OZA Definitief verslag 23-11-2022
Tekst van het document
Het lid VAN LAAKE was vorige week met andere commissieleden in stadsdeel Zuidoost, waar ook gesproken werd over het belang van kunst en cultuur, en de investering hierin in het stadsdeel. Haar fractie is dan ook blij dat de OBA NEXT niet aan de Zuidas, maar in Zuidoost komt. Het is wel zonde dat deze verandering van plannen 2,2 miljoen euro heeft gekost. Voor zover zij weet, waren er bij de presentatie van de plannen indertijd al partijen die de OBA NEXT liever in Zuidoost dan aan de Zuidas zagen, ook vanwege de kosten. Het verbaast dan ook dat men destijds besloot toch door te gaan met het plan, om nu dan toch weer een ommezwaai te maken. Zij vraagt of er al een schatting is van wat een OBA NEXT in Zuidoost ongeveer gaat kosten. Het is belangrijk om goed onderzoek te doen en een goed gesprek te hebben voor weer een investering van 1,5 miljoen euro gedaan wordt. Haar fractie ziet de waarde van de bibliotheek, maar ook dat een bibliotheek niet de enige manier is om bepaalde maatschappelijke, educatieve of culturele doelen te dienen. Is een gebouw de beste investering die gedaan kan worden? Of kan het geld efficiënter worden gebruikt door het te investeren in bestaande initiatieven? Zij denkt aan bestaande OBA’s, maar ook aan andere initiatieven, zoals waar mensen geholpen worden met digitale vaardigheden, of huiswerkbegeleiding.
Welke doelen wil het college dienen met de komst van deze nieuwe OBA? Kan dat eventueel schriftelijk uitgelegd worden? Pas als duidelijk is welke doelen men wil bereiken, kan besloten worden of dit het juiste middel daarvoor is. Zijn de stadsdeelcommissie en de bewoners van Zuidoost gevraagd wat zij van dit plan vinden? Zij bedoelt niet een vraag als ‘Wilt u graag en bibliotheek in uw stadsdeel of niet?’, maar eerder ‘Wij hebben een bepaald bedrag beschikbaar voor kunst, cultuur en educatie in Zuidoost, hoe zou u graag de investering zien?’ Zij is erg benieuwd naar wat daaruit komt. De OBA NEXT mag geen doel op zich worden, want het is een middel om doelen te dienen. Het is daarom terecht de vraag te stellen of de OBA NEXT de beste investering is, of dat deze middelen beter in iets anders gestoken kunnen worden. Zij hoort daarbij graag de mening van de stadsdeelcommissie en de bewoners van Zuidoost. Het lid ALBERTS vraagt of men al een idee heeft van de ‘passende locatie’ die men zoekt. Besloten is om weg te gaan van de Zuidas en te kiezen voor Zuidoost, omdat het zo goedkoper wordt. Er staat echter ook dat de OBA het huidige vestigingennetwerk alleen overeind kan houden als andere partijen zoals huurders en consumerende bezoekers, of partners, een financiële bijdrage leveren. Zij vraagt of dat ook voor de nieuwe locatie geldt.
Wat gaat er in het gehele netwerk meer veranderen dan alleen deze locatie? Wat als de partijen afhaken? Moeten er dan vestigingen gesloten worden? Dan blijft er straks een heel mooie bibliotheek, terwijl andere vestigingen gesloten worden. Dat zou een rare figuur zijn. Zou het dan niet veel beter zijn om te investeren in bibliotheken in de buurt? Dat zou veel beter zijn voor de buurtfunctie dan als je eerst een halfuur in het ov moet zitten. Het lid DIDDEREN is blij dat het project OBA NEXT naar Zuidoost verhuist. Toch blijft een aantal twijfels. Zij vraagt of de OBA NEXT echt het beste plan is om de beoogde sociaalmaatschappelijke doelen te behalen. Is er ook gezocht naar kleinschaliger, over meer plekken in Amsterdam verspreid, mogelijkheden om hetzelfde doel te bereiken? Verder wil zij weten wat het effect is van de OBA NEXT is op de huidige vestigingen van de OBA. In veel wijken zijn de vestigingen nu niet volledige dagen open. Zou het niet beter zijn te investeren in de wijkbibliotheken? Zij vraagt verder toe te zeggen dat de bouw van OBA NEXT niet ten koste gaat van vestigingen in de wijk. Het lid BOOMSMA vindt het veel beter om te wachten op de investeringsagenda om daarna een integrale afweging te maken. Het is beter nu niet de 1,5 miljoen euro toe te kennen. Hij begrijpt dit voorstel niet. Het weggooien van 2,2 miljoen euro belastinggeld is een ongekende blamage.
Dit was een ongekend stompzinnig zwabberbeleid. De oppositie heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat, als je dit wilt, het beter niet gerealiseerd kon worden op de Zuidas. Dat is de duurste grond van Nederland. Aangeraden werd ook te kijken naar Zuidoost. Als de coalitie beter naar de oppositie had geluisterd, kon men nu 2,2 miljoen euro belastinggeld beter besteden. Nog steeds begrijpt hij niet goed wat er
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
concreet gaat gebeuren in de OBA NEXT. Het zou een centraal punt worden waar vraag en aanbod op het gebied van data en informatie bij elkaar komen. Maar wat doe je dan concreet? Hij vraagt dit beter uit te leggen. Bij de Zuidas was sprake van samenwerking met andere organisaties, ook met de VU. Hij vraagt of dat voor Zuidoost ook gebeurt. Zijn er andere partners, of blijven het dezelfde? Als er nog geen zich is op samenwerking met andere partijen, is dit plan voorbarig. Kan het geld niet beter worden besteed? Hoe ziet het met de bezuinigingen op de bestaande bibliotheken? Daarvoor moet nog steeds een oplossing gevonden worden, en dan moet er ook nog geld komen voor de exploitatie van deze vestiging. Zijn fractie is een groot voorstander van bibliotheken, en alles wat kan helpen voor het bestrijden van de leescrisis. Bijna een kwart van de vijftienjarigen is onvoldoende leesvaardig om goed mee te kunnen doen in de samenleving. Hij is benieuwd hoe het staat met het leesoffensief dat was aangekondigd in het coalitieakkoord. Ook waren er projecten zoals Zuidoost Leest, en boekenpakketten en leesclubs die scholen konden aanvragen. Wordt dat voortgezet? Het lid VERSCHOOR merkt op dat laaggeletterdheid niet veroorzaakt wordt door een tekort aan bibliotheken of boeken. Het komt doordat mensen op TikTok of Twitter zitten en de concentratie door de overdaad aan informatie kapot gaat.
Hij vraagt of een bibliotheek de oplossing kan zijn voor laaggeletterdheid. Of kan je beter kijken naar digitale interventies? In China mag TikTok maar 40 minuten per dag. Het lid BOOMSMA antwoordt dat het gebrek aan bibliotheken niet de oorzaak is van het probleem, maar meer bibliotheken kunnen wel bijdragen aan het vinden van een oplossing. Ook hij ziet de problemen van smartphones en steeds geraffineerdere vormen van afleiding die het concentratievermogen beschadigen. Dat geldt voor volwassenen en voor jongeren. Die gaan mede daardoor minder lezen. Sommige scholen laten leerlingen de smartphones inleveren voor ze de klas in gaan. Hij ziet daar interessante mogelijkheden. Het lid YEMANE is blij dat de OBA NEXT naar Zuidoost gaat. Zij benadrukt dat het niet alleen een bibliotheek wordt, maar een integraal punt waar veel dingen samenkomen. Zij vraagt de wethouder of er een directe link kan worden gemaakt met bijvoorbeeld het Bijlmer Parktheater. En kunnen er ruimtes geselecteerd worden waar bijvoorbeeld kunst- en cultuureducatie, met muzieklessen, kunnen worden gegeven. Juist in Zuidoost is het aanbod daarvan heel gering. Ook voor de kansengelijkheid is het ontzettend goed dat dit in Zuidoost wordt gerealiseerd. Het lid BOOMSMA vraagt of er gebrek aan ruimtes is waar dit soort dingen kunnen plaatsvinden. Of is er een ander probleem? Het lid YEMANE antwoordt dat het en-en is.
