Raadsadres aanvraag op grond van Wet op de lijkbezorging
Tekst van het document
PER POST EN E-MAIL De gemeenteraad van Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam info@gemeenteraad.amsterdam.nl Amsterdam, 24 mei 2023 Betreft: aanvraag op grond van artikel 38 jo. 40 lid 3 Wet op de lijkbezorging Geachte Raad, Op 13 juli 2022 hebben wij, namens het kerkgenootschap Islamitisch Genootschap Amsterdam (“IGA”) een aanvraag ingediend op grond van artikel 38 jo. 40 lid 3 van de Wet op de lijkbezorging (“Wlb”) ten behoeve van de realisatie van een bijzondere begraafplaats, te weten een islamitische begraafplaats voor eeuwigdurende grafrust (de “Aanvraag”) (Bijlage 1). IGA is een kerkgenootschap in de zin van artikel 2:2 Burgerlijk Wetboek (“BW”). Thans maken de islamitische geloofsgemeenschappen in Amsterdam, die verbonden zijn aan 40 Amsterdamse moskeeën, als aangeslotenen onderdeel uit van IGA. IGA stelt zich (kort gezegd) de gemeenschappelijke godsverering en aanbidding van Allah ten doel, overeenkomstig de vijf zuilen van de Islam. In dat verband houdt IGA (onder meer) erediensten in verschillende moskeeën. Drie van de bestuurders van IGA zijn tevens bestuurders van grote moskeeën in Amsterdam, te weten de Taqwa moskee, de Blauwe moskee en moskee Badr. Bij brief van 25 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (het “College") IGA in het kader van de Aanvraag verzocht om aanvullende informatie (Bijlage 2).
Deze aanvullende informatie hebben wij bij brief van 9 december 2022 aan het College verschaft (Bijlage 3). Bij brief van 22 december 2022 heeft het College (nogmaals) om aanvullende informatie verzocht (Bijlage 4). Ondanks dat we van mening zijn dat de desbetreffende verzochte informatie niet noodzakelijk is om op grond van artikel 38 jo. artikel 40, derde lid Wlb tot een besluit te komen op de Aanvraag, hebben wij bij brief van 10 februari 2023 gereageerd op het tweede informatieverzoek (Bijlage 5). Bij e-mail van 24 februari 2023 heeft het College ons – via onze advocaat – laten weten graag in gesprek te willen gaan omtrent de Aanvraag (Bijlage 6). Een uitnodiging zou op korte termijn verzonden worden. Bij e-mail van 27 februari heeft onze advocaat gereageerd dat wij openstaan voor een gesprek, met de opmerking dat wij graag zien dat de besluitvorming voortvarend verloopt (Bijlage 7). Een uitnodiging van het College bleef echter uit. Hoewel wij constructief tegenover een gesprek met het College stonden (en staan), hadden wij ook (evident) belang bij een voortvarende besluitvorming. Op het moment dat wij vernamen dat het College met ons in gesprek wilde, waren immers ruim 32 (!) weken verstreken vanaf de datum van de Aanvraag en ruim 11 (!) weken verstreken na de afloop van de beslistermijn. Een uitnodiging voor een gesprek bleef echter uit.
Gelet op het feit dat een uitnodiging voor een gesprek uitbleef en het feit dat wij tot dusver slechts correspondentie van het College hebben ontvangen, hebben wij bij brief van 14 maart 2023 het College in gebreke gesteld (Bijlage 8), met de vermelding dat wij desalniettemin graag alsnog zo spoedig mogelijk in gesprek gaan met het College (Bijlage 9). Tot onze verbazing heeft het College bij brief van 28 maart 2023 op de ingebrekestelling gereageerd en ons verzoek op grond van art. 40 lid 3 Wlb afgewezen (het “Besluit”) (Bijlage 10). In het Besluit heeft het College (onder meer) als volgt overwogen: “Wij beschikken over onvoldoende informatie om de Gemeenteraad te kunnen voorstellen om op grond van artikel 40, lid 1 van de Wet op de lijkbezorging grond aan te wijzen als
bijzondere begraafplaats. Ook wijzen wij uw verzoek gebaseerd op artikel 40, lid 3 van de Wet op de lijkbezorging af.” In het Besluit heeft het College wederom aangegeven dat wij “op korte termijn” een uitnodiging kunnen verwachten voor een gesprek. Deze uitnodiging is pas op 24 mei 2023 verstuurd met een voorstel voor een gesprek op 26 juni 2023. Wij kunnen ons met de voorgaande gang van zaken en het Besluit niet verenigen. Vooropgesteld dient te worden dat wij niet inzien op welke grond en/of bevoegdheid het College het Besluit heeft genomen. De Wlb bepaalt in artikel 38 en artikel 40, lid 1 dat de gemeenteraad een besluit op een aanvraag in de zin van art. 38 Wlb neemt. Nergens is uit gebleken dat uw raad zijn aanwijzings- c.q. beslissingsbevoegdheid ex artikel 40, lid 1 Wlb aan het College heeft gedelegeerd. Op grond van art. 40, lid 3 Wlb zou het College pas in beeld moeten komen op het moment dat de benodigde (en derhalve, reeds door uw raad aangewezen) grond niet in eigendom is van IGA. Het College dient dan desgevraagd zorg te dragen dat IGA de gronden onder redelijke voorwaarden kan verwerven. Dit betekent dat het Besluit, voor zover het een afwijzing van de Aanvraag inhoudt, onbevoegdelijk is genomen. Los van het voorgaande zien wij ook niet in waarom het College uw raad niet had kunnen adviseren om gronden aan te wijzen als bijzondere begraafplaats.
Wij hebben immers alle aanvullende informatie aangeleverd waar het College om heeft verzocht. Daarnaast heeft het College in het Besluit aangegeven dat het over bepaalde informatie niet beschikt, terwijl om de desbetreffende informatie niet eerder is verzocht. Zo geeft het College aan dat “verklaringen van de afzonderlijke moskeeën [ontbreken] waarin zij aangeven dat zij door IGA worden vertegenwoordigd en dat zij niet zelf de rechten willen uitoefenen die de Wet op de lijkbezorging toekent aan kerkgenootschappen.” Nog los van het feit dat de aangeslotenen bij IGA vrijwel allemaal stichtingen betreffen (formeel gezien dus geen kerkgenootschappen) en derhalve in beginsel geen rechten kunnen uitoefenen op grond van de Wlb, heeft het College ons nooit om dergelijke verklaringen verzocht. Gelet op het voorgaande, hebben wij op advies van onze advocaat bij brief van 9 mei 2023 beroep tegen het Besluit ingesteld bij de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. In de tussentijd zijn wij (nog steeds) in afwachting van een uitnodiging van het College voor een gesprek. Het Besluit neemt niet weg dat door uw raad nog niet uitdrukkelijk op de Aanvraag is besloten. Wij verzoeken uw raad dan ook graag, met inachtneming van het voorgaande (en de aan het College geleverde aanvullende informatie) op de Aanvraag te beslissen.
Mocht uw raad nog aanvullende informatie nodig hebben en/of vragen hebben naar aanleiding van het voorgaande, dan zijn wij graag bereid tot het voeren van een gesprek. Wij zien graag dat de Aanvraag naar behoren en tevredenheid van zowel IGA als van uw raad en het College wordt afgehandeld. Wij wachten uw reactie met belangstelling af. Met vriendelijke groet, Islamitisch Genootschap Amsterdam
Sheriel Nabie, Elsa van de Loo, Ahmed Baâdoud, Yasin el Forkani en El Aziz Chandoudi Bestuurders IGA
Bijlage 1
PER POST EN E-MAIL Gemeenteraad info@gemeenteraad.amsterdam.nl Stadhuis Postbus 202 1000 AE Amsterdam College van Burgemeester en Wethouders Postbus 202 1000 AE Amsterdam Amsterdam, 14 juli 2022 Betreft: aanvraag op grond van artikel 38 jo. 40 lid 3 Wet op de lijkbezorging Geachte Gemeenteraadsleden, Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Hierbij doet het Amsterdamse kerkgenootschap “Islamitisch Genootschap Amsterdam” (hierna: IGA) een aanvraag op grond van artikel 38 juncto artikel 40 lid 3 Wet op de lijkbezorging (hierna: Wlb), ten behoeve van de realisatie van een islamitische begraafplaats voor eeuwigdurende grafrust. IGA is een religieuze gemeenschap dat zich als (zelfstandig) kerkgenootschap in de zin van artikel 2:2 BW heeft georganiseerd. Thans maken de islamitische geloofsgemeenschappen, die verbonden zijn aan 40 Amsterdamse moskeeën, als aangeslotenen onderdeel uit van IGA. IGA heeft als grondslag de Koran en de Soenna, en de daarin vervatte opvattingen en ideologieën. In dat verband stelt IGA zich dan ook (kort gezegd) de gemeenschappelijke godsverering en aanbidding van Allah ten doel, overeenkomstig de vijf zuilen van de Islam. Ter uitvoering van dit doel, met name de islamitische ritus en borging van eeuwige grafrust, wenst IGA een begraafplaats voor eeuwige grafrust in Amsterdam te realiseren.
