CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres inzake VTH nog steeds niet op orde.pdf

RAAD 24 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadadres van burgers inzake VTH nog steeds niet op orde (VN2024-027468)2.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de Gemeenteraad van Amsterdam cc aan de commissies RO en AZ

per site-mail

7 januari 2024

Betreft: Vergunningverlening, toezicht en handhaving VTH nog steeds niet op orde

Geachte Raad, Wegens falen van onder meer de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving VTH hebben ondergetekenden met andere bewoners in 2021 het ‘Bouwstenenrapport voor de transformatie van de juridische functie’ ingediend. Op 13 januari 2022 kwam B&W met de programma’s ‘Juridische vernieuwing’ en ‘Vertrouwen begint bij de overheid‘ maar nog steeds gaat het bij VTH niet goed. In 2023 kwam B&W met de ‘Beleidsnota VTH-beleid Fysieke Leefomgeving 2024’, in vastgestelde versie TKN 5 op de agenda van uw commissie RO van 10 januari a.s.. Helaas, ook in deze nota pakt B&W de problemen niet op, laat staan dat ze worden opgelost. De beleidsregels VTH 2024 kunnen nu niet meer worden gewijzigd. Onder de nieuwe Omgevingswet zijn ze al vanaf 1-1-2024 nodig. Natuurlijk komt er wel weer een volgende versie van de beleidsnota VTH maar daarop kunnen de bewoners en uw Raad niet wachten. We mogen hopen en verwachten dat tegen die tijd de meeste problemen zijn opgelost. Wat hier wordt aangekaart is helaas ook nog niet uitputtend. In de commissie RO en in schriftelijke vragen is ‘de VTH’ al lang een terugkerend thema maar structurele vooruitgang zien we niet. Hetzelfde geldt voor bezwaar en beroep van omwonenden, ook daarin geen vooruitgang. Lessen worden niet getrokken, ook niet in de VTH-nota 2024.

Je zou bijna denken dat B&W zijn programma’s ‘Juridische vernieuwing’ en ‘Vertrouwen begint bij de overheid’ is vergeten. Nu de ad hoc aanpak via schriftelijke vragen, commissie-behandeling, indienen van een heel Bouwstenenrapport, inspreken op de VTH-nota 2024 en bezwaar en beroep van omwonenden niet werkt geven we u graag in overweging om de VTH organisatie fundamenteel met B&W te bespreken. Bijvoorbeeld aan de hand van een in Q2 op te stellen notitie VTH-systematiek waarin B&W de problemen alsnog oppakt en oplost. Wij belichten onze belangrijkste grieven aan de hand van de TKN-stukken voor 10 januari, noemen daarna enkele voorbeelden van VTH-falen tot op de dag van vandaag en sluiten af met een drietal suggesties voor verbetering. Nadere toelichting geven we desgewenst graag. Met vriendelijke groet, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

'Rode loper' voor aanvragers systematische achterstelling van omwonenden * In de inspraak op een eerdere VTH-nota hebben bewoners het klant-denken van de dienst VTH al bestreden, dat is door uw Raad overgenomen, per motie of amendement heeft u het klant-denken verboden. Echter, dit heeft in de praktijk van de vergunningverlening geen resultaat gehad. Sterker nog, in de ontwerp-nota VTH 2024 bevestigde de dienst VTH zijn klant-denken nu juist, dus de VTH is zelfs niet politiek-correct. De enige concessie die B&W n.a.v. de ingediende zienswijzen op dit punt doet is nu voor de 2e keer een belofte het begrip 'klant' niet meer te zullen gebruiken om daarmee de aanvragers aan te duiden (antwoorden N.18 en N.24). Maar B&W onderkent het falen van de VTH niet, laat staan dat B&W de praktijk gaat aanpakken. Dit geeft ons niet het vertrouwen dat afstand wordt genomen van het eenzijdige ‘met de aanvrager meedenken’ zonder met de belangen van andere stakeholders rekening te houden. In antwoord N.17 komt B&W niet verder dan te ontkennen dat 'de rode loper wordt uitgerold' voor aanvragers en algemeenheden dat de wijze van uitvoeren van de VTH bijdraagt tot een betere leefomgeving voor àlle Amsterdammers en dat rechtsgelijkheid uitgangspunt is.

