CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

overzicht bijlagen bij reactienota bestuurlijk stelsel v2

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 23 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: De gemeenteraad te adviseren om in te stemmen met de raadsvoordracht tot vaststelling van de inrichting van het bestuurlijk stelsel vanaf 2022 Nr. VN2021-01582939.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022

Inhoud

A  Definitief verslag gesprek over voorgenomen hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022 met bewoners van de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Centrum

3

B  Verslag stadsdeelgesprek Noord en Zuid over het bestuurlijk stelsel

5

C

8

Enquête evaluatie verbetervoorstellen Amsterdams bestuurlijk stelsel

D  Definitief verslag stadsgesprek over voorgenomen hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022

19

E  Definitief verslag stadsgesprek over voorgenomen hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022

27

F  Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Centrum

35

G  Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Nieuw-West

39

I  Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Zuidoost

42

J  Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Noord

44

K  Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Oost

47

L  Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Nieuw-West

51

N  Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Zuidoost

55

O  Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur West

60

P  Stemverklaring / toevoeging aan agendapunt 6a

66

Q  Stemverklaring Voorgenomen hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022 - VVD Fractie 

68

R  Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Zuid

69

Colofon76

A Definitief verslag gesprek over voorgenomen hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022 met bewoners van de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Centrum

Datum: 21 april 2021

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022 3

Verslag Het college heeft op 6 april ingestemd met de voorgenomen hoofdlijnen voor een nieuw bestuurlijk stelsel vanaf 2022. Het college wil graag horen wat Amsterdammers van de hoofdlijnen vinden. In dat kader worden de stadsdeelgesprekken georganiseerd. Samenvoegen gesprekken drie stadsdelen • De gesprekken van drie stadsdelen zijn vanwege het geringe aantal aanmeldingen samengevoegd. Dat hadden de aanwezigen liever anders gezien: een gesprek met lokale bestuurders per stadsdeel, zoals ook de bedoeling was. • De aanwezigen vinden het typerend dat er zo weinig aanmeldingen zijn. De gemeente communiceert niet goed en veel mensen hebben zo langzamerhand het idee dat het toch weinig zin heeft om je stem te laten horen. • Er zit nu geen goede afspiegeling van de stad bij dit gesprek. • De gemeente informeert mensen te laat en niet goed. Stadsdeelcommissies en stadsdeelbesturen • Er is onduidelijkheid over de rol en functie van de stadsdeelcommissie. Ze lijken sinds 2018 juist verder op afstand gezet van bewoners en hebben niets te zeggen. Het vorige stelsel was beter. • Stadsdeelcommissieleden zijn niet zichtbaar. • De stadsdeelcommissies en bestuurders zijn naar de mening van de aanwezigen te gepolitiseerd. Commissieleden denken eerder vanuit de partij dan vanuit de bewoners.

• Meer zeggenschap stadsdeelcommissies is zeer welkom als het gaat om openbare ruimte, ruimtelijke ordening, directe leefomgeving van bewoners. • Er zijn in het huidige stelsel veel routes om iets gedaan te krijgen. De toegevoegde waarde van de route naar de stadsdeelcommissie is er niet echt. Via ambtenaren is veel makkelijker.

• -De uitvoerende organisatie staat ver van de politiek. Gebiedsmakelaars zijn van goede wil, maar komen er niet doorheen. Meerdere aanwezigen vinden dat de gebiedsmakelaars meer mandaat zouden moeten krijgen. • In de Stopera wordt met een grote-stadsbril gekeken. Hoe verder van de Stopera, hoe minder interesse er voor is en hoe minder geld er beschikbaar komt. • De besluiten die het dagelijks bestuur van een stadsdeel neemt moeten ook meteen openbaar zijn. Niet alleen de bekendmaking wat het besluit is, maar ook de achterliggende stukken op grond waarvan het besluit genomen is. Participatie • In de hoofdlijnen gaat het bij ‘korte termijn’ over een participatiebeleid. Dat komt al jaren niet van de grond. B&W zeggen al 15 jaar dat er “op korte termijn gewerkt wordt aan participatiebeleid, maar er is de afgelopen jaren nog steeds niets concreets verbeterd. Ook bij vergaderingen van de stadsdeelcommissie staat op de stukken nooit een participatieparagraaf. • Voorstel is om in een denktank met bewoners samen te kijken wat betere participatievormen zijn. • In de hoofdlijnen voor een nieuw stelsel zit teveel politiek en te weinig burgers. Belangen van burgers te weinig aan de orde. • Bewonersorganisaties zouden veel serieuzer moeten worden betrokken én in een eerder stadium. Niet reageren op een plan maar vanaf het begin betrokken zijn.

• Je moet onderscheid maken tussen participatie in buurten en participatie in projecten. Vervolgens kijken naar de plek van de participatie; die zit nu in project maar moet meer naar voren. Aan het begin. • Gemeente en bewoners lijken een andere taal te spreken. Er moet beter geleerd worden hoe met bewoners gecommuniceerd moet worden. Vraag aan burgers hoe ze willen dat er gecommuniceerd wordt. • Informatieavonden blijken soms inspraakavonden te zijn. Dat leidt tot verwarring.

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022 4

Cultuur • In de hoofdlijnen komt ‘cultuur’ aan de orde. Bewoners zien dit als een van de grootste problemen in het Amsterdamse bestuurlijk stelsel. • Het duurt allemaal erg lang bij de gemeente. • Contacten met de gemeente zijn vaak frustrerend. • Vaak wordt de slechte terugkoppeling door bewoners genoemd. Als mensen iets melden, aankaarten of met een initiatief komen horen ze niks meer. Of pas na maanden. • Afdelingen weten van elkaar niet wat ze doen. Te verkokerd. • Op de vraag of een inwonersloket een oplossing zou kunnen zijn wordt geantwoord dat dat niet veel zal veranderen. Het is een kwestie van cultuur. Dan maakt het niet uit of je een nieuw loket verzint. Het gaat om de basishouding. • Ook bij deze sessie is er twijfel of de inbreng serieus zal worden genomen. • Cultuur is belangrijker dan structuur Loten • Over loten zijn de meningen verdeeld. Dat gaat van ‘gelote burgers zijn nieuwe vingernageltjes op het gedrocht dat Amsterdams bestuur heet’ tot dat het een uitstekend idee is en het kan helpen enigszins te depolitiseren. • Bezwaar kan zijn dat je niet de meest betrokken burgers vindt. Je krijgt dan minder burgers aan tafel die weten waar ze het over hebben. • Mensen die ingeloot worden zullen wel goed van informatie moeten worden voorzien. Anders moet je in je eentje ingewikkelde stukken lezen, waar anderen dat met hun fractie doen.

• Goed idee om dan wel een VOG (verklaring omtrent gedrag) te vragen.

• Betrekken van gelote burgers per thema zou een goed idee kunnen zijn. Stemmen non-EU bewoners na twee jaar in Amsterdam en actief en passief kiesrecht vanaf 16 jaar • Expats hebben veel minder binding met de stad, zijn hier vaak maar tijdelijk. Geen goed idee. • Jongeren van 16 jaar kunnen nog niet overzien hoe het allemaal werkt. Beter om het bij 18 jaar te houden. Vervolg Tegelijkertijd met de stadsdeelgesprekken loopt een enquête (tot en met 28 april) • De uitkomsten van de stadsdeelgesprekken en de enquête worden bij elkaar gevoegd. • Daarbij wordt gekeken welke voorstellen uit de gesprekken alternatieven of aanvullende verbeteringen zijn op de plannen van het college voor het bestuurlijk stelsel. • De voorstellen worden voorgelegd in een apart georganiseerde verdiepende sessie (op 10 mei aanstaande). • Indien er alternatieve voorstellen zijn wordt de informatie na 10 mei verwerkt in een draagvlakpeiling om te kijken welke ideeën het meeste draagvlak hebben. • Deze informatie gaat in een samenvattend rapport naar het college. • Het college zal hierop reageren via een nota van beantwoording. Deze nota gaat met de eventueel aangepaste hoofdlijnennotitie naar alle deelnemers en naar de raad. Aanmelden voor 10 mei kan via bestuurlijkstelsel@amsterdam.nl

