CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Openbaar SADC.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 18 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over de terugkoppeling van de uitkomsten aandeelhoudersvergaderingen tweede deel 2023 (VN2024-004378)2.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenwerkingsovereenkomst voor de MIRT-verkenning OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer

Partijen: 1. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw V.L.W.A. Heijnen, handelend als bestuursorgaan en als rechtsgeldig vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, gezeteld te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: “Rijk”; 2. Het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, te dezen vertegenwoordigd door de portefeuillehouder de heer G. Slegers, tevens wethouder Zaanstad, krachtens volmacht van de voorzitter van XX, hierna te noemen: “Vervoerregio”; 3. Het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, handelend als bestuursorgaan van deze provincie, te dezen vertegenwoordigd door gedeputeerde de heer J. Olthof, hierna te noemen “Provincie”. 4. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, handelend als bestuursorgaan van deze gemeente, te dezen vertegenwoordigd door wethouder Verkeer en Vervoer, mevrouw M. van der Horst, verder te noemen: “Amsterdam”; 5. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, handelend als bestuursorgaan van deze gemeente, te dezen vertegenwoordigd door wethouder Verkeer en Vervoer, mevrouw M. Ruigrok, verder te noemen: “Haarlemmermeer”; 6. NS Groep NV, te dezen vertegenwoordigd door de president-directeur, de heer W. Koolmees, verder te noemen “NS”; 7. N.V. Schiphol Area Development Company, te dezen vertegenwoordigd door haar algemeen directeur mevrouw E.S.

Klein Schiphorst, hierna te noemen: “SADC”; 8. Royal Schiphol Group N.V., als enig aandeelhouder van Schiphol Nederland BV, te dezen vertegenwoordigd door de CEO, de heer R. Sondag, verder te noemen “Schiphol”. Gezamenlijk hierna te noemen “Partijen” en elk afzonderlijk “Partij”. Overwegende dat: 1. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) een regio is waarin ruim 2,4 miljoen mensen wonen. Het is een groeiende regio en dat leidt tot bereikbaarheidsknelpunten. Uit de Integrale Mobiliteitsanalyse blijkt dat er knelpunten zijn in de Schipholtunnel, die in de toekomst groter zullen worden. Deze uitdagingen maken dat de druk op het nationaal mobiliteitssysteem verder toeneemt, waardoor besloten is een oplossing voor de gesignaleerde knelpunten nader te verkennen. 2. In het Bestuurlijk Overleg MIRT op 11 november 2022 de staatssecretaris van IenW de Startbeslissing heeft genomen de MIRT-Verkenning voor de OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer te starten. 3. Partijen met elkaar in het kader van het programma 'samen bouwen aan bereikbaarheid’ (SBAB) afgestemd hebben over de Startbeslissing. 4. Partijen zich in de Verkenning laten adviseren door – in ieder geval - ProRail, GVB, concessiehouder bus, Rijkswaterstaat en KLM. 5. Partijen op 17 december 2021 een (aangepaste) aanvraag (kamerstuk 35 925 XIX, nr. 8) bij het Nationaal Groeifonds hebben ingediend en deze aanvraag gehonoreerd is. 6.

De middelen behorend bij deze aanvraag bij het Nationaal Groeifonds inmiddels zijn toegevoegd aan de begroting van IenW. 7. Het projectalternatief ‘verlengen Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp met een tracé via Schiphol Noordwest’, in de Startbeslissing is vastgesteld als meest voor de hand liggende optie en als uitgangspunt voor de benodigde financiële dekking ten tijde van de Startbeslissing. 8. Rijk en Regio zich in het BO MIRT van 11 november 2022 aan de doelstelling en financiële dekking gecommitteerd hebben door de toezegging van een financiële bijdrage van € 3,364 miljard (prijspeil 2022). Rijk en Regio daarnaast afspraken hebben gemaakt (Kamerstuk 36200 A, nr. 9) dat die bijdrage onderdeel uitmaakt van een pakket van projecten (waaronder Zuidasdok).