Zoals bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het College) en de gemeenteraad van Amsterdam (hierna: de Gemeenteraad) bekend is, hebben (een deel van) de 40 aangesloten moskeeën zich eerder reeds verenigd voor het realiseren van een Amsterdamse islamitische begraafplaats, door zich door de Stichting Islamitisch Begraven Nederland (IBN) te laten vertegenwoordigen. De Stichting IBN heeft in oktober 2020 een aanvraag gedaan voor het aanwijzen van gronden voor een begraafplaats, welke in februari 2021 door het College is afgewezen.
Naar aanleiding van de afwijzing van haar aanvraag, is door Stichting IBN in maart 2021 administratief beroep ingesteld bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Hierna is een mediation traject opgestart en hebben partijen bereidwilligheid naar elkaar uitgesproken voor een begraafplaats, mits aan de formele (wettelijke) vereisten wordt voldaan. Naar aanleiding daarvan is, mede door Stichting IBN, het initiatief genomen om IGA op te richten. IGA meent middels haar organisatie aan de wettelijke vereisten te voldoen en dient om deze reden een aanvraag in voor het realiseren van een eigen Islamitische begraafplaats voor eeuwigdurende grafrust. Artikel 38 Wlb legt het volgende neer: “Een kerkgenootschap is gerechtigd tot het hebben van één of meer kerkelijke begraafplaatsen tot een zodanige uitgestrektheid, als overeenkomt met een redelijk deel van de grond, welke in de gemeente voor begraafplaatsen bestemd is.
De gemeenteraad kan aan een kerkgenootschap op zijn verzoek toestaan, meer of grotere begraafplaatsen te hebben, onverminderd het recht van de andere kerkgenootschappen, bedoeld in de eerste volzin.” Artikel 40 lid 3 Wlb legt neer: “Indien het kerkgenootschap geen eigenaar van de benodigde grond is, dragen burgemeester en wethouders desgevraagd zorg, dat het kerkgenootschap de grond, mede gelet op de staat, waarin deze ingevolge het tweede lid moet verkeren, op redelijke voorwaarden in eigendom kan verwerven. Kunnen burgemeester en wethouders en het kerkgenootschap niet tot overeenstemming komen, dan bepalen gedeputeerde staten op verzoek van een van hen of beide de voorwaarden.” In de bijlage wordt het statuut overgelegd waaruit de organisatie van IGA blijkt. Dit statuut bevat bijzondere persoonsgegevens en dient vertrouwelijk te worden behandeld, enkel voor een toetsing van de aanvraag. Hierin is onder andere te zien welke geloofsgemeenschappen van de 40 aangesloten moskeeën vertegenwoordigd zijn. IGA vertegenwoordigt hiermee het grootste deel van de Amsterdamse moskeeën en daarmee een zeer groot gedeelte van de Amsterdamse moslimgemeenschap.
Gelet op het voorgaande verzoekt IGA het College gronden aan te wijzen en zorg te dragen dat IGA deze gronden onder redelijke voorwaarden in eigendom kan verkrijgen, voor het realiseren van een islamitische begraafplaats voor eeuwigdurende grafrust. Volledigheidshalve merkt IGA op dat het gemeentelijke gronduitgiftebeleid (dat ziet op uitgifte in erfpacht), niet aan de aanvraag van IGA in de weg kan staan. Op grond van artikel 40 lid 3 Wlb komt de gemeente Amsterdam cq. het College c.q. de Gemeenteraad namelijk geen bevoegdheid toe om af te wijken van de Wlb door - met verwijzing naar het eigen beleid - geen gronden in eigendom uit te geven.
IGA wacht uw reactie met belangstelling af. Voor een nadere toelichting kunt u contact opnemen met xxxxxxxxxxxxxxxx (xxxxxxxxxxxxxxxxxx). Met vriendelijke groet, Namens Islamitisch Genootschap Amsterdam
xxxxxxxxxxxxxxxxxx
xxxxxxxxxxxxxxxx -
Bijlage: Statuut Kerkgenootschap
Bijlage 2
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
,
Kerkgenootschap “Islamitisch Genootschap Amsterdam” T.a.v. xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx p/a Delflandlaan 1 1062 EA AMSTERDAM
Datum Ons kenmerk
25 oktober 2022
ID22-29004-uit-22-4878
Behandeld door xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Onderwerp
Aanvraag op grond van artikel 38 j 40 lid 3 Wet op de lijkbezorging
Geachte xxxxxxxxxxxxxxxxxx,
Allereerst excuses voor deze late reactie. Bij mail van 16 september j.l. is de ontvangst van uw aanvraag van het Kerkgenootschap “Islamitisch Genootschap Amsterdam” (IGA) met kenmerk D20200022_I3433123 bevestigd. De aanvraag ging vergezeld van een oprichtingsakte d.d. 1 juli 2022. In de mail is geconstateerd dat er nu twee concurrerende aanvragen bij de gemeente zijn ingediend. In uw antwoordmail van dezelfde dag doet u het voorstel om de mediation en het administratief beroep inzake de afwijzing van uw eerdere aanvraag van de Stichting Islamitisch Begraven Nederland (SIBN) aan te houden totdat op de aanvraag van het IGA is besloten. Bij een positieve beslissing op de aanvraag van het IGA zou het administratief beroep van SIBN worden ingetrokken. Alvorens op uw verzoek te kunnen beslissen zouden wij graag antwoord willen krijgen op de volgende vragen: 1)
Kunt u namens SIBN bevestigen dat het administratief beroep van hen inderdaad wordt ingetrokken indien positief wordt beslist op de aanvraag van IGA?
2) Begrijpen wij het goed dat de aanvraag van IGA wordt gedaan als kerkgenootschap in de zin van artikel 37, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging en niet als “rechtspersoon, in het leven geroepen door een of meer kerkgenootschappen of onderdelen daarvan” in de zin van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging? 3) Zo nee, uit de oprichtingsakte van IGA blijkt niet dat IGA in het leven is geroepen door de in artikel 4 van de oprichtingsakte genoemde geloofsgemeenschappen. Kunt u de stukken overleggen waaruit hun instemming met de oprichting blijkt? 4) Welke feitelijke activiteiten ter uitvoering van de doelen als omschreven in artikel 3 van de oprichtingsakte van IGA worden ondernomen? Worden bijvoorbeeld door IGA erediensten en gebeden gevierd als bedoeld in artikel 3, tweede lid? En hoe verhouden de activiteiten van IGA zich tot de activiteiten van de in artikel 4, eerste lid, genoemde geloofsgemeenschappen?
Datum 13 november 2020 Kenmerk ID20-15195-uit-202170 Pagina 2 van 2
5) Hoeveel leden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de oprichtingsakte van IGA zijn reeds geregistreerd c.q. hoewel leden verwacht u binnen afzienbare tijd te registreren?
Na ontvangst van de gevraagde informatie hebben we naar verwachting 16 weken nodig om tot een goede beoordeling te komen. Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met ondergetekende.
