CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwikkelingskader EVA.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Ontwikkelingskader Energievoorziening Amsterdam 2035. (ZD2022-002147)18.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijk kader voor de uitbreiding van de hoofd-elektriciteitsinfrastructuur

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Versie 1.4, februari 2022

2

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Versie 1.4, februari 2022

3

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 Ruimtelijk kader voor de uitbreiding van de hoofd-elektriciteitsinfrastructuur Versie 1.4

Gemeente Amsterdam, Liander, TenneT Februari 2022

Contactpersonen Gemeente Amsterdam Gemma Nust Roy Berents Liander Sefanja Slot TenneT Chantal ter Braak

Versie 1.4, februari 2022

g.nust@amsterdam.nl r.berents@amsterdam.nl sefanja.slot@alliander.com chantal.ter.braak@tennet.eu

4

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Inhoudsopgave 1 Samenvatting .....................................................................................................................6 2 Inleiding ........................................................................................................................... 10 2.1 Achtergrond............................................................................................................................... 10 2.2 Toelichting Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 .................................. 12 2.3 Intensieve samenwerking ........................................................................................................... 13 2.4 Uitvoeringsagenda 2021-2030..................................................................................................... 13 2.5 Herijking van het Ontwikkelingskader EVA 2035 .......................................................................... 13 2.6 Financiële investering netbeheerders .......................................................................................... 13 3 Opgave, netstructuurvisie, verantwoordelijkheden en uitgangspunten .............................. 14 3.1 De opgave ..................................................................................................................................

14 3.2 Netstructuurvisie focus 150kV ..................................................................................................... 16 3.3 Taken en verantwoordelijkheden ................................................................................................ 19 3.4 Ruimtelijk beleid, ruimtelijke kwaliteit en energiebeleid ............................................................... 24 3.5 Uitgangspunten netbeheerders ...................................................................................................28 3.6 Wet- en regelgeving en overige relevante kaders ......................................................................... 35 3.7 Klimaatadaptatie ........................................................................................................................42 4 Ontwikkelingskader op hoofdlijnen ................................................................................... 43 4.1 Uitbreiding bestaande onderstations, nieuwe onderstations en kabelverbindingen ....................... 43 4.2 Ruimtelijke kaart en toelichting legenda......................................................................................

44 4.3 De deelopgaven in de stad ..........................................................................................................48 4.4 Afhankelijkheden en regionaal netwerk....................................................................................... 50 4.5 Planning op hoofdlijnen .............................................................................................................. 51 5 Ontwikkelingskader Stadsdelen en Havengebied............................................................... 54 5.1 Stadsdeel Noord......................................................................................................................... 54 5.2 Stadsdeel Zuidoost..................................................................................................................... 58 5.3 Stadsdeel Nieuw-West................................................................................................................62 5.4 Havengebied .............................................................................................................................. 65 5.5 Stadsdeel Centrum .....................................................................................................................69 5.6 Stadsdeel Oost...........................................................................................................................

71 5.7 Stadsdeel Zuid ........................................................................................................................... 74 5.8 Stadsdeel West .......................................................................................................................... 76 6 Vervolg en aanbevelingen ................................................................................................. 79 Achtergronddocumenten 1. Basisdocument over energie-infrastructuur (Netbeheer Nederland) 2. Themastudie 2.0, gemeente Amsterdam en Liander (2021)

Versie 1.4, februari 2022

5

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

1 Samenvatting

Het elektriciteitsnet van Amsterdam moet de komende decennia aanzienlijk worden verzwaard. Dat vraagt ingrijpende aanpassingen: op 23 locaties worden 29 nieuwe onderstations aangelegd, met bijbehorende kabelverbindingen. En ook 12 bestaande onderstations worden ingrijpend verzwaard. Hoe, waar en wanneer de aanpassingen kunnen plaatsvinden, staat beschreven in dit ‘Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035’. Waarom is de uitbreiding noodzakelijk? In 2050 is de vraag naar elektriciteit in Amsterdam drie tot vier keer hoger dan nu, zo bleek uit scenariostudies van TenneT, Liander en de gemeente Amsterdam (Themastudies Elektriciteit Amsterdam, TSA 1.0 en TSA 2.0). Verduurzaming speelt daarbij een rol: met onder andere elektrisch vervoer, warmtepompen en de productie van elektriciteit met zon en wind. Toch hebben andere factoren grotere impact op de capaciteit van het elektriciteitsnet in 2050: datacenters, economische ontwikkelingen, elektrisch vervoer en nieuwbouw. Een overvol elektriciteitsnet ontstaat overigens niet pas rond 2050. Nu al heeft Liander in een aantal gebieden binnen de gemeente Amsterdam congestie aangekondigd. Congestie is een tekort aan transportcapaciteit in het elektriciteitsnet. De gevolgen van congestie zijn ingrijpend.

Om overbelasting in het net te voorkomen kan Liander bijvoorbeeld voorlopig geen nieuwe woningen of bedrijven aansluiten in congestiezones. Vooruitgang en congestie Deze situatie toont het belang van tijdige en structurele uitbreiding van het elektriciteitsnet. Bestaande congestie lost niet vanzelf op. Dat vereist uitbreiding en vernieuwing van vele onderdelen van het elektriciteitsnet. Een robuust elektriciteitsnet met voldoende capaciteit is absoluut noodzakelijk voor verdere groei en verduurzaming van de stad. Planning en investeringen De groeiende vraag naar capaciteit in het elektriciteitsnet is zo hoog, dat de verzwaringen – waar dat kan - versneld aangepakt moeten worden. Realisatie van de uitbreidingsopgave die dit document beschrijft wordt grotendeels verwacht in 2023-2028. Een globale doorberekening laat zien dat de aanleg, maar ook het ontwerpen en voorbereiden van de totale uitbreiding van de hoofdstructuur van het elektriciteitsnet, investeringen vragen van 750 miljoen euro van Liander en 650 miljoen euro van TenneT. Transportnet, distributienet en de gemeente Amsterdam Het Ontwikkelingskader EVA 2035 beschrijft de uitbreiding van het hoogspanningsnet. Elektriciteitsstations verbinden het landelijk transportnet (hoogspanning) van TenneT met het distributienet (laag- en middenspanning) van Liander.

Daarvoor wordt in die stations 150kV (kilovolt = 150.000 volt) omgezet naar 50, 20 of 10kV. In de directe omgeving van elk onderstation

Versie 1.4, februari 2022

6

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

liggen bovendien tientallen kabelverbindingen. Het Ontwikkelingskader EVA 2035 is gezamenlijk opgesteld door de gemeente Amsterdam en de netbeheerders Liander en TenneT. Wat doet het ‘Ontwikkelingskader’? Het Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA) 2035 is het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van de hoofd elektriciteitsinfrastructuur in Amsterdam voor de periode 2022 tot 2035. In het kader zijn de uitbreiding van bestaande onderstations, de realisatie van nieuwe onderstations en de benodigde indicatieve kabelverbindingen opgenomen. Het is een richtinggevend ruimtelijk kader, dat toont waar welke vernieuwingen nodig zijn, hoe ze eruit kunnen gaan zien en wanneer ze moeten worden aangelegd. Het kader schetst het vernieuwde elektriciteitsnet in grove lijnen; met afspraken en aanbevelingen voor de realisatie. Maar nog lang niet alles is tot in detail bekend of besloten. Naarmate de voorbereidingen vorderen zullen de plannen steeds concreter worden. De ontwikkelingsfasen van de gebieden die worden beschreven verschillen. Voor bepaalde gebieden ligt de locatie van een nieuw onderstation al vast of gaat het om uitbreiding van een bestaand onderstation. Daarbij moeten bijvoorbeeld nog wel procedures worden doorlopen voor het bestemmingsplan of voor vergunningen.

