Raadsadres inzake Oneigenlijke inzet subsidiegeld
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraad Amsterdam
Betreft: Oneigenlijke inzet subsidiegeld
Hilversum, 31 juli 2023 Geacht gemeenteraadslid, Na lang aarzelen, deels wegens ziekte, richt ik mij tot u. Aanleiding zijn de begin dit jaar gepubliceerde Woostukken inzake de communicatie tussen stichting BBU en de gemeente over de financiering van BBU in de periode waarin ik als directeur/hoofdredacteur van xxx Magazine ernstig ziek werd, bij de stichting vertrok en in conflict raakte over een pensioenschuld. Uit de stukken komt naar voren dat de afdeling Armoedebestrijding van de RVE Inkomen in 2020-2022 met gerichte subsidieverstrekking actief heeft meegewerkt aan mijn vertrek als directeur/hoofdredacteur (per 31-12-2020) en aan het mij onthouden van destijds afgesproken pensioencompensatie 1. Dit na een dienstverband van 14 jaar volgend op één jaar onbezoldigd voorzitterschap 2. Dit raadsadres is niet tegen BBU gericht. Met een vaststellingsovereenkomst (VSO) 3 en schikking inzake de pensioenschuld is mijn zaak tegen de stichting in materiële zin afgerond, zij het onbevredigend want mij achterlatend met nog altijd een tekort van €20.000,- aan pensioeninleg en de nodige psychische schade. Deze brief gaat over het handelen van de afdeling Armoedebestrijding, met beroep op de (keten)verantwoordelijkheid die de gemeente naar mijn mening draagt en met een moreel appèl.
De subsidie die ik hier aan de orde stel, volgde op een oorspronkelijke incidentele extra subsidie eind 2019 voor ziektevervanging en het gedeeltelijk inlopen van de pensioenschuld (Woo-stuk 34), welke nog onder mijn directie is ingediend. DWI honoreerde in 2020 nogmaals een BBU-verzoek voor extra subsidie (SBA-027856), nu met als voornaamste posten voornoemde vaststellingsovereenkomst en ■■kosten. Die laatste ad €47.901 is in de stukken geblokt. Waarom geheim? Uit het dossier valt op te maken dat het hier om vooral juridische kosten gaat, i.c. advieskosten, intermediair en honoraria advocaten.
1 Zie bijgevoegde verklaringen door oud-bestuurders. Voor begrip van het desondanks ontstane conflict verwijs ik
verder naar in de rechtszaak van 21 maart 2022 ingediende stukken. Zuchtend onder doelbewust gegoochel met cijfers door de advocaat van de wederpartij, in een voor mij smadelijke en daarmee zeer belastende complexe argumentatie drong de kantonrechter aan op een schikking. De advocaatkosten, inclusief die van mij als eisende partij, kwamen voor rekening van BBU c.q. de gemeente. Zie verderop. 2 Vanwege beëindiging van de subsidie (motie Reuten) voor xxx tekende ik als interim-voorzitter van st. xxx/xxx (in 2006)
eind dat jaar een ‘inkoopcontract’ met DWI. Dat contract, garantie voor xxx’s redactionele onafhankelijkheid, vormde de basis voor verdere financiering van het blad per 2007, ter vervanging van de subsidie, aangevuld met een bescheiden ‘extra’ subsidie vanaf 2008. Op 1-1-2007 trad ik in dienst als directeur/hoofdredacteur, op voordracht van de redactie en benoemd door een nieuw bestuur. 3 De VSO die ik in een eerste herstelperiode na ziekte (hartoperatie en auto-immune limbische encefalitis) met BBU
tekende ter beëindiging van mijn dienstverband omvat een geheimhoudingsclause. Deze belet mij openhartig te zijn over mijn vertrek. Ook verbiedt de clausule partijen zich negatief over elkaar uit te laten. Het hoofd Armoedebestrijding en betrokken wethouders (mailcorrespondentie in mijn bezit) waren echter van meet af aan op de hoogte, tot aan de inhoud van de VSO die zonder de gemeente niet mogelijk was geweest. Zie ook Woo-stukken, onder andere stuk 148.20201103 Mail Subsidieaanvraag.pdf. De openbare stukken worden door mij als smadelijk ervaren. 1/4
