CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht ambtelijke adviezen zeecruise

RAAD 18 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de haalbaarheidsstudie naar verplaatsing van de zeecruise naar de Coenhaven en de voorkeur van het college voor volledige beëindiging VN2026-0022901.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ambtelijke adviezen zeecruise Adviezen in aanloop naar de collegebespreking V&OR V&OR adviseert het college om op basis van de huidige inzichten nu geen besluit te nemen over de toekomst van de Zeecruise. 2026 vormt een belangrijk jaar, met een nieuw Kabinet, waarin belangrijke besluiten genomen moeten worden rondom o.a. Zuidasdok, uitbreiding metro's, maar mogelijk ook rondom de invoering van een vorm van betalen van gebruik, waarvoor Amsterdam in positie hoopt te zijn bij het Rijk om een vorm in te voeren die aansluit op de opgaven van onze stad. Deze belangen overstijgen (in elk geval financieel) volgens V&OR het belang om nu een besluit te nemen over de PTA en V&OR schat in dat een dergelijk besluit veel invloed kan hebben op een succesvolle uitkomst bij de andere geschetste opgaven. Daarbij is de voorzichtige verwachting dat een nieuw Kabinet wederom fors zal willen investeren in versnelling van woningbouw en aanjagen economie. In dat kader ontstaan er mogelijk kansen om met het Rijk nadere afspraken te maken over de situatie PTA.

G&O G&O adviseert het college om nu geen besluit te nemen over de toekomst van de PTA (maar dit nog enige tijd uit te stellen), aangezien 1) het rapport Berenschot (en dan met name de financiële businesscase) hiervoor vooralsnog onvoldoende basis biedt en 2) een dergelijk besluit door Amsterdam op dit moment in potentie zeer nadelige gevolgen kan hebben voor een aantal andere haven-gerelateerde dossiers, zoals de Oostbrug en Shipdock (en mogelijk ook dossiers als Zuidasdok en doortrekken metro), gezien de afhankelijkheid hierbij van het Rijk. DMC Control Control constateert dat het haalbaarheidsonderzoek van Berenschot inzicht heeft gegeven in de juridische en planologische haalbaarheid van een verplaatsing per 2035, maar het onderzoek geeft onvoldoende inzicht en overzicht in het totaal van (financiële) consequenties voor de opties van de toekomst van zeecruise. Een besluit over een ingreep in de stad van deze omvang verdient een volwaardige en complete analyse die inzicht geeft in alle effecten op ons lange termijnbeleid ten aanzien van toerisme, duurzaamheid, opbrengsten uit onze deelneming, gebiedsontwikkeling, juridische risico's, strategische belangen in gedeelde dossiers met het Rijk en financiële gezondheid.

Control ziet 3 scenario’s: 0-scenario Zeecruises behouden en pas besluiten over stoppen op huidige locatie zodra er meer duidelijkheid en zekerheid is over de komst van de Westbrug en per wanneer. Tegen dit “0”-scenario worden de andere scenario’s afgezet: 1-scenario Verplaatsen Zeecruise naar Coenhaven 2-scenario Stoppen Zeecruise per 2035 Het haalbaarheidsonderzoek van Berenschot heeft een eerste indicatie gegeven van de effecten van scenario 1. Een volgende, vereiste, stap is dat we onderzoeken wat de meer precieze (financiële) effecten van de twee andere scenario’s zijn, afgezet tegen het o-scenario. Als en wanneer dit juist voltooid is, ligt er voldoende basis een besluit te nemen over de toekomst van de zeecruise.

EZC Een eventueel besluit om níet te verplaatsen – de facto: stoppen met zeecruise – zal veel (relationele) impact hebben. De gevolgen voor veel programma’s en trajecten waarin Amsterdam en het Rijk samen op trekken, kan groot zijn. Denk aan lopende zaken (Sprong/genereus verbonden, Zuidasdok etc.) en aan toekomstige zaken zoals doortrekken N-Z lijn, etc. EZC adviseert om, gelet op de grote risico’s, nu geen definitieve keuze te maken en eerst de financiële consequenties verder uit te zoeken. Onderdeel hiervan moet zijn welke partij de benodigde investeringen dient te bekostigen. Dit kan namelijk ook de Port of Amsterdam zijn. Deelnemingen De investering voor het verplaatsen van de zeecruise is fors (richting € 100 miljoen). Met een maximum van 100 calls per jaar lijkt het niet mogelijk om een rendabele business case op te stellen voor verplaatsing . Een verplaatsing kent daarnaast het politieke en financiële risico dat na een investeringsbesluit voor verplaatsing alsnog wordt gekozen om de zeecruise definitief te weren uit de stad. Deelnemingen ziet idealiter de huidige situatie behouden blijft (zeecruise op de PTA) totdat er daadwerkelijk een investeringsbesluit komt voor de Westbrug.

