CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres inzake conflict met pianola museum

RAAD 29 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger inzake conflict met het Pianola Museum (VN2024-001886)1.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

XXXXXXXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXXXXXXX

Gemeenteraad Amsterdam https://formulier.amsterdam.nl/mail/bestuur/raadsadres/Uw‐gegevens/

Amsterdam, 18 februari 2024 Betreft: uitbreiding van het Pianola Museum

Geachte Raadsleden, Om mijn kant van deze al lang slepende kwestie toe te lichten schrijf ik u deze brief. Het betreft het conflict van het museum met de gemeente, over het pand aan de XXXXXXXXXX, waar zowel het Pianola Museum als ik gehuisvest zijn. Wij, ikzelf en mijn 2 kinderen, hebben de gehele woonperiode de frustraties van XXXXXXXXX moeten ondervinden. XXXXXXXXXXX, conservator van het Pianola Museum, heeft zich nooit neer kunnen leggen bij het toenmalige besluit, genomen door het Gemeentelijk Grondbedrijf in 1994, om de woning op de 2 etage met zolder te verhuren. De recente actie van XXXXXXXXXXX, door op ons pand ‘Geef het Pianola Museum de ruimte, petitie.nl’ is bij mij de druppel die de emmer doet overlopen! Evenals de onwaarheden in het eenzijdige stuk dat op 2 februari jl. in het Dagblad Parool is verschenen, waarin XXXXXXXXXXX verzuimt de volledige informatie te geven. Voor een volledig beeld is het belangrijk om bij het begin te beginnen. In 1990 werd mij en mijn man, aangekondigd dat onze toenmalige woning aan de XXXXXXXXXXX te Amsterdam, verbouwd zou gaan worden wegens de voorgenomen stadsvernieuwing. Onze oude woning zou te klein gaan worden voor 4 personen, mijn inmiddels ex‐man, zoon van 1 jaar en een baby op komst. Daarom kregen wij een urgentieverklaring. Uiterlijk december 1994 zouden we onze woning moeten verlaten.

Op 16 september 1994 kregen wij een aanbieding van de Stedelijke Woningdienst te Amsterdam, om de 2e verdieping en de daarbij horende zolderetage te gaan bezichtigen aan de XXXXXXXXXXX. Dit was overigens de laatste van de 3 aangeboden woningen, dus onze enige mogelijkheid. Onze eerste bezichtiging vond plaats op 20 september 1994. De 2e bezichtiging was op 30 september in het bijzijn van ons, familie XXXXXXXXXXX, en XXXXXXXXXXX van het Gemeentelijk Grondbedrijf. Ter plekke werd de aanbieding van de woning mondeling geaccepteerd en is er uitgebreid gesproken over de opknapplannen door Het Gemeentelijk Grondbedrijf om aan de basisvoorzieningen te voldoen en een zelfstandige opgang te creëren. Tot op dat moment heb ik nooit geweten dat het Pianola Museum ook belangstelling had voor de ons aangeboden verdieping. Op 30 september zou in het bijzijn van een aannemer, de plannen vastgelegd worden. Ook zou het huurcontract getekend worden. Echter, voor het zover was kregen wij bericht dat deze afspraak opgeschort werd in verband met het feit dat het museum in contact bleek te zijn met het Grondbedrijf over de 2e verdieping en de zolder.

Hierop zijn we, op verzoek van het museum, in gesprek gegaan. Zij hebben ons verteld over hun penibele situatie namelijk hun dreigende ruimtegebrek en wij over de onze, de tijdsdruk waar wij voor stonden vanwege het moeten verlaten van onze oude woning. In dit gesprek heeft het museum gevraagd of wij open stonden voor een andere acceptabele vervangende woning. Hierop hebben wij aangegeven daarvoor open te staan. Echter het museum is nooit met een alternatief gekomen. Het was ondertussen oktober en de renovatie van de woning in de XXXXXXXXXXX in volle gang, en nog steeds hadden wij geen zekerheid of er wel of niet een contract getekend zou gaan worden. Daarom hebben wij op 28 oktober 1994 middels een bezwaarschrift, gericht aan de gemeente Amsterdam, opheldering gevraagd. De zaak werd in behandeling genomen door de sector Juridische zaken van de hoofdafdeling Stedelijke ontwikkeling. Op 1 november 1994 hebben wij naar aanleiding van dit bezwaarschrift de woning toegewezen gekregen. XXXXXXXXXXX heeft het voorgaande zo samengevat: “Met veel gretigheid heeft deze familie hun woonrecht door enkele kwaadaardige en wraakzuchtige elementen binnen de Gemeente laten ge(mis)bruiken, om een claim te kunnen leggen op de ruimte die thans door hun bewoont wordt. En dat in een situatie waarin uiteraard voldoende alternatieven voorhanden waren”.

Vanaf het moment dat onze intrek van de woning een feit was geworden, heeft XXXXXXXXXXX zich uiterst passief‐agressief opgesteld en dit gaat tot op de dag van vandaag door. Ik ga u niet vervelen met de talloze incidenten en pesterijen die er plaats hebben gevonden maar dit is allerminst aangenaam, zeker wanneer je 2 kleine opgroeiende kinderen hebt. Iedere poging van onze kant of die van het Grondbedrijf om de situatie te verbeteren of te bespreken, werd bot afgeslagen. Inmiddels heeft XXXXXXXXXXX al zo ongeveer 30 jaar niet met mij gesproken maar heeft wel al vele jaren en op vele manieren de publiciteit gezocht. Dit om aandacht te vragen voor het ‘noodlijdende’ museum en beweert daarbij dat alleen het museum van de ondergang gered kan worden door uitbreiding naar de 1e verdieping waar een woonvergunning op rust en waar XXXXXXXXXXX, de conservator van het museum, woont. Een zeer groot oppervlak met een bestemming voor een sociale huurwoning, wordt nu als opslag voor het museum gebruikt. Het museum beoogt met de petitie, de gemeente te overtuigen het bestemmingsplan voor de bovenverdieping te wijzigen, door onder meer de entree van het museum en het trappenhuis door te breken. Hierdoor zou mijn woning op de 2e etage geen verplichte zelfstandige opgang meer hebben en zou XXXXXXXXXXX mijn woning kunnen betrekken.

Het gaat te ver dat de conservator van het museum in mijn woning zou moeten wonen. Dit is niet noodzakelijk voor de uitbreiding van het Pianola Museum. Het museum heeft grootse plannen voor uitbreiding. Gezien het een monumentaal pand is en daarmee aan regels gebonden, lijken mij zijn plannen niet realistisch. Daarnaast vraag ik mij af of het financieel haalbaar is. Het museum is, in zoverre bij mij bekend, nog nooit financieel rendabel geweest. Ook mede doordat het museum zeer beperkte openingstijden heeft namelijk vrijdag t/m zondag tussen 13.00 uur en 17.00 uur. Naar aanleiding van dit schrijven hoop ik dat u een vollediger beeld heeft gekregen van deze langslepende kwestie. Daarbij hoop ik dat de gemeente Amsterdam zich blijft houden aan het standpunt geen veranderingen aan te brengen aan de huidige situatie.

Natuurlijk ben ik bereid wanneer u vragen heeft naar aanleiding van deze brief, u het een en ander mondeling toe te lichten. U kunt mij telefonisch bereiken op het telefoonnummer XXXXXXXXXXX of via mijn e‐mailadres XXXXXXXXXXX Met vriendelijke groet, XXXXXXXXXXX

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13861916/1