Raadsadres kernteam Oeverlanden-Sloten inzake Beleidskader Hoofdgroebstructuur
Tekst van het document
Leden van de Raad van de Gemeente Amsterdam p/a Stadhuis Postbus 202 1000 AE AMSTERDAM
Amsterdam, 20 juli 2023
Onderwerp: raadsadres bij Beleidskader Hoofdgroenstructuur – ook per mail verstuurd
Geachte dames, heren, Na de inspreekavond op dinsdag 10 januari jl. bij het agendapunt conceptnota Beleidskader Hoofdgroenstructuur van de commissie Ruimtelijke Ordening en de daaropvolgende vergadering van deze commissie op woensdag 11 januari jl. is bij velen de bezorgdheid en verontwaardiging over de tweede versie van het Beleidskader niet verminderd, integendeel. Het is duidelijk dat de volgende vier punten de oorzaak zijn van deze bezorgdheid en verontwaardiging: 1. De voorgestelde plaatsing van windturbines op drie verschillende plaatsen in de hoofdgroenstructuur: Zuid-oost, Noorder-IJ-plas en de Bretten. 2. De gedecimeerde rol van de TAC bij onder andere de mogelijke ruil van groen voor groen: de inmiddels veel geciteerde zin dat de TAC niet meer bepaalt of er groen verplaatst mag worden, maar slechts het ‘hoe’ mag beoordelen. 3. De flexibiliteit die de gemeente krijgt bij de ruil van niet nader bepaalde groengebieden, die zich bevinden in de 85 ontwikkelingsgebieden. De gevraagde flexibiliteit is aan het Beleidskader toegevoegd, inclusief een uit de Omgevingsvisie 2050 overgenomen kaart met de 85 gebieden, evenwel zonder dat is aangegeven om welk groen het dan zou gaan. 4.
Het feit dat er na de eerste inspraakronde in januari/februari 2022 en de daaropvolgende Nota van Beantwoording van eind oktober 2022 een tweede versie van het conceptBeleidskader Hoofdgroenstructuur verscheen, waarin door de wethouder RO teksten zijn toegevoegd, zoals hij in de vergadering van de commissie RO van 11 januari ook heeft beaamd. Wat de toevoeging over de windturbines betreft: het bleek uit de inbreng van mevrouw Alberts (SP) dat deze turbines in de hoofdgroenstructuur niet nodig zijn, omdat de provincie Noord-Holland haar toestemming heeft gegeven voor ontheffing wat de hoogte van windturbines betreft. Daardoor kunnen er acht grotere turbines geplaatst worden, bijvoorbeeld in het havengebied, maar in elk geval niet in de hoofdgroenstructuur. Reden te meer om bezwaar te maken tegen de voorgenomen plaatsing in de hoofdgroenstructuur. Over de voorgestelde, geminimaliseerde rol van de TAC is veel gesproken, waarbij duidelijk is geworden dat een aantal commissieleden – onder wie het meest expliciet de heer Havelaar (CDA) en vele burgers het hiermee niet eens zijn.
Als de TAC bij verplaatsing (of ‘ruil’) van groen alleen nog maar mag zeggen ‘hoe’ de ruil vorm kan krijgen, zullen goed onderbouwde argumenten ontbreken over bijvoorbeeld het verlies van ecologische waarden, maar ook over de schadelijkheid van een verplaatsing voor de fysieke en/of psychische gezondheid van burgers. Een onafhankelijk
adviesorgaan dat tot nu toe een belangrijke stem in het kapittel had, wordt met een nieuwe, beperktere invulling van zijn taken feitelijk buiten spel gezet. Op ontbrekende waarden bij de bepaling waarom en hoe er ruil zou moeten plaatsvinden, wees de heer Hijlkema (VVD) op 11 januari. Pas na de commissievergadering, die uiteindelijk plaatsvond op 11 januari jl., werd goed duidelijk dat het bij ruil van ‘groen voor groen’ gaat om hoofdgroenstuctuurgroen dat zich bevindt in de 85 ontwikkelingsgebieden uit de aan de tweede versie van het Beleidskader toegevoegde kaart op pp.72-73. De inspreekster van Ons Buiten en haar achterban verkeerden in de veronderstelling dat het bij het nu geïntroduceerde ruilvoorstel ging om ruil van verschillende typen groen binnen de hoofdgroenstructuur. Drie insprekers spraken expliciet hun zorgen uit over de mogelijke verdwijning van groen uit de ontwikkelingsgebieden en dit terecht, want groen in de wijken in de vorm van goed bereikbare sportvelden, parken en plantsoenen zijn voor stedelingen van grote, zo niet essentiële waarde. Behalve dat je de flora en fauna uit deze gebieden niet kunt verplaatsen, zoals mevrouw Bloemberg opmerkte in de commissievergadering, zullen burgers die dat – nu niet nader bepaalde – groen op een gegeven moment zien verdwijnen daardoor ernstig gedupeerd raken.
