CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres Amsterdam Gastvrij - afdracht toeristenbelasting boekingsplatforms.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van het raadsadres van Amsterdam Gastvrij inzake afdracht toeristenbelasting door boekingsplatforms (VN2026-001271)1.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSADRES

Vereniging Amsterdam Gastvrij Westerstraat 69A 1015 LW Amsterdam 5-1-2026 Gemeenteraad van Amsterdam Stadhuis Postbus 202 1000 AE Amsterdam

Aan de gemeenteraad van Amsterdam​ t.a.v. de voorzitter Betreft: Raadsadres inzake afdracht toeristenbelasting door boekingsplatforms Geachte leden van de gemeenteraad, Ondergetekende wendt zich namens de vereniging Amsterdam Gastvrij tot u met dit raadsadres naar aanleiding van de wijze waarop de toeristenbelasting in Amsterdam sinds 2015 wordt afgedragen door de boekingsplatforms Airbnb en VRBO.

1. Belastingplicht en rol van platforms In de Verordening Toeristenbelasting 2024 (CVDR703815) is in artikel 3, lid 1 bepaald dat belastingplichtig is “degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2”. Deze bepaling is al meer dan vijftien jaar ongewijzigd en wijst ondubbelzinnig de verhuurder aan als belastingplichtige, niet het platform. Desondanks heeft de gemeente Amsterdam met een tweetal platforms (Airbnb en VRBO afspraken gemaakt waarbij deze twee platforms de toeristenbelasting namens de belastingplichtige afdragen. Deze afspraken zijn tot stand gekomen zonder instemming van de belastingplichtigen zelf en zonder dat daarvoor een expliciete wettelijke grondslag in de gemeentelijke verordening of hogere regelgeving bestaat. De fiscale vaststellingsovereenkomst met Airbnb uit 2014 waarin deze afspraken zijn vastgelegd, is, in tegenstelling tot de Memorandum of Understanding, nooit geopenbaard. Ter vergelijking: de voorgenomen overheveling van btw-verplichtingen van verhuurders naar platforms onder de Europese VIDA-regelgeving berust op een EU-verordening en

een daarop gebaseerde implementatie in de nationale wetgeving, na een langdurig wetgevingsproces. Een vergelijkbare juridische basis ontbreekt bij de overheveling van de verplichte afdracht van toeristenbelasting naar platforms. Hoewel NautaDutilh in een advies van 22 oktober 2013 aan de gemeente aangeeft dat een platformbedrijf mogelijkerwijs als verhuurder zou kunnen worden aangemerkt, is dit nooit geformaliseerd. De uitspraak van het Europees Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2019:1112) maakt inmiddels duidelijk dat deze platformbedrijven niet zelf als verhuurder gezien kunnen worden. Hoewel de Verordening Toeristenbelasting 2024 onder Artikel 11 aan het college van B&W ruimte biedt voor nadere regels met betrekking tot de heffing en de invordering van toeristenbelasting, is er geen concretiserend besluit ter inzage gelegd voor de overheveling van de afdracht naar platforms.

2. Maatstaf van heffing en btw Artikel 4, lid 2 van de Verordening Toeristenbelasting bepaalt dat als vergoeding wordt aangemerkt het bedrag dat wegens logies aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. Dit betekent – zoals ook expliciet wordt vermeld op de website van de gemeente, in zowel het Nederlands als het Engels – dat de maatstaf voor de toeristenbelasting de huursom exclusief btw is. Op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 (artikel 11, lid 1, onderdeel b, onder 2) is kortetermijnverhuur in beginsel btw-plichtig. Afgezien van specifieke uitzonderingen, zoals verhuurders die onder de kleineondernemersregeling vallen, wordt door platforms een bedrag geïnd dat inclusief btw is, waarna de btw door de verhuurder wordt afgedragen aan de Belastingdienst. Wanneer platforms de toeristenbelasting berekenen over dit btw-inclusieve bedrag, wordt structureel te veel toeristenbelasting afgedragen, namelijk over een bedrag dat niet tot de wettelijke heffingsgrondslag behoort.