Echter, in concrete gevallen hebben de aanvragers (vaak goed toegeruste ondernemers) van VTH stelselmatig een streepje voor, zelfs soms door de hand te lichten met de regelgeving. Na rechterlijke veroordeling volgt geen herstel en lessen om herhaling te voorkomen worden niet getrokken, bij een volgende aanvraag probeert de dienst VTH het gewoon weer opnieuw. Zie bijvoorbeeld de kap-vergunningen waarin VTH de aanvragen en vergunningen niet goed of zelfs misleidend publiceert en de hand licht met de herplant-plicht, de verkamerings-vergunningen waarin VTH de hand licht met de regels van de Huisvestingsverordening en het bij WABO-aanvragen wegkijken van beperkingen in het bestemmingsplan en wegkijken van het wettelijke belang-vereiste, enz.; dit alles in het belang van de aanvrager, in het nadeel van de omwonenden. Het klant-denken en uitrollen van de rode loper manifesteert zich onder meer als volgt (zie ook ons Bouwstenenrapport uit 2021): 1.

De aanvraag wordt altijd in behandeling genomen, zonder die eerst te toetsen op uitvoerbaarheid, het wettelijke belang-vereiste (art. 1:3 Awb) en zonder te beoordelen of sprake is van inbreuk op het recht van omwonenden (een zogeheten evidente privaatrechtelijke belemmering). Hierdoor worden aanvragen ten onrechte vergund terwijl de behandeling achterwege had moeten blijven; VTH zet de omwonenden op achterstand; zie een eenmaal verleende vergunning maar eens terug te draaien. Dat dit aanvragers bevoordeelt ten opzichte van de belangen van de omwonenden die de uitvoering van de vergunning in de weg staan, is evident. De oplossing ligt voor de hand en volgt in ons verzoek sub B onderaan dit rekest.

2.

Het niet verzamelen van alle relevante gegevens, verzuim van de plichten tot zorgvuldigheid en afweging van de belangen (Awb art 3:2 en art 3:4).

3.

De vergunningverlening is ambtelijk vergaand door-gemandateerd, op dat functieniveau is eenvoudig doen en laten wat ‘de klant’ vraagt natuurlijk prima mogelijk maar deze medewerkers vormen vaak geen partij tegenover de doorgaans juridisch en financieel goed toegeruste professionele aanvragers. En sowieso is in de vergunningverlening twee paar ogen noodzakelijk dus de vergunningen moeten niet worden verleend of geweigerd door de behandelaar maar door de leidinggevende.

4.

De publicatie van aanvragen en vergunningen laat vaak te wensen over of is zelfs ronduit misleidend, zodat de omwonenden en andere belanghebbenden niet in staat worden gesteld om zo nodig te reageren. Voor de kap-vergunningen heeft B&W voorjaar 2023 optimalisatie van het VTH-proces ingaande juli 2023 aangekondigd.

Nog steeds gaat het mis en een raadsadres daarover is nog niet beantwoord. 5.

De vergunningverlener blijft het dossier achter zijn bureau afhandelen, stelt zich niet ter plaatse op de hoogte, noch in verbinding met omwonende potentieel benadeelde partijen, zoals de burgemeester terecht bepleit voor het verbeteren van de vertrouwensrelatie met de burgers. Hier kan Amsterdam echt iets leren van andere gemeenten. Haarlem vraagt bijvoorbeeld wel een handtekening van buren, als moet worden afgeweken van het bestemmingsplan. De nieuwe Omgevingswet vereist in elk geval dat VTH toetst of voldoende vooroverleg met de omgeving heeft plaatsgevonden. Bij de ambitieuze inzet van de gemeente Amsterdam op het gebied van participatie past meer inspanning van de VTH-organisatie dan blijkt uit blz 47/48 van de Beleidsnota VTH. Bijvoorbeeld zouden wij verwachten dat de aanvrager wordt gevraagd niet alleen belangen uit de omgeving te inventariseren, maar ook pogingen te ondernemen om deze te ondervangen. Zolang het klant-denken niet daadwerkelijk is gestopt is de Omgevingswet in Amsterdam een dode letter.

