CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres interventie bestemmingsplan Westelijke Binnenstad

RAAD 20 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van wijkcentrum d'Oude Stadt inzake interventie bestemmingsplan Westelijke Binnenstad VN2023-0178941.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsadres Spoedvragend Ingediend door: drs. Pauline van de Ven dr. ir. Paul M.B. Vitányi Wijkcentrum d’Oude Stadt

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Datum: 19 juli 2023 Verzoek om interventie in bestemmingsplan Ondergetekenden verzoeken de gemeenteraad van Amsterdam en het college van B&W om gebruik te maken van de bevoegdheid tot interventie in het bestemmingsplan teneinde onomkeerbare aantasting van het kerngebied van het UNESCO werelderfgoed te voorkomen. Door punt 19.4.3 van de bestemming ‘tuin 3’ in het bestemmingsplan Westelijke Binnenstad te schrappen zal het verbod op bedrijvigheid in de grachtentuinen in tact blijven en wordt de bestemming van het gebied in overeenstemming gebracht met het Werelderfgoedverdrag. Nu is ze daarmee in overtreding. 1. UNESCO werelderfgoed In 2010 is aan de 17de eeuws grachtengordel binnen de Singelgracht van Amsterdam de UNESCO Erfgoed status toegekend. De toekenning is in categorie ‘C’ en betreft de combinatie van gebouwen en natuur: ⁃

⁃

Art. 1.1 Groepen van afzonderlijke of tot een geheel samengevoegde gebouwen die uit hoofde van hun architectuur, hun homogeniteit of hun eenheid met het landschap uit historisch, artistiek of wetenschappelijk oogpunt van uitzonderlijke universele waarde zijn; en: Art 1.2 Strikt begrensde natuurlijke streken of zones die uit een oogpunt van wetenschap, natuurbehoud of natuurlijke schoonheid van uitzonderlijke universele waarde zijn.

Het erfgoed betreft met andere woorden het samenhangende geheel van grachten, 17de eeuws Rijksmonumenten en omsloten grachtentuinen. 2. Werelderfgoedverdrag Sinds 1992 geldt in Nederland de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (1972), het Werelderfgoedverdrag. Dit verdrag verplicht Nederland het erfgoed te beschermen en de ongeschonden overdracht aan komende generaties te waarborgen: ⁃

Art. II. 4 Elke Staat die partij is bij deze Overeenkomst erkent dat (…) op hem de verplichting rust de identificatie, de bescherming, het behoud, het toegankelijk maken en het overdragen aan 1/5

komende generaties van het op zijn grondgebied liggende en in de artikelen 1 en 2 bedoelde cultureel en natuurlijk erfgoed te waarborgen. Hij dient zich daartoe tot het uiterste in te spannen (..) ⁃

Art. II.5.d (…) door het nemen van ter zake dienende wettelijke, wetenschappelijke, technische, bestuurlijke en financiële maatregelen die nodig zijn voor de identificatie, de bescherming, het behoud, het toegankelijk maken (…);

3. Verdrag gaat vóór Bestemmingsplan Relevant is dat internationale verdragen vóór nationale wetgeving en voor bestemmingsplannen gaan. 4. Bescherming Uit het voorgaande vloeit voort dat de Amsterdamse grachtengordel als samenhangend geheel van architectuur en natuur dient te worden beschermd, in de context van de Nederlandse Erfgoedwet als «complex» of «ensemble»: Art. 3.7 Memorie van Toelichting op de Erfgoedwet: Onroerend en roerend erfgoed vormen soms ook een geheel. Dan is sprake van een zogeheten ⁃ «ensemble», waarmee de verwevenheid van gebouw(en), interieur, (groene) omgeving en ondergrond wordt aangegeven. Voor de waarde en beleving van het erfgoed zijn deze sterk met elkaar verbonden. ⁃

(…) De regels voor de aanwijzing van rijksmonumenten bieden voldoende ruimte om recht te doen aan de waarde van ensembles in een ruimtelijke context, de zogeheten complexen. Zo zijn in veel gevallen de tuinaanleg en de diverse gebouwen die tezamen een landgoed of buitenplaats vormen, in onderling verband beschermd. Ook is het gebruikelijk om een bescherming als rijksmonument te combineren met een planologische bescherming (via bestemmingsplan) van de historische omgeving als geheel.

