Presentatie Raad Scenarios schuldontwikkeling 230322.pdf
Tekst van het document
Scenario’s voor schuldontwikkeling T.b.v. kaderstellend besluit over schuld bij Voorjaarsnota 2023
22 maart 2023
|1
Huidige situatie en aanleiding
Amsterdam heeft een investeringsopgave voor het behoud, verbeteren en groei van de stad. Daarvoor investeert het ruim € 4 miljard gedurende de komende begrotingsperiode
Mede daardoor stijgt de schuld en komt deze in 2026 conform Begroting 2023 uit op € 9,1 miljard en de netto schuldquote (netto schuld / begrotingstotaal) op 144% (82% exclusief erfpacht)
De provinciaal toezichthouder heeft signaalwaarde voor de schuld afgegeven: een netto schuldquote lager dan 90 procent geldt daar als ‘voldoende’, hoger dan 130% als ‘onvoldoende’
Om de schuldontwikkeling te beheersen hanteert Amsterdam investeringsplafonds en is geconstateerd dat Amsterdam niet goed uit de voeten kan met de reguliere signaalwaarden. Het college vindt het uitlegbaar dat de totale schuld boven de 130% uitkomt omdat we erfpacht in canon uitgeven
De vraag is welke alternatieve opties er zijn om de schuld te beheersen. Dat is in kaart gebracht ten behoeve van een kaderstellend besluit bij Voorjaarsnota 2023 |2
Samenstelling Amsterdamse schuld is bijzonder
De Amsterdamse schuld bestaat voor een groot deel uit schuld voor erfpachtgronden. Tegenover die erfpacht staan gegarandeerde inkomsten. Dat is bij de meeste gemeenten niet het geval. Als hiervoor wordt gecorrigeerd verbetert de schuldpositie aanzienlijk
Daarom is in kaart gebracht – Wat de gevolgen zijn voor de investeringsplafonds en de begrotingsruimte die nodig is – Wat de opties zijn om de schuld voor de aparte delen (standaard schuld en de erfpacht schuld) te beheersen
Deze gedachtenlijn is gevalideerd met onze financiers
|3
Opties voor beheersing standaard schuld (exclusief erfpacht)
Deze schuld ontstaat door het financieren van onze investeringen waarbij deze ook wordt beïnvloed door sparen en ontsparen via de reserves
Het gaat hier om alle rendabele en onrendabele investeringen exclusief erfpacht
Deze schuld worden afgelost met de afschrijvingen
Voor de standaard schuld kunnen de standaard signaalwaarden gelden: een netto schuldquote kleiner dan 90% is “voldoende” en boven de 130% is “onvoldoende”
Voorwaardelijk is dat de kapitaallasten en bijbehorende beheer en onderhoudskosten van de investeringen gedekt worden in een sluitende begroting
– Onrendabele investeringen kosten 8%1 begrotingsruimte ter dekking van de afschrijvingen, rente, beheer en onderhoudskosten – Rendabele investeringen (o.a. tariefdiensten) leggen geen beslag op begrotingsruimte, waarbij rendabel betekent dat de kosten voor rekening van derden komen dan wel op termijn begrote lasten bespaart2 – De onderlinge samenhang dat woningbouw leidt tot vervolginvesteringen wordt in acht genomen 1, Dit is indicatief en op basis van de huidige rente van 3,25%. Bij een rentestijging zal dit percentage ook hoger worden vise versa. Zie voor |4 de financiële impact per investeringscategorie 2, Bijvoorbeeld indien de lasten van het kopen van een gebouw of apparaat goedkoper zijn dan het huren/leasen
Scenario’s
Op basis hiervan is in beeld gebracht – Wat de hoogte is van het investeringsplafond voor overige investeringen bij van 90% 110% en 130% netto schuldquote – Hoeveel begrotingsruimte daarvoor gemiddeld nodig is – Hoe de verhouding rendabele/onrendabele investering hier invloed op heeft
|5
Schuldontwikkeling verschilt per scenario
De ontwikkeling van de standaard schuld is afhankelijk van de omvang van het investeringsplafond per jaar exclusief erfpacht
Als wordt gekeken naar het ingroeien naar een bepaalde netto schuldquote in 2050 kan het bijbehorende investeringsplafond per jaar worden afgeleid. Hierbij geldt: Netto schuldquote in 2050 Investeringsplafond per jaar Schuldomvang in 2050 €mld
