CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

OZA conceptverslag 14-12-2022

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 18 januari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 14 december 202215.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 14 december 2022

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 14 december 2022 van 09.00 tot 12.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 18 januari 2023 Voorzitter: het lid Nanninga Portefeuillehouders: wethouder Moorman, wethouder Rijxman Commissiegriffier: K. van Klooster, N. Bakkali Verslaglegging: M. Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Abdi (PvdA), Alberts (SP), Bons (BIJ1), Didderen (PvdD), Von Gerhardt (VVD), De Jong (JA21), Kabamba (Lijst Kabamba), Koyuncu (DENK), Van Laake (Volt), Molema (JA21), Van Pijpen (GroenLinks), Rooderkerk (D66), Runderkamp (PvdA), Verschoor (Forum voor Democratie), Williams (D66) Afwezige commissieleden: Rooderkerk (D66), Yemane (GroenLinks) Overige aanwezigen:

ALGEMEEN GEDEELTE

1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER meldt dat wethouder Rijxman wat later zal komen. Verder hebben de fractie van Forum voor Democratie en het lid Didderen van de Partij voor de Dieren zich afgemeld. Wethouder MOORMAN doet de volgende mededelingen.  De tussenvoorziening nieuwkomers, waarnaar mevrouw Yemane vroeg, gaat volgende week van start.  Er is een rekenfout gemaakt in de monitor schoolloopbanen, die later deze vergadering besproken wordt. Die fout gaat over het aantal leerlingen dat examen heeft gedaan, wat het aantal leerlingen had moeten zijn dat geslaagd is voor het examen. Dat geeft een klein verschil in de percentages, maar niet in de trends. De fout zal in januari worden hersteld.  Normaal gesproken heeft iemand nadat de schuldsanering is afgelopen na drie jaar, nog vijf jaar een BKR-registratie. Dat leidt voor mensen tot heel grote problemen en is wettelijk niet noodzakelijk. Daarom is besloten om die vijf jaar terug te brengen tot een halfjaar BKR-registratie. De BKR is daarover geïnformeerd. c. Vaststellen agenda

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

De VOORZITTER meldt dat er een actualiteit is ingediend door de leden Alberts van de SP en Hoogtanders van de VVD inzake de definitieve sluiting van Kwekerij Osdorp en stopzetting van meerdere dagbestedingslocaties in Amsterdam. Het lid VAN PIJPEN heeft geen bezwaar tegen bespreking, maar zij heeft hetzelfde onderwerp ingediend als agendapunt, wat haar voorkeur heeft. Het gaat om agendapunt 15. Het kan op die manier geagendeerd worden voor de raad. In dat geval zal zij het Presidium verzoeken dat te doen voor de raad van volgende week. Het lid ALBERTS merkt op dat in de beantwoording van de wethouder een aantal beleidsmatige dingen zit. Zij wil dat uit elkaar trekken en het actuele, namelijk de mislukking voor De Kwekerij, los bespreken van het beleidsmatige aspect, dat zij in alle rust wil behandelen. ‘Als je je gebrand hebt, dan is het eerst water, en de rest komt later.’ Op die manier wil zij het behandelen. Het lijkt haar wel verstandig om het onderwerp te bespreken in de raad van volgende week. Het lid WEHKAMP geeft de voorkeur aan een gevoegde behandeling. Het lid HOOGTANDERS wil de actualiteit en het beleidsmatig graag uit elkaar halen. Het zijn twee aparte dingen. Bij De Kwekerij heeft de raad opdracht gegeven om het bedrijf open te houden. Dat is niet gelukt, en dat moet besproken worden.

Er zijn daarnaast meerdere aanbestedingen die consequenties hebben die ook besproken moeten worden. Maar een gevoegde bespreking maakt dat alles door elkaar gaat lopen. De VOORZITTER stelt voor om de actualiteit te behandelen, waarbij het dan gaat over de Kwekerij. Er volgt later in de vergadering nog een agendapunt 15 voor degenen die een bredere beschouwing wensen. Het kan dan ook nog geagendeerd worden voor de raad, met in dat geval het verzoek aan het Presidium om behandeling te laten plaatsvinden voor het eind van het jaar. Zij constateert dat mevrouw Van Pijpen het liever anders had, maar met haar voorstel kan leven. De rest van de commissie gaat akkoord. Verder maakt zij melding van het voorstel van het lid Hoogtanders om het door haar geagendeerde punt 6 over gehoorschade door te schuiven naar de volgende vergadering. Zij constateert dat de commissie daarmee akkoord gaat. Het lid Rooderkerk van D66 heeft voorgesteld om de agendapunten 11 en 12 door te schuiven naar de volgende vergadering. Het lid BOOMSMA stelt voor om agendapunt 12 wel te bespreken. Dat punt is ook op verzoek van de VVD geagendeerd. Het lid WEHKAMP meldt dat mevrouw Rooderkerk ziek is, maar dat was niet de reden om met dit verzoek te komen. Die reden was de volle agenda. De jeugdzorgpunten zijn doorgeschoven naar de huidige vergadering, waarvoor dan alle tijd is.

En nu wordt het alsnog een volle vergadering. Het lid VON GERHARDT vindt het problematisch om elke vergadering weer punten door te schuiven. Daardoor loopt de agenda steeds vol. Hij wil de agenda nu graag helemaal afhandelen, waarvoor het dan verstandig zou zijn de avond te gebruiken. De VOORZITTER concludeert dat er niet voldoende steun is voor het doorschuiven van de punten 11 en 12. Het lid BOOMSMA vindt het vervelend om het verzoek om de punten door te schuiven niet te honoreren. Wel zou het dan prettig zijn om dat verzoek tevoren rond te mailen, want hij heeft het voorbereid. En het is de vraag of er volgende vergadering wél voldoende tijd is.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Het lid WEHKAMP had verwacht dat een meerderheid akkoord zou gaan met het voorstel tot doorschuiven. De VOORZITTER merkt op dat de manier om een punt door te schuiven inderdaad is om een meerderheid te verzekeren die akkoord gaat. Het zou wel netjes zijn om dan álle commissieleden ruim tevoren op de hoogte te stellen, en niet alleen de leden die nodig zijn voor een meerderheid. Het lid MOLEMA merkt op dat haar fractie ook niet geïnformeerd is over het verzoek. Zij sluit zich aan bij de woorden van de heer Boomsma. De VOORZITTER houdt een stemming over het verzoek om de punten 11 en 12 door te schuiven. Zij constateert dat er een meerderheid is voor het doorschuiven van de punten 11 en 12, met de aantekening dat het doorschuiven van punten in het vervolg tevoren duidelijk gecommuniceerd dient te worden aan alle leden van de commissie. Verder merkt zij op dat er geen sprekers aangemeld zijn voor de agendapunten 3 en 5. Het lid VON GERHARDT wil het woord voeren bij agendapunt 5. De VOORZITTER concludeert dat agendapunt 5 behandeld wordt. Agendapunt 3 wordt gehamerd. Zij herinnert aan het voorstel aan de commissie om eerst de raadsvoordrachten te behandelen, en vervolgens de punten die betrekking hebben op de portefeuille Jeugdzorg, de punten over Zorg en Armoedebestrijding en ten slotte de punten met betrekking tot Onderwijs.

