Ontwerpbegroting 2027-2030 - versie 260302 DB en zienswijze.pdf
Tekst van het document
In 2026 werkten we aan plannen om deze doorontwikkeling van het ov-systeem verder in te richten, voor de korte, middellange en langere termijn. Dit deden we door op een aantal vlakken eerst in te zetten op meer grip en sturing op het toekomstperspectief binnen onze contracten. Ook kijken we naar de verschillen tussen de nu geplande ontwikkelingen, en wat daarbovenop nog nodig is. In stappen werken we zo toe naar de maximale bijdrage aan onze strategische doelen voor 2050. Voor het eerst laten we dit per subprogamma ook duidelijker zien in de begroting, en geven we aan welke brede welvaartsdoelen van de Vervoerregio dit bijdraagt. In de bestuursrapportages houden we de regioraad op de hoogte van de voortgang. Voorgenomen korting BDU In de Kadernota 2027 schreven we dat er in ieder geval voor het begrotingsjaar 2027 een afspraak is gemaakt over de BDU-bezuiniging. Deze afspraak houdt in dat 1/3e deel van de oorspronkelijke korting uit het ovsysteem komt. Dat doet, eenmalig, pijn. We verdelen deze pijn zodanig, dat die op straat nog geen directe invloed heeft. We dekken daarvoor € 18 miljoen van de bezuiniging uit het Ontwikkelfonds ov. Dit wordt gevuld door bijvoorbeeld boetes en minderwerkverrekening binnen de concessies, en door de intensivering ov uit de Kadernota 2026.
Daarmee zetten we deze € 18 miljoen in voor instandhouding van het aanbod, ten koste van uitbreidingen die óók nodig zijn. Behouden wat we nu hebben vinden we namelijk essentiëler dan een eenmalige korting op budget voor doorontwikkeling. De focus op herstel en doorontwikkeling van het ov blijft echter ongewijzigd en het geld is meer dan nodig. Gelukkig leidt de in de laatste maanden van 2025 aangenomen motie De Hoop, Grinwis en Kent in de Tweede Kamer waarschijnlijk tot een extra rijksbijdrage in 2026 en 2027 van in totaal ruim € 20 miljoen. Als het mogelijk is, willen we dit geld in eerste instantie gebruiken om de eenmalige onttrekking uit het Ontwikkelfonds ov te compenseren. Dat betekent dat we deze eenmalige verschraling op ons ov, waar we in de Kadernota 2027 nog op moesten voorsorteren, ongedaan wordt gemaakt. Omdat de exacte bedragen en voorwaarden nog niet bekend zijn, zijn de gevolgen van de motie De Hoop, Grinwis en Kent niet meegenomen in deze begroting. Wij hopen u in een van de bestuursrapportages in 2026 te kunnen informeren dat de onttrekking uit het Ontwikkelfonds ov dankzij deze motie teruggedraaid kan worden. Om het andere 1/3e deel van de bezuiniging in 2027 te dekken in lijn met de met het Rijk gemaakte afspraak, is in de kadernota 2027 ook besloten om een aantal kleine optimalisaties in de meerjarenbegroting door te voeren.
Dit betekent voor de subprogramma’s concessies en AMRI in totaal voor de jaren 2027 tot en met 2032 een bedrag van € 1,4 miljoen per jaar en voor de jaren 2033 tot en met 2037 € 0,9 miljoen per jaar. Dit heeft geen effect op straat: het betreft lagere reserveringen en kleine kostenverlagingen op monitoring die we in de begroting verwerken.
pagina 28 van 86
Migratie naar OVpay en meer uniformiteit in de reisproducten voor doelgroepen In 2027 worden er geen reisproducten of abonnementen meer aangeboden op de OV-chipkaart maar stappen wij in onze regio al volledig over op OVpay. Op basis van de uitkomsten van de lopende studie ‘Vernieuwing tariefsysteem’ voeren we een nieuw Vervoerregio-breed reisproduct in voor verschillende doelgroepen dat aansluit bij het dan geldende Landelijk Tarievenkader. Het doel is om het ov voor alle doelgroepen betaalbaar te houden en de verschillen tussen onze concessies te verminderen. Eerder namen we al het besluit om de hoge indexatie voor het jaar 2024 structureel niet toe te passen in de tarieven voor onze reizigers. Voor onze toekomstige reisproducten voor doelgroepen is budget gereserveerd. Met deze nieuwe aanpakstreven we naar een waarneembare positieve ontwikkeling op het strategische beleidsdoel ‘betaalbaarheid van het mobiliteitssysteem’. De overgang naar OVpay gebeurt onder regie van de vervoerders via Translink, het bedrijf achter OVchipkaart en OVpay. De vervoerders doen jaarlijks tariefvoorstellen die door de Vervoerregio worden getoetst en vastgesteld in een tariefbesluit per concessie. Voor de ambitie naar meer uniformiteit in reisproducten voor doelgroepen ligt een duidelijke regierol bij de Vervoerregio.
Het gaat hierbij om het ontwikkelen en implementeren van een Vervoerregio-brede tariefmaatregel per 1 januari 2027, samen met de vervoerders en gemeenten. Sociale Veiligheid openbaar vervoer In 2027 willen we dat de veiligheidsbeleving van reizigers groeit, zodat meer mensen het ov weten te vinden. Het uiteindelijke doel is dat steeds minder mensen zich door gevoelens van onveiligheid laten tegenhouden het ov te nemen. De veiligheidsbeleving van mensen wordt in belangrijke mate bepaald door de contacten die zij onderweg hebben. Zo heeft het tegenkomen van toezichthoudend personeel vaak een positief effect, omdat dit vertrouwen geeft. Dit wordt tenietgedaan als er veel incidenten plaatsvinden en/of mensen getuige of slachtoffer zijn van overtreding van regels. Het is dus belangrijk om veiligheidspersoneel in te zetten op plekken waar het nodig is en waar gezien worden het meeste bijdraagt aan veiligheidsbeleving en voorkoming van incidenten. We noemen dit informatie-gestuurde inzet. Dit is onze focus voor al onze concessies in 2027, omdat het essentieel is voor de veiligheidsbeleving. Om de informatie waarop gestuurd kan worden te verbeteren zijn een aantal recente ontwikkelingen relevant, zoals ook beschreven in de eerste bestuursrapportage 2026.
Deze ontwikkelingen stellen onze vervoerders in staat meer informatie-gestuurd te werken en zo ook meer bij te dragen aan de veiligheidsbeleving. We willen dat onze vervoerders dit in 2027 benutten, in het kort: De Monitor Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer (MSVOV, een jaarlijks onderzoek dat vooralsnog enkel in de concessie Amsterdam werd afgenomen), is eind 2025 voor het eerst ook in het gebied van de concessie Zaanstreek-Waterland en Amstelland-Meerlanden uitgevoerd. De resultaten zijn in april 2026 bekend en vormen sturingsinformatie voor ons, de vervoerders (en specifiek hun plannen voor 2027) en andere veiligheidspartners. In mei 2026 gaat het WhatsApp Meldnummer van de Vervoerregio Amsterdam live. Dit betekent dat reizigers binnen de vervoerregio laagdrempelig meldingen kunnen doen van incidenten, waardoor wij en de vervoerders meer inzicht krijgen in trends en zogenoemde hot-times en hot-spots: we zien waar en wanneer incidenten zich (vaker) voordoen. Met die informatie kan gerichter een plan worden gemaakt. De meldingen worden niet direct opgevolgd. Hiervoor blijft het nodig de chauffeur te waarschuwen of zelf de politie te bellen.