Met vriendelijke groet,
Namens het college van burgemeester en wethouders,
xxxxxxxxxxxxxxxx Stedelijk coördinator eeuwigdurende grafrust
Bijlage 3
AANTEKENEN Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam t.a.v. xxxxxxxxxxxxxxx Postbus 202 1000 AE AMSTERDAM
Tevens per e-mail: xxxxxxxxxxxxxxxxx t f e
xxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
behandelaar onze ref. uw ref.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx - advocaten 135545/20390667/518 ID22-29004-uit-22-4878
9 december 2022
Betreft: Brief van het college van B&W d.d. 25 oktober 2022 met kenmerk ID22-29004-uit-22-4878 Geacht college, Namens cliënte, het kerkgenootschap Islamitisch Genootschap Amsterdam (IGA), vraag ik graag uw aandacht voor het volgende. Bij brief van 13 juli 2022 heeft IGA bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (het College) een aanvraag ingediend op grond van artikel 38 jo. 40, derde lid van de Wet op de lijkbezorging (de Wlb), ten behoeve van de realisatie van een islamitische begraafplaats voor eeuwigdurende grafrust (de Aanvraag). Bij e-mail van 16 september 2022 heeft het College de ontvangst van de Aanvraag bevestigd (Bijlage 1). Bij brief van 25 oktober 2022, heeft het College voor het eerst (inhoudelijk) op de Aanvraag gereageerd (Bijlage 2). In deze brief heeft het College IGA verzocht om aanvullende informatie, teneinde op de Aanvraag te kunnen beslissen. Daarnaast heeft het College aangegeven na ontvangst van de verzochte informatie, naar verwachting 16 weken nodig te zullen hebben om op de Aanvraag te beslissen. IGA stelt voorop dat zij niet akkoord gaat met de door het College gestelde beslistermijn van 16 weken na ontvangst van de verzochte aanvullende informatie. Zoals het College waarschijnlijk bekend is, schrijft de Wlb zelf geen beslistermijn voor aanvragen op grond van artikel 38 jo. 40, derde lid Wlb voor.
In dergelijke gevallen dient op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) binnen een redelijke termijn te worden beslist. Onder ‘redelijke termijn’ wordt, op grond van artikel 4:13, tweede lid van de Awb, in ieder geval een termijn van acht (8) weken verstaan. Gerekend vanaf 13 juli 2022 (de Aanvraag was immers (onder andere) per e-mail verzonden en daarom op dezelfde dag ontvangen), had het College uiterlijk 7 september 2022 moeten beslissen. Het feit dat het College pas op 16 september 2022 (formeel) de ontvangst van de Aanvraag per e-mail heeft bevestigd, maakt dit niet anders. Uit de ontvangstbevestiging blijkt bovendien dat de Aanvraag reeds vóór de dagtekening van de ontvangstbevestiging in behandeling was genomen. Dit betekent dat, gerekend vanaf 7 september 2022 tot en met 25 oktober 2022 (de datum van de brief van het College met het informatieverzoek), inmiddels 7 weken (!) zijn verstreken vanaf de datum dat
Lange Voorhout 3 Postbus 30457 2500 GL Den Haag t 070 - 376 06 06 f 070 - 365 18 56 www.barentskrans.nl BarentsKrans is de handelsnaam van BarentsKrans Coöperatief U.A., advocaten en notarissen, statutair gevestigd te Den Haag (KvK Haaglanden nr. 27288882). Op al onze werkzaamheden zijn de algemene voorwaarden van toepassing, waarin een beperking van onze aansprakelijkheid is opgenomen.
de beslistermijn was verstreken. Het verbaast IGA dat het College in aanvulling op de 15 weken die reeds zijn verstreken na de Aanvraag, nóg 16 weken nodig zou hebben om tot een beslissing te komen. IGA verzoekt het College dan ook dringend om binnen twee weken na dagtekening van deze brief te beslissen op de Aanvraag. Indien het College op dat moment nog niet heeft beslist, zal IGA genoodzaakt zijn om het College in gebreke te stellen. Indien het College na de ingebrekestelling nog steeds niet op de Aanvraag heeft beslist, zal IGA overwegen om beroep in te stellen wegens het niet-tijdig nemen van een beslissing. Ten aanzien van de informatieverzoeken van het College, zal IGA in het hiernavolgende ieder verzoek afzonderlijk toelichten. In dat verband wenst IGA als eerst te reageren op de opmerking van het College dat vanuit de zijde van IGA, twee concurrerende aanvragen bij het College zouden liggen. IGA wenst duidelijk te maken dat van haar zijde één aanvraag bij het College ligt en voor zover IGA bekend is, thans geen concurrerende aanvraag bij het College ligt. Volledigheidshalve merkt IGA op dat de aanvraag van de Stichting Islamitisch Begraven Nederland (SIBN) reeds per besluit is afgewezen, zodat dit geen lopende aanvraag betreft. De vragen van het College zullen, in dezelfde volgorde als door het College wordt gehanteerd, hieronder worden toegelicht.
IGA vertrouwt erop dat met deze aanvullende informatie, het College tot een gedegen beslissing kan komen: (1)
Kunt u namens SIBN bevestigen dat het administratief beroep van hen inderdaad wordt ingetrokken indien positief wordt beslist op de aanvraag van IGA? IGA heeft kennisgenomen van de toezegging van SIBN dat indien positief wordt beslist op de aanvraag van IGA, SIBN haar administratief beroep zal intrekken (Bijlage 3). IGA vertrouwt erop dat SIBN zich hieraan houdt.
(2)
Begrijpen wij het goed dat de aanvraag van IGA wordt gedaan als kerkgenootschap in de zin van artikel 37, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging en niet als “rechtspersoon, in het leven geroepen door een of meer kerkgenootschappen of onderdelen daarvan” in de zin van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging? Het College begrijpt goed dat IGA een kerkgenootschap is in de zin van artikel 2:2 BW, en daarmee een kerkgenootschap zoals in artikel 37, eerste lid van de Wlb wordt bedoeld. Dit volgt tevens (evident) uit de oprichtingsakte. Er bestaat geen twijfel over het bestaan van IGA als (zelfstandig) kerkgenootschap.
(3)
Zo nee, uit de oprichtingsakte van IGA blijkt niet dat IGA in het leven is geroepen door de in artikel 4 van de oprichtingsakte genoemde geloofsgemeenschappen. Kunt u de stukken overleggen waaruit hun instemming met de oprichting blijkt? Gelet op het antwoord op vraag (2), is vraag (3) niet relevant.
(4)
Welke feitelijke activiteiten ter uitvoering van de doelen als omschreven in artikel 3 van de oprichtingsakte van IGA worden ondernomen? Worden bijvoorbeeld door IGA erediensten en gebeden gevierd als bedoeld in artikel 3, tweede lid? En hoe verhouden de activiteiten van IGA zich tot de activiteiten van de in artikel 4, eerste lid, genoemde geloofsgemeenschappen?
Pagina 2 van 4
In de eerste plaats verwijst IGA het College in dit verband graag naar artikel 3, tweede lid van de oprichtingsakte (waar het College zelf ook naar verwijst). Dit artikel bevat een opsomming van de wijzen waarop IGA bijdraagt aan de door haar omschreven statutaire doelstelling. Een aantal van deze wijzen betreffen op zichzelf feitelijke activiteiten waarin IGA een centrale en /of ondersteunende rol speelt, zoals het organiseren van erediensten bij de aangesloten geloofsgemeenschappen (de Geloofsgemeenschappen). Daarnaast faciliteert IGA de samenwerking tussen de Geloofsgemeenschappen. Ten aanzien van de vraag hoe de activiteiten van IGA zich verhouden tot de activiteiten van de in artikel 4, eerste lid van de oprichtingsakte genoemde Geloofsgemeenschappen, het volgende. IGA ondersteunt de feitelijke activiteiten van de Geloofsgemeenschappen waar nodig. Dit betreft een nauwe samenwerking. IGA kan in dit verband vergeleken worden (maar niet worden gelijkgesteld) met een ‘overkoepelende’ organisatie van de Geloofsgemeenschappen. IGA is dan ook opgericht als islamitisch samenwerkingsverband van Amsterdamse moskeeën. Ook dit blijkt uit de oprichtingsakte van IGA. (5)
Hoeveel leden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de oprichtingsakte van IGA zijn reeds geregistreerd c.q. hoewel leden verwacht u binnen afzienbare tijd te registreren? Op grond van artikel 5 van de oprichtingsakte van IGA, houdt het bestuur (de Diwan) een ledenregister bij. In artikel 5 van de oprichtingsakte is evenwel bepaald dat een tot IGA behorende Geloofsgemeenschap - na goedkeuring van het bestuur van IGA - zelf een register kan bijhouden van de eigen leden. De leden van de Geloofsgemeenschap(pen) worden alsdan automatisch lid van IGA. De verplichting voor het bestuur van IGA om de leden van de desbetreffende Geloofsgemeenschap(pen) zelf nog te registeren, komt dan te vervallen. Momenteel hebben alle Geloofsgemeenschappen de goedkeuring van IGA ontvangen om de eigen leden te registreren bij IGA. Gelet hierop, is de registratieplicht van IGA ten aanzien van de Geloofsgemeenschappen komen te vervallen. Het huidige ledenbestand bestaat uit 70.000 personen. IGA merkt hierbij op dat de registratie van de aangeslotenen van de Geloofsgemeenschappen nog niet compleet is, zodat de Aanvraag niet slechts het voornoemde aantal aangeslotenen betreft. IGA zal, zodra het College op haar Aanvraag heeft beslist, het College van het aantal aangeslotenen bij de Geloofsgemeenschappen voorzien.
