Raadsadres reactie op boek Het verraad van Anne Frank-baanbrekende onderzoek van een internationaal coldcaseteam in Nederland
Tekst van het document
Aan: het College van Burgemeester en Wethouders der Gemeente Amsterdam en de leden van de Gemeenteraad van Amsterdam Postbus 202 1000AE Amsterdam
Leiden, 25/1/2022 Geacht college, geachte raadsleden, Zoals u bekend is, is op maandag 17 januari j.l. het boek Het verraad van Anne Frank/het baanbrekende onderzoek van een internationaal coldcaseteam in Nederland verschenen, geschreven door de Canadese auteur Rosemary Sullivan. Volgens het Dankwoord van de projectdirectie (p. 339-340) heeft de gemeente Amsterdam een 'royale (niet nader gespecificeerde) toelage' aan het project toebedeeld. Dat is de reden van mijn schrijven aan u. U weet wat — in hoofdzaak — de conclusie is van het boek: hoogstwaarschijnlijk ('met 85% zekerheid', volgens het projectteam) heeft notaris A. van den Bergh het adres van het 'Achterhuis' doorgegeven aan de Duitse Sicherheitsdienst en daarmee de familie Frank en anderen verraden, en zo indirect meegewerkt aan hun vervolging en vernietiging. Deze 'waarschijnlijkheid' berust volgens de auteurs op het elimineren van een aantal andere mogelijkheden, in combinatie met een aantal aanwijzingen, waaronder de vondst van een door Otto Frank overgetikt anoniem briefje waarin Van den Bergh wordt genoemd. Het effect van de publicatie en de communicatiecampagne eromheen is u inmiddels ook genoegzaam bekend. De media hebben er uitgebreid aandacht aan besteed.
De teneur van de koppen is, zowel in de nationale als internationale pers: 'Nieuw onderzoek toont aan: de verrader van Anne Frank was (hoogstwaarschijnlijk) de Joodse notaris A. van den Bergh.' Zijn Joodse afkomst wordt vrijwel overal gememoreerd en zelfs gebruikt als verklaring: de man probeerde, in het nauw gedreven, zichzelf en zijn familie te redden door andere Joden (niet alleen de familie Frank) te verraden. Hij kon dit doen dankzij informatie die hem bereikte via de Joodse Raad, waarvan hij bestuurslid was, en door contacten met Duitsers in de hoogste kringen. Hij en zijn gezin hebben (mede daardoor) de oorlog overleefd, zo is de suggestie. U weet ongetwijfeld ook, dat zowel de conclusies als de onderbouwing fel zijn bekritiseerd door diverse deskundigen op het gebied van bezetting en vervolging. Sterker: niet een historicus/onderzoeker van enige reputatie heeft zich tot nu toe (publiekelijk) achter de conclusies in het boek geschaard. lk voeg een bloemlezing van deze kritische reacties (deels verdubbelingen) hierbij. Een aantal deskundige historici wordt in het Dankwoord (p.
336) bedankt, zij het met het caveat: 'we mogen er niet van uitgaan dat deze auteurs of onderzoekers zich scharen achter de resultaten van ons onderzoek.' Dat klopt: enkelen van de genoemden, zoals David Barnouw, Erik Somers en Sytze van der Zee hebben zich publiekelijk in scherpe bewoordingen uitgelaten over inhoud en conclusies van het boek. Zij waren daarvan veer het verschijnen ook niet op de hoogte (ibidem). Er blijkt ook nog sprake te zijn van een
driekoppige Adviesraad onder voorzitterschap van uw voormalig burgemeester Job Cohen (p. 341). 'Zij dragen geen verantwoordelijkheid wat betreft onze conclusies', meldt het Projectteam. De leden van de Adviesraad hebben voor zover bekend geen reactie op het boek afgegeven. De goed onderbouwde reacties van de deskundigen kunnen maar tot een conclusie leiden: Van den Berghs schuld is allerminst bewezen op grond van de gegevens in dit boek. Zijn onschuld zal overigens nooit bewezen kunnen worden — het is onmogelijk lets te bewijzen wat nooit is gebeurd, zeker niet na zoveel jaar. De bewijsvoering in het boek is buitengewoon zwak en berust deels op tunnelvisie, deels op onbetrouwbare en oncontroleerbare bronnen, deels op puur methodologische fouten. Dat heeft zijn redenen. In het 'internationale coldcaseteam', wat daarvan verder de verdiensten ook mogen zijn, zit niet een expert op het gebied van bezetting en vervolging in Nederland, en dat geldt ook voor de schrijfster, die wel biografieen op haar naam heeft staan maar geen historica is en tot voor kort niets van Nederland en de bezetting wist. De Iijst directe medewerkers op p. 331-332 lijkt indrukwekkend, maar bij nadere beschouwing ontbreekt daarbinnen werkelijke inhoudelijke expertise. Het boek, dat met al zijn voetnoten de indruk maakt van een weerslag van gedegen historisch onderzoek, is dat allerminst.
De bronnen zijn slordig geannoteerd, soms niet te achterhalen en soms simpelweg fout geinterpreteerd. lk voeg een aantal voorbeelden — alle betrekking hebbend op elementaire onderdelen van het betoog van de schrijfster — hierbij, zodat u zelf kunt oordelen. Hierbij moet worden opgemerkt dat volstrekt onduidelijk is, waar zich de data bevinden die in het kader van het project zijn gegenereerd. Noch het boek, noch de website van organiserend bedrijf Proditione Media by (https://www.coldcasediary.com/ ) geven daarover enige informatie. De primaire gegevens en bronnen zijn dan ook niet te controleren. Aan gedegen historisch onderzoek mag die eis worden gesteld, zeker als het mede met publiek geld is gefinancierd. Proditione Media is echter geen historisch onderzoeksbureau; volgens het handelsregister zijn haar producten en diensten '(het)
produceren van films of het doen laten produceren van films, het verkopen of doen laten verkopen van (formats, pilots en producties, het produceren ten behoeve van televisie en theater en het produceren ten behoeve van internetproducties en het exploiteren of doen laten exploiteren hiervan.' De kans is dan ook groot dat de onderzoekresultaten niet, of slechts tegen betaling, openbaar zullen worden gemaakt. Er is in mijn ogen maar een conclusie mogelijk. De (postume) reputatie van een (Joodse) medeburger van uw stad is op grond van zeer gebrekkig onderzoek en een kritiekloze behandeling door deskundig bespeelde media vrijwel onherstelbaar beschadigd. Hem wordt volkomen ten onrechte aangewreven dat hij goede contacten had in de hoogste nazi-kringen en dat hij willens en wetens (zij het dan om zijn gezin te beschermen) anderen (zij het indirect) de dood heeft ingejaagd. Zijn bestuursfunctie in de toch al suspecte Joodse Raad wordt tegen hem gebruikt. De nuanceringen van de schrijfster en de leden van het projectteam ('het zijn natuurlijk wel de nazi's geweest, niet Van den Bergh, die verantwoordelijk zijn', p. 316-317) klinken onoprecht, net als de uitspraak dat ze zich bewust zijn van mogelijke ophef en schade, maar dat 'de waarheid verteld moest worden (p. 316).' Zeker: als het daadwerkelijk om een onbetwistbare waarheid ging, zou iedereen zich daarbij
neer (moeten) leggen, ook al zou die nog zo pijnlijk zijn. Dit boek vertelt echter de waarheid niet, en werkt in feite toe naar een schadelijke onwaarheid. Of het projectteam dit hele onderzoek met integere bedoelingen heeft opgezet, kan ik niet beoordelen. Dat er van het begin of aan een verdienmodel met een goedgeorganiseerde communicatie- en mediastrategie aan ten grondsiag lag, compleet met uitgebreide juridische adviezen (zie p. 340) is wel zeker. Dat het team in wetenschappelijk opzicht ondeskundig, onzorgvuldig en met bewust effectbejag te werk is gegaan, is voor mij wel aangetoond. Het schadelijk effect is volkomen duidelijk. lk twijfel geen moment aan de intenties van de Gemeente Amsterdam wat betreft het toekennen van financiele ondersteuning aan dit project. Zij zal zich daarbij een degelijk en wetenschappelijk verantwoord onderzoek hebben voorgesteld. Vanzelfsprekend is de gemeente niet verantwoordelijk voor de tekst, en zou het haar ook niet gepast hebben daar invloed op uit te oefenen. Dat betekent niet, dat ze zich in de toon en de conclusies van het boek hoeft te vinden, en ik meen goede redenen te hebben aangedragen waarom ze dat ook zeker niet zou moeten doen. lk ga ervan uit dat leden van uw College en uw Raad getroffen zullen zijn geweest door zowel de 'onthullingen' als de kritische reacties.