Specifiek voor de concessie Amsterdam geldt dat GVB in het programma ‘ov Sociale Veiligheid’ werkt aan het anders invullen van taken en verantwoordelijkheden van de verschillende groepen personeel die betrokken zijn bij de veiligheid in het ov. Daarnaast is er in 2027 naar verwachting meer personeel beschikbaar. Ook is er een nieuwe meetmethodiek voor niet betalende reizigers, waarmee straks meer gecontroleerd kan worden, op plaatsen waar dit het hardst nodig is. In aanloop naar en gedurende 2027 worden deze drie componenten samengevoegd. De pakkans van overtreders wordt groter, en de kans dat reizigers het toezichthoudende personeel tegenkomen wordt ook groter. Deze zaken dragen bij aan het veiligheidsgevoel van reizigers in het ov.
pagina 29 van 86
Ieder jaar leveren onze vervoerders een Actieplan Sociale Veiligheid in bij de Vervoerregio. In dat plan staan doelen geformuleerd die moeten bijdragen aan bevordering van de veiligheidsgevoelens van reizigers en medewerkers. In de contractbeheergesprekken en bij het beoordelen van de plannen en rapportages daarover, heeft de contractbeheerder sociale veiligheid van de Vervoerregio extra aandacht voor die doelen. Omdat onze focus dit jaar op informatie-gestuurde inzet ligt, vragen wij onze vervoerders om in het jaarplan voor 2027 specifieke jaardoelen te formuleren die de mate waarin informatie-gestuurd ingezet wordt doet groeien en verbeteren. Vanaf 2028 gaat het nieuwe boa-bestel (regelgeving rondom Buitengewoon Opsporingsambtenaren) in werking. Dit betekent dat er veranderingen komen in de bevoegdheden van de boa's (buitengewoon opsporingsambtenaren, handhavers) die in het ov werken. Daarbij veranderen er verantwoordelijkheden van de organisaties die boa's in dienst hebben. Zij krijgen meer verantwoordelijkheid en moeten bijvoorbeeld ook zelf arrestantenvervoer gaan regelen. Dit vergt enige voorbereiding van ons en de vervoerders. Deze vindt in 2026 en (de jaarplannen van) 2027 plaats. Als er gevolgen zijn voor de haalbaarheid van onze doelen, komen wij hier in volgende bestuursrapportages op terug.
pagina 30 van 86
CONCESSIE AMSTERDAM Exploitatie ov-netwerk concessie Amsterdam Op 30 juni 2025 heeft de Vervoerregio de concessie Amsterdam 2025 verleend aan GVB. GVB verzorgt het openbaar vervoer per metro, tram en bus in het concessiegebied dat bestaat uit de gemeenten Amsterdam, Diemen en Ouder-Amstel en belangrijke uitlopers naar Amstelveen en Uithoorn. De concessie Amsterdam 2025 is gebaseerd op een Programma van Eisen (PvE) dat aansluit bij het beleidskader door zich te richten op een inclusief, aantrekkelijk, veilig en duurzaam ov-systeem dat past bij haar omgeving. De komende elf jaar groeit het openbaar vervoer in omvang en verandert het netwerk om beter aan te sluiten bij deze beleidsdoelen. Bij de realisatie van de groei kampt GVB, net als de rest van de ov-sector, met grote uitdagingen. Personeelstekort, veranderd reizigersgedrag, de gevolgen van geopolitieke en maatschappelijke ontwikkelingen en de vele ingrijpende werkzaamheden in de stad, maken het lastig om op korte termijn invulling te geven aan al onze gezamenlijke wensen en ambities. Voor de jaren 2026 en 2027 hebben we daarom specifieke afspraken gemaakt over een ‘ingroeipad’.
Afspraken waarin GVB stapsgewijs gaat groeien in het ov-aanbod voor de reizigers op straat en waarin stappen gemaakt worden om onze gezamenlijke ambities voor frequenties per lijntype (hoogwaardig, verbindend en ontsluitend) en nieuwe verbindingen waar te maken. Deze ambities zijn gericht op de rol die wij het ov-systeem willen geven in onze stad en regio en bereiden ons voor op de nodige groei van het systeem. Dit zodat reizigers, in een meerkernige stad, veilig de bestemmingen kunnen bereiken die nodig zijn om het dagelijks leven goed vorm te geven zoals voor werk, onderwijs, sociale contacten en recreatie. Activa Strategische activa zijn nodig om de concessie Amsterdam uit te kunnen voeren. Denk hierbij aan de voertuigen (bussen, trams en metro’s) maar ook aan vastgoed en systemen. De Vervoerregio is subsidieverlener en risicodrager voor investeringen in strategische activa. GVB is hierin de contractpartner en subsidieontvanger. Investeringen in bestaand en nieuw materieel dragen bij aan de doelstellingen binnen het beleidskader. Daarbij zetten we in op bereikbaarheid, duurzaamheid, veiligheid, inclusiviteit en gezondheid. De komende jaren en decennia verwachten we weer groei in reizigersaantallen, waar wij met het materieel tijdig op in moeten spelen. Dit gaat om investeringen in elektrische bussen en in tramvoertuigen.
Daarnaast is de instandhouding van het huidige materieel een belangrijke opgave. Jaarlijks wordt er geïnvesteerd om het huidige materieel veilig en beschikbaar te houden. Wat willen we bereiken in 2027?
Ov-netwerk concessie Amsterdam Al onze concessies bevatten afspraken over het jaarlijks groeien van het aanbod. We geven aan onze vervoerders mee waar wij deze uitbreiding het liefst zien, om zo maximale impact te halen op onze brede welvaartsdoelen. Door de personeelstekorten van de afgelopen jaren moesten vervoerders het ov-aanbod afschalen ten opzichte van het contractueel afgesproken aanbod. We hebben daarom specifiek aandacht voor de groei van het ov-aanbod, de resultaten daarvan en de toekomstige groeibehoefte. Meer ov-aanbod is nodig om het werkend reizigers vervoersysteem (WRVS) aantrekkelijker te maken en om de reizigersgroei van de komende jaren op te kunnen vangen. Dat extra aanbod moet de vervoerder wel betrouwbaar kunnen uitvoeren. We wegen daarom zorgvuldig af tussen de noodzaak voor aantrekkelijkheid én betrouwbaarheid. Per 29 maart 2026 is de eerste dienstregeling van de nieuwe concessie Amsterdam gestart met daarin een aantal grotere netwerkwijzigingen die aansluiten bij de doelen uit het nieuwe PvE. Hierbij hoort een groei van 4,5% van het totale aanbod ten opzichte van 2025. Voor het ‘Jaarplan 2027 vervoer’ gelden nog ingroeiafspraken en is daarom slechts een aantal kleinere wijzigingen in het tram-en busnetwerk voorzien.
Een belangrijk doel in 2027 is het vaststellen van het Jaarplan Vervoer 2028 waarin het nieuwe metronetwerk (besloten in december 2025) is opgenomen, GVB ook de hogere frequenties van de fijnmazige ontsluitende lijnen in de avond en het weekend uitwerkt en tenslotte alle HOV-lijnen op de geëiste frequenties gaat rijden. pagina 31 van 86
Daarmee zetten we een belangrijk stap in het vergroten van de kwaliteit en kwantiteit van het netwerk. In figuur 2 is de geplande en gerealiseerde ontwikkeling van het aanbod toten met 2030 opgenomen. In volgende P&C stukken houden wij de regioraad op de hoogte over de voortgang. Figuur 2 Ontwikkelaanbod ov Amsterdam (concept) 1
Ontwikkeling aanbod openbaar vervoer Amsterdam (2023 basisjaar = 100%) 140% 135% 130% 125% 120% 115% 110% 105% 100% 95% 90% 85% 80% 2023
2024
2025
Gepland Amsterdam
2026
2027
Amsterdam
2028
2029
2030
Gerealiseerd AMS
In de kadernota 2027 schreven we dat er in 2025 minder reizigersopbrengsten dan verwacht zijn in de concessie Amsterdam. Het is op het moment van schrijven te vroeg om een volledig perspectief voor 2027 te schetsen. Wel zijn er een aantal factoren van invloed die we in 2027 graag verbeterd zien. Het afbouwen van de ingroei afspraken zorgt voor een beter aanbod, waar naar verwachting ook meer reizigersopbrengsten tegenover staan. Daarnaast zien we op het moment van schrijven een te hoge rituitval in de concessie Amsterdam. Dit maakt het ov minder betrouwbaar en dus minder aantrekkelijk. Door het betrouwbaarder uitvoeren van de dienstregeling door GVB kan dit op termijn helpen bij het stijgen van de reizigersopbrengsten. Met de verdere groei en verbetering van het ov-aanbod in 2028, als de ingroeiafspraken afgelopen zijn, verwachten we een extra positief effect op de reizigersopbrengsten. In 2027 starten we ook met de voorbereidingen voor de eerste herijking van deze concessie. Hierin kunnen we, als dat dan nog nodig is, ook afspraken maken over hoe de tegenvallende reizigersopbrengsten voor de lange termijn worden opgevangen. Reisinformatie concessie Amsterdam Zoals vastgelegd in het PvE willen we komen tot een belangrijke verbetering van de reisinformatie voor de reizigers in de concessie Amsterdam. Dit vergt investeringen in systemen bij GVB.
Vooral bij verstoringen in de dienstregeling door bijvoorbeeld calamiteiten is juiste reizigersinformatie nog een uitdaging. Omdat hier de verschillende uitdagingen en opgaven samenkomen voor reizigers, is daarom de indicator ‘reizigersoordeel reisinformatie bij verstoringen’ specifiek als kpi gekozen. Het doel is dat GVB hier in 2027 een flinke verbetering (zie tabel 11) realiseert.