Doordat er weinig ruimtes zijn, is het aanbod in Zuidoost zo gering. Het heeft ook te maken met ruimtes. Het lid VAN LAAKE vraagt of een nieuwe OBA NEXT dan de beste investering is om het probleem op te lossen. Of is het beter om meer kleinschalige muziekscholen te realiseren? Het lid YEMANE antwoordt dat er in de afgelopen jaren erg weinig is geïnvesteerd. Dus waarom zou je het dan nu niet gelijk goed doen met een OBA NEXT? Die heeft een veel bredere functie dan alleen cultuureducatie, of kansengelijkheid. Het lid VAN LAAKE is het eens dat het goed is in Zuidoost te investeren. Haar vraag is of een nieuw gebouw dan de beste investering is. Begrijpt zij goed dat het lid Yemane liever in één gebouw investeert dan door uitbreiding van bestaande initiatieven? Het lid YEMANE wil dat niet zeggen. Zij bedoelt dat in dit gebouw als aanvulling op wat er al is, al deze verschillende initiatieven samen kunnen komen.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
Het lid BONS heeft bij het bezoek aan Zuidoost gemerkt dat er weinig passende voorzieningen zijn voor de diversiteit aan mensen die er wonen. Voor laaggeletterdheid is het belangrijk dat in een centrum zoals OBA NEXT veel meer verschillende functies komen, dus dat mensen er aansluitend op hun culturele achtergrond zaken kunnen leren die ze op weg helpen naar volledig burgerschap. BIJ1 is heel blij dat Zuidoost gekozen wordt. Wil de wethouder kijken naar de verschillende mogelijke koppelingen met andere domeinen? Het lid VON GERHARDT vraagt of GroenLinks denkt dat één gebouw in Zuidoost effectiever gaat zijn dan initiatieven op verschillende plekken in de buurten. Het lid YEMANE herhaalt dat beide moeten gebeuren. Je moet ook bestaande initiatieven versterken. Het is belangrijk dat deze initiatieven, maar ook andere bewonersinitiatieven, meedenken over de invulling van deze OBA NEXT, zodat het een waardevolle toevoeging wordt voor het stadsdeel. Het lid VON GERHARDT wil ook graag alles, maar de werkelijkheid is dat deze stad een gebrek aan financiële middelen heeft. Als GroenLinks mag kiezen tussen één gebouw in Zuidoost waarin alles zit, of voor versterking van de buurten, waarvoor kiest ze dan? Het lid YEMANE antwoordt dat ze dan voor allebei kiest. Het lid VON GERHARDT wijst erop dat dingen geld kosten. De financiële werkelijkheid is dat de gemeente richting het ravijn gaat.
De stad heeft onvoldoende middelen. Dus waarvoor kiest GroenLinks? Een megalomaan project of versterking van de buurten? Het lid YEMANE blijft erbij dat beide dingen elkaar kunnen versterken. De OBA NEXT is niet alleen één gebouw met één functie. Het moet allemaal samenwerken om uiteindelijk de kansengelijkheid te bevorderen in het stadsdeel. Het lid ALBERTS hoorde het lid Yemane zeggen dat er nog veel meer dingen in de OBA NEXT kunnen. Ze noemde daarbij onder andere muziek. Maar in Zuidoost is het prachtige project Leerorkest gestart, uitgewaaierd over heel veel scholen. Is dat dan toch nog onvoldoende? Moet dat ook in de OBA NEXT komen? Het lid YEMANE antwoordt dat het en-en is. Zij hoort ook nog steeds dat er weinig voorzieningen zijn voor het grote stadsdeel Zuidoost. Er is niet voldoende aanbod voor de kinderen. Het lid VERSCHOOR krijgt sterk het idee dat Zuidoost een achtergebleven kindje is en dat men graag wat moois wil doen voor die buurt. Daarvoor zouden best wel prestigeprojecten mogen plaatsvinden in dat stadsdeel. Maar uitgaande van voldoende financiën, is zo’n bibliotheek dan het beste dat je kunt bedenken voor Zuidoost? Hijzelf had als kind meer aan voorleesmoeders in de klas, en kwam eigenlijk nooit in een bibliotheek. Culturele zaken deed hij ook niet in de bibliotheek, maar op heel andere plekken.
Het is wel goed gekomen met hem, wat hij iedereen in Zuidoost gunt. Gaat het om een boost voor Zuidoost, of is het pertinent belangrijk dat de OBA NEXT er komt? Het lid YEMANE antwoordt dat het haar niet gaat om een gebouw. Het gaat haar om het bevorderen van de kansengelijkheid in Zuidoost. Daarvoor moeten alle middelen ingezet kunnen worden. Het lid VERSCHOOR constateert dat het voor GroenLinks niet noodzakelijk is dat te doen met de OBA NEXT.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
Het lid YEMANE vindt dat een foute conclusie. Wethouder MOORMAN wijst erop dat de reden voor de verplaatsing naar Zuidoost niet de financiën zijn. Het is omdat er grote ongelijkheid zichtbaar is tussen mensen, buurten en wijken. Er moet geïnvesteerd worden op de plekken waar dat het meest nodig is. OBA NEXT kan een heel belangrijke werking hebben in de stad en je kunt die het beste plaatsen waar je het verschil kan maken. Het lid VON GERHARDT vraagt waarom men deze keuze dan niet vier jaar geleden heeft gemaakt, als de redenen niet financieel van aard zijn. Ook vier jaar geleden werden de nu gebruikte argumenten al naar voren gebracht. En nu wordt er op deze manier 2,2 miljoen euro in de prullenbak gegooid. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de reden voor deze gang van zaken de democratie is. Er is tussentijds iets gebeurd. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat de SP de coalitie heeft verlaten. Dat is het enige dat in de tussentijd is gebeurd. De SP was nooit voorstander van de OBA NEXT op de Zuidas. Hij blijft dus bij zijn vraag: wat is er gebeurd? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er verkiezingen zijn geweest. De verhoudingen zijn veranderd. Er zijn inderdaad investeringen gedaan die toch niet hebben geleid tot een OBA NEXT op de Zuidas, maar iets dergelijks gebeurt wel vaker in de stad. Je begint met een investering, en denkt daarna dat het toch beter anders kan.
Dat is ook goed, anders zou elke uitgegeven euro ertoe leiden dat een project moet afmaken. Soms moet je je verlies nemen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. En kijk je puur financieel, dan zou het kunnen zijn dat uiteindelijk de kosten veel hoger zouden zijn geweest op de Zuidas. Doorslaggevend is echter dat het inhoudelijk, voor de stad en maatschappelijk van grote waarde is om dit juist in Zuidoost te doen. Het lid BOOMSMA hoort van de wethouder dat iets dergelijks wel vaker gebeurt. Hij vraagt andere voorbeelden te geven van investeringen of projecten die niet door zijn gegaan, maar wel 2 miljoen euro hebben gekost. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij dat nu niet kan. Zij is bereid er een keer een goed gesprek over te hebben met de heer Boomsma. Het lid BOOMSMA benadrukt dat het om heel erg veel geld gaat. Als de wethouder zegt dat dit voortdurend gebeurt, mag de gemeenteraad vragen om een overzicht van verschillende projecten die zijn afgeblazen vanwege veranderende meningen. Op die manier kan er misschien iets van geleerd worden. Wethouder MOORMAN heeft niet gezegd dat dit voortdurend gebeurt. Dat is ook niet zo. Op basis van de maatschappelijke waarde is de keuze gemaakt. Soms moet je dan je verlies nemen. En het kan zijn dat dit uiteindelijk meer winst oplevert, waarbij ze dan meer doelt op maatschappelijke dan financiële winst.