Voor andere gebieden is een zoekgebied vastgesteld waarbinnen nog locaties worden gezocht. Het zoekgebied zelf en het aantal locaties dat daarbinnen moet worden gevonden staat dan niet meer ter discussie; de locatie moet nog wel worden bepaald. …en wat niet? Met aanduidingen als ‘grove schetsen’ en ‘richtinggevend kader’ die nu nog gelden, is het ook nuttig om de status van het ontwikkelingskader helder te omschrijven. Wat is het bijvoorbeeld niet? Ontwikkelingskader EVA 2035 is: • geen exact locatieonderzoek. Het geeft aantallen, zoekgebieden en indicatieve tracés weer, maar uitwerking daarvan vindt plaats in de reguliere planprocessen; • geen juridisch planologische verankering van definitieve locaties of hoofdkabeltracés. Dat gebeurt in de projecten die nog volgen op het ontwikkelingskader. Er vindt dus ook geen participatie plaats voor het kader zelf. Bij de ruimtelijke afwegingen wordt al wel rekening gehouden met de diverse maatschappelijke belangen. De kaders op hoofdlijnen ‘Focus op het 150kV-net’, is een van de kaders voor de nieuwe netstructuur voor 2035. Die afspraak heeft een flink aantal voordelen. Uitbreiding van het 150kV-net van TenneT kan de transportcapaciteit weer goed op niveau brengen – dat is tenslotte het doel van de hele operatie. Maar ook: daarmee zijn minder netuitbreidingen nodig, dan bij een aanpak vanuit het 50kV-net van Liander.

Deze keuze zorgt zo dus voor een kleinere ruimtelijke impact - enorm belangrijk in de stad. De 150kV-oplossing is bovendien robuuster en draagt dus bij aan de betrouwbaarheid van het net.

Versie 1.4, februari 2022

7

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Passend voor het elektriciteitsnet Voor zowel bestaande als nieuwe onderstations geldt dat deze aangesloten moeten zijn op het bestaande elektriciteitsnet en goed gespreid moeten worden over de stad. Die spreiding maakt het net robuuster en dus minder storingsgevoelig. Voor zowel bestaande als nieuwe onderstations geldt dat ze liefst dicht bij plekken liggen die veel vermogen vragen. Dan is minder transport nodig, en is er minder energieverlies. Beschikbare ruimte moet bovendien goed benut worden. Onderstations worden daarom uitgevoerd in het maximaal passend vermogen. De ruimte, zowel boven als onder de grond, is medebepalend voor de invulling van de netuitbreiding. Uitbreiden van bestaande locaties blijft daardoor vaak beperkt. Kleinere nieuwe stations zijn beter inpasbaar dan grote nieuwe stations, blijkt in de praktijk. Passend voor de stad Het is een uitdaging om in de stad geschikte locaties te vinden om nieuwe onderstations te bouwen. Ook omdat bij elk onderstation een kabelbed ligt met tientallen kabels die uitwaaieren, de wijken in. Relevante vragen daarbij zijn: • • • • •

Past een station in de gebiedsvisie van een locatie? Is de aanleg milieutechnisch en planologisch-juridisch haalbaar? Is de locatie tijdig beschikbaar? Wat zijn de kosten? Is er voor een station op een bepaalde plek voldoende draagvlak, politiek en maatschappelijk?

De gemeente let scherp op ruimtelijke inpasbaarheid. Zoals aan alle bouwwerken stelt de gemeente ruimtelijke kwaliteitseisen aan de elektriciteitsstations. De beleidskaders waaraan de gemeente bouwwerken al tijdens het planproces toetst, staan beschreven in hoofdstuk 3.4, Ruimtelijk beleid en ruimtelijke kwaliteit. Netbeheerders kijken met name naar technische inpasbaarheid, maakbaarheid en de mate waarin keuzes leiden tot oplossing van knelpunten. Ze bouwen zo compact mogelijk, maar ook dan is er ruimte nodig, zowel voor logistiek als voor de veiligheid van zowel medewerkers als omwonenden. Hoofdstuk 3.5, Bouwstenen netbeheerders, geeft daarover meer informatie. De relevante wet- en regelgeving voor uitbreiding van de elektriciteitshoofdstructuur staat in hoofdstuk 3.6. Bestaande stations uitbreiden, nieuwe stations plaatsen - kabels Om aan de groeiende vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen worden volgens de huidige plannen 12 van de 23 bestaande Amsterdamse onderstations uitgebreid en vernieuwd. Dat zijn 11 Liander-onderstations en 1 van TenneT. Twee TenneT-stations worden vervangen door stations met andere technische eigenschappen. Hierdoor ontstaat meer vermogen op minder ruimte. Daarnaast worden er in Amsterdam 29 nieuwe onderstations gerealiseerd, op – vooralsnog - 23 locaties. Op zes locaties wordt zowel een Liander- als een TenneT-onderstation gebouwd.

Op 11 locaties alleen een Liander-onderstation en op zes locaties alleen een TenneT-onderstation. Bij elk onderstation, zowel bestaand als nieuw, hoort ook de realisatie van tientallen nieuwe kabelverbindingen. Zie voor het overzicht de tabel in paragraaf 3.1.

Versie 1.4, februari 2022

8

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Op kaart De kaart in paragraaf 4.2 is een schets van de uit te breiden of te vernieuwen bestaande onderstations, zoekgebieden en de (voorkeurs-) locaties. Daarnaast is schematisch een indicatie weergegeven van nieuwe verbindingen. Per locatie wordt in de volgende fase onderzocht hoe de tracés moeten gaan lopen. Kan een tracé niet lopen zoals gepland, dan moet mogelijk de locatie van het onderstation aangepast worden. De omschrijving per stadsdeel in het Ontwikkelingskader (hoofdstuk 5) geeft meer detailinzicht in de lokale situaties: wat veroorzaakt lokaal de groeiende vraag naar elektriciteit, welke aanpassingen aan het elektriciteitsnet zijn nodig, waar en wanneer kunnen die aanpassingen worden aangelegd en hoe ver zijn de ontwikkelingen gevorderd? Soms is de locatie bekend en een nieuw station al in aanbouw, zoals op IJburg, soms is er alleen een zoekgebied in beeld. Bij elk stadsdeel is een voorlopige planning voor realisatie opgenomen. Zorgvuldige besluitvorming De verzwaring van het elektriciteitsnet van Amsterdam is een complexe puzzel. Alle elementen van het net hebben invloed op elkaar. Als een station niet gebouwd kan worden op een gewenste plek, dan heeft dat mogelijk gevolgen voor een naburig station of wellicht elders in het 150kV-net. De netontwikkeling heeft echter ook direct verband met nagenoeg alle andere vooruitgang in de stad.

Voor burgers en bedrijven, bewoners en bezoekers. Het is daarom van groot belang om de keuzes hierbij zeer zorgvuldig te maken. Het ontwikkelingskader EVA 2035 geeft daarom een breed overzicht van de opgave en biedt een richtinggevend ruimtelijk kader voor uitbreiding van de broodnodige elektriciteitsinfrastructuur.