De behandelvolgorde wordt dan agendapunt 4, 7, 8, 9, 10, 15, 14 en 13. Het lid MOORMAN vraagt of de agendapunten 7, 8 en 9 gevoegd behandeld worden, zoals de vorige keer. De VOORZITTER constateert dat de commissie hiermee akkoord gaat. Zij memoreert de suggestie van het lid Von Gerhardt om deze vergadering te vervolgen in de avond. Het lijkt haar echter met alle punten die doorgeschoven worden mogelijk om de agenda af te werken in de ochtend. Halverwege de vergadering zal bekeken worden of toch een avondsessie nodig is. Er wordt dus in eerste instantie uitgegaan van één dagdeel. Zij constateert dat de commissie daarmee akkoord gaat. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. Staande de vergadering wordt besloten om agendapunt 15 direct na de actualiteiten te behandelen.

d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 23 november 2022. Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er worden geen vragen gesteld.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken tot bespreking bij de vergadering van 18 januari a.s. De motivaties hebben gisteren in de dagmail gestaan.  TKN-3 over schoollunches op verzoek van het lid Rooderkerk.  TKN-4 over schoolveiligheid op verzoek van de leden Rooderkerk en Abdi.  TKN-9 over het rijksvaccinatieprogramma op verzoek van de leden Hoogtanders en Mangal.  TKN-12 over in de inkoop van enkelvoudige specialistische jeugdhulp etc. op verzoek van het lid Abdi.  TKN-5 op verzoek van mevrouw Didderen. Zij constateert dat de commissie hiermee akkoord gaat. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek A. SCHEIJDE spreekt op persoonlijke titel. Zij vestigt de aandacht op de groep mensen die door de hoge energiekosten ernstig tussen wal en schip dreigt te vallen. Het gaat om mensen met een handicap die lastig op energie kunnen bezuinigen, bijvoorbeeld omdat ze warmte nodig hebben en maar weinig kunnen bewegen. Of omdat ze meer elektrische hulpmiddelen gebruiken, zoals rolstoelen, tilliften, ademapparatuur, bidettoiletten of hoog-laagbedden. Het zijn mensen die het lef hadden om parttime te gaan werken, omdat fulltime geen optie was.

Hun inkomen werd daardoor hoger, waardoor ze niet meer in aanmerking komen voor allerlei toeslagen. En dus ook niet voor de energietoeslag. Vaak wonen deze mensen in een sociale huurwoning die niet goed is geïsoleerd. Hun zorgkosten zijn hoger; ze moeten bijvoorbeeld altijd het eigen risico betalen en een aanvullende verzekering nemen. Ze komen in financiële problemen en maken zich grote zorgen over de toekomst. Zijzelf is een voorbeeld van iemand uit deze groep mensen. Ze heeft betaald werk en een sociale huurwoning. Omdat haar inkomen ruim binnen de socialehuurgrens valt, zit ze in een sociale huurwoning. Maar haar inkomen is te hoog voor een stadspas, huurtoeslag, zorgtoeslag en energietoeslag. Tot nu toe kwam ze steeds goed uit, maar met de gestegen energieprijzen begint het problematisch te worden. Ze ging van 159 naar 685 euro per maand, wat meer is dan wat zij aan huur betaalt. Zij weet niet of ze met haar niet optimaal geïsoleerde woning binnen het prijsplafond kan komen. De schatting zegt van niet. Zij vraagt zich af of ze haar broodnodige sport kan blijven doen, of haar fysiotherapie. Wie knipt haar teennagels als ze de pedicure niet meer kan betalen? Kan ze nog brandstof betalen om mobiel te blijven en naar haar werk te komen? Niet alleen haar energiekosten stijgen. Iedereen is het aan het doorberekenen.

Men zal begrijpen dat er voor iemand met een handicap veel barrières te nemen zijn om mee te doen in de samenleving.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Zij wil bij dit alles niet te veel stilstaan, maar nu rinkelen de alarmbellen hard in haar hoofd. Zij begreep dat ook mensen met een handicap die meer kunnen verdienen dan 120% op de individuele bijzondere bijstand een beroep kunnen doen, in verband met de hoge energiekosten. Maar wat zijn dan de randvoorwaarden, en weten deze mensen dat wel? Dat zou breed moeten worden gecommuniceerd. Haar oproep is ervoor te zorgen dat mensen met een handicap die boven de 120% inkomen hebben ook recht krijgen op een passende tegemoetkoming voor de energiekosten, zodat ze niet kwijtraken wat ze met veel moeite hebben opgebouwd. Hiervoor zou bijvoorbeeld het inkomen voor de sociale huurgrens gebruikt kunnen worden. De gemeente zou dat breed en actief moeten communiceren. Als het goed is, heeft de gemeente zicht op welke mensen er voorzieningen gebruiken. Zij kunnen die gegevens dan gebruiken om mensen op de regelingen te wijzen. Of de gemeente zou met het kabinet kunnen onderhandelen over een verdubbeling van het prijsplafond voor mensen in deze categorie. E. KASTIEL spreekt op persoonlijke titel. Al ruim negen jaar heeft zij een heel fijne plek bij de Kwekerij Osdorp. Je wilt verder, moet verder, maar waar? Het grootste perceel meedoen staat vol alledaagse activiteiten en hobby’s. Velen proberen dat te vermijden om niet in een sleur terecht te komen.

Op de Kwekerij komt je in een gevarieerde groep terecht met een groot aanbod voor je werkkeuze. Dit aanbestedingsbeleid leidt naar een pakket vol moeilijkheden, trammelant en hoofdpijn. Het vertrouwen in de maatschappelijke ondersteuning is verdwenen. Men is nu teleurgesteld in ieder die zegt in de juiste zorg te geloven. Welk deel van de zachte landing wordt het, als deze keuze is opgelegd? Zij is van mening dat de dagbesteding nooit om punten moet gaan, maar om de juiste invulling in de aanbieding. Het nieuwe groene aanbod is op vele vlakken onbereikbaar gemaakt. Het tuinonderhoud in openbare plekken roept schaamte op bij deelnemers die niet gezien willen worden door familie of bekenden. En de stadsboerderijen zijn alleen maar te bereiken met eigen vervoer, waar vervoerkosten bij komen kijken en een intensieve reistijd van een uur of meer. Dat geldt ook voor alle andere arbeidsmatige dagbesteding. Dat maakt het helemaal niet meer fijn voor mensen met straatangst. Zo blijft er weinig over om de huidige werkplek te vervangen. Door het stimuleren van stadsgerichte aanbesteding is er een grote angst ontstaan. Het grote aantal verschillende doelgroepen en zorgpakketten is samengesmolten. Ze ziet geen optimale veiligheid voor dagbesteding, en duidelijk geen grens meer voor de moeilijkheden voor de kern van de doelgroepen.

Men is zeer bang voor de risico’s, voornamelijk de deelnemers die al een aanvaring kennen in deze branche. Veel kans op slecht gedrag heeft invloed op de veiligheid en waarborging. Langdurige en houdbare zorg die men op de Kwekerij ervaart, haak je niet zomaar af om te vervangen. De werkplek daar stond voor een nieuw begin, een nieuw toekomstperspectief en een reden om op te staan in de vroege ochtend. Een samenleving waar men elkaar begrijpt en ondersteunend samenwerkt in een bedrijf dat niet uit detailhandel bestaat, maar uit gedachtenvrij groen. Per 1 mei is het definitief weg. Een toekomst heeft zij nu niet meer. Wel zeker zijn langdurige ellende en moeilijkheden die dit beleid met zich meebrengen. Een goede dagbesteding bestaat uit een stabiele omgeving met goede voorwaardes van werkgever naar deelnemer die het tot een prettige ervaring maken voor deelnemers om naar terug te keren. Zij is bang dat veel van hen dat niet zullen ervaren op een andere plek, waardoor ze geen aansluiting zullen hebben bij de plekken die voor hen ingekocht zijn. Haar grootste angst is de eenzaamheid en de depressie bij mensen die uitvallen van de zorg. Dat zijn mensen die het het hardste nodig hebben om welzijn te ervaren. Het lid WEHKAMP begrijpt dat het lastig is om naar een nieuwe plek te moeten. Daarbij zijn dus de vervoerskosten een probleem, en de aansluiting op de nieuwe plek.

De overgang naar een nieuwe plek moet zo soepel mogelijk gaan. Klopt het dat dit de twee belangrijkste zorgen zijn?