lk weet niet in hoeverre zij zich door die reacties hebben laten overtuigen. Naar mijn mening zou het hun echter passen als ze eveneens een kritische reactie zouden afgeven, zouden aandringen op deskundig onafhankelijk onderzoek naar de manier waarop het boek tot stand is gekomen, of liefst publiekelijk afstand zouden nemen van de conclusies van dit door de gemeente medegefinancierde project en het boek, met daarin de aantoonbaar onbewezen postume beschuldigingen aan het adres van een indertijd gewaardeerd notabele van uw stad en onschuldig slachtoffer — ook als hij het heeft overleefd —van de genocidale vervolgingen waaraan de Joodse gemeenschap is blootgesteld.
lk zie met belangstelling uit naar uw reactie. Met de meeste hoogachting,
(Nr\i\r\r
Selectie kritische reacties op Het verraad van Anne Frank, week van 17 januari 2022 Trouw, 17//2022, Rianne Oosterom 1. Wat zegt een anoniem briefje? In 1945 ontving de vader van Anne Frank, de enige overlevende van het gezin, een anoniem briefje dat hij pas in de jaren zestig aan de politie gaf: `Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd medegedeeld aan de Judische Auswanderung te Amsterdam, Euterpestraat, door A. Van den Bergh, destijds woonachtig nabij het Vondelpark, 0. Nassaulaan.' Dit briefje, waarvan de onderzoekers een kopie bemachtigden, zette hen op het spoor. Het leidde uiteindelijk - even kort door de bocht - tot de theorie dat de notaris als lid van de Joodse Raad beschikking had over adressen van onderduikers, die hij, toen de situatie voor hemzelf penibel werd, ruilde voor zijn eigen vrijheid. Maar het enige wat dat briefje bewijst, zegt historicus en schrijver Bart van der Boom die jarenlang onderzoek deed naar de Joodse Raad, is dat Van den Bergh is beschuldigd van het verraad, niet dat hij het ook was. "Er waren in die tijd allerlei verhalen over verraad door de Joodse Raad, waarvan vele niet waar bleken." Als historicus kun je niets met een anoniem briefje' "De inhoud van dit briefje was al bekend", zegt Eric Somers, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod).
"Als historicus kun je niets met een anoniem briefje." Van wie het komt, is bepalend voor de betrouwbaarheid, legt hij uit. Dat het coldcase-team veronderstelt dat Van den Bergh de adressen deelde met de Duitsers om zijn gezin te redden, vindt Somers `geen conclusies die je op een historisch verantwoord wetenschappelijk onderzoek baseert'. "Je kunt niet iemand half veroordelen. Deze man wordt nu gepositioneerd als de verrader van Anne Frank, dat is best immoreel." Een verdienste van het onderzoek is wel dat het briefje nu minder schimmig is dan het voorheen was, zegt Gertjan Broek, die bij de Anne Frank Stichting in 2016 onderzoek deed naar de arrestatie van de onderduikers in het Achterhuis. "Er is meer duidelijkheid. De afzender nog steeds anoniem, maar wellicht komt daar nog verandering in." 2. De onwaarschijnlijke rol van de Joodse Raad 'Zeer explosieve informatie': zo noemen de onderzoekers de ontdekking van een getuigenis van een Duitse tolk die zij in het archief voor bijzondere rechtspleging vonden. Deze tolk vertelde dat hij een gesprek opving tussen een sergeant van de Duitse militaire politie en rechter-plaatsvervanger Willy Stark over de Joodse Raad en onderduikadressen. De sergeant zou om een lijst verzocht hebben, waarop de Joodse Raad tussen de vijfhonderd en duizend adressen had gestuurd.
Op de vraag hoe de Joodse Raad daaraan kwam, antwoordde hij dat brieven uit Westerbork aan ondergedoken familieleden via de Joodse Raad werden gestuurd. "Het is waanzin om zo'n ernstige beschuldiging te baseren op lets wat iemand zegt gehoord te hebben, in het kader van zijn eigen berechting. Dat is flinterdun bewijs voor dit verhaal. Schokkend gewoon", zegt historicus Bart van der Boom, verbonden aan de Universiteit Leiden. "Ik kan mij hier echt over opwinden." Ook Somers, die zich tientallen jaren bezighoudt met het onderwerp, is het bestaan van eventuele lijsten nergens tegengekomen en vindt het 'hoogst onwaarschijnlijk.' Hij wijst er ook op dat de Joodse Raad werd opgeheven in september 1943. De arrestatie is in augustus
1
1944. "Dat zou betekenen dat deze Arnold van den Bergh bijna een jaar met deze lijsten zou hebben rondgelopen." 3. Andere scenario's zijn nog steeds waarschijnlijk Wat als het gewoon toeval was, dat de familie Frank ontdekt werd? Dat is een theorie waar de Anne Frank Stichting een aantal jaar geleden zelf mee kwam. Op hetzelfde adres waar zij waren ondergedoken, was de firma Giessen & Co gevestigd. Vijf maanden voor de arrestatie werden werden twee werknemers gearresteerd voor de clandestiene handel in distributiebonnen. "De SD joeg op ondergedoken Joden, maar ook op mensen die clandestien koeien en schapen slachtten en voedselbonnen verhandelden", zegt Gerjan Broek van de Anne Frank Stichting. Bij de arrestatie van de familie Frank was volgens hem ook iemand van deze afdeling aanwezig. "Het kan zijn dat er tussen die twee gebeurtenissen een verband bestaat." Hij ziet die theorie niet ontkracht in het boek van het coldcaseteam. Ook Somers van het Niod noemt deze theorie als nog steeds mogelijk. "Dit zou kunnen verklaren waarom er nog een overvalwagen gebeld moest worden om de acht onderduikers op te halen. Die hebben een tijdje zitten wachten." Ook Sytze van der Zee, schrijver van oorlogsboeken, ziet zijn theorie dat het mogelijk om de beruchte collaborateur Ans van Dijk ging, niet ontkracht.
Somers: "Het Niod heeft eerder geconcludeerd dat hard bewijs voor het verraad van Anne Frank niet te leveren valt. Nu het coldcaseteam echt alles overhoop heeft gehaald en we het nog niet zeker weten, zal dat bewijs ook nooit geleverd warden."
