CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres heroverwegen besluit over bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

RAAD 23 maart 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger en een aanvulling inzake verzoek om het besluit over het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B te heroverwegen VN2022-0065401.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsadres 2 maart 2022 Naam

Xxxxxxxxxx

E-mail

Xxxxxxxxxx

Telefoonnummer

Xxxxxxxxxx

Uw bericht

Geachte gemeenteraad van Amsterdam Deed het College van B&W onherroepelijke toezeggingen over Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B aan projectontwikkelaars? In weerwil van het oordeel van de Hoge Raad en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State: de opstelling door B&W, wethouders, advocaten en ambtenaren in onderhandelingen met projectontwikkelaars kunnen de gemeenteraad niet binden. De Gemeenteraad is zelfstandig bevoegd tot vaststellen van het bestemmingsplan; betekenis van VOORBEHOUD van goedkeuring door de Raad. In de laatste gemeenteraadsvergadering van 16 en 17 februari 2022 antwoordde de wethouder RO Marieke van Doorninck op de vraag van haar partijgenoot Zeeger Ernsting: "Wat zijn de gevolgen voor de gemeente bij uitstel van besluitvorming door de gemeenteraad over Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B" na consultatie van haar ambtenaren het volgende (op 16 februari 2022, begin van de avondvergadering): "oplopende bouwkosten, het verlopen van subsidieafspraken voor sociale verhuur, van erfpachtafspraken en van de geldigheid van gedane onderzoeken met een korte looptijd.

Hoe konden B&W en hun ambtenaren uw Raad binden zonder uw medewerking? Zojuist vond ik een richtinggevende uitspraak van de Hoge Raad in cassatie (privaatrecht), uit 2015, dat een gemeenteraad niet gebonden kan worden aan de opstelling door B&W en ambtenaren in onderhandelingen met projectontwikkelaars, ALS B&W en ambtenaren, of advocaten, het VOORBEHOUD van instemming of goedkeuring door de Raad hebben gemaakt. Maar ook zonder voorbehoud dient de wederpartij dit te weten, te beseffen. Want dit is de grondslag van ons constitutionele bestel, op gemeenteniveau. (mijn samenvatting, erg kort door de bocht, leest u de conclusie van de Hoge Raad) Dat was ook de conclusie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (bestuursrecht) over de gezagsverhouding tussen gemeenteraad en B&W, geregeld in de Gemeentewet (en de Grondwet). De gemeenteraad beslist onafhankelijk over vaststelling van een bestemmingsplan. B&W kunnen de gemeenteraad hier niet toe verbinden. De Hoge Raad verwees naar deze uitspraak van de AB RvS. Landgoed Twente had geen recht op 'schade'-vergoeding. Er volgde daarna nieuwe uitspraak door een ander Hof.

Deden de Amsterdamse wethouders RO en WB en hun ambtenaren, waaronder het DB van Stadsdeel Centrum over werf Hoogte Kadijk 145B dan aan BLVG/ Hubstudios en BSA toezeggingen, ZONDER VOORBEHOUD van instemming van de gemeenteraad? Of bent u als gemeenteraad door de wethouder en haar ambtenaren verkeerd ingelicht? Ik verzoek u uw besluit over vaststelling van Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B te heroverwegen, u door B&W niet voor het blok te laten zetten met dreigende schadeclaims. Met vriendelijke groet,

Uw bijlage

Aanvulling 3 maart 2022:

HR, 26-06-2015, nr. 1401465.pdf

Geachte Gemeenteraad van Amsterdam In aanvulling op het raadsadres, dat ik gisteren bij u indiende met de vraag, of en in hoeverre u zich als gemeenteraad in uw besluitvorming over vaststelling van Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B laat leiden door verwachte nadelige financiële gevolgen voor de gemeente Amsterdam bij uitstel van uw besluit over vaststelling van dit bestemmingsplan, waarmee B&W beogen verlening van een omgevingsvergunning aan projectontwikkelaars BLVG/Hubstudios en BSA c.s., samen Hoogte Kadijk C.V., voor hun hier voorgenomen bouwproject juridisch mogelijk te maken, voeg ik daar hierbij graag het volgende aan toe. De fractievoorzitter van Groen Links, Zeeger Ernsting stelde de vraag aan wethouder Ruimtelijke Ordening Marieke van Doorninck, wat de gevolgen zouden zijn voor de gemeente Amsterdam van uitstel van besluitvorming door de gemeenteraad over vaststelling van Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B. De wethouder RO antwoordde hierop, na consultatie van haar ambtenaren: oplopende bouwkosten, het verlopen van subisidieafspraken voor 'sociale huur' en van erfpachtafspraken en het verlopen van de geldigheid van resultaten van reeds gedane onderzoeken met een korte geldigheidsduur.