Volledigheidshalve en ter voorkoming van verwarring, wenst IGA nog duidelijk te maken dat met het begrip ‘leden’ in (onder meer) artikel 4 en 5 van de oprichtingsakte van IGA, niet wordt gedoeld op ‘leden’ in de zin van artikel 2:26 BW (leden van een vereniging). Gelet op het feit dat de Geloofsgemeenschappen met name stichtingen betreffen, kunnen de ‘leden’ van IGA via de Geloofsgemeenschappen, niet tevens als ‘leden’ in de zin van artikel 2:26 BW worden aangemerkt, nu een stichting juridisch gezien geen leden kent (op grond van artikel 2:285 BW). Met ‘leden’ van IGA wordt louter gedoeld op natuurlijke personen die bij IGA aangesloten en geregistreerd zijn.
Pagina 3 van 4
IGA vertrouwt erop met de bovenstaande toelichting aan alle informatieverzoeken van het College te hebben voldaan. Indien het College desondanks aanvullende vragen heeft, verwacht IGA dat het College haar hieromtrent zo snel mogelijk zal berichten. IGA ziet het besluit van het College op de Aanvraag graag tegemoet. Hoogachtend, BarentsKrans Coöperatief U.A.
xxxxxxxxxxxxxx
Pagina 4 van 4
Bijlage 1
xxxxxxxxxxx | BarentsKrans Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
xxxxxxxxxxxxxxxxxxx | BarentsKrans vrijdag 9 december 2022 10:49 xxxxxxxxxxxxxxxxxxx | BarentsKrans RE: aanvraag aan de Gemeenteraad en College B&W [D20200022_I34334123]
Van: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Datum: vrijdag, 16 september 2022 13:06 Aan: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx CC: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Onderwerp: RE: aanvraag aan de Gemeenteraad en College B&W [D20200022_I34334123] Beste xxxxxxxxxxxxxx,
Hoop dat het goed met je gaat.
Wij hebben de aanvraag die jullie op 13 juli jl hebben ingediend in goede orde ontvangen. De raad heeft het college afgelopen woensdag gemandateerd om de aanvraag te behandelen. Voordat het college dit kan doen dient er duidelijkheid te komen over beide aanvragen die nu bij de gemeente zijn ingediend. Er liggen nu twee concurrerende aanvragen. We zitten namelijk nog in een lopend mediationtraject naar aanleiding van de afwijzing van de aanvraag die jullie op 2 oktober 2020 hebben ingediend.
Hoor graag van je hoe jullie hier naar kijken.
Hartelijke groet, xxxxxxxxxxxxxxx
1
Bijlage 2
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
,
Kerkgenootschap “Islamitisch Genootschap Amsterdam” T.a.v. xxxxxxxxxxxxxxxx p/a Delflandlaan 1 1062 EA AMSTERDAM
Datum Ons kenmerk
25 oktober 2022
ID22-29004-uit-22-4878
Behandeld door xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Onderwerp
Aanvraag op grond van artikel 38 j 40 lid 3 Wet op de lijkbezorging
Geachte xxxxxxxxxxxxx,
Allereerst excuses voor deze late reactie. Bij mail van 16 september j.l. is de ontvangst van uw aanvraag van het Kerkgenootschap “Islamitisch Genootschap Amsterdam” (IGA) met kenmerk D20200022_I3433123 bevestigd. De aanvraag ging vergezeld van een oprichtingsakte d.d. 1 juli 2022. In de mail is geconstateerd dat er nu twee concurrerende aanvragen bij de gemeente zijn ingediend. In uw antwoordmail van dezelfde dag doet u het voorstel om de mediation en het administratief beroep inzake de afwijzing van uw eerdere aanvraag van de Stichting Islamitisch Begraven Nederland (SIBN) aan te houden totdat op de aanvraag van het IGA is besloten. Bij een positieve beslissing op de aanvraag van het IGA zou het administratief beroep van SIBN worden ingetrokken. Alvorens op uw verzoek te kunnen beslissen zouden wij graag antwoord willen krijgen op de volgende vragen: 1)
Kunt u namens SIBN bevestigen dat het administratief beroep van hen inderdaad wordt ingetrokken indien positief wordt beslist op de aanvraag van IGA?
2) Begrijpen wij het goed dat de aanvraag van IGA wordt gedaan als kerkgenootschap in de zin van artikel 37, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging en niet als “rechtspersoon, in het leven geroepen door een of meer kerkgenootschappen of onderdelen daarvan” in de zin van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging? 3) Zo nee, uit de oprichtingsakte van IGA blijkt niet dat IGA in het leven is geroepen door de in artikel 4 van de oprichtingsakte genoemde geloofsgemeenschappen. Kunt u de stukken overleggen waaruit hun instemming met de oprichting blijkt? 4) Welke feitelijke activiteiten ter uitvoering van de doelen als omschreven in artikel 3 van de oprichtingsakte van IGA worden ondernomen? Worden bijvoorbeeld door IGA erediensten en gebeden gevierd als bedoeld in artikel 3, tweede lid? En hoe verhouden de activiteiten van IGA zich tot de activiteiten van de in artikel 4, eerste lid, genoemde geloofsgemeenschappen?
Datum 13 november 2020 Kenmerk ID20-15195-uit-202170 Pagina 2 van 2
5) Hoeveel leden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de oprichtingsakte van IGA zijn reeds geregistreerd c.q. hoewel leden verwacht u binnen afzienbare tijd te registreren?
Na ontvangst van de gevraagde informatie hebben we naar verwachting 16 weken nodig om tot een goede beoordeling te komen. Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met ondergetekende.
Met vriendelijke groet,
Namens het college van burgemeester en wethouders,
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Stedelijk coördinator eeuwigdurende grafrust
Bijlage 3
xxxxxxxxxxxx | BarentsKrans Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
xxxxxxxxxxxxxxxxxx vrijdag 9 december 2022 10:52 xxxxxxxxxxxxxxxxxx FW: (xxxxx) aanvraag aan de Gemeenteraad en College B&W [D20200022_I34334123]
Van: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Datum: vrijdag, 16 september 2022 13:27 Aan: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx CC: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Onderwerp: RE: aanvraag aan de Gemeenteraad en College B&W [D20200022_I34334123]
Betreft: Dossier:
RE: aanvraag aan de Gemeenteraad en College B&W [D20200022_I34334123] Islamitisch begraven Eeuwige grafrust (D20200022)
Beste xxxxxxxxx, Dank voor je bericht. Hier gaat alles goed, ik hoop met jou ook. Vanuit onze zijde ligt er in principe 1 aanvraag. De aanvraag die is gedaan door de stichting is middels besluit immers afgewezen en daardoor geen lopende aanvraag meer. Dan ligt er alleen de aanvraag van het kerkgenootschap. Ons voorstel zou zijn om de mediation en het administratief beroep aan te houden totdat op de aanvraag van het kerkgenootschap is besloten. Als op deze aanvraag positief wordt besloten kan ook de toezegging worden gedaan dat het administratief beroep door de stichting wordt ingetrokken omdat er dan immers geen belang meer is bij het voortzetten van die procedure. We horen graag of jullie instemmen met het aanhouden van het administratief beroep en de mediation hangende de beoordeling van de aanvraag van het kerkgenootschap. NB: Ten aanzien van de aanvraag van het kerkgenootschap begrepen wij inderdaad dat deze op 14 september is behandeld. Wij hebben echter geen ontvangstbevestiging op onze aanvraag ontvangen waarin ook de termijnen voor het beslissen op de aanvraag worden toegelicht. Zouden wij alsnog een ontvangstbevestiging kunnen ontvangen? Met vriendelijke groet, xxxxxxxxxxxxxx Advocaat
Advocatenkantoor Van de Loo Delflandlaan 1 1062 EA AMSTERDAM T: F: I:
xxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxx www.advocatenkantoor-vdloo.nl
Disclaimer - De informatie verzonden met dit e-mailbericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten, beschermd door een beroepsgeheim. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn
1
van deze informatie kennis te nemen, is verboden. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en / of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan en wordt u verzocht dit bericht terug te sturen en het origineel te vernietigen.