Volkskrant, 19 januari 2022 Wilma de Rek Wie heeft Anne Frank verraden, plus de zeven andere mensen die ruim twee jaar met haar aan de Amsterdamse Prinsengracht zaten ondergedoken tot ze in augustus 1944 alsnog werden opgepakt door de nazi's om in een concentratiekamp te warden doodgemarteld? Maandag verscheen in 23 landen het boek van de Canadese schrijver Rosemary Sullivan, dat beweert het antwoord op de vraag te onthullen. De lancering ging vergezeld van een gelikte pr-campagne. Zondag trapte het CBS-programma 60 minutes af op de Amerikaanse televisie, maandag volgden de kranten. In Nederland veegden de Volkskrant, het Parool en NRC Handelsblad er hun voorpagina's voor leeg, elk in de veronderstelling een keiharde primeur te brengen. Om er zeker van te zijn dat het publiciteitsoffensief niet voortijdig zou warden verstoord, hadden de uitgevers — in Nederland Ambo Anthos — individuele journalisten een geheimhoudingsovereenkomst laten tekenen waarin ze verklaarden dat zij hoogstpersoonlijk zouden opdraaien voor alle schade die zou ontstaan als de boel voortijdig uitlekte. Hiermee sloot de uitgever de mogelijkheid voor die journalisten om voor publicatie onafhankelijke en kritische deskundigen te kunnen raadplegen, hermetisch af. Je zou verwachten dat een boek dat zo hoog van de toren blaast, met onweerlegbare feiten komt. Maar de afgelopen dagen rezen veel vragen.
Inhoudelijke vragen (want hoewel het hele boek toewerkt naar de naam van een Amsterdamse notaris, is van doorslaggevend bewijs geen sprake), ethische vragen (als doorslaggevend bewijs ontbreekt, mag je iemand dan wel als dader aanwijzen?) en praktische vragen: wat is precies de status van het onderzoek dat tot het boek heeft geleid? In de berichtgeving kwamen termen langs als 2
'coldcaseteam', 'forensische statistiek' en 'big data' en werd gewag gemaakt van de medewerking van een echte Arnerikaansc gepensioneerde FBI-bromsnor, waardoor het allemaal uiterst officieel klonk. Het boek is onderdeel van een mediageniek project dat is bedacht door filmmaker Thijs Bayens en filosoof Pieter van Twisk, die er begin 2017 de by 'Proditione Media' voor oprichtten. Proditio betekent verraad of bedrog. Waarmee we zijn aanbeland bij de vraag der vragen: wie gaan er allemaal geld verdienen aan het verraad van Anne Frank? Volgens het colofon van het boek Iigt het copyright bij de auteur en bij Proditione Media en gaan die er dus met de poet vandoor, samen met de uitgevers natuurlijk. Maar er zijn meer partijen die in het project hebben geinvesteerd, waaronder de gemeente Amsterdam. Krijgen die dan niks? lk mail de uitgever van Ambo Anthos. 'Wij hebben in 2018 een contract gesloten met de agent voor de Nederlandse rechten, waarna wereldrechten werden verkocht aan HarperCollins', antwoordt ze. `Wij betalen alleen aan de agent, zoals gebruikelijk is. En verder zijn we niet op de hoogte hoe dat onderling geregeld is.' Misschien kan iemand er eens een coldcaseteam op zetten.
NRC 19/1, hoofdredactioneel commentaar Is het verraad van de schuilplaats van Anne Frank en haar familie een geschikt onderwerp voor een 'true crime'-verhaal? Een populair mediagenre waarin waargebeurde misdrijven worden uiteengerafeld, de personages echte mensen zijn en er bij voorkeur ook een oplossing wordt aangereikt. Als het tenminste om een cold case gaat. In een van de minder geslaagde uitzendingen van zijn tv-programma dacht misdaadverslaggever Peter R. de Vries ooit de moord op J.F. Kennedy te kunnen oplossen. Dat bleek dus niet zo te zijn. Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevat meningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groep redacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer een handvat, een invalshoek, het is 'eerste hulp' bij het nieuws van de dag. Die associatie doet wellicht onrecht aan de vast even integere poging van een groep particuliere onderzoekers om alsnog de verrader van Anne Franks onderduikplaats te achterhalen. En wel met behulp van moderne forensische en data-technieken. Er blijkt, ook onder historici, duidelijk waardering te bestaan voor de grote hoeveelheid materiaal die zo is onderzocht, de grondige methodiek en het ontzenuwen van de vele theorieen die na publicatie van Het Achterhuis zijn ontwikkeld over de toedracht.
Was het toeval, opzet, samenloop, misverstand, bijvangst? Volgens dit onderzoek, dat deze week wereldwijd aandacht trok, was het waarschijnlijk het handelen van een Joodse notaris die zitting had in de Joodse Raad. De onderzoekers claimden met '85 procent zekerheid' dat te mogen concluderen uit een (overgetypt) anoniem briefje en een beredeneerd motief. Namelijk dat de (ondergedoken) notaris en zijn gezin zelf zo meer kans op redding zouden maken. De ene Joodse onderduiker die de ander verraadt dus? En die 85 procent is dan de vrucht van 'forensische statistiek', wat sinds de dwaling in de zaak-Lucia de B. op zichzelf juist reden voor extra voorzichtigheid zou moeten zijn. Deze verpleegkundige werd achteraf ten onrechte veroordeeld omdat het onder meer statistisch uitgesloten werd geacht dat er zoveel patienten tijdens haar diensten overleden. De werkelijkheid was toch anders. 'Bij grote beschuldigingen horen grote bewijzen' oordeelde hoogleraar Johannes Houwink ten Cate over de veronderstelde oplossing van de zaak-Anne Frank, terecht, in NRC en elders. En die zijn dus niet gevonden, tegen de desondanks bij naam genoemde verdachte. 3
Die zich niet meer kan verdedigen, maar nu wel voor altijd is geblameerd. Anne Frank is immers wereldwijd uitgegroeid tot het aangrijpende symbool van de Jodenvervolging — het absolute kwaad vs. het onschuldige kind met haar dromen intact en haar leven voor zich. Wat niet zo mocht zijn. Daar is nu dus een kennelijke dader bij gevonden, wat helemaal past bij het mediaformat van dit genre. Ook de regie van de onthulling was daaraan dienstbaar. Een streng embargo dat het tevoren voorleggen aan andere deskundigen niet toestond. Daardoor was gegarandeerd dat de, achteraf toch iets te wankele identificatie van de verrader overal centraal stond in de berichtgeving. Het netto effect was dat van een 'trial by media', die pas in de follow-up de noodzakelijke kanttekeningen konden verzamelen. Ook de enscenering, met fotoborden, plattegronden en een nonchalant FBI-jasje op een stoel riekt naar (Amerikaans) tv-beeld. Hier sprak de mediamarkt een woordje mee. Zoiets is een les voor media Mt De conclusie is in elk geval dat een uitputtend onderzoek met nieuwe technieken alleen een mogelijke aanwijzing heeft opgeleverd. Maar geen doorsiaggevend bewijs.