Daaruit volgt, dat de wethouder RO van oordeel was, dat de investeerders de gemeente Amsterdam aansprakelijk zouden kunnen stellen voor oplopende bouwkosten, ten gevolge van uitstel van besluitvorming door de gemeenteraad. Dat oordeel impliceert, dat de gemeente Amsterdam dan al aan toezeggingen kan worden gehouden, dat dit bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B door u, de gemeenteraad zal worden vastgesteld en dat u daaropvolgende verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwproject door B&W zult goedkeuren. De gemeenteraad kan echter niet aan toezeggingen of afspraken door B&W worden gehouden, omdat de gemeenteraad zelfstandig en onafhankelijk over vaststelling van bestemmingsplannen beslist en over goedkeuring van beleid van B&W, i.h.b. van vergunningen en erfpachtafspraken, die voor de gemeente Amsterdam aanzienlijke gevolgen meebrengen, ook financieel. Daarover sprak de Hoge Raad zich in 2015 uit en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2011, inzake Landgoed Twente, dat in hoogste instantie bot ving in beroep op wanprestatie door de gemeente: geen 'schade'-vergoeding.

Dit arrest van de Hoge Raad, dat verwijst naar de eerdere bestuursrechtelijke uitspraak door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, mailde ik u gisteren als bijlage toe bij mijn raadsadres over de betekenis van gedane toezeggingen door B&W ambtenaren, advocaten aan private partijen, welke niet bindend zijn, waar de gemeenteraad zelfstandig bevoegd besluit. Hier citeer ik daaruit graag de conclusie in 2011 door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en de HR in 2015: Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State dd 6 april 2011, ECLI:NL:RvS:BQ0251: “Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd, onzorgvuldig tot stand is gekomen dan wel onevenredig bezwarend is. Voorts kunnen aan de door [appellant sub 1] gestelde omstandigheden geen gerechtvaardigde verwachtingen worden ontleend nu uit de samenwerkingsovereenkomst noch de realisatieovereenkomst een verplichting van de raad tot vaststelling van het plan voortvloeit.” Uitspraak Hoge Raad dd26 mei 2015, nr. 14/01465; ECLI:NL:HR:2015:1737 “3.7.2 In het stelsel van de Gemeentewet komt groot gewicht toe aan de bevoegdheidsverdeling tussen het college van B&W en de gemeenteraad.

De raad heeft een autonome positie, en grote terughoudendheid moet worden betracht bij het aannemen van gebondenheid van een gemeente zonder instemming van de raad in gevallen waar de raad een formele positie in het besluitvormingsproces inneemt. Dat geldt ook in gevallen waarin die formele positie wordt ontleend aan een contractueel voorbehoud van instemming, zoals in het onderhavige geval het in art. 2 lid 2 en art. 15 lid 2 van de samenwerkingsovereenkomst opgenomen voorbehoud van goedkeuring van de realisatieovereenkomst door de Raad. De zelfstandige beslissingsvrijheid van de raad brengt mee dat een wederpartij niet erop mag vertrouwen dat handelingen van het college de instemming van de raad hebben indien dat vertrouwen niet mede wordt ontleend aan toedoen van de raad zelf. 3.7.3 Mede in het licht van het bovenstaande heeft het hof in het eindarrest bij zijn afweging in het kader van de redelijkheid en billijkheid een onjuist uitgangspunt gehanteerd, en daardoor een te lichte toets aangelegd. Voor het hof is doorslaggevend geweest dat Landgoed geen rekening ermee hoefde te houden dat de Raad op het allerlaatste moment aanvullende voorwaarden over uitponding zou stellen (rov. 2.28 van het eindarrest).

Het bij Landgoed gewekte vertrouwen kan echter geen rol spelen voor zover dat niet is gewekt door toedoen van de Raad zelf, die immers krachtens het goedkeuringsvoorbehoud een zelfstandige en onafhankelijke positie innam en van wiens instemming de vervulling van de voorwaarde afhankelijk was gesteld. Het hof baseert zijn oordeel echter ook op de handelwijze van andere organen dan de Raad (in rov. 2.25 de stuurgroep en het College). Hun handelwijze kan niet bijdragen tot het oordeel dat de voorwaarde van goedkeuring door de Raad naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid voor vervuld dan wel niet vervuld moet worden gehouden. Het hof heeft zijn oordeel in het eindarrest bovendien mede gebaseerd op de gang van zaken in de raadsvergadering van 24 november 2009, meer in het bijzonder de gang van zaken nadat de Raad het hiervoor in 3.1 onder (xv) genoemde amendement had aangenomen (rov. 2.27). Deze gang van zaken kan niet bijdragen tot de door het hof vervolgens (in rov. 2.28) getrokken conclusie dat Landgoed ten tijde van de raadsvergadering ervan mocht uitgaan dat uitponding was toegestaan. Daar komt bij dat het hof niet heeft vastgesteld dat de Raad in de gang van zaken na het aannemen van het amendement een rol heeft gespeeld (behoudens het definitief niet goedkeuren van de realisatieovereenkomst en het niet vaststellen van het bestemmingsplan).