1
Perspectief 2026 en 2027 n.a.v. lagere realisatie 2025 en besluit ontvlechting ontbreekt nog en volgt eind maart.
pagina 32 van 86
Strategische activa: een duurzame en inzetbare voertuigvloot In de Kadernota 2027 gaven we al aan in de tweede helft van de jaren 2030 sterke kostenstijgingen op Activa te verwachten. Om deze (en andere) kosten goed in beeld te krijgen, is allereerst meer inzicht en betere sturing nodig op beschikbaarheid van de voertuigen en de onderhoudsprocessen die dit bepalen. In de eerste helft van 2026 is gewerkt aan het concretiseren van de in de nieuwe concessie gemaakte afspraken over hoeveel bussen, trams en metro’s er maximaal tegelijk niet gebruikt kunnen worden door storingen, onderhoud of herstel. Dat heeft namelijk invloed op het groeien van het aanbod nu en in de toekomst. En op de kosten voor de Vervoerregio daarvan. Samen met GVB en onafhankelijk advies bepalen we per jaar, en afhankelijk van het onderhoudsschema in dat jaar, normen voor de beschikbaarheid van de vloot. Op basis van deze normen wordt dan voortaan door ons gemonitord en waar nodig doorgevraagd, en is GVB beter in staat om gerichte verbetervoorstellen te doen voor de beschikbaarheid. Een aanvullende stap daarbij is om afspraken met GVB over hoe het onderhoud betaald en aangestuurd wordt, aan te passen. We willen toe naar een structuur waarbij dagelijks en groot onderhoud integraal gefinancierd en gemonitord wordt.
Met beide stappen vergroten we onze bijdrage aan de bereikbaarheidsdoelen voor 2050 en krijgen we meer inzicht in wat er de komende jaren eventueel extra nodig is om die te behalen. Verder gebeurt er in 2027 nog meer: In 2027 willen wij dat de laatste dieselbussen vervangen worden door elektrische bussen. Hierdoor kan het openbaar vervoer binnen de concessie Amsterdam vanaf 2028 volledig elektrisch gereden worden. De investeringen in elektrische bussen dragen bij aan de strategische doelstelling om een uitstootvrij mobiliteitssysteem te realiseren. In lijn met de eerder vastgestelde vlootstrategie tram, verwachten we dat er 2027 gestart kan worden met de voorbereidingen van het bouwen van minimaal 75 nieuwe trams, die vanaf 2032 een deel van de huidige Combino vloot gaan vervangen. De aanbesteding hiervoor start in 2026. De combino trams die nog niet vervangen worden, krijgen een levensduur verlengende onderhoudsbeurt. Deze wordt uiterlijk in 2027 in gang gezet. Met beide acties verzekeren we ons en de reiziger ervan dat er de komende jaren voldoende trams beschikbaar zijn om het groeiende ovaanbod uit te voeren. In 2027 stromen de laatste van de 13 bijbestelde M7 metro’s in. Hiermee kunnen we het nieuwe, ontvlochten lijnennet gaan rijden met daarin meer metro’s per uur dan nu. Tabel 11 Kpi’s Concessie Amsterdam Kritische prestatie indicator
Stand 2024
Wat willen we bereiken in 2027
Doel 2050
Groei in ov-aanbod, uitgedrukt in het percentage dat het aantal geplande dienstregeling kilometers (drk's) per modaliteit toeneemt t.o.v. 2023. Reizigersoordeel over veiligheidsgevoel in het ov
-1% tov 2023
+15%
De beschikbaarheid van mobiliteitsopties is compleet en passend bij STOMP
% rapportcijfer 8 of hoger: Bus:65% Tram: 71% Metro: 61% Totale concessie: >2%
% rapportcijfer 8 of hoger: Bus: 70,8% Tram: 69,0% Metro: 57,3% Ontsluitende lijnen: <0,5% HOV-lijnen: <0,5% Nachtlijnen: <0,5% Verbindende lijnen: <1,0%. Rapportcijfer een oordeel van ten minste 7,0 (op een schaal van 1 tot 10)
Een sociaal veilig mobiliteitssysteem in en rond het ov
100% elektrisch en daarmee 100% uitstootvrij eind 2027
Een mobiliteitssysteem zonder uitstoot van schadelijke gassen.
Aantrekkelijkheid van het ov herstellen door de te hoge uitval te verlagen Reizigersoordeel reisinformatie bij verstoringen
Duurzaamheid: uitstootvrije bussen.
Rapportcijfer per modaliteit: Bus: 5,7 Tram: 5,7 Metro: 5,8 Stand 2025: ongeveer 80% van de vloot is elektrisch
De vervoersopties in de regio zijn aantrekkelijk Een toegankelijk mobiliteitssysteem op basis van informatie.
pagina 33 van 86
Speerpunten (contractafspraken en ontwikkelingen) Naast de bovenstaande kpi’s sturen en rapporteren we binnen de concessie Amsterdam in 2027 nadrukkelijk op: Het jaarplan vervoer 2028, waarbij de ontheffingen die zijn afgesproken in het ingroeipad zijn verlopen, en GVB daarom de eisen uit het PvE over lijnvoering, bedieningstijden en frequenties volgens afspraken uitvoert. Het invoeren van processen om de inzet en beschikbaarheid van materieel te verbeteren, op basis van de normafspraken die hierover zijn gemaakt. Starten met een nieuwe structuur, waarin onderhoud en materieel als een geheel worden aangestuurd en gefinancierd. Wat gaan we daarvoor doen?
Groei en vormgeving van het ov-netwerk Binnen de nieuwe concessie Amsterdam heeft GVB de opdracht om het netwerk te laten groeien en ontwikkelen volgens de richtingen en eisen die wij als Vervoerregio meegeven in het Programma van Eisen (PvE) en de Kaderbrief van de Vervoerregio. Aan de ontwikkeltafel vervoer, die periodiek bijeenkomt, werken we samen met GVB, gemeenten en Reizigersadviesraad en geven we input zodat GVB de voorstellen voor de Jaarplannen Vervoer verder kan uitwerken. Door deze werkwijze kunnen we eerder toetsen op het voldoen aan PVE-eisen en zijn de gemeenten ook eerder op de hoogte van eventueel benodigde aanpassingen in de infrastructuur. Het ‘Jaarplan Vervoer 2027’ valt nog onder de afgesproken ingroeiperiode die is afgestemd op de wervingscapaciteit van GVB, vanwege de uitdagingen rond het personeel. Personeelsbeleid is een taak van de vervoerder, maar om GVB te ondersteunen bij de werving van nieuw personeel, stelden we in 2025, 2026 en 2027 extra middelen (deels uit het maatregelenpakket Bikker) ter beschikking voor additionele wervingsacties en werken we in samenwerking met andere ov-autoriteiten binnen DOVA aan een landelijke imagocampagne voor de ov-sector.
In het eerste kwartaal van 2027 rondt GVB, in samenwerking met de ontwikkeltafel Vervoer, het ‘Jaarplan Vervoer 2028’ af met daarin het nieuwe metronetwerk en de geplande opschaling van de ontsluitende lijnen in het weekend en de avonduren. Als Vervoerregio brengen we in 2027 op de ontwikkeltafel de strategische thema's in voor de volgende ontwikkelperiode zodat we in het derde kwartaal het dagelijks bestuur kunnen adviseren over de inhoud van de Kaderbrief. In de beoordeling van de jaarplannen én monitoring op de uitvoering ervan hebben we aandacht voor de rituitval omdat deze een negatief effect heeft op de betrouwbaarheid van het ov voor de reizigers. We maken daarom een zorgvuldige afweging tussen het belang van meer aanbod, de uitvoeringskwaliteit en de impact op de reizigersopbrengsten. Dit samenspel heeft namelijk impact op de verschillende brede welvaartsdoelen van de Vervoerregio. Wij sturen erop deze impact zo positief mogelijk te maken. Ook in het ‘Jaarplan reizigers’ wordt gewerkt aan de juiste afstemming van bijvoorbeeld marketing op het vervoeraanbod. Gezien de reizigersopbrengsten is dat extra van belang. Ook bij de beoordeling hiervan maken we een soortgelijke afweging waarin kwaliteit, opbrengsten en groei samenkomen.
pagina 34 van 86
Reisinformatie concessie Amsterdam Om aan de eisen van het nieuwe Programma van Eisen te voldoen werkt GVB aan een uitgebreid ontwikkelingsprogramma voor het verbeteren van de informatie aan de reizigers. Als Vervoerregio monitoren wij, in het reguliere concessieoverleg en op de ontwikkeltafel reizigers, op de voortgang van zowel de verschillende projecten die horen bij de implementatie van de nieuwe concessie als op de door GVB geplande acties in het Jaarplan Reizigers. Specifiek voor metro spelen wij een faciliterende rol met onze besluitvorming over de toekomst van Communication based train control (CBTC)-systeem, omdat dit systeem randvoorwaarden schept voor de keuzes die GVB kan maken voor de verbetering van de reizigersinformatie bij metrolijnen. Bij de evaluaties en verbeterplannen voor grotere incidenten hebben we speciale aandacht voor de reizigersinformatie. Uit eerdere evaluaties weten we dat bij verstoringen naast de correcte werking van de technologische systemen ook de interne bedrijfsprocessen, de keuzes over vervangend vervoer en de inhoud van de niet geautomatiseerde berichten een belangrijke rol spelen.
