CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht Data Justice Project ea nav bestuurlijke reactie aangevuld met de reactie van het colllege 230207.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 9 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Afdoening toezegging uit de commissievergadering AZ van 15 december 2022 over de Top400 aanpak (VN2023-006124)2.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht met een puntsgewijze reactie van Data Justice Project van Cardiff Universiteit e.a. (in blauw) op de bestuurlijke reactie Top400-aanpak van dd. 17 november 2022, aangevuld met de reactie van het college (in oranje) Citaat uit bestuurlijke reactie 17/11 “De oproep dat de gemeente moet luisteren naar de ervaringen, behoeften en stemmen van minderjarigen en ouders omarmen we.”

Oordeel critici Helemaal mee eens

Toelichting critici We zijn blij dat de gemeente erkent dat er beter geluisterd moet worden naar minderjarigen en hun ouders. Maar deze toezegging kan zich niet beperken tot het enkel beter informeren en betrekken in de uitvoering van de Top400 aanpak. Ouders zijn meer dan een middel om de Top400 aanpak te verstevigen. Minderjarigen en ouders zijn ervaringsdeskundigen en weten het best wat voor soort en wat voor vorm van hulp het beste tegemoetkomt aan hun noden. Hun ervaringen met de gemeente, zorgverlening en de Top400 aanpak zou een jeugdaanpak moeten informeren.

Reactie college op het oordeel Jongeren en ouders worden bij de start (en tussentijds bij de uitvoering) betrokken bij het individuele plan van aanpak (al is dat niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld omdat meerderjarigen geen toestemming geven hun ouders te betrekken of omdat ouders dit zelf niet willen). Ouders worden na instroom voor een bijeenkomst over de aanpak uitgenodigd. Jongeren en ouders worden ook betrokken bij het verbeteren van de aanpak als geheel. Zo wordt na uitstroom een afsluitend gesprek gevoerd met de jongere en de regisseur over het verloop van de aanpak en het welzijn van de jongere. Verdere verbeteringen krijgen een plek in het Meerjarenplan 2023-2026. Net als de uitkomsten van het onderzoek dat eind 2022 is gestart naar de ervaringen van personen die in de aanpak hebben gezeten.

De 125 Prokid jongeren: “ouders en jongeren is destijds uitgelegd waarom ze instroomden, via de instroombrief en in ouderbijeenkomsten”

Onwaar

Het is zorgelijk dat de gemeente niet ingaat op het feit dat intern geadviseerd werd om de Top400 jongeren en ouders niet te informeren over het gebruik van Prokid. In de WOB-stukken stond: “Punten ter ondersteuning bij gesprekken met ouders (prokid instroom). NIET NOEMEN: prokid (naam van systeem), kans op plegen delict, voorspellende waarde, noemen van het systeem”. Zoals eerder genoemd in ons rapport maakt het bewust

Aan deze 125 jongeren (en ouders van minderjarigen) is in 2016 uitgelegd welke grond er was om ze in de aanpak op te nemen. Dit kan zijn geweest aan de hand van een gesprek tussen regisseur en een jongere of tijdens een informatiebijeenkomst voor ouders over de aanpak. Hierbij is uitgelegd op welke feiten een persoon is ingestroomd (politie- en zorgfeiten).

achterhouden van informatie over het gebruik van een algoritme het extra moeilijk om in beroep te gaan tegen een bestuurlijke beslissing. Het is alsnog van belang dat de gemeente de Prokid+ jongeren en ouders informeert dat zij als gevolg van Prokid+ zijn ingestroomd.

“In juli 2016 is eenmalig een proef gedaan om instroom te laten plaatsvinden op basis van het wetenschappelijk gevalideerd risicotaxatie instrument Prokid+, dat ontwikkeld is door de politie.” “Er zijn vaste criteria op basis waarvan personen instromen in de Top400. Ten eerste moet er sprake zijn van minimaal twee aanhoudingen voor een misdrijf. Minstens een van die aanhoudingen moet zijn geweest voor een high impact crime (hic) delict, zoals een overval, straatroof, inbraak in een woning, zware mishandeling, moord, doodslag of openlijke geweldpleging tegen personen.

