Raadsadres dragen van religieus uniform door leden van stembureaus
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad van Amsterdam Toen ik hedenmorgen 4?, maart 2022 mijn stem wilde uitbrengen in de Westerpark school, van Hogendorp straat 11, werd ik namens de Gemeente Amsterdam welkom geheten door een dame in religieus uniform. Een herhaling van zetten! In bijlage 1 een verslag m.b.t. de Gemeenteraadsverkiezing in 2018. En in bijlage 2 een kopie van een begeleidend schrijven aan de toenmalige vrouwelijke gemeenteraadsleden van SP en Groen Links.
Aan de Tweede Kamer der Staten Generaal Amsterdam, 5 september 2018 Geachte Dames, Heren Op 21 maart 2018 stemde ik voor de gemeenteraad van Amsterdam. Dezelfde dag stuurde ik een adres aan B&W en de Gemeenteraad: "Er waren op het adres waar ik moest stemmen twee stembureaus gevestigd. Bij een bureau zat een dame in religieus uniform achter de tafel. Hoewel ik gelukkig by het andere bureau stond ingeschreven heb ik mijn stem toch met tegenzin uitgebracht. De overheid dient tegenover de burgers die van haar afhankelijk zijn een neutrale houding ten toon te spreiden. Door de religieuze kleuring van de dienstverlening is het betreffende gemeentelijk stemlokaal geen neutrale plek meer om te stemmen." Meegeleverd was een bijlage waarin wordt beschreven hoe bij het gemeentelijk vervoersbedrijf voor Mohammedaanse vrouwen bedrijfskleding werd ingevoerd die was aangepast aan de eisen die de Sharia stelt: "Een tramconducteur moest een groot gouden kruis dat hij op de borst droeg afdoen. De man was afkomstig uit Egypte. Hy ging in beroep: een hoofddoek werd wel toegestaan. Het Hof oordeelde dat er wel degelijk sprake is van indirecte discriminatie van de verschillende geloofsgroepen maar dat mag als er een legitieme reden voor is. En die legitieme reden is het aan de eisen die de Sharia stelt aangepaste kledingvoorschrift van het Gemeentelijk Vervoersbedriff.
Deze kledingvoorschriften zijn dus in tegenspraak met de eis dat alien die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden. De Gemeente Amsterdam heeft als instelling op politieke grondslag de vrijheid om eisen te stellen die nodig zijn voor de vervulling van een functie. De overheid dient tegenover de burgers die van haar afhankelijk zijn een neutrale houding ten toon te spreiden. Wanneer een overheidsinstelling toestaat dat haar personeel een religieus uniform draagt verliest de handelingssituatie waarin burger en overheid verkeren haar neutrale karakter. Het aan de eisen die de Sharia stelt aangepaste uniform verstoort dus wel degelijk de zakelijke, uniforme en professionele uitstraling van de kleding. Doordat B&W in gebreke is gebleven een dam op te werpen tegen de religieuze kleuring van de dienstverlening is de Gemeente Amsterdam als overheidsinstantie tevens onderdeel geworden van een religieus conflict."
Gedateerd 6 augustus 2018 kwam het antwoord van B&W:
"In Nederland zijn de bepalingen omtrent stembureaus en stembureaupersoneel geregeld in de Kieswet. Deze voorschriften bevatten geen verbod op een uiting van een religieuze gezindheid. De Gemeente Amsterdam heeft voor ambtenaren die rechtstreeks in contact staan met burgers het voorschrift dat kleding en uitstraling representatief moet zijn. Het is voor hen toegestaan een hoofddoek te dragen. In het verlengde daarvan geldt voor stembuspersoneel hetzelfde voorschrift. Dit betekent dat de kleding die het stembureau-lid droeg is toegestaan volgens de geldende wet- en regelgeving." KIES WET Paragraaf 3 artikel J 14 De leden van het stembureau geven tijdens de uitoefening van hun functie geen blijk van hun politieke gezindheid. Paragraaf 8 artikel J 36 In het stembureau worden geen activiteiten ontplooit die er op gericht zijn de kiezers in hun keuze te beInvloeden. Het dragen van een religieus uniform door het stemlokaal personeel kan wel degelijk de kiezers in hun keuze beInvloeden. Ik zal niet de enige Amsterdammer zijn die er de pest in heeft als hij in het stemlokaal met shariaal getiniformeerd personeel wordt geconfronteerd. Ik heb als gebruikelijk SP en in mijn stadsdeel Groen Links gestemd maar ik kan mij heel goed voorstellen dat er kiezers zijn waarbij het uniform de keuze wel beInvloed. Het religieus uniform is een bron van tweespalt en conflict.
