CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Ongevraagd advies bc Weesp 17-6-2025 (def)

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 25 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Intrekken 1e herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder (VN2025-007507)1.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ongevraagd advies bestuurscommissie Stadsgebied: Portefeuille: Opgesteld door: Gericht aan: Datum dagelijks bestuur: Datum commissievergadering:

Weesp Ruimtelijke ordening / Grond en ontwikkeling Dagelijks Bestuur Weesp Gemeenteraad 10 juni 2025 17 juni 2025

Over ongevraagde adviezen: de toelichting op de verordening (art. 19) stelt dat de stadsdeelcommissie het DB ongevraagd kan adviseren. Deze adviezen kunnen ook de bevoegdheden van B&W en raad betreffen (toelichting art. 30), de twee organen aan wie de commissie niet direct adviseert. Als het ongevraagd advies de taken en verantwoordelijkheden betreft die B&W niet aan het DB heeft gemandateerd, geleidt het DB het ongevraagd advies via de betreffende wethouder door aan het college van B&W.

Definitief ongevraagd advies bestuurscommissie: De bestuurscommissie van stadsgebied Weesp heeft kennis genomen van uw voornemen om het intrekken van het exploitatieplan voor Weespersluis voort te zetten. U wijst hier op het feit dat het exploitatieplan overbodig is, en dat deze remmend werkt op de ontwikkeling vanwege de vele juridische procedures die gevoerd worden Daarbij wijst u erop dat verdere vertraging van ontwikkeling nadelige gevolgen zou hebben voor de voorzieningen in Weespersluis, waar inwoners zelf de dupe van zouden worden. De bestuurscommissie begrijpt de overwegingen om het exploitatieplan in te trekken en steunt daarin het standpunt van het college. Wel geven wij u graag enkele inhoudelijke aandachtspunten mee, omdat wij de zorgen vanuit de inwoners van Weespersluis delen en daarom ook voldoende zekerheid over de beoogde aanvullende maatregelen tegemoet willen zien. Vanwege de korte tijdsspanne van de besluitvorming en het feit dat een formele adviesaanvraag dientengevolge niet haalbaar was, geven wij u graag via deze weg alsnog een advies mee. Op die manier vertrouwen wij dat uw raad op een goede basis kan besluiten, omdat dit, naast de ruim duizend zienswijzen vanuit de Weesper samenleving, een completer en meer gedragen beeld geeft van de manier waarop in onze stad tegen de intrekking aangekeken wordt.

Inhoudelijke aandachtspunten vanuit Weesp Het project Weespersluis is voor Weesp en haar inwoners een grote ontwikkeling. Niet alleen qua grondbeslag, maar ook qua inwonertal betekent dit dat Weesp verdubbelt. Dit raakt daarmee de gehele Weesper samenleving. Het aantal Weespers neemt enorm toe, maar daarmee ook de druk op voorzieningen – meest prangend bij onderwijs en kinderopvang. Op dit moment wordt de prognose van de demografische ontwikkeling opnieuw berekend, en de kans is groot dat het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd nog veel hoger zal uitvallen. Ook het gebrek aan sport- en speelfaciliteiten (voor alle leeftijden), de kwaliteit en kwantiteit aan groen, alsook de genoemde druk op maatschappelijke voorzieningen zijn voor zowel bewoners als het bestuur van het stadsgebied een punt van zorg. Na de fusie in 2022 is het project een grootstedelijk project, en daarmee een verantwoordelijkheid van het college geworden. Dit betekent dat de bestuurlijke betrokkenheid vanuit Weesp veranderd is. Wij constateren dat het college de verdere uitvoering op dit moment Pagina 1 van 3

in samenwerking met ons DB en de bewoners van de wijk ter hand neemt. Desalniettemin benadrukken wij graag om continue aandacht voor de zorgen vanuit de wijk en deze goed te adresseren bij de ontwikkelende partijen (GEM), maar hier ook bindende afspraken over te maken. De zorgen vanuit Weespersluis zijn tot uiting gebracht in de vele zienswijzen. Alleen al het feit dát er zoveel zienswijzen ingediend zijn, tekent de betrokkenheid van de bewoners, maar ook hun in onze ogen oprechte zorgen over de nieuwe wijk en het proces van participatie zoals dat in het verleden werd vormgegeven. Veel zorgen uit de Nota van Beantwoording hebben betrekking op de voorzieningen. De bestuurscommissie constateert dat door het realiseren van een tijdelijke school en het opnemen van plek voor twee IKC’s in deelplan 6 het tekort aan ruimte voor onderwijs en kinderopvang kan worden teruggedrongen. Als bestuurscommissie kunnen wij dit alleen maar toejuichen, en wij dringen aan op een spoedige concrete invulling van de afspraken en de afdwingbaarheid hiervan. Wij willen het college als aandachtpunt meegeven om vooral in te zetten op multifunctionele ruimtes, die kunnen meegroeien met de demografie van de wijk. In de Nota van Beantwoording lezen wij ook dat veel bewoners een gevoel van houvast ontleenden aan het exploitatieplan.