Het lid BONS vestigt de aandacht op racisme en discriminatie. In de afgelopen jaren is hier meer aandacht voor gekomen. Het is daarom erg belangrijk dat dit debat in dat licht gevoerd wordt. Het is belangrijk dat er een maatschappelijke dialoog is. Bepaalde stadsdelen zijn achtergelaten. Wethouder MOORMAN is het eens met het lid Bons dat de tijden veranderen. Bij coalitieonderhandelingen komt dat tot uiting, met gevolgen zoals deze verplaatsing van OBA NEXT. Die zal in zichzelf, nog afgezien van de locatie, veel waarde voor de stad hebben. Het werken aan OBA NEXT is bouwen aan de bibliotheek van de toekomst. Dat is veel meer dan het uitlenen van boeken. Het is ook nadenken over leesbevordering. Er wordt in Zuidoost op dit moment hard getrokken aan het Leesoffensief. Zo wordt er op alle
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
scholen een bibliotheekpas verstrekt aan de kinderen. Ook wordt gewerkt aan mediawijsheid en ontmoeting. Het gaat over de ontwikkeling van jezelf als mens en als samenleving. Het lid VON GERHARDT vraagt waarom al die goede dingen in een OBA NEXT moeten. Waarom kan het niet door de bestaande bibliotheken en projecten te versterken? Wethouder MOORMAN is het eens dat ook de bibliotheek in de wijk moet worden gekoesterd. Daar is ook in het coalitieakkoord meer geld voor uitgetrokken. De eerder ingeboekte bezuiniging is daarmee van tafel. Daarbij wordt óók gewerkt aan de OBA NEXT. Het is dus niet of-of. Juist de combinatie van beide dingen is belangrijk. Je hebt plekken nodig waar mensen samenkomen, zoals dat ook gebeurt in geloofshuizen. Dat zijn plekken waar mensen zich ontwikkelen, nadenken over de toekomst. Het is mooi dat het stadsbestuur op deze manier laat zien dat belangrijk te vinden. Zij denkt dan niet direct aan een OBA FLEX. Deze samenleving heeft af en toe ook behoefte aan een vaste plek. Het lid VON GERHARDT begrijpt dat de wethouder alles wil doen in plaats van ofof. Maar deze stad heeft te weinig middelen om alles te kunnen doen. In maart wordt een investeringsagenda besproken. Dan zal het gaan over allerlei zaken die heel belangrijk zijn voor de stad, zoals kades, bruggen, en andere belangrijke zaken voor de stad.
Dan moet een afweging gemaakt worden over wat wel en niet kan worden gerealiseerd. Waarom moet dit grote project dan nu gedaan worden, terwijl het ook kan door de bestaande bibliotheken uit te breiden en te verstevigen? Wethouder MOORMAN wil heel graag het bibliotheeknetwerk versterken. Daarnaast moet gewerkt worden aan de toekomst van de bibliotheek, waar de OBA NEXT voor staat. Beide zaken moeten gedaan worden. Met het investeringsbedrag van 1,5 miljoen euro wil het college laten zien dat het serieus is. Het is menens. Natuurlijk zullen er straks moeilijke keuzes gemaakt worden, maar het college geeft hiermee aan dat dit echt van groot belang is en een vervolg moet krijgen. Het lid VON GERHARDT vraagt zich dan af wat straks bij de Voorjaarsnota gaat gebeuren. Dan wordt de investeringsagenda heroverwogen. Waarom nu al een beslissing nemen over de OBA NEXT, zodat het de raad het straks niet mee kan nemen in de afweging? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de raad het er in maart wel degelijk over kan hebben. Het budgetrecht ligt bij de raad. Het lid ALBERTS vraagt of de wethouder zegt dat er, omdat het en-en is, geen financiële gevolgen zullen zijn voor de reeds bestaande bibliotheken in de stad. Wethouder MOORMAN antwoordt bevestigend. Dat wilde ze zeggen.
Het lid DE JONG begrijpt niet de haast om nu al 1,5 miljoen euro uit te geven, als straks bij de bespreking van de investeringsagenda besloten kan worden dat er geen OBA NEXT komt. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het mogelijk is dat een meerderheid bij de Voorjaarsnota zegt dat er geen OBA NEXT moet komen. Dat is dan zo, maar het is niet de intentie van het college, zoals blijkt uit deze 1,5 miljoen euro. Het lid DE JONG merkt op dat goede bedoelingen niet per se 1,5 miljoen euro hoeven te kosten. Het gaat maar over een paar maanden. Ook in maart kan het college de intenties laten zien.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit om veel meer gaat dan een goede bedoeling. Het college wil graag snel van start. Het wil de OBA NEXT en wel op deze plek. Daarom wil het college de locaties laten onderzoeken, waarvoor een voorbereidingskrediet nodig is. Deze discussie is overigens zeker wel van belang. Dit is iets van grote waarde waarover verschillende meningen kunnen bestaan. Er zou een samenwerking zijn met meerdere partijen toen het project op de Zuidas was gepland. Zij verwacht van die samenwerking eigenlijk nog meer in Zuidoost, ook omdat er zoveel partijen zijn die in aanmerking komen. Een voorbeeld is het Bijlmer Parktheater. Er moet zeker ook met de bewoners van Zuidoost gesproken worden. Het zal zeker ook een belangrijk onderdeel gaan uitmaken van het Masterplan Zuidoost. Zij zal alle hier gedane suggesties meenemen bij de verdere planvorming. Het lid VAN LAAKE vraagt in hoeverre de stadsdeelcommissie en de bewoners van Zuidoost naar hun mening is gevraagd. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er nu mee gestart wordt. Het project zal meegenomen worden in Masterplan Zuidoost, waar de bewoners ook een belangrijke stem in hebben. Die zullen er dus bij betrokken worden. Het lid VAN LAAKE is benieuwd wat mensen überhaupt vinden van de investering. Misschien is het goed om al voor te investeren, de bewoners te vragen wat ze vinden van de komst van een OBA.
Of moet er geïnvesteerd worden in bestaande initiatieven? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er nog geen locatie is gevonden. Het lid VAN LAAKE wil weten wat mensen vinden van het plan om te investeren in een nieuw gebouw, een nieuwe bibliotheek. Ook in deze commissie blijken de meningen er sterk over te verschillen. Wethouder MOORMAN vraagt of dat moet gebeuren voor elke investering die voorgenomen wordt. Dat is nogal wat. Het lid BOOMSMA vraagt of het gaat om een iconisch nieuw gebouw dat dit nieuwe project symboliseert. Of wil men een nieuw gebouw omdat er een gebrek aan ruimte is in de bestaande OBA NEXT-vestigingen, ook in Zuidoost? Is er een analyse gemaakt waaruit blijkt dat een dergelijk ruimtegebrek aan de orde is? Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit meer is dan het gebouw. Het gaat om wat er in dat gebouw gebeurt. De plannen zijn al deels ontwikkeld toen het op de Zuidas zou zijn, en kunnen nu doorontwikkeld worden voor Zuidoost. Dit symboliseert hoe het college aankijkt tegen de leesbevordering, maar eigenlijk ook naar de ontwikkeling van mensen in de toekomst. Recent bezocht zij de Oodi, een fantastische bibliotheek in Helsinki. Dat is veel meer dan een bibliotheek. Het is een plek waar mensen elkaar ontmoeten, muziek maken en hun talenten ontwikkelen. Jongeren studeren er en voeren gesprekken. Je kunt er een ruimte huren om samen te werken.
Het is een echte ontwikkelplek. Zij hoopt dat de OBA NEXT ook zoiets kan worden. En het is heel mooi dat zoiets juist in Zuidoost wordt gerealiseerd. Het lid BOOMSMA vraagt of het idee van OBA NEXT ook gerealiseerd zou kunnen worden in een of meer bestaande OBA-vestigingen in Zuidoost. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het aantal OBA-vestigingen in Zuidoost vergeleken met andere stadsdelen gering is. Er is ook een beperking qua ruimte. Dat geeft alleen maar meer reden om dit in Zuidoost te realiseren. Het lid VERSCHOOR vraagt of het niet wat paternalistisch is om hier te bepalen dat men dit in Zuidoost nodig heeft, zonder de inwoners daar erover te raadplegen.