Versie 1.4, februari 2022

9

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

2 Inleiding

2.1 Achtergrond Het energielandschap van Nederland verandert. Er ontstaat een steeds grotere druk op het elektriciteitsnet. Dat komt onder andere door de groei van steden, digitalisering en economische ontwikkelingen. Maar ook door verduurzaming van de maatschappij waarbij steeds meer energie duurzaam wordt opgewekt. Gevolg is dat de komende jaren de elektriciteitsinfrastructuur fors moeten worden uitgebreid en vernieuwd. Dat geldt voor heel Nederland, maar zeker ook voor Amsterdam. Een betrouwbaar energiesysteem is een randvoorwaarde voor nagenoeg alle andere ontwikkelingen, zoals bedrijfsuitbreidingen, woningbouw, realisatie van stedelijke voorzieningen en duurzame ambities als emissieloos vervoer. De vraag naar elektrisch vermogen wordt in 2050 drie tot vier keer groter dan nu, blijkt uit onderzoek dat netbeheerders TenneT en Liander en de gemeente Amsterdam gezamenlijk deden. Die groeiende vraag betekent dat ook de transportcapaciteit van het net moet groeien, om de elektriciteit die de stad nodig heeft, te kunnen vervoeren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de netbeheerders veel nieuwe elektriciteitsstations bouwen en bestaande stations aanpassen. En uiteraard nieuwe verbindingen leggen om alle stations goed met elkaar te verbinden. Allemaal terwijl het systeem gewoon in bedrijf blijft. Het leven in de stad gaat immers door; er moet altijd elektriciteit zijn.

Ten tijde van het schrijven van dit kader (najaar 2021) heeft Liander in diverse gebieden binnen de gemeente Amsterdam schaarste (congestie) aangekondigd. Het betekent dat de maximale capaciteit van het elektriciteitsnet is bereikt. Bij een nog hogere belasting van het net zouden er storingen ontstaan. De netbeheerder voorkomt dat door tijdelijk geen nieuwe klanten aan te sluiten en voor bestaande aansluitingen geen hogere transportcapaciteit toe te staan. Met als gevolg dat voorzieningen die bij gebiedsontwikkelingen horen geen aansluiting kunnen krijgen. Dat kan gaan om elektrische laadpalen, een school, supermarkt of sportcentrum. Het kan ook gaan om bestaande bedrijven die niet kunnen uitbreiden of nieuwe bedrijven die niet kunnen starten. Congestie kan zich voordoen in het Amsterdamse distributienet van Liander, maar ook in het landelijke transportnet van TenneT. Het is een vertragende factor voor de duurzaamheidsdoelen van het Klimaatakkoord en voor een klimaatneutraal Amsterdam. Het staat bovendien maatschappelijke en economische ambities en ontwikkelingen van de stad in de weg. Het is essentieel om op alle niveaus te werken aan verbetering van de situatie.

Versie 1.4, februari 2022

10

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Voor de korte termijn kunnen tijdelijke voorzieningen en slimmer omgaan met energie mogelijk uitkomst bieden. Op de langere termijn zijn structurele aanpassingen in het netwerk noodzakelijk. Dat betekent: aanpassen van bestaande infrastructuur en bijbouwen van nieuwe. Dit Ontwikkelingskader richt zich op deze langetermijnoplossingen.

Het transportnet van TenneT en Liander Dit Ontwikkelingskader gaat over de uitbreiding van het hoogspanningsnet (HS), ook wel het transportnet genoemd. Het (middenspannings-, MS) distributienet verdeelt de energie verder naar de eindgebruikers. Ook het aantal middenspanningsruimten in Amsterdam moet stevig worden uitgebreid. Voor deze opgave wordt een aparte uitvoeringsstrategie ontwikkeld door de gemeente Amsterdam en Liander.

Versie 1.4, februari 2022

11

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

2.2 Toelichting Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 Vooralsnog wordt het leeuwendeel van de realisatie van deze opgave verwacht in de periode van 2023–2028. Netbeheerders moeten overal in het land (en TenneT ook op zee en in delen van Duitsland) flink aan de slag om het elektriciteitsnet aan te passen, uit te breiden en te verzwaren. Daarnaast vergt het veel tijd om zorgvuldig de procedures te volgen die horen bij besluitvorming voor ruimtelijke en juridische afwegingen. Het landelijk tekort aan technisch personeel en schaarste aan materialen maakt de uitdaging compleet. Daarom zijn nu keuzes gemaakt en leggen we dit gezamenlijk vast. Het Ontwikkelingskader EVA 2035 De geambieerde stedelijke groei van Amsterdam en de energietransitie zijn voor de gemeente Amsterdam, Liander en TenneT aanleiding geweest voor het gezamenlijk opstellen van dit Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035, kortweg het Ontwikkelingskader EVA 2035. Het Ontwikkelingskader is het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van de hoofd elektriciteitsinfrastructuur in Amsterdam, voor de middellange termijn.

Het doel van het Ontwikkelingskader EVA 2035 is dat de gemeente Amsterdam, Liander en TenneT de gedeelde opgave vastleggen en de ruimtelijke kaders worden geschetst voor de vervanging, uitbreiding van de bestaande en de realisatie van nieuwe onderstations en de bijbehorende verbindingen. Het Ontwikkelingskader brengt de schaal van opgave in beeld en geeft ruimtelijk richting aan de zoeklocaties voor de nieuwe onderstations. Met het Ontwikkelingskader wordt ook beoogd een bijdrage te leveren aan een effectievere, snellere en efficiëntere ontwikkeling van de hoofd elektriciteitsinfrastructuur in de gemeente Amsterdam. Het Ontwikkelingskader EVA 2035 geeft niet overal antwoord op. Het is bijvoorbeeld: geen exact locatieonderzoek. Het geeft aantallen, zoekgebieden en indicatieve tracés weer, maar uitwerking daarvan vindt plaats in de reguliere planprocessen; • geen onderzoek naar de uitbreidingsmogelijkheden van de bestaande onderstations; • geen juridisch planologische verankering van definitieve locaties of hoofdkabeltracés. Dit gebeurt in de projecten die nog volgen op het Ontwikkelingskader. Er vindt heeft geen participatie plaatsgevonden over het kader zelf; dit vindt per locatie plaats bij de verdere planvorming. Bij de ruimtelijke afwegingen van de zoeklocaties is wel rekening gehouden met de diverse maatschappelijke belangen. •

Van de hoofd-elektriciteitsinfrastructuur die dit document beschrijft, liggen in bepaalde gebieden de locaties voor kabels of stations al vast. Voor andere gebieden zijn alleen zoekgebieden vastgesteld waarbinnen voorkeurslocaties moeten worden gezocht. Daar moeten de exacte locaties nog bepaald worden. Vervolgens moeten procedures, bijvoorbeeld voor een bestemmingsplan, worden gevolgd en vergunningen worden verleend.

Versie 1.4, februari 2022

12

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

2.3 Intensieve samenwerking Het uitbreiden en vervangen van de bestaande onderstations in de stad is een enorme uitdaging. Denk aan het zoeken naar locaties voor de bouw van meerdere nieuwe (onder-) stations, vinden van tracés voor de vele bijbehorende nieuwe kabelverbindingen én het verzwaren van bestaande verbindingen. Ruimte in de stad is schaars en er zijn vaak meerdere ruimteclaims voor hetzelfde stuk grond, zowel boven- als ondergronds. Vele functies moeten een plaats krijgen en vragen (extra) ruimte. Om deze opgave te faciliteren werken de gemeente Amsterdam en de netbeheerders intensief samen. Daardoor is inzicht ontstaan in de verwachte knelpunten in het elektriciteitsnetwerk. Maar ook het besef dat intensiveren van de samenwerking randvoorwaardelijk is om de knelpunten op te lossen en te komen tot een toekomstbestendig elektriciteitssysteem. De gemeente, TenneT en Liander doen dit door intensief samen te werken in de strategische ruimtelijke planvorming met als doel de benodigde infrastructuur te realiseren.

