CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres herziening inspraakrecht in RvO en herziening Verordening op Lokaal Bestuur

RAAD 10 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger inzake herziening van het Reglement van Orde voor verruiming van het inspraakrecht en herziening van de Verordening op het Lokaal Bestuur.1.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsadres: inspraakrecht RvO en herziening Bestuurlijk Stelsel

Amsterdam, 04 februari 2021

Geachte gemeenteraad van Amsterdam, Helaas stond u, de gemeenteraad, mij in deze vergadercyclus op grond van uw nieuwe Reglement van Orde niet toe in de vergadering van uw Raadscommissies WB en RD vandaag op 03 februari 2021 in te spreken, omdat ik aan het begin van deze vergadercyclus van de Raadscommissies voor uw komende raadsvergadering op 9/10 februari 2021 al in uwRaadscommissie KBB insprak op 27 januari 2021. Daarom verzoek ik u in dit raadsadres inspraakrecht van burgers in de Raadscommissies te verruimen door herziening van uw Reglement van Orde en inspraak bij elk onderwerp toe te staan, in het bijzonder aan wie door uw voorgenomen besluit op dat onderwerp in een persoonlijk belang wordt getroffen. Bovenal keer ik mij in dit raadsadres tegen de gebrekkige democratische en inconstitutionele inhoud van de Verordening op het Lokaal Bestuur in Amsterdam, in werking sinds 21 maart 2018 en verzoek ik om deze verordening te herzien en alle raadsgezag weer zelf uit te oefenen, in de raadscommissies en de gemeenteraad:burgers niet langer onmondig te maken met gekozen adviserende Stadsdeelcommissies. Inspraak van burgers Ik verzoek u om uw Reglement van Orde te herzien door het recht van burgers om in elk van uw raadscommissievergaderingen in te spreken op een onderwerp, dat hen aangaat, her in te voeren.

De door u per 1 januari 2021 in uw RvO ingevoerde inperking, dat een burger in een vergadercyclus ter voorbereiding van een gemeenteraadsvergadering slechts in één van de raadscommissies mag inspreken, beknot burgerlijk inspraakrecht als vorm van politieke meningsuiting en invloed te ingrijpend. Het zijn niet enkel 'beroepsinsprekers', die soms in meer dan één raadscommissie in een vergadercyclus voorafgaand aan een gemeenteraadsvergadering willen inspreken. Die behoefte hebben vele burgers. Een bepaald onderwerp heeft vaak meerdere aspecten, die alle van urgent belang zijn voor burgers, zoals waar het om hun politieke rechten gaat - democratisering en behoud van hun democratische en constitutionele grondrechten - maar ook om hun sociale rechten, die direct geraakt worden door beleid van B&W en door buurtplannen en projecten, die u in hun leefomgeving wilt starten en uitvoeren. Het onderwerp, waar ik zowel in de Raadscommissie KBB, als ook WB en RD heb willen inspreken noodgedwongen in meerdere, omdat het in ale drie raadscommissies relevant is - het bouwproject op de werf aan de Hoogte Kadijk 145B van de projectontwikkelaars BLVG en BSA, die opereren in het belang van private investeerders, vormt onderwerp van besluitvorming door al deze drie raadscommissies, RO, WB en KBB. Dat is voor mij en van andere buurtbewoners van groot persoonlijk belang.

Maar u dwingt mij en andere insprekers om er slechts één raadscommissie uit te kiezen, dus tot inperking op inhoud. Macht van DB in Bestuurscommissies van Stadsdelen is ondemocratisch en inconstitutioneel Mijn democratische rechten worden ingrijpend geraakt door het traject van besluitvorming, dat volgens de Verordening op het Lokaal Bestuur in Amsterdam van 2018 verloopt. Op de inconstitutionele en de democratische burgerrechten schendende inhoud van de Amsterdamse Verordening op het Lokaal Bestuur 2018 uitte ik al zware kritiek in uw Raadscommissie KDD, Het College van B&W bestuurt in Amsterdam nu ook direct de stadsdelen via zijn 'verlengde arm', de Dagelijkse Besturen van de stadsdelen, door B&W benoemde ambtenaren, het zogenaamde verlengde