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
Wethouder MOORMAN antwoordt dat de commissieleden de volksvertegenwoordiging zijn. Zij zitten hier ook namens Zuidoost. Het lid VERSCHOOR hoort de wethouder zeggen dat dit er echt moet komen. Daarvoor moet 1,5 miljoen euro uitgegeven worden. Het besluit daarvoor moet nu genomen worden, ook al wordt er over een paar maanden gesproken over alle mogelijke investeringen. En de bewoners van Zuidoost zijn niet geraadpleegd over de wenselijkheid. Is dat dan niet paternalistisch? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de keuze bij de gemeenteraad ligt. Die weegt af of het verstandig is om de OBA NEXT in Zuidoost te plaatsen, of misschien elders. Het college denkt steeds na over wat verstandig is voor de stad, zoals het bouwen van woningen of buurthuizen. De raad oefent daarop controle uit en gaat akkoord of niet. Het lid ROODERKERK vraagt of de wethouder ervoor kan zorgen dat de Studiezalen die voorzien waren bij de OBA NEXT op de Zuidas, ook bij het project in Zuidoost kunnen worden betrokken. Het belang van een nieuwe plek waar studenten en kinderen kunnen studeren is heel groot. In de coronatijd bleken er in Zuidoost heel veel kinderen te zijn die zelfs geen kamertje voor zichzelf hebben en daardoor hun huiswerk niet kunnen maken. Wethouder MOORMAN denkt dat dit inderdaad een van de functies kan zijn die de toekomstige OBA NEXT kan vervullen.
Zij wil dat zeker meenemen in de ontwikkeling ervan. Tweede termijn Het lid VON GERHARDT heeft de indruk dat alle fracties het belang zien van de doelstellingen van de OBA NEXT. Daarover bestaat geen twijfel. Het gaat hier over de snelheid waarmee dit project erdoorheen gedrukt wordt en waarom dit op dit moment moet. In de Begroting staat het volgende: ‘Niet alle investeringen die we willen doen passen op dit moment binnen de investeringsruimte. Dat geldt voor alle domeinen. We stellen een bestuursopdracht om tot een passend investeringsprogramma te komen. Hierin houden we de investering tegen het licht en beoordelen we of ze op dit moment noodzakelijk zijn.’ Dat laatste gebeurt dus bij de Voorjaarsnota. Daarom vindt zijn fractie dat er gewacht moet worden tot de Voorjaarsnota, zodat dan met een integraal plan gekeken kan worden welke investeringen wenselijk zijn. Op dat moment weet je of dit op dit moment de beste investering is voor de stad. Hij vraagt de wethouder daarom om nog even te wachten met het vrijgeven van de 1,5 miljoen euro. Ze kan dan de tijd tot het voorjaar gebruiken om goed te onderzoeken of de OBA NEXT de manier is om deze doelstellingen te behalen. Hijzelf denkt dat het veel beter kan binnen de bestaande bibliotheken, met uitbreiding van de buurtfuncties.
Het lid VAN LAAKE vindt het niet nodig om voor elke stoeptegel in de stad de mening van het stadsdeel te vragen. Maar voor een miljoenenbesluit lijkt het niet verkeerd om dat wel te doen. Voor haar is het doel van dit project nog niet duidelijk genoeg. Het is haar onduidelijk of er een nieuw gebouw nodig is om de gestelde doelen te bereiken. Het lid ROODERKERK vraagt wat Volt vindt van dit project. Het lid VAN LAAKE is zelf een fan van bibliotheken. Haar fractie is niet zonder meer tegen de komst van een OBA NEXT in Zuidoost, maar wil voor zo’n grote investering wel eerst goed afwegen of het niet beter is te investeren in bestaande initiatieven, om de doelen te behalen. Het lid ROODERKERK herhaalt haar vraag of Volt voor of tegen dit plan is.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
Het lid VAN LAAKE weet dat zelf ook niet goed. Zij weet namelijk niet welke doelen het college wil behalen met dit specifieke middel. Daarom vraagt zij de wethouder welke doelen het college wil bereiken met deze bibliotheek. Op basis daarvan kan zij een goede afweging maken. Zij is niet per definitie voor of tegen het plan. Het lid ROODERKERK antwoordt dat er al een heel plan uitgewerkt is voor deze bibliotheek. Er zijn ook al veel debatten over gevoerd. Veel is al in gang gezet. Dat alles is genoeg voor een volksvertegenwoordiger om een mening te vormen. Dus wat vindt Volt? Het lid VAN LAAKE vraagt zich af of deze plannen gewijzigd zijn met de verandering van locatie. Op basis van die informatie kan zij haar afwegingen maken. Het lid BONS vraagt het lid Van Laake of zij weet wat er met Oodi gebeurt in Helsinki en wat voor effecten dat heeft. Het lid VAN LAAKE is daar niet van op de hoogte. Het lijkt haar leuk er meer van te weten te komen. Het lid HAKIKI komt zelf ook uit Zuidoost. Zij spreekt daar veel jongeren. Iemand vertelde haar laatst dat hij even zwart moest rijden om naar de OBA bij Amsterdam Centraal te rijden, want hij moest leren. Haar fractie steunt OBA NEXT in Zuidoost. Voor haar is het hoe sneller hoe beter.
Het lid VAN LAAKE staat achter het plan als blijkt dat er in Zuidoost ontzettend veel behoefte is aan een nieuwe leerplek, in plaats van uitbreiding van bestaande leerplekken. Zij is dus niet per definitie tegen een nieuwe OBA. Het lid DIDDEREN begrijpt dat de coalitiepartijen steun geven aan het voornemen van de wethouder om de OBA NEXT in Zuidoost te bouwen. Het plan lijkt dus aangenomen te worden. Maar het participatietraject moet nog starten. Zij vraagt wat er gaat gebeuren als de bewoners daarin ‘nee’ zeggen. Het lid ALBERTS herhaalt haar vraag wat er gebeurt als de partners wegvallen. Het project zou immers betaalbaar blijven door die partners. Die waren nodig. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Von Gerhardt dat niets doorgedrukt wordt. Zij vindt het ook problematisch als dit soort woorden gebruikt worden in een democratisch proces. Er wordt door het college een voorstel voorgelegd. Dat gaat alleen over het verlengen van iets waarmee men al bezig was. Het is niet iets nieuws. Zij heeft niet in het verkiezingsprogramma van Volt gelezen dat die partij tegen een OBA NEXT is. Zij zou het heel zonde vinden om te stoppen met dit project om het te heroverwegen. Er is indertijd democratisch besloten dat de OBA NEXT er moet komen. Die komt nu alleen op een andere plek dan eerst gedacht. Het lid VON GERHARDT heeft zojuist voorgelezen uit de Begroting 2023.
Daarin stond dat in het voorjaar 2023 de investeringsparagraaf vastgesteld wordt. Daarin zouden alle domeinen tegen het licht worden gehouden. Het is dus heel democratisch om te wachten tot de bestuursopdracht is geweest, en de raad overwogen heeft welke investeringen wel en welke niet gewenst zijn. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het lid Von Gerhardt tegen het voorstel kan stemmen. Daarom wordt het er ook niet doorgedrukt. Hij heeft zijn eigen mening en dit is alleen de mening van het college. Het lijkt het college niet verstandig om de ontwikkeling van de OBA NEXT verder uit te stellen. Daarom wil het er nu mee doorgaan, ook om te zoeken naar partners die aan willen sluiten. Als dit investeringskrediet er niet doorheen komt, leg je de verdere ontwikkeling van de OBA NEXT stil.
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
Het lid VON GERHARDT concludeert daaruit dat de bestuursopdracht die besproken gaat worden, eigenlijk een wassen neus is. Eerst was het De Meervaart, en nu wordt de OBA NEXT er snel doorheen getikt. Waar kan de raad straks nog over beslissen? Wethouder MOORMAN blijft erbij dat niets doorgedrukt wordt. Dit is een democratisch proces. Het is belangrijk om zuiver om te gaan met woorden. Ze moeten zorgvuldig gekozen worden voor de hygiëne in de raad. Er wordt niets doorgedrukt; het plan wordt open aan de raad voorgelegd. De 1,5 miljoen euro wordt niet uitgegeven voordat de raad in het voorjaar het besluit neemt. Het is alleen maar om nu te kunnen besluiten dat het plan doorgaat. Mocht de raad tot een ander besluit komen in het voorjaar, dan zal het college dat uiteraard serieus nemen. Het lid VON GERHARDT vindt het niet denkbeeldig dat straks uit de bestuursopdracht blijkt dat dit niet de investering is die op dit moment gedaan moet worden. Dan is na de 2,2 miljoen, nog eens 1,5 miljoen euro weggegooid. Wat is ertegen om dit even on hold te zetten? Om te zeggen dat deze beslissing in april genomen wordt zodat de tijd ervoor gebruikt kan worden om een goede afweging te maken. Wethouder MOORMAN verwijst naar haar eerdere beantwoording. Verder is het aan de raad om te beoordelen. Zij antwoordt het lid Alberts dat het kan dat andere partners aansluiten.