Saillant: met deze som van bijna 48 duizend euro waren nog lang niet alle advocaatkosten gedekt. Afronding van de pensioenkwestie viel buiten de VSO. De door mij aangespannen zaak diende in 2022, resulterend in een min of meer opgedrongen schikking: BBU betaalde ca. €8.000,- aan mijn advocaatkosten (bijstand NVJvakbondsjurist) en ca. €7.000,- aan inlossing pensioenschuld. Bovenop deze €15.000,- kwamen nog BBU’s eigen advocaatkosten, die flink hoger lagen (qua uurtarief en meer inzet, afgaand op het pakket aan repliekstukken – zie voetnoot vorige pagina). De laatste BBU-jaarstukken, voor zover gepubliceerd, betreffen 2020 en bieden geen uitsluitsel. BBU’s advocaatkosten liepen in 2021-2022 vanwege de pensioenkwestie dus nog verder op, voor rekening van Armoedebestrijding. Ik kan niet anders dan als zeer wrang ervaren dat tienduizenden euro’s aan gemeenschapsgeld zijn ingezet met als enig doel mij de som van €27.300,- netto aan nog resterende pensioenschuld te onthouden. Die opzet is dus maar deels geslaagd. De extra subsidie lijkt voorts besteed aan o.m. een vrijwilligersvergoeding voor bestuursleden (tot dan toe een pro bono-activiteit).
Deze constateringen in de Woo-stukken ervaar ik als uitermate cynisch, ook gezien mijn staat van dienst, de omstandigheden (ziekte) rond mijn vertrek en het feit dat zowel de gemeente al jaren wist van de penibele financiële positie van BBU/xxx Magazine. Hoe kon het überhaupt tot een schuld komen? Dat kwam omdat ik als directeur de uitbetaling van mijn pensioencompensatie (banksparen) 4 meerdere jaren had opgeschort bij wijze van tijdelijke bezuiniging – op mijzelf dus. Door onderfinanciering kende BBU helaas geen wettelijke pensioenvoorziening. Men kan tegenwerpen dat ik fanatieker bij mijn bestuur en het college, c.q. uw raad aan de bel had moeten trekken. Hoe fanatiek? Had de gemeente eerdere, herhaalde verzoeken van het BBU-bestuur tot structurele verhoging van de subsidie/inkoop (ook aan de wethouders Moorman en Groot-Wassink 5) gehonoreerd, dan waren fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden nooit een issue geworden. Woo-stuk nr. 82 (datum?) gericht aan wethouder Moorman suggereert dat de gemeente erkende dat er tot dan toe (2021?) geen sprake was van ‘algemeen aanvaarde maatschappelijke voorwaarden’, met de belofte dit alsnog op te lossen. Waarom niet eerder? En waarom de pensioenschuld aan mij niet meegenomen, doch in plaats daarvan een fors subsidieverzoek t.b.v.
advocaat-/advieskosten teneinde mij een deel van mijn pensioeninleg te kunnen onthouden? Evenzo is het gissen naar de motivatie, c.q. inzet van middelen ten behoeve van mijn vertrek als hoofdredacteur. In deze gang van zaken schuilt mijns inziens een ongerijmdheid die de raad zich zou moeten aantrekken. Dit gaat dus over de rol die de Armoedebestrijding/WPI heeft gespeeld rondom mijn vertrek, met als klap op de vuurpijl het mij onthouden van een forse som 6 aan pensioen. Dat na een alom geprezen dienstverband van veertien jaar als hoofdredacteur van een blad dat het gemeentelijk armoede- en WPI-beleid ondersteunde – én kritisch volgde. Een blad dat iedere maand zo’n 40.000 Amsterdammers bereikte. De gemeente heeft mijns inziens niet gehandeld naar haar verantwoordelijkheid als opdrachtgever c.q. subsidiënt (beide?). Het excuus van het hoofd van de afdeling Armoedebestrijding de xxxxxxxxxxxxx dat e.e.a. een zaak was tussen mij en het stichtingsbestuur kwalificeer ik mede op grond van de Woo-stukken als onvoldoende. De gemeente speelde minimaal een actief faciliterende rol.