Dit klopt deels

Het was een instroom van 125 kinderen die allen twee jaar op de lijst gestaan hebben. Dat is dus niet eenmalig. Er kan ook gezegd worden dat er 125 keer gebruik gemaakt is van ProKid met een werking van twee jaar.

Onwaar

Er zijn sinds 2016 in ieder geval vier verschillende manieren geweest om op de Top400 te komen.  De combinatie van straf- en zorgcriteria (die in de loop der tijd één keer is aangepast).  De 125 kinderen zijn in 2016 door Prokid+ op de lijst zijn gekomen.  Politie criteria die tot 16 november 2022 nog op de website van de gemeente Amsterdam stonden.

Dat daarbij niet de naam van Prokid Plus werd genoemd was niet om dit te verhullen, maar omdat het een (hoewel wetenschappelijk gevalideerd) complex uitlegbaar systeem was. Precies om die reden is na de proef gestopt met het gebruik ervan. Ten aanzien van de rechtsbescherming: instroom in de aanpak op basis van de Top400 criteria (of destijds op basis van Prokid Plus) is geen besluit in de zin van de Awb. Wel kan een verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens worden gedaan. Indien dit verzoek wordt afgewezen, kan de betrokkene een bezwaarprocedure starten. Dat was ook het geval bij instroom op basis van Prokid Plus. Het was één moment van instroom in juli 2016.

De omschrijving van Prokid Plus heeft ongelukkigerwijs inderdaad nog tot 16/11/22 op een vergeten subsite van de gemeente gestaan. Die informatie klopte niet meer en is gelijk na ontdekking aangepast. In 2016 is ProkidPlus eenmalig gebruikt. Naast die weging moest er sprake zijn van 1 aanhouding.

Er zijn dus geen vaste criteria, er zijn 4 modellen Op dit moment geldt voor instroom in de

Daarnaast moeten er drie zorgsignalen zijn.”

“De Top400 is dus nadrukkelijk niet bedoeld voor de jongeren die alleen puberaal gedrag vertonen of overlast geven”.

Dit klopt deels

geweest. Dat er sprake moet zijn van ‘minstens twee aanhoudingen, waarvan een aanhoudingen voor een HIC delict’ klopt ook niet. Het Prokid+ model en de ‘politie criteria’ verwerkten alleen politie data. Hier zijn de criteria:  in de afgelopen 5 jaar minimaal 1 keer als verdachte moet zijn aangehouden;  een andere politie registratie;  dat mensen in hun omgeving ook in aanraking komen met de politie. Bij ‘een keer als verdachte aangehouden’ wordt verder niet gesproken over een HIC delict. In sommige varianten was 'een keer aangehouden als verdachte' een van de drie voorwaarden om op de top400 geplaatst te kunnen worden. Dat kan in de ‘politievariant’ ook gaan om een vermeend gestolen blikje cola. Verder is het zo dat het vanaf de start bij de Top400 mede leek te gaan om jongeren die nog niet op het criminele pad zitten en die ‘stout’(in de woorden van de toenmalige burgemeester) of overlastgevend gedrag vertonen. Bij de start van de Top400 worden ‘delicten plegen’ en ‘overlast veroorzaken’ op een hoop gegooid.

Het frame van de uitbreiding van de Top600 is “er moeten mensen op een lijst staan waarvan de verwachting is dat zij ook de komende jaren voor (meer) criminaliteit en overlast gaan zorgen.” Ook bij de verwerking van de aangeleverde TopX/Top10 lijsten van jeugdige ‘high potentials’ door de stadsdelen en Amstelland gemeente wordt er steeds over overlastgevend gedrag en delicten gesproken. Er kan dus niet worden uitgesloten dat er jongeren op de Top400 terecht zijn gekomen door het vertonen van

Top400 altijd een vaste set van criteria, met daarin een combinatie van politiegegevens en zorgsignalen.