De bescherming berust dus niet rechtstreeks op de Erfgoedwet maar op het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan kent aan de overgrote meerderheid van de grachtentuinen van oudsher de bestemming ‘tuin 1’ toe. Deze beschermt het groengebied tegen bedrijvigheid, bebouwing, verrommeling, verharding, opslag, autostalling etc. In combinatie met de Monumentenwet van 1988, die de architectuurwaarde van de gebouwen beschermt, ontstaat zo de vereiste ensemblebescherming. 5. Bestemming ‘tuin 3’ in strijd met Werelderfgoedverdrag Aan het woonblok van 17de eeuws rijksmonumenten met omsloten grachtentuinen, gelegen tussen Keizersgracht, Prinsenstraat, Prinsengracht en Brouwersgracht, behorend tot het kerngebied van het UNESCO werelderfgoed, wordt in het bestemmingsplan naast de bestemming ‘tuin 1’, die geen bedrijvigheid toestaat, de bestemming ‘tuin 3’ toegewezen. Weliswaar is op grond van ‘tuin 3’ bedrijvigheid evenmin toegestaan: ⁃

19.4.1 Bestemmingsplan Westelijke Binnenstad, ‘tuin 3’: Bedrijfsmatig gebruik, waaronder gebruik voor horecadoeleinden, alsmede gebruik voor opslag van onbebouwde gronden is niet toegestaan. 2/5

Maar aan tuinen die bebouwd zijn, wordt dezelfde bestemming toegekend als aan het hoofdgebouw aan de gracht: ⁃

19.4.3 Bestemmingsplan Westelijke Binnenstad, ‘tuin 3’: De gebouwen mogen worden gebruikt ten dienste van een van de toegestane functies in hoofdbebouwing op hetzelfde bouwperceel, met uitzondering van parkeervoorzieningen.

Voor het hoofdgebouw aan de gracht geldt de bestemming ‘gemengd 1’. Deze beschermt de architectuurwaarde van het monument en laat alle bedrijvigheid toe die onder milieucategorie 1 en 2 valt. Als gevolg van deze vervanging van ‘tuin 3’ door ‘gemengd 1’ wordt er midden in een gebied van omringende grachtentuinen een breed scala van bedrijvigheid toegestaan. De facto zijn alle omliggende grachtentuinen in het blok daardoor onbeschermd. Dit doet niet alleen ernstig afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied maar is een overtreding van het Werelderfgoedverdrag. 6. Kenmerken van het gebied, flora en fauna In de loop van drie eeuwen is veel bebouwing op de erven gesloopt om plaats te maken voor tuinen. Tussen Keizersgracht en Prinsengracht is een aaneengesloten gebied van mooie, goed onderhouden tuinen en patio’s ontstaan. Slechts op één plaats zijn de erven twee kavels breed bebouwd. Flora en fauna zijn van hoge stedelijke kwaliteit. Een aantal tuinen, sommige aangelegd door bekende tuinarchitecten als Arend Jan van der Horst, Robert Broekema en Piet Oudolf worden voor het publiek opengesteld tijdens de Open Tuinen Dagen. De tuinen zijn goed gedocumenteerd in uitgaven van de Stichting Amsterdamse Grachtentuinen. De variatie in beplanting is groot en omvat ook enkele monumentale bomen.

Er broeden merels, houtduiven, groenlingen, kleine bonte specht, gaaien, eksters, mezen, winterkoninkje, roodborst en de dwergvleermuis (pipistrellus pipistrellus). In het voorjaar worden incidenteel vuurgoudhaantjes, zwartkopjes, tjiftjaf en fitis gehoord; gierzwaluwen nestelen elk jaar juni in de hijsbalken. Een tamelijk gevarieerde vlinderpopulatie, bestaande uit atalanta, dagpauwoog, kleine vos, landkaartje, citroentje, koolwitje en ilex blauwtje, naast veel nachtvlinders, is de laatste tien jaar helaas door onbekende oorzaak sterk teruggelopen. Het is een zeer stil woongebied, in de binnentuinen is weinig anders te horen dan het geluid van stemmen, vogels, het geruis van gebladerte en de klokken van de Westerkerk, de Noorderkerk, het Brienenhofje en de Posthoornkerk. 7. Aanleiding tot het verzoek Aanleiding tot het verzoek is de voorgenomen vestiging van een grote sportschool met versterkte muziek en horeca op de laatste twee bebouwde erven in de grachtentuinen, waar voorheen het Internationaal Vrouwenarchief was gevestigd.