90% 450 9,0
110% 525 11,2
130% 570 15,2
Ontwikkeling standaard schuld obv groei naar netto schuldquote in 2050 16,0
Schuld in € miljard
14,0 12,0 10,0 8,0 6,0
4,0 2,0 2018
2020
2022
2024
2026
2028
2030 90%
2032
2034
110%
2036 130%
2038
2040
2042
2044
2046
2048
2050
|6
Benodigde begrotingsruimte verschilt per scenario
De benodigde begrotingsruimte is afhankelijk van het investeringsplafond en de mix van rendabele en onrendabele investeringen1
Hieruit volgt: Netto schuldquote in 2050 Investeringsplafond per jaar 1 Benodigde begrotingsruimte oplopend per jaar met € mln
110% 525 12
130% 570 15
Daarnaast heeft de herfinanciering van de bestaande schuld tegen de inmiddels hogere marktrente ook zijn beslag op de begrotingsruimte Benodigde begrotingsruimte € miljoen
90% 450 7
Benodigde begrotingsruimte standaard investeringen bv groei naar netto schuldquote in 2050 500,0 400,0 300,0 200,0 100,0
2018
2020
2022
2024
2026
2028
2030
90% (oplopend met €7mln per jaar) 130% (oplopend met €15mln per jaar)
2032
2034
2036
2038
2040
2042
2044
2046
2048
110% (oplopend met €12mln per jaar) Herfinanciering bestaande schuld
1, De onderlinge mix van de investeringen is gebaseerd op de verhoudingen in de Begroting 2023
2050
|7
Rendabele vs onrendabele investeringen
Elke investeringscategorie, van rendabel tot onrendabel heeft zijn eigen financiële impact
In de bijlage is een overzicht opgenomen met de financiële impact per investeringscategorie. Deze zijn indicatief en worden in de komende periode verder uitgewerkt om betere financiële prognoses te maken
De mix tussen rendabele en onrendabele investeringen beïnvloedt niet de hoogte van de schuld maar wel de betaalbaarheid – Of er nu € 100 miljoen rendabel wordt geïnvesteerd of € 100 miljoen onrendabel wordt geïnvesteerd, er wordt in beide gevallen € 100 miljoen geleend – Echter resulteert € 100 miljoen onrendabel investeren in jaarlijks € 6 miljoen (scholen) c.q. € 8 miljoen (wegen, bruggen en kades) benodigde begrotingsruimte maar is € 100 miljoen investeren in tariefdiensten bijvoorbeeld begrotingsneutraal
Hoe meer onrendabele investeringen binnen een plafond worden geplaatst, hoe groter de benodigde begrotingsruimte is |8
Erfpacht schuld: kenmerken en opties
De erfpacht schuld is afhankelijk van de groei van de stad enerzijds en de keuze van de erfpachter voor afkoop dan wel canon anderzijds
Deze schuld wordt niet afgelost omdat er op (erfpacht)grond niet wordt afgeschreven conform de boekhoudrichtlijnen. Daardoor ontstaat een aflossingsvrije schuld
Deze schuld wordt wel gereduceerd met de ontvangen afkoopsommen vergelijkbaar met de standaard werkwijze van gemeenten die grond verkopen
Omdat op de erfpachtgronden niet wordt afgelost en er continue nieuwe erfpachtuitgiftes zijn, ontstaat er een aflossingsvrije schuld die blijft oplopen
Momenteel wordt de erfpacht schuld beheerst via een investeringsplafond
|9
Erfpacht: naar een andere beheersing
Er kan besloten worden om de beheersing via het investeringsplafond in het geheel los te laten dan wel om naar het sparen van de (huidige of toekomstige) canonopbrengsten over te stappen
Omdat op de erfpachtgronden niet wordt afgelost en er continue nieuwe erfpachtuitgiftes zijn, ontstaat er een aflossingsvrije schuld die blijft oplopen
Het voordeel van een aflossingsvrije schuld zijn lage lasten per jaar omdat enkel de rentelast wordt betaald en geen aflossing
De nadelen van een aflossingsvrije schuld zijn: – De totale rentelasten die uiteindelijk tot een veelvoud van de hoofdsom oplopen – Het renterisico waardoor de betaalbaarheid een probleem kan worden als de rente stijgt – Dat financiers ons niet oneindig kunnen financieren (zie ook slide 18); als er niet wordt afgelost op de erfpacht schuld beperkt dat de ruimte voor de ontwikkeling van de standaard schuld
