CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres registratie en regulatie van de honingbijenvolken in Amsterdam

RAAD 5 oktober 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van het Imkersoverleg inzake registratie en regulatie van de honingbijenvolken in Amsterdam VN2022-0299311.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Aan de gemeenteraad Postbus 202 1000 AE AMSTERDAM uitsluitend ingezonden via: Raadsadres - Toelichting (amsterdam.nl)

Geachte raadslid,

Aangaande het voorstel van de Partij voor de Dieren om registratie en regulatie van de honingbijenvolken in uw gemeente, wenden wij ons tot u.

Het Imkersoverleg is een samenwerkingsverband van de landelijke Nederlandse imkerverenigingen, namelijk de Nederlandse Bijenhoudersvereniging, Imkers Nederland, de Biologisch Dynamischeimkerwerkgroep en de Beroepsvereniging Nederlandse Imkers. Door het Imkersoverleg worden zaken opgepakt die verenigingsoverstijgend zijn en in relatie staan tot de (internationale en landelijke) overheid. U kunt hierbij denken aan de landelijke ontwikkelingen rondom bijenkastregistratie (implementatie Europese wetgeving binnen Nederland) en het beoordelen van relevantie van projectaanvragen die gedaan worden binnen het Europees Honingprogramma. Regionale of lokale zaken die landelijke impact voor de imkerij kunnen hebben, hebben eveneens onze aandacht. De actuele casus in uw gemeente, aangaande het voornemen te komen tot een lokale registratie en regulatie van het aantal honingbijenvolken in de gemeente Amsterdam, scharen wij hieronder.

Vanuit onze verschillende lokale verenigingen begrijpen wij dat er op dit onderwerp dialoogsessies gepland worden, waar de lokale verenigingen voor uitgenodigd zijn. Wij zijn content dat er door partijen op dit vlak de dialoog gezocht wordt. Desalniettemin hechten wij er ook aan om vanuit de landelijke imkerverenigingen onze visie op de materie en het proces met u te delen, naast het aanbieden van onze hulp en bereidheid om samen te werken aan een betere situatie voor nectar- en pollenbehoevende insecten in uw gemeente (en daarbuiten). Graag staan we eerst stil bij het proces dat ten grondslag ligt aan het voorstel dat aan uw Raad wordt voorgelegd. Onlangs is door de Partij voor de Dieren een voorstel ingediend om te komen tot een lokale registratie en regulatie van de aanwezige honingbijen in uw gemeente. De PvdD onderbouwt

dit voorstel met een rapport dat door EIS Kenniscentrum geproduceerd is. Betreffend rapport is een samenvoeging van conclusies van eerdere specifieke onderzoeken die vooral buiten uw gemeente zijn uitgevoerd. De, uit uiteenlopende onderzoeken gedistilleerde, conclusies zijn vervolgens door EIS geëxtrapoleerd en als toepasbaar aangemerkt voor de situatie in uw gemeente. Uiteindelijk is er een inschatting gemaakt van het aantal aanwezige honingbijenvolken binnen uw gemeente en adviseert EIS vervolgens op grond hiervan te komen tot een lokale registratie en regulatie van het aantal gehouden honingbijenvolken in uw gemeente. Op de voorgestelde regulatieve normen adviseren zij daarbij tot toepassing van het voorzorgsbeginsel. Wij hechten er aan u in dit kader te informeren over de complexiteit van onderhavige materie. Het meten van aanwezigheid en mate van concurrentie is een zaak waarover onderzoekers doorgaans moeilijk tot overeenstemming komen. Daarnaast zijn biotopen en infrastructuren van geen 2 geografische gebieden aan elkaar identiek. Het overnemen en toepasselijk verklaren van conclusies uit andere geografische gebieden raden wij om deze redenen dan ook ten sterkste af. Wij onthouden ons dan ook om voornoemde reden van het delen van onderzoeken die het rapport van EIS inhoudelijk zouden kunnen bestrijden.

Insecten-onderzoeken worden altijd in relevante mate beïnvloed door factoren van (bijvoorbeeld) meteorologische en klimatologische aard. Deze invloeden reiken ver en hebben zowel betrekking op de planteigenschappen (actuele mate van voorkomen, anatomische kenmerken van de plant en actuele nectar- en pollenwaarde), maar voorgaande factoren staan daarbij ook in directe relatie tot de anatomische kenmerken en voorkeuren van de verschillende insecten in casu. Zo heeft niet ieder insect altijd toegang tot de nectar of het stuifmeel in de plant, ook al zou die plant in beginsel wel voor het insect geschikt zijn. Deze soort-specifieke plant-bijrelaties zijn een essentieel onderdeel van onderzoek als het doel is de in uw gemeente aanwezige kwetsbare bijensoorten te beschermen. Dergelijk onderzoek heeft in Amsterdam nog niet, in ieder geval absoluut niet voldoende, als zodanig plaatsgevonden. Ook het meten van de aanwezigheid van bijen (soortenrijkdom en/of massa) blijft een momentopname, die niet alleen beïnvloed wordt door omstandigheden ten tijde van de meting, maar ook omstandigheden in de jaren daarvóór. Naast grote terughoudendheid rond het verklaren van toepasbaarheid van onderzoek dat niet in uw gebied is uitgevoerd, is het belangrijk om kennis te hebben over het begrip concurrentie.