Tweets Bart Wallet/Universiteit Leiden, 18/1 Inmiddels het boek over het verraad van Anne Frank van a tot z gelezen. En dat valt niet mee. De argumentatie is grotendeels gebaseerd op vooronderstellingen en naast het afschrift van het anonieme briefje is er geen bewijs. In het boek worden verschillende scenario's weggestreept, waarna de casus Arnold van den Bergh overblijft. Dan gebeurt er iets raars: de bewijslast wordt omgekeerd. Een kiassieke drogreden (e silentio) wordt gebruikt om Van den Bergh als verrader te outen Omdat Van den Bergh de oorlog heeft overleefd, wordt ervan uitgegaan dat hij dan wel verraad gepleegd moet hebben. TerwijI het meest waarschijnlijk is dat hij ondergedoken was. Team hanteerde politiedriedeling kennis-motief-gelegenheid. Prima. Maar het gaat steeds mis. Bij kennis wordt verondersteld dat er lijsten onderduikadressen waren bij Joodse Raad en dat Van den Bergh die had. Beide niet bewezen. Bij motief wordt ervan uitgegaan dat Van den Bergh zijn familie wilde redden. Maar zijn kinderen zaten nota bene in de onderduik. Dus hooguit wilde hij zichzelf en zijn vrouw redden, maar waarom zouden kinderen wel onder kunnen duiken en ouders niet? Bij gelegenheid wordt beweerd dat Van den Bergh toegang had tot hooggeplaatste nazi's. Dat wordt echter niet aangetoond, alleen dat hij in de kunsthandel met tussenhandelaren als Alois Miedi omging.
Niet dat hij daadwerkelijk toegang had tot de Amsterdamse SD. Taalgebruik vaak suggestief en wat eerder nog optie is, wordt later als bouwsteen voor verdergaande argumentatie gebruikt. Enkele caveats, maar uiteindelijk wordt Van den Bergh als meest waarschijnlijke verrader neergezet. Auteur Sullivan zegt zelfs dat team 95% overtuigend is. Het team heeft veel bronnen verzameld, maar merkwaardig genoeg de joodse archieven over het hoofd gezien. Al het materiaal over Van den Berghs positie na W011 is daardoor buiten beeld gebleven en daardoor geeft boek ook verkeerd beeld over hem na W011. Wat dit boek wreekt is dat er geen deugdelijke peer review heeft plaatsgevonden. In plaats van het eerst kritisch te laten lezen door aantal experts, is de argumentatie en eindconclusie nu angstvallig verborgen gehouden en via mediacampagne gelanceerd. Helaas.
4
Website NOS, 16/1 Experts reageren kritisch op een nieuwe theorie over het verraad van Anne Frank. Er is bewondering voor de grote hoeveelheid informatie die het team met moderne methoden boven water kreeg, maar de conclusie dat een Joodse notaris het Achterhuis verraadde, is te veel gestoeld op aannames, vinden kenners. Directeur Ronald Leopold van de Anne Frank Stichting is onder de indruk van de hoeveelheid werk die het team heeft verricht. Alle bekende theorieen en enkele nieuwe werden uitgeplozen. "Bewonderenswaardig veel werk." De conclusie dat Joodse notaris Arnold van den Bergh achter het verraad zat, noemt hij "een nieuw perspectief" maar hij heeft ook kanttekeningen. "Ik denk dat je moet vaststellen dat er nog belangrijke puzzelstukken ontbreken." De onderzoekers stellen dat Van den Bergh als prominent lid van de Joodse Raad kon beschikken over lijsten met onderduikadressen. Toen hij zelf gedeporteerd dreigde te worden, speelde hij die door aan de nazi's om zijn gezin te redden, redeneert het team. "Lasterlijke onzin", reageert Bart van der Boom fel. De universitair docent uit Leiden werkt aan een boek over de Joodse Raad dat in april verschijnt, Politiek van het kleinste kwaad. "Er is geen enkele serieuze bevestiging voor dit verhaal." Het team leidt het bestaan van de lijsten of uit naoorlogse getuigenissen van een Duitse tolk.
Broddelwerk, typeert Van der Boom die redenering. "Je bent niet goed snik als je denkt dat de leden van de Joodse Raad, gerespecteerde mensen, 500 tot 1000 Joodse onderduikers zouden verraden." Emeritus hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies Johannes Houwink ten Cate van de Universiteit van Amsterdam valt hem bij. "Er is na de oorlog heel hard over de Joodse Raad geoordeeld, niet in de laatste plaats in Joodse kring. Als er iets van bewijs was geweest dat er lijsten waren geweest met ondergedoken Joden, dan was dat na de oorlog echt allang naar voren gebracht." Bovendien, vervolgt Houwink ten Cate, zelfs al waren die lijsten er, dan was het nog niet bewezen dat het Achterhuis erop stond of Van den Bergh er kennis van had. "Bij grote beschuldigingen heb je ook grote bewijzen nodig." De kleindochter van Van den Bergh, die met de onderzoekers sprak over haar familiegeschiedenis, heeft hun bevindingen afgelopen weekend te horen gekregen. Ze wil niet reageren, zegt ze tegen de NOS. "Ik wil het laten bij mijn medewerking aan het vooronderzoek naar deze oorlogsgeschiedenis", laat ze in een reactie weten. De onderzoekers geven toe dat ze geen smoking gun hebben weten te vinden.
Oud-NIODonderzoeker David Barnouw denkt dat dat ook een illusie is na al die jaren, zoals hij in 2003 zelf al concludeerde in een onderzoek naar alle tot dan toe aangevoerde verdachten (inclusief een kort stukje over Van den Bergh). "Ik was heel benieuwd naar wat eruit kwam", zegt Barnouw, die gevraagd werd mee te werken, maar heeft bedankt. "Het probleem is altijd dat men uitgaat van aannames. Zo kan ik nog wel drie verhalen maken. Het is een theorie die past in de lijst met andere verdachten, maar het blijft speculatie." De redenering dat Van den Bergh als notaris in de Goudstikker-affaire goede relaties had met de nazitop en misschien kon onderhandelen over zijn lot, overtuigt Barnouw ook niet. "Alle Joden die itherhaupt nog een functie hadden zijn betrokken geweest bij collaboratie. Hij kon ook moeilijk weigeren, daar zou hij meer last mee gekregen hebben."
5
Hij acht het ook niet waarschijnlijk dat het doorspelen van adressen Van den Bergh iets opgeleverd had. "Ik geloof niet dat de Duitsers onder de indruk waren geweest als iemand bij hen kwam en zei '0, ik heb hier wat adressen voor u, wilt u mij dan aistublieft laten lopen'." Tunnelvisie Van der Boom mist ook bewijs dat als het verraad al had plaatsgevonden, het Van den Bergh iets opleverde. Het onderzoeksteam stelt dat de notaris in 1944 vrij kon blijven rondlopen omdat er geen details bekend zijn over een onderduik. "Dat lijkt me tunnelvisie. Ze zeggen: hij was dus niet ondergedoken, dus moest hij op een andere manier zijn veiligheid hebben gekocht. Maar ze weten gewoon niet waar hij was." "Het was niet zo dat onderduikers even opbelden om te zeggen 'ik zit nu daar en daar'", vult Houwink ten Cate aan. Bovendien, vervolgt hij, waarom zou de inval in het Achterhuis pas in augustus 1944 plaatsvinden, als Van den Bergh al begin dat jaar in de problemen was gekomen? "Er zitten een hoop losse eindjes aan het verhaal." Blijft over het beschuldigende briefje over Van den Bergh dat kort na de oorlog bij Otto Frank werd bezorgd. Omdat Anne Frank op dat moment nog niet wereldberoemd was, moet de anonieme schrijver wel de waarheid hebben gesproken, redeneert het coldcaseteam. Maar ook dat ziet Van der Boom anders. "Misschien wilde iemand Van den Bergh zwartmaken.
