Opzet wijkenrapportage gemengde stad.pdf
Tekst van het document
Opzet van een wijkenrapportage in het kader van ‘gemengde stad’ Hoofdpunten:
Dit is het voorstel voor de wijkenrapportage zoals bedoeld i.h.k.v. ‘gemengde stad’ Aanleiding is het rekenkamer rapport ’gemengde stad’ (juni 2020) en de toezegging aan de raadscommissie Wonen en Bouwen (WB) en raad in september 2020 een wijkenrapportage te maken over de aspecten die van invloed zijn op gemengdheid. De wijkenrapportage verschijnt in het derde kwartaal 2021. Mogelijke vervolgrapportages volgen de Wonen in Amsterdam (WiA)-cyclus. Dus voor het eerst medio 2022 (met WiA21). De wijkenrapportage analyseert de ruimtelijke dimensie van de Amsterdamse woningmarkt met de sectorale verandering van buurten, segmentale verandering van wijken en gebieden en de gevolgen voor de inkomensverdeling en segregatie. Ontwikkelingen in de particuliere huursector en het middensegment zijn daarbij essentieel. De rapportage geeft voor het overzicht van gebieden en wijken een toekomstbeeld van de gemengdheid op basis van relevante woningmarktknoppen (zoals bouwen en liberalisatie). In de rapportage zal veel toegelicht worden aan de hand van kaarten. De rapportage bevat 22 gebiedshoofdstukken. De hoofdstukken bevatten beknopte informatie over woningmarkt, inkomensverdeling, andere demografische mengingskarakteristieken. Verder: informatie over inkomensverdeling i.r.t woningvoorraad, leefbaarheidsgegevens, typeringen uit gebiedsanalyses.
Elk hoofdstuk bevat tevens informatie over de wijken en over enkele typerende buurten. De rapportage geeft een heldere verwijzing naar vindplaatsen over relevante gebied-, wijk-, en buurtinformatie (gemeentelijke websites en dashboards) die continu wordt geactualiseerd.
Aanleiding Op 11 juni 2020 bood de Rekenkamer Amsterdam aan de leden van de gemeenteraad het rapport ‘gemengde stad’ aan. Eén van adviezen van de Rekenkamer is: Zorg voor goede monitoring. Tijdens de bespreking van het rapport in de raadscommissie WB (2 september 2020) heeft de wethouder n.a.v. een vraag van het lid Hammelburg (D66) toegezegd uit te laten zoeken of het mogelijk is om meer integraal op wijkniveau te rapporteren over diverse aspecten die van invloed kunnen zijn op de gemengdheid. Daarnaast kwam in die commissievergadering aan de orde dat de informatie over wijken niet makkelijk gevonden wordt. Maak een wijkenrapportage waarin relevant, bestaand materiaal helder gepresenteerd wordt, was een suggestie van raadslid Hammelburg. Het raadslid merkt op dat verschillende wijken verschillende verhoudingen hebben. Waar veel sociale huur is moet er wellicht middenhuur bijkomen. Of als er bijna geen koop is, meer koopsector erbij. Beter inzicht krijgen op wijkniveau hoe die menging precies zit, welke ingrepen per locatie nodig zijn. Veel informatie is er al: een andere manier van presenteren. De wethouder zegde toe, maar maakte het voorbehoud dat er goed moet afgestemd wat er in zo’n rapportage moet komen.
Natuurlijk de verhouding naar woningmarktsegmenten, de inkomensverdeling, maar wat nog meer? Met bestaand materiaal (gebiedsplannen, statistiek en monitordata) wordt getoond hoe wijken er voor staan op het gebied van de woningmarktkenmerken, de inkomensverdeling, demografische kenmerken en voorzieningenniveau. Er is onderzocht welk schaalniveau, gebied, wijk of buurt het 1
meest geschikt is om zinvol over te rapporteren. Voor de onderverdeling naar woningmarktsegmenten (zoals middenhuur) kan met het onderzoek Wonen in Amsterdam bijvoorbeeld op een niet lager schaalniveau dan de 22 gebieden gerapporteerd worden.