2
Bijlage 4
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Barents Krans T.a.v. xxxxxxxxxx Postbus 30457 2500 GL Den Haag
Datum Ons kenmerk
22 december 2022 ID22-30699-uit-22-5190 Behandeld door xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Onderwerp
Aanvullende vragen betreffende de aanvraag van IGA Wet op de lijkbezorging
Geachte heer xxxxxxxxxxxx, geachte bestuursleden van het IGA, Hartelijk dank voor uw brief van 9 december 2022, namens het Islamitisch Genootschap Amsterdam (IGA), over de aanvraag van IGA op grond van de Wet op de lijkbezorging. Alvorens wij hier nader op in gaan willen wij van de gelegenheid gebruik maken om aan te geven dat wij oprecht het ongemak begrijpen en dat wij graag antwoord willen geven op het door IGA ingediende voorstel. U verwijst naar de wettelijke termijnen van de Algemene wet bestuursrecht waarbij u aandringt op een spoedige besluitvorming door het college van B&W en de gemeenteraad over de aanvraag van IGA op grond van de artikelen 38 en 40 van de Wet op de lijkbezorging. Verder reageert u op de vijf vragen die wij in de brief van 25 oktober 2022 aan IGA hebben gesteld om een inhoudelijke beoordeling door het college van B&W en de gemeenteraad van de aanvraag mogelijk te maken. Op de volgende twee onderdelen biedt uw antwoord van 9 december 2022 helaas nog onvoldoende duidelijkheid om tot een inhoudelijke beoordeling te kunnen komen. Graag zien wij daarom de onderstaande vragen afdoende beantwoord zodat het college van B&W kan overgaan tot besluitvorming in uw verzoek. Na deze besluitvorming zijn wij uiteraard gaarne bereid dit inhoudelijk zowel mondeling als persoonlijk aan u toe te lichten.
Feitelijke werkzaamheden IGA als kerkgenootschap In de brief van 25 oktober 2022 vroegen wij om een toelichting op de feitelijke activiteiten die IGA uitvoert ter uitvoering van de in artikel 3 van de statuten omschreven doelen. In uw beantwoording verwijst u enerzijds naar de in de statuten omschreven activiteiten die de IGA zal uitvoeren. Anderzijds geeft u aan dat IGA moet worden gezien als overkoepelende organisatie die de feitelijke activiteiten van de aangesloten geloofsgemeenschappen ondersteunt. Voor een goed begrip en beeld van de IGA als kerkgenootschap is met name relevant welke activiteiten het zal uitvoeren naast het oprichten van een kerkelijke begraafplaats. Ook als het hierbij gaat om activiteiten in een ondersteunende rol aan de aangesloten
Datum 22 december 2022 Kenmerk ID22-30699-uit-225190 Pagina 2 van 3
geloofsgemeenschappen ontvangen wij graag een nadere toelichting. Kunt u daarbij ook aangeven waaruit de aansluiting van de geloofsgemeenschappen bij IGA blijkt alsmede hun instemming met de rol van het IGA bij die ondersteuning? Bepalen aantal leden Artikel 38 Wet op de lijkbezorging staat een kerkgenootschap toe een bijzondere begraafplaats te hebben op de grond die in de desbetreffende gemeente is bestemd voor begraafplaatsen, met een oppervlakte die redelijk is in relatie tot de grootte van het kerkgenootschap. Bij het berekenen van de omvang wordt rekening gehouden met de andere kerkgenootschappen in de gemeente, gelet op het feit dat toewijzing van grond niet ten koste mag gaan van de rechten van andere kerkgenootschappen. In uw brief van 9 december 2022 noemt u een ledenbestand van 70.000. Dit betreft de ledenadministratie van de bij IGA aangesloten geloofsgemeenschappen. Met toepassing van artikel 5 van de oprichtingsakte zijn dit automatisch leden van de IGA en de verplichting van IGA om zelf een ledenadministratie bij te houden komt hiermee te vervallen, zo stelt u. Verder geeft u aan dat het aantal van 70.000 een tussenstand betreft, omdat er nog steeds geloofsgemeenschappen zijn die zich aansluiten bij IGA. Zodra het college heeft beslist op de aanvraag komt met IGA met het definitieve aantal, zo kondigt u aan. Hierover de volgende opmerkingen.
Voordat besluiten op grond van artikel 38 en 40 van de Wet op de lijkbezorging kunnen worden genomen moet helder zijn op welk deel van de grond die in de gemeente Amsterdam voor begraven bestemd is u aanspraak meent te maken. De omvang van de groep is daarvoor essentiële informatie die voorafgaande aan de besluitvorming duidelijk moet zijn en niet pas achteraf nadat op de aanvraag is beslist. Uw interpretatie van de verhouding tussen de artikelen 4 en 5 van het statuut die handelen over de registratie van de leden van IGA roept vragen op. Het gaat daarbij om uw stelling dat bij toepassing van artikel 5 van het statuut IGA geen eigen ledenadministratie hoeft bij te houden. Die verplichting bestaat ons inziens wel. Artikel 4 van het statuur luidt als volgt, voor zover hier relevant: Leden van het kerkgenootschap zijn zij die moslim zijn en de grondslag, doel en het statuut van het kerkgenootschap onderschrijven en in overeenstemming daarmee leven. Zij dienen zich tevens als lid te hebben aangemeld en als zodanig door of namens de Diwan te zijn aanvaard. Voorts dienen zij te behoren tot …. (volgt een opsomming van 40 geloofsgemeenschappen). Artikel 5 van het statuut luidt als volgt. De Diwan houdt een ledenregister bij.
Een tot het kerkgenootschap behorende geloofsgemeenschap kan – na goedkeuring van de Diwan – gegevens van de tot die geloofsgemeenschap behorende leden registreren. De verplichting van de Diwan tot het
Datum 22 december 2022 Kenmerk ID22-30699-uit-225190 Pagina 3 van 3
bijhouden van een register van de bij die geloofsgemeenschap geregistreerde leden vervalt dan. (…) Uit de artikel 4 en 5 van het statuut, in samenhang gelezen, maken wij op dat IGA bij toepassing van artikel 5 geen registratie van de desbetreffende afzonderlijke geloofsgemeenschap hoeft bij te houden. Er moet dan echter volgens artikel 4 nog wel blijken dat de leden van de geloofsgemeenschap zich hebben aangemeld bij IGA en dat die leden door IGA zijn aanvaard. Er zal dus bij IGA een administratie aanwezig moeten zijn waaruit de omvang van het ledenbestand van IGA zal moeten blijken. Duidelijkheid over de omvang van de bij IGA aangemelde leden is, als eerder aangegeven, essentiële informatie voor de besluitvorming van college en raad naar aanleiding van de aanvraag. Graag ontvangen wij uw reactie op de genoemde punten. Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben dan kunt u contact met ondergetekende opnemen.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders,
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Stedelijk coördinator eeuwigdurende grafrust
Bijlage 5
AANTEKENEN Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam t.a.v. xxxxxxxxxxxxxxxx Postbus 202 1000 AE AMSTERDAM
Per e-mail: xxxxxxxxxxxxxxxxxxx t f e
xxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
behandelaar onze ref. uw ref.
