Raadsadres inzake boomsystematiek, wijze van behandelen van en beslissen op kapaanvragen
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad van Amsterdam t.a.v. de commissies MOW en TAR Stadhuis per site-mail 7-3-2026
Betreft: boom-systematiek, wijze van behandelen van en beslissen op kap-aanvragen
https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/16477785/1/09012f9781a61c9f?connection_type=1&connection_id=9961927 https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/16625057/1?connection_type=17&connection_id=13002271
Geachte Raad, De Bomenverordening werkt op onderdelen niet zoals ingaande 2016 door u is bedoeld en bepaald, daarom kondigde ik in het raadsadres dd. 8-1-2026 in paragraaf 9 een voorstel aan tot verduidelijking van de wijze waarop de kap-aanvragen moeten worden beoordeeld. Uw schriftelijke vragen hierover heeft B&W inmiddels op 19-2-2026 beantwoord en op 24-2-2026 kreeg ik de werkinstructies dd. 12-12-2024 toegestuurd van de afdelingen VTH van de 7+1 stadsdelen ( sinds zomer 2025 is dit de dienst VTH in oprichting ). Deze VTH-instructies en de antwoorden van B&W bevestigen wat eerder al bleek uit de kap-adviezen en verleende vergunningen: de aanvragen worden niet goed beoordeeld, artikel 5 van de Bomenverordening met de belangen van boom-behoud die moeten worden afgewogen tegen de belangen van de kap waarvoor een vergunning is gevraagd worden verkeerd of niet toegepast, B&W komt in zijn antwoorden ten onrechte niet met bijstelling van de werkwijze. Nadere uitwerking & onderbouwing hiervan in paragraaf 1 t/m 7 hieronder. Hierbij roep ik u op om:
.
A. artikel 5 van de Bomenverordening als volgt te verduidelijken en actualiseren: Artikel 5 WeigeringsgrondenAfweging van de belangen 1. Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor kap of snoei van een boom of houtopstand weegt het college de belangen die in het geding zijn af. Tegenover de waarden en belangen die blijken uit de vergunningaanvraag gaat het om de volgende waarden en belangen van de boom of houtopstand: De vergunning of jaarvergunning kan worden geweigerd in verband met: a. de natuur- en milieuwaarde van de houtopstand; b. de waarde van de houtopstand voor het stadsschoon of het landschap; c. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; d. de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid.;
e. de waarde voor het milieu en het ecosysteem van mens, flora en fauna; f. de waarde voor de klimaat-adaptatie; g. de beeldbepalende waarde; h. de zeldzaamheidswaarde. 2. Behoudens voor verplanten wordt de vergunning of jaarvergunning geweigerd voor zover ditdeze het vellenkappen of snoeien van een boom of houtopstand betreft die voorkomt op de lijst van de beschermwaardige bomen en houtopstanden als bedoeld in artikel 10; hiervan kan alleen worden afgeweken als sprake is van zwaarwegende omstandigheden en belangen. 3. Bij de toepassing van de in het eerste lid genoemde weigeringsgronden overweging van kap of snoei van gemeente-bomen houdt het college tevens rekening met het bomenbeleidsplan indien dat is vastgesteld en nog vigerend is. met navenante aanpassing van de Toelichting van artikel 5; B. de werkinstructies VTH, het formulier voor de beoordeling van de kap-en snoei-aanvragen en de model-brief voor de beantwoording van de aanvragen te herzien zoals is uitgewerkt in paragraaf 7 hieronder. Nadere toelichting geef ik desgewenst graag, de in het raadsadres dd. 8-1-2026 aangekondigde voorstellen voor oplossing van de systematiek-gebreken 3 t/m 8, 10, 11 en 12 volgen zo spoedig mogelijk na ontvangst van opgevraagde en door B&W aangekondigde stukken. Met vriendelijke groet, XXXXXXXXXXX