In het PvE zijn er meerdere kritische prestatie indicatoren (kpi's) en financiële prikkels voor reizigersinformatie opgenomen waaronder ook een indicator voor het percentage ritten waarover, door het voertuigvolgsysteem, tijdige en volledige informatie is verstrekt. Door continu te blijven monitoren op al deze kpi's streven wij ernaar het oordeel van de reizigers positief te beïnvloeden. Inzetbare voertuigvloot Doordat we als onderdeel van de nieuwe concessie nieuwe afspraken maken over de beschikbaarheidsnormen van de vloot, komen we beter in positie om te sturen op de samenhang tussen prestaties, risico, kosten en efficiency. De afspraken tot nu toe hielpen namelijk niet voldoende. Doordat we een gedeeld beeld krijgen over de beschikbaarheid, ontstaat er ruimte om in stappen te verbeteren. We vragen GVB namelijk op basis van de beschikbaarheid, specifieke onderzoeksgebieden te formuleren om de beschikbaarheid te optimaliseren. Ten tijde van het schrijven van deze begroting zetten we hier de eerste stappen voor. De eerdergenoemde structuurwijziging is ook onderdeel van de gesprekken die we met GVB voeren. Momenteel valt de totale instandhouding van het materieel, oftewel het dagelijks onderhoud en de grote onderhoudsbeurten, niet onder dezelfde financiële structuur. Dagelijks onderhoud valt onder de exploitatiesubsidie en groot onderhoud onder de activa subsidie.
Vervoerregio wil beide in één contractlijn/financiële lijn onderbrengen zodat er beter volgens de rolverdeling gestuurd kan worden op de instandhouding van het materieel. De doelstelling is om in 2027 hiermee aan de slag te gaan. Zowel GVB als wij komen beter in onze rol. We kunnen de regioraad ook beter meenemen in toekomstige ontwikkelingen rondom kosten voor instandhouding en aanschaf van activa en de keuzes die hiervoor gemaakt moeten worden. Duurzame vlootontwikkeling Met de instroom van de laatste elektrische bussen in 2027, ter vervanging van dieselbussen, geven we invulling aan eerder gemaakte bestuurlijke afspraken over zero emissie busvervoer. Dit is helaas later dan gepland vanwege langere levertijden. We willen snel, maar zien er samen met GVB op toe dat de voertuigen die instromen ook van goede kwaliteit zijn. Wij stellen dit ook als voorwaarde voor het in dienst mogen nemen van de voertuigen. Naast de transitie naar elektrische bussen, zijn er in de komende jaren wellicht ook meer bussen nodig om het groeiende aanbod uit te voeren. We zijn hierover in gesprek met GVB en besluiten in relatie tot de beschikbaarheidsnormen die we hierboven noemen, wanneer en hoeveel bussen er moeten worden besteld.
pagina 35 van 86
De vlootstrategie tram die de Vervoerregio eerder vaststelde houdt onder andere in dat de helft van de combinotrams in 2032 vervangen wordt en de andere helft een levensduur verlengende onderhoudsbeurt krijgt. Dit maakt dat er straks meer deelvloten zijn, er vaker bestelmomenten zijn en er ook vaker bijgestuurd kan worden in de behoefte van het aantal voertuigen. Dit is zeer wenselijk, met onze beleidsambities in het achterhoofd. De regioraad heeft op 8 juli 2025 budget gereserveerd voor de aanschaf van nieuwe tramvoertuigen waarna het dagelijks bestuur aan GVB goedkeuring heeft gegeven om een aanbesteding te starten. De Vervoerregio maakt deel uit van het beoordelingsteam van de nieuwe trambestelling. Binnen het project sturen we op het verkrijgen van een voertuig dat zo goed mogelijk aansluit op de doelen van de Vervoerregio. In voorgaande jaren zijn hier al stappen voor gezet door de eisenkaders van de voertuigbestelling vast te stellen. Na het doorlopen van de aanbesteding wordt er een definitief investeringsvoorstel voorgelegd aan het dagelijks bestuur waarna de voertuigen besteld kunnen worden. Voor de levensduur verlengende onderhoudsbeurt van de andere helft van de combinotrams neemt het dagelijks bestuur een besluit over het investeringsvoorstel. Binnen dit voorstel weegt Vervoerregio samen met GVB de belangen af tussen de kosten, prestaties en risico's.
De huidige contracteisen zijn hier de basis voor. In 2024 is er ingespeeld op de groei van het metronetwerk. Er zijn 13 extra metro’s besteld. De verwachting is dat deze voertuigen in 2027 instromen. Hierdoor kan GVB frequenter rijden in het straks ontvlochten netwerk. Drie van deze voertuigen zijn aangeschaft met middelen uit het maatregelenpakket Bikker. Naast de ontwikkelingen binnen de verschillende modaliteiten (bus, tram, metro) wordt er in 2027 ook gewerkt aan ontwikkelingen over de modaliteiten heen. Zo is de doelstelling om in 2027 vastgelegde afspraken over materieelbeschikbaarheid te hebben en deze geïmplementeerd te hebben. Hierbij worden er nieuwe beschikbaarheidspercentages vastgelegd en onderzoeksgebieden geformuleerd om de beschikbaarheid te optimaliseren. In de afgelopen jaren bleken de huidige afspraken niet werkbaar. In 2026 is daarom de weg in gang gezet om tot nieuwe afspraken te komen. Wat mag dat kosten? Tabel 12 Concessie Amsterdam | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000) Voorlopige cijfers Jaarrekening 2025
Primitieve begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Amsterdam (Exploitatie)
40.606
51.348
63.945
55.849
48.763
45.216
Strategische Activa - kapitaallasten en investeringsbijdragen Totaal lasten Bijdragen derden BDU Absoluut Specifieke Uitkering Totaal baten Saldo Concessies Amsterdam
28.638 69.244 904
48.081 99.430 894
48.582 112.527 904
57.147 112.996 904
62.791 111.553 904
64.807 110.024 904
904 -68.340
143 1.037 -98.393
904 -111.623
904 -112.092
904 -110.650
904 -109.120
Concessie Amsterdam
In de opgenomen bedragen voor de exploitatie zijn de contractueel overeengekomen bedragen opgenomen van de concessie Amsterdam 2025 tegen het voorlopige prijspeil 2026. Hieronder vallen onder andere de verhoging van de SOV-compensatie GVB (€ 6 miljoen) en tariefmaatregelen voor alle drie de concessies (€ 10 miljoen). In 2028 vindt de herijking van de concessie plaats. De voortgang en resultaten kunnen invloed hebben op de begroting van de Vervoerregio. We leggen dit aan de regioraad voor via de reguliere P&C stukken. Met ingang van de begroting 2027 zijn de voorheen Bikkergelden opgenomen onder de desbetreffende concessies. Daardoor is er een stijging tussen de begrote bedragen in 2026 en 2027.
pagina 36 van 86
In de opgenomen bedragen voor de strategische activa zijn ook de contractueel overeengekomen bedragen opgenomen tegen het voorlopige prijspeil 2026. In de komende jaren worden mutaties en kasschuiven voorgelegd aan de regioraad zoals genoemd in de tweede bestuursrapportage 2025. We doen dit via de reguliere Planning & Control stukken. In deze rapportage is genoemd dat er naar verwachting € 12,8 miljoen doorgeschoven wordt vanuit 2025 naar 2026. Dit bedrag wordt definitief bij het opstellen van de jaarrekening 2025. De Vervoerregio verleent voor de strategische activa subsidie voor de afschrijvings- en rentekosten. De subsidie wordt verstrekt gedurende de levensduur van de voertuigen. Bij tram en metro is dat bijvoorbeeld een periode van 30 jaar. Op deze wijze wordt de druk op de exploitatiebegroting van de Vervoerregio gespreid. De bijdragen derden betreffen de bedragen die gemeente Amsterdam ter beschikking stelt voor de sociale veiligheid in het ov-domein.
pagina 37 van 86
CONCESSIES STREEK
Concessie Zaanstreek-Waterland In december 2023 is de concessie Zaanstreek-Waterland gestart, deze wordt gereden door EBS. De start verliep moeizaam. Er was sprake van hoge rituitval en de volledige geboden dienstregeling (die hoger ligt dan het aanbod in de oude concessies Zaanstreek en Waterland) kon niet volledig gereden worden. EBS heeft deze problemen voor een groot deel onder controle, maar is nog wel bezig om op het geboden niveau te komen. Dit biedt perspectief voor de toekomst en de ontwikkelmogelijkheden voor 2027. Het Programma van eisen voor deze concessie is opgesteld in lijn met het beleidskader van de Vervoerregio. Dat betekent dat in deze concessie een aanzienlijke ambitie zit voor verdere groei en doorontwikkeling om bij te dragen aan de brede welvaartsdoelen van de Vervoerregio.
