Raadsadres compensatie huur aan rederijen met ligplaatsen commerciële havens
Tekst van het document
Aan:
Gemeenteraad Amsterdam Wethouder E. De Vries Programma Varen
Betreft: Raadsadres en brief m.b.t. korting op precario ligplaats en opstallen voor rederijen met ligplaats in de OR, en compensatie vergunde schepen in commerciële havens Dit raadsadres is ook per e-mail verzonden als pdf-attachment aan Programma Varen en aan de wethouder op 16 april 2021.
Amsterdam, 16 april 2021
Geachte Gemeenteraad, wethouder De Vries, Programma Varen, Op 6 april 2021 werd de motie aangenomen van het lid Boomsma, inzake een maatwerkregeling precariobelasting rondvaartschepen van 31 maart 2021 (2021/219). In deze brief vraag ik u te overwegen om de rederijen met ligplaatsen in commerciële havens ook tegemoet te komen, door een geldbedrag naar hen over te maken dat in verhouding staat tot de korting op de precariobelasting die de gemeente Amsterdam geeft aan rederijen met ligplaatsen in de openbare ruimte. De rederijen die commerciële ligplaatsen huren, doen dit namelijk uit noodzaak omdat er voor hen geen plek is in de OR. Tijdens het operationeel overleg met rederijen (virtuele bijeenkomst op 8 april ’21) bespraken u en vertegenwoordigers van de passagiersvaart onder meer dat de gemeente reders tegemoet wil komen met een korting op de precariobelasting voor de ligplaatsen en ticketing-opstallen. Goed nieuws voor de reders die het betreft– zij kunnen elk steuntje in de rug gebruiken. Ook werd duidelijk dat hiermee een ongelijke situatie ontstaat tussen rederijen met schepen in de openbare ruimte en rederijen met ligplaatsen in een commerciële haven: de exploitanten van de havens hebben zich, voor zover ik en anderen kunnen overzien, niet laten verleiden tot het geven van kortingen. Sterker nog; minstens één haven paste zelfs zijn jaarlijkse tariefverhoging toe.
Bij het operationeel overleg werd voorgesteld om een brief naar de havens te sturen met het verzoek zich te laten inspireren door het voorbeeld van de Gemeente. Maar er is een beter idee:
Compenseer alle rederijen met vergunde schepen in commerciële havens rechtstreeks, door aan hen een geldbedrag over te maken dat overeenkomt met de korting op de precariobelasting die de andere rederijen krijgen. Waarom? Van havens valt niets te verwachten Individuele onderhandelingen tussen reders en havens hebben de reders enkel wat coulance opgeleverd in de betaaltermijnen maar geen korting. De havens stellen zich daarbij op het standpunt dat zij wachtlijsten voor ligplaatsen hebben en dat hun situatie daarom
niet vergelijkbaar is met verhuurders van vastgoed voor retail, horeca of andere bedrijfsruimte. Een begrijpelijk standpunt: de recente uitgifte van nieuwe vergunningen verhoogt de vraag naar ligplaatsen dus aan klandizie hebben de havens geen gebrek. Immers, om een nieuw schip in de vaart te kunnen brengen met een gewonnen vergunning moet een reder over een ligplaats kunnen beschikken en dus een ligplaats huren. Maar de schepen die hun vergunning verloren, bestaan ook nog steeds en blijven ook fysiek ruimte innemen. De meeste van deze schepen doen over 2 jaar weer mee met de volgende loting, en ook zij moeten dan beschikken over een ligplaats. Hun huidige ligplaats opgeven is, met de toenemende vraag in het achterhoofd, voor hen dus geen optie. Als de gemeente alleen reders met schepen in de OR tegemoet komt, werkt dat meer ongelijkheid in de hand. Een brief van gemeente naar de havenexploitanten geeft geen garantie of vertrouwen dat deze ongelijkheid zal worden opgeheven. Immers, de gemeente kan de havenexploitant niet dwingen. En als deze al in onderhandeling gaat met zijn huurders, zal dat niet openbaar en transparant gebeuren. De meeste huurders zullen nul op het rekest krijgen en de enkeling die wel een korting weet af te dwingen, zal geheimhouding van de afspraak moeten beloven.
Tot slot zal een verzoek van de gemeente aan de havenexploitanten nieuwe discussies opleveren tussen havens en gemeente. Het ligt in de lijn der verwachting dat havens “iets” terug zullen willen in ruil voor hun toezegging om de bekijken of een korting redelijk is. Het gevaar bestaat dat dit “iets” veel grotere (financiële) gevolgen voor de gemeente gaat hebben dan enkel een financiële tegemoetkoming aan de reders. Tegemoetkoming voor gehuurde ligplaatsen - twee varianten Voor de uitvoer van een dergelijke regeling zijn meerdere varianten denkbaar. Ik doe twee suggesties: 1. Geen korting op precario, maar een geldbedrag per schip aan ALLE rederijen per vergund schip; 2. Korting op precario voor schepen in de OR, en een geldbedrag aan rederijen per commercieel gehuurde ligplaats.