bijlage: kap-advies van de dienst Stadswerken dd. 11-12-2025
Wijze van beoordelen van en beslissen op kap- en snoei-aanvragen 1. Afweging van de belangen De Bomenverordening 2014 heeft u gebaseerd op het beginsel dat het boom-volume op peil moet blijven maar dat kap mogelijk blijft, afhankelijk van de belangen die in een concreet geval spelen. Welke belangen dit zijn heeft u wat betreft de belangen van kap in het midden gelaten, in artikel 5 heeft u alleen de belangen bepaald die aanleiding kunnen geven tot behoud van de boom en weigering van een aangevraagde kap:
“ De vergunning of jaarvergunning kan worden geweigerd in verband met: a. de natuur- en milieuwaarde van de houtopstand; b. de waarde van de houtopstand voor het stadsschoon of het landschap; c. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; d. de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid. “ Echter, dit lijstje af te wegen belangen wordt in paragraaf 4.1 t/m 4.4 van het beoordelings-formulier en dus ook in de kap-adviezen en de vergunning-besluiten toegepast alsof het weigeringsgronden zouden zijn, namelijk dat kap alleen geweigerd zou mogen worden als de waarden a t/m d zich uniek of tenminste onderscheidend van de omringende bomen voordoen. Bijgaand als voorbeeld een kap-advies van de dienst Stadswerken dd. 11-12-2025, zoals altijd door de dienst VTH in oprichting één-op-één overgenomen in de vergunning. Echter, deze uitleg van artikel 5 komt er in de kern op neer dat een boom niet een waarde a t/m d zou hebben als er in de buurt andere bomen aanwezig zijn, met als gevolg dat de belangen die pleiten vóór kap, bijvoorbeeld her-inrichting van de openbare ruimte of een uitbouw in de binnentuin, als enige meewegen en de aanvraag dus vergund moet worden.
Een dergelijke schijn-afweging is evident niet de bedoeling van uw Raad, kennelijk is het huidige artikel 5 niet duidelijk genoeg, de oplossing ligt voor de hand en is eenvoudig: schrap de term “ weigeringsgronden “ en zet voorop dat het om afweging van de tegengestelde belangen gaat, zoals B&W op 19-2-2026 gelukkig dan nog wel heeft bevestigd in zijn antwoorden 1 en 4 op uw schriftelijke vragen maar door de boomadviseurs en de dienst VTH i.o. in paragraaf 4.1 t/m 4.4 van het beoordelingsformulier en het gebruik daarvan wordt miskend . https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/16625057/1?connection_type=17&connection_id=13002271
2. Het begrip hout-opstand In artikel 1-f van de Bomenverordening heeft u bepaald wat een hout-opstand is: “ één of meer bomen, hakhout, boomvormers of andere houtachtige gewassen die onderdeel uitmaken van een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken of een beplanting van bosplantsoen, met de onder b genoemde minimale omtrek; “ https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR323217/2 Dus sowieso is een houtopstand iets anders dan een boom. Deze begripsomschrijving is door de landelijke wetgever ingaande 2024 overgenomen en iets meer precies geformuleerd in artikel 1.1 lid 1 van de Omgevingswet: “ zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend; “ https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2026-02-18/0
Echter, in artikel 5 van de Bomenverordening gaat het alleen over houtopstanden, niet over bomen, hetgeen evident de bedoeling niet kan zijn. Ook elders in de Bomenverordening en in de Herplantregeling wordt het begrip houtopstand verkeerd of onvolledig gehanteerd, over herstel hiervan heeft u op 20-2-2026 al een raadsadres ontvangen. De oplossing voor het nu behandelde artikel 5 ligt voor de hand en is eenvoudig: in artikel 5 overal spreken van de boom of houtopstand .