In andere bewoordingen werd hier in de commissievergadering op gewezen door de heer Bilgin (Forum). Aan deze brief is een link naar een rapport van de Wageningen Universiteit toegevoegd, waarin verslag wordt uitgebracht van het effect van groene ruimtes in Amsterdam. Het belang van zelfs een klein stuk groen komt hieruit heel goed naar voren. Op de tweede versie van het Beleidskader konden burgers en organisaties nog wel inspreken. De vergadering van de commissie Ruimtelijk Ordening stond evenwel al voor 16 november 2022 op de agenda. Het was dus kort dag en bij lange na zal niet iedereen er alert op geweest zijn dat er op 16 november nog een laatste kans was om te (re)ageren. Bovendien krijgen slechts drie insprekers bij één agendapunt de mogelijkheid om in te spreken; anderen kunnen eventueel nog wel schriftelijk reageren. Omdat er op de eerste versie van het Beleidskader rond de 500 visiestukken geschreven zijn, stond de inspreekmogelijkheid in de tweede inspraakronde dus in geen verhouding tot de inspraakmogelijkheden die Amsterdammers hadden na het verschijnen van de eerste versie.
De meesten van de 500 inzenders van een visiestuk zullen niet opgemerkt hebben dat er door de wethouder zelf na de verschijning van de Nota van beantwoording teksten zijn toegevoegd aan de tweede versie van het Beleidskader, terwijl die toevoegingen ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor het groen in de stad. Als zij de tweede versie wel lazen, zullen zij onherroepelijk gestuit zijn op de grote onduidelijkheid rond de aangekondigde flexibiliteit wat het ruilen van groen voor groen betreft. De bijdragen van mevrouw Bloemberg en mevrouw Van Renssen kunnen wat dit betreft verhelderend worden genoemd. Wie de commissievergadering van 11 januari bijwoonde, kon vaststellen dat een aantal commissieleden ook moeite had met het lezen van het aangepaste hoofdstuk 4. Dit bleek uit uitspraken zoals: “als ik het goed begrepen heb”, “als hier bedoeld is dat ..” De heer Mangal (Denk) citeerde in dit verband de zin “In dit Beleidskader gaat het ook niet om groen dat nog niet gerealiseerd is.” Nee, dat klopt, maar evenmin gaat het op transparante wijze over het te ruilen groen. Op de toegevoegde tekst over de flexibiliteit reageerden verschillende commissieleden: - De Partij voor de Dieren verzet zich tegen ruil van groen voor groen en vroeg om het weghalen van de kaart met 85 ontwikkelingsgebieden.
- GroenLinks stelde voor om de indicatieve kaart op pp.72-73 te vervangen door een opgavenkaart, zodat duidelijk wordt om welk groen dat ‘geruild’ zou kunnen worden het nu precies gaat.
Bovendien deed mevrouw Van Renssen nog enkele voorstellen voor zo goed mogelijke uitvoering van eventuele ruil van groen voor groen. - De SP vroeg zich af waar je in Amsterdam-Noord te verdwijnen groen zou kunnen compenseren. - Volt opperde dat je op grond van het tumult rond de door het college toegevoegde teksten het Beleidskader opnieuw ter inzage zou kunnen leggen. Zelf zei mevrouw Konings dat ze begreep dat dit niet mogelijk was. Wij vinden dit een uitstekend voorstel, waarbij aan allen die een visiestuk schreven om hun reacties gevraagd kan worden. Hiermee zou dan recht gedaan worden aan het democratische recht van burgers om volgens de daarvoor geldende procesregels hun stem in te brengen. Met deze brief tekenen de ondertekenaars van deze brief bezwaar aan tegen de wijzigingen die door de wethouder aan de tweede versie van het Beleidskader Hoofdgroenstructuur zijn toegevoegd. Wij zijn van mening dat het opnieuw ter inzage leggen van de tweede versie van het Beleidskader Hoofdgroenstructuur de beste oplossing is voor de ontstane onrust over de door de wethouder aangebracht veranderingen. Wanneer hiertoe niet besloten wordt, vragen we de raadsleden met een motie te verzoeken om de wijzigingen waar wij het niet mee eens zijn uit de tweede versie van het Beleidskader te schrappen.
Met vriendelijke groet, Kernteam Oeverlanden-Sloten: Björn Warning – voorzitter kernteam en vertegenwoordiger Kunstenaarsateliers Nieuw & Meer Saskia Boerma – secretaris tuinpark Ons Buiten Norbert Daemen – ecoloog en vertegenwoordiger van kunstenaarsateliers Nieuw & Meer Erik Hooijberg – vicevoorzitter/bestuurslid Groen tuinpark Ons Buiten Nico Jansen – bestuurslid Vereniging de Oeverlanden Blijven! Alex Krull – oud-bestuurslid en afgevaardigde watersportvereniging Onklaar Anker Liesbeth Stricker – voorzitter Vereniging de Oeverlanden Blijven! Hanneke Weber – voorzitter tuinpark Ons Buiten
Link naar rapport WUR Groei versus Groen: Bos, E., & Vogelzang, T. (2018). Groei versus groen : drie casestudy’s over de waarde van het stadsgroen in Amsterdam. (Wageningen University & Research, Wetenschapswinkel rapport; No. 344). Wageningen University & Research, Wetenschapswinkel. https://doi.org/10.18174/443008