Het Rekenkamerrapport geeft nog een extra advies over die gewenste monitoring: Hou een voorraadmonitor bij op verschillende schaalniveaus en besteed meer aandacht aan de delen van de voorraad waarop lastig zicht te krijgen is (particuliere verhuur). Probeer hierop aansluitend een verdiepend inzicht te krijgen in wat de ontwikkelingen in de woningvoorraad betekenen voor de mate van menging en de beleving daarvan. Integreer de informatie uit de gemeentelijke dashboards en werk aan periodieke samengestelde inzichten over de bevolkingssamenstelling en de ontwikkeling daarin op diverse schaalniveaus. De incidentele rapportages Overkoepelende gebiedsanalyse in 2015 en Wonen in Amsterdam: Ruimtelijke Ontwikkelingen in 2014 kunnen hierbij een goed uitgangspunt vormen.
Opzet van de wijkenrapportage Stadsdelen, gebieden, wijken, buurten (7, 22, 99 of 481) Op de eerste plaats is het nuttig om het onderscheid in de verschillende ruimtelijke indelingen binnen Amsterdam te memoreren. De officiële indeling van de gemeente Amsterdam en de statistiek van OIS telt momenteel 7 stadsdelen, 22 gebieden, 99 wijken en 481 buurten. Die termen worden makkelijk door elkaar gehaald maar voor de makers van een ruimtelijke monitor is het een wezenlijk onderscheid. De indeling naar 7 stadsdelen is zo grootschalig dat interessante interne verschillen niet meer aan de orde komen. Het kleinste stadsdeel, Centrum is bovendien met ruim 87.000 inwoners maar net iets kleiner dan Hilversum en Amstelveen, die als grote gemeenten tellen binnen de MRA. De 22 gebieden komen al een stuk dichter bij de leefwereld van de Amsterdammers, maar die relatie is lang niet overal perfect. Bouwperiodes zijn bepalend voor onder meer de soort woningen, de actuele woningmarktkarakteristiek, de bevolkingsopbouw, en binnen gebieden is er wat dat betreft nog een flinke differentiatie. De wijken komen dichter bij het idee van een eigen ruimtelijke identiteit, maar het zijn er veel, en als bouwsteen voor een rapportage doemt het gevaar op van een lijvig boekwerk.
De buurten herbergen nog meer eigenheid, maar ze zijn vanwege het nog grotere aantal niet meer geschikt als bespreekkader, wel als basis om interessante kaarten mee te maken en trendgegevens mee te bespreken.
Gebieden als hoofdordening, elke twee jaar actualisatie Voorstel is om het ruimtelijk schaalniveau van de 22 gebieden als presentatiekader aan te houden. Het gebiedsgericht werken van de gemeente is op deze ruimtelijke maat gericht. Ook belangrijke woningmarktinformatie en afspraken (Samenwerkingsafspraken van gemeente met corporaties en huurders) in dit domein gaan over de 22 gebieden. Er zullen dus in de rapportage 22 gebiedshoofdstukjes komen. Informatie over de wijken wordt niet vergeten, die komt aan de orde in 22 gebiedenhoofdstukken. In sommige gebieden stammen de wijken uit zeer verschillende periodes van de stedelijke ontwikkeling, met grote verschillen naar woningmarktkenmerken en bevolkingsstructuur. Denk aan het contrast tussen Indische buurt en Oostelijk Havengebied binnen één gebied of het westelijk deel van de noordelijke IJ-oever tegenover Volewijck (Van der Pekbuurt en Bloemenbuurt). En grote kans dat de voorbeeldbuurten die een extra bespreking krijgen, ook in deze contrastrijke gebieden gelegen zijn. 2
Daarnaast wordt er verwezen naar dashboards en websites van de gemeente waar wijkinformatie te vinden is. Als de informatie niet makkelijk gevonden wordt, zoals in de raadscommissie WB werd gesteld, moet nog duidelijker verwezen worden naar digitale vindplaatsen waar deze informatie te vinden is en bovendien continu wordt geactualiseerd. Dat continu verversen van de informatie is een belangrijk argument om toch vooral te verwijzen. Belangrijke vindplaats is gebiedinbeeld.amsterdam.nl waar veel informatie staat over gebieden, wijken en de buurten. Ook kaarten over verschillende onderwerpen op deze drie ruimtelijke niveaus komen eenvoudig tevoorschijn om het gekozen gebied, wijk, buurt snel te kunnen vergelijken. Het verwijzen naar vindplaatsen die goed worden bijgehouden is van belang in verband met de efficiëntie. Het aanleggen van schaduw-dashboard is tijdrovend. Het opnemen van wijkenfactsheets in het rapport zou veel pagina’s vergen in deze rapportage en heeft het gevaar dat al weer snel achterstand wordt opgelopen bij de actualiteit van de digitale vindplaatsen. Als essentiële informatie toch niet op de bedoelde vindplaatsen staat, krijgt het natuurlijk wel een plaats in deze rapportage.