Hij had vijanden en er waren na de oorlog duizenden verhalen over wie er allemaal bloed aan zijn handen had en boter op zijn hoofd. In die context worden ook ongelooflijk veel onzinverhalen verteld." Dat Van den Bergh, overleden in 1950, eerder als integer wordt omschreven, weegt voor Houwink ten Cate zwaarder. "Het klopt dat dit het enige schriftelijke bewijsstuk is waarin een naam wordt genoemd. Maar we weten ook dat Van den Bergh na de oorlog zonder probleem eervol als notaris wordt hersteld. Dat gebeurde alleen als hij de reputatie had van integer notaris." "Het is een vrij definitieve interpretatie van feitelijk een briefje waar je dan vervolgens een context aan toevoegt", waarschuwt ook Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam, waar onder meer het Joods Historisch Museum is gevestigd. "Je moet behoorlijk wat Bingen aannemen om dit definitief te krijgen, dat vind ik ingewikkeld."' Toch is hij blij dat het onderzoek veel andere verdachten voorgoed vrijpleit. "Er is een scenario overgebleven en dat is waarschijnlijker dan alle andere", denkt hij, ondanks alle vraagtekens. Hij hoopt dat verder onderzoek meer details duidelijk kan maken. Het onderzoeksteam geeft zeif toe dat er nog gaten in de theorie zitten. Maar Van Twisk hoopt dat die juist met de publicatie van deze theorieen kunnen worden ingevuld.
"Het kan best dat als er nu aandacht aan wordt besteed er mensen naar voren komen die zeggen: ik heb ook zo'n anonieme brief gehad." Te veel tijd verstreken Toch denkt FBI-rechercheur Vince Pankoke, die meewerkte aan het onderzoek, dat hij een sterke indirecte zaak heeft tegen Van den Bergh. "Alleen deze theorie komt in de buurt van een oplossing en strookt als enige met alle verklaringen, aanwijzingen en het soms misleidende gedrag van Otto Frank en Miep Gies, die de familie geholpen heeft. En het is de eerste en enige theorie met fysiek bewijs dat een verrader aanwijst." "Had ik liever onomstotelijk bewijs gehad? Natuurlijk. Maar voor een smoking gun is er te veel tijd verstreken." Ook Barnouw blijft vrezen dat de waarheid nooit boven tafel zal komen, zelfs niet met nieuwe onderzoeksmethoden. "Er werd ongelooflijk dik gedaan over big data waar ze met 6
de computer op afgingen. Een van de problemen bij dit onderdeel van de Tweede Wereldoorlog is echter dat er zo weinig data zijn." Hij blijft er rekening mee houden dat stom toeval tot de inval leidde, hoe onbevredigend dat ook is.
Volkskrant, 18/1, Hans Fels Meer dan 47 jaar heb ik met mijn camera de wereld doorkruist om verslag te doen van wat de mens de mens aandoet. Als zoon van een moeder, die als enige van haar familie deportatie naar Auschwitz-Birkenau overleefde, heb ik de wereld altijd beschouwd met Auschwitz in mijn achterhoofd. In Bosnie zag ik dat klasgenoten, of vrienden van de lokale voetbalclub elkaar moeiteloos konden aangeven of door het hoofd schieten als de maatschappelijke orde hen daartoe aanleiding gaf. In China verraadden kinderen hun ouders als die niet leefden volgens het Madistisch ideaal. In Argentinie stortten landgenoten hun eigen landgenoten als afval in zee en in El Salvador stonk het vulkanische doolhof van El Playon naar de lijken van Salvadorianen die daar 's nachts door weer andere Salvadorianen werden gedumpt. De geschiedenis van de mensheid is doordrongen van broedermoord zodra de omstandigheden de geest corrumperen. Maandagmorgen, nadat ik de Volkskrant had gelezen, haalde ik het Weinreb-rapport van Hans van der Leeuw uit mijn boekenkast om nog een keer na te lezen hoezeer Friedrich Weinreb mijn familie had bedrogen. Hij had mijn grootvader omgerekend honderdduizenden guldens afgetroggeld om hem en zijn familie op de lijst van een imaginaire trein naar Zwitserland te zetten.
Ook heb ik ontdaan en met tranen in de ogen door Primo Levi's I sommersi e i salvati, (De Verdronkenen en de geredden) gebladerd en weer geprobeerd te begrijpen wat mijn moeder mij over Auschwitz-Birkenau heeft verteld: dat alleen de sterkste karakters een kans hadden om Auschwitz te overleven en dat overleven kon betekenen; overleven ten koste van een ander. In een interview dat ik in 1978 met mijn moeder maakte voor de film Namens onze Ouders (regie Monique Wolf en Hans Fels) zegt ze over Auschwitz: 'Er zijn dingen die ik je nooit zal vertellen.' Toen ik jaren later bij haar aandrong en zij mij met tegenzin toch lets onthulde, begreep ik dat er dingen zijn die je niet kan vertellen en dat er dingen zijn die je als zoon niet kan aanhoren. Mysterie Het kan zijn dat Otto Frank het mysterie van het verraad van het Achterhuis zelf heeft ontrafeld. Het kan zijn dat iemand uit de Joodse Raad, om zichzelf te redden, de Joden uit het Achterhuis heeft verraden. De echte waarheid die had moeten worden onthuld, is dat er zich voor de ogen van de gehele Nederlandse samenleving een drama afspeelde, waarbij het overgrote deel van de bevolking een yolk zag verdrinken zonder hen een reddingsboei toe te werpen Dan gebeurt er wat deze speurneuzen nu kennelijk opgedoken hebben: dan graait en vecht iedereen om ergens een tak te grijpen, om houvast te krijgen en niet te verdrinken.
De geschiedenis van de ondergang van het Nederlandse Jodendom kent vele verschrikkelijke anekdotes, ook binnen de kring van de eigen familie. Otto Franks motieven kunnen diep menselijk en wijs geweest zijn, om een man te beschermen die in uiterste nood zocht naar een scheur in de muur om te ontsnappen. Het
7
kan ook nog zijn dat Otto Frank geweten heeft dat de anonieme aanklacht op helemaal niets berust. Maar als waar zou zijn dat Otto Frank de naam van de verrader heeft gekend, dan nog is te begrijpen waarom hij daar het zwijgen over heeft gedaan. Om de kop te voorkomen die nu in de Volkskrant is verschenen. Om de foto van Anne Frank over de hele voorpagina. En om die drie pagina's binnen in de krant. Om te voorkomen dat er met de vinger naar ons gewezen zou kunnen worden, dat wij zelf schuldig zijn aan onze eigen ondergang. Mijn dochter van negen jaar oud zei me maandagavond 'Abba, Anne Frank is door een Jood verraden.' Tv-format lk had al eerder gehoord van het cold case-project rond Anne Frank. In oorsprong zijn dit soort cold case-projecten een televisie-format, ontwikkeld door filmproducenten voor wie geld en continulteit van hun bedrijf voorop staan en die duidelijk geen enkele emotionele verwantschap hebben met het onderwerp. Omdat al lange tijd overduidelijk was tot welke conclusie men zou komen, is in de loop van het onderzoek het tv-format uitgegroeid tot een gigantische geldmachine: boeken die uitkomen in god mag weten hoeveel talen, ongetwijfeld tv-rechten in even zoveel landen. Een never ending story met misschien nog meer afleveringen in de toekomst.
De producenten hebben verdomd goed begrepen wat de commerciele implicatie van notaris Van den Bergh als hoofdverdachte betekent voor hun onderneming. Wat nou als uit het onderzoek tevoorschijn was gekomen dat ene meneer Jansen de boel had verraden, een dag voordat hij als treinmachinist de hele familie Frank in Westerbork had afgeleverd? Dan zou geen haan er naar hebben gekraaid, dan had de Volkskrant op het moment dat er oorlog met Rusland dreigt, haar voorpagina niet opgeofferd hebben aan Anne Frank, want dan zou er niets nieuws onder de zon zijn geweest. De producenten zeggen wakker gelegen te hebben van hun conclusie en hebben een of andere rabbijn om zijn rabbinale zegen gevraagd. Dit nu is de definitie van een gotspe.