Een muzelvrouw gaf onbelapt les op een Mohammedaanse school. Het schoolbestuur eiste dat de vrouw zich zou belappen. De vrouw weigerde. Goed zei het bestuur, maar dan moet je verklaren dat je geen moslim bent. Ik ben wel moslim, zei de vrouw. Het College voor de Rechten van de Mens gaf haar gelijk maar het schoolbestuur legde die uitspraak naast zich neer. 8 uur 's ochtends. Ik maak mijn fiets los. Een oud bestelbusje stopt naast de stoep. Uit het busje schalt een koran vers. Achter het stuur een kleine magere man, baardje, scherp somber fanatiek gezicht. De ramen van het busje zijn dicht geplakt met vuilniszakken. In een van de zakken zit een winkelhaak. Ik kijk naar binnen. Mijn adem stokt. Het busje zit vol religieus verpakte meisjes, kleuters nog. Met die engerd aan het stuur op weg naar een onvoorstelbaar meisjesdagverblijf. Half negen 's avonds. Het is winter, vroeg donker. Op straat loopt een jonge vrouw, goed gekleed, Marokkaans schat ik. Wat is er met dat mens aan de hand? Ze loopt net iets te stevig door, is gespannen. En dan zie ik hem. Tergend
langzaam fietst hij daar, vijf meter achter de vrouw. Een kleine onverzorgde Marokkaanse man van onbepaalde leeftijd, het hoofd in de schouders gezakt. De Sharia politie. De man blijft achter de vrouw fietsen. De straat is verlaten. De Vrije Universiteit. Rechtop en strak staat naast de ingang een allochtone man. Als hij een uniform aan had zou hij van de bewaking kunnen zijn. Wat doet die man daar, denk je dan. Ik liep naar binnen en zag het antwoord. Hij is de bewaking. Twee shariaal verpakte vrouwen praten indringend in op twee normale jonge vrouwen met een Turkse of Marokkaanse familiegeschiedenis. De morele herbewapening in actie. Afgedekt door de Sharia politie. Een supermarkt ergens in het land. Ook daar opeens religieuze bediening. Een opmerking hierover gemaakt tegen een mannelijk personeelslid. Discussie afgesloten met "kefir sjehir okulduk ii hamdu lila" hetgeen in het Turks zo veel betekent als "ik ben god zij dank in de streek waar de kaffers wonen op school geweest". Waarna de man in woede ontstak, op de schaamstreek van de vrouw wees, en riep dat de man die die kut likte uitmaakte of de vrouw al dan niet een religieus uniform droeg. Na deze verhelderende koran exegese ook deze winkel op de vuilnisbelt van het heden gekieperd. In het Stadsblad een verslag van een bijeenkomst van muzelvrouwen.
Een vrouw met een Marokkaanse familiegeschiedenis ging op latere leeftijd een hoofddoek dragen. Ze beklaagt zich dat haar Nederlandse buurvrouw haar niet meer uitnodigt voor verjaardagen. Mogelijk heeft de buurvrouw protestantse, katholieke of joodse wortels en gaat ze over haar nek van de volgende wortelsoep die haar wordt voorgeschoteld. Een andere muzelvrouw, Annabregt, deed na een paar jaar haar hoofddoek af. De sharia politie stuurde haar brieven vol verwijten. Annabregt mag blij zijn dat ze in een kafferstaat woont en niet in een van heil doordrenkt verweggistan waar de sharia politie politionele bevoegdheden heeft. In Iran worden iets te modieus belapte vrouwen rigoureus afgevoerd door de dames van de sharia politic. En de president van Maleisie deelt fijntjes mee dat niet-muzelvrouwen er goed aan zouden doen ook een religieus uniform te dragen. Waarmee we terug zijn in het oosten van Nederland waar een hulpverleenster er niets van begrijpt dat een Ethiopische asielzoekster niet zonder hoofddoek naar buiten durft terwijl de vrouw christen is. Een jurk op tv. Op de vraag of ze het niet warm heeft luidt haar antwoord steevast: "in de hel is het pas warm". In haar ogen het perspectief voor de vragen stelsters. Uit mijn christelijke familiegeschiedenis weet ik: als je bij gelovigen op zaterdag een pink geeft sluiten ze op zondag je zwembad.