Dat brengt ons bij de vraag: wat is de essentiële informatie? En bij de vraag: hoe vaak wordt deze rapportage geactualiseerd? Voorstel is om dat elke twee jaar te doen als de informatie uit Wonen in Amsterdam beschikbaar is dus na de eerste rapportage in 2021, vervolgens medio 2022, 2024, etc. Essentieel is de woningmarktinformatie, want daar draait het om in het rapport ‘gemengde stad’ en daar gaat het politieke gesprek naar aanleiding van dat rapport ook over. Drie kenmerken van de woningvoorraad in wijken zijn belangrijk voor de woningmarkt: woningmarktsector en – segment zijn bepalend voor de toegankelijkheid naar inkomen. De woninggrootte is belangrijk voor de toegankelijkheid naar huishoudenstype. De bouwperiode is een indicatie voor kwaliteit van de woningen, en typeert daarnaast het type stedelijk weefsel. Essentieel is ook een aantal sociaal-demografische gegevens. Inkomensverdeling is in sterke mate de spiegel van de woningvoorraad (sectoren/segmenten) en reageert ook met de sectorale verschuivingen mee. Huishoudenssamenstelling en leeftijdsverdeling volgen de kenmerken van de woningvoorraad naar woninggrootte, maar niet alleen. Gebieden en wijken kennen ook een demografische cyclus van jonge instroom, gezinsvorming, vergrijzing en later weer verjonging. Dat zijn langjarige, autonome processen.
Deze sociaal-demografische kenmerken zijn daardoor maar in geringe mate stuurbaar en in wisselende mate een gevolg van de woningmarkt of woningmarktbeleid. De verdeling naar etniciteit staat nog verder af van de woningvoorraad en wordt daarom niet behandeld in de rapportage. Dat Amsterdammers met een niet-westerse achtergrond vaker in de naoorlogse stadsdelen wonen, komt doordat daar de grotere woningen staan, vaker in de sociale huur, wat past bij hun huidige gemiddeld grotere gezinsgrootte en lagere inkomensniveau. Maar beide achterliggende factoren, huishoudensgrootte en inkomen, veranderen in de loop der tijd bij deze brede bevolkingsgroep.
Analyse en interpretatie Een verzameling van 22 gebiedshoofdstukken en wijkeninformatie daaronder, schiet tekort om zaken in relatie tot elkaar te zien en ook om veranderingen te zien en te begrijpen. Daarom wordt de rapportage begonnen met een analyse van de ruimtelijke dimensies van de Amsterdamse woningmarkt. Om te zien welke consequenties het heeft dat de corporatiesector in de loop der jaren gekrompen is en dat de vrije markt huur (vooral particuliere huursector) gegroeid is, nemen we de gebieden en wijken als uitgangspunt maar grijpen soms terug naar de kleinste bouwsteen van de 481 buurten of soms naar een simpele dichotomie: de stad binnen de ring en het IJ en de stad daarbuiten. Kaarten en diagrammen van de woningmarktsectoren en segmenten en de 3
inkomensverdeling ondersteunen de analyse van de ruimtelijke verschillen (segregatie) en verandering. Maar de 22 gebieden zullen ook gezamenlijk een analysekader zijn omdat de 22 gebieden het afsprakenkader is van de Samenwerkingsafspraken van gemeente met corporaties en huurders. Welke gebieden zitten al onder de in het coalitieakkoord genoemde 45% sociale huur of daar vlakbij? Waar wordt de nagestreefde 10% middensegment gehaald en waar niet? Daarnaast zijn de 22 gebieden het kader voor het gebiedsgericht werken. Inzoomen en uitzoomen om de ruimtelijke bewegingen in samenhang te zien. Daarmee wordt recht gedaan aan het bovengenoemde citaat uit het rekenkamerrapport: ‘verdiepend inzicht’, ‘periodieke samengestelde inzichten over de bevolkingssamenstelling en de ontwikkeling daarin op diverse schaalniveaus’ en aandacht besteden aan die moeilijk analyseerbare particuliere huursector. Kern van de materie blijft de woningmarkt. De analyse besteedt aandacht aan de gemengdheid (of ongemengdheid) van de bevolking naar inkomensniveau of sociaaleconomische status (SES) per gebied en wijk (verdeling in klassen, segregatiemaat) en er wordt aangegeven in welke richting die verdeling zich beweegt op basis van de invloed van woningmarktbeïnvloeders in het gebied of de wijk.
