Public Affairs agenda EU Duurzame stad van Morgen.docx
Tekst van het document
Bijlage: Public affairs agenda EU Onze stad van morgen
1. Internationale inzet gemeente Amsterdam De EU is een belangrijke speler als het gaat om klimaatbeleid. De Europese Commissie heeft de afgelopen jaren veel voorstellen op het gebied van duurzaamheid opgesteld en bestendigd als onderdeel van de Green Deal. De wets- en beleidsontwikkelingen onder de Green Deal zijn van cruciaal belang voor het stellen van hoge klimaatambities op Europees, nationaal en lokaal niveau. Over het algemeen is Amsterdam tevreden met de stappen en de koers van de EU de afgelopen jaren. De belangrijkste dossiers blijven we volgen om de belangen van Amsterdam en steden in het algemeen te steunen. Juist met de uitkomst van de Europese verkiezingen van begin juni blijven we in samenwerking met onze partners kijken hoe we de belangen van Amsterdam en steden kunnen behartigen. We zullen daarbij proactief de Europese Commissie benaderen op thema's genoemd in de EU prioriteiten agenda die is opgesteld als uitwerking van de Visie Internationaal ‘Belofte van Vrijheid’. In juni 2023 heeft de gemeenteraad unaniem ingestemd de visie op internationaal beleid “Belofte van Vrijheid) inclusief uitvoeringsagenda. Met deze visie presenteert het college het internationale beleid van de gemeente Amsterdam voor de komende jaren, onder de titel ‘de belofte van vrijheid’. Klimaatbeleid is één van de prioriteiten.
Vervolgens heeft het college heeft in maart 2024 ingestemd met een EU-prioriteitenagenda 2024-2029, bestaande uit een beperkt aantal dossiers waarop Amsterdam bestuurlijk actief is in “Brussel”. In deze EU-prioriteitenagenda is voorgesteld om thema’s uit de uitvoeringsagenda te concretiseren: Een duurzame en circulaire economie en ’duurzame internationale bereikbaarheid’ maken hier onderdeel van uit. Deze propositie houdt in dat het college consistent en meerjarig actief is in Brussel, doelgericht investeert in relaties met relevante beslissers en in allianties samen werkt. Het college heeft de ambitie om meer EU-fondsen binnen te halen voor Amsterdamse projecten. Voor de begroting van 2024 heeft het college een nieuwe interne organisatorische strategie en werkwijze goedgekeurd waarmee wordt ingezet op de verwerving van meer Europese subsidies voor Amsterdam. Deelname aan EU-fondsen draagt ook bij aan de positionering en kennispositie van de gemeente Amsterdam. Deze is ook van belang bij het vinden van partners en bij het voeren van een effectieve lobby. 2. Lobby alleen succesvol in coalities Als stad die veelal als voorloper op het gebied van klimaatbeleid wordt gezien, delen we onze kennis vanuit de praktijkervaring met de EU en trekken we veelvuldig op met andere Europese steden om zo tot beter Europees beleid te komen.