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

E. KASTIEL antwoordt dat het gewoon niet haalbaar is voor de mensen. Mensen hebben voor de veiligheid van de Kwekerij gekozen. Ze worden opgehaald op een plek niet ver van hun huis, op vijf minuten afstand. Ze worden gebracht en zijn dan dus al zorgeloos. Vervolgens kunnen ze vijf uur hun dag invullen, en dan gaan ze weer naar huis. Nu gaat men vragen om op te staan om 06.00 uur, om 07.00 tram of metro pakken, om dan aan te komen en verder te gaan. Voor sommige mensen is dat te veel gevraagd. D. LIVIDIKOU spreekt namens Cliëntenbelang Amsterdam. Cliëntenbelang Amsterdam maakt zich grote zorgen over de gevolgen die de aanbesteding dagbesteding gaat hebben voor 810 kwetsbare Amsterdammers. 810 cliënten moeten op zoek naar een nieuwe dagbesteding, wat een enorme impact heeft op hun dagelijks leven. Het leidt tot veel onrust, stress en onzekerheid. Cliëntenbelang Amsterdam heeft met verschillende organisaties gesproken en ziet dat meerdere aanbieders van dagbesteding, zoals de Kwekerij Osdorp en Arkin Roads, die zichzelf al jaren hebben bewezen en waar cliënten een vertrouwde plek hebben gevonden, plaats moeten maken voor aanbieders die deze plekken nog moeten creëren.

Hoe wil de wethouder cliënten warm overdragen als de nieuwe dagbestedingsplekken nog ontbreken? Naast de vraag of er wel voldoende plekken zijn, maakt Cliëntenbelang Amsterdam zich zorgen of er wel voldoende passende vergelijkbare plekken zijn. Van cliënten en aanbieders krijgt ze te horen dat er voor deze mensen geen vergelijkbare alternatieven zijn. De Kwekerij biedt een heel specifiek aanbod aan dagbesteding buiten de drukte van de stad. Roads biedt specifieke leerwerktrajecten in verschillende sociale firma’s. Deze plekken zijn niet zomaar inwisselbaar. Dat maakt de kans op uitval erg groot. De Kwekerij geeft aan dat door deze onzekerheid nu al een grote groep cliënten niet naar dagbesteding komt. Voorkomen moet worden dat men deze groep kwetsbare mensen uit het oog gaat verliezen. Een goede warme overdracht is voor deze cliënten essentieel. De Kwekerij krijgt van gegunde aanbieders te horen dat ze nog geen mensen kunnen overnemen, omdat ze nog dagbestedingsplekken moeten ontwikkelen. Hoe kunnen ze dan cliënten warm overdragen? Een goede overdracht vraagt om regie, goede samenwerking en betrokkenheid. Cliëntenbelang Amsterdam vraagt de gemeente om zorg te dragen voor deze warme overdracht door de regie te pakken en samen met vertegenwoordigers van de zorgaanbieders en de cliëntenraden een zorgvuldig proces te ontwerpen.

Het is belangrijk om met elke cliënt individueel te kijken wat een passende vervolgplek is, en wat nodig is om een goede overstap daarheen te maken. Zij hoopt dat de commissie de wethouder daartoe wil aansporen. Cliëntenbelang Amsterdam maakt zich zorgen over de overdracht van cliënten. Op dit moment zijn er niet voldoende passende plekken. Regelmatig verwijst de wethouder naar de grote personeelstekorten. Hoe kan je er dan op vertrouwen dat er voldoende personeel is om nieuwe plekken te creëren en extra cliëntendagbesteding aan te bieden bij de gegunde aanbieders? Zij vraagt de wethouder te vragen om geen enkele dagbestedingslocatie of -plek op te heffen voordat alle nieuwe dagbestedingsplekken gereed zijn en elke cliënt een nieuwe, passende plek heeft gevonden. Bij elke aanbesteding zie je opnieuw grote problemen ontstaan. Zo zit bij HBH een grote groep cliënten in onzekerheid. Mensen worden op een wachtlijst gezet en krijgen niet de zorg waar ze recht op hebben. Aanbestedingen leiden tot grote onzekerheid bij cliënten, bij hun mantelzorgers en ook bij het personeel. Zij vraagt om deze aanbestedingen grondig te evalueren. Graag denkt Cliëntenbelang Amsterdam met de wethouder mee. Het lid ALBERTS vraagt of die warme overdracht niet ongelofelijk veel werk betekent. Zijn er wel mensen om dat voor elkaar te krijgen? D.

LIVIDIKOU vraagt of mevrouw Alberts bij de gemeente bedoelt, of bij de organisaties.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Het lid ALBERTS zou het het mooiste vinden als die 810 mensen kunnen blijven zitten waar ze zitten. Maar bij de overdracht zijn verschillende mensen betrokken. Lukt dat wel? Zijn die mensen er, bij de gemeente en bij de organisaties? D. LIVIDIKOU antwoordt dat een van de zorgen is dat er niet genoeg mensen zijn om het te begeleiden. De verantwoordelijkheid ligt in eerste instantie bij de zorgaanbieders. Dat is begrijpelijk. Maar tegelijkertijd zal er, en zeker bij de aanbieders die de aanbesteding niet gewonnen hebben, personeel vertrekken. Zijn er dan voldoende mensen om die warme overdracht te begeleiden? Dat is een van de grote zorgen. Het is essentieel om kwetsbare mensen naar een goede vervolgplek te kunnen helpen. Daar vraagt Cliëntenbelang Amsterdam aandacht voor. Het lid WEHKAMP vraagt wat verder in te gaan op de vraag hoe de gemeente zorg kan dragen voor zo’n warme overdracht. Kan de inspreker iets meer vertellen over die regie, goede samenwerking en betrokkenheid waarover ze het had? D. LIVIDIKOU stelt voor dat de gemeente de regie pakt in dit proces. Misschien kunnen de zorgaanbieders het in het begin nog onderling regelen, maar als bijvoorbeeld plekken verdwijnen, of aanbieders het moeilijk krijgen doordat personeel wegloopt, dan komt er veel druk op te staan.

Daarom stelt Cliëntenbelang Amsterdam voor om juist voor deze overdracht de regie over te laten aan de gemeente, samen met vertegenwoordigers van de zorgaanbieders en van de cliëntenraden, dus individuele cliënten. Het is belangrijk om het overzicht goed te bewaken. Voorkomen moet worden dat mensen na overdracht op een wachtlijst belanden doordat er geen plekken zijn. c. Actualiteiten Definitieve sluiting Kwekerij Osdorp Het lid ALBERTS vestigt de aandacht op het belang van Kwekerij Osdorp zoals naar voren gebracht door een inspreker vandaag, en de risico’s van het gedoe als gevolg van aanbestedingen, waarover een andere inspreker het had. Aan de wethouder was gevraagd of zij ook vond dat de Kwekerij open moest blijven, waarop zij bevestigend antwoordde. Ook was aan de wethouder gevraagd om met een creatieve oplossing te komen. Maar de oplossing die er nu is gekomen, komt niet in de buurt van een creatieve oplossing. Het is vasthouden aan wat al als resultaat beschikbaar was. Het risico is dat in totaal 810, maar voor de Kwekerij een kleiner aantal mensen, straks met hun ziel onder de arm niet meer krijgen wat nodig is voor ze. Ze krijgen dan niet meer wat ze juist mens heeft gemaakt, uit hun ellende heeft getrokken. Dat risico neemt de wethouder. Zij neemt niet het risico dat mogelijk de aanbesteding opnieuw gedaan moet worden.