xxxxxxxxxxx en xxxxxxxxxxx - advocaten 135545/20564445/518 10 februari 2023 ID22-30699-uit-22-5190
Betreft: Brief van het college van B&W d.d. 22 december 2022 met kenmerk ID22-30699-uit-22-5190 Geacht college, Naar aanleiding van uw brief van 22 december 2022, met kenmerk ID22-30699-uit-22-5190, bericht ik u namens cliënte het kerkgenootschap Islamitisch Genootschap Amsterdam (IGA), als volgt. Zoals u bekend is, heeft IGA bij brief van 13 juli 2022 een aanvraag ingediend op grond van artikel 38 jo. 40, derde lid van de Wet op de lijkbezorging (de Wlb), ten behoeve van de realisatie van een islamitische begraafplaats voor eeuwigdurende grafrust (de Aanvraag). Bij brief van 25 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (het College) in het kader van de Aanvraag verzocht om aanvullende informatie. Deze aanvullende informatie heeft IGA bij brief van 9 december 2022 aan het College verschaft (Bijlage 1). Hier heeft het College bij brief van 22 december 2022 op gereageerd (Bijlage 2). In de brief van 22 december 2022, heeft het College (wederom) om aanvullende informatie verzocht. IGA is van mening dat de verzochte informatie op grond van artikel 38 Wlb niet noodzakelijk is om tot een besluit te komen. Desondanks is IGA bereid om (nogmaals) met de verzoeken van het College mee te werken. IGA verwacht dat het College met deze informatie op voortvarende wijze op de Aanvraag zal beslissen.
De informatieverzoeken van het College zullen, in dezelfde volgorde als door het College wordt gehanteerd, in het hiernavolgende worden toegelicht. I.
Feitelijke werkzaamheden IGA als kerkgenootschap
Ten eerste wenst het College te vernemen welke feitelijke activiteiten IGA uitvoert in het kader van de omschreven doelen in artikel 3 van haar oprichtingsakte. In dit verband wenst het College met name te vernemen welke activiteiten IGA zal uitvoeren naast het oprichten van een kerkelijke begraafplaats. Het College wenst ook een toelichting te ontvangen op de ondersteunende rol van IGA als overkoepelende organisatie van de aangesloten geloofsgemeenschappen (de Geloofsgemeenschappen).
Lange Voorhout 3 Postbus 30457 2500 GL Den Haag t 070 - 376 06 06 f 070 - 365 18 56 www.barentskrans.nl BarentsKrans is de handelsnaam van BarentsKrans Coöperatief U.A., advocaten en notarissen, statutair gevestigd te Den Haag (KvK Haaglanden nr. 27288882). Op al onze werkzaamheden zijn de algemene voorwaarden van toepassing, waarin een beperking van onze aansprakelijkheid is opgenomen.
IGA veronderstelt dat het College deze vraag stelt om te beoordelen of IGA kwalificeert als kerkgenootschap. Dit volgt echter uit de rechtspersoonlijkheid van IGA en hetgeen hierover is vermeld in de statuten. Hoewel het feit dat IGA een kerkgenootschap is geen punt van discussie kan zijn, wordt hieronder een nadere toelichting gegeven op de organisatie en op de activiteiten die IGA ontplooit en in de toekomst zal (willen) ontplooien. Centralisatie Islamitische gemeenschappen IGA is de eerste organisatie in Amsterdam die alle Geloofsgemeenschappen bij elkaar brengt. Diverse Geloofsgemeenschappen zijn reeds onderdeel van een (andere) overkoepelende organisatie zoals Milli Görüş, Diyanet, de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland, etc. Om deze reden lopen samenwerkingen en projecten met de gemeente Amsterdam en andere partners al jaren via verschillende kanalen. Nu IGA alle Geloofsgemeenschappen bij elkaar brengt, zal IGA in de toekomst (ook) functioneren als een spreekbuis namens de Geloofsgemeenschappen, en tevens als aanspreekpunt. Indien een Geloofsgemeenschap een (hulp)vraag heeft waarbij andere Geloofsgemeenschappen een rol kunnen spelen, kan deze vraag via IGA verlopen. Naar het oordeel van IGA brengt deze centralisering, in het kader van toekomstige samenwerkingen, ook voor het College c.q. de gemeente Amsterdam voordelen mee.
Ter illustratie wijst IGA het College erop dat haar organisatie (in bepaalde opzichten) vergelijkbaar is met de Protestantse Kerk Amsterdam (PKA). Dit betreft een centrale organisatie en rechtspersoon, waarbij leden bij verschillende ‘wijkkerken’ terecht kunnen. Op de website van PKA hebben alle aangesloten kerken een eigen webpagina met informatievoorziening. IGA heeft in dit verband een vergelijkbare rol als PKA, en streeft ernaar een vergelijkbaar overzicht te creëren. IGA is hier op dit moment druk mee bezig. Voor een eerste indruk verwijst IGA in dit verband het College alvast naar haar website, https://igaweb.nl/. Vieren van erediensten en gebeden Zoals IGA reeds in haar brief van 9 december 2022 heeft toegelicht, draagt IGA (onder meer) bij aan haar statutaire doelstelling door het organiseren van erediensten in samenwerking met de Geloofsgemeenschappen. Het vieren van erediensten en gebeden staat voor IGA centraal. IGA wenst een verbindende factor zijn tussen de diverse moslims van Amsterdam. In Amsterdam zijn moslims doorgaans aangesloten bij moskeeën die bestuurd worden door personen met hetzelfde land van herkomst en/of culturele achtergrond als zij zelf. IGA wenst in dit verband een verbindende en etnisch overstijgende rol te spelen door de gehele moslimgemeenschap met elkaar te verbinden.
Dit doet IGA door in verschillende moskeeën wekelijks tijdens het vrijdagsgebed een eredienst te organiseren. Dit zorgt voor meer verbinding en kennismaking tussen moslims. De erediensten worden iedere eerste vrijdag van de maand gehouden bij (één van) de Geloofsgemeenschappen. De indeling is te vinden op de website van IGA. Zo wordt momenteel de eredienst op de eerste vrijdag van de maand gehouden in de Taqwa moskee (Stichting Nederlandse Moslim Associatie (NMA)), de tweede vrijdag van de maand in de Blauwe moskee en de derde vrijdag van de maand in Moskee Badr (respectievelijk nummer 1, nummer 8 en nummer 14 van de Geloofsgemeenschappen in artikel 4 van de oprichtingsakte).
Pagina 2 van 4
Bij de door IGA georganiseerde erediensten is bijna altijd een bestuurder van IGA aanwezig. De bestuurders van IGA zijn daarnaast ook bestuursleden van de voornoemde Geloofsgemeenschappen. Leden van IGA kunnen derhalve ook met vragen terecht bij een van deze bestuursleden. Daarnaast kunnen leden van IGA de bestuursleden van IGA aanspreken indien zij ondersteuning in geestelijke en/of materiële zin nodig hebben. De ondersteuning kan IGA, indien gewenst, vanuit haar centrale rol faciliteren. IGA onderwijs Daarnaast is IGA voornemens om in de toekomst voorlichtende activiteiten te organiseren. Hierbij kan gedacht worden aan lezingen, conferenties en workshops waarbij kennis over de islam gedeeld wordt. Deze activiteiten zullen (ook) in samenwerking met de Geloofsgemeenschappen georganiseerd worden en altijd toegankelijk zijn voor de leden van IGA. IGA zal haar leden op de hoogte houden van haar activiteiten via haar website. IGA maatschappelijk Voorts signaleert IGA dat in Amsterdam veel armoede bestaat. IGA wenst in dit verband graag een maatschappelijk rol te vervullen. De Geloofsgemeenschappen vervullen reeds een maatschappelijke rol door (onder meer) het uitdelen van voedselpakketten, kleding, en het organiseren van diners. IGA wenst hierbij een verbindende en organisatorische factor te spelen.