NRC, 19/1, ingezonden brief Sytze van der Zee Fouten in het onderzoek
(1
In NRC 7/1 staat in het verslag over het nieuwe Anne Frank-boek de volgende zinsnede: „Sytze van der Zee schreef al over een ander lid van de Joodse Raad dat adressen had en aan de Duitsers gal: Rudolf Pollak." lk wil er hierbij op wijzen dat ik dit nooit heb geschreven. lk wist — en weet — niet van het bestaan van een lijst met de namen van ondergedoken Joden, in het bezit van de Joodse Raad. De bewering dat zo'n lijst zou hebben bestaan komt geheel en al voor rekening van het zogeheten coldcaseteam. Ook heb ik niet geschreven dat Rudolf Pollak lid was van de Joodse Raad. Hij was een medewerker die als zwarthandelaar onder meer Joden in de Hollandsche Schouwburg en Westerbork voorzag van Ievensmiddelenkaarten. Sytze van der Zee
8
Volkskrant 19/1, Hanco Jurgens, opinie Al jaren wordt er onderzoek gedaan naar het verraad van Anne Frank. Steeds opnieuw wordt de definitieve dader gezocht. Dat is opmerkelijk want de archieven geven hierover geen uitsluitsel. Het blijft dus gissen. Er zijn inmiddels heel wat theorieen, maar het enige wat we zeker weten is dat er geen bewijs kan worden geleverd. Juist daarom is het zo schadelijk dat een groepje onderzoekers met zoveel stelligheid weet te beweren voor 85 procent zeker te zijn dat de dader een gewezen notaris is die tijdens de oorlog lid was van de Joodse Raad. Het bewijs is flinterdun. Het gaat om een anoniem briefje dat ooit in de bus is gegooid bij de vader van Anne Frank. Noch de auteur van het briefje, noch de motieven om het briefje te schrijven zijn bij de onderzoekers bekend. ledere FBI-agent weet dat er dan in het geheel geen sprake is van een juridisch bewijs. Het briefje kan immers door iedereen zijn geschreven. Om welke reden dan ook. Zonder extra informatie over de auteur van het briefje blijft het een slag in de Iucht. Des te opmerkelijker is het hoe gemakkelijk de auteurs van dit boek ingang kregen bij de media. De Volkskrant opende ermee op maandag, zonder enig weerwoord in de krant (dat kwam pas op dinsdag). En zowel bij M als bij Dpi mochten de auteurs uitgebreid hun verhaal doen.
Medialogica Vanaf het moment dat het onderzoek openbaar werd gemaakt had ik het gevoel naar een lange aflevering van Medialogica te kijken. Als je het onderzoek maar goed framet, gaan alle deuren in medialand voor je open. De auteurs hebben een FBI-agent in de arm genomen, noemen zichzelf een coldcaseteam en hebben ook een 'hoofd onderzoek' aangesteld. Ze brengen hun werkwijze mooi in beeld door foto's van hun kantoor in Amsterdam Noord, met casussen aan de muur te tonen. Ook hebben ze het over hun onderzoek met algoritmes, daar waar je voor het onderzoek naar de waarde van een briefje geen enkel algoritme nodig hebt. Tot slot hebben ze een embargo voor publicatie gesteld, met boetes, om het allemaal nog spannender te maken. Mijn voornaamste bezwaar tegen het boek van dit zelfbenoemde 'coldcaseteam' is dat de auteurs ervan weinig feeling lijken te hebben met de historische omstandigheden van de bezettingstijd, noch met de periode erna. Juist omdat de archieven geen uitsluitsel geven is het belangrijk om de historische omstandigheden in kaart te brengen die ertoe hebben geleid dat de arrestatie heeft kunnen plaatsvinden. Zoals de Anne Frank Stichting zeif dat eerder heeft gedaan. Toeval Omgevingsfactoren doen ertoe. Anne Frank, haar gezin, de familie Van PeIs en de tandarts Fritz Pfeffer zaten ondergedoken boven de firma Giessen & Co waar het een komen en gaan was van mensen.
Het is dus heel goed mogelijk dat iemand lets gehoord heeft en dat heeft aangegeven. Veel waarschijnlijker lijkt het dat de arrestatie op toeval berust. Vijf maanden ervoor waren immers twee werknemers gearresteerd voor de clandestiene handel in distributiebonnen. Het kon dus evenzeer om een reguliere controle gaan die uitliep op de ontdekking van het onderduikadres. Het feit dat de onderduikers lang moesten wachten op een arrestatiewagen wijst hierop. Maar ook deze theorie is gebaseerd op aannames. Het coldcaseteam gaat echter veel verder dan dat. Zij wijzen een schuldige aan die uit Iijfsbehoud anderen zou hebben verraden. En de beschuldigde was een prominente Amsterdammer, lid van de Joodse Raad. 9
Dat er na de oorlog veel wrok was tegen oud-leden van de Joodse Raad spreekt voor zich. De leden van de Joodse Raad hebben immers in de oorlog met de bezetter samengewerkt om erger te voorkomen. Maar toen de laatste Joden uit hun huizen waren gezet was duidelijk dat ze niets hadden bereikt. Boterzacht Het coldcaseteam is aan de haal gegaan met een anonieme beschuldiging, die op zichzelf heel goed verklaarbaar is. De bewijsvoering is boterzacht. Soms is het noodzakelijk om overledenen in bescherming te nemen. lk heb er niet zoveel bezwaar tegen dat een groepje onderzoek doet naar het mogelijke verraad van Anne Frank, en dat zij hun bevindingen publiceren, maar wel dat deze zo gemakzuchtig worden overgenomen in de media. Dat verdient repliek. Hanco Jurgens is wetenschappelijk medewerker van het Duitsland Instituut Amsterdam.
Reactie Anne Frankhuis, 17/1 Jan. 17, 2022 — The cold case team led by former FBI agent Vince Pankoke this week presented its findings on the possible betrayer of Anne Frank. The team concludes that Anne Frank and the other seven people in hiding at Prinsengracht 263 were very probably ('with 85% certainty') discovered because of the actions of the Jewish notary Arnold van den Bergh, a member of the Jewish Council, who they say may have handed over the addresses of people in hiding to the Nazis in an attempt to protect himself and his family. This conclusion has triggered worldwide controversy and stirred up strong emotions. Pieces of the puzzle The Anne Frank House is impressed by the cold case team's detective work, but key pieces of the puzzle are still missing. The discovery of a copy of a letter among the estate of a police officer, in which it is claimed that notary Van den Bergh shared the Frank family's hiding place with the Nazis, is remarkable. There is much to be said for following this trail, but the argument underlying the new betrayal theory is based on a number of assumptions, and no conclusive evidence has been found. More research is needed.
Questions In any event, we have questions concerning several crucial elements of the theory: the copied letter, the role of Otto Frank, what is known about Van den Bergh in 1944 and — most importantly — whether the Jewish Council held lists of the addresses of Jews in hiding and, if these lists did exist, whether Prinsengracht 263 was included in one of them. The copied letter: The cold case team has made a fascinating discovery with the letter retyped by Otto Frank accusing Van den Bergh. However, some unanswered questions remain: Where is the original? Who wrote the letter, and with what intention? Otto Frank: When and how did Otto Frank acquire the letter? It is hard to see how Otto Frank could have been given the letter in 1945. Why would he seek the prosecution of another suspect in 1948 if he was in possession of information that pointed to someone else? What significance did Otto Frank attach to the letter? And why would he not have shared it with other people, including his confidant Johannes Kleiman?