B  Verslag stadsdeelgesprek Noord en Zuid over het bestuurlijk stelsel

Dinsdag 20 april 2021

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022 5

Dagelijks bestuurder Lagendijk zit de avond voor. Zij zet de door het College van B&W voorgestelde veranderingen aan het stelsel op een rij en vraagt de aanwezigen hierover hun mening te geven. Daarnaast is er ook ruimte voor het inbrengen van eigen aandachtspunten. De bijeenkomsten van Noord en Zuid zijn samengevoegd. Alle aanwezigen stellen zich voor. Zij staan onderaan het verslag op een rij. • Een steviger mandaat voor stadsdeelbestuurders • Onderzoek naar deels gelote stadsdeel­ commissies • Instellen van gelote stadspanels • Minder afstand tussen stadsdeel en kiezer • Meer contact tussen stadsdeelcommissie en de gemeenteraad • Meer invloed en ruimte voor Amsterdammers om te participeren • De leeftijd voor actief en passief stemrecht stadsdeelcommissie naar 16 jaar • Amsterdammers van buiten de EU met een geldige verblijfsvergunning krijgen, nadat zij 2 jaar in Nederland wonen, actief en passief kiesrecht voor de stadsdeelcommissies Het gesprek 1. Versterken Stadsdeelbestuur • Vindt u het belangrijk dat de stadsdelen/stadsdeelbestuurders meer zeggenschap (invloed) en mandaat krijgen? Anders geformuleerd: vindt u het belangrijk dat de stadsdelen/ stadsdeelbestuurders meer te zeggen krijgen over wat er gebeurt in de stad? • Op welke onderwerpen is dat belangrijk? De aanwezigen vinden lokaal mandaat belangrijk.

De Stadsdeelcommissie kan nu alleen adviseren en is daarmee monddood gemaakt. Het organiseren van macht en tegenmacht is ook binnen het stadsdeel van belang. In de voorstellen zijn nu ook weer benoemde bestuurders opgenomen. De voorstellen gaan nu in de

richting van meer invloed geven aan de stadsdeelbestuurders, maar tegelijkertijd zijn ze nog steeds benoemd. Men heeft moeite met een benoemde stadsdeelbestuurder, maar als er dan toch benoemd gaat worden en er gaat ook meer mandaat naar de bestuurders dan is het van belang om ervoor te zorgen dat er ook verantwoording afgelegd wordt en dat niet functionerende bestuurders weggestuurd kunnen worden. 2. Wat is uw indruk van de stadsdeelcommissies • Hebben ze genoeg zeggenschap? Zo nee, hoe kunnen ze dit meer krijgen? • Zijn ze genoeg bekend? Zo nee, hoe kunnen ze bekender worden? Er moet meer tegenmacht worden georganiseerd. Niet alleen vanuit de stadsdeelcommissie, maar ook vanuit bewoners. De vroegere wijkopbouworganen werkten wat dat betreft prima. Je kunt stedelijk natuurlijk van alles regelen om de zeggenschap te vergroten, maar je moet het ook in de stadsdelen regelen met lokale organen. Dit zou een interessante invulling kunnen zijn van de bewonersloketten die in de hoofdlijnennotitie zijn genoemd. Deze zouden een onafhankelijke status moeten krijgen en dus niet politiek zijn. Jammer dat bij de vorige stelselwijziging het niet gelukt is om binnen de stadsdeelcommissies individuele burgers en groeperingen een plek te bieden. Ook leden van de stadsdeelcommissies snappen niet altijd hoe de processen lopen bij ruimtelijke projecten. (Zie ook opmerkingen bij punt 4).

Om de informatieachterstand te verkleinen zou het goed zijn als de leden van een stadsdeelcommissie ook zelf technische informatie kunnen ophalen bij ambtenaren. Verder is het van belang dat leden van een stadsdeelcommissie goed (meer) worden ondersteund en dat hun mandaat wordt uitgebreid. “Naast oren en ogen zouden zij ook de handen en voeten moeten zijn”. Leden van de stadsdeelcommissies zijn ook relatief onbekend bij bewoners. De afstand tussen bewoners en het bestuur moet kleiner worden. Het stadsdeel hoort nu alleen kleine groepen. Het is tijd

om meer op locatie te gaan kijken en gesprekken te voeren met bewoners en organisaties. Haal informatie op bij de platforms die er al zijn. “Met de poten in de modder”, weten wat er speelt.

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022 6

3. Verbeteringen stadsdeelcommissie (voorstel B&W) • Moeten ze gekozen blijven (via lijsten) of aangevuld met gelote burgers? (NB B&W denkt dat gelote burgers met een frissere niet-partijpolitieke blik kijken naar problemen en plannen) • Mogen 16 jarigen en buitenlandse Amsterdam­ mers die al twee jaar in Amsterdam wonen ook meestemmen? Het College zit er over te denken om in elk stadsdeel honderden mensen te loten voor een breed stadsdeelpanel (naast de stadsdeelcommissie). Lijkt u dat wat? Op zich hoeft er niets mis te zijn met toelaten van 16-jarigen. Dat is nu 18. Ze kunnen dat alvast betrokken raken bij de politiek. Wel moet er goed worden nagedacht over de tijd dat je in een buurt woont. Twee jaar is wel kort. Denk daarbij aan bijvoorbeeld expats in een buurt. Op zich geeft men geen prioriteit hieraan. Loten zou een oplossing kunnen zijn voor het feit dat er nu geen representatieve afspiegeling van de bevolking in de stadsdeelcommissies zit, maar het lost niets op qua informatieachterstand en te weinig mandaat. Daar komt bij dat bewoners waarschijnlijk niet zijn te strikken om voor vier jaar ingeloot te worden. Het helpt als het gaat over agenderen van thema’s. Themagericht loten dus, voor tijdelijke themagerichte projecten.

Windmolens zouden een thema kunnen zijn, maar wat voor onderwerpen zouden nog meer geschikt zijn voor buurtpanels? Vooral ruimtelijke en sociale thema’s, omdat veel maatschappelijke vraagstukken nu zijn vervlochten (verpakt) in grote nota’s. Dus lokaal in gesprek gaan over de grote thema’s. 4. Meer invloed en ruimte voor Amsterdammers om te participeren • Welke ideeën heeft u om de zeggenschap van de Amsterdammers op het stadsdeel te versterken? Representatief en participatief lopen in de voorstellen door elkaar. Dus niet nu op allerlei vormen van participatie optuigen, maar beginnen met de representatie: dus het restaureren van het democratische huis. We bekijken bij het verbeteren van het stelsel steeds naar de structuur. Er zou meer aandacht moeten

zijn voor de cultuur zowel binnen de organisaties als het bestuur. Er moet meer evenwicht zijn tussen die twee. Op dit moment is de cultuur vooral de bottleneck. Dus zonder goede cultuur ook nooit een goed geheel. Voor welk stelsel je maar kiest als de cultuur binnen de gemeente niet wordt aangepakt, dan gaat het niet werken. Het gaat hier zowel om de interne als de externe cultuur, dus zowel ambtelijk als bestuurlijk. Intern wordt te veel in hokjes gedacht en gehandeld. Op die manier kunnen we als burgers nooit goed in gesprek met het “veelkoppige monster”, zoals de gemeente vaak wordt genoemd. Burgers worden vaak niet serieus genomen. Ze worden tegen elkaar uitgespeeld. Er is geen heldere discussie en er wordt gedaan alsof men wel weet wat er goed voor ons is. Naast de cultuur zou toch ook de structuur verbeterd moeten worden. Het is aan de ene kant begrijpelijk dat de gemeente gedurende de looptijd van bepaalde procedures geen totale openheid van zaken kan geven omdat ook de gemeente gebonden ie aan bestaande wetgeving, maar aan de andere kant moet de gemeente wel gaan nadenken over hoe er ondanks de bestaande wetgeving toch gecommuniceerd kan worden met bewoners. Nu worden burgers namelijk door allerlei wetgeving niet voldoende geïnformeerd. Dus probeer samen te werken met de bewoners.