Dat zijn regels tegenover mensen en dat kan niet. Dat moet je als gemeente Amsterdam niet willen. Zijzelf zou als wethouder daar nooit haar handtekening onder gezet hebben, wetende om welke kwetsbare mensen het gaat. Dit is heel ernstig. Ook voor de omgeving van de betrokken cliënten is het niet goed. Dit had moeten kunnen lukken. De wethouder had met haar vuist op tafel moeten slaan. Zeggen: wat is dit voor een eindoplossing! Hier kan je toch niets mee? Een warme overdracht? Die overdracht wordt ijskoud. Hoeveel chaos ontstaat in het hoofd van een cliënt die te horen krijgt dat hij een andere werkplek krijg? En wat doet dat daarna? In coronatijd zaten deze cliënten stilletjes in hun holletje, omdat ze niet naar de Kwekerij konden. Het eten dat werd langs gebracht stond een week later nog voor de deur. En die mensen krijgen nu een warme overdracht naar de groenvoorziening. Dat werkt niet! Dit had de wethouder niet moeten doen. Zij is zwaar teleurgesteld. Het lid HOOGTANDERS sluit zich aan bij de gloedvolle woorden van mevrouw Alberts. Zij kan haar betoog van harte onderschrijven. De wethouder heeft op 12 oktober, na een raadsbrede oproep daartoe, gezegd dat zij haar best zou doen om de Kwekerij

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

open te houden. Op 2 december vernam de raad vanuit de pers dat de Kwekerij sluit. Pas op 8 december ontving de raad daarover een brief. De raad werd op die manier niet in staat gesteld om de conclusie die blijkbaar getrokken is te controleren. Zij vraagt waarom het de wethouder niet is gelukt om de Kwekerij open te houden. Waarom heeft zij de raad pas geïnformeerd nadat de conclusie was getrokken? Wat gaat de wethouder doen om deze dagbesteding toch te behouden? Dat was namelijk de vraag. Het lid RUNDERKAMP las in de brief over de mogelijkheid om de Kwekerij over te nemen door een sociale firma. Zijn indruk uit de brief is dat de deur daarvoor niet direct is dichtgeslagen. Hij vraagt de wethouder te reflecteren op punt 2 van haar brief. Wat zijn daar de mogelijkheden voor? Het lid VAN PIJPEN baalt verschrikkelijk dat Kwekerij Osdorp moet sluiten. Gevraagd was om alles in het werk te stellen om dat te voorkomen, en vooral om ervoor te zorgen dat de betrokken cliënten een goede plek krijgen. Zij vraagt of er inderdaad alles aan gedaan is om dit te voorkomen. De brief is wat betreft vaag. Heeft de wethouder er persoonlijk en bestuurlijk alle kracht voor ingezet? De plekken die er nu voor deze doelgroep zijn, zijn fundamenteel anders. Pantar is een ander type groen werk.

In de brief staat dat de cliënten daar voorbereid worden op werk, maar dat is voor deze groep helemaal niet relevant. In hoeverre is het dan echt een goede plek? Zij heeft daarover grote twijfels. Het lid BOOMSMA zou het erg zonde vinden als de Kwekerij moest sluiten. De alternatieve locaties zijn inderdaad van een andere orde, zoals ook mevrouw Van Pijpen zei. Hij vraagt waarom het niet gelukt is, ondanks de opdracht van de raad. Is echt alles gedaan? Hij vraagt inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als de Kwekerij wél opengehouden wordt. Misschien zijn die fors, maar de raad moet zich daarover wel kunnen buigen. Wat betekent het bijvoorbeeld als de aanbesteding over moet? Welke kosten zijn daaraan verbonden? Had niet al vóór de aanbesteding duidelijk kunnen zijn dat zo’n instelling daar niet uit zou kunnen komen? Had dit niet voorkomen kunnen worden? Wethouder RIJXMAN merkt op dat het na een intensief traject van de verkenner niet gelukt is om de Kwekerij daar te laten, voor de mensen die enorm gehecht zijn aan die plek. De adviseur ging op pad met de uitdrukkelijke vraag of de Kwekerij te redden was, en wat eraan gedaan kon worden. De adviseur is actief bezig geweest, heeft met alle directieleden gesproken, is in alle boeken geweest, heeft met de raad van commissarissen en de directieleden gesproken.

De uitkomst is dat Landzijde zelf om bedrijfseconomische redenen niet door wil gaan met de Kwekerij. Dat is ook de reden dat het wat eerder al in de publiciteit kwam. Aan de bedrijfseconomische motieven van Landzijde kan niet veel gedaan worden. Er is financieel geen mogelijkheid. Zij antwoordt mevrouw Alberts dat zij wel degelijk heel hard met de vuist op tafel heeft geslagen. Als Landzijde de Kwekerij zelf niet wilde hebben, wat moet je dan doen? De enige mogelijkheid was rondkijken naar andere partijen en zorgen dat er in ieder geval werk te vinden is in dezelfde omgeving, in dit geval dus met planten. Het moest een plek zijn waar mensen gehaald en gebracht konden worden, dus met dezelfde voorwaarden als nu, maar dan op een andere plek. Gelukkig is die plek niet zo ver van de huidige locatie. Het lid WEHKAMP hoorde van de inspreker dat er zorgen zijn over het vervoer naar de nieuwe locatie, maar gelukkig blijkt nu dat dit geregeld wordt. Wethouder RIJXMAN bevestigt dat. Het bleek dus in eerste instantie moeilijk te zijn om alternatieven te vinden. Zij biedt excuus aan voor de late zending van de brief. Die kon niet eerder verstuurd worden omdat toen nog geen zekerheid bestond van een van de partijen. Later die ochtend kreeg zij te horen dat Pantar beschikbaar was en mee wilde doen. Dat nieuws was het best mogelijke, gezien de omstandigheden.

De betrokken partijen zoals Cordaan en HVO

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

hebben wel mogelijkheden gezien om in een kas van Pantar, op de Seineweg in NieuwWest, een oplossing te vinden. Het is de meest realistische oplossing, die er zonder de inzet van de adviseur en de medewerker absoluut niet was gekomen. De partijen zijn nu aan de slag gegaan om een goede overdracht van cliënten te organiseren. Dit proces is begonnen bij de raad, die op een gegeven moment een aanbesteding wilde doen. De belangstelling voor deze aanbesteding was heel groot. Het lid VAN PIJPEN heeft een punt van orde. Zij merkt op dat de punten nu toch door elkaar gaan lopen. Zij heeft op dit punt een heleboel vragen en opmerkingen, die zij bij het betreffende agendapunt wil behandelen. Het moet nu beperkt blijven tot de Kwekerij. De VOORZITTER merkt op dat de wethouder over haar eigen woorden gaat, maar zij is het eens dat deze manier van behandelen een wat merkwaardige figuur is. Het lid HOOGTANDERS vraagt de wethouder met welke vraag zij de verkenner op pad heeft gestuurd. Besturen is niet alleen met de vuist op tafel slaan, maar ook de juiste bestuurlijke vraag stellen. Een vraag als ‘is de Kwekerij te redden?’, of ‘welke alternatieven zijn er nog?’ is niet de vraag waarmee de raad de wethouder op pad heeft gestuurd.

De raad gaf de wethouder als opdracht: houd de Kwekerij open! De juiste bestuurlijke vraag zou dan zijn geweest: wat is er nodig om de Kwekerij open te houden en welke oplossingen zijn er om die voorwaarden in te vullen? Zij vindt die vraag niet terug in de brief, of in de beantwoording van de wethouder. Als je de alternatieven al meeneemt in je eerste vraag, kan je er zeker van zijn dat je ook bij die alternatieven uitkomt. Want die zijn het makkelijkste te realiseren. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat de adviseur gevraagd is om alle opties in beeld te brengen om de Kwekerij te redden. Daarom heeft hij ook veel met Landzijde en de Kwekerij gesproken en is hij in de boeken gegaan. Alle wensen en zaken zijn doorgesproken. Toen bleek dat daar geen redding mogelijk was, is de verkenner gaan kijken naar andere zorgaanbieders, waarbij die zich richtte op twee opties voor behoud van de Kwekerij. Helaas lukte dat niet. Het lid HOOGTANDERS snapt dat de verkenner er niet uit komt, want dit is een bestuurlijk vraagstuk. Het kernprobleem is dat de Kwekerij voor 150 cliënten nog dagbestedingsfinanciering nodig had. Die vraag had op tafel moeten liggen. Hoe zorgt men ervoor dat die financiering voor 150 cliënten dagbesteding, gegeven deze aanbesteding, overeind blijft? Het ging niet om de vraag hoe de Kwekerij gered kon worden. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat ook die vraag bekeken is.