3. De waarden en belangen van het eco-systeem en de klimaat-adaptatie De Bomenverordening dateert uit 2014, ook toen tekende de klimaatverandering zich al af maar kennelijk was de rol van bomen hierbij nog niet onderkend. Hoe dit ook zij, voor de hand ligt om de waarden en belangen van het ecosysteem en de klimaat-adaptie toe te voegen aan artikel 5 lid 1. 4. Jaarvergunningen Artikel 5 heeft mede betrekking op jaarvergunningen. Echter, als ik me goed herinner en voor zo ver zichtbaar in de openbare bekendmakingen is dit vergunning-type in onbruik geraakt zodat “ of jaarvergunning “ uit artikel 5 kan worden geschrapt. 5. Monument-beschermde bomen In artikel 12 van de Bomenverordening heeft u bepaald dat bomen extra bescherming kunnen krijgen door toekenning van monument-bescherming. Dit kan op grond van de bijzondere betekenis van de boom voor één of meer van volgende criteria / waarden: a. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; b. de cultuurhistorische betekenis van de houtopstand; c. de natuurwaarde van de houtopstand; d. de zeldzaamheidswaarde van de houtopstand; e. de ouderdom van de houtopstand; f. de levensverwachting van de houtopstand. Hoeveel extra bescherming de monument-beschermde bomen ook krijgen, bij zwaarwegende omstandigheden kan ook bij de monument-beschermde bomen de vraag zich aandienen of kap geboden is.
Nu zou je denken dat naast de waarden b en c ook de waarden a en d op grond waarvan monument-bescherming wordt kan worden toegekend tevens deel uitmaken van de belangen-afweging die volgens artikel 5 bij kap moet worden gemaakt maar dit is niet het geval. De oplossing ligt voor de hand en is eenvoudig, de waarden a en d toevoegen aan artikel 5 lid 1. 6. Verduidelijking en actualisering van artikel 5 In paragraaf 1 t/m 5 bovenstaand is behandeld waar het huidige artikel 5 van de Bomenverordening niet klopt of misverstand oproept; de oplossing is eenvoudig, herzie artikel 5 als volgt en pas de Toelichting van artikel 5 navenant aan: Artikel 5 WeigeringsgrondenAfweging van de belangen . 1. Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor kap of snoei van een boom of houtopstand weegt het college de belangen die in het geding zijn af. Tegenover de waarden en belangen die blijken uit de vergunningaanvraag gaat het om de volgende waarden en belangen van de boom of houtopstand: De vergunning of jaarvergunning kan worden geweigerd in verband met: a. de natuur- en milieuwaarde van de houtopstand; b. de waarde van de houtopstand voor het stadsschoon of het landschap; c. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
d. de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid.; e. de waarde voor het milieu en het ecosysteem van mens, flora en fauna; f. de waarde voor de klimaat-adaptatie; g. de beeldbepalende waarde; h. de zeldzaamheidswaarde. 2. Behoudens voor verplanten wordt de vergunning of jaarvergunning geweigerd voor zover ditdeze het vellenkappen of snoeien van een boom of houtopstand betreft die voorkomt op de lijst van de beschermwaardige bomen en houtopstanden als bedoeld in artikel 10; hiervan kan alleen worden afgeweken als sprake is van zwaarwegende omstandigheden en belangen. 3. Bij de toepassing van de in het eerste lid genoemde weigeringsgronden overweging van kap of snoei van gemeente-bomen houdt het college tevens rekening met het bomenbeleidsplan indien dat is vastgesteld en nog vigerend is. 7. Werkinstructies en model-brief vergunningverlening bomen Voor de behandeling van de vergunning-aanvragen voor kap of snoei van bomen hanteert de dienst VTH in oprichting werkinstructies dd. 12-12-2024 en het als voorbeeld bijgevoegde beoordelings-formulier dd. 11-12-2025. Of ook de Omgevingsdienst deze instructies hanteert weet ik niet, de Omgevingsdienst gebruikt bij mijn weten in ieder geval het formulier en vraagt de boomadviseurs van de dienst Stadswerken om advies. Hoe dit ook zij, zoals is behandeld in paragraaf 1 t/m 12 van het door B&W nog niet beantwoorde raadsadres dd.