lokale bestuur. Daarmee heeft B&W zich in weerwil van Grondwet en Gemeentewet tot hoogste gezag in de gemeente Amsterdam gemaakt.Tot de bevoegdheden, die de Dagelijks Besturen, grotendeels in mandaat, maar ook voor een substantieel deel krachtens delegatie, in de stadsdelen uitoefenen, behoren bevoegdheden, die aan de gemeenteraad toekomen. Artikel 43 in de Verordening op het Lokaal Bestuur formuleert dat duidelijk, onmiskenbaar: Verordening op het Lokaal Bestuur: Artikel 43: regelgeving bestuurscommissies "De taken en bevoegdheden in de verordeningen, beleidsregels of overige voorschriften die door degemeenteraad, het college, de burgemeester aide bestuurscommissies op grond van de verordeningop de bestuurscommissieszijn vastgesteld en die zijn toegekend aan het algemeen of dagelijks bestuurvan de bestuurscommissies die op grond van de verordening op de bestuurscommissies zijn ingesteld,worden vanaf 21 maart 2018 uitgeoefend door het dagelijks bestuur in dat stadsdeel. Dit geldt voorzover deze taken en bevoegdheden op grond van de deze verordening ook aan het dagelijks bestuurzijn toegekend." De Verordening op de Bestuurscommissies gold van 2014 tot 2018: de algemene besturen bestonden uit via rechtstreekse verkiezingen gekozen volksvertegenwoordigers, die op stadsdeelniveau bevoegdheden uitoefenden, die de gemeenteraad toekomen.

De dagelijkse besturen van stadsdelen waren toen, indirect, door hen en (vaak) uit hun midden gekozen.De dagelijkse besturen oefenden taken uit namens het B&W, maar moesten ook recht doen aan hun (indirect) kiezersmandaat, gedane verkiezingsbeloften via de bestuurscommissieverkiezingen voor de verschillende stadsdelen. Tot 2014 was deze verwantschap met de gemeenteraad van stadsdeelraden, dit op sublokaal niveau volksvertegenwoordigend karakter nog sterker in de Amsterdamse stadsdelen. De Commissie Brinkmeijer wees op een problematisch karakter van dit dubbelmandaat van DB, enerzijds jegens B&W anderszijds kiezers,maar gaf geen oplossingen, droeg geen stelsel voor. Het door het stadsbestuur van Amsterdam gekozen stelsel kwam geheel uit de koker van Amsterdamse ambtenaren, adviseurs en beleidsmakers, niet vanuit de Commissie Brinkmeijer. De Gemeentewet maakt strikt onderscheid tussen bevoegdheden van raad, College van B&W en burgemeester. De Verordening op het Lokaal Bestuur schendt deze scheiding en weging der machten, treedt dit met voeten. De Gemeentewet maakt de gemeenteraad tot opperste gezag, met alleenrecht op materiële wetgeving, 'bij verordening' ÉN met bestuursmacht. Enkel bij verordening kan de gemeenteraad onderdelen van deze bevoegdheid overdragen aan B&W.

Artikel 156 Gemeentewet bepaalt daarvan de reikwijdte: 1.De raad kan aan het college en aan een door hem ingestelde bestuurscommissie bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 2. De raad kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot: waaronder de bevoegdheden volgen inzake de rekenkamer, het instellen van onderzoek naar bestuur door wethouders en/of burgemeester, de begroting, de jaarrekening, straf stellen op overtreding van gemeentelijke verordeningen, aanwijzing van accountants, en het vaststellen van verordeningen. Artikel 165 Gemeentewet geeft het College van B&W vergelijkbare bevoegdheid ten aanzien van aan B&W toekomende bevoegdheden (NIET ten aanzien van bevoegdheden van de gemeenteraad): 1 Het college kan aan een door hem ingestelde bestuurscommissie bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