2.4 Uitvoeringsagenda 2021-2030 Het Ontwikkelingskader EVA 2035 schetst de gezamenlijke opgave en de ruimtelijke vertaling in de Amsterdamse gebieden voor de komende veertien jaar. Deze opgave zal per afzonderlijk onderstation, zowel nieuw als bestaand, en voor elke nieuwe en bestaande verbinding worden uitgewerkt in de uitvoeringsagenda. De uitvoeringsagenda moet als gezamenlijk sturings- en monitoringsinstrument om de voortgang te bewaken van de realisatie van de benodigde hoofdinfrastructuur voor het elektriciteitsnetwerk. De inhoud van de uitvoeringsagenda is dynamisch. Aangegeven wordt welke vervolgstappen nodig zijn om tot realisatie van de onderstations te komen.

2.5 Herijking van het Ontwikkelingskader EVA 2035 Herijking van het Ontwikkelingskader vindt in principe tweejaarlijks plaats, waarbij een koppeling wordt gelegd met een herijking van de Themastudie Elektriciteit Amsterdam, beschikbare gronden van de gemeente en met de investeringsplannen van de netbeheerders.

2.6 Financiële investering netbeheerders Het ontwerpen, de voorbereidingen en aanleg van deze netuitbreiding van de hoofdstructuur vraagt om een investering van 750 miljoen euro van Liander en 650 miljoen euro van TenneT, op basis van een eerste globale doorberekening. De grondaankopen, extra ruimtelijke inpassingseisen, voorbereidings- en plankosten etc. zijn in die inschatting niet opgenomen. Deze kostenraming betreft alleen het hoogspanningsdeel van de opgave.

Versie 1.4, februari 2022

13

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

3 Opgave, netstructuurvisie, verantwoordelijkheden en uitgangspunten

3.1 De opgave In 2019 is de Themastudie Elektriciteit Amsterdam (TSA 1.0) opgeleverd. Op basis van enkele scenario's is een inschatting gemaakt van het effect van de groei van de stad, de energietransitie en datacenters op het elektriciteitsnetwerk tot 2050. In 2021 is een nieuwe Themastudie (2.0) uitgevoerd omdat er sindsdien gemeentelijk beleid is vastgesteld, zoals de Regionale Energie Strategie, de Transitievisie Warmte en het Vestigingsbeleid Datacenters, dat ook impact heeft op het elektriciteitsnetwerk. De nieuwe gemeentelijke beleidsdoelstellingen zijn doorgerekend door Liander in het ‘Amsterdam Ambitie’ scenario. Daaruit blijkt dat in 2050 datacenters (19% van de netcapaciteit), nieuwbouw (16%) en mobiliteit (12%) de meeste impact hebben. Waar in de TSA 1.0 de focus lag op de impact op de onderstations, is in de TSA 2.0 ook de impact op het middenspanningsnet inzichtelijk gemaakt. Zo ontstaat een nog verfijnder beeld van de (ruimtelijke) impact op het elektriciteitsnetwerk. Daarnaast zijn er aanvullende analyses gedaan voor onder andere airco’s en elektrisch koken in de horeca. In de Themastudie 2.0 is ook onderzocht wat de impact kan zijn van de toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit. Daarnaast is gekeken naar de potentie van flexibiliteit in het energiesysteem, zoals slim laden van elektrische voertuigen.

Als er geen actie wordt ondernomen is ca.80% van de onderstations overbelast in 2030. Datzelfde geldt voor 25-60% van de middenspanningsruimten. In de studie wordt een laag-, midden- en hoog scenario beschreven. Die staan voor de mate waarin vermogensgroei wordt verwacht. Input voor de scenario’s zijn de ontwikkelingen op verschillende thema’s; de impact op het netwerk wordt bepaald door de optelsom van deze thema’s.

Versie 1.4, februari 2022

14

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Versie 1.4, februari 2022

15

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Vermogenstekorten per gemeentelijk gebied in 2050

3.2 Netstructuurvisie focus 150kV Het hoog-scenario van de TSA 2.0 is vertaald naar een ruimtelijke netstructuurvisie waarmee deze opgave kan worden ingevuld. Daarin wordt dus rekening gehouden met de ambities en ontwikkelingen in de tijd binnen de gemeente Amsterdam. De netstructuurvisie is een product van TenneT en Liander. Op basis hiervan nemen zij plannings- en investeringsbesluiten voor de uitbreiding van het netwerk. De sterk groeiende vermogensvraag van de komende jaren vraagt zowel vernieuwingen, uitbreidingen als aanpassingen van de huidige elektriciteitsinfrastructuur. De focus van de netstructuur ligt op het 150kV-netwerk van TenneT. Daarmee zijn er minder netuitbreidingen

Versie 1.4, februari 2022

16

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

nodig op zowel nieuwe als bestaande locaties dan bij een netstructuur die zich meer richt op het 50kV-netwerk van Liander. Deze keuze heeft de kleinste ruimtelijke impact, omdat er minder onderstations nodig zijn. Bovendien draagt een netvisie met focus op 150kV bij aan de robuustheid van het netwerk. De betrouwbaarheid wordt hoger en het effect bij uitval minder. Uitgangspunten bij het vinden van locaties voor nieuwe onderstations zijn: • • • •

Zoveel mogelijk aansluiten op het bestaande energienetwerk. Een spreiding van bestaande en nieuwe onderstations over de stad. Dichtbij de vermogensvraag om energieverlies te minimaliseren. Onderstations krijgen het maximale vermogen op een locatie, om de beschikbare ruimte zo effectief en efficiënt mogelijk te benutten.

De huidige netstructuur in Amsterdam

De ruimte is leidend in de netstructuurvisie, dat wil zeggen dat de boven- én ondergrondse ruimten bepalen met welke afmetingen de netuitbreiding gerealiseerd kan worden. Zo is geleerd uit de TSA 1.0 dat bestaande locaties niet of nauwelijks konden worden uitgebreid zoals bedacht was. Uit haalbaarheidsstudies van locatieonderzoeken blijkt steeds vaker dat er onvoldoende ruimte in de

Versie 1.4, februari 2022

17

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

ondergrond is voor het bijbehorende kabeltracé van het onderstation. Juist omdat de kabeltracés van stations tot 80/106 MVA minder breed zijn dan bij grotere stations, is er een grotere kans op ruimtelijke inpasbaarheid van stations tot 106 MVA en bijbehorend kabeltracés. De ondergrondse ruimte is dus vaak bepalend voor het maximaal te transporteren vermogen dat bovengronds wordt opgesteld. De verwachting is dat de volgende Liander-onderstations zowel boven- als ondergronds ingepast kunnen worden: 80 MVA (50/10kV), 106 MVA (150/10kV) en 160 MVA (150/20kV). Uitgaande van deze stations wordt voor netuitbreiding van Liander gekeken naar de optimale netinpassing en het maximaliseren van het aantal MVA’s/m2. Voldoende spreiding van stationslocaties zorgt ervoor dat er gemakkelijker voldoende netuitbreidingen gerealiseerd kunnen worden. Deze spreiding maakt het net ook robuuster en daarmee minder storingsgevoelig. Bij de netuitbreidingen die de komende vijf tot zeven jaar staan ingepland worden verder geen grote innovaties uitgewerkt. Voor de periode daarna start een gezamenlijk traject om te onderzoeken welke innovaties wenselijk en haalbaar zijn. Deze aanpak voorkomt vertraging; de grootste, urgentste knelpunten worden in de eerste vijf tot tien jaar aangepakt. Toelichting bij de netstructuurvisie