Zo gauw er voldoende muzelvrouwen achter de kassa zaten bij de buurtsuper eisten zij onder dreiging van ontslagname het recht op om een religieus uniform te
dragen. Vanuit de kerk georganiseerd en in de buurtwinkel waar ik die maandagochtend om 9 uur toevallig aanwezig was gecontroleerd door een mij bekende moskee sloffer. Dat dit reli gedreins ook binnen de Marokkaanse gemeenschap niet overal op instemming hoeft te rekenen bleek even eerder in dezelfde winkel. Een Marokkaans echtpaar waarvan de vrouw een lange mantel droeg van een onvoorstelbaar mooie blauwe kleur, de lange haren los, baarde opzien. Niet bij de Nederlanders, die hadden niets in de gaten, maar wel bij het aanwezige belapte yolk. Maandag 21 januari 2008 wilde ik een Raadsadres inleveren bij Stadsdeel Westerpark. Achter de informatiebalie zat een vrouw in religieus uniform pontificaal uitverkoren te wezen. Je komt nietsvermoedend binnen voor een eenvoudige administratieve handeling en wordt door deze provocatie van het Stadsdeel ter plekke anti fascist en atheist. In die volgorde. Hoe noodzakelijk ook, niet leuk. Nog het antifascisme, nog het atheisme is een levensovertuiging. Het is een reactie op een foute ontwikkeling. Geen prettig gevoel. Kortom: de leden van het stembureau geven door het dragen van een religieus uniform wel degelijk blijk van hun politieke gezindheid. Zij zijn als zodanig ook onderdeel van het conflict tussen de orthodoxe en de minder orthodoxe vleugels van de islam. Kieswet Paragraaf 3 artikel J 14.
En doordat de Gemeente Amsterdam toestaat dat het stembuspersoneel een religieus uniform draagt ontplooit zij als zodanig activiteiten die de kiezers in hun keuze kunnen beinvloeden. Kieswet Paragraaf 8 artikel J 36. Het moge duidelijk zijn dat door het gemeentebestuur van Amsterdam de door de Nederlandse bevolking in 1798 moeizaam bevochten scheiding tussen kerk en staat onvoldoende wordt gewaarborgd. Ik verzoek u dan ook de diverse overheden, en in het bijzonder de Gemeente Amsterdam, mee te delen dat het dragen van een religieus uniform door het stembureaupersoneel niet is toegestaan. Hoogachtend
Aan Nicole Temmink Cobie Groenendijk Femke Roosma Imane Nadif
Amsterdam 5 september 2018
Geachte Gemeenteraadsleden, Ingesloten een adres aan de Tweede Kamer der Staten Generaal waarin u kunt lezen dat ik voor de Gemeenteraad SP en in het Stadsdeel Groen Links heb gestemd. Dat is de reden dat ik mij tot u wend. En vanwege het onderwerp heb ik vrouwelijke gemeenteraadsleden uitgezocht. Het adres aan de Tweede Kamer spreekt voor zich. Wat de gemeente zou kunnen doen is moslimvrouwen behulpzaam zijn om een sprong te maken van hun jaar 0 dat ergens in de vroege middeleeuwen ligt naar dat van onze huidige maatschappij: in 1798 werd hier de Grondwet ingevoerd met scheiding van kerk en staat en vrijheid van meningsuiting. In de termen van nu: het kalifaat van de christelijke profeet Calvijn werd vernietigd. De volgelingen van de andere christelijke profeten hadden te maken met beperkende bepalingen. De volgelingen van de profeet Luther mochten geen minaret bij hun kerk bouwen en de katholieken zaten in schuilkerken. Eerder had het katholiek kalifaat in Frankrijk de protestanten de kop afgehakt zoals Isis dat met de Yezidi's deed. In 1798 werd al dat christelijk gesoeniet en gesjiIet terzijde geschoven. De vrijheid van meningsuiting werd ingevoerd en de scheiding van kerk en staat doorgevoerd. Op grond van de vrijheid van meningsuiting kunnen islamitische vrouwen er belapt bijlopen.
Maar wanneer zij voor een functie in aanmerking willen komen waarbij zij de gemeente Amsterdam vertegenwoordigen dan dienen zij ingevolge de scheiding van kerk en staat hun lap of te leggen. De overheid zou hen hierbij behulpzaam kunnen zijn door in overheidsgebouwen kluisjes in te richten waarin de lap kan worden opgeborgen. Ik herinner me op tv een reportage van een katholieke school in Rotterdam waar een dergelijk systeem functioneerde. Misschien ligt hier een taak voor u.