Maar heel veel van de partners voor de OBA NEXT op de Zuidas waren maatschappelijke partners. Bijvoorbeeld een buurthuis. Die maatschappelijke partners zijn overal. Zij vermoedt dat er juist ook partners te vinden zijn in Zuidoost. Er is daar veel bedrijvigheid die heel goed hierbij kan aansluiten. Verder is er het Masterplan, waarbij veel alliantiepartners zijn aangesloten. Die vinden dit ook een mooi idee. Zij zal de raad steeds op de hoogte houden van de ontwikkelingen. Het lid VERSCHOOR merkt op dat de vraag ging over de financiële bijdrage van partners. Gelukkig zijn in Zuidoost allerlei bedrijven, maar het zou fijn zijn als het wat geconcretiseerd kon worden. Misschien kan met de ING gepraat worden. Dat is nodig, anders zou het wel op de Zuidas uitgevoerd zijn. Wethouder MOORMAN benadrukt dat het niet is doordat partners zijn weggevallen dat de OBA NEXT niet op de Zuidas gerealiseerd wordt. Zij zal de commissie op de hoogte houden van de ontwikkelingen met betrekking tot nieuwe partners. Het lid VERSCHOOR vraagt hoe het dan wel zit. Kennelijk heeft hij het verkeerd begrepen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij aan het begin van haar betoog al uitgebreid is ingegaan op de redenen voor de verplaatsing. De VOORZITTER bevestigt dat de wethouder deze vraag al beantwoord heeft.
De VOORZITTER concludeert dat de voordracht voldoende is besproken en gereed voor een lange behandeling in de raad. Punt van orde De VOORZITTER vraagt de commissie vanwege het tijdstip of de agenda gewoon afgewerkt moet worden, om te kijken hoever men komt. Zij stelt vast dat er geen animo is om punten door te schuiven. Het lid VAN PIJPEN vraagt de punten met betrekking tot jeugdzorg door te schuiven, voor zover zij niet voor 12.30 uur behandeld kunnen worden. Zij moet dan weg.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
Het lid ABDI vraagt die punten (de gevoegde punten 10, 11 en 12) door te schuiven. Zij wil ruim de tijd hebben voor de behandeling. Wethouder MOORMAN vindt dat heel erg jammer, want er speelt momenteel heel erg veel bij de jeugdzorg. Een voordeel van het doorschuiven kan wel zijn dat bij de volgende vergadering meer zicht is op het verloop van de onderhandelingen rondom de hervormingsagenda, die op dit moment plaatsvinden. Zij adviseert de commissie om ruim de tijd te nemen voor de behandeling van de punten 10, 11 en 12. Het lid VAN PIJPEN gaat akkoord met het doorschuiven van de punten. Zij vraagt vanwege de drukke agenda voor de volgende vergadering de mogelijkheid open te houden van een avondgedeelte. Het lid ROODERKERK vindt dat de commissie zichzelf moet disciplineren en de agenda volgende keer moet afhandelen binnen de tijd die ervoor staat. Er zijn al heel veel vergaderingen van de gemeenteraad en veel leden hebben ook nog werk ernaast. Zij wil liever geen avondgedeelte. Misschien kan volgende keer begonnen worden met de jeugdzorgpunten. De VOORZITTER concludeert dat de commissie akkoord gaat met het doorschuiven van de gevoegde punten 10, 11 en 12. Zij vraagt hoe de commissie tegenover een avondgedeelte staat voor de volgende vergadering. Het lid ABDI wil liever geen avondgedeelte.
Zij ziet meer in de suggestie van het lid Rooderkerk om in de ochtend te beginnen met de punten met betrekking tot jeugdzorg. Het lid VAN PIJPEN vraagt in ieder geval rekening te houden met een avondgedeelte. Het lid VON GERHARDT steunt het voorstel van het lid Van Pijpen. De VOORZITTER concludeert dat de punten 10, 11 en 12 doorgeschoven worden naar de volgende vergadering. Daarmee wordt de vergadering dan geopend. De optie van een avonddeel wordt opengelaten, maar zonder daar bij voorbaat vanuit te gaan. 8.
Onderwijshuisvestingsprogramma 2023 primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs (VN2022-036034) Het lid RUNDERKAMP merkt op dat de gemeente Amsterdam een zorgplicht heeft voor de bekostiging van huisvesting van scholen voor po, vo en so. Er wordt 110 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het onderwijshuisvestingsprogramma. In de stukken staat dat naar Zuid 44,8 miljoen euro gaat en naar Noord 25,6 miljoen euro. Nieuw-West krijgt 4,4 miljoen euro. Hij vraagt uit te leggen waarom er zo’n verschil is tussen de verschillende stadsdelen. Het lid VON GERHARDT heeft gisteren nog gelezen dat de onderwijsgebouwen van veel scholen onvoldoende zijn, terwijl juist de kwaliteit van schoolgebouwen zo belangrijk is voor goede leerprestaties. Het gaat daarbij om een kerntaak van de gemeente. Het verbaast dan ook dat de gemeente juist hierop is gaan bezuinigen. In het coalitieakkoord is afgesproken dat er bezuinigd wordt op huisvesting, opknappen of renoveren van schoolgebouwen. Kan er op die manier nog wel aan de doelstellingen voldaan worden, dat iedere leerling les krijgt in een goed geventileerd schoolgebouw? Het lid ROODERKERK bestrijdt dat de coalitie afgesproken heeft dat er bezuinigd wordt op schoolgebouwen. Waaruit maakt het lid Von Gerhardt dat op?
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
Het lid VON GERHARDT antwoordt dat je dat kan lezen in het coalitieakkoord. Hij is bereid het op te zoeken. Het lid ROODERKERK vraagt het voor haar op te zoeken. Het lid VON GERHARDT zal dat doen. Er wordt bezuinigd op het onderwijshuisvestingsprogramma. Dat is zonde, want het is een kerntaak van de gemeente. Hoe ziet de wethouder dat? Het lid ROODERKERK vindt dat het debat op basis van de feiten moet worden gevoerd. Het lid Von Gerhardt moet zijn bewering onderbouwen. Het lid DIDDEREN ziet dat het ook in 2023 nog nodig is om in het Martin Luther Kingpark te gebruiken voor tijdelijke huisvesting van een school. Kan de wethouder zeggen wanneer het niet meer nodig is om het groen in de stad te gebruiken voor tijdelijke onderwijslocaties? Hoe wordt hier rekening mee gehouden bij stadsontwikkeling? Het lid BOOMSMA las in de media berichten dat kinderen op scholen niet naar de wc gaan omdat het er te smerig is. Hoe zit dat? Wat gaat de wethouder daaraan doen? Er wordt verwezen naar het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2018-2022, vastgesteld in 2017. Wanneer komt er een nieuw IHP? Verder heeft het CDA in de afgelopen jaren gevraagd om een overzicht van de gebruikte vierkante meters in leegstand, dus ook per school. Hij ziet dat niet in het stuk. Het lijkt hem belangrijk om te hebben voordat je tot zulke grote investeringen komt.