Het is opvallend dat een bewoner nu aan tafel zit en in gesprek is met de overheid over de vormgeving van het bestuurlijke stelsel en dat er met diezelfde gemeente bijvoorbeeld tijdens de verlening van vergunningen niet gepraat kan worden; dit kan slechts aan het eind bij een juridische hoorzitting waar de ingebrachte bezwaren worden behandeld. Er zou een orgaan moeten zijn dat gericht is op participatie en communicatie naar burgers. Een onafhankelijk orgaan waar burgers informatie kunnen krijgen over wat hen te wachten staat als ze te maken krijgen met – vaak langlopende – participatietrajecten. De burgers begrijpen de gemeente niet; ‘Wat voor jullie gesneden koek is, is voor ons abracadabra. Zorg dat wij ook over de noodzakelijke kennis kunnen beschikken.’ Het is op dit moment ook zo dat als er echt beslissingen genomen gaan worden dan sluiten de poorten en wordt er niet meer gecommuniceerd. Dat moet dat orgaan dan overnemen. En daar komt

nog bij dat zo’n orgaan ook zou moeten kunnen toetsen of de participatie correct is verlopen. Het moet daarbij politiek onafhankelijk zijn. We hebben dus geen inwonersloket nodig, maar een participatieloket. Zeker met de komende omgevingswet daarbij in het achterhoofd. Bewoners en initiatiefnemers moeten daarbij meer participeren. Dan moet je wel vertellen hoe dat zou kunnen plaatsvinden.

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022 7

De schoen wringt vaak extra bij langlopende ruimtelijke projecten, waarbij ook de verkoop van grond aan de orde is, en dus gaat het over veel geld. Het is begrijpelijk dat daarbij niet altijd alle financiën open en bloot op tafel kunnen liggen, maar nu wordt bewoners vaak gevraagd om ergens wat van te vinden op het moment dat er al een nota van uitgangspunten ligt, die is opgesteld achter gesloten deuren. Bij deze processen moet de gemeente veel meer aan de voorkant gaan zitten. Dus bewoners al betrekken als er nog niets ligt. Bij woningbouwprojecten kennen we de overlegwet: bijvoorbeeld 70% van de bewoners moet instemmen met plannen, enz. Bij stedenbouwkundige projecten kennen we dit soort strakke (kader)afspraken niet. Het zou goed zijn om bij ruimtelijke projecten ook (kader)afspraken te maken en die vast te legen in het plaberum (het spoorboekje voor ruimtelijke projecten: eerst dit, dan dat en dan dat). 5. Toegankelijkheid van het stadsdeel • Vindt u qua dienstverlening dat zaken beter kunnen? – Inwonersloket – Directer contact met bestuurders – Directer contact met stadsdeelcommissieleden Zie tekst bij vraag 2.

6. Relatie gemeenteraad en stadsdeelcommissie • Hoe kan de relatie tussen stadsdeelcommissie en gemeenteraad beter? Zoals bij vraag 1 al genoemd bieden de bestuurscommissie en de raadscommissie ruimte voor mandaat van stadsdelen. Bij de gebiedscommissie kan dit concreet worden gemaakt bijvoorbeeld duo-raadsleden af te vaardigen naar de stadsdelen. Op die manier wordt de band tussen stadsdeel en gemeenteraad versterkt. Het vervolg • Tegelijkertijd met de stadsdeelgesprekken loopt er een enquête (tot en met 28 april) • De uitkomsten van de stadsdeelgesprekken en de enquête worden bij elkaar gevoegd. • Daarbij wordt gekeken welke voorstellen uit de gesprekken alternatieven of aanvullende verbeteringen zijn op de plannen van het college voor het bestuurlijk stelsel. • De voorstellen worden voorgelegd in een apart georganiseerde verdiepende sessie (op 10 mei aanstaande). • Indien er alternatieve voorstellen zijn wordt de informatie na 10 mei verwerkt in een draagvlakpeiling om te kijken welke ideeën het meeste draagvlak hebben. • Deze informatie gaat in een samenvattend rapport naar het college. • Het college zal hierop reageren via een nota van beantwoording. Deze nota gaat met de eventueel aangepaste hoofdlijnennotitie naar alle deelnemers en naar de raad. Aanmelden voor 10 mei kan via bestuurlijkstelsel@amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

Enquête evaluatie verbetervoorstellen Amsterdams bestuurlijk stelsel -

Korte rapportage | mei 2021

Wanneer Amsterdammers contact opnemen met de gemeente, zijn zij hier over het algemeen tevreden over. Een goede website waar informatie duidelijk op te vinden is neemt volgens hen vooral hinder weg om contact op te nemen. Wel ervaren ruim zes op de tien Amsterdammers (64%) belemmeringen in het uitoefenen van invloed op de lokale politiek. Zo heeft de meerderheid het gevoel dat er onvoldoende manieren zijn om hun mening duidelijk te maken over zaken in het stadsdeel en dat zij onvoldoende invloed hebben op de lokale besluitvorming. Amsterdammers zijn overwegend positief over de toepassing van een loting voor het stadsdeelpanel, maar meer verdeeld over dit idee voor de stadsdeelcommissie. In lijn hiermee zou de meerderheid deelnemen aan een stadsdeelpanel als zij hiervoor worden ingeloot en geldt dit voor de stadsdeelcommissie voor de helft. De meerderheid van bewoners vindt dat de besluitvorming voor kwesties die het stadsdeel aangaan bij de stadsdeelcommissies zou moeten worden gelegd. In 2018 werd het bestuurlijk stelsel in een nieuwe vorm gegoten.

Hiermee werd beoogd om vanuit de gemeenteraad een betere wisselwerking met het lokaal bestuur in de stadsdelen te realiseren en om de gemeente toegankelijker te maken voor de inbreng en participatie van bewoners.1 In 2020 werd de werking van het nieuwe stelsel geëvalueerd.2 Hieruit bleek in grote lijnen dat deze ambities in de huidige vorm onvoldoende tot zijn recht komen. Hiermee ging het advies gepaard om de positie van het lokale bestuur te versterken en de inspraakmogelijkheden van stadsdeelbewoners hierin te verbeteren. Vanuit de gemeenteraad volgde een aantal voorstellen tot verbetering van het Amsterdams bestuurlijk stelsel.3 Voordat deze voorgenomen veranderingen definitief gemaakt worden, worden de wensen en suggesties van de Amsterdammers betrokken. Met dit doel zijn er een aantal mogelijkheden gecreëerd voor bewoners om hun mening over het huidige bestuurlijk stelsel te uiten, waaronder een online enquête, gefaciliteerd door OIS. Hierin werden deelnemers gevraagd te reageren op de voorstellen en hun blik op en ervaring van het stadsbestuur te delen. De resultaten ervan zijn in deze rapportage inzichtelijk gemaakt. Om een zo groot mogelijke respons te realiseren is gekozen voor een online enquête. Deze enquête kon tussen 15 en 28 april 2021 door iedereen ingevuld worden via een link op de website van de gemeente Amsterdam.

De werving van de deelnemers voor dit onderzoek werd benaderd met de ‘geïnteresseerde Paroollezer’ in het achterhoofd, waarmee werd uitgegaan van toenadering tot de enquête vanwege interesse in het onderwerp. Dit resulteerde in een respons van 495 deelnemers. Een keerzijde van deze wervingsmethode is dat er weinig controle uitgeoefend kan worden op de steekproef, waardoor deze niet de gehele Amsterdamse bevolking representeert. Door het gehele rapport wordt gerefereerd naar deze groep geïnteresseerde deelnemers met ‘Amsterdammers’, maar moet deze kanttekening in het achterhoofd gehouden worden.

8

1

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

Respons Van de 495 deelnemers aan het onderzoek, is de grootste groep woonachtig in stadsdeel Centrum (23%). Het stadsdeel met het kleinste aandeel deelnemers is Zuidoost (6%). In het begin van de enquête werden deelnemers gevraagd hoeveel interesse zij hebben in de manier waarop de stad bestuurd wordt. Het grootste deel geeft aan hier veel interesse in te hebben (45%). Bijna alle deelnemers (97%) hebben minstens enige interesse in het onderwerp. In lijn met de respons, geven deelnemers uit stadsdeel Zuidoost aan het minste interesse te hebben in het bestuurlijk stelsel. Over het algemeen bestaan er geen onverwachte verschillen in de enquêteresultaten tussen zij die aangeven veel interesse in het onderwerp te hebben en zij met minder interesse. Wel tonen de data een patroon van hogere participatie aan de lokale politiek door deelnemers met veel interesse. Anderzijds beoordeelt deze groep deelnemers het bestuurlijk stelsel en haar inspraakmogelijkheden over het algemeen negatiever dan de groep met minder interesse. Indien er verschillen bestaan in de resultaten op basis van stadsdeel, wordt dit in de tekst vermeld.