8-1-2026 schiet het VTH-proces van de dienst VTH in oprichting en de Omgevingsdienst op tal van punten tekort; wat betreft de toepassing van artikel 5 en artikel 7 van de Bomenverordening gaat het op hoofdlijn om het volgende: a. Aanvraag wordt niet getoetst op volledigheid Blijkens de werkinstructie toetst VTH niet of de vergunning-aanvraag volledig is, bijvoorbeeld of de bij kap-aanvragen van grote omvang vereiste Boom Effect Analyse BEA bij de aanvraag zit. Ook de check of het altijd vereiste herplant-plan dan wel de berekening van de afdracht aan het Herplantfonds aanwezig is wordt niet uitgevoerd. Doordat VTH de aanvragen hierop niet bij binnenkomst toetst en de aanvragen blindelings voor advies doorstuurt kan ook de interne of externe boomadviseur de herplant of afdracht aan het fonds niet beoordelen. Dit doen de adviseurs dan ook niet, ze geven in hun advies slechts indicaties over herplant of afdracht. Vervolgens verleent VTH of Omgevingsdienst de vergunning met een plicht tot herplant die qua locatie, aantal bomen en omtrekmaat dan wel afdracht aan het fonds niet is gedefinieerd.
Wel nemen VTH en Omgevingsdienst in vergunningen een plicht op tot alsnog-indiening van een herplant-plan maar vervolgens houdt blijkens de instructie VTH en mogelijk ook de Omgevingsdienst géén toezicht op tijdige indiening van zo’n plan, daarmee lijkt ook de alsnog-indiening van een herplant-plan niet te worden gehandhaafd.
b. Beoordeling van en besluitvorming over de aanvraag blijven in feite uit In de instructie staat dat het advies van de dienst Stadswerken of van een externe boomadviseur “ moet verwerkt worden “ , dus van beoordelen van de vergunningaanvraag en het advies en van beslissen op de aanvraag is geen sprake, VTH is slechts in schijn vergunningverlener; zonder daartoe te zijn aangewezen en zonder het te beseffen beslist in feite een interne of externe boomadviseur, hetgeen evident niet de bedoeling kan zijn. c. Geen melding / registratie De Bomenkaart https://bomen.amsterdam.nl/gebied/0?infopanel=true en de interne bomenadministratie waarop de Bomenkaart is gebaseerd zijn onvolledig, evident veel meer bomen dan de 15.000 stobben op peildatum 1-10-2025 wachten op herplant. Eén van de mogelijke oorzaken van deze onder-registratie en onder-rapportage in de jaarlijkse Boombrieven en het Jaarverslag is het door VTH en Omgevingsdienst verkeerd of niet melden van kap-vergunningen en van opgelegde plicht tot herplant. In de instructie staat wel iets over de openbare Bomenboekhouding maar bij mijn weten is de Bomenboekhouding niet één-op-één gekoppeld aan de Bomenkaart en de interne bomen-administratie zodat VTH en Omgevingsdienst voor die systemen steeds afzonderlijke meldingen van kap en plicht tot herplant zouden moeten indienen maar dit ontbreekt in de instructie.
Blijkens de instructie heeft VTH al in 2024 of nog eerder onderkend dat de systemen van kap-melding en -registratie niet goed werken maar is daar tot op de dag van vandaag niks aan gedaan. d. Beoordelings-formulier schiet tekort In het als voorbeeld bijgevoegde beoordelings-formulier dd. 11-12-2025 zijn de boomwaarden a t/m d van het huidige artikel 5 van de Bomenverordening overgenomen, hetgeen op zich natuurlijk terecht is. Echter, de antwoorden in het formulier sub 4.1 t/m 4.4 laten zien hoe de dienst Stadswerken en de externe boomadviseurs het formulier toepassen: de boomwaarden a t/m d worden toegepast als weigeringsgronden waarbij de bomen waarvoor de kap-vergunning is aangevraagd door de boomadviseur geen waarde toebedeeld krijgen als bomen in de buurt vergelijkbare waarden vertegenwoordigen zodat de bomen van de kap-aanvraag niet bijzonder zijn en een kap-vergunning niet geweigerd kan worden. Dit is evident niet de bedoeling & strekking van artikel 5, behandeld in paragraaf 1 bovenstaand. Paragraaf 6 van het beoordelings-formulier gaat over de afweging van de tegengestelde belangen maar deze vraag is in dit formulier niet op z’n plaats. Immers, een boomadviseur heeft evident verstand van bomen maar kan hooguit in privé-afweging de tegengestelde belangen afwegen van bijvoorbeeld kap voor het realiseren van een uitbouw in een binnentuin of grootschalige woningbouw.