Hij vraagt dat overzicht alsnog aan te leveren, graag met andere huisvestingsdata, zoals over luchtkwaliteit. Door stijgende kosten kunnen maar twee gebouwen vervangen worden in plaats van de geplande vier tot vijf. Wat zijn daarvan de gevolgen? Wanneer wordt dat weer ingelopen? De andere afwijzingsgrond voor investeringsaanvragen is dat ze niet haalbaar of uitvoerbaar zijn in 2023. Waarom is dat niet uitvoerbaar? Is dat alleen vanwege de kosten, of gaat het om een politieke afweging? Waar is daarvan sprake? Hoe wordt de hoogte van het budget bepaald? Het lid ROODERKERK had gevraagd om de beantwoording van haar schriftelijke vragen over kleine scholen te betrekken bij dit punt. In die beantwoording staat dat er in Amsterdam veertig scholen zijn die onder de opheffingsnorm zitten. Daarvan zouden er dertig moeten stoppen vanwege het aantal jaren dat ze al onder die norm zitten. Die scholen worden in leven gehouden omdat ze onder groter bestuur vallen. Dit maakt dat er in Amsterdam enorm veel te kleine scholen zijn. Dat lijkt fijn, zo’n buurtschool, maar Amsterdam heeft zoveel scholen dat er altijd wel een in de buurt is. De te kleine scholen zijn minder van kwaliteit door grotere lerarentekorten en problemen om de onderwijskwaliteit op peil te houden. Het is dus zaak daar goed naar te kijken.
Zonder die te kleine scholen zouden er 40-70 extra leraren zijn die het tekort kunnen lenigen. Zij vraagt de wethouder dit onderwerp te bespreken met de schoolbesturen, om te kijken of langdurig te kleine scholen kunnen samenwerken met andere scholen, zodat er kwalitatief goede scholen ontstaan die leerlingen trekken. En wat is de impact van de te kleine scholen op de huisvesting? Half gevulde lokalen en scholen? Kan dat inzichtelijk gemaakt worden? In het tweede kwartaal 2023 wordt het IHP voorgelegd aan de commissie. Zij vraagt meer informatie over de vierkante meters en de leegstand, zodat de raad beter kan beoordelen hoe het gaat met de onderwijshuisvesting en wat de impact is van de kleine scholen. Het lid ALBERTS vraagt welke richting het lid Rooderkerk op denkt. Wil ze de kleine scholen clusteren of opheffen? Het lid ROODERKERK antwoordt dat D66 aandringt op meer samenwerking. De reden voor het laten voortbestaan van kleine scholen is dat het schoolbestuur die scholen vaak niet willen opgeven. D66 wil echter overal in de stad kwalitatief goede scholen. Helaas zijn kleine scholen kwalitatief kwetsbaar. Daarnaast kan het lerarentekort deels
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
worden opgelost als er meer wordt samengewerkt. Daarom wil D66 vooral samenwerking. Afgedwongen kan dat niet worden; dat is iets voor de schoolbesturen. Zij vraagt de wethouder dus daarover in gesprek te gaan met de schoolbesturen. Het lid VON GERHARDT verwijst naar pagina 81 van het coalitieakkoord. Hij leest daar bij ‘Onderwijs’: reduceren vervangende huisvesting, vanaf 2024 wordt daarop drie ton structureel bespaard, daarnaast wordt er vanaf 2025 een bedrag van 1,1 miljoen euro op het programma voor schoolpleinen. Er wordt dus wel degelijk bezuinigd op de kwaliteit van de onderwijshuisvesting. Hoe ziet D66 dat? Het lid ROODERKERK ontkent dat daarop wordt bezuinigd. Het gaat erom dat er al heel veel schoolpleinen zijn aangelegd en vergroend. Er is nu dus minder nodig voor de schoolpleinenaanpak, en er is dus geen sprake van een bezuiniging. Zij vraagt de wethouder hierop nog in te gaan. Het lid VON GERHARDT kan er wat schoolpleinen betreft inkomen. Maar er staat ook dat er door reduceren vervangende huisvesting vanaf 2024 drie ton wordt bespaard. Het lid ROODERKERK herhaalt dat het niet om een besparing gaat. Er wordt minder geld aan uitgegeven, omdat er minder vervangende huisvesting nodig is. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Runderkamp dat het soms niet nodig is te investeren in een stadsdeel als je daar in de jaren ervoor al veel geïnvesteerd hebt.
Zo is de afgelopen jaren heel veel geïnvesteerd in Nieuw-West. Er zijn daar heel veel scholen gebouwd of opgeknapt. Nu is er juist meer geld nodig voor andere stadsdelen. Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat het bekostigingsplafond vorig jaar 110 miljoen euro was, net als dit jaar. Er is dus echt niet bezuinigd op onderwijshuisvesting. Het is zoals het lid Rooderkerk aangaf over schoolpleinen. Schoolpleinen stonden structureel in de boeken, maar op een gegeven moment ben je klaar. Hetzelfde gebeurde met vervangende huisvesting. Soms staan er dingen structureel in de begroting, terwijl ze er eigenlijk incidenteel in hadden moeten staan. Er is dus geen sprake van een bezuiniging op onderwijshuisvesting. Wel loopt er momenteel samen met de VNG een grote lobby richting het Rijk over onderwijshuisvesting. Het Rijk geeft namelijk veel te weinig middelen voor de gebouwen. De gemeente kan niet op eigen kosten voldoen aan de geldende normen. Op dit moment legt de gemeente Amsterdam er veel geld op toe. Zij begrijpt de vraag van het lid Didderen over het Martin Luther Kingpark heel goed. Eigenlijk is dat een stuk hoofdgroenstructuur waar het college überhaupt geen scholen wil bouwen. Helaas kwam men klem te zitten met het Berlage. De keuze was niet verbouwen, of zorgen voor vervangende huisvesting. Er stonden nog een Spinoza20Firstgebouw en een noodgebouw op die plek.
Besloten is die gebouwen langer dan gepland te gebruiken op een plek waarop dat eigenlijk onwenselijk was. Dit zijn inderdaad moeilijke afwegingen. Het lid Didderen heeft gelijk als ze zegt dat het hoofdgroenstructuur is waar geen school hoort te staan. Zoals gezegd is het wel tijdelijk. Het moet uiteindelijk weer terug naar de hoofdgroenstructuur. Het lid DIDDEREN heeft begrip voor het probleem. Zij vraagt of men in dit opzicht bij stadsontwikkeling rekening houdt met de toekomst. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het principe is dat er niet in de hoofdgroenstructuur wordt gebouwd. Dat is altijd het uitgangspunt. In uitzonderlijke gevallen kan het toch gebeuren, maar zij vertrouwt erop dat de PvdD dan aan de bel zal trekken. De raad kan er dan wel of niet mee akkoord gaan. Zij antwoordt het lid Rooderkerk dat Amsterdam veel te veel kleine scholen heeft. 20% van de scholen zit onder de opheffingsnorm. Voor een krimpgebied kan een buurtschooltje inderdaad grote waarde hebben. Daarom staat in de wet dat kleine scholen een bijzondere bekostiging krijgen en in een groot schoolbestuur gemiddeld mogen worden. Zij vindt dat eigenlijk zot, voor een grote stad met zoveel scholen, met name voor scholen die een brede doelgroep bedienen. De schoolbesturen zijn het wel met haar eens
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
en hebben al in 2019 aangegeven dat ze ernaar streven om kleine scholen te sluiten. Dat komen de besturen ook na. Sluitingen en fusies zijn niet makkelijk en zorgen altijd voor verdriet, bij de leerlingen, de ouders en de leraren. Het moet netjes gebeuren en het kan niet heel snel. Er moet wel wat gebeuren in Den Haag. Meer ruimte voor nieuwe scholen helpt niet, want na sluiting van een kleine school komt er weer een nieuwe voor in de plaats. Het leidt ook tot extra concurrentie. De wet zou aangepast moeten worden. Een kleine school is prima in een krimpgebied, maar in een grote stad is het gek. Het lid ROODERKERK is niet tegen meer ruimte voor nieuwe scholen. Zij wijst erop dat kleine scholen kunnen uitgroeien tot grotere; die kans wil zij scholen bieden. Ook zij zal de lobby in Den Haag gaan voeren voor aanpassing van de wet. Zij is benieuwd naar de impact van kleine scholen op de onderwijshuisvesting. Wethouder MOORMAN antwoordt dat een leeg schoolgebouw altijd in de strategische voorraad gehouden wordt. Die gebouwen houden een onderwijsbestemming, want belangrijk is als andere scholen gaan verbouwen en tijdelijke huisvesting nodig hebben. Verder is het zaak alle vierkante meters zo goed mogelijk te benutten. Zij antwoordt het lid Boomsma dat dit soms tot moeilijke gesprekken leidt.