9. Partijen voornemens zijn samen te werken om de Verkenning tot een Voorkeursbeslissing te leiden. 10. Het Rijk in de brief ‘Herprioritering Mobiliteitsfonds (kamerstuk 36 200 A, nr. 100) melding heeft gemaakt van een verlaging van € 1,66 miljard van de reservering voor de Verkenning OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer in verband met een rijksbrede opgave en diverse tekorten. 11. Partijen met elkaar nut en noodzaak van de Verkenning bevestigen. 12. Partijen het belang van het project voor de capaciteit en groei van het (inter)nationale spoornetwerk bevestigen. 13. Dit MIRT-project van groot belang is voor de woning- en bereikbaarheidsopgave in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) - zoals vastgelegd in de woondeal MRA – (171.200 woningen t/m 2030) en deze opgave onverminderd overeind blijft. 14. De afspraken uit het BO MIRT van november 2022 tussen Rijk en Regio over het pakket aan projecten (waaronder Zuidasdok en OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer) overeind blijft. 15. Partijen thans afspraken wensen te maken over de Verkenningsfase.

Artikel 1 I. II.

III. IV.

V. VI. VII. VIII. IX.

X.

XI.

XII. XIII.

XIV. XV.

Begrippen

Startbeslissing: de beslissing zoals bedoeld in de Spelregels van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) dat het startpunt markeert van de Verkenning. Verkenningsfase: de fase waarin dit project zich bevindt en zoals bedoeld in de MIRTprocedure, waarbij, samen met de omgeving, onderzoek wordt gedaan om te komen tot een oplossing voor een knelpunt. De opgave wordt breed onderzocht. Dit gebeurt stap voor stap om toe te werken naar een te nemen Voorkeursbeslissing voor dit project. Voorkeursbeslissing: de beslissing voor dit project zoals bedoeld in de MIRT-spelregels en dat het startpunt markeert van de Planning- en Studiefase. Planning- en Studiefase: fase zoals bedoeld in de MIRT-procedure tot aan de Projectbeslissing van dit project, waarin de Voorkeursbeslissing nader wordt uitgewerkt en nauwkeurige kostenramingen worden opgesteld. Projectplan: het door Partijen -met mandaat van het bestuurlijk overleg- in het Directeurenoverleg vastgestelde plan ten behoeve van de Verkenning. Projectorganisatie: het team dat de Verkenning uitvoert om te komen tot een Voorkeursbeslissing. Taakstellend budget: totaal van bijdragen van Partijen aan de Verkenning. Scopewijziging: wijziging van de scope van de Verkenning, zoals vastgelegd in het Projectplan.

Directeurenoverleg: gremium waarin Partijen zitting hebben om binnen de kaders van de Verkenning, zoals vastgelegd in het Projectplan (d.d. 11 juli 2023), besluiten te nemen over zaken die door de Projectorganisatie, via de Ambtelijk Opdrachtgever, worden voorgelegd. Bestuurlijk Overleg: escalatiegremium van het Directeurenoverleg, waarin Partijen zitting hebben. In het overleg worden besluiten genomen over zaken die buiten scope en taakstellend budget vallen. Gedelegeerd opdrachtgever: het Rijk en de Vervoerregio treden op als opdrachtgever namens de financierende partijen en daarvoor wordt de term ‘Gedelegeerd opdrachtgever’ gebruikt. Het Rijk en de Vervoerregio verzorgen de dagelijkse aansturing van de Projectorganisatie. Ambtelijk Opdrachtgever; verzorgt de dagelijkse aansturing van de Projectorganisatie en faciliteert de besluitvorming richting het Bestuurlijk Overleg. Mandaatregeling: afsprakenkader vastgesteld in het Directeurenoverleg (d.d. 22 september 2023) over werkwijze en bevoegdheden om beslissingen te nemen met als doel een efficiënte en slagvaardige uitvoering van de Verkenning. Regio: dit betreft de Partijen die bij het BO MIRT afspraken maken met het Rijk en dat zijn: Vervoerregio, Amsterdam, Haarlemmermeer en Provincie. Regionale Partijen: dit betreft de Partijen van deze overeenkomst, behoudens het Rijk.

XVI.

VTW-procedure: verzoek tot wijziging van de kaders (tijd, scope en geld) zoals vastgelegd in het Projectplan van 11 juli 2023. De werkwijze van de VTW is beschreven in de Mandaatregeling van 22 september 2023.