Ervaring met de Gemeente Amsterdam

57%

Van de ondervraagde Amsterdammers geven drie op de tien (29%) aan in de afgelopen 12 maanden persoonlijk contact te hebben gehad met iemand van de lokale politiek, zoals een wethouder, een raadslid, een stadsdeelbestuurder of een lid van de stadsdeelcommissie (zie figuur 1). Voor de meesten geldt dat zij meer dan eens contact hebben opgenomen. Dit komt overeen met de meting in 2019, waarbij met 2.663 deelnemers een representatieve groep Amsterdammers bereikt werd.4 Daarnaast geldt dat 77% van de huidige steekproef contact heeft gehad met een ambtenaar, bijvoorbeeld via een Stadsloket. Zij die veel interesse hebben in het bestuurlijk stelsel geven twee keer zo vaak aan contact te hebben gezocht met de gemeente Amsterdam. Een op de tien ondervraagde Amsterdammers die in het afgelopen jaar geen contact hebben gehad met iemand uit de lokale politiek of met een ambtenaar, heeft dit wel geprobeerd maar niet gekregen. Dit geldt in totaal voor 4% van Amsterdammers.

Figuur 1. Contact met iemand van de gemeente Amsterdam in de afgelopen 12 maanden (procenten)

46

12

4

37 %

0

9

20

40

60

meerdere keren

1 keer

wel contact gezocht, niet gekregen

nee

80

100

weet niet

2

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

De deelnemers die aangaven contact met de gemeente te hebben gehad, is gevraagd met wie dat contact geweest is en hoe zij het beoordelen. Zoals eerder genoemd, heeft het grootste deel, namelijk meer dan driekwart, in de afgelopen 12 maanden weleens contact gehad met een ambtenaar. Vier op de tien zijn in contact geweest met een stadsdeelbestuurder of een lid van een stadsdeelcommissie (42%). Voor 28% geldt dat zij contact hebben gehad met een gemeenteraadslid, 21% met een politieke partij, 16% met een wethouder en 4% met de Amsterdamse burgemeester. Van de deelnemers die aangeven contact te hebben gehad met de gemeente, zegt 4% de functie van de contactpersoon niet (meer) te weten en zegt 13% contact te hebben gehad met iemand waarvan de functie niet in het rijtje genoemd werd. Het grootste deel noemt dat het in dat geval ging om een project- of omgevingsmanager of een gebiedsmakelaar. De grootste groep ondervraagde Amsterdammers die in het afgelopen jaar contact hebben gehad met iemand van de gemeente is tevreden over dit contact (zie figuur 2). Een op de vijf was er niet tevreden, maar ook niet ontevreden over. Een derde was ontevreden over het contact. Zij die contact hadden met een ambtenaar, zoals bijvoorbeeld bij een Stadsloket, waren het vaakst tevreden. Zij die de functie niet (meer) weten zijn het minst tevreden, maar de verschillen zijn klein. Figuur 2.

Tevredenheid over het contact met de gemeente (procenten) 13%

3%

10% erg tevreden tevreden neutraal

19%

35%

ontevreden erg ontevreden

20%

weet niet

Een goede website met duidelijke informatie maakt de gemeente voor de Amsterdammer toegankelijk(er) Een goede website waar informatie duidelijk op te vinden is, is voor veruit de meeste Amsterdammers hetgeen wat het makkelijker maakt of zou maken om contact op te nemen met de gemeente. Een op de zes geeft dit aan (59%). Ook geldt voor een grote groep dat een fysieke locatie binnen het stadsdeel waar men heen kan met vragen en ideeën, zoals een inwonersloket, contact met de gemeente vergemakkelijkt (42%). Voor iets meer dan een derde helpt het of zou het helpen om iemand binnen de gemeente persoonlijk te kennen (36%). Drie op de tien noemen andere factoren die het contact met de gemeente zouden kunnen faciliteren. In de antwoorden wordt verbetering van digitale mogelijkheden het meest genoemd. Men zou graag de mogelijkheid hebben om via een app of e-mail direct melding te kunnen maken van een idee of vraag. Ook wordt veel geuit dat wanneer vervolgstappen op een melding teruggekoppeld zouden worden naar de inwoner, dit zou motiveren om contact op te nemen met de gemeente. Daarnaast wordt het idee van een buurtvertegenwoordiger geopperd.

Participatie aan de lokale politiek 10

Een op de vijf (19%) ondervraagde Amsterdammers geeft aan vaak iets te horen of te lezen over de stadsdeelcommissie van hun eigen stadsdeel. Voor een derde (32%) is dit soms het geval, terwijl 27% aangeeft hier zelden iets over te horen of lezen. Een kwart (23%) verneemt 3

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

(bijna) nooit iets over de commissie in hun stadsdeel. Voornamelijk in stadsdeel Noord hoort of leest men vaak iets over de stadsdeelcommissie. De voornaamste manier waarop Amsterdammers aan informatie over de stadsdeelcommissies komen is de website van de gemeente (www.amsterdam.nl, zie tabel 1). Tijdens de meting in 2019 werden hier ook de zoekmachines veel voor gebruikt. 4 Daarnaast zijn sociale media, huis-aan-huisbladen en de gemeentekrant populaire manieren om op de hoogte te blijven van de stadsdeelcommissies. Andere genoemde manieren zijn de digitale nieuwsbrief, de krant en AT5. Tabel 1. Manieren waarop Amsterdammers aan informatie over de stadsdeelcommissies komen, 2021 (%) website van de gemeente (www.amsterdam.nl)

54

sociale media

42

huis-aan-huisbladen

39

gemeentekrant

32

zoekmachine

25

gemaild naar de gemeente

10

gebeld met de gemeente

7

stadsloket

3

anders

21

geen van bovenstaande

4

De meerderheid (59%) van de Amsterdammers geeft aan het liefst via bewonersbrieven te worden geïnformeerd over mogelijkheden om als burger mee te praten over de ontwikkelingen binnen de gemeente. Daarnaast wordt bijna de helft (46%) van de ondervraagden graag over mogelijkheden tot inspraak op de hoogte gesteld door de nieuwsbrief van de gemeente. Een fysiek informatiepunt, zoals een Stadsloket, wordt door slechts 6% aangeduid als voorkeursmanier om over inspraak geïnformeerd te worden. Figuur 3. Manieren waarop Amsterdammers het liefst geïnformeerd worden over mogelijkheden tot inspraak, 2021 (%) bewonersbrieven nieuwsbrief Amsterdam.nl via buurt-app website gemeente gemeentekrant sociale media huis-aan-huiskranten AT5: Amsterdam Informeert fysiek informatiepunt (stadsloket) anders

11

weet niet 0

10

20

30

40

50

60

70 %

4

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

81%

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

Ruim acht van de tien Amsterdammers geven aan te gaan stemmen, mochten er binnenkort stadsdeelcommissieverkiezingen plaatsvinden. Dit aandeel ligt een stuk hoger dan de daadwerkelijke opkomst die Amsterdam in 2018 telde tijdens de gemeenteraadsverkiezingen (52%).5 Een op de tien ondervraagden zou misschien een stem uitbrengen en 6% geeft aan dit zeker niet te doen. In de stadsdelen Oost en Zuidoost is de terughoudendheid tot het uitbrengen van een stem het grootst. Inwoners van stadsdeel West twijfelen het meest of zij zouden gaan stemmen. Aan de Amsterdammers is gevraagd op welke manier zij de afgelopen 12 maanden iets politiek aan de orde probeerden te stellen. Figuur 4 laat zien dat meer dan de helft (57%) aangeeft het afgelopen jaar een petitie te hebben ondertekend. Daarnaast bezochten drie op de tien een inspraakbijeenkomst en legde contact met een lokale politicus om invloed uit te oefenen op de lokale politiek (beide 30%). Van alle ondervraagde Amsterdammers heeft 82% in de afgelopen 12 maanden minimaal één van deze wegen gebruikt om lokaal iets politiek aan de orde te stellen. Voor de grotere groep ondervraagde Amsterdammers in 2019 gold dit voor slechts 31%.