Variant 1, geldbedrag in plaats van korting voor iedere reder, ipv enkele reders De korting op de precariobelasting vertegenwoordigt een financiële waarde. De gemeente kan ervoor kiezen om deze waarde niet in mindering te brengen op de precario-aanslag maar uit te keren in geld. De precario-aanslag blijft dan simpelweg staan. Voordelen van deze werkwijze: - Trefzeker – alle rederijen met vergunningen komen in aanmerking voor de gemandateerde lastenverlichting. - Administratief het eenvoudigst – alle voor de regeling benodigde gegevens zijn al bij de gemeente Amsterdam bekend: eigenaar vergunning & bankrekening etc.
-
Kleinste risico op misbruik – omdat de regeling niet afhankelijk is van door de rederijen of havens aan te leveren gegevens, kan er ook geen misbruik van de regeling worden gemaakt. Controle op de regeling is daarmee nauwelijks nodig.
Variant 2, korting op precario en geldbedrag naar huurders commerciële ligplaatsen Als het onwenselijk blijkt om geld uit te keren aan rederijen met een ligplaats in de OR, dan is Variant 2 een goed alternatief: geef korting aan rederijen in de OR, en compenseer daarnaast de rederijen met gehuurde ligplaatsen door ze geld uit te keren. Dit hoeft administratief nauwelijks meer voeten in aarde te hebben: de gemeente weet namelijk welke rederijen precariobelasting betalen of een waterperceel huren. Alle overige vergunde schepen liggen dan logischerwijs in een commerciële haven. De gemeente kan ook kiezen voor een regeling die per schip kan worden aangevraagd maar dat is complexer, arbeidsintensiever en fout- of fraudegevoeliger. Rederijen met gehuurde ligplaatsen zullen dan huurovereenkomsten of facturen moeten overleggen om te bewijzen dat ze commercieel huren. Dat vereist weer communicatie, een inlevertermijn, die wordt dan weer niet door iedereen gehaald etc. etc. Hoe te berekenen? Overwegingen a. Als de gemeente ook korting geeft op de precario of huur van opstallen van rederijen in de OR, zouden rederijen met gehuurde ligplaatsen daarvoor ook een vergelijkbaar bedrag moeten ontvangen. In veel gevallen huren deze rederijen namelijk één of meerdere ligplaatsen extra voor een opslag boot.
Deze heeft geen commerciële vergunning (nodig) maar is wel essentieel voor de bedrijfsvoering, net zoals de opstallen in de OR dat zijn voor de rederijen die daarvan profiteren. Ook hiervoor hoeven huurders geen korting te verwachten van de havens. Wellicht dat de gemeente zelf een voorstel kan doen voor een tegemoetkoming in deze kosten, om het speelveld zo veel mogelijk gelijk te trekken? b. Bij het vaststellen van de compensatie voor gehuurde ligplaatsen geldt ter overweging dat tarieven voor ligplaatsen in commerciële havens, ook als deze in precariotariefgebied 2 liggen, aanzienlijk hoger zijn dan de precariobelasting voor Alocaties in de binnenstad. Dit, terwijl de huurders noodgedwongen in deze havens moeten huren omdat er onvoldoende ligplaatsen in de OR beschikbaar zijn. Tariefgebied 1 zou daarom in alle gevallen de grondslag van de korting moeten vormen. En omdat de verschillen tussen precario en huurtarief zo groot zijn, zou het uit te keren bedrag aan huurders van de ligplaatsen gelijkgesteld moeten worden aan het hoogste kortingsbedrag op de precariobelasting. Zie onderstaande tabel voor een indicatie van wat er zoal aan huur wordt betaald.
Tarieven (indicatief en niet volledig – andere haventarieven zijn vergelijkbaar of hoger) Rondvaartboot 20 x 4
Salonboot 12 x 3
Sloep 10 x 3
Precario 2021 € 40 / m2 / jaar
80m2 x 40 = € 3600
36 m2 x 40 = € 1440
30 m2 x 40 = € 1200
e-Harbour*
€ 4250
€ 3600
€ 3250
Staverno West**
€ 8000
€ 5000
€ 5000
Port Entrepot***
€ 5083
€ 2864
€ 2147
* nauwkeurige schatting op basis van eigen informatie ** grove schatting op basis van informatie van derden *** zie https://www.portentrepot.nl/#contact
Het Rekenvoorbeeld op de laatste pagina verkent 2 scenario’s: een korting / compensatie van 50% op de precariobelasting, en 100% compensatie van de precariobelasting, in lijn met de korting op precario terrassen voor de horecasector. Om de zaak enigszins overzichtelijk te houden ben ik uitgegaan van 1 jaar aan compensatie. Omdat de huurtarieven zoveel hoger zijn dan de precario, is het goed verdedigbaar om de hoogst gegeven korting aan precario óók aan iedere vergunde boot in een commerciële haven te gunnen. Het Rekenvoorbeeld laat zien dat, als de rederijen met ligplaatsen in havens procentueel gelijk zouden worden gecompenseerd, zij in vrijwel alle gevallen aanspraak zouden kunnen maken op méér. Een ‘lump sum’, onesize-fitsall-benadering is dus een win-win voor gemeente én reders: de regeling kan snel worden opgetuigd waardoor de reders nú wat lucht krijgen, én pakt voor de gemeente goedkoper uit dan een echte gelijke-monniken-gelijke-kappen procentuele compensatie. Kosten van de regeling Met de compensatie van de commercieel gehuurde ligplaatsen zijn kosten gemoeid. In Nota Varen Deel 2, P. 14 staat dat er 146 vergunde schepen in de diverse havens in Amsterdam liggen, maar niet hoe oud deze gegevens zijn. De tabel spreekt wel van 478 vergunningen totaal, terwijl er momenteel volgens de RPA 567 vergunningen in omloop zijn.