Want wat is onderwijs? In Amsterdam-Noord zat een soort onderwijsgroep die niet per definitie onder ‘onderwijs’ viel. Eigenlijk was het zorg voor kinderen die een vrijstelling hadden gekregen omdat ze zo slecht zijn dat ze niet in een schoolse omgeving passen. Maar je wilt wel alles doen voor die kinderen. Het is ook voor de ouders noodzakelijk dat de kinderen daar toch in hun ontwikkeling worden gestimuleerd. Die onderwijsgroep zat onder de noemer ‘speciaal onderwijs’ in een school. Toen het speciaal onderwijs ging groeien moest de groep op basis van de verordening weg, want het was geen onderwijs. Die ging vervolgens van Noord naar Zuidoost. Uiteindelijk is bereikt dat de groep weer terug kon naar Noord, in een schoolgebouw. Er is heel weinig leegstand bij schoolgebouwen; vaak wordt het een plek voor zorg, bijles of studie. Er wordt dus heel hard nagedacht wat je aan moet met de vierkantemeternorm van het onderwijs. Overigens wordt er als een school gaat uitbreiden of als er een nieuwe school bij komt altijd eerst gekeken naar leegstand. Dat moet ook volgens de verordening. Alleen een lijst met vierkante meters zegt dus niet zoveel. De scholen gaan zelf over het schoonmaken. Misschien zijn de middelen daarvoor binnen de lumpsum van het Rijk te beperkt en het is natuurlijk zeer ongewenst als een leraar zijn eigen klaslokaal moet schoonmaken.
Het zijn nooit politieke afwegingen, maar altijd op basis van de verordening. Er wordt gekeken naar alle aanvragen en dan wordt op basis van de verordening een afweging gemaakt. Waarom vallen twee van de vier gebouwen af? Dat heeft soms te maken met de gebiedsontwikkeling. Die gaat soms trager, waardoor dan ook de realisatie van de school trager gaat. In het geval van Berlage, waarover zij het al heeft gehad, wordt niet zozeer politiek gekeken, maar naar wat op dit moment noodzakelijk is. Het lid BOOMSMA vraagt welke informatie er wel is over vierkantemetergebruik en leegstand. Kan dat gekoppeld worden aan een overzicht van andere huisvestingsaspecten zoals ventilatie? Wethouder MOORMAN antwoordt dat altijd eerst gekeken wordt in de omgeving. Er wordt altijd een inventarisatie van leegstand gemaakt. Elke inventarisatie is echter een momentopname. Zij wil ook niet sturen op de verkeerde indicatoren. Het lid ROODERKERK herinnert aan het IHP 2016 waarin dit soort informatie stond. Daarin stond informatie over overcapaciteit, het aantal leerlingen, en leegstand. Die informatie verdween in het IHP dat daarop volgde. Zij vraagt daarom die extra informatie weer te leveren bij het volgende IHP, want het is belangrijk voor de raad om te kunnen sturen.
Wethouder MOORMAN antwoordt dat men stopte met het geven van die informatie omdat het indicatoren zijn die niet echt geschikt zijn als sturingsinformatie voor
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
de raad. Commissieleden kunnen haar in de toekomst, als een nieuw gebouw gepland wordt, of een gebouw wordt opgeknapt of uitgebreid, altijd vragen of zij gekeken heeft naar wat er in de omgeving aan leegstand is. Dus of het echt noodzakelijk is. Dat soort informatie wil zij zeker aanleveren. Het lid ROODERKERK kan zich voorstellen dat er door de kleine scholen lokalen leegstaan. Het zou goed zijn om inzicht te hebben in het aantal vierkante meters, dus hoeveel lokalen leegstaan. Wethouder MOORMAN antwoordt dat echte leegstand nauwelijks bestaat. Er zitten in de vroegere schoolgebouwen vaak andere maatschappelijke voorzieningen. Zij antwoordt het lid Runderkamp nog dat er in het verleden heel veel geld naar Nieuw-West is gegaan, naar scholen als De Wereldburger, Pro Rege, Het Talent, Veerkracht en Lumion. De VOORZITTER concludeert dat het stuk door kan voor een middellange bespreking in de raad. 9.
Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en Evaluaties Kansenaanpak Primair Onderwijs (PO) 2020-2021 en Voortgezet Onderwijs (VO) 2020-2021 (VN2022-033948) Het lid RUNDERKAMP ziet in de evaluaties dat de kansenaanpakken waardevol zijn voor de Amsterdamse scholen. Ook wordt duidelijk dat de kansenaanpak een bereik heeft van 16.500 in het po en 8000 leerlingen in het vo. Hij vraagt of deze getallen overeenkomstig de streefwaardes zijn. Is het college tevreden met het bereik? Verder vraagt hij hoe de samenhang in het lopende schooljaar geborgd is tussen enerzijds de kansenaanpakprogramma’s in het po en vo en anderzijds het nationaal programmaonderwijs. Het lid MOLEMA wil aannemen dat de kansenaanpak waardevol is, maar op basis van de uitkomsten van de evaluaties wordt het haar niet duidelijk of de doelen van de kansenaanpak, namelijk het bestrijden van onderwijsachterstanden en het tegengaan van kansenongelijkheid, door het verstrekken van de specifieke subsidies daadwerkelijk worden bereikt. Uit de evaluatie van de kansenaanpak po blijkt dat de overheid door de coronacrisis verschillende extra subsidies aan basisscholen heeft verleend, waardoor het lastig is te bepalen of een gevonden effect is toe te schrijven aan de kansenaanpak of aan een andere subsidie.
Ook uit de evaluatie kansenaanpak voor het vo blijkt dat het vaak niet mogelijk is voor scholen om de effecten van de interventies te onderscheiden van effecten van interventies met andere gelden. Er hebben 175 basisscholen en 30 scholen voor vo een subsidie ontvangen in het schooljaar 2021. Zij vraagt in hoeverre deze scholen hebben voldaan aan hun verantwoordingsplicht. Wat zijn de plannen van de wethouder om ervoor te zorgen dat de effecten van de kansenaanpak goed kunnen worden gemeten, en dus beter kan worden vastgesteld of de subsidies daadwerkelijk bijdragen aan het bereiken van het doel? Is inzichtelijk welke scholen de beste resultaten hebben behaald? Kunnen die worden gedeeld met de commissie? De werkdruk voor leerkrachten in het po en vo is erg hoog. Een groot deel van de kansenaanpak komt terecht op het bord van diezelfde onderwijzers. De bibliotheek heeft aangegeven meer samen te willen werken met die scholen. Daarom is het verstandig om te kijken of de OBA betrokken kan worden bij de kansenaanpak, om te voorkomen dat OBA en scholen straks hetzelfde probleem proberen aan te pakken, met het risico dat het werk dubbel wordt gedaan. De OBA kan een deel van de werklast overnemen bij onderwerpen als taalvaardigheid en digitale vaardigheid. Zij vraagt of de wethouder deze ambitie deelt, dus om de OBA actiever in de scholen aanwezig te laten zijn.
Wil de wethouder onderzoeken hoe de OBA meegenomen kan worden in de uitvoering van de
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
kansenaanpak? Hoe kunnen de bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de samenwerking goed afgebakend worden? Het lid YEMANE vraagt of er met betrekking tot de ouderbetrokkenheid ook gesprekken kunnen worden gevoerd met ouderorganisaties of informele organisaties die de ouders goed kennen, en die goed staan voor de belangen van de kinderen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er begonnen is met de kansenaanpak omdat een behoorlijk aantal scholen een substantieel aantal leerlingen heeft met een kans op achterstand. Daarom moet je meer middelen en mogelijkheden voor scholen bieden om daar het juiste voor te doen. Het is belangrijk je te realiseren dat niet de gemeente, maar de leraren en het schoolteam de noodzakelijke kennis hebben. Dit is een budget dat kan bijdragen aan het bieden van betere kansen. Inhoudelijk kan dat niet tevoren al door de gemeente ingevuld worden, want je wilt de professional zijn werk laten doen. Zij is het erg eens met wat het lid Molema zei over bibliotheken in de school, maar dat is niet wat de gemeente op moet leggen. De kansenaanpak is echt ter ondersteuning van de scholen en de leerlingen die het nodig hebben. Het lid MOLEMA wijst erop dat de wethouder in gesprekken met scholen en in de samenwerking wel kan sturen. Is de wethouder dat met haar eens? Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij dat zeker zo ziet.