Figuur 4. Manieren waarop Amsterdammers in de afgelopen 12 maanden invloed hebben uitgeoefend op de lokale politiek, 2021 (%)

petitie getekend inspraakbijeenkomst bezocht contact gelegd met lokale politicus deelgenomen wijkorganisatie/bewonersgroep deelgenomen lokale actiegroep/burgerinitiatief vergadering gemeenteraad of sdc bezocht contact opgenomen politieke partij contact opgenomen belangenorganisatie contact opgenomen lokale krant/radio/tv lid geworden politieke partij contact opgenomen religieuze organisatie anders geen weet niet 0

64%

12

10

20

30

40

50

60 %

Aan de Amsterdammers is gevraagd in hoeverre ze het gevoel hebben op politiek gebied lokaal invloed te kunnen uitoefenen. Ruim zes van de tien Amsterdammers geven aan hierin belemmerd te worden. Dit geldt het meest voor inwoners van de stadsdelen Oost (79%), Zuid (78%), Centrum (75%) en Nieuw-West (71%). In grote lijnen ontbreekt het aan vertrouwen in de lokale politiek en aan de invloed die men denkt te hebben op de besluitvorming. De perceptie dat besluiten al vaststaan op het moment van inspraak leeft onder inwoners. Ook noemen deelnemers dat de gemeente voor hen niet toegankelijk genoeg is om zo veel inspraak te leveren als zij zouden willen en dat de gemeente onvoldoende open staat voor de mening van de burger. Daarnaast wordt veel genoemd dat de stad te centraal bestuurd wordt en dat de vernomen afstand tot de lokale politiek te groot is. Men geeft aan onvoldoende af te weten van de politieke agenda van de centrale stad en het gevoel te hebben dat inspraak op stadsdeelniveau voor weinig verandering zorgt. Over de stadsdeelcommissies zijn verschillende stellingen voorgelegd aan de respondenten (zie figuur 5). Hieruit blijkt dat meer dan de helft van de 5

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

Amsterdammers niet vindt dat er voldoende manieren voor bewoners zijn om hun mening duidelijk te maken over zaken in het stadsdeel. Daarnaast is driekwart het er niet mee eens dat ze voldoende invloed hebben op wat er in het stadsdeel besloten wordt. Ook heeft slechts 14% het gevoel dat de stadsdeelcommissie voldoende invloed heeft op wat er binnen de gemeente wordt besloten. Figuur 5. In hoeverre Amsterdammers het eens zijn met stellingen over invloed bij de lokale politiek, 2021 (%)

er zijn voldoende manieren voor bewoners om duidelijk te maken wat hun mening is over de gang van zaken in het stadsdeel

ik heb voldoende invloed op wat er voor het stadsdeel wordt besloten

ik heb het gevoel dat de SDC voldoende invloed heeft op wat er binnen de gemeente besloten wordt 0

10

20

30

40

50

60

helemaal mee eens niet mee eens, niet mee oneens helemaal mee oneens

70

80

90

100

%

mee eens mee oneens weet niet

Vertegenwoordiging Amsterdammers voelen zich vertegenwoordigd wanneer zij kunnen meebeslissen via een referendum

Op de vraag wanneer men zich goed vertegenwoordigd zou voelen in hun stadsdeel, worden verschillende elementen belangrijk gevonden. Bijna zes op de tien respondenten (58%) geven aan dat zij zich vertegenwoordigd zouden voelen wanneer ze kunnen meebeslissen via een (stadsdeel)referendum. Bijna de helft (48%) zegt dat het kunnen kiezen van stadsdeelcommissieleden belangrijk is. Het kunnen kiezen van het dagelijks bestuur (40%) en wanneer de stadsdeelcommissie onderwerpen bespreekt die hen aangaan (38%) worden ook vaak gekozen. Zie tabel 2 voor een overzicht.

13

6

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

Tabel 2. Wanneer respondenten zich goed vertegenwoordigd voelen, 2021 (%) wanneer ik kan meebeslissen via een (stadsdeel)referendum

58

wanneer ik stadsdeelcommissieleden kan kiezen

48

wanneer ik dagelijks bestuur kan kiezen

40

wanneer de stadsdeelcommissie onderwerpen bespreekt die mij aangaan

38

wanneer het dagelijks bestuur onderwerpen bespreekt die mij aangaan

32

wanneer (gelote) Amsterdammers meebesturen

30

wanneer ik leden van de stadsdeelcommissie ken

22

wanneer ik leden van het dagelijks bestuur ken

18

anders

19

geen van bovenstaande

3

weet ik niet

2

Amsterdammers overwegend positief over een loting voor het stadsdeelpanel, verdeeld over een loting voor de stadsdeelcommissie Ondervraagden werd in het onderzoek het voorstel voorgelegd om een loting toe te passen om willekeurige Amsterdammers een plek te geven in het stadsdeelpanel en in de stadsdeelcommissie. De meerderheid van de Amsterdammers in het onderzoek vindt het idee om een loting in te zetten voor een panel een goed idee (56%); een kwart (24%) zegt dit zelfs een erg goed idee te vinden (zie figuur 6). Anderzijds vindt ook een kwart het een slecht idee (24%). Een klein deel, 14%, is er neutraal over. Over het toepassen van een loting voor de stadsdeelcommissies zijn de meningen meer verdeeld (zie figuur 6). Bijna de helft vindt het een goed idee (47%). Ook vindt 29% van de Amsterdammers het juist een slecht idee. Het overige deel (18%) geeft aan het idee niet goed, maar ook niet slecht te vinden. Figuur 6. Mening over het idee van een loting voor het stadsdeelpanel (boven) en voor de stadsdeelcommissie (onder), 2021 (%)

stadsdeelpanel

24

stadsdeelcommissie

32

19

28

14

18

9

15

10

19

6

7 %

0

20

40

erg goed

goed

neutraal

slecht

erg slecht

weet niet

60

80

100

14

7

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

Voor veel Amsterdammers hangt de beslissing tot deelname aan een stadsdeelpanel of -commissie af van de hoeveelheid tijd wat het zal kosten

61%

Ook is deelnemers gevraagd of zij zelf zouden deelnemen aan een deels geloot stadsdeelpanel, wanneer zij daarvoor ingeloot zouden worden. Een groot deel van hen zou in dat geval deelnemen (61%). Ongeveer een op de tien zou niet deelnemen (13%). Het overige deel van de respondenten zou misschien deelnemen aan een stadsdeelpanel wanneer zij zouden worden ingeloot (22%). In stadsdelen Noord en Zuidoost bestaat de meeste terughoudendheid in de beslissing tot deelname aan een stadsdeelpanel. Aan de respondenten die aangaven te twijfelen is gevraagd waar deze beslissing voor hen het meest van zou afhangen (zie tabel 3). Het grootste deel, vier op de tien, zegt dat het ervan afhangt hoeveel tijd het zou kosten om deel te nemen (39%). Anderen gaven aan dat ze alleen zouden deelnemen wanneer ze volwaardig lid zouden worden (14%), of juist alleen wanneer het enkel om een adviesrol gaat (11%). Een vergoeding krijgen voor deelname blijkt geen belangrijke reden (1%). Andere genoemde redenen zijn vooral dat het ervan afhangt of er daadwerkelijk iets met de inbreng en adviezen wordt gedaan.

Tabel 3. Redenen om wel of niet deel te nemen aan een stadsdeelpanel, 2021 (%) het hangt ervan af hoeveel tijd het zal kosten

39

ik zou alleen mee willen doen wanneer ik volwaardig lid word van de stadsdeelcommissie

14

ik zou alleen mee willen doen als het alleen een adviesrol is

11

het hangt af van de vergoeding

1

anders

32

weet ik niet

5

totaal

100

Aan de respondenten die aangaven niet te willen deelnemen is gevraagd wat daar de voornaamste reden voor is. Respondenten noemen hierbij even vaak dat ze geen interesse hebben en dat ze er niet geschikt voor zijn (beide 16%). Een klein deel heeft er geen tijd voor (10%) en de meerderheid (57%) heeft een andere reden om niet te willen deelnemen aan een stadsdeelpaneel. Hieruit komt met name naar voren dat men niet gelooft in de invloed van een stadsdeelpanel.