Alles is bekeken, maar als de eigenaar van de Kwekerij aangeeft niet door te willen gaan, ontstaat een financieel gat waarmee je aan de slag moet. Je kunt niet zeggen: oh, dan gaan we dat oplossen! Het lid HOOGTANDERS vraagt of de wethouder bedoelt dat de oorzaak voor het mislukken van het openhouden bij de aanbieder ligt. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat Landzijde er om allerlei redenen -waar zij niet in wil treden- ervoor gekozen heeft om niet mee te gaan in de aanbesteding met de Kwekerij. De Kwekerij moest dus stoppen, ook al wilde zij dat niet. In eerste instantie ging men daarom eerst in gesprek met Landzijde om te bekijken wat die kon doen. En als dan blijkt dat Landzijde niet door wil gaan met de Kwekerij, omdat het ook niet in hun aanbesteding heeft gezeten, ga je op zoek naar iets anders. Het lid DE JONG wijst erop dat het financieel gat niet ontstond doordat Landzijde, ondanks het winnen van de aanbesteding, ineens wilde stoppen met de Kwekerij.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Wethouder RIJXMAN wijst erop dat Landzijde de eigenaar is en de aanvraag doet. Er was geen focus op de Kwekerij. Het lid ALBERTS heeft het iets anders gehoord. Landzijde won in eerste instantie de aanbesteding. Toen die opnieuw ging, viel Landzijde eruit. Toen besloot Landzijde af te gaan stoten en koos daarbij voor de Kwekerij. De reden was dat Landzijde niet alles kreeg wat nodig was. Daarom focuste Landzijde zich op zorgboerderijen, en niet meer op de Kwekerij. Dat was dus het gevolg van het feit dat Landzijde uit de aanbesteding was gerold en het dus niet kreeg. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat er nog apart met Landzijde is gesproken. Landzijde zei geen heil meer te zien in het voortzetten van de Kwekerij, omdat die niet financieel winstgevend was. Het lid ALBERTS herhaalt dat het financieel voor Landzijde niet haalbaar was doordat Landzijde de aanbesteding verloor. En toen was het dus niet mogelijk door te gaan; Landzijde kreeg niet wat nodig was om de dagbesteding door te laten gaan. Wethouder RIJXMAN merkt op dat andere partijen een betere, volledige inschrijving hebben gedaan en daarmee de aanbesteding wonnen. Zij kreeg als wethouder een opdracht tot aanbesteding en heeft die uitgevoerd. Zij zat eraan vast en kon daar niet van afwijken.

Het lid DE JONG merkt op dat er nu een vreemde situatie ontstaat waarbij een andere zorgaanbieder, die de aanbesteding gewonnen heeft, een situatie moet nabootsten die helemaal lijkt op de Kwekerij, met een groene invulling en het regelen van het vervoer. Een creatieve oplossing zou zijn om dat geld dan te verplaatsen naar de Kwekerij. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zoiets niet meer kan. Doordat andere partijen een grotere en betere inschrijving hebben gedaan, is de verdeling van het aantal plekken anders uitgevallen. Het lid HOOGTANDERS wijst erop dat nu afgeweken wordt van het eigenlijke onderwerp. Het gaat niet over de aanbesteding, maar over de vraag wat gedaan is om de Kwekerij te redden. Zij heeft daarop geen goed antwoord gekregen. Wethouder RIJXMAN blijft erbij dat daar alles aan gedaan is. Er zijn andere partijen gevonden die ervoor kunnen zorgen dat het werk hetzelfde blijft. Zonder inzet van andere zorgaanbieders was dat nooit mogelijk geweest. Nu wil men aan de slag gaan om de overgang van cliënten goed te gaan organiseren. Het lid VAN PIJPEN vraagt waarom die andere aanbieders het niet via onderaannemerschap willen doen op de Kwekerij zelf. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat die optie onderzocht is. Er bleek geen belangstelling voor te bestaan.

Het lid VAN PIJPEN vraagt waarom die andere aanbieders dat niet willen, en wel een soortgelijke dagbesteding bieden in een kas van Pantar. Wethouder RIJXMAN herhaalt dat die optie onderzocht is, en het is niet gelukt. Er was geen belangstelling voor onderaannemerschap. Het lid VAN PIJPEN constateert dat Cordaan en HVO wel die plekken willen regelen in een kas van Pantar, maar niet diezelfde plekken willen regelen in Kwekerij Osdorp. Waarom?

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Wethouder RIJXMAN antwoordt dat men geen toekomst ziet in Kwekerij Osdorp. Het lid HOOGTANDERS las in de brief dat er groot draagvlak is bij alle partijen om mee te werken aan een oplossing. Als onderaannemerschap een oplossing is, en er is groot draagvlak, waarom lukt zoiets dan niet? Wethouder RIJXMAN herhaalt dat men geen toekomst zag in Kwekerij Osdorp. Het lid HOOGTANDERS vraagt waarom men geen toekomst zag. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat het financieel-economisch perspectief van de Kwekerij niet goed is. Kennelijk denken de andere partijen dat het op kortere en misschien middellange termijn niet goed komt. Zij begrijpt de zorgen die leven in de commissie over dit onderwerp. Daarom heeft zij ook ontzettend haar best gedaan, en is er een oplossing gevonden. Zij kan verder weinig veranderen aan de situatie. Het lid HOOGTANDERS stelt voor om in de commissie met de verkenner zelf te spreken. De VOORZITTER begrijpt dat het lid Hoogtanders voorstelt om de verkenner uit te nodigen. Dat gesprek zou dan wel puur informatief moeten zijn; het kan geen politiek debat worden. Wethouder RIJXMAN reageert dat de verkenner verslag heeft gedaan in een uitgebreide brief. Zij stelt voor om eventuele nadere vragen aan de verkenner via de normale weg te stellen, dus via de mensen van Zorg. Het lid ALBERTS signaleert dat dit debat in de richting gaat van de onmogelijkheden.

Zijzelf wil graag de mogelijkheid horen. Het gaat erom dat er nu mensen buiten de boot vallen. Ook als ze met een overdracht naar Pantar gaan, vallen ze buiten de boot. De vraag is nu: hoe kan Kwekerij Osdorp gered worden? Moet er geld komen? En hoeveel zou dat zijn? De raad kan er dan over beslissen. Wethouder RIJXMAN wijst erop dat zij de aanbesteding op dit moment niet meer kan intrekken. De gemeente is met de gunning namelijk contracten aangegaan met 25 zorgaanbieders voor een totale waarde van 40 miljoen euro. Het ontbinden van een contract kost heel veel geld, want dat gaat het over het mislopen van winst en kosten voor het ontslag van personeel. Daarbij komt dan nog dat de gemeente in dat geval een nieuwe aanbesteding moet organiseren en er geen zorgaanbod is geregeld. Het kan dus niet. Zij gelooft in de oplossing die de verkenner heeft voorgesteld. Het is wel mogelijk een technische sessie te houden met de verkenner. Het lid HOOGTANDERS merkt op dat in de brief wordt gesproken over een doorstart. Wat gaat de wethouder doen om die mogelijk te maken? Hoe zorgt zij ervoor dat bij die doorstart een groot deel van de cliënten dagbesteding kan krijgen bij Kwekerij Osdorp? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat een eventuele doorstart aan Kwekerij Osdorp zelf is. De gemeente kan daar weinig aan doen. Het gaat om een zelfstandig bedrijf dat eigenlijk los staat van de aanbesteding.

Het lid VAN PIJPEN vraagt of de wijze waarop cliënten bij de kas komen inderdaad gelijk blijft aan hoe het nu gaat bij Kwekerij Osdorp. Worden de cliënten opgehaald van huis?