Netstructuurvisie voor 2035

Versie 1.4, februari 2022

18

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Dit voorlopig netontwerp van de netbeheerders is het vertrekpunt voor de uitbreiding van de hoofdinfrastructuur in de gemeente Amsterdam en omgeving, De uitgangspunten van het netontwerp vormen het vertrekpunt voor het proces voor het vaststellen van zoeklocaties. Het bijbehorende ruimtebeslag (m2) zal van dit netontwerp worden afgeleid. Indicaties hiervoor zijn te vinden in de schetsen van de standaardstations van Liander en TenneT (paragraaf 2.5). Zo is ook de geografische ligging voor de nieuwe locaties medebepalend op basis van de bestaande verzorgingsgebieden en ligging van de bestaande stations. Nadere studies zijn noodzakelijk om tot een definitief netontwerp te komen. Die initiëren de netbeheerders op basis van de afgesproken focus op een 150kV-net. In het voorgestelde netontwerp is nog geen rekening gehouden met ruimtelijke beperkingen, zowel boven- als ondergronds. Als een voorgestelde uitbreiding niet gerealiseerd kan worden, moet mogelijk op andere locaties netuitbreiding plaatsvinden.

3.3 Taken en verantwoordelijkheden TenneT, Liander en de gemeente Amsterdam hebben verschillende taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. In deze paragraaf worden ze beknopt beschreven. 1 Liander en TenneT Liander en TenneT opereren in een gereguleerde markt. Om keuzevrijheid mogelijk te maken is het beheer van de energienetten gescheiden van de activiteiten op de vrije energiemarkt: het produceren, verhandelen en leveren van energie. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) houdt toezicht en bepaalt het maximumtarief voor het transport van energie. Netbeheerders hebben geen directe concurrenten, want het zou te duur zijn om meerdere netten naast elkaar aan te leggen. Regionale netbeheerders, zoals Liander, werken daarom allemaal in een eigen regio en TenneT beheert het landelijk transportnet. Wel vergelijkt de ACM de prestaties van de netbeheerders onderling via de zogenoemde 'maatstafconcurrentie', zodat netbeheerders efficiënt blijven. Deze illustratie laat zien waar de grenzen liggen tussen laag-, midden- en hoogspanning. Er is een duidelijke afbakening tussen de verantwoordelijkheden van de Transport System Operator (TSO, TenneT) en de Distribution System Operator (DSO, in Amsterdam is dat Liander).

1 Meer informatie over de rollen en taken van de netbeheerders staat in het document: Basisdocument Energie

Infrastructuur van Netbeheer Nederland.

Versie 1.4, februari 2022

19

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Het hoog- en middenspanningsnet van TenneT en Liander

TenneT TenneT is in Nederland bij wet aangewezen als netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet (110 t/m 380kV) en van het net op zee. In die hoedanigheid is TenneT verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer van dit net. Het is de taak van deze Transport System Operator (TSO) om te zorgen voor een veilig en betrouwbaar transportnet. TenneT is ook in grote delen van Duitsland verantwoordelijk voor het hoogspanningsnet - zowel op land als op zee. TenneT sluit klanten aan die om een aansluiting van 100 MW en meer aanvragen2. Dit zijn bijvoorbeeld regionale netbeheerders (RNB’s) zoals Liander. Andere klanten zijn o.a. datacenters, grote wind- en zonneparken of sommige grote bedrijven. TenneT stelt tweejaarlijks een Investeringsplan op, waarin alle werkzaamheden voor de komende jaren worden benoemd en begroot. TenneT kijkt daarbij tien jaar vooruit. Per investering wordt een inhoudelijk en financieel voorstel geschreven. Bij goedkeuring wordt geld gereserveerd en kunnen stations en verbindingen worden gerealiseerd.

2 Bij een aansluitverzoek tussen 80 MW en 100 MW wordt overlegd tussen TenneT en RNB wat het meest geschikte

spanningsniveau is om aan te sluiten. Aansluitverzoeken lager dan 80 MW worden bij de RNB aangesloten.

Versie 1.4, februari 2022

20

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Onderstaande uitsnede van de netkaart toont de huidige situatie van het hoogspanningsnet in en rondom Amsterdam. Het landelijke 380kV-net is weergegeven in rood en het regionale 150kV-net in blauw (situatie juni 2021)3.

Hoogspanningsnet in en rondom Amsterdam Liander Liander is bij wet aangewezen als netbeheerder van het elektriciteits- en gasnet in zes regio’s, waaronder Amsterdam. Met onderstations wordt het hoogspanningsnet van TenneT aan het distributienet van Liander gekoppeld, en wordt 150kV teruggebracht naar 50, 20 of 10kV. Liander heeft twee hoofdtaken: beheren van de fysieke netinfrastructuur en faciliteren van de markt. Binnen de huidige wetgeving heeft Liander beperkte mogelijkheden om flexibel te zijn bij het ontsluiten bij klanten .

3 In (de regio) Amsterdam is geen 110- en 220kV-netwerk aanwezig.

Versie 1.4, februari 2022

21

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

In Amsterdam heeft Liander: • 480.000 Klanten met een elektriciteitsaansluiting. • 376.000 Klanten met een gasaansluiting. • €154 Miljoen aan investeringen in 2020. De strategische pijlers van Liander zijn: • Klanten helpen bij het maken van keuzes die goed zijn voor henzelf én voor het totale energiesysteem. • Investeren in nieuwe open netten voor warmte. • Digitaliseren om de netten beter te beheren, storingen te voorkomen of sneller op te sporen. En om veel gerichter te investeren in de netten. • Zorgen dat de energienetten tot de betrouwbaarste van de wereld blijven horen.

Versie 1.4, februari 2022

22

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Gemeente Amsterdam De gemeente Amsterdam is wegbeheerder en eigenaar van grond en infrastructuur in de openbare ruimte, zowel bovengronds als ondergronds. Vanuit deze rol stelt zij eisen aan wat er in de openbare ruimte mag. Daarnaast heeft de gemeente een regierol in de diverse gebiedsontwikkelingsprojecten in de stad. Ze stelt daarvoor gebiedsvisies op, maakt stedenbouwkundige plannen en zorgt voor de herinrichting van de openbare ruimte. De gemeente heeft veel grondposities binnen de gemeentegrenzen en geeft een deel van de grond (onder voorwaarden) in erfpacht uit. Verder heeft de gemeente de bevoegdheid tot het wijzigen van bestemmingsplanen; vanaf 2022 is deze bevoegdheid ondergebracht in de Omgevingswet. De omgevingsvisie Amsterdam 2050 vormt daarbij de leidraad voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De gemeente is verantwoordelijk voor de ruimtelijke afweging voor de inpassing van onderstations. Dit wordt vastgelegd in het bestemmingsplan of een ander instrument dat relevant is voor de gebiedsontwikkeling. De aard en omvang van een gebied - bestaand, herontwikkeling of gebiedsuitbreiding - bepaalt welk besluitvormingsproces gevolgd moet worden. In de uitvoeringsagenda wordt bepaald welke route per onderstation doorlopen moeten worden. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is de vergunningverlenende instantie, in opdracht van de gemeente Amsterdam.

De dienst toetst in vergunningstrajecten op aspecten als milieu en geluid.

Versie 1.4, februari 2022

23

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

3.4 Ruimtelijk beleid, ruimtelijke kwaliteit en energiebeleid Ruimtelijk beleid Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. De omgevingsvisie vormt tot 2050 de leidraad voor de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving binnen Amsterdam. Het vormt voor de gemeente Amsterdam een zelfbindend4 kader voor projecten, beleid en programma’s die betrekking hebben op die fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie heeft als doelen: richting geven aan de stedelijke groei, versnellen van transities en ruimte bieden aan initiatieven. De zoeklocaties voor netuitbreiding zijn ook in dit document aangegeven.