Zo zal IGA de Geloofsgemeenschappen op de hoogte brengen van elkaars activiteiten en samenwerkingen, en zal zij deze samenwerkingen faciliteren. Op deze manier kunnen de Geloofsgemeenschappen hun (financiële) middelen en capaciteiten op een centrale manier voegen en alloceren. Deze activiteiten en samenwerkingen zullen plaatsvinden ‘onder’ de naam van IGA. Volledigheidshalve merkt IGA op dat zij zich op maatschappelijk vlak naast voor armoede, ook in bredere zin wenst in te zetten. IGA is op dit moment druk bezig met het bepalen van de maatschappelijke behoeften die spelen, en het vormgeven van haar inzet. IGA begraven Ten slotte heeft IGA de (grote) wens van de Amsterdamse moslims gesignaleerd om begraven te worden in de stad waar zij geboren en getogen zijn. IGA zou hier graag in faciliteren en deze wens mogelijk en toegankelijk maken. Om deze reden is IGA reeds jaren (!) bezig met het verwezenlijken van een islamitische begraafplaats. II.
Bepalen aantal leden
Met haar tweede informatieverzoek wenst het College (in essentie) duidelijkheid te vernemen ten aanzien van de omvang van het aantal leden c.q. aangeslotenen van IGA. In dit verband heeft het College aangegeven aanvullende vragen te hebben over de toepassing van de artikelen 4 en 5 van de oprichtingsakte van IGA. Vooropgesteld dient te worden dat de vraag over het ledenaantal van IGA losstaat van de vraag of IGA recht heeft op een kerkelijke begraafplaats en daarmee niet relevant is voor een beslissing op de aanvraag van IGA. IGA begrijpt echter wel dat het College wenst te vernemen hoeveel leden zij heeft, teneinde de omvang te bepalen van de gronden die voor de begraafplaats van IGA worden aangewezen. Dit is echter een tweede stap die volgt na een positief besluit van het College.
Pagina 3 van 4
In haar brief van 9 december 2022 heeft IGA reeds antwoord gegeven op dit informatieverzoek van het College. IGA heeft aangegeven een ledenbestand van 70.000 personen te hebben. Hoe IGA haar ledenregistratie bijhoudt, en (in dat verband) de interpretatie van haar oprichtingsakte, betreft een vormvrije, interne aangelegenheid, die niet aan de beoordeling van het College toekomt. Het is dus niet aan het College om het statuut van een kerkgenootschap te interpreteren, hetgeen in strijd zou zijn met de scheiding van kerk en staat.1 Los hiervan merkt IGA op dat het haar in algemene zin niet vrijstaat het College (volledige) inzicht te geven in haar ledenregistratie, aangezien het College niet zonder meer vrij is de geloofsovertuiging van burgers te registeren of hiervan kennis te nemen om (evidente) privacygevoelige redenen. Uit de oprichtingsakte van IGA vloeit voort dat is gekozen voor de terminologie van een geloofsgemeenschap verbonden aan de moskeeën, en dus niet aangehaakt is bij de rechtsvorm van de desbetreffende moskeeën (veelal stichtingen), die immers geen ‘leden’ kunnen hebben. Aldus dient een Geloofsgemeenschap volgens artikel 5 lid 1 van de oprichtingsakte, de administratie van de leden van haar geloofsgemeenschap te voeren.
Voor het comfort van het College bevestigt IGA (ondanks het voorgaande) hierbij dat al haar leden zich, conform artikel 4 van haar oprichtingsakte, schriftelijk bij IGA hebben aangemeld en door het bestuur van IGA (de Diwan) zijn aanvaard. Dit betreft 70.000 leden. IGA vertrouwt erop met de bovenstaande toelichting aan alle informatieverzoeken van het College te hebben voldaan. Indien het College desondanks aanvullende vragen heeft, verwacht IGA dat het College haar hieromtrent zo snel mogelijk zal berichten. Nadat een beslissing op de Aanvraag is genomen, is IGA graag bereid met het College in overleg te treden over de omvang van de benodigde grondpositie en de beschikbaarheid van mogelijke grondposities in Amsterdam. Gelet op het feit dat de beslistermijn voor de Aanvraag (in lijn met artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht) reeds ruim verstreken is, verzoekt IGA het College dringend om binnen twee weken na dagtekening van deze brief te beslissen op de Aanvraag. Indien het College op dat moment nog niet heeft beslist, zal IGA genoodzaakt zijn om het College in gebreke te stellen. Indien het College na de ingebrekestelling nog steeds niet op de Aanvraag heeft beslist, zal IGA overwegen om beroep in te stellen wegens het niet-tijdig nemen van een beslissing. IGA ziet het besluit van het College op de Aanvraag graag tegemoet. Hoogachtend, BarentsKrans Coöperatief U.A.
xxxxxxxxxxxx
1
Zie in dit verband: https://vng.nl/sites/default/files/2020-02/tweeluikreligieenpubliekdomein2019.pdf.
Pagina 4 van 4
Bijlage 6
Van: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Verzonden: vrijdag 24 februari 2023 17:45 Aan: xxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxxxxxxx CC: xxxxxxxxxxxxx BarentsKrans xxxxxxxxxxxx; xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, xxxxxxxxxxxxxxx Onderwerp: RE: Brief n.a.v. informatieverzoek van college van B&W d.d. 22 december 2022 | Kenmerk: ID22-30699-uit-22-5190 [BK-01.FID987003] Geachte xxxxxxxxxxxxxxxxxxx, Hartelijk dank voor de bijgesloten brief. Wij hebben deze in goede orde ontvangen. Graag zouden wij in gesprek willen met de bestuursleden van IGA. Hiervoor zullen wij op korte termijn een uitnodiging sturen.
Hartelijke groet, xxxxxxxxxxxxxxx Van: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Verzonden: vrijdag 10 februari 2023 19:33 Aan: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx CC: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Onderwerp: Brief n.a.v. informatieverzoek van college van B&W d.d. 22 december 2022 | Kenmerk: ID22-30699-uit-22-5190 [BK-01.FID987003] Geachte xxxxxxxxxxxxxx, Mede namens mijn kantoorgenoot xxxxxxxxxxxxx, bericht ik u als volgt. Bijgevoegd zend ik u een brief namens cliënte het kerkgenootschap Islamitisch Genootschap Amsterdam, in reactie op de brief van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam d.d. 22 december 2022 met kenmerk ID22-30699-uit-22-5190. Kortheidshalve verwijs ik u naar de inhoud hiervan. Graag verzoek ik u de ontvangst van deze e-mail te bevestigen. Een fysiek exemplaar van de brief zal tevens per aangetekende post worden verzonden. Met vriendelijke groet,
xxxxxxxxxxxxxxxxxx Advocaat Lange Voorhout 3 ■ Postbus 30457 ■ 2500 GL Den Haag +31 70 - 376 06 88 ■ +316 15 62 55 97 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx■ www.barentskrans.nl
The information in this email may be confidential or privileged. Unauthorised use or further distribution is prohibited. If you are not a person for whom this email was intended, please notify us and delete it. BarentsKrans Coöperatief U.A. has its registered office in The Hague (Companies’ Register 27288882). Our general terms and conditions are applicable to all work performed. They contain a limitation of our professional liability and may be consulted at www.barentskrans.nl.
De gemeente Amsterdam streeft naar optimale dienstverlening en zorgvuldige afhandeling van e-mailverkeer. Als deze email niet voor u is bestemd, laat dit dan weten aan de afzender en verwijder de e-mail. Voor meer informatie: www.amsterdam.nl/proclaimer.