4 In plaats van aansluiting bij een pensioenfonds was er met het bestuur een pensioenspaarregeling afgesproken, met
terugwerkende kracht vanaf begin dienstverband per 1 januari 2007. Over het jarenlang opschorten van deze pensioencompensatie en de daardoor opgebouwde schuld meende penningmeester xxxxxxxxxx van stichting BBU in 2019/2020: ‘‘…we leven dus op kosten van xxxxxxx (dat wisten we al)…’ Het was louter deze schuld die in 2019 en 2020 voor een begrotingstekort zorgde, ‘op papier’ een dreigend faillissement voor de stichting. 5 Nota bene in afstemming met toenmalig DWI-directieadviseur xxxxxxxxxxx, doch tevergeefs. 6 Anders dan menig door de gemeente gesubsidieerde leidinggevende nam ik genoegen met een zeer bescheiden
inkomen, zonder andere pensioenopbouw dan de bankspaarregeling.
xxxx xxxxxxx Bijlage: verklaringen oud-bestuurders xxxxxxx, xxxxxx, xxxxxxx en xxxxx over afspraken pensioencompensatie.
7 Uit een recente mailwisseling met BBU: ‘Op dit moment is het bestuur bezig MUG zo goed mogelijk overeind te
houden, in uiterst precaire omstandigheden. Op financieel gebied is er nog niet het begin van welke marge dan ook. Dat vergt al onze aandacht. Wij zijn er juist gekomen omdat het oude bestuur kennelijk in onmacht was geraakt; we proberen vooruit te kijken en niet al te lang van de ene op de andere ijsschots te moeten springen.’ 3/4
ntws MUG
4111111imommo
Beste 41111 lk heb jouw verzoek am jouw pensioenregeling to verantwoorden met enige verbazing aangehoord. Het staat mij nadrukkelijk bij dat wij als bestuur deze regeling hebben besproken en unaniem waren dat een regeling wenselijk en noodzakelijk is. Mij staat ook helder bij dat we destnds van mening zijn geweest dat de regeling van 5000,00 netto op jaarbasis in ieder geval een stap zou zijn en daar zijn wij dan ook mee akkoord gegaan.
1 111brf aan bestuur MUG pensioen
1.111111111111.11111.1111111111.1111 .1111111
Aans
Mow eimumms Amsterdam, 1 oktober 2020 Betreft: pensioen directeur
Heel veel succes met deze kwestie. Geacht bestuur,
Hiermee bevestsg ik dat wij in het bestuur van MUG eind 2007 besloten hebben om een fatsoenlijke pensioen voor de directeur to regelen. Na onderzoek bleek dat een spaarrekenIng speciaal voor pensioen toddragen, de beste vorm was. Het bestuur heeft toen besloten om een bedrag van 5000.- per jaar to storten. Het bestuur ging uit van een netto bedrag. Over de uitvoering hebben wij verder niet gesproken. Hoogachtend,
pensioen Aan.
je pensioensvoorziening 011.11=1.1111111r
lk begreep dat er wat vragen waren over je pensioen bij MUG. Vreemd. Mij staat bij dat we er in een bestuursvergadering over gesproken hebben. Wij waren unaniem van mening dat de pensioenvoorziening wel erg laag was en hebben toen besloten tot in ieder geval een nettobedrag van € 5000 euro. Waarbij van diverse kanten nog werd opgemerkt dat dit ook nog steeds laag was. Mocht het nodig zijn dat ik een en ander formed verklaar dan zal ik dit zeker doen. Groetjes, .11.11111P
Dag 1k he nog even in mijn papperarassen gezocht met betrekking tot je pensioenregeling bij MUG om na to gaan wanneer het onderwerp in het bestuur aan de orde was. Dat het aan de orde was was is zeker en dat ik aangeven heb dat een pensioenvoorziening van uiteindelijk netto rood 450 euro per maand belachelijk laag is. lk hob ook altijd begrepen uit wat aan de orde was, dat het OM in ieder geval 5000 euro per jaar netto ging. 1k kon me ook niet anders voorstellen met een product dat door de gemeente gesubsidieerd wordt. Kortom, als van mij nog een verklaring nodig is, dan zal ik die natuurlijk geven. Hartelijke groet en goede dagen gewenst 411111.1W
4/4