Visiekaart Amsterdam 2050 (uit Omgevingsvisie Amsterdam 2050)

4

Zelfbindend betekent dat de gemeente een Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (OVA2050) opstelt en bestuurlijk

vaststelt. Alle plannen, projecten, bouwinitiatieven en bestemmingsplanwijzigingen worden altijd getoetst aan de actuele omgevingsvisie.

Versie 1.4, februari 2022

24

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

In hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt de visie op het energie- en warmtesysteem geschetst: met de groei van de stad groeit ook de vraag naar elektriciteit en warmte. Amsterdam wil zo veel mogelijk schone energie opwekken en opslaan op eigen grondgebied en slim gebruik maken van nieuwe en bestaande warmtebronnen. Door zonnepanelen op grote en kleine daken, en door windturbines. Dat zijn op dit moment de meest bewezen technieken voor grootschalige opwekking, de inzet ervan is afgesproken in het Nationaal Klimaatakkoord. Hoe en waar deze toepassingen gerealiseerd worden is onderdeel van de ruimtelijke opgaven die op de stad afkomen. Een robuust elektriciteits- en warmtesysteem vraagt om een slimme boven- en ondergrondse inpassing. Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit bouwwerken en openbare ruimte Bij de verdere ontwikkeling van de elektriciteitsinfrastructuur in Amsterdam werken de gemeente, TenneT en Liander samen aan een passende ruimtelijke kwaliteit en inpassing in de openbare ruimte van de uit te breiden en nieuw te bouwen onderstations, en de inpassing van nieuwe kabelverbindingen. Bij de ondergrondse opgave, de tracébepaling van nieuwe kabelverbindingen, houden partijen in nieuwbouw-/transformatiegebieden rekening met de bestaande of geplande openbare ruimte en andere (geplande) ondergrondse kabels en leidingen.

Zo kan bijvoorbeeld het behoud van rijen waardevolle bomen in straten, of een nog aan te planten bomenrij in een nieuwbouw- of transformatiegebied leidend zijn bij het bepalen van nieuwe kabeltracés. Hiervoor wordt de zogenaamde WIOR-procedure gevolgd, wat staat voor Werken In De Openbare Ruimte. Gelet op de drukte in de Amsterdamse ondergrond heeft het de voorkeur dat de netbeheerders en de gemeente reeds in een vroeg stadium overleggen over de ligging van de nieuwe kabelverbindingen. De bovengrondse opgave, zoals in dit Ontwikkelingskader opgenomen, gaat met name over de uit te breiden en nieuw te realiseren onderstations in de stad. Zoals aan alle bouwwerken stelt de gemeente Amsterdam ruimtelijke kwaliteitseisen aan deze objecten. Ruimtelijke kwaliteit onderstations De gemeente toetst tijdens het planproces de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe of uit te breiden bouwwerken (aan de hand van het bouwplan) op een aantal niveaus. De kwaliteitsnormen kunnen per gebied verschillen. De toetsing wordt gedaan aan de hand van een aantal beleidsmatige kaders: 1. De Welstandnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’. Daarin onderscheidt Amsterdam algemene welstandscriteria, een aantal welstandsniveaus en welstandgebieden met specifieke criteria. De welstandsniveaus zijn: 1. Beschermd (grofweg de historische binnenstad, Zuid van Berlage en de tuindorpen in Noord).

Versie 1.4, februari 2022

25

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

2. Bijzonder (de 19e-eeuwse gordel, Zuid, Buitenveldert, IJburg, landelijk Noord en diverse specifieke andere buurten in de stad). 3. Gewoon (grote delen van Nieuw West, Noord en Zuidoost). 4. Eenvoudig (grote delen van het havengebied). 5. Vrij (werkgebied Sloterdijk III). Daarnaast worden 17 welstandsgebieden onderscheiden in de welstandsnota. Per welstandsgebied gelden ook nog specifieke welstandscriteria behorend bij de ruimtelijke karakteristiek van dat gebied. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit verzorgt de toets aan de Welstandnota. Deze commissie is onafhankelijk en aangesteld door de gemeente om op ruimtelijke kwaliteit te toetsen, voorafgaand aan de verstrekking van de bouw- en omgevingsvergunningen. 2. De ruimtelijke eisen uit het bestemmingsplan, de gebiedsvisie, het stedenbouwkundig plan, en/of beeldkwaliteitsplan. Deze zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De ruimtelijke eisen kunnen behalve op het bouwwerk ook betrekking hebben op de erfafscheiding/hekwerk/poort, inrichting van de buitenruimte, vergroeningseisen of andere eisen voor duurzaamheid. Eén en ander is altijd gerelateerd aan de omgeving en in grote mate afhankelijk van de technische haalbaarheid. De toetsing wordt uitgevoerd door een stedenbouwkundige/planoloog en/of een kwaliteitsteam/supervisor. 3.

De ruimtelijke eisen van een bouwenvelop (of kavelpaspoort) of ruimtelijk programma van eisen, veelal als uitwerking van het stedenbouwkundig plan of in stedenbouwkundige context. De eisen worden op hun beurt vastgelegd als onderdeel van een erfpacht- of anterieure overeenkomst tussen de gemeente Amsterdam en de private partijen. Dat kan als de gemeente de grond in eigendom heeft c.q. de grond in erfpacht kan uitgeven. Een projectteam verzorgt deze toets. Standaard modulaire onderstations en ruimtelijke kwaliteitsniveaus Netbeheerders TenneT en Liander ontwikkelen nieuwe onderstations en uitbreidingen van bestaande onderstations op basis van standaard modulaire gebouw- en terreinontwerpen. De architectonische ontwerpen van deze onderstations worden voorafgaand aan de verstrekking van de omgevingsvergunning door de gemeente Amsterdam getoetst, zoals hiervoor beschreven. In grote delen van het havengebied (buiten de Ring A10) en werkgebied Sloterdijk III (welstandsvrij), kunnen de standaard modules van de netbeheerders vrij makkelijk worden omgezet in een architectonisch ontwerp met een eenvoudig ruimtelijk kwaliteitsniveau. In de rest van de stad en in transformatiegebieden wordt meer gevraagd van het architectonisch ontwerp, altijd afhankelijk van de ruimtelijke context.

Met name in de historische en vooroorlogse wijken en buurten van de stad, maar ook op IJburg, wordt een hoog kwaliteitsniveau geëist. Hoewel het niet verplicht is, adviseert de gemeente voor bepaalde gebieden een architect in te schakelen, omdat de gemeente dit als een belangrijke conditie voor ruimtelijke kwaliteit ziet. Bij de

Versie 1.4, februari 2022

26

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

ontwikkeling van een nieuw Liander-onderstation en een nieuw TenneT-onderstation op één locatie, direct naast elkaar, heeft de gemeente een nadrukkelijke voorkeur voor de keuze van één gezamenlijke architect. Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied (CES NZKG) In het Noordzeekanaalgebied werken overheden, waaronder de gemeente Amsterdam, energiepartijen en bedrijfsleven samen aan het realiseren van de regionale verduurzamingsambities. Het Cluster Energie Strategie (CES) NZKG, zoals vastgesteld in september 2021, geeft een overzicht van de gezamenlijke koers waar de regio op in zet en welke energie-infrastructuur hiervoor nodig is. Het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk wordt benoemd als benodigde energie-infrastructuur van nationaal belang. In het CES zijn acht projecten genoemd van 150 KV of hoger die ook in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) zijn opgenomen: 1. Nieuw 380/150kV-station (Beverwijk-Vijfhuizen, op een nader te bepalen locatie ten zuiden van het Noordzeekanaal) 2. Twee nieuwe 150kV stations in het Westelijk havengebied (incl. 150kV-verbindingen) 3. Vervanging en uitbreiding huidig 150kVstation Hemweg 4. Uitbreiden 380kV-station Oostzaan met een vierde 380/150kV-transformator (incl. verzwaren 150kV-verbinding Hemweg - Oostzaan) 5. Netuitbreiding (380kV) kop van Noord-Holland 6. Nieuw 150kV-station Oostzaan 7.