Met een langgerekte open binnenplaats, acht grote, transparante, open, lichtkoepels op een oppervlak van 770 m2 (2,5 maal het toegestane maximum) en openingstijden 7 dagen per week gedurende 17 uur per dag, zijn de gebouwen voor de uiterst stille omgeving van besloten grachtentuinen onmogelijk geluid- en lichtdicht te maken, tenzij door het geheel in gewapend beton te gieten. Dat is niet het voornemen en overigens ook niet toegestaan. Met drie grote sportscholen en fitness centra op loopafstand is niet aannemelijk dat het bedrijf voorziet in een dringende behoefte.

3/5

8. Motivatie spoedvragend karakter De verbouwing is in volle gang, de eigenaar wil binnen 8 weken open. Bewoners zijn overvallen, er is geen vergunning gepubliceerd. Als het kantoor eenmaal is verbouwd en in gebruik wordt genomen tot sportschool wordt de binnentuinen een wond toegebracht die niet of maar heel langzaam zal genezen, en dit alleen als de stilte en het nachtelijk donker worden hersteld. Als eerste zal vrijwel direct de kleine vleermuispopulatie uit ons blok verdwijnen. Pauline van de Ven Paul Vitányi

Aanhangsel I. Voorlopige aanbeveling Stichting d’Oude Stadt In afwachting van een definitieve beslissing van de Wijkraad op 5 september aanstaande, mede gezien het spoedvragende karakter van dit verzoek, laat het Dagelijks Bestuur van de Stichting de volgende voorlopige formulering opnemen: Het behoud van stedelijk groen in het algemeen en van de grachtentuinen als ‘groene longen’ van de stad is een langlopende wens en inspanning van Stichting d’Oude Stadt. In 1979 en 1992 documenteerden wij de staat waarin de 27 Amsterdamse keurblokken verkeerden.)* Beide inventarisaties zijn voorzien van de aanbeveling aan het college van B&W van Amsterdam om de handhaving van de keurblokvoorschriften te verbeteren en de keurblokbescherming uit te strekken over het onbeschermde gebied in de binnenstad. II. Vleermuis beschermde diersoort Het blok heeft een kleine populatie vleermuizen. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn op grond van de Habitatrichtlijn 1992 en de Wet Natuurbescherming 2017 beschermde diersoorten wier habitat moet worden behouden of hersteld. Artikel 1.11 Wet Natuurbescherming 2017: 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor (…) bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. 2.

De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor (…) een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten.

- dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, - indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om de gevolgen te voorkomen, of

- voor zover de gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

4/5

Sterke achteruitgang Van de 21 soorten vleermuizen die er in Nederland zijn gevonden, zijn negen soorten zeldzaam. Tenminste vijf andere soorten zijn de afgelopen vijftig jaar erg zeldzaam geworden, 2 soorten zijn zelfs uit Nederland verdwenen. Veel verblijfplaatsen zijn in de loop der jaren verdwenen of ontoegankelijk geworden voor vleermuizen. Aangezien vleermuizen maar één jong per jaar krijgen, en veel jongen al in hun eerste jaar doodgaan, duurt herstel vele jaren. Geluid en Licht Over het algemeen tolereert de vleermuis geen licht in de foerageergebieden. Er bestaan geen studies die testen in hoeverre verstoring door geluid de efficiëntie van het foerageren van vleermuizen aantast. Belang van de grachtentuinen De omsloten grachtentuinen zijn stille, groene leefgebieden. De vleermuis vindt er op kleine schaal wat elders steeds minder beschikbaar is, namelijk broedgelegenheid, insecten, stilte en nachtelijk donker. De tuinen zijn van grote betekenis voor het voortbestaan van de thans nog maar zeer kleine stedelijke vleermuispopulatie.

*) V. Amende, A. Stoel: Wat gebeurt er met de keurblokken, een inventarisatie van het gebruik c.q. misbruik van de 27 beschermde tuinen in de 17de eeuwse Amsterdamse Grachtengordel, Stichting Uitgeverij De Oude Stad, 1979 p. 146 e.v. V. Amende, A. Stoel: Wat gebeurt er met de keurblokken II, een inventarisatie van het gebruik c.q. misbruik van de 27 beschermde tuinen in de 17de eeuwse Amsterdamse Grachtengordel, Stichting Uitgeverij De Oude Stad, 1992.

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13013328/1