| 10
Effect wel of niet canon sparen
In onderstaande grafiek is zichtbaar gemaakt wat het effect op de begroting is van wel of niet canon sparen voor een € 100 miljoen uitgifte van 4% canon bij 3,25% rente
Als er geen canon wordt gespaard resulteert dit in een positief resultaat van € 750.000 per jaar dat door de jaren heen oploopt (zie rode lijn grafiek). Dit positieve resultaat is het verschil tussen de canonopbrengsten en de rentelasten
Als er wel canon wordt gespaard (zie blauwe lijn grafiek) leidt dit in eerste instantie tot benodigde begrotingsruimte ter dekking van de rentelasten. De rentelasten worden jaarlijks minder door de dalende schuld. Na 25 jaar is de schuld afgelost en komt de volledige canon te gunste van de begroting. Het cumulatief effect loopt dan snel op tot een veel groter positief effect op de begroting dan zonder canon sparen Effect wel of niet canon sparen (cummulatief) 250 200 150 100 50 -50
1 5 9 13 17 21 25 29 33 37 41 45 49 53 57 61 65 69 73 77 81 85 89 93 97
Begrotingsruimte € mln
300
-100
Looptijd in jaren Met canon sparen
Zonder canon sparen
1, Exclusief effect indexatie canon. Deze is voor beide opties (wel of niet canon sparen) gelijk
| 11
Renterisico bij wel of niet canon sparen
Stel, de rente stijgt na 10 jaar met 2% bij dezelfde € 100 miljoen uitgifte van 4% canon bij initieel 3,25% rente
Als er geen canon wordt gespaard resulteert dit vanaf jaar 10 in een verlies van € 1,25 miljoen per jaar dat door de jaren heen oploopt (zie rode lijn grafiek)
Als er wel canon wordt gespaard leidt dit in eerste instantie tot meer benodigde begrotingsruimte ter dekking van de rentelasten die jaarlijks minder worden door de dalende schuld. Maar na 25 jaar is de schuld afgelost, is er geen renterisico meer en komt de volledige canon te gunste van de begroting en loopt het cumulatief effect jaarlijks snel op 300 250 200 150 100 50 -50 -100 -150
1 5 9 13 17 21 25 29 33 37 41 45 49 53 57 61 65 69 73 77 81 85 89 93 97
Begrotingsruimte € mln
Effect wel of niet canon sparen (cummulatief) Scenario rente stijgt met 2% na 10 jaar
Looptijd in jaren Met canon sparen
1, op basis van 1,25% verlies: 4% canon -/- 5,25% rente
Zonder canon sparen
| 12
Ontwikkeling erfpacht schuld zonder beheersing
De ontwikkeling van de erfpacht schuld is afhankelijk van de woningbouw volumes enerzijds en de keuze van de erfpachter voor afkoop dan wel canon anderzijds
Hierbij geldt: Financieringsbehoefte per jaar €mln Schuldomvang in 2050 €mld
150 7,6
250 10,7
Afhankelijk van de financieringsbehoefte per jaar loopt de erfpacht schuld op van € 4,6 miljard tot € 10,7 miljard in 2050 Ontwikkeling erfpacht schuld zonder beheersing obv jaarlijkse financieringsbehoefte 12,0
Schuld in € miljard
50 4,6
10,0 8,0 6,0
4,0 2,0 2018
2020
2022
2024
2026
2028
€ 50mln per jaar
2030
2032
2034
€ 150mln per jaar
2036
2038
2040
€ 250mln per jaar
2042
2044
2046
2048
2050
| 13
Ontwikkeling erfpacht schuld met beheersing
Door het sparen van canon stabiliseert de erfpacht schuld
Afhankelijk van de financieringsbehoefte per jaar loopt de erfpacht schuld met beheersing door het sparen van canon van nieuwe uitgifte op van € 3,9 miljard tot € 8,7 miljard in 2050
Dat is in 2050 € 0,6 miljard tot € 2,0 miljard lager dan de erfpacht schuld zonder beheersing Ontwikkeling erfpacht schuld met canon sparen obv jaarlijkse financieringsbehoefte Schuld in € miljard
12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 2018
2020
2022
2024
2026
2028
€ 50mln per jaar
2030
2032
2034
€ 150mln per jaar
2036
2038
2040
€ 250mln per jaar
2042
2044
2046
2048
2050
| 14
Hoe ziet zoiets op de lange termijn er dan uit zonder canon sparen?