Artikel 2

Doel

1. Partijen spreken af om de samenwerking vorm te geven en te willen komen tot een te nemen Voorkeursbeslissing voor dit project. Artikel 3

Scope en planning

1. De Verkenning volgt het MIRT spelregelkader met als doel een Voorkeursbeslissing. 2. In de Verkenning onderzoeken Partijen meerdere alternatieven, die worden afgewogen en in beeld gebracht. Voor de kansrijke alternatieven wordt in ieder geval in beeld gebracht: a. de route van het tracé en consequenties voor de omgeving (inclusief tunnels, kabels en leidingen) waarvoor een MER wordt opgesteld; b. ligging en globale positionering en inpassing van de stations (inclusief de directe stationsomgeving, zoals inrichting voorplein en wegen alsmede aansluiting op de wijk); c. vervoerssysteem passend bij het tracé en de samenhang en afhankelijkheden met bestaande modaliteiten; d. investeringskosten van de aanleg van de infrastructuur van het tracé inclusief levensduurkosten en een maatschappelijke kostenbaten-analyse. e. de effecten op milieu en omgeving met behulp van een milieueffectrapportage. 3. In het Projectplan zijn de scope, planning en kosten nader uitgewerkt. 4. Partijen streven ernaar de Voorkeursbeslissing, binnen het Taakstellend budget, zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, uiterlijk 2025 gereed te hebben. 5. Indien de planning niet gehaald kan worden, zullen Partijen in het Directeurenoverleg spreken over aanpassing van de planning, dan wel beheersmaatregelen treffen. Daarna wordt de aanpassing voorgelegd aan het Bestuurlijk Overleg.

Artikel 4

Verdeling van verantwoordelijkheden

1. Rijk en Vervoerregio zijn Ambtelijk Opdrachtgevers namens Partijen en verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing van de Projectorganisatie. Rijk en Vervoerregio maken nadere afspraken over wijze van aansturen en hoe en op welk moment het Taakstellend Budget als bedoeld in artikel 5, lid 1 wordt overgeboekt. Deze afspraken worden besproken in het Directeurenoverleg. 2. Rijk is mede-opdrachtgever en verantwoordelijk voor financiering van de Verkenning. 3. Provincie, Amsterdam, Haarlemmermeer, VRA, NS, SADC en Schiphol zijn medeopdrachtgever. 4. De Directie Bijzondere Projecten van de gemeente Amsterdam is als opdrachtnemer verantwoordelijk voor de inrichting en het functioneren van de Projectorganisatie en uitvoering van de Verkenning. De aanbesteding doet de gemeente als aanbestedende dienst namens en voor rekening en risico van Partijen. Dit geldt ook voor ook eventuele meerkosten die gedurende de Verkenning ontstaan. 5. PM Horizontale samenwerking.

Artikel 5

Financiële afspraken

1. Voor werkzaamheden die nodig zijn om de Verkenning uit te voeren en te komen tot een Voorkeursbeslissing stelt het Rijk een Taakstellend Budget beschikbaar van € 33,6 miljoen (exclusief btw, prijspeil juli 2023) gelijk aan de begroting van het door Partijen vastgestelde Projectplan.

2. Het Taakstellend budget wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI) zoals gehanteerd door de Minister van Financiën en hierbij hanteert het Rijk de stand van de restverplichting op 1 januari van het jaar waarin de indexatie plaatsvindt. 3. Partijen dragen elk de kosten van de inzet van eigen personeel voor de begeleiding van de benodigde besluitvorming in de Verkenning. 4. De directe kosten van de dagelijkse aansturing van de Vervoerregio en het Rijk alsook de kosten van capaciteit voor inbreng van expertise van Partijen, anders dan de in het lid 4 bedoelde inzet, zijn in de begroting van het Projectplan opgenomen. Partijen maken in het Directeurenoverleg nadere afspraken over de omvang en betaling van de vergoedingen. 5. Partijen stellen alles in het werk om de Verkenning binnen planning, scope en het Taakstellend Budget te realiseren. 6. Tegenvallers binnen de Verkenning worden in eerste instantie gecompenseerd met meevallers en/of minderwerk binnen het Taakstellend budget. 7. Kosten die het Taakstellend Budget van de Verkenning overstijgen, worden gedeeld in de verhouding 20/80 tussen het Rijk en de Regionale Partijen. 8. De Regionale Partijen verdelen de kosten, zoals bedoeld in het vorig lid, als volgt: Vervoerregio Amsterdam Haarlemmermeer Provincie Schiphol SADC NS Totaal

25,39% 22,37% 8,26% 4,53% 18,84% 0% 0,60% 80,0%

9. De bijdragen van Partijen zijn exclusief btw en zullen inclusief btw worden betaald voor zover btw aantoonbaar niet kan worden verrekend of teruggevorderd. 10. Partijen treden binnen twee weken met elkaar in overleg als een Partij zijn financiële verplichtingen niet nakomt of kan nakomen. 11. Indien het gehele Project niet doorgaat of de Verkenning tussentijds stopt, treden Partijen in overleg of en hoe eventueel te veel betaalde bedragen terug te betalen, waarbij uitgangspunt is dat deze betaalde bedragen naar rato van de inbreng terugvloeien naar Partijen.