Het stadsbestuur van Amsterdam verkoos in 2018 echter om artikel 156 en 165 te combineren om zo een hybride bestuur te scheppen: de gemeenteraad droeg eerst eigen bevoegdheden over aan het College van B&W, die B&W vervolgens aan de Dagelijkse Besturen, door hen benoemde ambtenaren, delegeerde en mandateerde om zo de stadsdelen met een 'verlengde arm' te besturen. Daarmee brak u in op inhoud, strekking en bedoeling van de Gemeentewet en schond de Verordening op het Lokaal Bestuur de Grondwet, tot op heden. De aard van de bevoegdheden van de raad verzetten zich tegen deze overdracht, in elk geval de genoemde in artikel 156 lid 2. Adviezen van Stadsdeelcommissies over ontwerp-bestemmingsplannen Daar komt nog een belangrijke democratische, ook consultatieve tekortkoming bij wanneer de stadsdeelcommissies, gekozen 'volksvertegenwoordigers', die B&W's DB nog slechts mogen adviseren, hun advies moeten geven over ontwerp-bestemmingsplannen. Dit moeten zij al doen, voordat de Raadscommissie RO vergadert over de wenselijkheid van terinzagelegging door B&W van die ontwerpbestemmingsplannen, waarna de termijn van 6 weken start voor het indienen van zienswijzen door burgers en B&W ook alle onderliggende stukken ter inzage moet leggen.

Pas na afloop van die termijn verwerkt B&W zijn antwoord op die zienswijzen in zijn motivering voor het bestemmingsplan en dient dit ter vaststelling in bij de gemeenteraad. De gemeenteraad en in voorbereiding daartoe de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening besluiten dus pas over de inhoud van het bestemmingsplan na kennisname van zienswijzen en alle onderliggende stukken, die openbaar horen te zijn, door B&W moeten zijn gepubliceerd, onder de aandacht van de burgers gebracht. Dan ligt het in de rede de stadsdeelcommissies in die fase opnieuw, dan volwaardig inhoudelijk te laten adviseren, als u de stadsdeelcommissies laat voortbestaan. Ook zij kunnen immers pas dan van alle stukken en zienswijzen kennisnemen en alle aspecten van het plan overzien. Gericht op Ontwerp-Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B en Ontwerp 'Eerste Partiële Herziening Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad, dat enkel op Hoogte Kadijk 147, Museumwerf 't Kromhout ziet, verzoek ik u daarom om er zorg voor te dragen, dat de Stadsdeelcommissie van Stadsdeel Centrum na het einde van de zienswijzentermijn dit voorjaar opnieuw gelegenheid krijgt om u, de raad, te adviseren. Nodigt u als gemeenteraad de Stadsdeelcommissie s.v.p. daartoe uit. U bent daarin niet afhankelijk van het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Centrum nocht van het College van B&W.

U bent zelf als raad tot deze stap bevoegd en kunt elk uwer bevoegdheden altijd hernemen. U, de gemeenteraad, blijft grondwettelijk (artikel 125 Gw) het hoogste gezag in de gemeente en wordt daarin bevestigd door de Gemeentewet. Dit volgt allereerst uit uw bevoegdheid om wethouders te benoemen en te ontslaan, waarbij de rechter niet treedt in de reden van ontslag, de vertrouwensregel. Maar ook en in het verlengde daarvan uit uw bevoegdheid onderzoek in te stellen naar uitgeoefend bestuur door B&W, wethouders of burgemeester. Artikel 155a Gemeentewet, lid 1 e.v.: "De raad kan op voorstel van een of meer van zijn leden een onderzoek naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur instellen." Dit recht van enquête vormt onderdeel van de vertrouwensregel. ik verzoek u in uw discussies over democratisering en uw evaluatie van het Bestuurlijk Stelsel dit stelsel te herzien, volledig recht te doen aan onze constitutie en alle raadsgezag weer zelf uit te gaan oefenen. Met vriendelijke groet,

-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9729465/1