Bijlage 7
Van: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Verzonden: maandag 27 februari 2023 20:31 Aan: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx CC: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx; xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx; xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Onderwerp: RE: Brief n.a.v. informatieverzoek van college van B&W d.d. 22 december 2022 | Kenmerk: ID22-30699-uit-22-5190 [BK-01.FID987003] Geachte xxxxxxxxxxxxxxxxx, Dank voor uw e-mail. Cliënte IGA staat in beginsel open voor een gesprek, mits de insteek is om binnen korte termijn tot concrete besluitvorming te komen. Volledigheidshave merk ik op dat een eventueel gesprek de beslistermijn van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op de aanvraag van IGA niet opschort. Gelet hierop ontvangt IGA graag binnen zeer korte termijn een uitnodiging voor het gesprek. Ik verzoek u graag om mij en mijn kantoorgenoot xxxxxxxxxxxx een kopie toe te zenden van de desbetreffende uitnodiging. We zien uw antwoord met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet,
xxxxxxxxxxxxxxxxx Advocaat Lange Voorhout 3 ■ Postbus 30457 ■ 2500 GL Den Haag +31 70 - 376 06 88 ■ +316 15 62 55 97 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx■ www.barentskrans.nl
Van: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Verzonden: vrijdag 24 februari 2023 17:45 Aan: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx CC: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx; Kxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx; xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Onderwerp: RE: Brief n.a.v. informatieverzoek van college van B&W d.d. 22 december 2022 | Kenmerk: ID22-30699-uit-22-5190 [BK-01.FID987003] Geachte xxxxxxxxxxxxxx, Hartelijk dank voor de bijgesloten brief. Wij hebben deze in goede orde ontvangen. Graag zouden wij in gesprek willen met de bestuursleden van IGA. Hiervoor zullen wij op korte termijn een uitnodiging sturen.
Hartelijke groet, xxxxxxxxxxxxxx Van: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Verzonden: vrijdag 10 februari 2023 19:33 Aan: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx CC: xxxxxxxxxxxxxxxxxx
Onderwerp: Brief n.a.v. informatieverzoek van college van B&W d.d. 22 december 2022 | Kenmerk: ID22-30699-uit-22-5190 [BK-01.FID987003] Geachte xxxxxxxxxxxxxx, Mede namens mijn kantoorgenoot xxxxxxxxxxx, bericht ik u als volgt. Bijgevoegd zend ik u een brief namens cliënte het kerkgenootschap Islamitisch Genootschap Amsterdam, in reactie op de brief van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam d.d. 22 december 2022 met kenmerk ID22-30699-uit-22-5190. Kortheidshalve verwijs ik u naar de inhoud hiervan. Graag verzoek ik u de ontvangst van deze e-mail te bevestigen. Een fysiek exemplaar van de brief zal tevens per aangetekende post worden verzonden. Met vriendelijke groet,
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Advocaat Lange Voorhout 3 ■ Postbus 30457 ■ 2500 GL Den Haag +31 70 - 376 06 88 ■ +316 15 62 55 97 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx■ www.barentskrans.nl
The information in this email may be confidential or privileged. Unauthorised use or further distribution is prohibited. If you are not a person for whom this email was intended, please notify us and delete it. BarentsKrans Coöperatief U.A. has its registered office in The Hague (Companies’ Register 27288882). Our general terms and conditions are applicable to all work performed. They contain a limitation of our professional liability and may be consulted at www.barentskrans.nl.
De gemeente Amsterdam streeft naar optimale dienstverlening en zorgvuldige afhandeling van e-mailverkeer. Als deze email niet voor u is bestemd, laat dit dan weten aan de afzender en verwijder de e-mail. Voor meer informatie: www.amsterdam.nl/proclaimer.
Bijlage 8
AANTEKENEN Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam t.a.v. xxxxxxxxxxxxx Postbus 202 1000 AE AMSTERDAM
Tevens per e-mail: xxxxxxxxxxx t f e
xxxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxx
behandelaar onze ref. uw ref.
xxxxxxxxxxx en xxxxxxxxxxx - advocaten 135545/20690026/JOJA 14 maart 2023 ID22-30699-uit-22-5190
Betreft: Ingebrekestelling uitblijven besluit op aanvraag op grond van artikel 38 jo. 40, derde lid van de Wet op de lijkbezorging Geacht college, Namens cliënte het kerkgenootschap Islamitisch Genootschap Amsterdam (IGA), bericht ik u als volgt. Bij brief van 13 juli 2022 heeft IGA een aanvraag ingediend op grond van artikel 38 jo. 40, derde lid van de Wet op de lijkbezorging (de Wlb), ten behoeve van de realisatie van een islamitische begraafplaats voor eeuwigdurende grafrust (de Aanvraag). Bij brief van 25 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (het College) in het kader van de Aanvraag verzocht om aanvullende informatie (Bijlage 1). Deze aanvullende informatie heeft IGA bij brief van 9 december 2022 aan het College verschaft (Bijlage 2). Bij brief van 22 december 2022 heeft het College (nogmaals) om aanvullende informatie verzocht (Bijlage 3). Ondanks dat IGA van mening is dat de desbetreffende verzochte informatie niet noodzakelijk is om op grond van artikel 38 jo. artikel 40, derde lid Wlb tot een besluit te komen op de Aanvraag, heeft IGA bij brief van 10 februari 2023 gereageerd op het tweede informatieverzoek (Bijlage 4). Zoals het College waarschijnlijk bekend is, schrijft de Wlb zelf geen beslistermijn voor aanvragen op grond van artikel 38 jo. 40, derde lid Wlb voor.
In dergelijke gevallen dient op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) binnen een redelijke termijn te worden beslist. Onder ‘redelijke termijn’ wordt, op grond van artikel 4:13, tweede lid van de Awb, in ieder geval een termijn van acht (8) weken verstaan. Gerekend vanaf 13 juli 2022 had het College uiterlijk 7 september 2022 moeten beslissen. Dit betekent dat vanaf de datum van de Aanvraag inmiddels 35 weken (!) zijn verstreken en gerekend vanaf 7 september 2022, met inachtneming van de opschortende termijnen naar aanleiding van de informatieverzoeken van het College (conform artikel 4:15, eerste lid Awb), inmiddels ruim 14 weken (!) zijn verstreken vanaf de datum dat het College had moeten beslissen. IGA heeft echter tot op heden geen inhoudelijke beslissing op de Aanvraag mogen ontvangen. Om die reden stelt IGA het College hierbij in gebreke en verzoekt IGA het College uitdrukkelijk om alsnog binnen twee weken na dagtekening van deze brief een beslissing op de Aanvraag te nemen.
Lange Voorhout 3 Postbus 30457 2500 GL Den Haag t 070 - 376 06 06 f 070 - 365 18 56 www.barentskrans.nl BarentsKrans is de handelsnaam van BarentsKrans Coöperatief U.A., advocaten en notarissen, statutair gevestigd te Den Haag (KvK Haaglanden nr. 27288882). Op al onze werkzaamheden zijn de algemene voorwaarden van toepassing, waarin een beperking van onze aansprakelijkheid is opgenomen.
Indien het College binnen twee weken na verzending van deze ingebrekestelling onverhoopt niet is overgegaan tot besluitvorming, zal ik IGA adviseren om beroep bij de bestuursrechter in te stellen vanwege het uitblijven van een tijdige beslissing op de Aanvraag. Ik zie uw reactie graag op korte termijn tegemoet. Hoogachtend, BarentsKrans Coöperatief U.A.
xxxxxxxxxxxx
Pagina 2 van 2
Bijlage 9
Van: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Verzonden: woensdag 15 maart 2023 16:24 Aan: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx CC: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxx; xxxxxxxxxxxxxxxxxx; xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Onderwerp: RE: Brief n.a.v. informatieverzoek van college van B&W d.d. 22 december 2022 | Kenmerk: ID22-30699-uit-22-5190 [BK-01.FID987003] Geachte xxxxxxxxxxxxxxxxxxxx, Mede namens mijn kantoorgenoot xxxxxxxxxxxxxxxx, bericht ik u in aansluiting op mijn e-mail van 27 februari 2023 (onderstaand), als volgt. Wij hebben nog steeds niet vernomen dat cliënte, het kerkgenootschap Islamitisch Genootschap Amsterdam (IGA), een uitnodiging voor een gesprek heeft ontvangen van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (het College). Hoewel IGA open staat voor een constructief gesprek met het College, hecht zij ook veel belang aan een voortvarende besluitvorming. IGA heeft helaas moeten constateren dat van een voortvarend besluitvormingsproces, nog (steeds) geen sprake is. Gelet hierop, heeft IGA bij brief van 14 maart 2023 het college in gebreke gesteld. Bijgevoegd doe ik u een afschrift van de desbetreffende ingebrekestelling toekomen. Desalniettemin wenst IGA (alsnog) in gesprek te gaan met het College. In dit verband ontvangen wij dan ook graag zo spoedig mogelijk een uitnodiging. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.