Concessie Amstelland-Meerlanden De concessie Amstelland-Meerlanden is in december 2017 gestart en is de eerste grote concessie met Zero Emissie bussen (213 elektrische bussen). In 2024 is het contract herijkt vanwege de doortrekking van de Amsteltram naar Uithoorn en om het contract weer in financieel evenwicht te brengen zoals is afgesproken met het Rijk in het kader van de Transitievergoeding Openbaar Vervoer. Het aanbod wordt volgens de herijkingsafpraken de komende jaren uitgebreid en de Vervoerregio werkt samen met Connexxion om 21 dieselbussen te vervangen door elektrische bussen. Wat willen we bereiken in 2027?
Concessie Zaanstreek-Waterland Zoals eerder geschreven sluit het Programma van Eisen van de concessie Zaanstreek-Waterland aan op het huidige beleidskader van de Vervoerregio. De thema's bereikbaar, duurzaam, inclusief, veilig en gezondheid zijn de rode draad voor de ontwikkeling van het mobiliteitssysteem in onze regio. In 2027 willen wij specifiek aan een aantal zaken invulling geven, die bijdragen aan deze thema's, om zo de doelen voor 2050 te behalen. De concrete acties zijn benoemd bij ‘Wat gaan we hiervoor doen?’. Hieronder wordt de koppeling gemaakt met de thema's. Uitstoot vrij mobiliteitssysteem In 2025 zijn de laatste nieuwe bussen. Dat betekent dat de hele busvloot in Zaanstreek-Waterland zero emissie rijdt. Naast zero emissie rijden is het de ambitie om het ov-aanbod te vergroten. Dat kan betekenen dat er extra materieel nodig is. Het is dan ook het doel om in 2027 nog steeds met een emissie vrije busvloot de dienstregeling te rijden. Hiermee dragen we bij aan het strategische doel 2050; een mobiliteitssysteem zonder schadelijke gassen. Ontwikkeling van het ov-aanbod Bij de start van de concessie, dienstregelingsjaar 2024, werd er 82% van het geboden ov-aanbod gereden door EBS. Dit is doorgegroeid naar 90% in mei 2025. In dienstregelingsjaar 2026 is het de verwachting dit aanbod verder uit te breiden naar 96%.
Bij het opschalen van de dienstregeling worden de randvoorwaarden, bijvoorbeeld personeel en materieel, voor een betrouwbaar netwerk in acht genomen.
pagina 38 van 86
Vervoerplan 2027 wordt in de eerste maanden van 2026 opgesteld. Hierin worden de ontwikkelingen voor 2027 opgenomen, hierbij houden we rekening met actuele werkzaamheden zoals de langdurige sluiting van de IJ-tunnel deze zomer. Het is de ambitie om het ov-aanbod verder te vergroten, wat bijdraagt aan het bieden van aantrekkelijke vervoeropties. Figuur 3 Aanbodontwikkeling concessie Zaanstreek-Waterland2
Ontwikkeling aanbod openbaar vervoer Zaanstreek-Waterland (2023 basisjaar = 100%) 140% 135% 130% 125% 120% 115% 110% 105% 100% 95% 90% 85% 80% 2023
2024
2025
2026
Gepland Zaanstreek-Waterland
2027
2028
2029
2030
Zaanstreek-Waterland
Gerealiseerd ZWA Rituitval De norm voor rituitval volgens de concessie is 0,5%. De realisatie in 2024 was 2%. In 2027 streven we naar een maximale rituitval binnen de norm. Het blijft de ambitie om de rituitval steeds verder te verlagen naar onder de concessienorm en daarmee bij te dragen aan een aantrekkelijk mobiliteitssysteem. Reisinformatie In 2024 was de reisinformatie onvoldoende en zat EBS nog onder de gestelde norm. Dit veroorzaakt hinder en maakt het ov-aanbod minder aantrekkelijk en toegankelijk. Het is de ambitie voor 2027 om de reisinformatie dusdanig te verbeteren dat de waardering hiervan tenminste op een 7 (op een schaal van 1 tot 10) ligt. EBS heeft in de bieding aangeboden om op bijna alle haltes waar nog geen DRIS-paneel hing, een kleinere variant op te hangen. Dat betekent dat alle haltes in Zaanstreek-Waterland zijn voorzien van dynamische reisinformatie. Dynamische reisinformatie vergroot het gemak van de reiziger en zorgt voor een toegankelijke reis. Dit draagt bij aan het strategische doel voor 2050; een toegankelijk mobiliteitssysteem op basis van informatie, digitalisering & beperkingen.
2
Realisatie 2025 is lager dan afspraak en in andere P&C stukken schetsen we een ander perspectief voor 2026. Vertaling naar het bid van EBS volgt.
pagina 39 van 86
Tabel 13 Kpi’s concessie Zaanstreek-Waterland Kritische prestatie indicator
Stand 2024
Wat willen we bereiken in 2027
Doel 2050
Groei in ov-aanbod, uitgedrukt in het percentage dat het aantal geplande dienstregeling kilometers (drk's) per modaliteit toeneemt ten opzichte van 2023.
+16% t.o.v. 2023
34% t.o.v. 2023
De vervoersopties in de regio zijn aantrekkelijk
Reizigersoordeel over veiligheidsgevoel in het ov
Rapportcijfer 8 of hoger: 70%
Rapportcijfer 8 of hoger: 71%
Een sociaal veilig mobiliteitssysteem
Te hoge uitval verlagen
2%
Contractnorm: < 0,5%
De vervoersopties in de regio zijn aantrekkelijk
Reizigersinformatie bij verstoringen
Rapportcijfer 5,0 in ovklantenbarometer
Tenminste een 7,0 (op een schaal van 1 tot 10)
Een toegankelijk mobiliteitssysteem op basis van informatie
Duurzaamheid: uitstootvrije bussen
+/- 90 procent van busvloot zero emissie
100% zero emissie busvloot
Een mobiliteitssysteem zonder schadelijke gassen
Concessie Amstelland-Meerlanden Het Programma van Eisen (PvE) dat is opgesteld voor Amstelland-Meerlanden komt uit 2016. Dat betekent dat het eerder is opgesteld dan het beleidskader van de Vervoerregio. De thema's bereikbaar, duurzaam, inclusief, veilig en gezondheid zijn de rode draad voor de ontwikkeling van het mobiliteitssysteem in onze regio. Ondanks dat het PvE ouder is, dragen de ontwikkelingen in Amstelland-Meerlanden bij aan de strategische doelen van 2050. Uitstoot vrij mobiliteitssysteem In 2025 reden er 213 bussen zero emissie, dit was toen 84% van de busvloot. In 2027 willen we de zero emissie busvloot laten uitbreiden naar ongeveer 93%. Alleen de 18 dubbeldekkers in de concessie Amstelland-Meerlanden worden niet vervangen en blijven rijden tot het einde van de concessie (december 2032). Deze bussen zijn eerder verduurzaamd door gebruik van biodiesel (HVO100). Hiermee dragen we bij aan het strategische doel 2050; een mobiliteitssysteem zonder schadelijke gassen. Ontwikkeling van het ov-aanbod In de herijking zijn afspraken gemaakt voor uitbreiding van het ov-aanbod. Op diverse momenten heeft Connexxion haar aanbod volgens afspraken waargemaakt. Voor de zomer 2026 stelt het dagelijks bestuur van de Vervoerregio het Vervoerplan 2027 vast waarin het ov-aanbod verder wordt vergroot met 3,5% ten opzichte van 2026.