Het gaat dan om zaken als: is er in het gebied of de wijk een substantieel bouwprogramma (eventueel in combinatie met sloop), is de particuliere huursector die potentieel liberaliseert klein of groot? Daarnaast is de stuurbaarheid van de woningmarkt en woningvoorraad gering. De jaarlijkse nieuwbouw is voor de stad een marginale toevoeging aan de voorraad en laat grote delen van de bestaande stad ongemoeid, maar is voor sommige locaties in de stad juist een belangrijke ‘draaiknop’. Landelijke regels over huren zijn eveneens van belang voor de woningvoorraad en ook dat geldt voor sommige locaties meer dan op andere. Daarnaast speelt vraag en aanbod een belangrijke rol in de koopsector en de vrije markt huur. De analyse besteedt ook aandacht aan bevolkingskenmerken per gebied en wijk zoals leeftijd, huishoudenstypen, etc., maar telkens met het besef dat daar geringe stuurbaarheid op zit. De demografische samenstelling van wijken is wel van belang voor de voorzieningen die momenteel nodig zijn. En dat daar verandering in optreedt, hoort bij de eerder genoemde demografische cyclus. In de overkoepelende analyse wordt een beperkt aantal voorbeeldbuurten benoemd die model staan voor het ‘gemiddelde Amsterdam’, buurten met een grote afwijking ten opzichte van het gemiddelde en buurten met een snelle ontwikkeling in een bepaalde richting.
Gebiedshoofdstukken Een gebiedshoofdstuk bevat de volgende ingrediënten. Analyse en bespreking van de samenstelling van de woningvoorraad en de ontwikkelrichting van deze samenstelling per wijk. Analyse en bespreking van de samenstelling van de bevolking en de ontwikkelrichting van deze samenstelling per wijk (segregatie-index, leeftijdsverdeling, huishoudenssamenstelling) Een aantal gegevens over de combinatie van bevolking en woningvoorraad: o Het gemiddelde woonlastenpercentage: netto-huurquote en koopquote. o Het percentage huishoudens dat fysiek krap woont. o Percentage recente bewoning in de drie sectoren. Een aantal kenmerken van de omgeving, overwegend rapportcijfers voor enkele onderwerpen van de woonomgeving uit het onderzoek Wonen in Amsterdam. De belangrijke noties uit de gebiedsanalyses Bespreking van voorbeeldbuurten uit de overkoepelende analyse.
4
Verwijzen naar gebiedinbeeld.amsterdam.nl: https://gebiedinbeeld.amsterdam.nl/#/dashboard?gebied=DX21&wijk=T94&buurt&them a=Stedelijke%20ontwikkeling%20en%20wonen
Voorgestelde indeling van het wijkenrapport 1 2 3
4
5 6 7 8 9
5
Aanleiding Introductie op de ingrediënten Analyse van sectoren en segmenten in tijd en ruimte Sectorale verschuiving in de 400 buurten Segmentale verschuiving in de 90 wijken Speciale casus, de particuliere huursector Invloed van woningbouw Ruimtelijke effecten, patronen, verschuivingen Inkomens in de drie sectoren Inkomens in de sectoren, ruimtelijke verschuiving, segregatie Ruimtelijke verdeling naar typen huishoudens Ruimtelijke verdeling naar leeftijd Ruimtelijke verdeling van woonkwaliteit en leefbaarheid De monitoring van woningmarktsegmenten over de 22 gebieden 22 gebiedenhoofdstukken met wijkinformatie op het tweede niveau. Verwijzingen naar data op sites en dashboards Bijlagen: kerninformatie wijken en buurten: sectorale verdeling, inkomensverdeling, segregatieniveau.