worden verklaard. De canon
Voorafgaand aan deze conversie is door het college van B&W van de gemeente Amsterdam een besluit genomen om de bestemming te wijzigen. In de notariele akte staat ook dat op grond van het geldende bestemmingsplan het feitelijk gebruik kan worden gelegaliseerd, onder de voorwaarde dat de canon wordt betaald voor dat
4111 IMAT L D ;--1
Brief aan: Gemeente Amsterdam West
d.d.: 14 mei 2024
3-
feitelijke gebruik (woning). Aan die voorwaarde is onweersproken voldaan. De verhoogde canon wordt al sinds de conversie van het recht van erfpacht voldaan. Cliente kan en moct uit de notariele akte uit 2014 niets anders afleiden, dan dat het feitelijk gebruik in overeenstemming is met de bestemming, en ook dat daartegen niet handhavend zou worden opgetreden. Waarom zou het college anders toestemming verlenen voor het gebruik van als woning en voor de conversie, een besluit daarover nemen?2 Mevrouw XXXXXXXXXXXXX vindt dan ook en heeft dit ook in hoger beroep voorgelegd aan de Afdeling, dat in dit geval het college niet mag handhaven. Dit vanwege de erfpachtakte en toestemming daarin om de woning te gebruiken als woning. Mevrouw
beroept zich hierbij op het vertrouwenbeginsel en
stelt dat mede vanwege die akte, aan haar meerdere toezeggingen zijn gedaan, die maken dat zij de gerechtvaardigde verwachting heeft dat zij hier mag blijven wonen. Dat sprake is van een toezegging, een welbewuste standpuntbepaling namens het bevoegd gezag, het stadsdeel, en namens de gemeente Amsterdam, kan niet ter discussie (meer) staan. Ook in de brief van de heer XXXXXXXX van 10 augustus 2012 van de gemeente Amsterdam staat: 'Overigens wil ik u er hierbij ook op wijzen dat in de toegestane erfpachtrechtelijke bestemming uit het erfpachtcontract geen woning is opgenomen. Bij de conversie kan deze overigens wel worden opgenomen.'
Cliente heeft de toestemming gekregen voor het gebruik van het gebouw als woning. Dat is overigens niet zomaar gebeurd: kennelijk heeft men ook binnen de gemeente advies ingewonnen bij de afdeling ruimtelijke ordening en letterlijk wordt gesteld in de akte van 4 januari 2014 dat: 'op grond van het geldende bestemmingsplan kan het feitelijk gebruik worden gelegaliseerd'. Mevrouw is er daarbij uiteraard terecht van uitgegaan dat hiermee de spreekwoordelijke kous wel of was. De gemeente, in het bijzonder het college van B&W, geeft in die akte toestemming voor het gebruik als woning. Cliente betaalt keurig de hiervoor aangepaste canon. Voorafgaand aan de conversie is hierover een besluit genomen door het college van B&W, om in te stemmen met het gebruik als woning en om daarvoor de bestemming te wijzigen. Voor cliente was er geen enkele reden om aan te nemen dat zij meer had moeten, dan er al gedaan is. Zie daarover de notarieLe akte van 9 januari 2014, p. 3, waarin is verwezen naar het besluit van het Dagelijks bestuur stadsdeel West van 26 november 2012 namens de gemeente Amsterdam.
o
4tectizati-*m:aw
Brief aan: Gemeente Amsterdam West
d.d.: 14 mei 2024
4
Uit de akte van 9 januari 2014 waar bij het erfpachtrecht van cliente is omgezet, volgt dat voordat de overeenkomst is aangegaan met cliente en de heer XXX, eerst een publiekrechtelijk besluit genomen op basis van 160 van de Gemeentewet. Dit betreft een publiekrechtelijk besluit, op basis waarvan de privaatrechtelijke overeenkomst (erfpacht) kan worden gewijzigd bij notariele akte. Het gaat hier om een situatie waarbij de gemeente Amsterdam kennelijk een bestemming privaatrechtelijk — erfpacht - heeft toegestaan, maar daar in de perceptie van diezelfde gemeente publiekrechtelijk niet toe bevoegd was. Dat zou dus in dit geval betekenen dat de gemeente kennelijk haar eigen nietnakoming (wanprestatie) mocht creeren door een bestemming privaatrechtelijk toe te staan, die publiekrechtelijk niet mag. En dan wordt in deze zaak ook nog eens deze omissie op het bordje van de burger gelegd door het college. Omdat het gaat om een recht van voortdurend erfpacht, is de hierdoor geleden en nog te lijden schade zeer groot. Cliente moet de woning gebruiken als woning, op basis van het recht van erfpacht, maar mag dit niet volgens het college. Ook dit maakt dat een groot gewicht dient te worden toegekend aan de belangen van cliente. Zij is contractueel gehouden om volgens de bestemming in de akte van 9 januari 2014, de woning te gebruiken als woning.