De ambitie is om nog verder te groeien tot en met 2029 zoals is afgesproken in de herijking. Dit draagt bij aan het bieden van aantrekkelijke vervoeropties.
pagina 40 van 86
Figuur 4: Aanbodontwikkeling concessie Amstelland-Meerlanden
Ontwikkeling aanbod openbaar vervoer Amstelland-Meerlanden (2023 basisjaar = 100%) 140% 135% 130% 125% 120% 115% 110% 105% 100% 95% 90% 85% 80% 2023
2024
2025
2026
Gepland Amstelland-Meerlanden
2027
2028
2029
2030
Amstelland-Meerlanden
Gerealiseerd AML Rituitval Begin 2025 werden de materiële problemen steeds groter. De accu's van een groot deel van de elektrische bussen bleken eerder dan gepland aan vervanging toe. Hierdoor konden de bussen veel minder ver rijden dan gepland met hoge uitval (ongeveer 2%) tot gevolg. Dit had een direct gevolg door de aantrekkelijkheid van het ov-aanbod. De uitval van ritten ligt rond de 1% eind 2025. Hoewel een flinke verbetering, moet de uitval verder naar beneden worden gebracht naar maximaal 0,5% zoals in het contract is afgesproken. Dit draagt bij aan aantrekkelijke vervoersopties in de Vervoerregio. Tabel 14 Kpi’s concessie Amstelland-Meerlanden Kritische prestatie indicator
Stand 2024
Wat willen we bereiken in 2027
Doel 2050
Groei in ov-aanbod, uitgedrukt in het percentage dat het aantal geplande dienstregeling kilometers (drk's) per modaliteit toeneemt ten opzichte van 2023. Reizigersoordeel over veiligheidsgevoel in het ov
+5% t.o.v 2023
+16% t.o.v. 2023
De vervoersopties in de regio zijn aantrekkelijk
Rapportcijfer 8 of hoger: Amstelland-Meerlanden: 79%%
Rapportcijfer min 8: Amstelland-Meerlanden: 74%
Een sociaal veilig mobiliteitssysteem
Duurzaamheid: uitstootvrije bussen
Kpi wordt nog aangepast
Reizigersinformatie bij verstoringen
Rapportcijfer 6,3 in ovklantenbarometer.
Tenminste een 7,0 (op een schaal van 1 tot 10)
Een toegankelijk mobiliteitssysteem op basis van informatie
Te hoge uitval verlagen
> 1%
Contractnorm < 0,5%
De vervoersopties in de regio zijn aantrekkelijk
Een mobiliteitssysteem zonder schadelijke gassen
pagina 41 van 86
Wat gaan we daarvoor doen?
Concessie Zaanstreek-Waterland Uitstoot vrij mobiliteitssysteem In het eerste dienstregelingsjaar van EBS werd duidelijk dat de initiële bus bestelling onvoldoende was om de gehele dienstregeling zero emissie te rijden. Daarom is er een extra bus bestelling gedaan. Dit zorgt ervoor dat de gehele dienstregeling momenteel zero emissie rijdt en dit ook kan blijven doen in 2027. De Vervoerregio blijft controleren of de busvloot voldoende is voor de dienstregeling en daarmee dus niet hoeft terug te vallen op dieselbussen. Ontwikkeling van het ov-aanbod In vervoerplan 2026 wordt er een opschaling voor het ov-aanbod aangeboden. Deze opschaling krijgt pas akkoord van de Vervoerregio op het moment dat de huidige dienstregeling betrouwbaar wordt gereden. De Vervoerregio zorgt er zo voor dat een hoger aanbod niet ten koste gaat van een betrouwbare reis. Het aanbod blijft aantrekkelijk en groeit betrouwbaar door. In 2027 is het de ambitie van de Vervoerregio de dienstregeling verder op te schalen. Rituitval Om de rituitval te verlagen zijn er in de afgelopen twee jaar veel acties ondernomen. Denk aan het opleggen van het verbeterplan en het toetsen van het personeelsplan. Tijdens de contractbeheerders overleggen wordt de voortgang besproken en worden nieuwe acties in gang gezet.
Ook zijn er afspraken gemaakt over opschalingen, zodat de dienstregeling betrouwbaar groeit en niet de uitval vergroot. De Vervoerregio moet akkoord gaan met elke opschaalstap. Reisinformatie In 2025 heeft EBS een plan ingediend om de reisinformatie te verbeteren. De verbeteringen uit dit plan hebben ook impact op de reisinformatie in 2027. In 2026 speelt de vervangingsopgave van de DRIS-panelen een grote rol in de vervoerregio. Dit wordt bekostigd uit het Bikker budget. Deze vervanging wordt getrokken door de gemeenten en is essentieel voor de reiziger. Een DRIS-paneel heeft een grote positieve impact op de reis. Daarom moet deze blijven werken en aansluiten bij de nieuwe technologische ontwikkelingen.
Concessie Amstelland-Meerlanden Uitstoot vrij mobiliteitssysteem In 2018 werd de (destijds) grootste zero-emissie busvloot van Europa geïntroduceerd met 100 bussen. In minder dan 10 jaar is de zero-emissie busvloot verdubbeld naar 213 bussen. De vooruitgang blijft doorgaan. Vanuit de Vervoerregio hebben we geld uit het Ontwikkelfonds ov gereserveerd voor de vervanging van 21 dieselbussen. We vragen Connexxion hiervoor een plan te maken en aan de Vervoerregio voor te leggen. De nieuwe elektrische bussen moeten in de nieuwe dienstregeling van 2027 gaan rijden. Ontwikkeling van het ov-aanbod In juli 2024 hebben we nieuwe afspraken gemaakt met Connexxion om het aanbod stapsgewijs uit te breiden. Naast deze uitbreidingen in het ov-aanbod worden er ook nieuwe haltes aangelegd of aangepast. Voor deze nieuwe haltes hebben we subsidie ter beschikking gesteld aan de wegbeheerders. Connexxion is in december 2025 gestart met het Vervoerplanproces 2027. Voor de zomer 2026 levert Connexxion het Vervoerplan 2027 en toetsen wij het plan aan de concessie afspraken. Het dagelijkse bestuur van de Vervoerregio stelt het plan, met behulp van de adviezen die door de Reizigers Advies Raad (RAR) en de adviescommissie AmstellandMeerlanden worden gegeven, vast.
pagina 42 van 86
Uitval De rituitval is met 1% op (eind 2025) te hoog. Niet gereden ritten worden in mindering gebracht met de subsidies en bij overschrijding van de concessienorm van 0,5% worden door de Vervoerregio boetes gegeven. Met de in uitvoering zijnde vervanging van accu’s verwachten wij dat Connexxion de uitval verder verlaagt. Deze vervanging heeft geen financiële gevolgen voor de Vervoerregio. Dit vervangingsprogramma en andere maatregelen zoals de werving van Engelstalig personeel met Bikkergelden geven perspectief om in 2027 de concessienorm van 0,5% te halen. Wat mag dat kosten? Tabel 15 Concessies STREEK (inclusief Algemeen) | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)
Concessies Streek
Voorlopige cijfers Jaarrekening 2025
Primitieve begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Ontwikkelfonds ov Motie Bikker
1.517 1.911
12.830 26.377
4.848 -
23.746 -
9.234 -
12.312 -
Overige kosten ov Amstelland-Meerlanden Zaansteek-Waterland Waterland
-7 63.427 43.316 887
450 67.771 50.061 -
154 70.756 52.324 -
154 70.766 52.195 -
154 71.113 52.325 -
154 68.954 52.456 -
Zaanstreek Totaal lasten
127 111.178
157.489
128.082
146.861
132.826
133.876
7.032
6.980 520 7.500 -149.989
6.987 260 7.247 -120.835
6.987 6.987 -139.873
6.987 6.987 -125.839
6.987 6.987 -126.888
Bijdragen derden BDU Absoluut Specifieke Uitkering Totaal baten Saldo Concessies Streek
520 7.552 -103.626
Binnen het subprogramma Concessies Streek zijn naast de streek concessies ook de algemene middelen voor de concessies opgenomen. Het ontwikkelfonds ov is hier een voorbeeld van. Dit fonds is niet alleen bestemd voor de Streekconcessies maar kan voor alle concessies ingezet worden. In deze post zijn eveneens de reserveringen voor de ov-intensiveringen opgenomen. Hiervoor worden plannen uitgewerkt die aan het dagelijks bestuur ter goedkeuring voorgelegd worden. In het subprogramma Concessies Streek zijn tot en met 2026 de gelden voortkomend uit het Maatregelenpakket motie Bikker opgenomen, voor zover die niet specifiek voor AMRI of het Uitvoeringsprogramma mobiliteit geoormerkt zijn. Over de uitvoering van het maatregelenpakket wordt in 2026 nog apart gerapporteerd naar de regioraad en het Rijk. In 2027 is er geen maatregelenpakket meer. De structurele extra BDU-middelen vanuit het Rijk zijn in Kadernota 2026 en begroting 2026 al verdeeld voor de jaren vanaf 2027 over de verschillende subprogramma’s. Er is geen aparte begrotingspost voor Bikker meer in 2027. De post overige kosten betreft ov gerichte onderzoeken en kosten die verband houden met nieuwe aanbestedingen en herijkingen. Hier heeft een vermindering van € 0,3 miljoen per jaar op plaatsgevonden in verband met de optimalisaties concessies zoals opgenomen in Kadernota 2027.
