Raad tweede vbk 20251210 staf.pdf
Tekst van het document
Nummer < automatisch > Directie
< automatisch >
Voordracht voor de Raadsvergadering van 10 of 11 december 2025
Portefeuille Agendapunt Datum besluit
Verkeer en Vervoer < automatisch > College van B en W, 28 november 2025
Onderwerp
Vaststellen van het tweede voorbereidingskrediet Oostbrug De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1.
In te stemmen met het beschikbaar stellen van een tweede voorbereidingskrediet Oostbrug van € 10,9 miljoen, dat gedekt is uit Investeringsdomein Openbare Ruimte en Mobiliteit en een bijdrage van de Vervoerregio Amsterdam (50-50) voor de periode tot en met het definitiebesluit (fase 3 besluit) medio 2027.
Wettelijke grondslag
Artikel 160, eerste lid, Gemeentewet Het college is bevoegd: a. om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren. b. beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. Artikel 169 Gemeentewet 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Artikel 189 jo. 212 Gemeentewet artikel 6 van de Financiële Verordening De raad stelt de begroting vast en stelt in een Financiële Verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie vast. In artikel 6 van de Financiële Verordening is bepaald in welke gevallen het college aan de raad een investeringskrediet ter vaststelling voorlegt.  Bestuurlijke achtergrond
-
-
-
Op 23 juni 2020 heeft het college van B&W kennisgenomen van het eindrapport van de commissie D’Hooghe “Genereus verbonden, een concept Inrichtingsplan voor het IJ in Amsterdam als robuust en toekomstvast waterkruispunt”. Op 17 februari 2022 heeft de gemeenteraad de Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ vastgesteld waarin de locaties en uitgangspunten voor drie vaste oeververbindingen zijn vastgelegd. Tevens heeft de gemeenteraad een voorbereidingskrediet voor de Oostbrug (PBI fase 3) beschikbaar gesteld. Op 8 november 2023 heeft de gemeenteraad, als onderdeel van de beslispunten voor de begroting 2024, besloten een reserve Sprong over het IJ (brug) te creëren en daar € 100 miljoen aan “toe te voegen” uit de reserve Erfpacht (progr. 2.1 nr 70091, beslispunt 55).
-
-
Op 9 januari 2024 is de Voortgangsrapportage Sprong over het IJ vastgesteld samen met de en afdoening van motie 261accent ‘Sprong over het IJ - nu snelheid maken’ met daarin een toezegging inzake de planning Sprong over het IJ. Op 14 november 2024 heeft de gemeenteraad de begroting 2025 vastgesteld. Daarin is besloten om aanvullend € 120 miljoen te reserveren voor de Oostbrug en toeleidende routes Oost (opgenomen in het investeringsportfolio (v.a. 2028 – stelpost kapitaallasten).
-
Onderbouwing besluit
1.
In te stemmen met het beschikbaar stellen van een tweede voorbereidingskrediet Oostbrug van € 10,9 miljoen, dat gedekt is uit de reserve vermogensopbouw (oorspronkelijk de bestemmingsreserve Sprong/Oostbrug van € 100 miljoen) en een bijdrage van de Vervoerregio Amsterdam (50-50) voor de periode tot en met het definitiebesluit (fase 3 besluit) medio 2027
Bij het vaststellen van de Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ in 2022 heeft de gemeenteraad een voorbereidingskrediet van € 6,5 miljoen vastgesteld voor project Oostbrug voor de definitiefase (PBI fase 3), uitmondend in het Definitiebesluit Oostbrug. In het Definitiebesluit wordt de voorkeursvariant voor de Oostbrug door de gemeenteraad vastgesteld, samen met de kostenraming en –dekking. De verwachting was dat er daarna voor de fase tot aan het uitvoeringsbesluit (PBI fase 4) een tweede voorbereidingskrediet nodig zou zijn van € 13,5 miljoen. Totaal is er binnen de gereserveerde middelen van de gemeente en van de Vervoerregio Amsterdam € 20 miljoen gereserveerd voor deze twee fases in de voorbereiding. De inschatting van de kosten voor fase 3 is in 2021 gemaakt door het programmateam Sprong over het IJ op basis van een aantal, op dat moment nog onzekere, aannames rond het vervolgproces. Eind 2023 is een projectteam Oostbrug gevormd dat is gestart met de voorbereiding van de Oostbrug. In de afgelopen periode zijn vele vorderingen gemaakt. Zo zijn er afspraken gemaakt met de Vervoerregio Amsterdam over hun bijdrage in de dekking van de kosten voor de realisatie van de brug, zijn er klanteisen opgehaald voor het ontwerp van de brug en is een participatieplan gemaakt en uitgevoerd met bewoners en andere omgevingspartijen.