Dat doet zij, met medeweten van de gemeente sinds 1986, en met instemming van de gemeente in 2014, en vervolgens wordt zij uit de woning gedwongen door het college. Door op deze wijze de handhavingsbevoegdheid uit te oefenen, is sprake van misbruik van bevoegdheid. Ook bij de gemeente stond vast dat er geen bezwaren waren bij het gebruik als van 21 juni 2012 blijkt woning. Uit de e-mail van mevrouw dat vanuit RO geen bezwaar bestaat om het recht om te zetten naar een voortdurend recht van erfpacht. Op geen enkele wijze wordt hierin een kanttekening gemaakt dat dit volgens het bestemmingsplan niet zou zijn toegestaan. Sterker nog, uit deze mail blijkt juist dat wijziging van het erfpacht planologisch geen probleem is.
Brief aan: Gemeente Amsterdam West
Van: Aan: Onderwerp: Datum: Bijiagen:
d.d.: 14 mei 2024
5
FIN: Den Brielstraat donderdag 21 juni 2012 12:06:18 Outlook.iaq
Da Hierbij een antwoord op vraag 4. 5. Vanuit de afdeling Ruimtelijke ordening en grondzaken van het stadsdeel West is er geen bezwaar om het tijdelijke recht om te zetten naar een voortdurend recht van erfpacht Met vriendelijke groet,
T (020) E Aanwezig: maandag, dinsdag en donderdag Bezoekadres Stadsdeel West Bos en Lommerplein Brug 2 Postbus 57239 1040 BC Amsterdam
Uit deze mail volgt overduidelijk dat geen bezwaar bestaat vanuit ruimtelijke ordening, om het tijdelijke recht om te zetten naar een voortdurend recht van erfpacht, waarbij de woning wordt gebruikt als woning. Kortom, in totaal is drie keer toegezegd (!) dat het gebruik van het gebouw als woning, mag. Nimmer is cliente, tot aan de vooraankondiging last onder dwangsom, erop gewezen dat haar gebruik niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan. Zij mocht uitgaan van de juistheid van deze drie toezeggingen. Cliente wordt op straffe van het verbeuren van dwangsommen door het college uit haar woning gedreven, waar zij al sinds 1986 woont en waarvoor zij ook al jarenlang canon betaalt. Van zwaarder wegende belangen die rechtvaardigen dat hiertegen wordt gehandhaafd, is wat cliente betreft geen sprake. 4. Handhaving is onevenredig Vaststaat dat cliente zich op 4 juni 1986 heeft ingeschreven in de woning aan de Den Brielstraat XX in Amsterdam. Cliente meent dat vanwege het langdurig tijdsverloop tussen het ontstaan van de overtreding (4 juni 1986) en het handhavend optreden (16 februari 2021), in dit geval een reden is om of te zien van handhaving.