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Wethouder RIJXMAN antwoordt dat ze niet precies weet van welke plek ze opgehaald worden. Zij kan dat nog verder uitzoeken. In ieder geval is gegarandeerd dat ze worden opgehaald. Het lid ALBERTS wijst erop dat Kwekerij Osdorp indertijd opgericht is in opdracht van de gemeente, namelijk via het stadsdeel. Wat betekent dat? Wat gaat een doorstart de gemeente kosten? De gemeente heeft het zelf gedaan, en door deze aanbesteding valt de stekker eruit. Hoeveel geld is nodig om de doorstart voor elkaar te krijgen? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat er een aanbesteding is geweest waaraan iedereen zich heeft gehouden. Het is niet mogelijk om zelf iets te doen buiten de aanbesteding om. Je kunt niet zomaar geld verzamelen om een van de partijen, namelijk Kwekerij Osdorp te redden. Het lid ALBERTS vraagt wat de wethouder vindt van een aanbesteding waardoor 810 mensen een andere plek moeten krijgen, dus buiten de boot vallen. Dat is toch nogal wat! Is dat een geslaagde aanbesteding? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij het vreselijk vindt, maar er is naar alle mogelijke scenario’s gekeken om Kwekerij Osdorp te redden. Het kon niet. En je kunt niet dwars door de aanbesteding heen Kwekerij Osdorp redden. Het lid BOOMSMA vraagt wat de gemeente kan doen om die doorstart, waarnaar verwezen wordt in de brief, mogelijk te maken.

Is daarover gesproken? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat de verkenner klaar is met zijn opdracht, maar zij zal een open oog houden voor eventuele mogelijkheden. Op dit moment is er zo’n mogelijkheid niet en gaat men voor de andere optie. Daar richt zij zich op, ook om teleurstellingen in de toekomst te voorkomen. De VOORZITTER stelt voor om dit punt niet te agenderen voor de raad, wat zou kunnen om moties in te dienen. Er komt later in de vergadering nog een zeer verwant punt dat dan geagendeerd kan worden voor de gemeenteraad. Het lid ALBERTS gaat akkoord, onder voorwaarde dat agendapunt 15 inderdaad geagendeerd wordt voor de gemeenteraad. De VOORZITTER merkt op dat het lid Alberts daarover zelf gaat. Zij concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. Zij schorst de vergadering van 10.10-10.15 uur. BESPREEKPUNTEN Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 15.

Gevolgen aanbesteding Dagbesteding (Nr. VN2022-043139) De VOORZITTER merkt op dat dit bespreekpunt is geagendeerd op verzoek van het lid Van Pijpen van GroenLinks naar aanleiding van de brief die in de dagmail is gedeeld. Het lid VAN PIJPEN citeert de voormalig wethouder Kukenheim, die zei in november 2019: ‘Als het niet kapot is, moet je het ook niet gaan repareren. Dat is ook wel een beetje hoe ik ernaar kijk. We gaan een enorme transitie tegemoet. We kunnen alles rigoureus meepakken, maar ik ben er wel voor dat we even oog hebben om ook goed werkende dingen niet meteen om zeep te helpen in het grote geweld.’ Dat zijn wijze woorden. In het geval van de aanbesteding dagbesteding was er geen sprake van een

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

grote inhoudelijke wijziging. Er hoeft niet bezuinigd te worden en het streven is om mensen een goede plek te bieden, passend bij hun behoefte. Deze aanbesteding had dus zonder inhoudelijke problemen kunnen lopen. Want waarom repareren wat niet kapot is? De eerste aanbesteding liep mis. Zij vroeg toen om een beter risicomanagement. Welke risico’s wil je nemen als je niet hoeft te repareren, omdat het niet kapot is? De vraag is of deze risico’s gewogen zijn. Is de raad daarin goed meegenomen? Er gaan nu wel zaken kapot. Meer dan 810 Amsterdammers moeten ongevraagd overstappen naar een andere dagbesteding en daarmee wordt hun leven soms overhoop gegooid. Er is gevraagd naar een impactanalyse van de aanbesteding, maar die heeft de commissie niet gekregen. Zij is zelf op zoek gegaan naar de impact. Het is duidelijk hoe die was voor de cliënten van Kwekerij Osdorp. Maar die impact is er ook bij Roads, met bijvoorbeeld restaurant Freud, stichting De Opstap, en de dagbesteding voor mensen met beginnende dementie. Sommige organisaties en Amsterdammers zullen wél tevreden zijn, maar ook die positieve impact komt niet terug in de analyse. Er staat alleen dat het goed is gegaan. Zij vraagt wat de wethouder precies ‘goed’ vindt aan deze uitkomst. Haar fractie is niet gelukkig met die uitkomst. Het is zeker waar dat dit alles het resultaat is van besluitvorming in de raad.

Dat ging met algemene stemmen, dus iedereen is verantwoordelijk. Er is onvoldoende rekening gehouden met wat wethouder Kukenheim ooit zei: wat niet kapot is, hoef je ook niet te repareren. De raad had het veld daarover veel beter moeten bevragen. Het spijt haar dat dat niet gedaan is. De problemen die hierdoor zijn ontstaan, moeten opgelost worden of op zijn minst verzacht. Want nu het kapot is, moet het wél gerepareerd worden. De wethouder moet fors sturen op het proces van overgang. Altijd is gezegd dat aanbesteding een prachtig instrument is, omdat je ermee kan sturen. Dat moet dan ook gebeuren, juist in deze fase. Niet alleen per aanbieder via een contractmanager, maar juist ook in de overkoepelende sfeer, met alle aanbieders. Die moeten afspraken maken over goed onderaannemerschap. Ook moet gestuurd worden op communicatie. De Wmo-helpdesk verstuurt momenteel brieven met ‘Uw dagbesteding verandert!’, terwijl de betrokkenen nog van niets wisten omdat de aannemer in gesprek is over onderaannemerschap. Dat is raar. Weet men wat dit betekent voor die mensen? Er moet ook ruimte worden gecreëerd voor maatwerk, bijvoorbeeld voor doorstarts of samenwerking. Of het behoud van vaste begeleiders voor langere tijd, zodat de overgang niet abrupt is. Daarop moet strak gestuurd worden vanuit het belang van de cliënt. En ten slotte moet er ingezet worden voor alle cliënten.

Eventueel met extra inzet op cliëntondersteuning. Deze mensen mogen niet uit het oog verloren raken. Er moet nu al gesproken worden over de lange termijn. Welke instrumenten moeten gebruikt worden in plaats van aanbesteding? Hoe gaat de raad in de toekomst sturen? Wat verwacht de raad van de wethouder en de ambtelijke organisatie? Het liefst zou zij de aanbesteding intrekken, maar dat kan niet vanwege de grote financiële en juridische risico’s. Ook daarvan zouden kwetsbare Amsterdammers de dupe worden. De heer RUNDERKAMP merkt op dat per 1 januari 2023 Amsterdammers die niet zelfstandig kunnen deelnemen aan de maatschappij, de keuze hebben uit verschillende typen dagbesteding, verspreid over de stad en passend bij hun behoefte. De aanbesteding die dat mogelijk heeft gemaakt, heeft er echter ook toe geleid dat vooralsnog geen dagbesteding mogelijk is op een mooie locatie zoals Kwekerij Osdorp. Hij vraagt hoe het geregeld is met de nazorg voor de cliënten van de niet-gegunde aanbieders en de niet-gegunde aanbieders zelf. Hoe staat het met de overdracht van de cliënten van de niet-gegunde naar gegunde aanbieders? Hij denkt daarbij aan de inspraak van mevrouw Lividikou. De gemeente moet een faciliterende rol spelen in de nazorg en overdracht van cliënten als gevolg van de aanbesteding dagbesteding.