Concurrentie wordt in dit verband gezien als een absoluut negatief effect, terwijl concurrentie om voedsel in de natuur van nature altijd voorkomt en een probleem kan, maar zeker niet hoeft te zijn voor de in casu betrokken insecten. Het menu is per insect doorgaans dynamisch en afhankelijk van factoren als mate van aanbod, mate van toegankelijkheid (anatomisch) en voorkeur. Het bestuderen van specifieke bij-plantrelaties is in dit kader essentieel. In dat kader is ook een specifieke bestudering nodig van de in uw gebied aanwezige oligolectische soorten bijen, oftewel bijen die afhankelijk zijn van 1 enkele bloemsoort. Dit zijn de meest kwetsbare bijen, die juist niet geholpen worden met het generiek weren van andere soorten of algemene maatregelen, maar die specifieke behoeften hebben rond een bepaalde bloemsoort (maar daar ook nestgelegenheid bij moeten

kunnen vinden). De bedreigingen voor kwetsbare bijensoorten zijn talrijk (afname habitat, nest- en voedselgelegenheid, gebruik van middelen). Anders dan bij honingbijen, kan bijvoorbeeld een fout in het beheer van de openbare ruimte op een enkele plek, al desastreus zijn voor de populatie ter plaatse. De voorgestelde generieke lokale aanpak schatten wij ook om meer redenen in als potentieel onwenselijk en mogelijk potentieel schadelijk voor de lokale en landelijke situatie rondom bestuivende insecten. Imkers zijn doorgaans ambassadeurs van de wereld van bijen. Hun interesse stopt niet bij hun eigen bijen en potje honing. Imkeren niet alleen over wat er zich in de bijenkast afspeelt, maar vooral ook over de omgeving. Imkers zijn voortrekkers van duurzaamheidsprojecten op het gebied van flora en zij pleiten al decennialang voor het ontstenen van tuinen. Ze kennen als geen ander de nood van bijen voor een gezonde, bloemrijke omgeving. Het beperken of verdrijven van imkers, ten gunste van het beschermen van bijen is om die reden zeer onverstandig. Daarbij is ook het economische belang van bestuiving door honingbijen voor de bloeiende Nederlandse fruit-, groente-, sier- en zaadteelt een aspect dat niet uit het oog verloren mag worden. De Nederlandse imkerij is gelukkig, sinds ze in de jaren ’90 van de vorige eeuw leek uit te gaan sterven, langzaamaan weer robuuster aan het worden.

Hiermee wordt niet alleen het ambacht in stand gehouden (de Nederlandse imkerij is erkend als immaterieel erfgoed) en wordt de teeltsector voorzien van de noodzakelijke bestuiving van hun gewassen, ook zorgt de aanwas van jonge imkers voor innovaties ten gunste van een moderne imkerij en zijn zij zeer gericht op het verbinden van de imkerij met andere doelgroepen (zoals de landbouw, buurtinitiatieven) ten gunste van een gezonde plek voor bijen in de moderne leefomgeving. Overigens dient voor de volledigheid ook opgemerkt te worden dat de honingbij (Apis mellifera mellifera) een inheemse “wilde” soort is in Nederland; eeuwenlang heeft zij samen met de andere bijensoorten in Nederland, in harmonie gebruik kunnen maken van het Nederlandse landschap. Dat zij nog nauwelijks in het wild voorkomt is schrijnend, maar is te verklaren door de achteruitgang van habitat: nestelgelegenheid voor bijenvolken is schaars. Als laatste hechten wij er aan te benoemen dat het implementeren van de Europese verplichting tot het registreren van bijenkasten in Nederland thans gaande is. Het vooruitlopen op dit landelijk proces met een Amsterdamse registratieplicht is daarmee in onze ogen erg onverstandig. Het landelijke traject van implementatie wordt zeer zorgvuldig doorlopen; met participatie van imkers van divers pluimage ten gunste van een goede adaptatie van deze nieuwe verplichting.

Immers is het opleggen van een registratieplicht slechts een eerste symbolische stap; het omarmen van de noodzaak van de groeiende verantwoordingsplicht door het gros van de imkers is essentieel, wil ook een aspect als handhaving succesvol worden vormgegeven. Graag sluiten we af met een handreiking om u bij te staan in deze lastige materie. Als we met elkaar kijken naar de kansen en bedreigingen die er daadwerkelijk voor bijen in uw gemeente zijn, dan zullen we er in slagen de situatie voor bijen duurzaam te verbeteren.

Hartelijke groet, Namens het Imkersoverleg

Arie Kreike, voorzitter (BVNI) Wijnand Lodder (Nederlandse Bijenhoudersvereniging) Ad van der Wiel (Imkers Nederland) Albert Muller (BD-Imkerwerkgroep)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14430583/1