Ook de omstandigheid dat de Gemeente bij de onderhandelingen voorafgaande aan de raadsvergadering werd bijgestaan door een advocaat kan niet bijdragen tot het oordeel dat de Raad de schijn van instemming heeft gewekt. Uit de

overweging van het hof dat de advocaat ‘geacht werd niet alleen het standpunt van de ambtenaren, maar ook dat van de gemeente (het college en de raad) te kennen’ (rov. 2.28) volgt immers nog niet dat deze advocaat daadwerkelijk mede namens de – ten opzichte van het College zelfstandig opererende – Raad optrad en zijn standpunten inbracht. De omstandigheid dat noch (de toelichting van) het ontwerp bestemmingsplan en de inspraaknota, noch de realisatieovereenkomst melding maakt van een verbod tot uitponding (rov. 2.22), kan evenmin bijdragen tot het oordeel dat het de Raad niet vrijstond zijn instemming alsnog van een zodanig verbod afhankelijk te maken, reeds omdat dit geen stukken zijn die mede van de Raad afkomstig zijn. 3.7.4 De onderdelen bevatten diverse op het voorgaande gerichte klachten, die derhalve slagen. Het slagen van deze klachten brengt mee dat na verwijzing een nieuwe beoordeling dient plaats te vinden. De klachten van de onderdelen 4 en 5 behoeven voor het overige geen behandeling.” De richtinggevende uitspraak van de Hoge Raad in cassatie (privaatrecht), daterend uit 2015, houdt in, dat een gemeenteraad niet gebonden kan worden aan de opstelling door B&W en ambtenaren in onderhandelingen met projectontwikkelaars. B&W met hun ambtenaren of advocaten dienen een voorbehoud van instemming of goedkeuring door de gemeenteraad te maken.

Bij bestemmingsplannen geldt dit te meer. Ook zonder gemaakt voorbehoud door B&W dienen wederpartijen dit te beseffen, want dit is de grondslag van ons constitutionele bestel. De gemeenteraad stelt als hoogste gezag (Grondwet en Gemeentewet) binnen de gemeente bestemmingsplannen vast. Slechts door handelen van de Raad zelf kan vertrouwen in toezeggingen worden gewekt. Dat was ook de conclusie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ( beroep, bestuursrecht) over de gezagsverhouding tussen gemeenteraad en B&W, geregeld in de Gemeentewet (en de Grondwet). De gemeenteraad beslist onafhankelijk over vaststelling van een bestemmingsplan. B&W kunnen de gemeenteraad hier niet toe verbinden. De Hoge Raad verwees naar deze uitspraak van de AB RvS. Landgoed Twente kon geen recht op 'schade'-vergoeding doen gelden wegens 'niet-nakoming' van afspraken, geen ‘wanprestatie’, geen corrigerende werking van redelijkheid en billijkheid op voorbehouden. De Gemeente Amsterdam wordt dan ook NIET aansprakelijk voor 'oplopende bouwkosten' wegens het verlopen van subsidie-afspraken ten bate van 'sociale verhuur' of van erfpachtafspraken of door de noodzaak sommige onderzoeken opnieuw te doen.

U hoeft zich en mag u in uw besluitvorming over vaststellen van Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B niet laten leiden door zorg omtrent eventuele schadeclaims door de projectontwikkelaars, als u besluit dit bestemmingsplan NIET vast te stellen. Tevens geef ik u in overweging, dat ALS B&W de kosten voor de gemeente Amsterdam, waar het College voor vreest, zo hoog inschat, dat het College u dit in overweging geeft als grond om uw besluitvorming over Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B niet uit te stellen, dit tevens een extra reden is om van B&W te verlangen om de concept-omgevingsvergunning voor het bouwproject, dat BLVG/Hubstudios en BSA, samen Hoogte Kadijk C.V. op deze werf willen uitvoeren, aan u, de gemeenteraad formeel ter goedkeuring te overleggen. Niet enkel tot het maken van opmerkingen en uiting van bedenkingen door uw raad, maar in de zin van een volledige toets door u als volksvertegenwoordiging op het hier uitgevoerde en uit te voeren beleid van B&W. Bij toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling ( afdeling 3.6 Wro), behoort u als raad hier ook over mee te besluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11275913/1