6.

Bij sommige projecten, met name buitenplanse afwijkingen, kan de toepassing van de uitgebreide procedure extra bescherming voor de omgeving bieden, omdat er meer tijd is voor onderzoek en zienswijzen. Alleen wordt zelden expliciet gemaakt waarom en vooral waarom NIET (bijvoorbeeld Van Eeghenstraat 94-98, Noordkust) hiervan gebruik wordt gemaakt. Zelfs als de wet de uitgebreide procedure slechts beperkt mogelijk maakt (en de Omgevingswet nog beperkter dan de Wabo). Onnodig gemakshalve kiezen voor de reguliere voorbereidingsprocedure door VTH is in het nadeel van de omwonenden. Daarom staat ook dit onderwerp in een verbetervoorstel over verantwoording van VTH-beoordelingen onderaan sub C.

7.

De mechanisch limitatief-imperatieve toepassing van weigeringsgronden gaat voorbij aan het proportionaliteits- of evenredigheidsbeginsel dat beoogt onevenredige benadeling van omwonenden in de afweging te betrekken. De mantra dat het bestuur de vergunning niet kon weigeren gaat lang niet altijd op. (Voorbeeld: de uitspraak van DB-oost inzake evenement in het broedseizoen, en in ieder geval niet als moet worden afgeweken van het bestemmingsplan.

8.

Indien bezwaarde bewoners uiteindelijk in het geweer komen, ontmoeten zij een niet-onafhankelijke, niet integraal heroverwegende (maar marginaal of partieel) toetsende en defensief opererende bezwarencommissie. De secretaris van deze commissie pleegt buiten hen om alle gegevens van de bezwaarden te delen met de aanvrager (die soms intimiderende actie onderneemt ten huize van de bezwaarden!) en houdt ook nog relevante stukken voor belanghebbenden achter, zelfs als er in het kader van de WOO om wordt gevraagd. Dit alles verstoort de 'equality of arms' in belangrijke mate, en zeker gezien het feit dat het bij de gemeente praktijk is dat de secretaris van de bezwaarcommissie in geval van beroep en hoger beroep, de zaak voor het college gaat behandelen. Hier tegenover signaleren we met voldoening het lopende experiment met onafhankelijke bezwaarcommissies, die we in ons Bouwstenenrapport hadden aanbevolen. Dit raadsadres gaat echter niet over de bezwaarprocedure van DJZ, maar over de VTH-organisatie. In de ogen van de burger kan het vervolg op de vergunningverlening echter worden opgeteld bij de scheefheid in de krachtsverhoudingen die wordt ervaren.

* Over 'participatie': In antwoord N.14 zegt VTH dat de nieuwste inzichten over

participatie zijn meegenomen, maar in antwoord N.19 blijkt VTH weinig benul te hebben. Het op oplossing gericht overleg (deliberatieve democratie) valt buiten het gezichtsveld van de VTH-organisatie. In de Omgevingswet wordt de invulling van participatie aan de gemeente overgelaten. Het is toch vreemd dat een Amsterdamse beleidsnota die aanleiding vindt in de invoering van de Omgevingswet een van de hoofdthema’s van die

wet, namelijk nadruk op voorafgaande participatie, zo mager invult als op blz 47/48 gebeurt. In feite lijkt er qua rechtsgevolg niets te veranderen te opzichte van de huidige onbevredigende situatie. * Over de discrepantie tussen het VTH-beleid en de juridische vernieuwing / rechtstatelijkheid stuurt VTH de insprekers het bos in met het onzinnige verweer dat dit een ander loket (DJZ) zou regarderen (antwoorden N.12, N,13, N.14 en N.15, etc.). Kortom, ons Bouwstenenrapport uit 2021 en de B&W-programma’s Juridische vernieuwing en Vertrouwen begint bij de overheid van begin 2022 zijn aan VTH voorbij gegaan. Dat er in het VTH-Beleid anno 2024 zelfs niet de wil blijkt om het gesignaleerde disfunctioneren te stoppen is niet aanvaardbaar.