De lobby richting de EU vindt vrijwel altijd plaats in coalities omdat dit de kans op succes vergroot. In Europa is Amsterdam immers maar één van de vele steden. De samenwerking bij lobby vindt plaats via diverse coalities, maar met name in stedelijke netwerken zoals EUROCITIES en C40 (internationale stedenorganisatie voor duurzame ontwikkeling). Voor de EU is EUROCITIES het belangrijkste netwerk voor Amsterdam. Amsterdam is lid van het internationale stedennetwerk EUROCITIES. EUROCITIES behartigt namens Europese steden de belangen bij de Europese instellingen en is hierin de meest invloedrijke lobbyorganisatie voor steden. EUROCITIES houdt vanuit Brussel de onderhandelingen bij over voorstellen van de Europese Commissie en springt in waar nodig op basis van input van steden. Ook faciliteert EUROCITIES kennisuitwisseling. Deze kennis wordt vervolgens gebruikt richting de EUinstellingen om beleid te verbeteren. De afgelopen jaren heeft Amsterdam samengewerkt op onder meer volgende thema's: - Klimaatneutraliteit / CO2 doelstellingen EU - Afval
- Geluid - Internationale treinen - Euronormen voor vervoer - Verduurzaming bebouwde omgeving - Voedsel In de meeste gevallen hebben we input geleverd met praktijkvoorbeelden om de lobbyboodschappen te ondersteunen die vanuit de netwerken richting Europese Commissie en Europarlement zijn gemaakt. 2.2 Circular Cities Declaration Het college heeft ingestemd met een intensievere lobby op het gebied van circulaire economie. Hier is EUROCITIES nog weinig actief op. Daarom werken we in de Circular Cities Declaration samen met andere voorlopersteden zoals Kopenhagen, Wenen en Milaan om te komen tot een lobby richting de EU om de transitie naar een circulaire economie te versnellen. De Circular Cities Declaration is een internationaal samenwerkingsverband op het gebied van circulaire economie. Namens deze zijn de nieuwe Europarlementariërs aangeschreven om steun te vragen voor ambitieuzer beleid op CE. Daarnaast zijn we in overleg met EUROCITIES om de inzet op circulair beleid te versterken. 2.3. EU-missie 100 klimaatneutrale steden Amsterdam is onderdeel van de EU-missie 100 klimaatneutrale en slimme steden. Het doel van de EUmissie is om tegen 2030 tenminste 100 Europese klimaatneutrale en slimme steden op te leveren en ervoor te zorgen dat deze steden ook fungeren als experimenteer- en innovatiehubs.
Dit zou alle Europese steden in staat moeten stellen om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. Door deelname aan deze missie hopen we een verbetering te zien in de samenhang tussen Europees, nationaal en lokaal beleid. Europese en nationale doelstellingen worden uiteindelijk lokaal uitgevoerd. Het stedelijk klimaatcontract en de EU-missie bieden mogelijkheden om met het Rijk en de Commissie in gesprek te gaan over hindernissen die steden ervaren in het werken naar klimaatneutraliteit en deze op te lossen. 3. Klimaatbeleid nieuwe Commissie en Amsterdamse inzet Recent hebben de verkiezingen plaatsgevonden voor het Europees parlement. Het komende half jaar wordt de nieuwe Europese Commissie gevormd. Op dit moment is nog onduidelijk wat dit concreet betekent voor het Europees klimaatbeleid. Wel is duidelijk dat de ingezette koers van de vorige Commissie met de Green Deal onder druk zal komen te staan. De coalitie van de vorige periode heeft wel de meerderheid behouden, maar er is flink verlies bij onder meer de Groenen. De ruk naar rechts zal leiden tot meer aandacht voor thema's als defensie en migratie. In de afgelopen periode heeft de Europese Commissie voor 2040 een CO2-reductiedoelstelling van 90% geadviseerd. Deze discussie zal hierover worden voortgezet door de nieuwe Europese Commissie en parlement.
Wanneer deze is beslecht is het aannemelijk dat huidige wet- en regelgeving uit de Europese Green Deal herzien moet worden om te versnellen. Onze verwachting is dat deze ontoereikend is om de beoogde 90% reductie te realiseren. Daarnaast kan een dergelijke doelstelling ook tot nationale doelen leiden, wat doorwerking heeft op lokaal niveau. Amsterdam ziet, samen met andere (Europese) steden een aantal richtingen waarin de aanscherping van het EU-beleid kan helpen bij de versnelling van de duurzame transities die in ‘Onze Stad van Morgen’ zijn beschreven. Vanuit deze hoofdpunten zal Amsterdam – via Europese netwerken – reageren op de beleidsagenda van de nieuwe Europese Commissie.