3. Financiële gevolgen en duur van de misstand Het effect is dat bij een btw-tarief van 9%, de gemeente tot 1 januari 2026 9% meer toeristenbelasting incasseert dan volgt uit de verordening. Per 1 januari 2026 ontvangt de gemeente, bij ongewijzigd beleid, 21% te veel. Kortom, tot 1 januari 2026 was effectieve tarief aan toeristenbelasting voor btw-plichtige verhuurders 1,09 * 12,5% = 13,625%. Vanaf 1 januari 2026 is het effectieve tarief 1,21 * 12,5% = 15,125%

geworden, oftewel 2,625% procentpunt meer dan de wettelijke 12,5%. Deze situatie bestaat al sinds het moment waarop platforms namens de verhuurders toeristenbelasting zijn gaan innen, te weten 1 januari 2015 voor Airbnb. Naar schatting wordt hierdoor inmiddels ongeveer € 1 miljoen per jaar te veel aan toeristenbelasting geïnd door de gemeente Amsterdam. Dit bedrag komt aan de btw-plichtige verhuurders toe.

4. Verantwoordelijkheid van de gemeente en platforms Juist omdat de gemeente het initiatief heeft genomen om de inning van de toeristenbelasting - in afwijking op de eigen verordening - naar de platforms Airbnb en VRBO over te hevelen, rust op haar de verantwoordelijkheid om te waarborgen dat de heffing plaatsvindt conform de eigen verordening. Dat betekent dat platforms duidelijk geïnstrueerd hadden moeten worden om bij btw-plichtige verhuurders de toeristenbelasting te berekenen over de huursom exclusief btw. Andersom hadden deze platforms zich o.i. moeten informeren over de juiste manier van afdracht. Het voortbestaan van deze situatie vergroot met ieder jaar de omvang van de onverschuldigd betaalde bedragen en daarmee ook de financiële implicaties. We hebben deze problematiek al eerder aangekaart bij de gemeente. Hierop is helaas geen antwoord gekomen van de Dienst Belastingen. In de afgelopen jaren hebben bovendien meerdere individuele B&B houders de Dienst Belastingen gewezen op de misstand. Dit heeft niet tot een aanpassing van het beleid geleid.

Verzoeken Ondergetekende verzoekt de gemeenteraad daarom om het College op te roepen om: 1.​ De fiscale vaststellingsovereenkomsten tussen de gemeente enerzijds en Airbnb en VRBO anderzijds te openbaren. 2.​ Te verduidelijken op welke juridische basis de afdracht van de toeristenbelasting, buiten de belastingplichtige verhuurder om, is overgeheveld naar de platform exploitanten Airbnb en VRBO, en waarom dit niet voor andere verhuurplatforms heeft plaatsgevonden. 3.​ Te erkennen dat bij de afdracht van toeristenbelasting door de platforms Airbnb en VRBO structureel is uitgegaan van een onjuiste maatstaf voor btw-plichtige verhuurders.

4.​ De platforms Airbnb en VRBO expliciet te instrueren om de toeristenbelasting uitsluitend te berekenen over de huursom exclusief btw. 5.​ In samenspraak met de verhuurders en Airbnb en VRBO een regeling te treffen voor terugbetaling van de sinds 2015 onverschuldigd afgedragen toeristenbelasting aan btw-plichtige verhuurders. 6.​ De verhuurders te informeren, eventueel in samenwerking met deze platforms, over het bestaan van deze problematiek en de wijze waarop zij aanspraak kunnen maken op teruggaaf van te veel betaalde toeristenbelasting. 7.​ De gemeenteraad en ons te informeren over de omvang van de financiële consequenties en de wijze waarop deze worden afgewikkeld. Ondergetekende vertrouwt erop dat de gemeenteraad dit raadsadres met de vereiste zorgvuldigheid zal behandelen en op korte termijn tot passende besluitvorming zal komen.

Met vriendelijke groet,

Maarten Bruinsma Voorzitter Amsterdam Gastvrij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16549605/1