Stel, er wordt jaarlijks € 625 miljoen geïnvesteerd inclusief € 150mln erfpacht en daarbij wordt geen canon gespaard
Dan is er in 2032 ruim € 150 miljoen aan extra begrotingsruimte1 nodig en in 2050 € 450 miljoen
De netto schuldquote gaat dan stabiliseren rond de 110% (wat “redelijk” is) voor het standaard deel (excl. erfpacht) maar de netto schuldquote inclusief erfpacht blijft dan oplopen 250%
750
200%
625 500
150%
375 100%
250
50%
125
0%
2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050 Netto schuldquote, excl erfpacht
Netto schuldquote, incl erfpacht
Benodigde begrotingsruimte €mln
Netto schuldquote
€ 675 mln investeren zonder canon sparen
Additionele begrotingsruimte
| 15
1,Inclusief herfinancieringslasten van de bestaande schuld oplopend tot € 118 mln
Hoe ziet zoiets op de lange termijn er dan uit met canon sparen?
Stel, er wordt jaarlijks € 625 miljoen geïnvesteerd inclusief € 150mln erfpacht en daarbij wordt jaarlijks € 6 miljoen aan extra canon gespaard
Dan is er in 2032 ruim € 200 miljoen aan extra begrotingsruimte1 nodig en in 2050 bijna € 600 miljoen
De netto schuldquote voor het standaard deel (excl. erfpacht) wordt niet beïnvloed door het canon sparen en gaat stabiliseren rond de 110% maar de netto schuldquote voor het totaal (incl. erfpacht) gaat dan ook stabiliseren rond de 175%
Na 2050 zal ook de benodigde begrotingsruime afnemen door het voordeel van de afgeloste erfpacht schuld zonder rentelasten (zie slides 11 en 12) 250%
750
200%
625 500
150%
375 100%
250
50%
125
0%
2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050 Netto schuldquote, excl erfpacht
Netto schuldquote, incl erfpacht
1,Inclusief herfinancieringslasten van de bestaande schuld oplopend tot € 118 mln
Additionele begrotingsruimte
Benodigde begrotingsruimte €mln
Netto schuldquote
€ 675 mln investeren met canon sparen
| 16
Hoe ziet zoiets op de lange termijn er dan uit met canon sparen en extra investeren?
Stel, er wordt 12 jaar lang € 100 miljoen extra geïnvesteerd naast de € 625 miljoen inclusief € 150mln erfpacht en canon sparen
Dan stijgt de netto schuldquote excl. erfpacht met 15% en stabiliseert dan rond 125% ipv 110%
Voor de extra investeringen is wel extra begrotingsruimte1 nodig
250%
750
200%
625 500
150%
375 100%
250
50%
125
0%
2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050 Netto schuldquote, excl erfpacht
Netto schuldquote, incl erfpacht
Benodigde begrotingsruimte €mln
Netto schuldquote
jaar extra investeren en versnelling canon sparen Werkhypothese10investeringen met tijdelijke en canon sparen
Additionele begrotingsruimte
| 17
1,Inclusief herfinancieringslasten van de bestaande schuld oplopend tot € 118 mln
Scenario’s 90%, 110% en 130% netto schuldquote (excl erfpacht) 750
200%
625 500
150%
375 100%
250
50%
125
0%
2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050 Netto schuldquote, excl erfpacht
Netto schuldquote, incl erfpacht
200%
625 500
150%
375 100%
250
50%
125
0%
2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050 Netto schuldquote, incl erfpacht
Additionele begrotingsruimte
De extra begrotingsruimte is in alle scenario’s inclusief herfinancieringslasten van de bestaande schuld (oplopend tot € 118 mln) maar exclusief begrotingstekort 2026 als gevolg van het “ravijn”
200%
625 500
150%
375 100%
250
50%
125 -
Netto schuldquote, excl erfpacht
Benodigde begrotingsruimte €mln
Netto schuldquote
750
750
2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050
250%
250%
0%
Additionele begrotingsruimte
Scenario C
Netto schuldquote, excl erfpacht
Netto schuldquote
250%
Netto schuldquote, incl erfpacht
Benodigde begrotingsruimte €mln
Scenario B Benodigde begrotingsruimte €mln
Netto schuldquote
Scenario A
Additionele begrotingsruimte