3.1 Reductiedoelstelling Europese Commissie Amsterdam staat positief tegen een reductiedoelstelling van 90% voor 2040 en zet zich ervoor in dat deze door een nieuwe Commissie gehandhaafd wordt. De 2040-doelstelling moet zorgen voor een groen, klimaatbestendig en rechtvaardig Europa. Daarvoor is het van cruciaal belang dat de EU samenwerkt met lokale overheden, die vaak voorlopen op het gebied van klimaatbeleid en kennis hebben over de implementatie in de praktijk. Steden zijn van groot belang in de transities: stedelijke gebied is verantwoordelijk voor liefst 75% van de Europese CO2 uitstoot. Het proces van verandering gebeurt lokaal. Daarom is het heel belangrijk dat steden, meer nog dan nu, ook goed vertegenwoordigd zijn op Europees niveau. Om de 90% reductiedoelstelling te halen is een versnelling nodig in het verminderen van de CO2uitstoot. Een juridisch bindend EU-doel voor 2040 van een netto-uitstootreductie van ten minste 90%, zou de meeste zekerheid bieden om in 2050 klimaatneutraal te kunnen zijn. Hierbij is het van belang dat bij nieuwe mitigatiemaatregelen wordt gekeken naar sociale- en verdelingsaspecten. Nieuwe instrumenten en maatregelen, een combinatie van beleids-, regelgevende en financiële interventies, zijn nodig om het koolstofvrij maken te versnellen en de burgers te ondersteunen.
Van groot belang hierbij is dat 53% van de EU-uitstoot buíten Europa wordt gegenereerd. De EU zou doelstellingen moeten opstellen om ook deze emissies terug te dringen en stakeholders te ondersteunen in het berekenen van deze emissies. Amsterdam neemt met de circulaire monitor het voortouw in het meten van de emissies die ontstaan ten gevolge van materiaalgebruik, evenals een aantal andere Europese steden. Amsterdam deelt zijn kennis over het meten van de impact van materiaalgebruik met de EU en andere steden. 3.2 Klimaatrechtvaardigheid Het bereiken van de EU-doelstellingen moet op een rechtvaardige manier gebeuren, met name als het gaat om het waarborgen van toegang tot energie, transport en huisvesting, en het aanpakken van ongelijkheden in de toegang tot schone energieoplossingen. De EU-wetgeving en financiering moeten gericht zijn op het versnellen van renovatie, het benutten van lege ruimtes, het vergroten van de toegang tot betaalbare woningen en het bouwen van sociale woningen op een duurzame manier. Het Social Climate Fund moet ondersteuning gaan bieden aan kwetsbare groepen zodat zij niet onevenredig geraakt worden door de klimaattransitie. Dit zou een permanent instrument moeten worden, afgestemd op de EU-doelstelling en gebaseerd op een grondige beoordeling van de sociale impact van de EU-doelstelling.
Het moet investeringen stimuleren in projecten die de uitstoot terugdringen en tegelijkertijd de sociale inclusie op lokaal niveau bevorderen. Dat kan bijvoorbeeld door het geld te alloceren voor eerlijke toegang tot schone energie, verbeteren en isoleren van woningen, toegankelijk en betaalbaar openbaar vervoer en groene infrastructuur. Op dit moment wordt het Social Climate Fund beheert door nationale overheden. Amsterdam is in gesprek met de Rijksoverheid over de besteding van deze middelen. Als stad hebben we zicht op welke groepen kwetsbaar zijn in de energietransitie. Voor een effectieve besteding van het Social Climate Fund zouden steden daarom rechtstreeks aanspraak moet kunnen maken op de middelen uit het Social Climate Fund. Een nieuwe Commissie zou een betere verbinding moeten leggen het functioneren van ecosystemen, klimaatactie en de gezondheid en het welzijn van burgers. Dit betekent onder meer het verder implementeren en handhaven van het principe van ‘de vervuiler betaalt’. Het voedselsysteem zal verder verduurzaamd moeten worden, zodat biodiversiteit en ecosystemen gerespecteerd worden, bijvoorbeeld door het verbeteren van bodemgezondheid en het verminderen van het gebruik van pesticiden. Amsterdam verkent de mogelijkheden van een verbod op fossiele reclame in de openbare ruimte, inclusief reclame voor vleesproducten.