In het budget voor de concessie Amstelland-Meerlanden is het voorlopig prijspeil 2026 verwerkt. De uitkomsten uit de herijking 2024 zijn verwerkt. Dit houdt in dat er sprake is van een jaarlijkse uitbreiding in de dienstregeling en een jaarlijkse ophoging van de reizigersopbrengsten. Het budget voor de concessie Zaanstreek-Waterland is opgehoogd naar het voorlopig prijspeil 2026. Hierbij gaan we er van uit dat de geboden dienstregelingkilometers ook uitgevoerd worden. Daarnaast is het budget met € 0,5 miljoen per jaar naar beneden bijgesteld omdat het budget voor de garantstelling van de opbrengsten niet meer van toepassing is.
pagina 43 van 86
De bijdragen van derden betreffen de vergoeding van Schiphol voor het rijden van de buslijnen over het Schipholterrein en de vergoedingen voor erfpacht en onroerendzaakbelasting met betrekking tot de concessie Zaanstreek-Waterland.
pagina 44 van 86
ASSETMANAGEMENT RAILINFRASTRUCTUUR (AMRI) Goed functionerende, veilige en duurzame tram- en metro-infrastructuur is essentieel om het openbaar vervoer in de concessie Amsterdam uit te kunnen voeren. Alle werkzaamheden die nodig zijn om de infrastructuur te onderhouden vallen binnen het subprogramma Asset Management Railinfra (AMRI). De werkzaamheden binnen het AMRI-contract omvatten het dagelijks onderhoud, de (meerjarige) vervangingsprojecten en de dagelijkse aansturing hiervan. Daaronder vallen ook de volledige instandhouding van het Signalling & Control (S&C) systeem en andere operationele systemen binnen het metro- en tramareaal. Ook de liften en roltrappen bij het tram en metro areaal vallen hieronder. Onze kosten voor dit contract zijn voor de volledige looptijd vastgelegd. Tussen de jaren kan budget neutraal geschoven worden: dat wil zeggen dat er niet ieder jaar eenzelfde bedrag besteed wordt aan AMRI, maar dat het mandaat voor het totale contract vaststaat. Het budget wordt jaarlijks geïndexeerd en in het contract is afgesproken dat gezocht wordt naar efficiency om tegenvallers op te lossen.
Omdat anno 2025 de technische ontwikkelingen zich steeds in rapper tempo opvolgen en informatiebeveiliging van de systemen vanuit wet- en regelgeving vereist is, behoren de activiteiten ten behoeve van cybersecurity en weerbaarheid van het Werkend Reizigers Vervoersysteem (WRVS) integraal tot de beheeropgave binnen AMRI. De Vervoerregio is de zogenoemde asset owner van het lokaal spoor en sinds 1 januari 2022 risicodragend opdrachtgever van het beheer & onderhoud, zoals we dat hebben ondergebracht in het AMRI-contract. GVB Infra B.V. (GVB Infra) is de opdrachtnemer hiervan. GVB Infra plant het onderhoud in en voert het onderhoud uit, of laat dit uitvoeren door derde partijen. Wij betalen dit onderhoud via het AMRI-contract. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur van Vervoerregio GVB Infra aangewezen als beheerder in overeenstemming met de Wet lokaal spoor (Wls). In 2026 werken beide partijen aan de herijking van de afspraken tussen Vervoerregio en GVB Infra. Hierin krijgen we inzicht in een aantal ontwikkelingen (zoals we schreven in Kadernota 2027 en bestuursrapportages 2025) en maken we hierover afspraken met GVB Infra. De herijking kan gevolgen hebben voor het begrotingsjaar 2027, maar die zijn op het moment van schrijven van deze begroting nog niet bekend. Als er gevolgen zijn komen die terug in de eerste bestuursrapportage van 2027. Wat willen we bereiken in 2027?
In 2027 verwachten wij dat veel aandacht uitgaat naar de aanstaande aanpassing (ontvlechting) van het metronetwerk. Daarmee werken we toe naar een toekomstbestendig metronet dat de komende jaren verder kan groeien. Daarnaast moet GVB starten met een aantal grote vervangingsopgaven: zoals het gedurende 3-5 jaar vervangen van ongeveer 1/3e van de liften en roltrappen, nieuwe en energiezuinigere gelijkrichtersstations (de stroomvoorziening) en vervanging van verouderde systemen, waarvan onderdelen of software steeds moeilijker te onderhouden of te krijgen zijn. De financiële impact is nog niet van alle onderdelen duidelijk, signaleerden we in de kadernota 2027. En in begroting 2026 maakten we het krijgen van inzicht in al het geprogrammeerde werk tot einde AMRI-contract een speerpunt. Juist omdat het om noodzakelijke werkzaamheden gaat, die van groot belang zijn voor het openbaar vervoersysteem, en de bijdrage die we daarmee leveren aan onze doelen, is duidelijkheid over de kosten van het werk én de risico’s nodig. We hebben hiervoor een aantal specifieke beleidsindicatoren opgesteld voor 2027, die dienen als speerpunten in onze sturing in het AMRI-contract. Deze indicatoren staan in tabel 16.
pagina 45 van 86
Door hierop in te zetten, stimuleren wij het door ontwikkelen van Assetmanagement binnen het AMRIcontract en krijgen we als risicodragend opdrachtgever meer zicht en grip op budget en prestaties. We willen hiermee bereiken dat we tot na het einde van het huidige AMRI-contract zicht hebben of de huidige (al in de contracten aanwezige) groei ambities zoals verwacht te behalen zijn en we willen onze begroting verder verfijnen door het bestaande AMRI-budget meer gericht te verdelen over de jaren. Daarbovenop geeft dit helderheid in wat eventueel extra nodig is om maximaal bij te dragen aan onze brede welvaartsdoelen. We kijken hierbij niet alleen naar het geprogrammeerde werk, maar ook naar de kosten van operationele systemen, inclusief beheer en instandhouding. Hiervoor wordt in 2027 ook apart monitoring en kpi sturing ingericht. Met meer inzicht en optimalisaties vergroten we ook -indirect- de toekomstvastheid en bedrijfszekerheid van de infrastructuur. Daarnaast bespaart dit kosten en we kunnen mogelijk zelfs hinder voor de reiziger en de omgeving verlagen. Anderzijds zijn er in sommige gevallen bij onderhoud en vervangingswerkzaamheden nu meer eisen dan voorheen voorzien, die vanuit onze beleidsambities meer geld mogen kosten. Denk hierbij aan duurzaamheid, sociaal veilige inrichting, nieuwe regelgeving en groei van het ov-systeem in algemene zin.
Ook nieuwe omstandigheden, zoals een grote noodzaak voor investeringen in cybersecurity nemen we mee. Met de doorontwikkeling van assetmanagement komen die eventuele meerkosten minder als verrassing en kunnen we ze wellicht zelfs voorkomen. Vanuit het programma Liften en Roltrappen voorzien we verbetering van de prestaties. Zo starten we mede dankzij gelden uit het maatregelenpakket Bikker versneld (in 2026) met de bouw van een tweede lift bij station Ganzenhoef. In onze monitoring zien we dat de prestaties gemiddeld genomen weliswaar op of net onder de beschikbaarheidsnorm uitkomen, maar er is een aantal probleeminstallaties die individueel te laag scoren. Met de in het programma gemaakte afspraken hopen we in 2027 twee van de probleeminstallaties te vervangen. Het volledige programma liften en roltrappen duurt tot 2034 en de regioraad wordt via jaarlijkse updates over dit programma geïnformeerd. Via het programma Energiecongestie vindt een analyse plaats van het energiesysteem van metro en tram. Hier zien we nadrukkelijk kansen voor duurzaamheid en het verminderen van energiecongestie. We zetten in op kansen binnen het areaal en de AMRI-werkzaamheden en werken samen met de gemeente Amsterdam en Liander. Voor de Vervoerregio is veiligheid van groot belang.