Nieuw 150kV-station Beverwijk (incl. nieuwe 150kV-kabelverbinding Beverwijk - Oterleek en nieuwe 380/150kV-transformator in Beverwijk) Het nieuwe 380kV/150kV station Beverwijk – Vijfhuizen (nr 1) en de uitbreiding van het 380/150kV station Oostzaan (nr 4) zijn randvoorwaardelijk voor de verzwaring van het elektriciteitsnet van Amsterdam. Verder zijn de voor Amsterdam genoemde projecten - twee nieuwe stations in het Westelijk havengebied (nr 2) en vervanging en uitbreiding van huidig station Hemweg (nr 3) - ook onderdeel van het Ontwikkelingskader EVA 2035. Meerkosten ruimtelijke inpassing Het streven is dat er in de loop van de tijd een doorontwikkeling van de diverse ruimtelijke modules van de onderstations voor de verschillende ruimtelijke kwaliteitsniveaus plaatsvindt, zodat onderstations steeds efficiënter ontworpen en gebouwd kunnen worden. Liander heeft een modulaire bouwsteen met een aantal keuzeopties voor haar onderstations ontwikkeld. Zie paragraaf 2.5.1. Deze modulaire bouwstenen vormen een goede basis voor het architectonisch ontwerp, dat afhankelijk van locatie en omgeving wordt uitgewerkt.

Versie 1.4, februari 2022

27

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Over de eventuele meerkosten van een hoger ruimtelijk kwaliteitsniveau worden generieke afspraken gemaakt tussen de netbeheerders en de gemeente Amsterdam. De ervaringen die hiervoor zijn opgedaan bij realisatie van een aantal recente en geplande onderstations, bieden hiervoor de basis.

3.5 Uitgangspunten netbeheerders Het uitgangspunt is dat de netbeheerders zo compact mogelijk bouwen, maar daar zitten ook grenzen aan. Er is ruimte nodig voor toegang tot de installaties en om de veiligheid van zowel collega’s als de omgeving te waarborgen. Liander-onderstation en verbindingen De benodigde ruimte voor een Liander-onderstation is gemiddeld 3.200 m2. Integraal onderdeel van een onderstation zijn de kabelverbindingen. De kabels die uit onderstation vertrekken gaan met een breedte van zo’n 27 meter richting het volgende aanknopingspunt en station in het net. Netbeheer Nederland schetst in onderstaand schema hoeveel ruimte de elektriciteitsinfrastructuur op de verschillende schalen nodig heeft. Het geeft een generiek beeld, in stedelijk gebied vraagt de inpasbaarheid doorgaans maatwerk. Bij het schema is de volgende toelichting van belang: Het aangegeven ruimtebeslag, de doorlooptijd en de kosten zijn indicatief Doorlooptijden geven een indicatie van de realisatietijd. Gemeenten en provincies kunnen hun procedures zo inrichten dat doorlooptijden korter of langer worden. Dat geldt ook voor vergunningen van derden, zoals Waterschappen, ProRail, etc. • In het algemeen geldt dat in stedelijk gebied de doorlooptijden aanzienlijk langer zijn dan in landelijk gebied.

Als er naast een nieuwe installatie ook nieuwe kabeltracés nodig zijn, dan kunnen doorlooptijden toenemen. • Ook het aansluiten van een relatief klein project kan ertoe leiden dat op een andere plek in het elektriciteitsnet aanpassingen moeten worden gedaan. Deze situatie is niet meegenomen in de kengetallen. • Investeringen in elektriciteitsnetten worden verdeeld over iedereen met een aansluiting en worden via de periodieke tarieven betaald (vastrecht en transporttarief). Een deel van de aansluitkosten komt terecht bij de aanvrager. • In het kader van veiligheid worden minimumafstanden gehanteerd tot installaties, lijnen en kabels. Lijnen, kabels en stations moeten op een minimumafstand liggen van bijvoorbeeld woningen. Deze afstanden zijn niet meegenomen in dit overzicht.

Versie 1.4, februari 2022

28

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Kosten van een HS, MS of LS-station in ruimte, tijd en geld

Versie 1.4, februari 2022

29

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Ruimte voor veiligheid en beheer De bovengrondse ruimte is nodig voor componenten die elektriciteit van een hoge naar een lagere spanning omzetten. Deze componenten moeten altijd veilig geplaatst zijn, maar ook toegankelijk blijven voor reparaties, onderhoud en uiteraard bij calamiteiten. Bovendien moet er extra ruimte beschikbaar blijven om bij calamiteiten noodvoorzieningen te kunnen plaatsen. Het gaat daarbij doorgaans om grote componenten. Er is binnenruimte nodig om die te verwisselen en voldoende buitenruimte voor de logistiek. De ruimtelijke inpasbaarheid van stations is voor de netbeheerder afhankelijk van veel factoren. Zo zijn aspecten als bereikbaarheid (logistiek en voor hulpdiensten), vluchtroutes, kabeltracé, water/bomen, omgeving (gevaarlijke en gevoelige bestemmingen) etc. van invloed op de ruimtelijke inpassing. In de praktijk betekent dit dat locaties langs bijvoorbeeld een snelweg, spoorbaan, omgeven door water of een locatie met hoge gebouwen en diepe kelders, een lagere haalbaarheidskans hebben. Onderstaande tabel geeft een indicatie van het benodigde oppervlak (boven- en ondergronds) voor Liander-stations, maar moet per locatie beoordeeld te worden. Stationslocaties voor het TenneTdeel zijn maatwerk. Verder is er ook ruimte nodig voor de kabels waarmee het onderstation aangesloten wordt.

Op de kabels mag niet gebouwd worden; bij storing moeten monteurs ze kunnen blootleggen en repareren.

Indicatief ruimtebeslag stations Liander (l x b x h) incl. kabeltracés Model

Configuratie Ruimte beslag gebouw (m)

Benodigd terrein (m)

50/10kV

80MVA

16,3 x 51,2 x 5,0

40,3 x 69,2

Max afgaande verbindingen 44 (2x22)

150/10kV

106MVA

17,9 x 57,7 x 6,0

41,9 x 73,2

54 (2x27)

Tracé-breedte afgaande verbindingen 22m + 3m voedende 50kV kabels 27m

150/20kV

160MVA

20,0 x 59,3 x 6,5

44,0 x 77,3

40 (2x20)

20m

Versie 1.4, februari 2022

30

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Afmetingen 80MVA |(50/10kV) onderstation van Liander, exclusief het TenneT gedeelte

Afmetingen 106MVA (150/10kV) onderstation van Liander, exclusief het TenneT gedeelte

Versie 1.4, februari 2022

31

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Afmetingen 160MVA (150/20kV) onderstation van Liander, exclusief het TenneT gedeelte

In de zoektocht naar geschikte locaties voor een nieuw onderstation of uitbreiding van een bestaand onderstation, spelen de volgende factoren een rol in de afweging bij de netbeheerder: • • • • •

De technische inpasbaarheid en haalbaarheid. De bijdrage aan de robuustheid van het werk. De spreiding van de onderstations over de voedingsgebieden. Nabijheid van de vermogensvraag, waardoor kabeltracés korter kunnen blijven. De maatschappelijke kosten.