Er moet echt iets gebeuren op het gebied van leesonderwijs, waar zij ook mooie voorbeelden van ziet. Een voorbeeld is de Alan Turingschool. Met het onderwijsnetwerk Amsterdam, waar de Alan Turingschool onderdeel van is, wordt gekeken hoe dat onderwijs evidence based gegeven kan worden. Het is dus veel breder dan alleen deze kansenaanpak. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat de gemeente zelf bepaalt naar hoeveel scholen het geld gaat. Het bereik is dus per definitie wat de gemeente geeft. De effectiviteit meten is moeilijk, omdat er verschillende dingen met het geld worden gedaan, in samenhang met andere dingen die gedaan worden. Je weet dan niet heel precies waar wat door komt. Ieder jaar zie je bij deze evaluatie dat scholen heel erg blij zijn en dat er veel goede dingen mee gedaan worden. De meeste dingen, zoals taalinterventies of de verlengde leertijd, zijn evidence based interventies. Toch zal op een paar dingen dieper ingegaan worden. Voor de evaluatie 2021-2022 zal meer inzicht geboden worden in de effectiviteit van de woordenschatinterventies. Ook zal in de volgende evaluatie van de kansenaanpak vo gekeken worden naar een aantal case studies, waarbij in de diepte gekeken wordt naar de effecten van interventies. Het lid ROODERKERK is blij dat bij de evaluatie dieper zal worden gekeken naar de impact. Daarbij vraagt zij aandacht voor de gratis huiswerkbegeleiding.
Een aantal interventies is daarop gericht. Toch is er nog steeds een groot overaanbod van commerciële huiswerkaanbieders, die dus niet voor iedereen toegankelijk zijn. Haar fractie wil dat het gewoon op school gebeurt, onder toezicht van leraren van de school. Is voorzien in een dergelijke aanpak? Kan er in de evaluatie aandacht aan besteed worden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het dilemma ligt in de NPO-middelen. De scholen krijgen niet alleen de kansenaanpakmiddelen, maar ook de NPO-middelen, die ook vaak worden ingezet op extra huiswerkbegeleiding. Dat maakt het lastig om uit elkaar te houden. Scholen vegen de middelen bij elkaar en proberen daarmee zoveel mogelijk te bieden. Uiteraard moeten de scholen wel verantwoorden wat er met de middelen is gedaan, maar de effectiviteit is lastig te meten. Je zou dit kunnen veranderen door veel doelgerichter geld uit te keren, maar daarmee zijn de scholen niet geholpen. Die moeten doen wat nodig is, en vanuit hun eigen professionaliteit. Het lid MOLEMA vindt het toch heel belangrijk om te weten waar het effect vandaan komt. Je moet kunnen toetsten of de verstrekte middelen werken. Zij vraagt bij welk resultaat de wethouder vindt dat de subsidieverlening geslaagd is.
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
Wethouder MOORMAN kan daarop moeilijk antwoord geven. Je bent namelijk veel aan het voorkomen. Wat zou er gebeuren als je het niet meer zou doen? Je kunt niet alleen met de kansenaanpak bereiken dat niet langer 25% van de vijftienjarigen de schoolbanken verlaat met een kans op functioneel analfabetisme. Je zou heel graag willen dat er geen grote verschillen meer zijn tussen scholen, maar kan dat alleen met een kansenaanpak? Je zou willen dat onderadvisering niet langer plaatsvindt en dat iedereen gelijke kansen krijgt op basis van zijn toetsscores. Maar kan dat alleen met een kansenaanpak? Soms moet je accepteren dat niet alles meetbaar is. Je zult de totaliteit moeten bekijken. Hoe steun je de professional in de klas zo goed mogelijk? Niet door die professional zelf de klas te laten schoonmaken. Dus moet er extra geld komen in de lumpsum voor schoonmaken. Daarbij stel je dan ook niet die vraag. Het lid MOLEMA vraagt of de wethouder cijfers kan vragen van scholen waar de resultaten aan het verbeteren zijn. Welke school heeft de beste resultaten? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het onderwijsnetwerk Amsterdam mede opgericht is om van elkaar te leren. Je kunt leren van scholen die het ontzettend goed doen in lastige buurten. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele momenten.
Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Runderkamp dat het gros van het NPOgeld naar de scholen zelf gaat. Soms kan dat geld worden samengevoegd met kansenaanpakmiddelen. Het deel dat de gemeente krijgt wordt ingezet voor het sociaalemotionele welzijn van kinderen. Daar zit dus geen dubbeling met de kansenaanpak. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 13.
Kennisnemen van de reactie op motie 268 (d.d. 22 juni 2022) van de leden Khan, Boomsma, Heinhuis, Broersen, Yemane, Ahmadi, De Jager, Alberts, Van Lammeren en Kabamba inzake de vangnetregeling uitbreiden. (VN2022037044) Het lid HAKIKI las in de laatste brief van de wethouder dat er ongeveer 82.000 Amsterdammers zijn bereikt met de energietoeslag, dus een enorm aantal in korte tijd. Toch zijn er nog 3000 Amsterdammers niet bereikt, wat jammer is. Haar fractie hecht er grote waarde aan om ook deze laatste groep mensen te bereiken. Welke aanvullende maatregelen gaat de wethouder nemen om deze mensen te bereiken? De DENK-fractie denkt graag constructief mee met het college. Is de wethouder bereid om samen met haar fractie te evalueren welke maatregelen hebben gewerkt om mensen te bereiken die recht hebben op energietoeslag? Het is belangrijk voor de raad om te weten of de financiële inzet doelmatig was, vooral ook omdat volgend jaar de minimaregeling omhoog gaat van 100% naar 150%. Je moet dan weten welke communicatie-inzet de groepen bereiken die normaliter moeilijk bereikbaar zijn. Het lid ROODERKERK merkt op dat de energiecompensatie voor studenten lastig uit te voeren is met de IBB-individuele regeling die daarvoor gehanteerd zou moeten worden. Studenten die in de problemen zitten kunnen al wel een aanvraag doen bij de IBB.
Zij vraagt de commissie op de hoogte te houden van het aantal studenten dat daarvan gebruikmaakt. En als dat nog niet gebeurt, kan dat dan geregistreerd worden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij de complimenten van het lid Hakiki zal overbrengen aan het team. Volgend jaar zal het team opnieuw hard werken, want de energietoeslag gaat nog door. In de raad was verwarring over de 3000. Later begreep zij dat dat het verschil is tussen de 85.000 die waren geschat en de 82.000 die het geld
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 23 november 2022
hebben gekregen. Omdat de 85.000 een schatting is, kan je niet zeggen dat er 3000 mensen niet bereikt zijn. Je weet niet hoeveel mensen het precies betreft. Mensen die zich niet eerder hebben gemeld voor andere armoederegelingen kent de gemeente niet. Die moeten allemaal zelf de aanvraag doen. Er is veel aan gedaan om ze te bereiken, via buurthuizen, professionals, een animatiefilmpje in zes verschillende talen etc. Zij heeft de indruk dat de mogelijkheid genoeg bekend is, gezien het grote aantal mensen dat de uitkering heeft aangevraagd, en dat het heel dicht bij de schatting van 85.000 zit. 100% haal je ook nooit. Niet iedereen wil het geld van de overheid. Het lid HAKIKI hecht er toch waarde aan om die kleine groep Amsterdammers ook te bereiken. Zij stelt daarom voor om het onderwerp te agenderen voor de raad. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Rooderkerk dat de IBB sowieso opengezet is voor energie. Dat betekent niet een toeslag. Het kunnen mensen zijn die al een energietoeslag hebben, maar toch niet uitkomen met de energiekosten. Die kunnen dan nog een bijzondere bijstand krijgen. Ook studenten ouder dan 21 jaar kunnen op specifieke voorwaarden daar aanspraak op maken. Het wordt nu niet specifiek geregistreerd. Dat zou ook niet veel zin hebben, want minister Schouten heeft aangegeven dat ze in 2023 sowieso studenten uit gaat sluiten van energietoeslag en deze regeling.