Artikel 6

Scopewijzigingen

1. Een Scopewijziging in de Verkenning wordt door de Partij die de wijziging initieert, aan het Directeurenoverleg voorgelegd, voorzien van een advies van de Projectorganisatie ten aanzien van de haalbaarheid en de consequenties van de wijziging uitgedrukt in tijd, geld en risico’s. Hiervoor geldt de VTW-procedure zoals opgenomen in de door het Directeurenoverleg vastgestelde Mandaatregeling. 2. Het Directeurenoverleg besluit of een Scopewijziging kan worden goedgekeurd of dat escalatie naar het Bestuurlijk Overleg nodig is. 3. Een Scopewijziging die het risicoprofiel niet vergroot, niet leidt tot een belangrijke ingreep in het Taakstellend Budget en aanpassing van de planning en waarbij de functionaliteit in stand blijft, wordt in beginsel door het Directeurenoverleg goedgekeurd. 4. In het Directeurenoverleg wordt besloten hoe om wordt gegaan met mogelijke gevolgen van de Scopewijziging op tijd, scope en geld. Een Scopewijziging die leidt tot meerkosten in de Verkenning, is in principe voor rekening en risico van de Partij(en) die de wijziging heeft/hebben geïnitieerd en die Partij(en) houdt/houden in diens eigen begroting daarmee rekening. 5. De instemming van Partijen met een Scopewijziging wordt inclusief de daarmee gemoeide afspraken, als bedoeld in het vierde lid, aangehecht aan het Projectplan.

Artikel 7

Projectorganisatie

1. Partijen richten één integrale onafhankelijke Projectorganisatie op, die wordt vormgegeven overeenkomstig het door het Directeurenoverleg goedgekeurde Projectplan. 2. Governance, Mandaatregeling en verantwoordingswijze zijn door Partijen besproken en vastgesteld in het Directeurenoverleg. Eventuele wijzigingen worden in het Directeurenoverleg besproken.

Artikel 8

Organisatiestructuur

1. Om als Partijen optimaal te kunnen samenwerken, is een organisatiestructuur in het leven geroepen die bestaat uit een Bestuurlijk Overleg, Directeurenoverleg, Ambtelijk Coördinatie Overleg, Ambtelijk Opdrachtgeversteam en Projectorganisatie. 2. De Ambtelijke Coördinatie overleg bestaat uit één vertegenwoordiger per Partij, aangevuld met adviseurs, waaronder ProRail, GVB, concessiehouder bus, Rijkswaterstaat en KLM. 3. Het Directeurenoverleg bestaat uit één vertegenwoordiger per Partij. De adviseurs, zoals bedoeld in het vorige lid, nemen deel en hebben een adviserende rol. 4. Het Bestuurlijk overleg bestaat uit vertegenwoordigers van Partijen. De adviseurs hebben daarin geen rol of zitting, tenzij door de Partijen verzocht. Artikel 9

Overleg

1. In het kader van dagelijkse aansturing overleggen de Vervoerregio, het Rijk en de Projectorganisatie eenmaal per twee weken. 2. Ter voorbereiding op het Directeurenoverleg spreken Partijen elkaar in het Ambtelijk Coördinatie Overleg in ieder geval eenmaal per vier weken. 3. Partijen spreken elkaar in het Directeurenoverleg eenmaal per acht weken. 4. Partijen spreken elkaar in ieder geval eenmaal per jaar in het Bestuurlijk Overleg. 5. Het Directeurenoverleg besluit wanneer escalatie naar het Bestuurlijk Overleg nodig is. 6. Afhankelijk van de omstandigheden en actualiteit kan overleg vaker of minder vaak plaatsvinden. Artikel 10

Voorwaarden voor uitvoering

1. Partijen spannen zich in de publiekrechtelijke besluiten te nemen en de privaatrechtelijke en de feitelijke handelingen te verrichten die voor de Verkenning nodig zijn, daar waar Partijen een rol en verantwoordelijkheid hebben. Dit doen zij met inachtneming van de vereiste zorgvuldigheid en voortvarendheid. 2. Partijen informeren elkaar tijdig over alle zaken die van belang zijn voor de Verkenning, in het bijzonder over die zaken die van invloed zijn op scope, planning of Taakstellend Budget.