Verder zijn voorbereidende onderzoeken uitgevoerd op verschillende gebieden als bodem, geotechniek, milieu en duurzaamheid, constructie en ondergrondse infrastructuur. Ook vonden ontwerpverkenningen en inpassingsstudies plaats en is gewerkt aan de voorbereiding van de juridisch-planologische procedure voor de Oostbrug in verband met de benodigde Omgevingsplanwijziging. Inmiddels is duidelijk dat de voorbereidingen voor het maken van het Definitiebesluit Oostbrug meer tijd en inzet vergen. De volgende ontwikkelingen zijn hierbij van invloed geweest: 1. Er is meer tijd nodig voor het bepalen van de scope Oostbrug Het samen met de nautische partners vaststellen van de precieze scope van de Oostbrug en de daarbij horende nautische uitgangspunten en nautisch programma is een veel intensiever en langduriger proces gebleken dan verwacht. Er zijn meer varianten onderzocht, uitgewerkt en ontworpen dan vooraf verwacht. Dit proces loopt nog steeds en zal minstens een jaar langer duren dan vooraf gepland, met de daarbij horende hogere capaciteitsinzet. 2. Uitgebreider Juridisch planologisch proces voor de Omgevingsplanwijziging
Het projectteam heeft (mede o.b.v. extern ingewonnen advies van specialisten) geconcludeerd dat het voorbereiden van een Omgevingsplanwijziging een uitgebreidere procedure vraagt dan in 2021 werd verwacht. Met name de complexe opgave van de Oostbrug in combinatie met de veranderingen in het nautisch programma en de strenge stikstofregels vragen om extra inspanningen. In plaats van een relatief overzichtelijk proces waarin een zogenaamd Milieu-Effect-Rapportage achterwege kon blijven is gebleken dat voor het bouwen van de Oostbrug een dergelijke rapportage gewenst is. Dat betekent meer advies, onderzoek, meer capaciteitsinzet en een langduriger participatieproces. Met deze uitgebreidere procedure wordt tevens geborgd dat de resultaten van het onderzoek naar het effect van de brug op de omgeving meegenomen worden in het Definitiebesluit Oostbrug. 3. Producten Javabrug en inkoopstrategie Bij het opstellen van de kostenraming voor de Definitiefase werd verondersteld dat veel van de onderzoeken, ontwerpen en producten die eerder gemaakt waren voor de Javabrug (de oorspronkelijke variant van de Oostbrug die vanaf de kop van het Javaeiland naar Noord zou worden aangelegd en die werd voorbereid in 2017-2018) hergebruikt zouden kunnen worden voor de Oostbrug. De specifieke omstandigheden (o.a.
locatie, aanlandingen, lengte, ligging in de oergeul) blijken toch zoveel af te wijken van de Javabrug dat veel van de uitwerking opnieuw moest worden gedaan. Ook de inkoopstrategie wordt door de veranderende marktomstandigheden volledig herijkt. 4. Uitgebreidere participatie en inspraak Mede op basis van de nieuwe participatieverordening is gekozen voor een formele inspraakprocedure op het Definitiebesluit Oostbrug, als onderdeel van het participatieproces. Zo kan er inspraak worden gegeven op de specifieke plannen voor de Oostbrug, die in het Definitiebesluit Oostbrug veel gedetailleerder zijn uitgewerkt dan bij de Actualisatie Nota van Uitgangspunten uit 2022 het geval was. Ook dit is een wijziging ten opzichte van de oorspronkelijke uitgangspunten voor de (capaciteits-) raming die in 2021 is opgesteld. 5. Technische complexiteit: Tot slot is de technische complexiteit van de Oostbrug op de vastgestelde locatie veel groter dan in 2022 werd verwacht. Dat wordt o.a. veroorzaakt door de inpassing van de brug met als randvoorwaarde een beperkt hellingspercentage, maar ook een beperkt aantal bochten; de onzekere bodemsituatie in de oergeul, met mogelijke zettingsrisico’s; de omvangrijke opgave rond de aanvaarbescherming; de puzzel rond de te verplaatsen en nieuwe nautische functies; en de unieke situatie met twee beweegbare bruggen aan de Noord- en aan de Zuidzijde.
Hierdoor zijn op allerlei gebied meer varianten en alternatieven onderzocht en uitgewerkt, met daarbij een grotere capaciteitsinzet en een langere duur. Capaciteitsinzet periode tot het Definitiebesluit Parallel aan de ter visielegging van het Definitiebesluit in de loop van 2026 en de voorbereiding van de daaropvolgende vaststelling van het Definitiebesluit door de Gemeenteraad, wordt ook al gewerkt aan de vervolgproducten die nodig zijn voor het volgende bestuurlijke besluit over de Oostbrug: het Uitvoeringsbesluit. Ter voorbereiding
van het Uitvoeringsbesluit Oostbrug wordt er de komende tijd onder meer gewerkt aan het maken van een (referentie)ontwerp en een ruimtelijk kwaliteitsplan. Ook wordt de aanbesteding voorbereid en wordt participatie georganiseerd over onder andere de uitgangspunten voor het ontwerp. Daarnaast wordt verder gewerkt aan de Omgevingsplanwijziging. De onderhavige capaciteitsraming tot en met het Definitiebesluit is gebaseerd op een projectteam met hierin de disciplines technisch management, omgevingsmanagement, projectbeheersing, contractmanagement en projectmanagement. Achter elke discipline zit een team van deskundigen. Daarnaast is een inschatting gemaakt van de benodigde externe adviezen en onderzoeken. Het eerste door de raad toegekende voorbereidingskrediet voor de Oostbrug was € 6,5 miljoen. De raming van het tweede voorbereidingskrediet dat in deze voordracht wordt aangevraagd voor de fase tot en met het Definitiebesluit komt uit op € 10,9 miljoen (in totaal € 17,4 miljoen (zie tabel 1.). Bij het Definitiebesluit zal een aanvraag gedaan worden voor het derde voorbereidingskrediet voor de Oostbrug voor de fase tot en met het Uitvoeringsbesluit.