Ter illustratie 3 andere scenario’s waar de netto schuldquote excl erfpacht uitkomt op 90%, 110% en 130% Bij scenario A wordt jaarlijks € 450mln geïnvesteerd waarvan € 50mln erfpacht en canon gespaard. De netto schuldquote stabiliseert dan op 90% (excl erfpacht) en 135% (incl erfpacht) mld in 2050 Bij scenario B wordt jaarlijks € 675mln geïnvesteerd waarvan € 150mln erfpacht en canon gespaard. De netto schuldquote loopt dan op tot 110% (excl erfpacht) en 190% (incl erfpacht) in 2050 Bij scenario C wordt jaarlijks € 750mln geïnvesteerd waarvan € 166mln erfpacht en canon gespaard. De netto schuldquote loopt dan op tot 130% (excl erfpacht) en 190% (incl erfpacht) in 2050 Hoe meer/minder er wordt geïnvesteerd hoe meer/minder | 18 extra begrotingsruimte nodig is
BNG Bank en NWB vinden onze aanpak om schuld en begroting te beheersen logisch
De sectorbanken BNG Bank en NWB zijn onze belangrijkste financiers die respectievelijk bijna 60% en ruim 25% van onze schuld hebben gefinancierd
Via de sectorbanken lenen gemeenten en woningbouworganisaties eenvoudig en goedkoop geld op de kapitaalmarkt
De sectorbanken kunnen ons door het concentratierisico (maximale omvang per tegenpartij) in de toekomst mogelijk niet in elk scenario blijven financieren
De sectorbanken kunnen zich daarom vinden in de aanpak om de schuld en begroting beheersbaar te houden door de standaard schuld te sturen binnen de bandbreedte van 90-130% van de netto schuldquote en canon te sparen
Geld lenen zonder sectorbanken is lastiger en duurder (0,5% tot 1% hogere rente) blijkt uit gesprekken met Rabobank. Lastiger omdat we ons dan moeten aanpassen aan de kapitaalmarkt standaarden zoals o.a. credit rating, jaarverslag en begroting in het Engels en mogelijk wijzigen naar internationale boekhoudrichtlijnen en externe accountant. Duurder omdat we een kleine speler zijn op de kapitaalmarkt | 19
Samenvattend overzicht van keuze opties
De schuld van Amsterdam bestaat uit twee samenstellende delen (standaard schuld en de erfpacht schuld) waarop apart kan worden gestuurd – De standaard schuld kan beheerst worden binnen de bandbreedte van 90-130% van de netto schuldquote – Hoe hoger dit plafond, hoe hoger de benodigde begrotingsruimte
– Hoe meer onrendabele investeringen, hoe hoger de benodigde begrotingsruimte – De erfpacht schuld kan beheerst worden door een investeringsplafond of door canon te sparen. Er kan ook voor worden gekozen om de erfpacht schuld niet te beheersen – Onze belangrijkste financiers (BNG Bank en NWB) kunnen vinden in de aanpak om de schuld en begroting beheersbaar te houden door de standaard schuld te sturen binnen de bandbreedte van 90-130% van de netto schuldquote en canon te sparen
Bij de Voorjaarsnota 2023 wordt een voorstel voorgelegd | 20
Bijlage: Financiële effecten investeringen Investering
Onderwijshuisvesting
Grondgebonden, canon
€ 100 mln
€ 100 mln
Effect schuld
€ 100 mln stijging
€ 100 mln stijging
Rentelasten
€ 3,25 mln per jaar (obv 3,25% rente)
€ 3,25 mln per jaar (obv 3,25% rente)
Afschrijving
€ 2,5 mln per jaar (obv afschr.termijn 40jr)
Nihil (op grond wordt niet afgeschreven)
Operationele kosten
Beperkt (ligt bij schoolbesturen)
Beperkt
€0
€ 4,0 mln per jaar (obv 4,0%* canon)
€ 5,8 mln lasten per jaar
€ 0,8 mln baten per jaar
Investeringsbedrag
Opbrengsten Totaal effect begroting *, indicatief percentage
| 21
Bijlage: Financiële effecten investeringen Investering
Riool & drinkwater
Wegen, bruggen en kades
€ 100 mln
€ 100 mln
Effect schuld
€ 100 mln stijging
€ 100 mln stijging
Rentelasten
€ 3,25 mln per jaar (obv 3,25% rente)
€ 3,25 mln per jaar (obv 3,25% rente)
Afschrijving
€ 2,5 mln per jaar (obv afschr.termijn 40jr)
€ 2,5 mln per jaar (obv afschr.termijn 40jr*)
€ 5 mln per jaar (obv 5%* kosten)
€ 2 mln per jaar (obv 2%* kosten)
€ 10,3 mln per jaar (obv kostendekkend)
€0
€0
€ 7,8 mln lasten per jaar
Investeringsbedrag
Operationele kosten Opbrengsten Totaal effect begroting *, indicatief percentage
| 22