50%

Het aantal ondervraagden wat zou deelnemen in een deels gelote stadsdeelcommissie, wanneer zij daarvoor worden ingeloot, ligt iets lager dan het deel wat zou deelnemen aan een panel, namelijk op de helft. Een kwart zou misschien deelnemen, en 19% zou dit niet doen. Ook over deelname aan een stadsdeelcommissie blijken inwoners van de stadsdelen Noord en Zuidoost het minst enthousiast. Voor de respondenten die aangeven misschien deel te nemen aan een stadsdeelcommissie, is de meest gekozen reden de hoeveel tijd wat het zal kosten (41%). Mits zij een volwaardig lid zouden worden van de stadsdeelcommissie, zou 17% willen meedoen. Een op de tien wil alleen deelnemen als het een adviesrol betreft (zie tabel 4).

Tabel 4. Redenen om wel of niet deel te nemen aan een stadsdeelcommissie, 2021 (%) het hangt ervan af hoeveel tijd het zal kosten

15

41

ik zou alleen mee willen doen wanneer ik volwaardig lid word van de stadsdeelcommissie

17

ik zou alleen mee willen doen als het alleen een adviesrol is

10

het hangt af van de vergoeding

2

anders

24

weet ik niet

6

totaal

100 8

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

De respondenten die zeggen niet te willen deelnemen aan een deels gelote stadsdeelcommissie wanneer zij daarvoor zouden worden ingeloot, geven aan er niet geschikt voor te zijn (19%) of geen tijd (12%) of interesse in te hebben (11%). De meerderheid (57%) draagt echter een andere reden aan. Hierbij wordt het meest genoemd dat deze manier van werven niet democratisch is en dat de stadsdeelcommissie te weinig invloed heeft op de lokale politiek.

De centrale stad versus de stadsdelen: verdeling van taken en bevoegdheden “De stadsdeelcommissie moet kunnen beslissen over alle onderwerpen die het stadsdeel aangaan.”

Een goede verdeling van taken en bevoegdheden tussen de centrale stad en de stadsdelen maakt het inwoners makkelijker om de gemeente met vragen en ideeën te benaderen. Om de voorkeur van de Amsterdammers met betrekking tot de taakverdeling te peilen, is hen hierover een aantal vragen gesteld. De ruime meerderheid van ondervraagden (63%) vindt het in ieder geval belangrijk dat er naast de gemeenteraad ook een stadsdeelcommissie is. Toch vindt ook een op de vijf dit onbelangrijk (19%); hiervan geeft het grootste deel aan dit zelfs erg onbelangrijk te vinden. 12% van ondervraagden laat het in het midden. Vervolgens werden ondervraagden een aantal onderwerpen voorgelegd die lokaal op de politieke agenda staan (zie tabel 5). Voor alle onderwerpen geldt dat de meerderheid van Amsterdammers van mening is dat de stadsdeelcommissie er besluiten over zou moeten maken. De kwesties waarover zij deze mening het sterkst uitspreken zijn openbare ruimte en groen en gebiedsgericht werken. Een grote groep, 56%, draagt andere onderwerpen aan waarover zij van mening zijn dat de besluitvorming bij de stadsdeelcommissie zou moeten liggen. Het grootste deel vindt dat de stadsdeelcommissie zeggenschap zou moeten hebben over alle politieke kwesties die betrekking hebben op het stadsdeel.

Daarnaast dragen ondervraagden onderwerpen aan als verkeer en parkeren, veiligheid, openbare orde en handhaving, de aanpak van vervuiling en overlast en sociale problematiek en welzijnskwesties.

Tabel 5. “Over welke onderwerpen vindt u dat de stadsdeelcommissie zou moeten beslissen?”, 2021 (%) openbare ruimte en groen

81

gebiedsgericht werken

80

omgevingsvergunningen

71

omgevingsplannen

62

participatiebeleid

54

beleid welzijn, zorg en sociale zaken

51

anders

56

geen

2

weet ik niet

3

Onder Amsterdammers leeft de perceptie dat de gemeenteraad niet op de hoogte is van wat er in de stadsdelen speelt. Drie op de tien ondervraagden geven dit aan. Ongeveer de helft vindt dat de gemeenteraad enigszins op de hoogte is van lokale kwesties. Slechts 12% denkt dat de gemeenteraad op de hoogte is. Volgens deelnemers is de stadsdeelcommissie wel op de hoogte van wat er in de stadsdelen gebeurt. Maar 15% denkt dat dit niet zo is.

16

9

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

Figuur 7. In hoeverre Amsterdammers vinden dat de gemeenteraad (boven) en stadsdeelcommissies (onder) op de hoogte zijn van wat er in de stadsdelen gebeurt, 2021 (%)

gemeenteraad 1

stadsdeelcommissies

11

46

5

20

29

37

10

9

13

5

15 %

0

20

40

60

80

100

helemaal op de hoogte

op de hoogte

enigszins

niet

helemaal niet

weet ik niet

Kiesrecht Een derde van de Amsterdammers is het eens met de stelling dat het kiesrecht voor de stadsdeelverkiezingen verlaagd moet worden van 18 naar 16 jaar (zie figuur 8). Een groter deel, namelijk de helft van ondervraagden, is het hier niet mee eens; zij vinden dat 16-jarigen hiervoor geen kiesrecht zouden moeten krijgen. De helft van de Amsterdamse inwoners geeft aan het eens te zijn met het idee om kiesrecht voor het stadsbestuur te verstrekken aan inwoners van buiten de Europese Unie die minstens twee jaar in Amsterdam wonen. Anderzijds geeft bijna twee op de vijf Amsterdammers (38%) aan het hier niet mee eens te zijn.

Figuur 8. In hoeverre Amsterdammers vinden dat de leeftijdsgrens voor kiesrecht voor de stadsdeelverkiezingen verlaagd moet worden van 18 naar 16 jaar (links) en verstrekt moet worden aan nonEU inwoners (rechts), 2021 (%)

3%

4%

13%

28%

20%

21%

15%

helemaal mee eens mee eens niet mee eens, niet mee oneens mee oneens helemaal mee oneens weet niet

20%

18%

19%

29% 10%

17

10

helemaal me mee eens niet mee een mee oneens helemaal me weet niet

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Verbetervoorstellen bestuurlijk stelsel

Noten 1 Bron: Gemeente Amsterdam. Voorgenomen hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022. 2 Bron: Necker van Naem. Evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam. November 2020, Tilburg. 3 Bron: http://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/bestuurlijk-stelsel/voorstelverbetering-bestuurlijk-stelsel/ 4 Bron: OIS. Amsterdamse Burgermonitor 2019. Amsterdam, oktober 2020. 5 Bron: https://www.parool.nl/nieuws/dit-is-de-uitslag-van-degemeenteraadsverkiezing~b0da0d1e/

Colofon

18

Opdrachtgever Directie Bestuursadvisering & Strategie Kim de Jong

Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) Weesperstraat 113-117 1018 VN Amsterdam Telefoon: 020 251 0333

Foto pagina 2: Edwin van Eis (2021) Foto pagina 7: Edwin van Eis (2018)

Willem Bosveld Nina Vos Susan Bosdijk Emy Idema w.bosveld@amsterdam.nl data.amsterdam.nl

11

D Definitief verslag stadsgesprek over voorgenomen hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022

Datum: 10 mei 2021 Aantal deelnemers: 52

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022 19

Doel bijeenkomst Het college heeft op 6 april ingestemd met de voorgenomen hoofdlijnen voor een nieuw bestuurlijk stelsel vanaf 2022. Het college wil graag horen wat Amsterdammers van de hoofdlijnen vinden. In dat kader zijn er stadsdeelgesprekken georganiseerd, is er een enquête uitgezet en worden er op 10 en 11 mei twee stadsgesprekken gehouden. Het doel van deze verdiepende sessies is om plenair en in deelsessies van gedachten te wisselen over de verbetervoorstellen en aanvullende ideeën die eerder zijn meegegeven in de enquête of in de stadsdeelgesprekken. Toelichting voortraject en hoofdlijnennotitie college door wethouder Groot Wassink Sinds 2018 kent Amsterdam een bestuurlijke inrichting met een centrale gemeenteraad, een college van b en w, zeven stadsdelen met een verlengd bestuur (door het college van b en w benoemde dagelijks bestuurders, die weer gecontroleerd worden door een gekozen stadsdeelcommissie. Ik was geen voorstander van dit model en vond eigenlijk dat het met 1 stem in de raad met onvoldoende draagvlak is aangenomen. Als het definitieve voorstel van het college niet op substantieel draagvlak in de raad kan rekenen, zal ik het voorstel niet doorvoeren. In 2019 is door het bureau Necker en Van Naem onderzocht hoe tevreden Amsterdammers, betrokkenen politici, ambtenaren, maatschappelijke partners over het stelsel van 2018 zijn.