Checks en balances voorkomen dat jongeren alleen vanwege overlastgevend gedrag in de aanpak komen. - Er zijn twee aanhoudingen voor een misdrijf vereist (waaronder 1 HIC). - Daarnaast moeten er drie zorgsignalen zijn op meerdere leefgebieden, zoals aanhouding als verdachte tussen 12 en 14 jaar, schoolverzuim, het hebben van een justitiële maatregel, onderdeel zijn van een geprioriteerde jeugdgroep en het dealen van nepdope. - De instroomgegevens worden altijd gecontroleerd. - De regisseur kan altijd om heroverweging vragen.

“Ook dat ‘zelfs slachtoffers van huiselijk geweld en kinderen die op school minder goed functioneren’ op een gegeven moment op de lijst komen klopt niet.”

Onwaar

“Het is dus niet zo dat de nadruk in de aanpak ligt op repressie. De Top400aanpak heeft als doelen recidivevermindering én perspectiefverbetering, en is gericht op ‘lik op stuk’ én op zorg, dus op repressie én preventie.(..) De toegang tot zorg kan daarbij dus nooit afhankelijk zijn van input vanuit bv strafrechtelijke partijen. Wat de Top400 wel toevoegt is betere afstemming tussen de verschillende partijen, zodat interventies elkaar versterken, in plaats van teniet doen.”

Dit klopt deels

puberaal/overlastgevend gedrag. In het model met politie en zorg criteria staat expliciet: “ook gelden voor jou minimaal 3 van de punten hieronder: je hebt veel verzuimd op school of je school niet afgemaakt; je bent minimaal 3 keer gewisseld van basisschool; en je was als slachtoffer, getuige of verdachte betrokken bij huiselijk geweld”. Kinderen komen niet alleen vanwege deze criteria op de lijst, maar deze criteria wegen wel degelijk mee in de selectie voor de Top400. Het vermengen van lik op stuk en zorg baart zorgen, omdat het gaat om een groep kwetsbare jongeren en een gemeenschap bij wie deze aanpak niet door een rechter is opgelegd. Het gaat om vergaande impact, waaronder surveillance, voor een groep waarover zorgen zijn, maar die wellicht nog geen ‘lik op stuk’ verdienen (buiten de rechter om). Toegang tot de Top400 (en daarmee tot zorg) is niet afhankelijk van input van strafrechtelijke partijen, dat klopt, maar politiegegevens over personen bepalen wel in hoge mate wie instroomt. Bovendien: de strafrechtelijke partijen informeren betrokken partners integraal over zorgkwesties, van het presteren op school tot geestelijke problematiek en vice versa. Zolang kinderen niet veroordeeld zijn voor een strafbaar feit, zou er in de Top400 geen rol moeten zijn voor strafrechtelijke partners.

Geen van de jongeren op de lijst is ‘alleen maar’ slachtoffer van huiselijke geweld en/of kindermishandeling (HGKM)’ of ‘alleen’ (voortijdig) schoolverlater. Dit zijn wel (uit de wetenschap bekende risicofactoren voor afglijden in de criminaliteit en dus) zorgsignalen die meegewogen worden in de optelsom van factoren (naast de twee aanhoudingen voor een misdrijf, waaronder 1 HIC-delict). Dit is een fundamenteel verschil van visie: wij zien het samenbrengen van veiligheid en zorg juist als een grote verworvenheid. Voor het bestaan van de Top400 werkten deze partijen langs elkaar (omdat ze geen informatie mochten uitwisselen). Dat is niet in het belang van deze jongeren met complexe problemen. De aanpak Top400 is een gecoördineerde inzet van gemeente, politie, justitie en andere (zorg)instanties met als doel recidivevermindering én perspectiefverbetering. Er is geen sprake van repressie of surveillance. Wel kan de nadruk in de aanpak indien nodig tijdelijk op de lik op stuk interventies liggen, waarbij altijd zorg en perspectief bieden het doel is. Betrokkenheid van de politie kan ook nodig zijn om te zorgen dat repressie zorg niet in de weg staat. Het klopt niet dat zorggegevens integraal worden gedeeld. En zeker geen medische