*Ambtelijke en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Eén van de oorzaken van het falen

van de VTH is ongetwijfeld de wijze waarop de VTH bestuurlijk en ambtelijk is georganiseerd, of beter gezegd niet is georganiseerd. Bewoners hebben dit al eerder aangekaart maar krijgen nu in de Antwoordnota bij N.39 weer mist gepresenteerd: "Onze bestuurlijke portefeuilleverdeling is vindbaar op amsterdam.nl”. Maar daar is juist met geen mogelijkheid te achterhalen welke portefeuilles bestuurlijk en welke directeuren ambtelijk verantwoordelijk zijn voor en aanspreekbaar zijn op de uitvoering van de VTH en deze nota VTH 2024. Door de verantwoordelijkheid en aanspreekbaarheid in het midden te laten verandert er niks. Daarom ons eerste verbeter-voorstel onderaan, sub A.

Enkele voorbeelden van falende VTH-organisatie (klantdenken, ’rode loper’) WABO in Zuid. De ver doorgevoerde mandatering maakt dat de betreffende ambtenaren slecht op de hoogte (kunnen) zijn van de relevante wetgeving en jurisprudentie. Bijvoorbeeld dat een bouwwerk niet vergunningsvrij als "mantelzorgwoning" kan worden toegestaan als niet aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. In dit voorbeeld speelt ook het verschijnsel dat VTH ambtenaren zich vaak onvoldoende van de voorgeschiedenis van het bestemmingsplan vergewissen. Zo werd in de Joh.Verhulststraat op onjuiste gronden een vergunning afgegeven betreffende ongewenste ontwikkelingen die al in het voorbereidingsbesluit (en verder) werden uitgesloten. WABO en HVV in Zuid. De aanvraag voor een jeugdhostel in de Jan Luijkenstraat is in behandeling genomen terwijl de vereiste woningonttrekking nooit en te nimmer zou kunnen worden vergund. De WABO-aanvraag voldoet dus niet aan het belang-vereiste van artikel 1:3 Awb zodat de aanvraag niet in behandeling genomen had mogen worden. Ook de bezwaarcommissie liet omwonenden in de steek. Nu moesten zij duizenden euro's aan advocatenkosten spenderen om de WABO-vergunning vernietigd te krijgen. WABO in Oost.

In de Blasiusstraat heeft VTH ten onrechte genegeerd dat de aanvraag een onrechtmatige inbreuk maakt op het eigendomsrecht van de buren en ook op het bestemmingsplan en de vergunning gewoon verleend; zie daar het wegkijken om aanvragers als klanten te faciliteren. Dit keer greep de bezwaarcommissie gelukkig al wel in met een vernietigend advies maar het juridisch falen van de VTH is er niet minder om. En er zijn veel vergelijkbare gevallen waarin het in bezwaar anders afloopt. WABO in Zuid. De parkeerkelder onder Van Eeghenstraat 94-98 heeft ruime aandacht gehad in de Raad. Hier heeft bij uitzondering vooroverleg met de buurt plaatsgevonden. Helaas een wassen neus, want tijdens zo’n bijeenkomst vertelde VTH al dat de vergunning sowieso zou komen. Onderzoek naar de opgetreden verzakkingen is afgehouden, omdat er geen tijd voor zou zijn in de reguliere procedure. Maar waarom is niet gekozen voor de uitgebreide procedure ondanks strijd met het bestemmingsplan?