Programma Sprong over 't IJ Het programma wijst erop dat met het Rijk afspraken zijn gemaakt in het kader van het advies van de commissie D’Hooghe over de verplaatsing van de zeecruise naar de Coenhaven en dat deze afspraken door de gemeenteraad zijn bevestigd in de Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ. Conform deze afspraken zijn er twee opties die hier recht aan doen: hetzij door nu tot de optie verplaatsing zeecruise naar Coenhaven te besluiten; dan wel nu nog geen keuze te maken en eerst de aanvulling van het financiële haalbaarheidsonderzoek af te wachten en, indien hieruit blijkt dat verplaatsing haalbaar is, alsnog het besluit tot verplaatsing van de zeecruise naar de Coenhaven te nemen. Mocht het college toch een besluit tot stopzetten van de zeecruise willen nemen, dan zijn de consequenties dat de samenwerking met het Rijk voor programma Sprong over 't IJ inclusief de Oostbrug en de Westbrug vervalt en daarmee geen projecten binnen Sprong over 't IJ inclusief de Oostbrug zullen kunnen worden gerealiseerd. En tegelijkertijd ook ontbreekt dan ieder draagvlak voor samenwerking/medewerking met het Rijk op talloze andere complexe strategische (mobiliteit en infra) dossiers in Amsterdam.

Adviezen specifiek over de samenhang met andere projecten Programma Sprong over het IJ/Oostbrug: Medewerking op uitvoering realisatie Oostbrug en eventueel een financiële bijdrage. Medewerking (vanuit uitsluitend de nautische sector Rijk) loopt op dit moment uitermate stroef en er zijn nog veel stappen te zetten om tot een goede gezamenlijke productieve samenwerking te komen. Aan de ene kant wordt gewerkt aan de relatie met de nautische kant van IenW/RWS, tegelijk wordt ook het grotere belang van de IJ-oeververbindingen voor de ontwikkeling van Noord, Zaanstad en de noordelijke MRA meer in beeld te krijgen bij IenW en RWS breed, zodat er een betere interne belangenafweging komt binnen ministerie en RWS. Het creëren van vertrouwen bij de nautische kant gaat in hele kleine stappen en raakt telkens verstoord. Dit geldt alleen al sec voor het dossier Oostbrug, maar ontwikkelingen rondom bijvoorbeeld de PTA hebben hier grote invloed op. Tegelijk vraag het heel veel inspanning om bredere betrokkenheid binnen ministerie en RWS te bewerkstelligen. Er worden de laatste tijd hierop veel stappen gezet, maar het effect ervan is te gering voor een soepele samenwerking met

een integrale benadering vanuit het Rijk: het grotere belang is nog lang niet gestold binnen het ministerie en RWS. Appreciatie vanuit BMA/Public Affairs Oostbrug (Verantwoordelijkheid minister) Financiële scope: €335 mln, waarvan 50% bijdrage VRA. Vooralsnog geen rijksbijdrage Status besluitvorming: Geen formele besluitvorming gepland, wel bestuurlijk overleg 15 jan met minister om ambtelijke samenwerking vlot te trekken. Inventarisatie risico's relatie Amsterdam- Rijk: • Risico op inhoud wordt vanuit directie groot ingeschat vanwege advies D’Hooghe waarin verplaatsing PTA naar Coenhaven als randvoorwaarde voor bruggen staat. Niet zeker is of bestuurlijk ook zo wordt vastgehouden aan die afspraak. • Risico op relatie is groot. • Ambtelijk moeizame samenwerking, weinig prio en capaciteit vanuit I&W om aan ‘lokaal project’ bij te dragen. Als daar PTA- besluitvorming bijkomt, opent dat ‘oude wonden’ over (on)betrouwbare afspraken, zoals sluizen IJmuiden. Advies mitigatie: • Voorkomen om in het vacuüm tussen oud en nieuw kabinet rijk te confronteren met onverwachte PTA- besluitvorming zonder bestuurlijke afstemming. • Idealiter vooraf meenemen hoe PTA-besluitvorming ook positieve effecten kan hebben op I&W scope project Oostbrug (zoals drukte op IJ) • Afgestemde timing noodzakelijk om I&W niet te verrassen.

Westbrug (Verantwoordelijkheid minister) Status besluitvorming: In 2027 (mogelijk 2028) is besluitvorming voorzien mbt afronding MIRT Verkenning. Inventarisatie risico's relatie Amsterdam- Rijk: • Nog weinig bestuurlijke afstemming. • Gezien volgordelijkheid is risico minder groot dan Oostbrug, maar relatie met Rijk is even precair. Advies mitigatie: Gelijk aan advies Oostbrug.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16619251/1