De afweging van de tegengestelde belangen moet dus niet door de boomadviseur in het beoordelingsformulier worden gemaakt maar door de dienst VTH of de Omgevingsdienst in de vergunning of de weigering daarvan. In veel gevallen zal de afweging van de belangen al vóór het indienen van de kap-aanvraag bestuurlijk zijn gemaakt, bijvoorbeeld een besluit tot her-inrichting van de openbare ruimte of een woningbouw-plan op basis van een Boom Effect Analyse BEA.
Zo niet, dan heeft de boomadviseur natuurlijk tot taak om alsnog te beoordelen en te adviseren of er alternatieven zijn die kap deels of geheel voorkomen, bijvoorbeeld door verplanten van bomen of snoeien in plaats van kappen, zoals de bomen van de Postjeskade. Nadat een collega-boomdeskundige deugdelijk gemotiveerd heeft geconcludeerd dat wegens ziekte of gevaar ingrijpen noodzakelijk is valt er qua belangen nog maar weinig af te wegen maar gaat het nog wel om de vraag welke maatregelen geboden zijn. Ook hierover hebben VTH en Omgevingsdienst het oordeel & advies van de boomadviseur nodig, als een soort van second opinion. ( die bijvoorbeeld in de casus van de Postjeskade niet door Stadswerken maar door de bewoners is ingebracht )
Paragraaf 7 van het formulier gaat over de (on)mogelijkheid tot herplant, dan wel afdracht aan het Herplantfonds. Als het goed is heeft de vergunning-aanvrager hiervoor een voorstel gedaan in de kap-aanvraag waarvan vervolgens de boomadviseur de juistheid van de berekeningen en de uitvoerbaarheid van het herplant-plan beoordeelt. e. Naar het zich laat aanzien geen handhaving op de plicht tot herplant Terwijl VTH in de instructie al minstens sinds 2024 onderkent dat een kap-aanvraag voor VTH pas is afgerond nadat aan de plicht tot herplant ( of afdracht aan het Herplantfonds ) is voldaan, komt Handhaving in de instructies niet eens voor, VTH lijkt niet handhavend op te treden. WOO-verzoekjes naar voorbeelden van handhavend optreden zijn nog steeds in behandeling, hetgeen vooralsnog te denken geeft dat de dienst VTH en Omgevingsdienst eenvoudig niet handhavend optreden maar dit niet willen erkennen terwijl de dienst V&OR als boom-eigenaar evident de uitvoering heeft verzuimd van vele van de door VTH en Omgevingsdienst opgelegde plichten tot herplant waarvan de deadline is verstreken. Dit verzuim in het kwadraat, zowel van de herplant door V&OR als van de handhaving daarop door VTH en Omgevingsdienst, is behandeld in paragraaf 12 van het raadsadres dd. 8-1-2026 en wordt nu dus bevestigd in deze VTH-instructies dd. 12-12-2024.
Overigens, naast de VTH-instructies specifiek voor bomen zijn er ook algemene VTH-instructies, daarin zouden handhavings-instructies kunnen staan die ook gelden voor de kap-vergunningen. Ook deze algemene instructies heb ik opgevraagd maar ze nog niet gekregen.
Kortom, hoogste tijd om de VTH-instructies, het beoordelings-formulier voor de behandeling van de kap- en snoei-aanvragen en de model-brief voor de beantwoording van de aanvragen aan te passen op het bovenstaand in paragraaf 6 herziene artikel 5 van de Bomenverordening en de bovenstaande gebreken a t /m e te verhelpen.