De vastgestelde uitgangspunten van gebiedsontwikkeling zijn weliswaar ook geborgd door de SUOK, maar het was voor de inwoners nog niet evident dat deze bij de gemeente in goede handen waren. De bestuurscommissie betreurt dit gebrek aan vertrouwen, maar begrijpt deze vanuit de gebeurtenissen van de afgelopen jaren. Wij vinden het belangrijk dat het college samen met het lokaal bestuur gaat werken aan het vertrouwen. Het vanuit de wijk opgerichte buurtplatform Leeuw en Sluis zet zich actief in voor betere verhoudingen en is in goed overleg met zowel projectteam als de GEM om de zorgen te adresseren en maatregelen te treffen. Ook de bestuurscommissie wil zijn best doen om de onderlinge samenwerking te faciliteren. Alleen goede intenties zijn niet voldoende om het vertrouwen terug te winnen. Daarom waardeert de bestuurscommissie het dat er bij de voordracht voor de bestuurscommissie een voorlopig integraal plan is opgenomen voor groen, sport en spelen. Hierop is in detail opgenomen waar de geplande locaties zijn, wat de geplande oppervlaktes zijn, en wie de doelgroepen van de voorzieningen zijn. Ook is hierbij een tijdspad opgenomen waarin deze nader uitgewerkt wordt, en is er in opgenomen welke rol het buurtplatform en de bestuurscommissie krijgen in de uitwerking hiervan.

Wij denken het naleven van deze afspraken de inwoners het gevoel gaat geven dat zij meer grip op de ontwikkeling krijgen. In de Nota van Beantwoording lezen wij tenslotte dat veel klachten betrekking hadden op de ontwikkeling van het groen, dat achterbleef bij de bouw van woningen. Deze klachten werden weerspiegeld in de vele bezwaarprocedures, waarbij bewoners steeds terug grepen op de faseringsregels uit het exploitatieplan. De bestuurscommissie raadt het college aan om voor de nieuw te ontwikkelen deelplannen betere afspraken te maken over de fasering, zoals wij ook benadrukten in ons advies over deelplan 6. De bestuurscommissie constateert bovendien dat het aantal hectares groen binnen de wijk (los van het Gouwpark, het Weespersluispark en ’t Breedland) ten gevolge van de twee allonges beduidend lager uit zal vallen dan voorgeschreven in paragraaf 2.4 van het exploitatieplan. Wij roepen het college en de GEM op om ter compensatie in te zetten op een duidelijk hoogwaardigere invulling van de hectares groen die resteren binnen de wijk. Dit kan door het toevoegen van natuurvriendelijke oevers, vaste planten, bloem- en kruidenrijke grasmengsels en meer bomen en struiken.

De faseringsregels moeten duidelijk zijn, en niet alleen op papier kloppen, maar ook vanuit het perspectief van de bewoners. Bovendien moet de gemeente bewaken dat deze door de projectontwikkelaars worden nagekomen. De bestuurscommissie gelooft dat een combinatie van goede onderlinge relaties, een soepele bestuurlijke afstemming met het college, en concrete afspraken over de voorzieningen, participatie en fasering zullen leiden tot verbetering in de gebiedsontwikkeling. Zodat niet procederen maar participeren de norm wordt. Als bestuurscommissie constateren we dat het vasthouden aan het exploitatieplan dan niet van meerwaarde is en wij staan onder die voorwaarden positief tegenover het voornemen tot intrekken. De bestuurscommissie is ervan op de hoogte dat zowel in het exploitatieplan als in het bestemmingsplan gesteld wordt dat er binnen het woongebied 58,6 hectare structureel groen en water gerealiseerd zou moeten worden (zonder parken, die samen 8,7 hectare zouden tellen). Ook als hier 5 hectare vanaf wordt getrokken vanwege de afgesproken verdichting, komt de huidige ontwikkeling bij lange na niet in de buurt hiervan. De bestuurscommissie verzoekt het college om uit te zoeken hoe het aantal hectares groen binnen het woongebied zich sinds vaststelling van het bestemmingsplan heeft ontwikkeld, en om het dagelijks bestuur op de hoogte te stellen van de bevindingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15707911/2