Versie 1.4, februari 2022

32

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

TenneT-station en verbindingen TenneT kan verschillende typen installaties plaatsen. Voorgesorteerd wordt op de bouw van veel GIS (gesloten) installaties doordat slechts weinig grond feitelijk beschikbaar is of wordt gesteld. Gelet op de huidige stand der techniek is op dit moment geen ander gas beschikbaar dan Sf6. TenneT vraagt hier aandacht voor te hebben en dit te respecteren. Een andere optie is dat meer grond beschikbaar komt en een ander type installatie kan worden gebouwd (te weten AIS/openinstallatie). Op het station zelf worden vele kabels gelegd om het station te kunnen laten functioneren zoals het ontworpen wordt. Hieronder is een voorbeeld ingevoegd van een GIS-station waar dit duidelijker is afgebeeld. Te zien is hierop dat de kabels op minimaal 2 meter afstand van elkaar dienen te liggen op het stationsterrein en buiten het gebouw (i.v.m. veldbreedte GIS installatie).

TenneT onderstation

Versie 1.4, februari 2022

33

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

Kabelverbindingen De richtlijn voor de dwarsdoorsnede van het kabelbed is hieronder in de figuren weergegeven. De doorsnede van het kabelbed tijdens installatie is niet weergegeven en moet hierop worden afgestemd, zoals bijvoorbeeld het talud. Bij meerdere circuits parallel moet rekening te worden gehouden met een optimale volgorde van de fasen om het uitstralende magnetische veld naar de omgeving maximaal te reduceren. Deze optimale volgorde van fasen zorgt er tevens voor dat bij meerdere circuits in bedrijf de geïnduceerde spanningen op de kabelmantels het laagst zijn.

Kosten verbinding in ruimte, tijd en geld

In bovenstaand schema geeft Netbeheer Nederland aan wat de ruimtelijke impact, doorlooptijden

Versie 1.4, februari 2022

34

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

en kosten zijn van de aanleg van de kabelverbindingen, in laag-, midden-, tussen- en hoogspanning, LS, MS, TS, HS. In algemene zin gelden hiervoor dezelfde aandachtspunten als bij de indicatoren voor de bovengrondse bouwwerken voor het elektriciteitsnetwerk.

3.6 Wet- en regelgeving en overige relevante kaders Inleiding In deze paragraaf wordt globaal aangegeven welke mogelijke omgevingsaspecten van belang zijn bij het verlenen van de nodige vergunningen en toestemmingen voor de bouw van de onderstations. Vanwege de relatie met aan te leggen hoogspanningsverbindingen zijn ook hiervoor enkele aandachtspunten opgenomen. Daarna wordt kort ingegaan op milieuaspecten die betrekking hebben op de inrichting en de installaties zelf. Tenslotte volgt de conclusie. Dit alles gebaseerd op wet- en regelgeving zoals die op dit moment (begin 2022) geldt. Voor als de Omgevingswet in werking treedt, kan ook de Staalkaart Netbeheer Nederland ‘Elektriciteit en Gas in het Omgevingsplan’ (januari 2022) helpen inzake vraagstukken rondom de inpassing van energie-infrastructuur. De staalkaart is door de netbeheerders van Nederland opgesteld voor gemeenteraden. Deze staalkaart is een juridisch hulpmiddel bij het versnellen van de ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur, zowel boven- als ondergronds. Bedoeling van de staalkaart ‘Elektriciteit en Gas in het Omgevingsplan’ van de netbeheerders is om de beleidsmedewerkers tijd te besparen in de toch al complexe procedures.

In de eerste plaats bevat de staalkaart informatie over de energie-infrastructuur die gemeenten helpt bij het stellen van omgevingsvisiedoelen voor de energievoorziening, gekoppeld bijvoorbeeld aan de RES’en (Regionale Energie Strategieën). Ten tweede beschrijft de staalkaart praktisch waar gemeenten bij het vaststellen van een omgevingsplan rekening mee moeten houden. Denk aan zaken als geluidsbelasting en magneetvelden. De staalkaart zal steeds aangepast worden aan de kennis en ervaring die gemeenten en netbeheerders gaan opdoen met de Omgevingswet. De staalkaart van de netbeheerders staat overigens los van de staalkaarten die de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) ontwikkelt. Die hebben betrekking op gebiedstypen – onder andere bedrijventerreinen – waar de netbeheerstaalkaart specifiek gaat over energie-infrastructuur. Regelgeving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is geregeld dat voor de bouw en ingebruikname van inrichtingen een omgevingsvergunning nodig is. In het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn hier nadere regels over gesteld en zijn gevallen aangewezen waarvoor de vergunningplicht in bepaalde gevallen niet geldt.

Versie 1.4, februari 2022

35

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

In het navolgende wordt eerst ingegaan op de omgevingsvergunning voor het inwerking hebben van een inrichting (milieu) en daarna op de omgevingsvergunning voor het bouwen en planologisch gebruik (ruimtelijk ordening). Wet milieubeheer Inrichting Wet Milieubeheer Voor de beoordeling van de vergunningplicht is de Wabo en de Wet milieubeheer van belang. In het Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer (Activiteitenbesluit) worden inrichten onderscheiden in een type A, type B en type C inrichting. Een type A inrichting is de lichtste categorie, bijvoorbeeld kantoren en schoolgebouwen. Type C inrichtingen betreffen de categorie inrichtingen waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (milieuvergunning), moet worden gevraagd. Type B inrichtingen zijn inrichtingen die niet als type A of type C zijn aangewezen. Voor een type B inrichting is geen milieuvergunning nodig en kan worden volstaan met een melding of een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM). Onderstation, type C inrichting Een onderstation met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA en meer, waarbij de transformatoren niet in een gesloten gebouw zijn geplaatst, vereist een milieuvergunning en wordt aangemerkt als een inrichting type C. Een dergelijke inrichting is ook een grote lawaaimaker in de zin van de Wet geluidhinder.

Op dit moment ziet het er naar uit dat er slechts enkele van dergelijke onderstations in het Westelijk Havengebied van Amsterdam worden voorzien. Voor een type C inrichting is een omgevingsvergunning (milieuactiviteit) noodzakelijk. Ook moet rond het terrein van het transformatorstation een geluidszone (grote lawaaimaker, industrie, op gezoneerde bedrijventerreinen) worden gelegd. De geluidszone vormt het toetsingskader voor het geluid. De geluidbelasting op de buitenste grens van de zone mag niet hoger zijn de 50dB(A). Indien het nodig is rond het terrein een nieuwe zone vast te leggen of een bestaande zone te wijzigen, wordt hiervoor een bestemmingplan opgesteld. Het bestemmingsplan moet voldoen aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening. Het vergroten van de zone kan gevolgen hebben voor geluidgevoelige gebouwen in het bestaande en het nieuwe deel van de geluidzone. Bij de beoordeling van het geluid van inrichtingen wordt de Handleiding Industrielawaai toegepast. Onderstation, type B inrichting In Amsterdam kan een te bouwen onderstation ook worden aangemerkt als type B inrichting. Hiervoor is geen milieuvergunning noodzakelijk. Er moet een melding bij het bevoegd gezag worden gedaan en er kan een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig zijn. In dit geval is een OBM nodig als er sprake is van activiteiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is.

Hierop wordt later ingegaan.

Versie 1.4, februari 2022

36

Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11344548/2