Artikel 11

Vervolg

1. Aan het einde van de Verkenning maken Partijen de keuze of, met een Voorkeursbeslissing, wordt doorgegaan naar de Planning- en Studiefase. Vereiste hierbij is dat Partijen ten minste overeenstemming hebben over het Voorkeursalternatief en afspraken hebben gemaakt over de dekking van het benodigde budget. De Voorkeursbeslissing wordt genomen door het Rijk. 2. Voordat de Planning- en Studiefase start, hebben Partijen afspraken geformaliseerd in een nieuwe overeenkomst, waarin in ieder geval afspraken worden vastgelegd over financiering, risicoverdeling, Projectorganisatie, fiscaliteit en governance voor die fase.

Artikel 12

Wijziging

1. Deze overeenkomst kan worden gewijzigd om redenen die zijn genoemd, of in verband met omstandigheden die van dien aard zijn dat ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst in redelijkheid en billijkheid niet kan worden verlangd. 2. Een wijziging kan niet het doel van de samenwerkingsovereenkomst betreffen. 3. Een Partij kan andere Partijen schriftelijk verzoeken de samenwerkingsovereenkomst te wijzigen. Wijziging van de samenwerkingsovereenkomst vereist instemming van alle Partijen. Partijen treden daartoe in overleg binnen een maand nadat Partijen het schriftelijke verzoek tot wijziging hebben ontvangen. 4. Wijziging van de samenwerkingsovereenkomst wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Artikel 13

Geschillen en toepasselijk recht

1. De afspraken in de samenwerkingsovereenkomst binden Partijen. 2. Er is sprake van een geschil zodra één van de Partijen dit schriftelijk onder opgaaf van redenen aan de andere Partijen meldt. 3. Na melding van het geschil treden Partijen met elkaar in overleg om te bezien of het geschil met mediation kan worden opgelost. 4. Als Partijen binnen zes maanden na de melding van het geschil geen oplossing vinden, staat het ieder van de Partijen vrij het geschil voor te leggen aan de bevoegde rechter. 5. Op de samenwerkingsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Artikel 14

Communicatie

1. Partijen dragen gezamenlijk zorg voor een optimale onderlinge en externe communicatie. 2. Alle stukken van de Verkenning dienen vertrouwelijk behandeld te worden, behoudens wanneer publicatie volgt uit een wettelijke verplichting. Indien één van de Partijen een document wil publiceren, dan wordt dit besproken in het Directeurenoverleg. 3. Indien één van de Partijen vragen van de media krijgt, dan dient beantwoording afgestemd te worden met de Ambtelijk Opdrachtgever en de Projectorganisatie. Artikel 15

Einde

1. De samenwerkingsovereenkomst eindigt met ingang van de dag na de datum waarop de Verkenningsfase: a. is afgerond en door Partijen schriftelijk is vastgesteld dat aan de bijbehorende verplichtingen is voldaan; of b. niet volledig is uitgevoerd en door Partijen gezamenlijk schriftelijk is vastgesteld dat niet aan de bijbehorende verplichtingen kan worden voldaan. 2. Beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst op grond van het eerste lid, onderdeel b, is in geval van overschrijding van het budget alleen aan de orde nadat een versoberde realisatie van de Verkenningsfase is onderzocht en deze realisatie door Partijen als ontoereikend is beoordeeld. 3. Bij beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst ontvangen Partijen in het kader van de eindafrekening naar rato van hun bijdragen aan de uitvoering van de Verkenningsfase, het eventuele resterende bedrag, onder aftrek van de reeds gemaakte of niet meer te vermijden kosten. 4. Onder reeds gemaakte of niet meer te vermijden kosten worden ook begrepen de in redelijkheid reeds gemaakte of in redelijkheid niet meer te vermijden kosten die zijn gemaakt of nog gemaakt dienen te worden door de opdrachtnemer of door derden, werkend in opdracht van opdrachtnemer. 5. Partijen zijn elkaar bij beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst geen schadevergoeding verschuldigd.

Artikel 16

Inwerkingtreding

De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking met ingang van de dag nadat de laatste Partij deze heeft ondertekend. Artikel 17

Publicatie

Binnen 14 werkdagen na ondertekening wordt de tekst van deze overeenkomst door het Rijk gepubliceerd in de Staatscourant.

Aldus overeengekomen … Ondertekening Aldus in achtvoud ondertekend:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14005905/1