In 2020 werd het rapport gepresenteerd en er bleek veel kritiek te bestaan. Op basis van de evaluatie en de reacties die daar weer op kwamen, is het college met voorstellen gekomen om het bestuurlijke stelsel te verbeteren. De belangrijkste onderdelen van dit voorstel zijn: • Een steviger mandaat voor stadsdeelbestuurders • Onderzoek naar deels gelote stadsdeelcommissies. Door de wijsheid en visie die voortkomt uit loting kan het een belangrijke toevoeging zijn aan de representatieve democratie.

• Instellen van gelote stadspanels van 500-1000 bewoners die 4-5 keer per jaar bijeenkomen. • Minder afstand tussen stadsdeel en kiezer • Meer contact tussen stadsdeelcommissie en de gemeenteraad • Meer invloed en ruimte voor Amsterdammers om te participeren • De leeftijd voor actief en passief stemrecht stadsdeelcommissie naar 16 jaar • Amsterdammers van buiten de EU met een geldige verblijfsvergunning krijgen, nadat zij 2 jaar in Nederland wonen, actief en passief kiesrecht voor de stadsdeelcommissies Aftrap van betrokken Amsterdammer: Er mist bij het gesprek over de verbetervoorstellen van het college de ‘olifant in de kamer’, namelijk de rol van de Stopera. Twee aspecten daarvan: 1. Het functioneren van de politiek. Nog erger dan in Den Haag coalitiedwang, wat tot sub­ optimale uitkomsten leidt (notabene het besluit Bestuursstelsel en de erfpachtbesluiten van het vorige college waren de sterkste voorbeelden daarvan). Liefst zou spreker in de gemeenteraad ook gelote vertegenwoordigers benoemd zien, maar zolang dat wettelijk niet kan, doe dan tenminste een afspiegelingscollege. De keuze om de bestuurders uit de kring van de coalitiepartijen te kiezen gaat precies de verkeerde kant op. 2. Het ambtelijk apparaat. De bestuurscultuur van de volledig gecentraliseerde organisatie was een van de hoofdpunten in de kritiek van de commissie-Brenninkmeijer.

Het is een misvatting zoals het nu lijkt in de Hoofdlijnennotitie dat er aan de ambtelijke organisatie (met dezelfde kosten?) weinig hoeft te veranderen als die mensgericht en gebiedsgericht moet gaan werken. En dat is hard nodig. Vragen en antwoorden Deze vragen komen uit de chat van de sessie. Sommige hiervan zijn tijdens de sessie beantwoord door de wethouder. Van andere volgt de beantwoording hieronder vanuit de organisatie van het participatieproces in afstemming met (het team van) de wethouder.

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022 20

Rol stadsdeelcommissies • Ik heb een vraag over de oren en ogen functie van de stadsdeelcommissie, wordt die niet minder als je niet meer per gebied kiest? – Antwoord: In principe hoeft dit niet het geval te zijn, want leden van de stadsdeelcommissie worden nog steeds geacht de oren en ogen van het stadsdeel te zijn. Ze kunnen onderling wijken en gebieden in de stadsdeelcommissie verdelen. • Hoe voorkom je politisering van de stadsdeelcommissie als je met lijsten werkt? – Antwoord: bedoeling is om te stimuleren dat er naast politieke partijlijsten ook buurtlijsten komen. Dit dient in de voorlichting in de aanloop naar de verkiezingen duidelijk te worden gemaakt, zodat buurtgroepen tijdig in staat zijn zich te organiseren. Daarbij willen we de stemformulieren zo opstellen dat niet eerst de politieke partijen worden genoemd en daarna de buurtlijsten, maar dat deze door elkaar gepresenteerd worden. Het was een van de grotere kritiekpunten de vorige keer. • Waar zit het essentiële verschil tussen huidige voorstel en bestuurscommissies 2014-2018? – Antwoord: in het versterken van de bevoegdheden van de stadsdeelcommissie, in het verbeteren van de relatie tussen stadsdeelcommissie en gemeenteraad. In het instellen van een breed stadsdeelpanel met gelote burgers uit het stadsdeel en in het duidelijker en steviger neerzetten van participatiebevoegdheden.

Burgerpanel • Is deelname aan het burgerpanel op vrijwillige basis? – Antwoord: Ja een ingelote bewoner kan besluiten niet deel te nemen aan het burgerpanel. Er is geen sprake van een verplichting. Dit is de reden waarom er ook veel meer mensen worden benaderd om deel te nemen aan een panel, omdat uit eerdere ervaring in Amsterdam en uit andere steden en landen leert dat lang niet alle mensen hier op in gaan. Gezorgd wordt wel dat de groep zo representatief mogelijk wordt samengesteld. • De wethouder benoemt dat het burgerpanel meedenkt, meepraat en meebeslist. Hoeveel van het een en hoeveel van het ander? – Antwoord: Dit is afhankelijk van de uitwerking van het voorstel. Deze volgt op korte termijn. Stemrecht expats • Waarom alleen stemrecht voor EU-burgers?

– Antwoord: het voorstel van stemrecht voor de stadsdeelcommissie na twee jaar woonachtig zijn in Amsterdam geldt juist ook voor non-EU burgers. • Als burgers die twee jaar in Amsterdam wonen ook mogen stemmen, krijgen bijvoorbeeld welgestelde expats dan niet meer invloed op hun omgeving dan wenselijk is terwijl zij wellicht niet langdurig in diezelfde omgeving zullen wonen? – Antwoord: Hier maak ik me geen zorgen over. Het is moeilijk te bepalen of een expat rijk is of niet en of de expat snel weer weggaat. Hoe dan ook zijn het lastige criteria om te bepalen of iemand wel of niet zeggenschap kan krijgen ten aanzien van de samenstelling van de stadsdeelcommissie. Ons uitgangspunt is dat mensen die twee jaar wonen in de stad mee mogen bepalen wie namens hen besluiten nemen, omdat deze besluiten hen raken. Algemeen • Rotterdam heeft al 3 jaar ervaringen met gelote wijkcomités in enkele stadsdelen. (Hoe) zijn die ervaringen meegenomen? – Antwoord: Het Rotterdamse model wijkt af van het Amsterdamse voorstel. Maar daar waar het loting betreft kijken we zeker naar de ervaringen in het Rotterdamse en betrekken we het bij verdere uitwerking van het idee om met gelote burgers in de stadsdeelcommissie te werken. Dat doen we ook met ervaringen uit Groningen waar met een gelote wijkpanel en gemengd samengestelde wijkraad (loting en gekozen) wordt gewerkt.

Het voorstel om wijkcomités in te voeren is niet wat wij nu in Amsterdam voorstellen. • De wethouder geeft aan dat het niet goed is zoals het nu is , maar wat gaat wel goed? – Antwoord: een van de aspecten die in het huidige stelsel beter gaat dan eerder is de relatie tussen het college en de stadsdeelbestuurders. In het verleden waren er teveel conflicten en onenigheden die veel tijd en energie kostten. Nu loopt die samenwerking beter. • Een opvallende observatie: uit mijn stadsdeel (Noord) zie ik geen enkele deelnemer aan dit stadsgesprek, die zitting heeft in de SDC of het DB: wat zegt dit? Maar ook omgekeerd: wat is de ‘waarde’ van de deelnemers aan dit stadsgesprek? – Antwoord vanuit de organisatie: de leden van de stadsdeelcommissies, stadsdeelbestuurders en raadsleden hebben een uitnodiging voor deze bijeenkomsten ontvangen. Bij de

sessie van 11 mei was lid van het dagelijks bestuur Lagendijk aanwezig en een van de tafelleiders van een van de deelsessies. En er was een lid van stadsdeelcommissie Noord aanwezig als toehoorder. • Het duizelt me een beetje. Hoe gaat het verder met al deze gegevens na deze bijeenkomsten van vandaag en morgen? – Antwoord: zie verderop bij uitleg proces.