Brief aan: Gemeente Amsterdam West
d.d.: 14 mei 2024
-6-
Niet in geschil is dat de woning al langdurig wordt bewoond, en dat aan het beeindigen hiervan hoge kosten zullen zijn verbonden. Mevrouw XXXXXXXXXXXX)(X moet verhuizen, en zal andere woonruimte moeten vinden en gaan huren. Bovendien verkeert zij in zeer slechte gezondheid en zal de verhuizing zelf, los van deze procedures, tot zeer ingrijpende gevolgen voor haar Leiden. Haar medische situatie blijkt uit de verklaringen die in beroep zijn overgelegd. Verhuizen is voor haar onmogelijk. Cliente meent dat handhaving niet evenredig is, en dat dit in dit geval in strijd is met artikel 3:4 tweede lid van de Awb. Het besluit voldoet niet aan de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en evenwichtigheid. Gelet op de langdurig voortdurende situatie waarin het college niet handhavend heeft opgetreden, en de bekendheid van het college met de situatie, is in dit geval het handhavend optreden tegen cliente onevenredig in verhouden met de daarmee te dienen belangen. Langdurig tijdsverloop zoals in het geval van cliente had als omstandigheid dienen worden betrokken in de belangenafweging, en bij de vraag of handhaving evenredig is gelet op dat tijdsverloop. In beide gevallen - zowel bij de belangenafwezigheid als bij de toetsing aan evenredigheid - is dit niet gebeurd. 5. Gevolgen voor mevrouw De medische situatie van cliente is zodanig slecht, dat zij aan huis is gebonden.
De dochter van cliente, mevrouw XXXXXXXXXXXX, is ook de mantelzorger van heeft op 1 april 2024 een mevrouw XXXXXXX. Mevrouw schriftelijke verklaring afgelegd over de gevolgen van deze procedures voor cliente, en de impact op het Leven van cliente. Deze verklaring is bijgevoegd (bijlage 2). Uit deze verklaring volgt dat de fysieke en mentale belasting voor cliente zeer groot is. Cliente woont bijna 35 jaar in deze getijkvloerse woning, waarin zij dagelijks wordt geholpen door haar kinderen. Uit de medische verklaringen die eerder zijn ingediend in beroep blijkt dat de gezondheidssituatie slecht is. De verklaring van mevrouw bevestigt dat een verhuizing feitelijk onmogelijk is, ook vanwege de zorg die nu aan cliente kan worden geleverd en de toch al zeer broze gezondheid van mevrouw. 6. Conclusie Cliente hoopt met haar hoger beroep de impasse te doorbreken. Daarnaast heeft zij met deze brief de raad geInformeerd, in de hoop dat de raad het college oproept om deze zaak alsnog met cliente op te lossen.
Brief aan: Gemeente Amsterdam West
d.d.: 14 mei 2024
-7-
De menselijke maat is zoek in deze zaak. Dat het college in deze tijd van zeer hoge woningnood, een hulpbehoevende vrouw na bijna 40 jaar uit haar eigen woning drijft, alleen maar omdat de bestemmingsregels dit gebruik niet toestaan, maar de erfpachtakte wel, is schandalig. Het met dwangsommen en controles iemand zoveel stress geven, is onmenselijk. Bovendien is ook in deze zaak zeer onevenredig. Cliente betaalt en heeft toestemming om daar te mogen wonen, in haar eigen woning, en zij moet ook daar wonen op basis van de erfpachtakte. Feitelijk dwingt het college haar om wanprestatie te plegen. De hierdoor geleden en nog te lijden schade is enorm, laat staan de immateriele schade die zij lijdt door het handhavingstraject. Het handelen van het college maakt op ongeoorloofde wijze inbreuk op de grondrechten van cliente, waaronder artikel 1 Eerste Protocol EVRM en artikel 8 EVRM. Een dergelijke inbreuk moet bij wet zijn voorzien en gerechtvaardigd zijn door een algemeen belang. Cliente bestrijdt dat de inbreuk op haar eigendomsrecht, en de inbreuk op haar gezinsleven is gerechtvaardigd, vanwege de afwezigheid van het algemeen belang. Bovendien zorgt deze inbreuk ervoor dat zij haar recht van erfpacht niet kan gebruiken op de wijze waarop zij dat moet gebruiken en ook wil gebruiken, namelijk voor het gebruik als woning.
Cliente hoopt dan ook dat de raad in deze specifieke situatie het college oproept om de zaak te heroverwegen, en om haar alsnog toestemming te geven om in de woning te mogen blijven wonen. Mochten de raadsleden naar aanleiding van deze brief verdere informatie willen, dan kunt u daarvoor uiteraard contact met mij opnemen. De reactie van de raad op deze brief en de ontvangstbevestiging van deze brief, zie ik graag van u tegemoet, waarvoor dank.