“De Top400 is een sterk instrument om in te kunnen grijpen als jongeren complexe problemen hebben op het gebied van veiligheid én zorg en kan het verschil maken tussen een uitzichtloze toekomst in de criminaliteit en een positieve toekomst”. “Bestuurskundig onderzoek onderschrijft de waarde van integraal samenwerken. Zo blijkt uit onderzoek van BMC in opdracht van bureau Regioburgemeesters dat deze manier van werken in veel gemeenten wordt ingezet en vrijwel overal als succesvol wordt ervaren” “Er is veel geleerd sinds de start in 2015. De aanpak (en afzonderlijke interventies daarbinnen) wordt doorlopend geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Het AcVZ beschikt over een onderzoeksteam, waarin expertise vanuit de verschillende partners is samengebracht. Ook zijn er nauwe banden met wetenschappelijke instellingen en onderzoekers en worden nieuwe inzichten betrokken in het werk”.

Onduidelijk

De documentaire Moeders laat een ander beeld, een waar het succesgevoel van de gemeente niet overal gedeeld wordt. Daarom is het van belang dat een aanpak, waarin de gemeente en partners de regie over het leven van jongeren nemen en de families blootstellen aan extra toezicht, op zijn minst goed onderbouwd en scherp gecontroleerd moet worden. Dit kan alleen als er een gedegen onafhankelijke evaluatie komt die vanuit de ervaringen van de jongeren en de families kijkt in hoeverre de aanpak aansluit op hun hulpbehoefte.

Onduidelijk

Deze uitspraak roept veel vragen op. In de WOB-stukken, die een periode 2015 tot 2019 omspannen, is er geen sprake van een echte evaluatie. Wel zijn er maand- en kwartaalrapportages die op basis van zelf gedefinieerde criteria de voortgang van de Top400 monitoren. Een ‘eigen onderzoeksteam’, ‘nauwe banden met wetenschappelijke instellingen’ en het ‘verwerken van nieuwe inzichten’ staat in onze ogen ook niet gelijk aan een gedegen evaluatie die vanuit de ervaringen van de jongeren en de families kijkt in hoeverre de aanpak aansluit op hun hulpbehoefte. Een onafhankelijke evaluatie ontbreekt.

gegevens. Delen van gegevens gebeurt op basis van bestaande wetgeving en conform de gegevensregeling van de Top400-aanpak. Niet alle jongeren (en ouders) hebben een hulpbehoefte of vragen hierom. Dat wil niet zeggen dat ze geen ondersteuning nodig hebben, en dat zij in sommige gevallen ook gestimuleerd moeten worden tot gedragsverandering. Ouders zijn niet altijd een positieve factor in de levens van deze jongeren.

Hoewel de aanpak doorlopend met alle partners wordt geëvalueerd, staan we open voor een externe evaluatie van de rechtswaarborgen van de Top400-aanpak. Daarvan kunnen we alleen maar (extra) leren.

“Het overgrote deel van de Top400Onduidelijk jongeren is stevig in beeld bij de politie en andere organisaties. Zo had in 2022 (tot nu) 88% van de jongeren op de lijst bij instroom al een door de rechter opgelegde strafrechtelijke maatregel (reclassering, een gedragsbeïnvloedende maatregel of een zogeheten PIJ-maatregel)”.

“Nee, de gemeente gebruikt geen algoritmische selectieprogramma’s (zoals Prokid+) voor het selecteren van personen voor de Top400, Top600 of andere integraal persoonsgerichte aanpakken”.