Naast onze doelen over verkeersveiligheid (die zich ook in onze concessies doorvertalen), geldt dit ook voor veiligheid rondom de werkzaamheden die vanuit het AMRI-programma plaatsvinden. In 2026 heeft GVB Infra door Inspectie Leefomgeving en Transport een audit op het veiligheidsbeheersysteem laten uitvoeren. Het plan van aanpak dat daaruit volgt wordt in 2027 geïmplementeerd. We willen in 2027 een verdere vermindering van het aantal incidenten rondom werkzaamheden. Dat begint bij inzicht in meer dan de incidenten. GVB ontwikkelt momenteel monitoring op veiligheidsprocessen en opvolging daarvan, zodat GVB in 2027 kan meten. Deze resultaten worden dan gebruikt om gerichte verbeteracties te onderbouwen en in te zetten. Zo dragen we bij aan nul verkeersdoden en zwaargewonden in 2050 binnen het mobiliteitssysteem, en dus ook bij het werken aan tram en metro infrastructuur. Tabel 16 Kpi’s AMRI Kritische prestatie indicator
Stand 2025
Wat willen we bereiken in 2027
Doel 2050
Beschikbaarheid liften
96,2%
Volgens norm: >97%
Een toegankelijk mobiliteitssysteem
Beschikbaarheid roltrappen
97,4%
Volgens norm: >97%
Een toegankelijk en aantrekkelijk mobiliteitssysteem
pagina 46 van 86
Speerpunten (contractafspraken en ontwikkelingen) Naast op bovenstaande kpi’s sturen en rapporteren we in 2027 nadrukkelijk op:
Verkleinen van de onzekerheidsmarge rondom het meerjarig inzicht tot einde contract Verschuiving van de relatieve omvang van correctief onderhoud naar preventief onderhoud We willen de veiligheid bij onderhoudswerkzaamheden vergroten door bij de monitoring ook ‘leading indicators’ te gebruiken. Niet enkel incidenten, maar ook op processen en opvolging daarvan.
Wat gaan we daarvoor doen?
In haar ambities kiest de Vervoerregio nadrukkelijk de weg omhoog als het gaat om het ov-systeem. De infrastructuur moet hierop voorbereid zijn. Daar hoort bij dat we meer vooruitkijken en ook oog moeten hebben voor betaalbaarheid op de lange termijn. Daarom bevat een langlopend contract als AMRI herijkingsmomenten. Hierin komen contractafspraken en actualiteit samen. In vorige P&C stukken schreven we daar al over: in de herijking werken we aan een sluitend meerjarenoverzicht, het beoordelen van de in Kadernota 2027 gesignaleerde risico’s (grootschalige vervangingen en kostenstijgingen), de marktconformiteitstoets en verbeteringen rondom het jaarlijkse beheerplan. Wij verwachten dit in 2027 klaar te hebben en in de bestuursrapportages gedurende 2026 en 2027 rapporteren wij over de voortgang. Naast de herijking, stuurt de Vervoerregio op het beheer en onderhoud via aanscherpingen in de jaarlijks op te stellen kaderbrief AMRI. Voor 2027 wordt deze nu voorbereid en hierin nemen wij ook onze inzet voor 2027 mee. Aansluitend vertaalt GVB Infra dit naar de te nemen maatregelen, die worden opgenomen in het beheerplan voor 2027 (en volgende jaren). Na toetsing en eventuele bijstelling wordt het Beheerplan 2027 rond eind september 2026 voor instemming aan het dagelijks bestuur van de Vervoerregio aangeboden (volgens de Wet lokaal spoor).
De regioraad wordt via de bestuursrapportages op de hoogte gehouden over de voortgang. In programma’s zoals liften en roltrappen en energiecongestie monitoren, rapporteren en/of financieren we extra bovenop de reguliere inspanning binnen het AMRI-contract, met als doel een meer dan gebruikelijke verbeterstap te bereiken en aanvullende kansen te benutten. Iedere vier jaar maakt de Vervoerregio een nieuwe beheervisie3, waarin we richting meegeven (aan de hand van ons beleidskader en de daaruit afgeleide strategische doelen) aan de beheer & onderhoudswerkzaamheden. De beheervisie beschrijft daarnaast ook de wijze waarop de Vervoerregio op veiligheid stuurt en hoe indienststellingsvergunningen tot stand komen voor infra en voertuigen. De beheervisie is daarmee een belangrijk richtinggevend document voor o.a. het tot stand komen van de beheerplannen4 van GVB. In 2026 staat het maken van een nieuwe beheervisie op het programma die vanaf 2027 van kracht is. Wij borgen de veiligheid en de rol van GVB hierin, op diverse manieren. Door voor 2027 afspraken te maken over procesmonitoring en hierover te laten rapporteren, stimuleren wij preventief monitoren en bijsturen bij GVB en vergroten we ons eigen inzicht in de veiligheidsketen.
3
Artikel 17 lid 1 Wet lokaal spoor
4
Artikel 21 Wet lokaal spoor
pagina 47 van 86
Wat mag dat kosten? Tabel 17 AMRI| Baten & Lasten (bedragen in x €1.000) Assetmanagement Railinfrastructuur (AMRI)
Dagelijks Onderhoud Metro Dagelijks Onderhoud Tram MVP Tram MVP Metro Areaalmanagement AMRI Overige kosten AMRI Asset Owner kosten AMRI Signalling & Controlling Totaal lasten Bijdragen derden BDU Absoluut Totaal baten Saldo AMRI
Jaarrekening 2025
begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
49.224 22.183 18.135 23.820 21.063 7.985 179 5.627 148.216 697
50.000 24.500 23.000 25.000 22.510 4.964 1.998 5.379 157.351 1.900 1.900 -155.451
53.960 27.026 27.480 41.000 22.870 3.240 259 175.835 -175.835
53.362 26.593 24.547 26.681 19.191 3.379 330 154.083 -154.083
53.362 26.593 24.547 26.681 18.753 3.379 259 153.575 -153.575
53.362 26.593 26.681 26.681 16.649 -6.641 259 143.586 -143.586
697 -147.519
De kosten binnen het subprogramma AMRI worden jaarlijks aangepast in overeenstemming met de afspraken uit de AMRI-overeenkomst. Daarnaast werkt S&C, naast het beheer, ook nog door aan de doorontwikkeling van het softwaresysteem. Hiervoor is extra geld beschikbaar, afkomstig uit het restbudget van Signalling and Control Metro Amsterdam (SCMA). De definitieve BDU-indexatie 2025 en de voorlopige indexatie 2026 zijn verwerkt. Dit geeft per jaar € 4,5 miljoen hogere lasten ten opzichte van de begroting 2026 die volledig gedekt worden uit de BDU-indexatie. Dit is verwerkt in de onderdelen Dagelijks Onderhoud, MVP, areaalmanagement en de overige kosten AMRI. De uitgaven binnen de AMRI-overeenkomst zijn geactualiseerd op basis van het beheerplan 2026. Dit geeft verschuivingen tussen de verschillende onderdelen en jaren maar heeft geen effect op de totale meerjarenbegroting en is daarmee budgetneutraal. Voor 2027 betekent dat een incidentele verhoging van € 20,5 miljoen met name op de post meerjaren vervangingsonderhoud Metro en Tram in de totale lasten. De kosten voor jaarlijkse monitoring en WLS zijn in totaal jaarlijks € 0,2 miljoen verlaagd in verband met de bezuinigingen op de BDU-uitkering.
pagina 48 van 86
ONDERZOEK, STUDIE EN SAMENWERKING (OSS) Het subprogramma Onderzoek, Studie en Samenwerking (OSS) bestaat om de juiste informatie en data te leveren voor het werk dat de Vervoerregio doet. Binnen OSS worden grofweg drie typen onderzoek, studie en samenwerking gefinancierd: de onderzoeken en studies die de Vervoerregio zelf doet en de data die zij zelf nodig heeft, grote studies met of van partners en ook regionale en nationale samenwerkingsverbanden waarbinnen de Vervoerregio actief is. Dit zijn bijvoorbeeld het projectbureau voor laadinfrastructuur MRA Elektrisch en landelijk het nationale mobiliteitskennisplatform CROW-KpVV (Kennisplatform Verkeer & Vervoer) en de Rijk-Regio samenwerking Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB). Daarnaast worden ook verschillende beleidsontwikkelprogramma's, zoals Schoon & Duurzaam en Inclusieve Mobiliteit, vanuit dit subprogramma betaald. Wat willen we bereiken in 2027?