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022 21

Enquête • De N-factor van de bewonersenquête is zo gering. Zijn hier al conclusies voor veranderingen aan te verbinden? – Antwoord: Niet anders dan dat we niet pretenderen dat deze enquête representatief is voor hoe ‘Amsterdammers’ denken over de plannen van het college. Wel dat het kwalitatief een beeld geeft van hoe een grote groep betrokken Amsterdammers denkt over de plannen. We kijken naar de inhoudelijke kritiek, de ideeën en de wensen en verwerken deze in het participatieverslag dat meegaat naar de raad en in de slotpeiling. Meer over dit laatste aan het einde van dit verslag. • De bewoordingen in de rapportage suggereren dat de enquête wel een representatief beeld van alle Amsterdammers geeft, bijvoorbeeld: “Ruim acht van de tien Amsterdammers geven aan te gaan stemmen...” Is dat niet wat suggestief? – Antwoord: ja, dit is niet de bedoeling. OIS zegt in de rapportage in de inleiding ook uitdrukkelijk dat het niet de mening van ‘de Amsterdammers’ vertegenwoordigd. Wat er behoort te staan is: ruim 8 van de 10 van de geënquêteerden. • Wat is de waarde bij zo’n slechte respons? Stop dan maar met uitdiepen, want je hebt er dus niets aan. – Antwoord: daar zijn we het dus mee oneens. De waarde is van kwalitatieve aard. We zijn geïnteresseerd in aanvullingen, kritiek en in alternatieven voor de voorgestelde verbeteringen.

Het is aan de raad uiteindelijk om te kijken of ze zich laten inspireren door de naar voren gebrachte opmerkingen en voorstellen. In totaal hebben honderden betrokken Amsterdammers meegedacht. We hadden het heel mooi gevonden als dat er duizenden waren geweest, maar het doet niet af aan de kwaliteit van de input en inzet van diegenen die wel hebben meegedacht. Overigens had een aantal zaken zeker eerder en beter gekund. Bij de slotpeiling (zie verderop) pro-

beren we het ten aanzien van communicatie en bereik beter te doen. Opmerkingen Een deelnemer gaf in reactie op het concept-verslag aan door haar gedeelde opmerkingen te missen. Deze volgen hieronder, voorzien van een reactie vanuit de organisatoren van het participatieproces. • Deze voorstellen voor structurele vernieuwing van het bestuurlijk stelsel, 2 jaar na de invoering, veel te snel komen. Bedenk dat snel op elkaar volgende veranderingen verwarrend kunnen zijn, met kans op ongenoegen en moedeloosheid, afhakende burgers en wellicht ook berustende ambtenaren. De Stadsdeelcommissies zijn pas 2 jaar aan het werk, de huidige opzet heeft nauwelijks kans gehad om zich goed te realiseren en te bewijzen. • Geef de Stadsdeelcommissies meer tijd om in hun taak te groeien en zorg voor voldoende toerusting waardoor dat ook kán. Aan dat laatste ontbreekt het: de Stadsdeelcommissies worden met veel uiteenlopende kwesties geconfronteerd, dat vergt veel uitzoeken en dat vraagt veel tijd. Rust hen beter toe met onderzoeks-, ambtelijke en secretariële ondersteuning, extra menskracht, passende vergoedingen en invloedsmogelijkheden.

• Ofwel: rust de Stadsdeelcommissies beter toe, vraag hen wat zij nodig hebben, schaaf hiermee wat bij en laat het voorlopig hierbij! Creëer rust en heb geduld! Reactie vanuit organisatie van het participatieproces: Het versterken van de ondersteuning van de stadsdeelcommissies is mede onderdeel van de verbetervoorstellen. De stadsdeelcommissies functioneren overigens nu drie jaar. • De organisatiestructuur van de gemeente en de stadsdelen is ondoorzichtig. Maak deze zichtbaar via de website van de gemeente/stadsdelen. Maak een organogram waarin alle afdelingen met hun taken en bereikbaarheid vermeld worden, plus de belangrijkste functies/functionarissen. Dit maakt de bekendheid en toegankelijkheid van ieder die met de gemeente/stadsdelen te maken krijgen beter. • De toegankelijkheid van de bestuurders en leden stadsdeelcommissie in Noord is prima, maar dat zij regelmatig niet veel armslag hebben om de bewonersinbreng en -initiatieven effectief te benutten vanwege de afhankelijkheid van de gemeente. Dat vergt aandacht en verandering.

Reactie vanuit de organisatie van het participatieproces: het vergroten van het mandaat van de stadsdeelbestuurders en stadsdeelcommissies maakt deel uit van de verbetervoorstellen van het college.

Bijlagen bij uitkomsten inspraak en participatie voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022 22

Presentatie voornaamste uitkomsten enquête In een online enquête werden deelnemers gevraagd te reageren op de voorstellen van het college en hun blik op en ervaring met het stadsbestuur te delen. De resultaten ervan zijn in een rapportage die wordt bijgevoegd aan dit verslag inzichtelijk gemaakt. De enquête kon tussen 15 en 28 april 2021 door iedereen ingevuld worden via een link op de website van de gemeente Amsterdam. De enquête is breed uitgezet via reguliere en sociale media-kanalen van de gemeente met de ‘geïnteresseerde Paroollezer’ in het achterhoofd. Hierbij werd uitgegaan van toenadering tot de enquête vanwege interesse in het onderwerp. Dit resulteerde in een respons van 495 deelnemers die de enquête volledig hebben ingevuld en enkele honderden extra die dit deels deden. Een keerzijde van deze wervingsmethode is dat er weinig controle uitgeoefend kan worden op de steekproef, waardoor deze niet de gehele Amsterdamse bevolking representeert. Hieronder enkele van de bevindingen (het volledige verslag van OIS is als bijlage bijgevoegd): • Meer dan de helft van de geënquêteerden heeft contact gehad in de laatste 12 maanden met de overheid of politiek bestuur. Iets minder dan de helft van deze mensen is (heel) tevreden over hoe het contact verliep. Een derde is (heel) ontevreden.

• Ruim de helft van de geënquêteerden zegt bewonersbrieven als de beste manier te zien om geïnformeerd te worden over inspraakprocessen. Bijna de helft vindt een nieuwsbrief of mail plezierig en een derde pleit voor het inzetten van een buurtapp. • Driekwart vindt van zichzelf dat men niet voldoende invloed heeft. Twee-derde van de deelnemers aan de enquête voelt zich belemmert in het uitoefenen van invloed op de politiek en vindt ook dat er te weinig manieren zijn om invloed uit te oefenen. • Overigens vindt de helft dat een stadsdeelcommissie te weinig invloed heeft op de gemeentepolitiek. • Ruim de helft voelt zich goed vertegenwoordigd wanneer men mee kan beslissen via een stadsdeelreferendum. Iets minder dan de helft vindt het kiezen van stadsdeelcommissie een goede manier en nog weer iets minder vindt het kiezen van de dagelijks bestuurders een goede manier.

Een derde voelt zich goed gerepresenteerd als er gelote Amsterdammers zouden zijn. • Het gelote stadsdeelpanel wordt door ruim de helft van de geënquêteerden als een (erg) goed idee gezien. Een kwart vindt het een (erg) slecht idee. • Op de vraag of men mee zou doen als men er voor wordt uitgenodigd, zegt bijna twee-derde van wel en een vijfde dat deelname afhankelijk is van bijvoorbeeld hoeveel tijd het kost. Een kleine minderheid zegt niet mee te willen doen. • Iets minder dan de helft vindt de deels gelote stadsdeelcommissie een goed idee. Een derde vindt het een slecht idee. De helft zegt wel mee te doen als ze er voor zouden worden uitgenodigd. • Twee-derde van de geënquêteerden vindt het belangrijk dat er een stadsdeelcommissie is naaste de gemeenteraad. Een vijfde deel vindt het onbelangrijk. • Op vraag over waar het stadsdeel over moet gaan scoren openbare ruimte gebiedsgericht werken, omgevingsvergunningen hoog. Ruim de helft vindt dat het stadsdeel over de participatie moet gaan. • Het stemrecht voor 16 jarigen krijgt van een derde van de deelnemers steun, de helft is er niet voor. • Stemrecht voor non EU burgers en andere migranten die langer dan 2 jaar in de stad wonen krijgt de steun van de helft van de geënquêteerden. Twee-vijfde is het er mee oneens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10259567/1