Participatie
Voor de Oostbrug is een groot aantal gesprekstafels met bewoners en ondernemers georganiseerd. Belangrijke thema’s zijn onder meer de aanlandingen, de inrichting van het Oostelijk Binnen IJ en de ruimtelijke kwaliteit van de Oostbrug. Van de opbrengst van alle bijeenkomsten wordt een participatieverslag gemaakt dat onderdeel is van de besluitvorming over het definitiebesluit Oostbrug. Financiële onderbouwing
Financiële onderbouwing: Ja Discipline Eerste krediet Projectmanagement 740.000
Tweede krediet 1.200.000
Totaal fase 3 1.940.000
545.000
1.600.000
2.145.000
Technisch management
2.450.000
1.300.000
3.750.000
Omgevingsmanagement
750.000
1.750.000
2.500.000
Contractmanagement
575.000
800.000
1.375.000
Materieel budget
850.000
4.250.000
5.100.000
Risicoreserve
590.000
Projectbeheersing
Totaal
6.500.000
-
590.000 10.900.000
17.400.000
In deze kosteninschatting is uitgegaan van de verwachting dat het definitiebesluit in het tweede kwartaal van 2027 aan de raad kan worden voorgelegd. In het materieel budget zitten met name de kosten voor alle externe onderzoeken en de ontwerpkosten van het raadgevende externe ingenieursbureau. Dekkingsvoorstel:
Het krediet wordt voor wat betreft het Amsterdamse deel gedekt uit de eerste € 100 miljoen die beschikbaar is gesteld, en wel in de reserve Sprong over het IJ (brug). Als gevolg van het gewijzigde Amsterdamse beleid met betrekking tot Reserves & Voorzieningen bij de Begroting 2025, is de ruimte in de reserve Sprong over het IJ overgegaan naar de reserve Vermogensopbouw. De corresponderende investeringsruimte van bijna € 100 miljoen (een klein deel is al besteed) is toegevoegd aan het Investeringsplafond ORM. Het voorbereidingskrediet is daarmee gedekt in Investeringsdomein ORM.
Investeringsvoorstel Tabel: Basisgegevens investering Investeringssom
€ 10.900.000, waarvan 50% (€ 5.450.00.000) voor de gemeente Amsterdam
Rentepercentage
2,5 %
Afschrijvingstermijn (jaar)
65
Kapitaallasten
€ 220.096
Aanvang kapitaallasten
Op z’n vroegst 2035
MIP nummer
70.23.001
Consequenties gedekt?
Ja
Overige toelichting: In deze financiële tabel is het tweede voorbereidingskrediet voor de Oostbrug weergegeven. Vaste bruggen worden op grond van de financiële verordening van Amsterdam afgeschreven in 75 jaar, beweegbare bruggen in 25 jaar, hier is gekozen voor een gemiddelde wat neerkomt op 65 jaar (de verwachte technische levensduur is langer). In de kapitaallasten wordt rekening gehouden met een rentevoet van 2,5 %. De kapitaallasten worden op zijn vroegst vanaf 2035 genomen, het eerste jaar na oplevering van de brug (op z’n vroegst). Voor de Oostbrug is in het eerste jaar de afschrijving € 83.846 en de rentecomponent € 136.250, samen € 220.096 gedekt uit de stelpost kapitaallasten horend bij Investeringsdomein ORM. Conclusie: De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
N.v.t. Welke stukken treft u aan? Registratienr.
Naam
N.v.t.
< Bestandsnaam >
< automatisch >
< Bestandsnaam >
< Bijlagen moeten aan het volgende voldoen: - Lever bijlagen zoveel mogelijk in PDF aan. - Bekendmakingsbesluit van de gemeenteraad moeten in Word aangeleverd worden. - In de bijlage zelf moet een duidelijke markering opgenomen worden waardoor de gebruiker meteen ziet dat het document geheim is. Bijvoorbeeld een GEHEIM stempel of een watermerk met GEHEIM. > Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Verkeer en Openbare ruimte, Robert de Jong, ambtelijk opdrachtgever Oostbrug, 062873 9705, r.dejong@amsterdam.nl en projectdirecteur Oostbrug Lars Wouters, larswouters@amsterdam.nl,tel: 06- 28779390
Classificatiegegevens 1 2 3 4 5 6 7
Classificatie Wie legt geheimhouding op? Gaat het stuk geheim door naar de commissie en/of raad? Einddatum Uiterlijke einddatum Grondslag Motivatie
Openbaar N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.