WABO en HVV in West. VTH voert zijn gedachtegoed van niet-integrale beoordeling tot het uiterste door. Blijkens antwoord van DB-West op bezorgde SDC-vragen is de dienst VTH van mening dat met de (ver)bouw kan worden begonnen als de WABO-vergunning is verleend, terwijl de eveneens vereiste HVV-vergunning, die op zichzelf onhaalbaar is, ontbreekt; ook weer heel klant-vriendelijk voor de aanvrager maar evident onrechtmatig. En dit raadsadres dd 17 juli 2023, dat hierover gaat is nog steeds niet beantwoord. HVV in Nieuw West en Noord. In Nieuw West illegaal verbouwen voor kamergewijze exploitatie en een apert on-vergunbare verkamerings-aanvraag, maar VTH ziet de huisjesmelkers nu eenmaal als klant en handhaaft niet, ook niet op verzoek van omwonenden, en verleent de HVV-vergunning, lijnrecht ingaand tegen de regels van de Huisvestingsverordening en eerdere rechterlijke veroordeling, willens & wetens aansturend op 3e veroordeling, óók na uitspraak RvS in een vergelijkbare zaak. . In 2e hoger beroep komt VTH in het belang van de huisjesmelkers voorjaar 2023 weer met een onzinnig betoog, onder meer dat een aanvraag uitsluitend zou mogen worden beoordeeld zoals die is aangevraagd en dat de Rechtbank zijn boekje te buiten zou zijn gegaan. Zo ook VTH-West en DB-West in antwoord op de SDC-vragen!

Enkele suggesties voor een begin van verbetering Maak de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij vergunningverlening explicieter. A. * Geef om te beginnen duidelijk aan wie verantwoordelijk is voor de VTH-organisatie als geheel, waar men zich moet vervoegen voor kwesties die zich niet tot éen stadsdeel beperken. Dit is een elementaire eis van transparantie, democratische verantwoording en aanspreekbaarheid en zeker ook effectiviteit en bestuurbaarheid. B. * Voeg bij elke aanvraag een apart moment in ter vaststelling van de ontvankelijkheid voorafgaand aan de publicatie van de aanvraag en in behandeling nemen. Stel daarbij bijvoorbeeld de vraag of de VVE akkoord is, eventuele mandelige mede-eigenaren akkoord zijn en of ook andere vergunningen nodig zijn voor de realisatie van de aanvraag en of die op voorhand evident illusoir zijn, en natuurlijk (onder de nieuwe Omgevingswet, waarvoor dit beleidskader is geschreven) of met omwonenden en derden belanghebbenden is overlegd, en of dit op een wijze is gebeurd die past bij het ambitieuze Amsterdamse participatiebeleid. Zo nee, dan kan in veel gevallen de aanvraag NIET in behandeling worden genomen voordat dit is opgelost.

Nu is de praktijk zo dat VTH erop speculeert dat privaatrechtelijke belemmeringen of andere feiten en omstandigheden die de realisatie van de bouw in de weg staan uiteindelijk nog wel zullen worden opgelost, eventueel door de rechter. Dus wordt in het belang van de vergunning-aanvrager met oogkleppen op voor deze factoren de vergunning verleend en worden de omwonenden opgezadeld met het aanvechten ervan. In plaats dat de volgorde wordt omgekeerd: laat de aanvrager eerst zorgen de belemmeringen op te ruimen voor de aanvraag in behandeling te nemen. C. * VTH moet de aanvragen direct bij binnenkomst beoordelen op zowel het belang-

vereiste, de nodige participatie als ook het volgen van de reguliere dan wel uitgebreide procedure. De uitkomst voorleggen aan het bestuur en dan alles duidelijk vermelden in de (prompte) publicatie van de aanvraag. Dit is een noodzakelijke verantwoording naar buiten toe van de expliciete stappen die enige bescherming bieden ter voorkoming van de toch al grote disbalans tussen de belangen van de aanvrager en derden

Deze verbetervoorstellen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid, waar college en raad aan willen werken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13699170/1