10
Van den Bergh: The last known mention of Van den Bergh during the war dates from February 1944. Where was he after that, and what was he doing in the crucial period in which, according to the cold case team, he shared the list of addresses of people in hiding with the occupying Nazis? List of hiding places: The cold case team has based its conclusions on ambiguous witness statements concerning the existence of lists of hiding places held by the Jewish Council. There is no evidence that these lists were in the possession of the Jewish Council (a number of well-informed historians, such as Bart Van der Boom, Laurien Vastenhout and Johannes Houwink ten Cate, have currently expressed their views on this), let alone that there was a list including the address of Prinsengracht 263. In view of the small number of people who knew about this hiding place, and given that as far as is known communications only passed via a small number of helpers, this is improbable. If the Jewish Council did possess these lists, then it has still not been shown that Van den Bergh had such a list and shared it with the Nazis. What is more, if the list had fallen into the hands of the Sicherheitsdienst in August 1944, then this should have led to a peak of raids on hiding places. No such peak is known to us.
Research by the Anne Frank House: The investigation that the Anne Frank House published in 2016 indicates a possible connection between the seizure of the eight people in hiding in the secret annex and the arrest of two representatives of Otto Frank's company in March 1944 for clandestine trading in ration coupons. One of the detectives who was present on 4 August 1944 was a member of a unit that was specialised in these cases. These and other elements are not mentioned in the cold case investigation.
NY Times, 18/1, Nina Siegal
AMSTERDAM — "Who betrayed Anne Frank?" is a common question visitors ask at the Anne Frank House, a museum built around the secret annex where the teenage diarist hid from the Nazis for more than two years. New clues hadn't surfaced in decades, but Pieter van Twisk, a Dutch media producer, was sure that modern crime-solving technologies, like artificial intelligence, big-data analysis and DNA testing could arrive at better conclusions than previous investigations. Six years ago, van Twisk assembled about two dozen researchers for a so-called "cold case team," with Vince Pankoke, a retired F.B.I. detective from South Florida, taking the lead. Ultimately, high-tech tools played a minimal role in their findings, which the investigators arrived at largely through re-exploring old leads. They hired the Canadian author Rosemary Sullivan to write a book, "The Betrayal of Anne Frank," about the process, which she presented like a true-crime procedural. The book was published Tuesday in the United States and the Netherlands. The team settled on a suspect: Arnold van den Bergh, a Jewish notary from Amsterdam, who died of throat cancer in 1950. The name wasn't new to Anne Frank experts. In 1945, Anne's father, Otto Frank, the only family member who survived the Holocaust and returned to Amsterdam, received an anonymous note that said van den Bergh had alerted the Nazis to their hide-out.
11
Otto handed the note over to a Dutch detective who conducted an investigation in 1963 into whether the family was betrayed, but the detective dismissed it. David Barnouw, the author of the 2003 book "Who Betrayed Anne Frank?," said he had also considered van den Bergh as a suspect but ruled him out because, beyond the note, there was no evidence that he had played a role. Barnouw was among several Dutch historians who voiced concerns about the findings of van Twisk's team. As part of the publisher's media strategy, the conclusions were not shared widely. Anyone who contributed to the investigation had to sign nondisclosure agreements, and the results were kept largely secret until a news blitz early this week, opening with a "60 Minutes" television segment on Sunday. Many news organizations picked up the report uncritically, naming van den Bergh as the betrayer, without any expert response. MailOnline, the website of the British Daily Mail newspaper, ran the story with a headline beginning, "Anne Frank was betrayed by a JEWISH notary." Emile Schrijver, the director of Amsterdam's Jewish Cultural Quarter, said he got an advance copy of the book late last week. "The evidence is far too thin to accuse someone," he said.
"This is an enormous accusation that they made using a load of assumptions, but it's really based on nothing more than a snippet of information." By Tuesday, after experts on Anne Frank, World War II and the Holocaust had a chance to consider the findings, many said they doubted the book's theory. "They came up with new information that needs to be investigated further, but there's absolutely no basis for a conclusion," said Ronald Leopold, the Anne Frank House's executive director. He added that the museum would not be presenting the findings as fact, but perhaps as one of several theories, including others that have been considered over the years. "The Betrayal of Anne Frank" says that van den Bergh had a list of Jews in hiding that he got from the Amsterdam Jewish Council, an organization on whose board he once sat. The Nazi administration in the Netherlands established the council in 1941 to control the Jewish population, appointing its leaders from other Jewish organizations that they banned. The council's staff were given stamps in their identity cards that forestalled their deportation, until 1943, when the organization was disbanded and its employees arrested.
But there is no evidence that the council had any such list, said Laurien Vastenhout, a researcher at the NIOD Institute for War, Holocaust and Genocide Studies, who is an expert on the Amsterdam Jewish Council's history. "Why would the people in hiding provide the Jewish Council with their addresses?" Vastenhout said. Leopold, the Anne Frank House director, said he had heard rumors that the council may have kept lists of addresses, "but only from unreliable sources." He added, "The Jewish Council was under special scrutiny from the occupying forces," and that "it would be very, very risky to keep lists like that." Van Twisk confirmed that his team has not found a list. But, he added, "we have several sources that mention the existence of the lists." Because the Jewish Council was under the thumb of the Nazis as they implemented their genocidal program in the Netherlands — which resulted in the murder of 75 percent of the Dutch Jewish population — it has long been the target of suspicion and victim blaming. 12
The issue of Jewish culpability in the Holocaust remained an open question through the 1960s, reignited by Hannah Arendt, who wrote in her book, "Eichmann in Jerusalem," that the implementation of the Nazis' Final Solution would not have been possible "without Jewish help in administrative and police work." "To a Jew this role of the Jewish leaders in the destruction of their own people is undoubtably the darkest chapter of the whole dark history," she wrote, in a famous passage that generated enormous criticism. Nearly 15,000 Dutch citizens were convicted of some form of collaboration in the postwar courts, about 10 percent of them for informing on Jews in hiding. Of those, 152 resulted in death sentences, of which 40 were carried out. Only one of the convicted collaborators was Jewish: Ans van Dijk, who was put to death by firing squad in 1948 for betraying 145 Jews. Vastenhout said that if the investigators put so much of their argument's weight on the Amsterdam Jewish Council, an organization around which so many misconceptions already existed, they should have been "very careful in dealing with this topic." Instead, she said, the book based on their work is "full of errors." "The problem is they come out with this accusation without providing any real evidence," Vastenhout said. "Again, a story that it's the Jews themselves who did this, and again, the Jewish Council.
It feels like we're starting all over again." Dara Horn, the American author of the 2021 book "People Love Dead Jews," an exploration of anti-Semitic attitudes, said that this story fits into a trope of Jews turning against Jews. "There's even a name for this in Jewish studies, called 'Holocaust inversion," she said in an interview on Monday. "There's a reason why that's appealing to a non-Jewish audience. It makes it so you don't have to think about your own responsibility." Sullivan, the book author, said that the investigating team was distressed when their research led them to a Jewish culprit. "I think it's a very painful discovery, but I think it's one that people will understand," she said. "That's what happens, people turn against one another and people live in fear and constant dread." To address this concern, van Twisk said the team consulted a rabbi, who gave them his blessing to go forward with publication. "He said that in the Talmud there is only one value, and that is the truth," he said. But historians are questioning whether or not the project, in fact, resulted in "the truth." "This book is full of terms such as 'most likely', 'most certainly," said Vastenhout. Schrijver said he did not doubt the good intentions of the team.