De aanbesteding is niet mislukt als partijen daardoor niet of minder zijn gegund, maar het is wel duidelijk dat de uitkomst van deze aanbesteding niet conform de wens van deze commissie is. Hij ziet uit naar de evaluatie van deze aanbesteding en van het instrument ‘aanbesteding’ in het algemeen.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Het lid WIJMENGA stelde bij de vorige vergadering een vraag over een zorgvuldige overdracht van de cliënten, naar aanleiding van de raadsbrief van 4 oktober over de gunning van de dagbesteding. Vivium in Weesp stopt per 1 januari met de dagbesteding en er is nog geen alternatief. Nu leest zij dat men in gesprek is, maar het is twee weken voor januari 2023 en er is nog geen locatie of personeel. Zij vraagt of het klopt dat er in Weesp straks tijdelijk geen aanbod is van dagbesteding. Om hoeveel cliënten gaat het daarbij? Wat gebeurt er met hen in de tussentijd? Hoe wordt dit gecommuniceerd? Is de wethouder het eens dat hiervoor een goede oplossing moet komen? Had de wethouder dit kunnen voorkomen? Had dit kunnen worden ingezet bij de aanbesteding? Hoe kunnen nog niet bestaande plekken beter uit een aanbesteding dan dat al wel bestaat? Dit traject had anders en beter moeten worden ingezet. Is het mogelijk om in plaats van het overdoen van de aanbesteding Osdorp, in overleg te gaan en te proberen tot overeenstemming te komen, zodat het toch kan doorgaan? Het juridisch risico dat niet voldaan wordt aan de aanbesteding zou dan voor lief genomen moeten worden.

Het lid HOOGTANDERS las vorige week in de NRC de kop: ‘De gemeente Amsterdam kan heel kil en onprettig zijn.’ Diezelfde dag kwam de impactanalyse van de aanbesteding, die bestond uit kille cijfers en uitleg over kille procedures. De consequentie van de aanbesteding is dat 800 mensen verplaatst moeten worden van een goed lopende, prettige dagbesteding naar een nieuwe aanbieder die de plekken soms nog moet gaan creëren. Dat betekent dat gegund is op basis van een papieren werkelijkheid die dus nog niet bestaat. Kan de wethouder uitleggen hoe zij dat ziet? En hoe wil zij dat gaan oplossen? Het lid WEHKAMP vond de persoonlijke verhalen van insprekers in de commissie aangrijpend. De dagbesteding zorgt voor sociaal contact en voor ritme en niet alle organisaties die deze stabiliteit geven zijn opnieuw gegund. Als cliënten na een aanbesteding buiten de gunning vallen, moet je ervoor zorgen dat de overgang goed gaat. Een eis van de gemeente voor deze gunning was dat zoveel mogelijk mensen bij hun locatie zouden kunnen blijven, met zo min mogelijk cliënttransities in verband met de kwetsbaarheid van de betrokkenen. De gemeenteraad moet deze kwetsbare mensen beschermen. Bij de aanbesteding hebben ongeveer 810 cliënten te maken met een andere aanbieder. De evaluatie van de methode van aanbesteden zal nog geëvalueerd worden.

Zij vraagt of de gemeente genoeg flankerend beleid heeft om in de toekomst een goede overgang van kwetsbare cliënten te borgen. Uit de evaluatie ‘Inkoopproces aanvullende ondersteuning Wmo en MO/BW’ kwam de aanbeveling voort om bij aanbestedingen die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor cliënten of aanbieders, vooraf nog beter na te denken over praktische gevolgen. Externe partijen zouden actief voorbereid moeten worden op deze veranderingen, onder meer met praktische illustraties van wat mogelijke gevolgen zouden zijn voor groepen cliënten. Er is nu een protocol voor een zachte overgang, maar die blijkt onvoldoende te werken. Zij vraagt of er een algemene richtlijn kan worden ontwikkeld om zoveel mogelijk persoonlijk leed na deze gunningen te voorkomen. Het perspectief van Amsterdammers zou daarbij centraal moeten staan, dus de menselijke maat. Zij denkt aan begeleiders van ongegunde naar nieuwe organisaties, de zachte landing van cliënten bij nieuwe plekken, en participatie van cliënten. Men moet in gesprek gaan en kijken wat de zorgen en behoeften zijn. Zij denkt daarbij aan bijvoorbeeld het vervoer. Zuidoost heeft in vergelijking met andere steden minder locaties voor dagbesteding die meedoen. Hoe waarborgt men dat daar een zachter overgang plaatsvindt van cliënten? De aanbesteding is inmiddels gesloten.

Betekent dat dat er nog geen ruimte is voor extra locaties in Zuidoost? Hoe gaat men daarmee om? Het lid ALBERTS sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Hoogtanders van de VVD en mevrouw Van Pijpen van GroenLinks. De VOORZITTER schorst de vergadering van 10.30-10.35 uur.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Wethouder RIJXMAN bedankt mevrouw Van Pijpen voor haar oprechte en eerlijke bijdrage. Zij zag daar heel goede suggesties in. Een deel van de impactanalyse is al verstuurd, maar het andere deel kan zij bij afronding nog doen toekomen. Zij wil de suggesties van mevrouw Van Pijpen graag overnemen. Met de verkenner kan opnieuw bekeken worden of er nog andere oplossingen mogelijk zijn. Wel blijft staan dat de aanbesteding is afgerond en dat de mogelijkheden verkend zijn. Zij zal andere informatie over aanbieders nog doen toekomen, waarbij ze denkt aan contracten bieden, meer grip en sturing dan je van ze kunt verwachten. De Wmo-brief waaraan mevrouw Van Pijpen refereerde kent zij niet. Zij stelt voor dat de gemeente onafhankelijke cliëntenondersteuning gaat aanbieden bij overdrachten. Het lid VAN PIJPEN kondigt moties aan over de oplossingsrichtingen die haar voor ogen staan. Haar belangrijkste vraag was echter waarom de wethouder vindt dat het goed is gegaan. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat de analyse een breder beeld geeft van de uitkomsten van de gunning. De analyse laat zien dat de belangstelling voor de aanbesteding heel groot was en dat de doelen en uitgangspunten gehaald zijn. Zij denkt dan aan verschillende doelgroepen in verschillende stadsdelen, ruimte voor kleinere en grotere aanbieders. Het betekent wel dat afscheid genomen moest worden van ongeveer 20% van de cliënten.

Die moeten overgaan naar een andere aanbieder. 80% van de cliënten kan echter bij de huidige aanbieder blijven en dat vindt zij een goed resultaat. Het lid VAN PIJPEN vraagt of de wethouder bedoelt dat de overgang van minimaal 810 cliënten een goed resultaat is. Wethouder RIJXMAN herhaalt dat 80% van de cliënten bij de huidige aanbieder kan blijven Dat vindt zij een goed resultaat. Het aantal van 810 cliënten is gebaseerd op contractafspraken met de aanbieders. Dat is tot op heden het meest betrouwbare cijfers. Mogelijk ligt het aantal unieke cliënten hoger. Hoeveel cliënten overgedragen wordt is afhankelijk van een aantal zaken, zoals het aantal dat uitstroomt, afspraken van aanbieders over onderaannemerschap, en aanbieders waarbij minder mensen in de dagbesteding blijken te zitten. Zij antwoordt de heer Runderkamp dat alle aanbieders geïnformeerd worden via bijeenkomsten. Aanbieders die niet gegund zijn, krijgen een overdrachtbudget en een periode van overdracht. De gemeente kijkt ook wat het niet gunnen voor een aanbieder betekent en wat mogelijk is. Veel aanbieders zijn ook actief op andere Wmo-producten in de sociale basis of andere regelingen zoals bij de Wlz of de Zorgverzekeringswet, en die vallen niet gelijk om. Ook zie je aanbieders verdergaan als onderaannemers. De heer RUNDERKAMP vraagt of het overdrachtsbudget bedoeld is om de transitieperiode te overbruggen.