Deze ± 90 nieuwe vergunningen kunnen eigenlijk geen ligplaats in de OR hebben genomen aangezien deze niet worden uitgegeven. Naar verwachting gaat het dus om het compenseren van maximaal 235 vergunde schepen in commerciële havens, bovenop de ± 330 schepen met ligplaats in de OR. Ik hoop dat deze brief u overtuigt van de noodzaak om juist ook voor de huurders van commerciële ligplaatsen iets te doen. Het belangrijkste is dat de korting op de precario en opstallen die u voornemens bent te geven, niet voor extra ongelijkheid tussen reders onderling zorgt en dat reders met ligplaatsen in commerciële jachthavens op dezelfde wijze gecompenseerd worden. Dat gezegd hebbende, wil ik benadrukken dat huurders van commerciële ligplaatsen hun concullega’s in de OR hun tegemoetkoming niet misgunnen (we hebben het allemaal zwaar). We vragen enkel een zo gelijk mogelijke behandeling.
Ik ben graag bereid om de gedachtegang en het onderstaande Rekenvoorbeeld nader toe te lichten, en natuurlijk benieuwd naar uw reactie op dit voorstel. Daarom hoop ik op een spoedig antwoord, ook omdat ik nu nog niet weet hoe ik mijn ligplaats dit jaar ga betalen. Met vriendelijke groet, Paul van Egmond Schipper Mr Grey en eigenaar Rederij Van Egmond, en opsteller van dit raadsadres paul@rederijvanegmond.nl || 06-2127 5135 Mede-ondertekenende rederijen*: Brian Baynes (Rederij Vaartuig); Stephan Kromjongh (Sloepon); Walter Flesch (Private Canal Cruises); Jan Cramer (Sloepvrienden); Geertje Hesseling (Pure Boats Amsterdam); Michèl ’t Hoen (Sloep huren Amsterdam); Dick Baaij(Rederij Mokum); Frans Heijn (e-Boats); Richard Jonkman (Boat Amsterdam). * Omwille van snelheid slechts een klein aantal rederijen uit mijn eigen netwerk bevraagd – er is (veel) meer steun op te halen voor dit raadsadres
Rekenvoorbeeld Hoe verhoudt de uitkering zich tot de huurkosten per schip?
Locatie
Liggeld
Korting
Korting of Bedrag als uitkering op percentage basis van 1 van jaar niet huurkosten varen
Geschatte uitkering bij tegemoetkoming als percentage van de huursom
Rondvaartboot ‘Amsterdammer’ Openbare ruimte
3600
50%
€
1.800,00
50%
€
1.800,00
e-Harbour
4250
50%
€
1.800,00
42%
€
2.125,00
Staverno
8000
50%
€
1.800,00
23%
€
4.000,00
Port Entrepot
5083
50%
€
1.800,00
35%
€
2.541,50
Openbare ruimte
1440
50%
€
720,00
50%
€
720,00
e-Harbour
3600
50%
€
1.800,00
50%
€
1.800,00
Staverno
5000
50%
€
1.800,00
36%
€
2.500,00
Port Entrepot
2864
50%
€
1.800,00
63%
€
1.432,00
Openbare ruimte
1200
50%
€
600,00
50%
€
600,00
e-Harbour
3250
50%
€
1.800,00
55%
€
1.625,00
Staverno
5000
50%
€
1.800,00
36%
€
2.500,00
Port Entrepot
2147
50%
€
1.800,00
84%
€
1.073,50
Salonboot
Sloep
Bij uitkering, gebaseerd op een precariokorting van 50%, zou het gaan om een totaal uit te keren bedrag van ongeveer 425.000 euro (gebaseerd op 236 schepen x 1800 euro). Verleent de gemeente 100% korting op precariobelasting, zoals ook met de horecaterrassen gebeurt, dan zou het uit te keren bedrag komen op ± 950.000 euro, ook weer voor ± 236 schepen.