"In a book like this, after so many years of work, I would have expected some sort of critical reflection about what this teaches us about betrayal," he said. "There's a total lack of historical thinking and context that really bothers me. And that's the big difference between forensic and historical research."
NOS, 22/1 Het Zwitserse Anne Frank Fonds is bijzonder kritisch over de conclusies van een internationaal onderzoeksteam dat de inval in het Achterhuis in 1944 heeft onderzocht. Dat een Joodse notaris als verrader wordt aangewezen, noemt voorzitter John. D. Goldsmith onzinnig.
13
"Dit draagt niet bij aan waarheidsvinding, het levert alleen maar verwarring op. Het onderzoek zit bovendien vol fouten", zegt Goldsmith tegen de krant Blick. "Als het debat zo grotesk en onzinnig wordt, hebben we als samenleving een probleem." Het onderzoeksteam van 23 personen deed zes jaar onderzoek naar allerlei theorieen over de inval. Daarvoor werden moderne middelen ingezet zoals kunstmatige intelligentie om verbanden te ontdekken in de enorme hoeveelheid vergaarde documenten. Direct na publicatie hadden Nederlandse experts al kritiek op de conclusie, dat notaris Arnold van den Bergh uit lijfsbehoud onderduikadressen had doorgespeeld naar de nazi's. Bewijs dat dergelijke lijsten bestonden of Van den Bergh door de Duitsers was bevoordeeld leverden de onderzoekers niet. Directeur Ronald Leopold van de Anne Frank Stichting uit Amsterdam noemde de conclusie van het team "een nieuw perspectief", waar "nog enkele belangrijke puzzelstukken ontbreken". Omdat er nog verschillende vervolgvragen beantwoord moeten worden, zag hij de theorie als een basis voor verder onderzoek.
Stichting of fonds? De Anne Frank Stichting tilt Amsterdam en het Anne Frank Fonds uit Basel zijn beide door haar vader Otto opgericht. De stichting werd opgericht om het Achterhuis te behouden en de idealen van Anne Frank uit te dragen. Het fonds beheert de auteursrechten van haar werk. Beide organisaties kennen soms een wat moeizame relatie. Het onderzoeksteam heeft aan het begin van het project met beide instellingen contact op genomen. Het fonds weigerde medewerking en verzoeken om hun archief te gebruiken werden niet gehonoreerd. Goldsmith van het fonds is veel kritischer. Bewijsmateriaal ontbreekt volgens hem. "Als de oud-FBI-agent die hierbij betrokken was dit werk had afgeleverd bij zijn voormalige werkgever was hij er niet mee weggekomen." "De manier waarop er 'onderzoek' is gedaan, viel ons tegen." Hij typeert het onderzoeksteam als een commercieel project waarbij geen experts op het gebied van Jodenvervolging betrokken waren. "We hadden dit gebrek aan deze expertise snel door en dat wordt nu duidelijk." Kwalijk Goldsmith noemt de theorie dat een Joodse notabele het Achterhuis heeft verraden koren op de molen van antisemieten, zeker omdat in de Internationale media de kritiek op het boek minder fel klinkt. "In Nederland waren de reacties vernietigend, maar de lezer in Minnesota of in Chili denkt nu: Anne Frank is door een Jood verraden.
De gevolgen daarvan zullen we nog jaren moeten rechtzetten." "Het grenst aan een complottheorie om een bewering te doen die als feit wordt opgepakt. En complottheorieen blijven lang hangen, weten we."
14
Enkele voorbeelden van (slecht) gebruik van bronnen en annotaties in Het verraad van Anne Frank 1) AIs een bron echt nodig is, ontbreekt die. Zo de passage op p. 305, waarin Otto Frank aan zijn neef Buddy Elias vertelt 'dat hij de schuldige niet wil laten vervoigen', en waarom ("omdat hij de familie van de man niet wilde straffen'). Dat is natuurlijk cruciaie informatie, al is het - zoals zo dikwijls in dit boek oncontroleerbare hearsay. Maar hier wordt niet eens vermeid wanneer Frank dit tegen Elias gezegd zou hebben, en hoe de schrijfster aan deze informatie komt. 2) Andere bronnen zijn verkeerd opgeschreven en daardoor onherleidbaar. Zo noot 3 op p. 297, waarin wordt gerefereerd aan een 'Bureau ooriogsmisdrijven 58'. Zo'n bureau bestond niet, aithans niet onder die naam, en het is dus onmogelijk de bron te controleren. 3) Dat kan nog een slordigheid zijn. Maar wat moeten we met noot 6 op p.
299, die verwijst naar een 'Getuigenis Ernst Phillippus Henn', een verder volkomen onbekende toik die in 1947 (kenneiijk tijdens een tegen hem gevoerd proces, al is dat onwaarschijnlijk) zich een gesprek uit 1943 tussen een sergeant en een rechterplaatsvervanger herinnert over lijsten met Joodse onderduikers die zich bij de Joodse Raad zouden bevinden? Nergens staat waar we dat getuigenis van 15 september 1947 kunnen vinden — en dat voor volgens de schrijfster 'zeer explosieve informatie' voor wat zo'n van-horen-zeggen van vier jaar oud waard is. 4) Dan is er de verwijzing naar de (extreem hoge) vergoeding die vd Bergh zou hebben gekregen voor zijn diensten bij de verkoop van de firma Goudstikker (p. 292): tien procent van twee miljoen. Van de twee opgegeven bronnen heb ik er een niet ingezien (het versiag van Goudstikkers zoon in het Amsterdams gemeentearchief) maar in de andere bron, het Advies van de Restitutiecommissie uit 2005 (https://www.restitutiecommissie.nl/advies/goudstikker/) , staat helemaal niets over zo'n exorbitante vergoeding of wat voor vergoeding dan ook (ook niet in de tussenrapportage) . Alleen de (lagere maar ook bizar hoge) bonussen aan Goudstikker-personeel komen overeen. Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk tot uitgesioten dat als Van den Bergh twee ton zou hebben geincasseerd als betaling van de transactie, dat niet in het rapport zou staan.
Waar die 10% vandaan komen, is een raadsel. lk denk inmiddeis dat ik de oplossing weet: incompetentie en/of slordigheid van de onderzoekers en schrijfster. Of, in het beste geval, verkeerde informatie aan of door Goudstikkers zoon. 5) Een laatste voorbeeld. Van den Berghs veronderstelde contacten met 'hoge nazi's', die er bij goed lezen helemaal niet blijken te zijn. Goring 'beweerde tijdens een verhoor Goudstikkers notaris te hebben ontmoet' (p. 292), niet bij naam genoemd maar 'ontegenzeggelijk Arnold van den Bergh'. Los van het smadelijk karakter van deze aantijging blijkt de bron onduidelijk/niet te controleren. Dat blijkt namelijk het prive-archief van historicus Gerard Aalders te zijn. lk weet niet wat daar in staat, maar wel dat op de in de noot genoemde datum van 30 augustus 1946 Goring niet werd verhoord - het was de dag van de requistitoirs in Neurenberg 1
(https://avalon.law.vale.edu/imt/08-30-46.asp) , en de volgende dag mochten Goring en de anderen hun slotverklaringen afgeven aan het tribunaal. Hij zal dus op 30 augustus zeker niet zijn ondervraagd over geroofde kunst, het ging die dag wel over andere zaken. Of beschikt Gerard Aalders over andere informatie dan het Tribunaal?
EJvG, 20/1/2022
2
-•-
itr,f,AA \N,V,A, kc
1i tJ
Pcultiv:VNIA10
0,164AW 1
JA
4\As.roA-c/)....
/
6q ( FiC2R.R. gX800NOX40040006g