Wethouder RIJXMAN bevestigt dat. Zij antwoordt het lid Wijmenga dat er gisteren overleg is geweest tussen haar en de voorzitter van Weesp. Het klopt dat Vivium ervoor gekozen heeft om niet mee te doen met de aanbesteding, waardoor het mogelijk is dat mensen straks geen plek hebben. Het goede nieuws is dat er een andere aanbieder is die gisteravond serieus naar plekken heeft gekeken. Het is nog niet zeker dat het haalbaar is voor 1 januari, maar het wordt geprobeerd. Als dat niet lukt, zal men met Vivium in gesprek gaan over een verlenging van enkele weken. Er wordt dus gezorgd voor Weesp. Zij antwoordt mevrouw Wehkamp dat er begeleiding is voor latende aanbieders en de cliënten daarvan, in de vorm van opvang, begeleiding, bijeenkomsten, nabellen, etc. Men houdt voortdurend in de gaten wat er gebeurt.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Het lid WEHKAMP vraagt of er in verband met de menselijke maat bij aanbestedingen een algemene richtlijn ontwikkeld kan worden. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat sowieso een analyse zal worden gemaakt van wat er gebeurd is. Wellicht komt er daarna een algemene richtlijn. Zuidoost lijkt inderdaad een punt van aandacht. Op dit moment is er voldoende aanbod voor de verschillende doelgroepen, met een goede spreiding. Maar toch behoeft Zuidoost dus meer aandacht. Zij antwoordt mevrouw Hoogtanders dat de huidige aanbieders allemaal capaciteit hebben. Het lid HOOGTANDERS erkent dat ze capaciteit hebben, maar ze hebben niet de plakken. Dat kon je ook van Cliëntenbelang horen. Er is een papieren werkelijkheid gegund ten koste van een goed lopende, reële praktijk waar mensen al zitten. Ontkent de wethouder dat? Wethouder RIJXMAN merkt op dat ze een overdrachtsprijs hebben en een overdrachtsperiode. De aanbieders hebben een onderbouwing geleverd bij de inschrijving. Ze gaat er dus vanuit dat alle nieuwe aanbieders plek hebben voor cliënten. Het lid DE JONG vraagt of de wethouder niet kan zoeken naar wat creatievere oplossingen, zoals een strengere deadline voor het creëren van plekken. Of dat het budget vrij kan komen als het niet gehaald wordt. Je kunt het overgangsbudget vier jaar maken tot de volgende gunning.

Wethouder RIJXMAN antwoordt dat bij de aanbesteding heel duidelijk is geweest over tijd en dat wat nodig is. Er zijn met de andere aanbieders harde afspraken gemaakt, er is een onderbouwing, en de overgangstermijn is vier maanden. Zij zal vinger aan de pols houden. Als een partij de gemaakte afspraken niet kan nakomen, krijg je een heel ander gesprek. Tweede termijn Het lid HOOGTANDERS constateert dat het blijft hangen in de kilheid van cijfers en procedures. Mevrouw Van Pijpen vraagt of de aanbesteding goed is gegaan, en het antwoord is dat die voor 80% goed is gegaan en dat 800 cliënten overgedragen worden. De wethouder heeft het niet over de impact van deze aanbesteding voor mensen. En daar ging het haar om. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat het alleen maar over mensen gaat. Het verdrietige is dat mensen die gelukkig waren bij de Kwekerij daar geen plek kunnen krijgen. Dat gaat haar aan het hart. Zij heeft voor die mensen haar uiterste best gedaan. En dat geldt ook voor alle andere mensen die afhankelijk zijn van dagbesteding. Gelukkig kan er iets gedaan worden voor de mensen die nu bij de Kwekerij werken, maar dat is niet meer dan een pleister. Kille cijfers horen er echter ook bij, want zij moet zich verantwoorden aan de raad. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is.

Het verzoek aan het Presidium is om het te agenderen voor de eerstvolgende raadsvergadering. 2. Inhoudelijk deel d. Rondvraag

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Concept raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

De heer RUNDERKAMP maakte uit de gepubliceerde cijfers op dat het lerarentekort in het speciaal onderwijs van Amsterdam is opgelopen tot 31%. De afgelopen week is hij zelf bij drie verschillende scholen waar speciaal onderwijs wordt aangeboden langs geweest. Bij alle drie de scholen heeft men grote moeite om de vacatures te vullen. De formele vacatures krijgen ze nauwelijks nog gevuld doordat er tegenwoordig haast niet meer wordt gereageerd. Alle aanwas komt via-via binnen. Ziet de wethouder mogelijkheden voor maatregelen om te voorkomen dat er in de toekomst bij de meest kwetsbare leerlingen geen leraar voor de klas staat? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de cijfers voor het speciaal onderwijs zeker ernstig zijn, maar dat geldt niet alleen voor het speciaal onderwijs. Het percentage is opnieuw gestegen, van 15,4 naar 16,8. Je ziet daarbij een heel grote variatie tussen het type scholen en tussen stadsdelen. De problemen zijn het grootst bij het speciaal onderwijs, of in buurten waar kinderen minder mee krijgen van thuis, dus de plekken waar de meest kwetsbare kinderen zitten. Dit is ook altijd onderdeel geweest van de Lerarenagenda. De bonus en de ondersteuning zijn zoveel mogelijk op die plekken gegeven. De Lerarenagenda loopt dit jaar af en er wordt gewerkt aan een nieuwe. De gepresenteerde cijfers zullen daar nadrukkelijk onderdeel van zijn.

Er is ook een tekort aan schoolleiders. Die zijn extra kwetsbaar, omdat een goede schoolleider het beste werkt tegen het verlies van leraren. Hiermee wordt dus rekening gehouden bij de nieuwe Lerarenagenda. Er zal bekeken worden of nog ongelijker moet worden geïnvesteerd voor gelijke kansen. Het lid WEHKAMP las in de NRC een stuk getiteld ‘Gemeenten zijn te veel geld kwijt aan het helpen van jongeren’. Daarin staat dat gemeenten door de Jeugdwet een hulpplicht hebben. Tegelijkertijd is er een sterke groei van jeugdhulp bij lichte opvoedingsen ontwikkelingsproblemen, bijvoorbeeld bij kinderen die moeite hebben vrienden te maken. Door die groei van lichte hulp worden kinderen met zware problematiek niet goed geholpen. Zij vraagt in welke mate dit ook voor Amsterdam geldt. Zij ook in Amsterdam veel lichte gevallen? Hoe denkt de wethouder over het afschaffen van de hulpplicht voor gemeenten? Welk effect zou dat hebben voor Amsterdam? Het lid ABDI heeft een punt van orde. Zij snapt de vraag van het lid Wehkamp, maar er is een debat over jeugdzorg waar dit besproken zal worden. Zij vindt het daarbij beter passen. De VOORZITTER begrijpt het punt van het lid Abdi, maar wijst erop dat het lid Wehkamp deze vraag mag stellen. De vraag is niet buiten de orde. Wethouder MOORMAN heeft het stuk gelezen en snapt de vraag. Zij kon zich totaal niet vinden in de aangehaalde kop in de NRC.

‘Te veel’ veronderstelt dat de gemeenten met dat geld dingen doen die onnodig zijn. Het is wel waar dat meer geld uitgegeven wordt dan het Rijk vergoedt. Daarom wordt onderhandeld met het Rijk over de hervormingsagenda. Al jaren ligt er een dispuut tussen Rijk en gemeenten, waarbij de gemeenten aangeven veel meer geld uit te geven dan het Rijk zou moeten vergoeden volgens artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet. De voorbeelden in het betreffende artikel in NRC spreken voor zich, maar geven wel een verkeerd beeld. In Amsterdam wordt momenteel 170 miljoen euro uitgegeven aan hoogspecialistische jeugdhulp. Ter vergelijking: voor dyslexie is dat 1,5 miljoen euro. Het is niet verstandig om de lichte hulp eruit te halen. Dat leidt tot een waterbedeffect ten laste van de zwaardere hulp. Toegang voor participatie lijkt haar verstandig. Als je geen goede sociale contacten kunt onderhouden, kan dat tot zware psychische nood leiden die vervolgens een veel groter beslag legt op de kosten. Men zegt al jaren dat de voorkant belangrijk is. Als dat echt zo is, moet je niet elke vorm van lichte hulp veroordelen. Zij heeft het stuk dus gelezen en is het eens dat de administratieve last eraf gehaald moet worden. Ook de gemeente heeft een dergelijke beweging gemaakt, waarbij men van veel naar minder aanbieders ging. Dat gebeurt nu ook bij de enkelvoudige.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12232482/2