De kennis die we hiermee opdoen zullen we beschikbaar stellen aan de EU.
3.3 Duurzame mobiliteit en circulariteit Op gebied van duurzame mobiliteit en circulariteit werken we op een aantal dossiers samen met de MRA die deze thema's ook als lobbyprioriteiten heeft aangemerkt. Op het gebied van mobiliteit is het van belang dat de Commissie vasthoudt aan het standpunt dat vanaf 2035 alle nieuwe personenauto’s uitstootvrij moeten zijn. Niet alleen voor het verminderen van de CO2uitstoot, maar ook voor het verbeteren van de luchtkwaliteit. Amsterdam zet ook in op verbetering van de mogelijkheden van internationaal treinverkeer. Verder moeten er stappen worden gemaakt op het gebied van circulariteit. Te denken valt aan meer bindende circulaire doelstellingen (bijvoorbeeld op het gebruik van materialen) en ambitieuze ecodesign wetgeving waarin verschillende “R’en” (reduce, reuse, repair, recycle) worden meegenomen. De Europese Commissie is gesprekken met steden gestart om te kijken hoe circulaire doelstellingen gekoppeld kunnen worden aan de 100 Climate Neutral Cities missie, op initiatief van Amsterdam. CircuLaw is onlangs begonnen met het inzichtelijk maken van de mogelijkheden die Europese regelgeving biedt om de circulaire transitie te laten slagen. CircuLaw laat decentrale overheden zien hoe je de circulaire transitie kunt versnellen. Per productketen biedt het juridische instrumenten op basis van de Nederlandse- en Europese wetgeving.
Circulaw is in gesprek met de Europese Commissie hoe deze kennis kan worden ingezet voor het mogelijk maken van de circulaire ambities. Ook de Metropool Regio Amsterdam (MRA) behartigt de belangen, mede namens Amsterdam, in Brussel en werkt hierin veel samen met de provincie Noord-Holland en met andere lokale en regionale overheden, zowel binnen als buiten Nederland. Wat betreft duurzaamheid ligt de focus hier op circulaire economie en duurzame mobiliteit. In de huidige regelingen voor uitgebreide productenverantwoordelijkheid mist het aan prikkels die circulariteit binnen de productketen stimuleren. Vooralsnog zijn het vooral financiële regelingen waarbij de producent betaalt voor de kosten die gemeenten maken voor het verwerken van afval. De MRA en de provincie Noord-Holland zijn begonnen met het opzetten van een coalitie van Europese regio’s en het Ex-taks project om te pleiten voor een verschuiving van belasting op arbeid naar het belasten van primaire grondstoffen en vervuiling. Het Ex-tax project doet al meer dan 14 jaar onderzoek naar de rol van belastingen in de transitie naar de inclusieve circulaire economie. De stichting focust daarbij op de 'taxshift' van arbeid naar groene belastingen. Hoewel belasting een nationale competentie is, is een dergelijke verschuiving alleen effectief op Europese schaal.
Het huidige belastingstelsel faciliteert een lineaire economie doordat het gebruik van primaire grondstoffen relatief goedkoop is. Een belastingverschuiving draagt bij een meer gelijk speelveld voor circulaire ondernemers. Daarnaast is het van groot belang dat de EU haast maakt met het afbouwen van fossiele subsidies. Naast de nationale overheid, kan de EU zo een belangrijke rol spelen in het rechtvaardig en sneller laten verlopen van de transities. De inschatting van het kabinet is dat in Nederland de fossiele belastingvoordelen tussen 39,7 en 46,4 miljard euro bedragen. De fossiele subsidies zijn hiermee nog hoger dat het beschikbare budget uit het klimaatfonds van het Rijk. Het kabinet geeft aan dat een groot deel van deze fossiele subsidies op EU-niveau moet worden afgebouwd. Dit mag geen excuus zijn om het op nationaal niveau de afbouw te vertragen, maar Amsterdam steunt de lobby om ook op Europees niveau te komen tot een concreet afbouwpad voor de verschillende fossiele subsidies.