Onduidelijk

Risico’s van vooringenomenheid: “Voor plaatsing op de lijst wordt op geen enkele manier gebruik gemaakt

Onduidelijk

Het is onduidelijk hoe dit percentage berekend wordt. Uit de maand-, kwartaal-, en halfjaarrapportages blijkt dat sommige Top400 jongeren meerdere maatregelen hebben. Wordt het percentage hier berekend op het percentage jongeren met een maatregel of het totaal aantal maatregelen in relatie tot het aantal jongeren? De 88% is verder een percentage voor de instroom van 2022. Deze cijfers betekenen dat ruim één op de tien jongeren van de Top400 instroom in 2022 géén eerdere strafrechtelijke maatregel had bij instroom. Het is bovendien onduidelijk hoeveel jongeren die tussen 20162021 op de Top400 zijn geplaatst geen eerdere strafrechtelijke maatregel bij instroom hadden. De maand, kwartaal, en halfjaar rapportages uit 2016 – 2019 suggereren dat het percentage voor 2020 veel lager lag. Zo staat er bv in de Top400 kwartaalmonitor van Q4 2018 dat 27.9% onder begeleiding bij gecertificeerde instelling, en 13.2% onder toezicht van reclassering. Wellicht bedoelt de gemeente: niet meer. Want eerder werd hier wel gebruik van gemaakt. Zoals de gemeente in beantwoording schriftelijke vragen aangeeft is er geen eenduidige definitie van de term ‘algoritme’. De gemeente stelt dat de huidige selectievariant ‘politie en zorg criteria’ geen algoritme is en dat de andere selectie modellen (Prokid+ en de politie criteria) niet meer gebruikt worden.

Over deze definitie keuze valt te twisten, maar zorgelijker is dat de gemeente geen verantwoordelijkheid neemt over het vroegere gebruik van Prokid+ en het politie model. Wetenschappelijk onderzoek naar algoritmes toont al jaren aan dat het risico van vooringenomenheid zit in het doel, de (training)data, het statistische model, en de

Dit is geen berekening maar een feit: 88% had in 2022 voor of bij instroom in de Top400 een justitiële maatregel.

Niet meer, inderdaad. We hebben dit eenmalig gebruikt in 2016. In de commissievergadering van 15 december 2022 heeft de burgemeester afstand genomen van het instrument.

De Top400 gebruikt geen algoritme meer. In de criteria worden feiten bij elkaar opgeteld.

van persoonsgegevens betreffende ras, etniciteit, nationaliteit, religie, politieke voorkeur, gender of seksualiteit”.

manier waarop er met de output wordt omgegaan kan Er zijn niet 4 modellen. Er is 1 set criteria zitten. Het risico van vooringenomenheid is dus meer dan (bestaand uit politiegegevens en zorgsignalen). alleen het wel of niet gebruik van gevoelige persoonsgegevens, zoals ras, geloof, of postcode. Checks en balances voorkomen dat jongeren alleen vanwege overlastgevend gedrag in de Bij alle vier de Top400 modellen wordt de eerste selectie aanpak komen. De instroomcriteria zijn altijd stap op basis van politiedata gemaakt. Politie datasets een optelsom van feiten, waarbij alleen bevatten hun eigen vooroordeel omdat ze gebaseerd zijn politiecontacten niet voldoende is voor op bestaande politiepraktijken. Er is dus een reëel risico instroom. dat het gebruik van algoritme of statistische modellen deze oorspronkelijke vooroordelen versterken wat De gevraagde analyse is niet mogelijk omdat de discriminatie in de hand werkt. genoemde gegevens niet worden bijgehouden. Om de zorgen over discriminatie weg te nemen is het is niet genoeg dat de gemeente de kritiek op mogelijke vooringenomenheid niet deelt en zich beroept op de objectiviteit van de criteria. Het is aan de gemeente om aan te tonen dat de Top400 niet direct of indirect discrimineert. Door bijvoorbeeld een analyse te maken van de demografische kenmerken van de personen die op de Top400 lijst staan en hebben gestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12457548/1